Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van 21 december 2005, nr. DJZ/BR/1307-2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006)
31 versions
· 2026-04-21
2026-04-21
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2026-04-20
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2026-04-19
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2025-07-24
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2024-07-11
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2023-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2022-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2021-10-16
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2019-12-03
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2017-12-06
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2017-06-15
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2015-10-17
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2014-08-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2014-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 2, 9
2014-05-15
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2013-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2012-08-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 9, 9
2012-07-28
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2012-07-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 2, 9
2011-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2010-02-17
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2009-07-30
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-11-13
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-10-10
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2008-05-23
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2007-11-27
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
2007-09-22
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2006-07-21
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
Wijzigingen op 2006-07-21
@@ -42,7 +42,7 @@
##### Artikel 2.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=2&artikel=2.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=2¶graaf=2&artikel=2.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. de mondigheid en organisatiegraad van burgers, de pluriformiteit van maatschappelijke organisaties, de mogelijkheden tot betrokkenheid van burgers bij de inrichting van hun maatschappij en het particulier initiatief;
@@ -80,7 +80,7 @@
##### Artikel 3.2
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 3.1, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=3&artikel=3.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 3.1, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=3&artikel=3.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. wat betreft acute noodsituaties directe hulpverlening gericht op toegang van slachtoffers tot primaire levensbehoeften;
@@ -98,7 +98,7 @@
##### Artikel 3.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 3.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=3&artikel=3.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 3.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=3&artikel=3.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. terugkeer en hervestiging van bevolkingsgroepen die ten gevolge van crises ontheemd zijn geraakt;
@@ -174,7 +174,7 @@
1. De minister kan voorts subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden door middel van de samenhangende interventiestrategieën directe armoedebestrijding, maatschappijopbouw en beleidsbeïnvloeding.
2. De activiteiten omvatten de ondersteuning van een breed scala aan thematische en op specifieke doelgroepen gerichte organisaties, op meerdere continenten, per continent binnen meerdere landen en in diverse sectoren. De activiteiten voldoen voor wat betreft ten minste een van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), aan de daarvoor vastgestelde beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-04-20&g=2006-04-20).
2. De activiteiten omvatten de ondersteuning van een breed scala aan thematische en op specifieke doelgroepen gerichte organisaties, op meerdere continenten, per continent binnen meerdere landen en in diverse sectoren. De activiteiten voldoen voor wat betreft ten minste een van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), aan de daarvoor vastgestelde beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-07-21&g=2006-07-21).
#### Paragraaf 3. Uitgesloten activiteiten
@@ -194,7 +194,7 @@
##### Artikel 4.4
1. Voor subsidie op grond van deze afdeling komen uitsluitend in aanmerking particuliere organisaties zonder winstoogmerk die naar doelstelling, werkzaamheden en uitgavenpatroon geheel of in overwegende mate zijn gericht op structurele armoedebestrijding in de zin van [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en die:
1. Voor subsidie op grond van deze afdeling komen uitsluitend in aanmerking particuliere organisaties zonder winstoogmerk die naar doelstelling, werkzaamheden en uitgavenpatroon geheel of in overwegende mate zijn gericht op structurele armoedebestrijding in de zin van [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en die:
- a. in Nederland zijn gevestigd;
@@ -202,13 +202,13 @@
- c. aantoonbaar beschikken over draagvlak in Nederland.
2. De beoordeling van subsidieaanvragen vindt plaats aan de hand van de maatstaven waarop de gegevens, bedoeld in de [artikelen 4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.15&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.16&z=2006-04-20&g=2006-04-20), betrekking hebben.
2. De beoordeling van subsidieaanvragen vindt plaats aan de hand van de maatstaven waarop de gegevens, bedoeld in de [artikelen 4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.15&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en [4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.16&z=2006-07-21&g=2006-07-21), betrekking hebben.
#### Paragraaf 5. Thema’s
##### Artikel 4.5
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema duurzame economische ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema duurzame economische ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. verbetering van de positie van ontwikkelingslanden in het wereldhandelsverkeer;
@@ -218,7 +218,7 @@
##### Artikel 4.6
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema HIV/AIDS en reproductieve gezondheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema HIV/AIDS en reproductieve gezondheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. zorg voor reproductieve en seksuele gezondheid, specifiek gericht op jongeren;
@@ -228,7 +228,7 @@
##### Artikel 4.7
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema sociaal-culturele ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema sociaal-culturele ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. de bevordering van de beschikbaarheid en toegang tot basic education;
@@ -238,7 +238,7 @@
##### Artikel 4.8
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema politieke ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema politieke ontwikkeling activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. de bevordering van de naleving van mensenrechten, of
@@ -246,23 +246,23 @@
##### Artikel 4.9
1. Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema vrede en veiligheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
1. Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema vrede en veiligheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. vredesopbouw, of
- b. rehabilitatie ofwel wederopbouw na conflict.
