Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2010, nr. 2010-0000147401, CZW/WVOB, houdende regels over functies voor het personeel van de veiligheidsregio’s (Regeling personeel veiligheidsregio’s)
7 versions
· 2023-04-25
2023-04-25
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 1, 1, 1 y 423 más
2022-09-13
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 2, 2, 1 y 534 más
2022-07-13
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 1, 1, 1 y 69 más
2018-10-01
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 1, 1, 3 y 702 más
2017-12-01
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 1, 2, 1 y 609 más
2010-10-01
Regeling personeel veiligheidsregio’s — arts. 2, 1, 2 y 4 más
Wijzigingen op 2010-10-01
@@ -3913,2887 +3913,3 @@
Niveau 3:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Functienaam: Manschap
Beschrijving van de functie: De manschap:
### 2.1. Kerntaken en taakgebieden
### Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
* het incident kan zijn: brand, hulpverlening, gevaarlijke stoffen of waterongevallen. In voorkomende gevallen kan er ook sprake zijn van dienstverlening.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
Vervallen.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub p Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.
De medewerker brandpreventie onderhoudt contacten met alle partners die van belang zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
De medewerker brandpreventie geeft voorlichting over zijn werkzaamheden aan diverse doelgroepen, zorgt voor informatieoverdracht aan de repressieve dienst en werkt mee aan voorlichtingscampagnes.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub q Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.
De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.
De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub r Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).
De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.
De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.
### Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen
De medewerker opleiden en oefenen:
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 2:. Coördineert de uitvoering van beleid
### Werkzaamheden
De medewerker opleiden en oefenen:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
### Kerntaak 2:. Vormen advies
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
### Kerntaak 3:. Optreden als MPL (overdragen advies en samenwerken met betrokken partijen) bij incidenten met gevaarlijke stoffen
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
### Kerntaak 1:. Analyseren en beoordelen van effecten van incidenten
### Werkzaamheden
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vraagt indien nodig een second opinion aan.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub t Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen
De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.
De oefencoördinator ontwikkelt oefenprogramma’s binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden. Hij werkt daarvoor samen met de Specialist opleiden en oefenen.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van oefenen
### Werkzaamheden
### Supplement u. Functie officier van dienst
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 3:. Informeren, ondersteunen en adviseren van de HOVD
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Werkzaamheden
De OVD stuurt brandweerprocessen aan bij basis en grootschalig monodisciplinair repressief optreden. Hij is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van het incident bij basis monodisciplianir repressief optreden. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bij grootschalige incidenten is de OVD als pelotonscommandant verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident in zijn pelotonsvak. Kernactiviteiten zijn in dit verband:
### Kerntaak 2:. Coördineren van multidisciplinaire samenwerking
De OVD kan de multidisciplinaire samenwerking in het motorkapoverleg coördineren. Hij is dan verantwoordelijk voor het gecoördineerd optreden van alle disciplines ter plaatse van het incident in GRIP 0 situatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Beoordelingscriteria
### Supplement v. Functie operationeel manager
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub v Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Opstellen en (laten) uitvoeren van planningen
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen van plannen en het laten uitvoeren daarvan, vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering.
### Kerntaak 2:. Leidinggeven aan (project-)medewerkers
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang.
### Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken en relevante interne en externe contacten
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Kerntaak 2:. Leidinggeven aan (project-)medewerkers
### Beoordelingscriteria
### Proces
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 4:. Leveren van inhoudelijke bijdragen: signaleren van knelpunten en adviseren over aanpassingen van beleid en/of procedures en plannen
### Beoordelingscriteria
### Product
### Bijlage A, behorende bij [artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Supplement w. Functie ploegchef
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub w Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
De ploegchef is verantwoordelijk voor de kwaliteit, continuïteit, efficiency en vakbekwaamheid van de ploeg medewerkers waaraan hij leiding geeft. Tevens is hij verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen deze ploeg.
De ploegchef zorgt voor planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van materieel en materiaal, onderhoud, opleiden en oefenen. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij zorgt voor de invulling van de dienstroosters en de oefenregistratie. Hij bewaakt de kwaliteit van de ploeg.
De ploegchef draagt zorg voor gegevens ten behoeve van de personeelsadministratie, zoals de urenverantwoording en ziekmelding. Hij draagt tevens zorg voor het aanleveren van gegevens ten behoeve van het opstellen van onder meer MARAP’s en houdt planningslijsten en de oefenregistratie bij.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de ploegchef vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De ploegchef:
### Werkzaamheden
### Beoordelingscriteria
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Bijlage A, behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 1.1. Algemene informatie
1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
### Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uitzetten van visie en strategie voor de brandweerorganisatie
De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.
De commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uiteenzetten van visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie
### Werkzaamheden
### Beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Bijdrage leveren aan totstandkoming van preventiebeleid
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
### Kerntaak 2:. Adviseren bij het verlenen van vergunningen
De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.
### Kerntaak 3:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
De werkzaamheden van de specialist brandpreventie zijn zowel intern als extern gericht. Vaak fungeert hij als solist binnen diverse teams. Afstemming en overleg zijn dan ook noodzakelijk. Het onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten is daarom als aparte kerntaak gedefinieerd.
### Beoordelingscriteria
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Supplement z. Functie specialist operationele voorbereiding
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub z Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
### Kerntaak 1:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst bij incidentbestrijding:
### Kerntaak 3:. Het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten (aandachtspunt: projectmatig, in samenwerking met de eigen en andere diensten):
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Planvorming inzet incidentbestrijding
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst (en andere relevante partijen, bijv. meldkamer) bij incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De desbetreffende functionaris is daarnaast:
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen en in stand houden van organisatorische kaders ten behoeve van de incidentbestrijding.
Bij deze kerntaak behoren de volgende werkzaamheden:
De desbetreffende functionaris is daarnaast:
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen valideren en implementeren van plannen en procedures ten behoeve van het multidisciplinair optreden bij rampen en grote incidenten.
### Beoordelingscriteria
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Bijlage A, behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement aa. Functie specialist opleiden en oefenen
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub aa. Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Ontwikkeld beleid, afgestemd op landelijke beleidsmatige, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Stelt de opleidings-, oefen- en bijscholingsbehoeften vast. Stelt meerjaren beleidsplan op.
Ontwikkelt, organiseert en evalueert de opleidings-, oefen- en bijscholingsprogramma’s. Maakt gebruik van onderwijskundige concepten en didactische modellen om de inhoud, effectiviteit en kwaliteit van opleidingen, oefeningen en bijscholingsactiviteiten te ontwikkelen, evalueren, beoordelen en verbeteren. Stelt een opleidings-, oefen- en bijscholingsbegroting op.
Geeft als eindverantwoordelijke leiding aan grootschalige, multidisciplinaire oefeningen, treedt op als oefenleider bij bestuurlijke oefeningen en veldoefeningen vanaf pelotonsniveau. Is verantwoordelijk voor het coachen van oefenleiders en instructeurs.
Richt mede een kwaliteitszorgsysteem in voor het opleiden, oefenen en bijscholen en onderhoudt het kwaliteitszorgsysteem.Voert steekproefsgewijs kwaliteitscontroles/audits uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
### Kerntaak 3:. Zorg dragen voor en borgen van de kwaliteit van opleiden, oefenen en bijscholen
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Bijlage A, behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op het gebied van risicobeheersing
De specialist risico’s en veiligheid vertaalt bevindingen op basis van zijn praktijkervaring naar beleidsvoorstellen op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast levert de specialist risico’s en veiligheid input bij de totstandkoming van het regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Aanvullend heeft de specialist risico’s en veiligheid een rol bij implementatie en uitvoering.
De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).
De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:
De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van [BEVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016767), [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475), besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.
De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De functionaris:
Brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag:
Als onderdeel van dit advies:
### Beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
Een SRV beoordeelt de effectiviteit van beheersmaatregelen die door bedrijven of andere organisaties genomen dienen te worden. Meestal betreft dit een wettelijke adviestaak van de (regionale) brandweer. Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden inzake het [Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016767) (BEVI).
In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475)1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:
Werkzaamheden inzake besluit bedrijfsbrandweren:
Werkzaamheden inzake het verstrekken van bouwvergunningen:
Toezicht op brandveiligheidparagraaf in de milieuvergunning (inspectie):
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
T.a.v. adviezen:
T.a.v. inspecties:
### Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn
### Werkzaamheden
Actief relevante partners benaderen en uitleg geven over de noodzaak van aandacht voor fysieke veiligheid in de besluitvorming.
Uitleg geven over de visie van de rampenbestrijdingsorganisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen: onder anderen:
Afstemming en uitwisseling met specialisten uit het vakgebied:
### Beoordelingscriteria
### Bijlage A, behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub cc Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
¹ Overal in dit document waar de strategisch manager in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
### Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied en bijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
### Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
### Werkzaamheden
### Beoordelingscriteria
### Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub dd Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hem betrokken te worden.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Eigen organisatieonderdeel/werkgebied
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 2:. Implementeren van vastgesteld beleid voor eigen organisatieonderdeel/werkgebied
### Werkzaamheden
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Beoordelingscriteria
### Kerntaak 5:. Onderhouden van netwerken met relevante contacten
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Bijlage A, behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen
### 1.1. Algemene informatie
### 2.1. Kerntaken
De verkenner gevaarlijke stoffen selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze en trekt deze aan. Hij controleert de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking. De verkenner gevaarlijke stoffen ontvangt en registreert de meetopdracht en rukt met de meetploeg uit naar de opgegeven locatie.