2. [Artikel 4.3, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-04-20&g=2006-04-20), is niet van toepassing op activiteiten, bedoeld in onderdeel b van het eerste lid.
2. [Artikel 4.3, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21), is niet van toepassing op activiteiten, bedoeld in onderdeel b van het eerste lid.
##### Artikel 4.10
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema milieu en water activiteiten die betrekking hebben op de ecologische component van duurzame ontwikkeling onder meer door de integratie van milieu in het beleid van ontwikkelingslanden en de opbouw van de daartoe benodigde capaciteit.
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema milieu en water activiteiten die betrekking hebben op de ecologische component van duurzame ontwikkeling onder meer door de integratie van milieu in het beleid van ontwikkelingslanden en de opbouw van de daartoe benodigde capaciteit.
##### Artikel 4.11
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), omvat het thema gendergelijkheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van een integrale, systematische en duurzame inbedding en doorwerking van het genderaspect in beleid en uitvoering ten aanzien van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), of
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), omvat het thema gendergelijkheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van een integrale, systematische en duurzame inbedding en doorwerking van het genderaspect in beleid en uitvoering ten aanzien van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid, onderdelen a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), of
- b. positieverbetering van vrouwen in ontwikkelingslanden.
@@ -296,7 +296,7 @@
##### Artikel 4.14
In de aanvraag zet de organisatie, onverminderd het overigens in deze regeling bepaalde, uiteen op welke wijze zij voldoet aan de vereisten die voortvloeien uit [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20). De aanvraag omvat daartoe een uiteenzetting over de organisatie en over de door haar voorgenomen werkzaamheden.
In de aanvraag zet de organisatie, onverminderd het overigens in deze regeling bepaalde, uiteen op welke wijze zij voldoet aan de vereisten die voortvloeien uit [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21). De aanvraag omvat daartoe een uiteenzetting over de organisatie en over de door haar voorgenomen werkzaamheden.
##### Artikel 4.15
@@ -326,9 +326,9 @@
In de uiteenzetting over de voorgenomen werkzaamheden komen aan de orde:
- a. de bijdrage van de werkzaamheden aan structurele armoedebestrijding in de zin van [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20);
- b. de relatie tussen de aanvraag en de beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-04-20&g=2006-04-20);
- a. de bijdrage van de werkzaamheden aan structurele armoedebestrijding in de zin van [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21) dan wel [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=2&artikel=4.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21);
- b. de relatie tussen de aanvraag en de beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-07-21&g=2006-07-21);
- c. een strategische analyse, waarin aandacht voor de context, de betrokken actoren, eigen uitvoeringsacapaciteit en strategisch-operationele doelstellingen;
@@ -352,11 +352,11 @@
##### Artikel 4.17
1. Deze afdeling is, met uitzondering van de [artikelen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en [4.5 tot en met 4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=5&artikel=4.5&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en [4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.13&z=2006-04-20&g=2006-04-20), niet van toepassing op de verlening van subsidie door een Nederlandse vertegenwoordiging namens de minister.
2. Deze afdeling is, met uitzondering van de [artikelen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en [4.5 tot en met 4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=5&artikel=4.5&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en [4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.13&z=2006-04-20&g=2006-04-20), niet van toepassing op de verlening van subsidie aan organisaties, die naar doelstelling en werkzaamheden zijn gericht op een van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), waarop de minister op grond van statutaire of organisatorische voorzieningen zeggenschap kan uitoefenen ten aanzien van een of meer van de in [artikel 4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.15&z=2006-04-20&g=2006-04-20) bedoelde onderwerpen.
3. In de beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-04-20&g=2006-04-20), dan wel bij gelegenheid van de bekendmaking van een subsidieplafond kan de minister bepalen dat en in welke gevallen [artikel 4.3, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-04-20&g=2006-04-20), niet van toepassing is.
1. Deze afdeling is, met uitzondering van de [artikelen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en [4.5 tot en met 4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=5&artikel=4.5&z=2006-07-21&g=2006-07-21) niet van toepassing op de verlening van subsidie door een Nederlandse vertegenwoordiging namens de minister.
2. Deze afdeling is, met uitzondering van de [artikelen 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en [4.5 tot en met 4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=5&artikel=4.5&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en [4.13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.13&z=2006-07-21&g=2006-07-21), niet van toepassing op de verlening van subsidie aan organisaties, die naar doelstelling en werkzaamheden zijn gericht op een van de thema’s, genoemd in [artikel 4.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=1&artikel=4.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), waarop de minister op grond van statutaire of organisatorische voorzieningen zeggenschap kan uitoefenen ten aanzien van een of meer van de in [artikel 4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.15&z=2006-07-21&g=2006-07-21) bedoelde onderwerpen.
3. In de beleidsregels, bedoeld in [artikel 4.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-07-21&g=2006-07-21), dan wel bij gelegenheid van de bekendmaking van een subsidieplafond kan de minister bepalen dat en in welke gevallen [artikel 4.3, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21), niet van toepassing is.
### Afdeling 5. Bijzondere financieringsprogramma’s
@@ -368,7 +368,7 @@
##### Artikel 5.2
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=1&artikel=5.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van personele samenwerking van Nederlandse organisaties werkzaam op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en organisaties in ontwikkelingslanden aan de hand van een samenhangend geheel van activiteiten met een evenwichtige en doelmatige spreiding over doelgroepen, sectoren, prioritaire gebieden en andere beleidsaccenten.
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=1&artikel=5.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van personele samenwerking van Nederlandse organisaties werkzaam op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en organisaties in ontwikkelingslanden aan de hand van een samenhangend geheel van activiteiten met een evenwichtige en doelmatige spreiding over doelgroepen, sectoren, prioritaire gebieden en andere beleidsaccenten.
#### Paragraaf 2. Vakbeweging
@@ -378,7 +378,7 @@
##### Artikel 5.4
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=2&artikel=5.3&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van behoud of versterking van de positie van de vakbeweging in ontwikkelingslanden en bevordering van arbeidsrechten aan de hand van een over meerdere continenten gespreid en samenhangend geheel van activiteiten met een evenwichtige en doelmatige spreiding over doelgroepen, sectoren, prioritaire gebieden en andere beleidsaccenten.
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=2&artikel=5.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van behoud of versterking van de positie van de vakbeweging in ontwikkelingslanden en bevordering van arbeidsrechten aan de hand van een over meerdere continenten gespreid en samenhangend geheel van activiteiten met een evenwichtige en doelmatige spreiding over doelgroepen, sectoren, prioritaire gebieden en andere beleidsaccenten.
##### Artikel 5.5
@@ -392,7 +392,7 @@
##### Artikel 5.7
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=3&artikel=5.6&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van capaciteitsversterking van ondernemersorganisaties in ontwikkelingslanden door onder andere het overdragen van kennis en ervaring, samenwerking met nationale en internationale organisaties en door ondersteuning van activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding alsmede op werving van en dienstverlening aan leden.
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=3&artikel=5.6&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van capaciteitsversterking van ondernemersorganisaties in ontwikkelingslanden door onder andere het overdragen van kennis en ervaring, samenwerking met nationale en internationale organisaties en door ondersteuning van activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding alsmede op werving van en dienstverlening aan leden.
##### Artikel 5.8
@@ -406,7 +406,7 @@
##### Artikel 5.10
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=4&artikel=5.9&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van ontwikkelingsprocessen in ontwikkelingslanden door de beschikbaarstelling van deskundigheid en financiële middelen door Nederlandse organisaties aan organisaties in ontwikkelingslanden en ten behoeve van de uitvoering van ontwikkelingsprojecten.
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=4&artikel=5.9&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van ontwikkelingsprocessen in ontwikkelingslanden door de beschikbaarstelling van deskundigheid en financiële middelen door Nederlandse organisaties aan organisaties in ontwikkelingslanden en ten behoeve van de uitvoering van ontwikkelingsprojecten.
##### Artikel 5.11
@@ -440,7 +440,7 @@
##### Artikel 6.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=6¶graaf=2&artikel=6.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten die:
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=6¶graaf=2&artikel=6.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten die:
- a. aansluiten bij de prioriteiten van het Nederlands buitenlands beleid op het terrein van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling;
@@ -454,248 +454,308 @@
- f. waarvan de kwaliteit in termen van geldigheid, betrouwbaarheid en vernieuwing is geborgd.
#### Paragraaf 1. Internationaal onderwijs en -onderzoek
##### Artikel 6.4
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die in ontwikkelingslanden strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs;
- b. institutionele versterking van instellingen voor hoger onderwijs; of
- c. het vergroten van de capaciteit en de kwaliteit van menselijke hulpbronnen.
##### Artikel 6.5
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=6¶graaf=3&artikel=6.4&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. samenwerking tussen Nederlandse onderwijsinstellingen en onderwijsinstellingen in ontwikkelingslanden;
- b. financiële ondersteuning van studerenden in of afkomstig uit ontwikkelingslanden; of
- c. kennisoverdracht, zoals het ontwikkelen en uitvoeren van cursussen, trainingen en stages.
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 1. Overheid
##### Artikel 7.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden in het wereldhandelsverkeer door de beschikbaarstelling van deskundigheid en andere vormen van assistentie aan overheden van ontwikkelingslanden.
#### Paragraaf 2. Bedrijfsleven
##### Artikel 7.2
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van duurzame vergroting van werkgelegenheid en economische groei in ontwikkelingslanden door versterking van het bedrijfsleven in die landen of van transacties in het economisch verkeer met een vernieuwend of stimulerend effect op de verbetering van het milieu in ontwikkelingslanden.
##### Artikel 7.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=7¶graaf=2&artikel=7.2&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. de totstandkoming van joint-ventures van in Nederland gevestigde ondernemers afkomstig uit ontwikkelingslanden met partners in ontwikkelingslanden, door advisering, voorlichting en de beschikbaarstelling van bedrijfskredieten;
- b. de oprichting door in Nederland verblijvende ondernemers of aspirant ondernemers afkomstig uit ontwikkelingslanden van bedrijven in hun land van herkomst;
- c. de overdracht van kennis, inzichten en ervaringen van Nederlandse oud-managers aan en op verzoek van midden- en kleinbedrijven en instellingen in ontwikkelingslanden;
- d. de samenwerking tussen Nederlandse bedrijven en bedrijven in ontwikkelingslanden met opkomende markten, door het uitvoeren van proefprojecten en projectvoorbereidende studies, niet zijnde marktverkenningen en algemene studies;
- e. deskundigheidsbevordering van ondernemers en hun werknemers in ontwikkelingslanden;
- f. kredietverstrekking aan ondernemers in ontwikkelingslanden;
- g. risicodragende investeringen in ontwikkelingslanden;
- h. invoer van Nederlandse kapitaalgoederen, werken of diensten in ontwikkelingslanden;
- i. export van ontwikkelingslanden naar de Europese Unie;
- j. garantieverlening ten behoeve van participatiemaatschappijen met het oog op bevordering van investeringen in joint-ventures met bedrijven in ontwikkelingslanden; of
- k. het verstrekken van financieringen en technische assistentie ten behoeve van bedrijven en financiële instellingen in ontwikkelingslanden.
#### Paragraaf 3. Rentelasten en garanties
##### Artikel 7.4
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de verstrekking van leningen aan ontwikkelingslanden ten behoeve van investeringen in die landen tegen een rente die lager ligt dan de marktrente, door rentesubsidies en garantstellingen.
### Afdeling 8. Internationale culturele betrekkingen; regionale prioriteiten
#### Paragraaf 1. Internationale culturele betrekkingen
##### Artikel 8.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied.
##### Artikel 8.2
Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=8¶graaf=1&artikel=8.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen in aanmerking:
- a. activiteiten in Nederland die de reputatie van Nederland als internationale culturele ontmoetingsplaats bevorderen;
- b. activiteiten tot behoud of herstel van Nederlands cultureel erfgoed;
- c. culturele presentaties waarvoor een bijzondere internationale belangstelling bestaat;
- d. samenwerkingsprojecten tussen Nederland en landen waarmee Nederland door nabuurschap, door culturele en historische betrekkingen, door hun betekenis als land van herkomst van in Nederland levende migranten of anderszins een bijzondere band heeft,
- e. grootschalige culturele manifestaties die een bijzondere bijdrage leveren aan de internationale profilering van Nederland op cultureel gebied;
- f. activiteiten die een bijdrage leveren aan een versterking van de culturele infrastructuur in de vorm van organisatorische en personele voorzieningen;
- g. kleinschalige lokale culturele projecten in het buitenland, gericht op de plaatselijke bevolking met een herkenbare Nederlandse component; en
- h. activiteiten met het oog op de uitvoering van culturele verdragen.
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
##### Artikel 8.3
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de sociale en politieke banden en de economische samenwerking tussen Nederland en landen die uit oogpunt van het beleid inzake de internationale betrekkingen specifieke aandacht behoeven.
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
##### Artikel 9.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van kennis en inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot ontwikkelingsamenwerking, of
- b. bevordering van het draagvlak voor het beleid inzake ontwikkelingsamenwerking.
##### Artikel 9.2
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=9¶graaf=1&artikel=9.1&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. publieksvoorlichting in brede zin en voorlichting gericht op specifieke doelgroepen;
- b. themabijeenkomsten, congressen, discussiebijeenkomsten, internationale evenementen en manifestaties;
- c. de totstandkoming en distributie van publicaties; of
- d. onderwijsactiviteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de kennis over ontwikkelingslanden in Nederland.
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
##### Artikel 9.3
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van kennis en inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot de buitenlandse betrekkingen;
- b. bevordering van het draagvlak voor het beleid inzake de buitenlandse betrekkingen; of
- c. bevordering van een positieve beeldvorming over Nederland in het buitenland.
##### Artikel 9.4
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=9¶graaf=2&artikel=9.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. publieksvoorlichting in brede zin en voorlichting gericht op specifieke doelgroepen;
- b. themabijeenkomsten, congressen, discussiebijeenkomsten, internationale evenementen en manifestaties;
- c. de totstandkoming en distributie van publicaties; of
- d. onderwijsactiviteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de kennis van, inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot de buitenlandse betrekkingen.
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
##### Artikel 10.1
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder publiek private samenwerking verstaan: een samenwerkingsverband van enerzijds een of meer partijen afkomstig uit de kring van de overheid en anderzijds een of meer particuliere organisaties zonder winstoogmerk of partijen uit de kring van het bedrijfsleven, gericht op de realisering van gezamenlijk onderschreven doelstellingen door uitvoering van activiteiten op een zodanige wijze dat elk van de partijen een deel van de daartoe benodigde inspanningen levert en een deel van de daarmee gepaard gaande risico’s draagt.
##### Artikel 10.2
1. De minister kan subsidie verlenen met het oog op de uitvoering van activiteiten, bedoeld in deze regeling, verricht in het kader van publiek private samenwerking.
2. De minister kan daarbij buiten toepassing laten het ten aanzien van subsidiëring van de desbetreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond, het bepaalde ingevolge [artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=7), de [artikelen 4.12 tot en met 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-07-21&g=2006-07-21) en het in deze regeling bepaalde ten aanzien van de hoedanigheid van de subsidieontvanger.
3. De subsidie wordt in de vorm van een activiteitensubsidie verleend, in voorkomend geval in aanvulling op een reeds aan dezelfde ontvanger verleende instellingssubsidie. De subsidieontvanger draagt zorg voor een zodanig beheer van de desbetreffende subsidiegelden dat gewaarborgd is dat de subsidie uitsluitend wordt besteed voor de activiteiten waarvoor zij is bestemd en dat daarvan afzonderlijk verslag kan worden gedaan.
##### Artikel 10.3
Indien de publiek private samenwerking niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, kan de subsidie uitsluitend worden verleend aan een van de partijen in het samenwerkingsverband die wel over rechtspersoonlijkheid beschikt, onderverminderd [artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=4). Op deze subsidieontvanger rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, onverschillig welk van de partijen in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
##### Artikel 10.4
1. De subsidieaanvraag omvat mede een beschrijving van de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van de publiek private samenwerking en van de wijze waarop de besluitvorming in de publiek private samenwerking plaats vindt.
2. Indien de publiek private samenwerking niet beschikt over rechtspersoonlijkheid omvat de subsidieaanvraag mede een overeenkomst tussen partijen op grond waarvan de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd.
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
##### Artikel 10.5
1. De minister kan in bijzondere gevallen binnen het raam van [artikel 2 van de Kaderwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010178&artikel=2) subsidie verlenen
- a. ten behoeve van andere activiteiten dan bedoeld in deze regeling, of
- b. in afwijking van een of meer bepalingen van deze regeling, daaronder begrepen de met het oog daarop bekendgemaakte beleidsregels op grond van [artikel 6 van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=6);
indien te subsidiëren activiteiten naar het oordeel van de minister een betekenisvolle bijdrage leveren aan de realisering van de beleidsdoelstellingen van de minister.
2. Een beschikking tot subsidiëring in afwijking van een of meer bepalingen van deze regeling vermeldt de bepalingen waarvan wordt afgeweken en heeft een werkingsduur van ten hoogste twee jaar.
### Afdeling 11. Slotbepalingen
##### Artikel 11.1
De [Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010173) en de [Subsidieregeling Algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013208) worden ingetrokken.
##### Artikel 11.2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2005, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2006.
##### Artikel 11.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 4. Toepassingsgericht onderzoek drinkwater en sanitatie
##### Artikel 6.6
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de toegang tot duurzame drinkwater- en sanitatiesystemen in ontwikkelingslanden door:
- a. het verzamelen en uitwisselen van toepassingsgerichte informatie en kennis op het gebied van water, sanitatie en daaraan gerelateerde milieu- en gedragsaspecten,
- b. het verspreiden en toegankelijk maken van die kennis en informatie en
- c. het stimuleren van samenwerkingsverbanden, met het oog op het versterken van innovatie- en kennisorganisaties en kennisnetwerken in ontwikkelingslanden.
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 4. Toepassingsgericht onderzoek drinkwater en sanitatie
#### Paragraaf 1. Overheid
### Afdeling 8. Internationale culturele betrekkingen; regionale prioriteiten
#### Paragraaf 1. Internationale culturele betrekkingen
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 6. Politieke en interparlementaire samenwerking
##### Artikel 5.13
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de bevordering van een goed functionerende, duurzame parlementaire meerpartijendemocratie in ontwikkelingslanden, door ondersteuning van politieke partijen of parlementariërs in ontwikkelingslanden.
##### Artikel 5.14
1. Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=6&artikel=5.13&z=2006-07-21&g=2006-07-21), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten, verricht in het kader van een niet partijgebonden samenwerking tussen politieke partijen of parlementariërs in Nederland en in ontwikkelingslanden.
2. [Artikel 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=3&artikel=4.3&z=2006-07-21&g=2006-07-21) is van toepassing.
##### Artikel 5.15
Voor subsidie op grond van deze paragraaf komen uitsluitend in aanmerking organisaties zonder winstoogmerk, gericht op de doelstelling genoemd in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=5¶graaf=6&artikel=5.13&z=2006-07-21&g=2006-07-21), die:
- a. in Nederland zijn gevestigd,
- b. beschikken over rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht,
- c. naar bestuurssamenstelling een breed samenwerkingsverband van in de Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen of parlementariërs reflecteren.
##### Artikel 5.16
1. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar.
2. Geen subsidie wordt verleend indien dit tot samenloop met een andere aan dezelfde ontvanger op grond van deze paragraaf verleende subsidie zou leiden.
3. Subsidieaanvragen om een bedrag lager dan € 100.000 komen niet voor toekenning in aanmerking. De subsidieaanvraag geeft blijkt van een bijdrage, in financiële zin of door het beschikbaarstellen van deskundigheid, van de in de organisatie vertegenwoordigde politieke partijen of parlementariërs.
4. Subsidie wordt niet verleend als instellingssubsidie.
### Afdeling 6. Onderwijs, onderzoek
#### Paragraaf 2. Onderzoek
#### Paragraaf 3. Hoger onderwijs
##### Artikel 6.4
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die in ontwikkelingslanden strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs;
- b. institutionele versterking van instellingen voor hoger onderwijs; of
- c. het vergroten van de capaciteit en de kwaliteit van menselijke hulpbronnen.
##### Artikel 6.5
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=6¶graaf=3&artikel=6.4&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. samenwerking tussen Nederlandse onderwijsinstellingen en onderwijsinstellingen in ontwikkelingslanden;
- b. financiële ondersteuning van studerenden in of afkomstig uit ontwikkelingslanden; of
- c. kennisoverdracht, zoals het ontwikkelen en uitvoeren van cursussen, trainingen en stages.
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 1. Overheid
##### Artikel 7.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden in het wereldhandelsverkeer door de beschikbaarstelling van deskundigheid en andere vormen van assistentie aan overheden van ontwikkelingslanden.
#### Paragraaf 2. Bedrijfsleven
##### Artikel 7.2
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van duurzame vergroting van werkgelegenheid en economische groei in ontwikkelingslanden door versterking van het bedrijfsleven in die landen of van transacties in het economisch verkeer met een vernieuwend of stimulerend effect op de verbetering van het milieu in ontwikkelingslanden.
##### Artikel 7.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=7¶graaf=2&artikel=7.2&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. de totstandkoming van joint-ventures van in Nederland gevestigde ondernemers afkomstig uit ontwikkelingslanden met partners in ontwikkelingslanden, door advisering, voorlichting en de beschikbaarstelling van bedrijfskredieten;
- b. de oprichting door in Nederland verblijvende ondernemers of aspirant ondernemers afkomstig uit ontwikkelingslanden van bedrijven in hun land van herkomst;
- c. de overdracht van kennis, inzichten en ervaringen van Nederlandse oud-managers aan en op verzoek van midden- en kleinbedrijven en instellingen in ontwikkelingslanden;
- d. de samenwerking tussen Nederlandse bedrijven en bedrijven in ontwikkelingslanden met opkomende markten, door het uitvoeren van proefprojecten en projectvoorbereidende studies, niet zijnde marktverkenningen en algemene studies;
- e. deskundigheidsbevordering van ondernemers en hun werknemers in ontwikkelingslanden;
- f. kredietverstrekking aan ondernemers in ontwikkelingslanden;
- g. risicodragende investeringen in ontwikkelingslanden;
- h. invoer van Nederlandse kapitaalgoederen, werken of diensten in ontwikkelingslanden;
- i. export van ontwikkelingslanden naar de Europese Unie;
- j. garantieverlening ten behoeve van participatiemaatschappijen met het oog op bevordering van investeringen in joint-ventures met bedrijven in ontwikkelingslanden; of
- k. het verstrekken van financieringen en technische assistentie ten behoeve van bedrijven en financiële instellingen in ontwikkelingslanden.
#### Paragraaf 3. Rentelasten en garanties
##### Artikel 7.4
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de verstrekking van leningen aan ontwikkelingslanden ten behoeve van investeringen in die landen tegen een rente die lager ligt dan de marktrente, door rentesubsidies en garantstellingen.
### Afdeling 8. Internationale culturele betrekkingen; regionale prioriteiten
#### Paragraaf 1. Internationale culturele betrekkingen
##### Artikel 8.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de internationale betrekkingen op cultureel gebied.
##### Artikel 8.2
Voor subsidie met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=8¶graaf=1&artikel=8.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen in aanmerking:
- a. activiteiten in Nederland die de reputatie van Nederland als internationale culturele ontmoetingsplaats bevorderen;
- b. activiteiten tot behoud of herstel van Nederlands cultureel erfgoed;
- c. culturele presentaties waarvoor een bijzondere internationale belangstelling bestaat;
- d. samenwerkingsprojecten tussen Nederland en landen waarmee Nederland door nabuurschap, door culturele en historische betrekkingen, door hun betekenis als land van herkomst van in Nederland levende migranten of anderszins een bijzondere band heeft,
- e. grootschalige culturele manifestaties die een bijzondere bijdrage leveren aan de internationale profilering van Nederland op cultureel gebied;
- f. activiteiten die een bijdrage leveren aan een versterking van de culturele infrastructuur in de vorm van organisatorische en personele voorzieningen;
- g. kleinschalige lokale culturele projecten in het buitenland, gericht op de plaatselijke bevolking met een herkenbare Nederlandse component; en
- h. activiteiten met het oog op de uitvoering van culturele verdragen.
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
##### Artikel 8.3
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de sociale en politieke banden en de economische samenwerking tussen Nederland en landen die uit oogpunt van het beleid inzake de internationale betrekkingen specifieke aandacht behoeven.
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
##### Artikel 9.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van kennis en inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot ontwikkelingsamenwerking, of
- b. bevordering van het draagvlak voor het beleid inzake ontwikkelingsamenwerking.
##### Artikel 9.2
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 9.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=9¶graaf=1&artikel=9.1&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. publieksvoorlichting in brede zin en voorlichting gericht op specifieke doelgroepen;
- b. themabijeenkomsten, congressen, discussiebijeenkomsten, internationale evenementen en manifestaties;
- c. de totstandkoming en distributie van publicaties; of
- d. onderwijsactiviteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de kennis over ontwikkelingslanden in Nederland.
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
##### Artikel 9.3
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. bevordering van kennis en inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot de buitenlandse betrekkingen;
- b. bevordering van het draagvlak voor het beleid inzake de buitenlandse betrekkingen; of
- c. bevordering van een positieve beeldvorming over Nederland in het buitenland.
##### Artikel 9.4
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=9¶graaf=2&artikel=9.3&z=2006-04-20&g=2006-04-20), komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. publieksvoorlichting in brede zin en voorlichting gericht op specifieke doelgroepen;
- b. themabijeenkomsten, congressen, discussiebijeenkomsten, internationale evenementen en manifestaties;
- c. de totstandkoming en distributie van publicaties; of
- d. onderwijsactiviteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de kennis van, inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot de buitenlandse betrekkingen.
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
##### Artikel 10.1
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder publiek private samenwerking verstaan: een samenwerkingsverband van enerzijds een of meer partijen afkomstig uit de kring van de overheid en anderzijds een of meer particuliere organisaties zonder winstoogmerk of partijen uit de kring van het bedrijfsleven, gericht op de realisering van gezamenlijk onderschreven doelstellingen door uitvoering van activiteiten op een zodanige wijze dat elk van de partijen een deel van de daartoe benodigde inspanningen levert en een deel van de daarmee gepaard gaande risico’s draagt.
##### Artikel 10.2
1. De minister kan subsidie verlenen met het oog op de uitvoering van activiteiten, bedoeld in deze regeling, verricht in het kader van publiek private samenwerking.
2. De minister kan daarbij buiten toepassing laten het ten aanzien van subsidiëring van de desbetreffende activiteiten vastgestelde subsidieplafond, het bepaalde ingevolge [artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=7), de [artikelen 4.12 tot en met 4.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019366&afdeling=4¶graaf=6&artikel=4.12&z=2006-04-20&g=2006-04-20) en het in deze regeling bepaalde ten aanzien van de hoedanigheid van de subsidieontvanger.
3. De subsidie wordt in de vorm van een activiteitensubsidie verleend, in voorkomend geval in aanvulling op een reeds aan dezelfde ontvanger verleende instellingssubsidie. De subsidieontvanger draagt zorg voor een zodanig beheer van de desbetreffende subsidiegelden dat gewaarborgd is dat de subsidie uitsluitend wordt besteed voor de activiteiten waarvoor zij is bestemd en dat daarvan afzonderlijk verslag kan worden gedaan.
##### Artikel 10.3
Indien de publiek private samenwerking niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, kan de subsidie uitsluitend worden verleend aan een van de partijen in het samenwerkingsverband die wel over rechtspersoonlijkheid beschikt, onderverminderd [artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=4). Op deze subsidieontvanger rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, onverschillig welk van de partijen in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
##### Artikel 10.4
1. De subsidieaanvraag omvat mede een beschrijving van de wijze waarop elk van de partijen bijdraagt aan de werkzaamheden van de publiek private samenwerking en van de wijze waarop de besluitvorming in de publiek private samenwerking plaats vindt.
2. Indien de publiek private samenwerking niet beschikt over rechtspersoonlijkheid omvat de subsidieaanvraag mede een overeenkomst tussen partijen op grond waarvan de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd.
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
##### Artikel 10.5
1. De minister kan in bijzondere gevallen binnen het raam van [artikel 2 van de Kaderwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010178&artikel=2) subsidie verlenen
- a. ten behoeve van andere activiteiten dan bedoeld in deze regeling, of
- b. in afwijking van een of meer bepalingen van deze regeling, daaronder begrepen de met het oog daarop bekendgemaakte beleidsregels op grond van [artikel 6 van het Subsidiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018039&artikel=6);
indien te subsidiëren activiteiten naar het oordeel van de minister een betekenisvolle bijdrage leveren aan de realisering van de beleidsdoelstellingen van de minister.
2. Een beschikking tot subsidiëring in afwijking van een of meer bepalingen van deze regeling vermeldt de bepalingen waarvan wordt afgeweken en heeft een werkingsduur van ten hoogste twee jaar.
### Afdeling 11. Slotbepalingen
##### Artikel 11.1
De [Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010173) en de [Subsidieregeling Algemene organisaties voor ontwikkelingssamenwerking](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013208) worden ingetrokken.
##### Artikel 11.2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2005, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2006.
##### Artikel 11.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### Paragraaf 4. Toepassingsgericht onderzoek drinkwater en sanitatie
##### Artikel 6.6
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het vergroten van de toegang tot duurzame drinkwater- en sanitatiesystemen in ontwikkelingslanden door:
- a. het verzamelen en uitwisselen van toepassingsgerichte informatie en kennis op het gebied van water, sanitatie en daaraan gerelateerde milieu- en gedragsaspecten,
- b. het verspreiden en toegankelijk maken van die kennis en informatie en
- c. het stimuleren van samenwerkingsverbanden, met het oog op het versterken van innovatie- en kennisorganisaties en kennisnetwerken in ontwikkelingslanden.
### Afdeling 7. Overheid en bedrijfsleven; rentelasten en garanties
#### Paragraaf 2. Bedrijfsleven
#### Paragraaf 3. Rentelasten en garanties
### Afdeling 8. Internationale culturele betrekkingen; regionale prioriteiten
#### Paragraaf 1. Internationale culturele betrekkingen
#### Paragraaf 2. Regionale prioriteiten
### Afdeling 9. Meningsvorming, voorlichting, draagvlakbevordering ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse betrekkingen
#### Paragraaf 1. Ontwikkelingssamenwerking
#### Paragraaf 2. Buitenlandse betrekkingen
### Afdeling 10. Publiek private samenwerking; bijzondere gevallen
#### Paragraaf 1. Publiek private samenwerking
#### Paragraaf 2. Bijzondere gevallen
### Afdeling 11. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2006-04-20
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 2, 3, 3
2006-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — arts. 1, 1, 1
2006-01-01
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 — versión or
original version
Tekst op deze datum