### Kerntaak 2:. Inzet
De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
### Werkzaamheden
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 3:. Nazorg
### Beoordelingscriteria
### Supplement ff. Functie voertuigbediener
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub ff Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.
De voertuigbediener draagt zorg voor het inzetgereed maken van het voertuig en neemt deel aan de evaluatie en nazorg.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Als pompbediener
### Als bediener van de verbindingscommandowagen
### Werkzaamheden
### Beoordelingscriteria
### Supplement gg. uitwerking competentiematrix
### Accuraat
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
### Analyseren
Niveau 2:
Niveau 3:
**Arbeidsveiligheid kenmerkt zich in het gedrag van de werknemer waarin hij zijn taak uitvoert zonder effecten te ondervinden van slechte arbeidshygiëne of een arbeidsongeval. Om dit te kunnen zal de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden verschillende vormen/niveaus van risicoanalyse uitvoeren.**
Niveau 2:
Niveau 3:
**Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).**
Niveau 2:
Niveau 3:
**Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.**
Niveau 2:
Niveau 3:
**Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.**
Overdrachtsniveau (2):
Expertniveau (3):
**Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.**
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1:
Niveau 3:
### (taakgericht) Leiderschap
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1:
Niveau 3:
### Oordelen
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.**
### Samenwerken
Niveau 1:
Niveau 2:
### Stressbestendig
Niveau 2:
## Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement a. Functie algemeen commandant geneeskundige zorg
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg
### Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
### 3.1. Uitwerking kerntaken
### Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten
### Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren
### 2.2. Competentiematrix DPG
### Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement c. Functie hoofd acute gezondheidszorg
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
### 2.2 Competentiematrix HAG
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
### Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie informatiemanagement
### Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement e. Functie hoofd ondersteuning geneeskundige zorg
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
### Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
### 2.2. Competentiematrix HON
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
### Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg
### 1.1. Algemene informatie
Functienaam: hoofd publieke gezondheidszorg (HPG)
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
### Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement g. Functie officier van dienst geneeskundig
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident
### Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
### 2.2. Competentiematrix OvD-G
### 3.1. Uitwerking kerntaken
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement h. Uitwerking competentiematrix
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
### Gedragscompetenties
### G1:. Leidinggeven
**Richting en sturing geven aan anderen in het kader van hun taakvervulling; stijl en methode aanpassen aan betrokken individuen, taken en situatie.**
### G2:. Operationeel management
**Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.**
### G3:. Organiseren van eigen werk
### G4:. Delegeren
### G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie
### G7:. Overtuigingskracht
**Gebruikmakend van de juiste stijl en methode proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen met bepaalde plannen, ideeën of activiteiten.**
**Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.**
**Gegevens en mogelijke alternatieve handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen.**
**Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de organisatie.**
**Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.**
### G16:. Stressbestendigheid
**Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.**
**O1:** **Beleid van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkelingen in structuur, cultuur en inhoudelijke processen en procedures.**
**O2:** **Ontwikkelingen in de structuur en processen van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder.**
**O3:** **De actuele organisatiestructuur en primaire processen en procedures van de GHOR-ketenorganisaties.**
**Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.**
**Kent de richtlijnen, protocollen en procedures en kan deze toepassen en waar nodig bijstellen.**
**Heeft kennis van en kan gebruik maken van de beschikbare (technische) hulpmiddelen.**
### V6:. Juridische aspecten
**Kent de juridische aspecten die van invloed zijn op de functies binnen de operationele GHOR organisatie.**
Niveau: 2
Niveau: 3
Niveau: 4
Niveau: 5
Niveau: 6
Niveau: 8
Niveau: Strategisch
Niveau: Tactisch
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het uitvoeringsveld.
Niveau: Operationeel
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen mbt de GHOR-ketenorganisaties en de primaire processen in het algemeen en die van het eigen beroepsdomein in het bijzonder. Kent de relevante sleutelfiguren in zijn beroepsdomein.
### Niveauduiding vaktechnische competenties
Niveau: Op detailniveau.
Niveau: Op hoofdlijnen.
Niveau: Op gemiddeld niveau.
## Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij» worden gelezen.
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
### Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.
De calamiteitencoördinator geeft doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie.
De competenties voor de functie calamiteitencoördinator meldkamer zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De calamiteitencoördinator geeft doeltreffend en doelmatig sturing aan het verzamelen van relevante gegevens, het verwerken tot informatie en de deling van de informatie bij, alarmering en opschaling van de bestrijdingsorganisatie conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 2.1. Kerntaken
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
### Kerntaak 2:. Het observeren van teamgedrag en -prestaties (inhoud, proces en resultaat)
De evaluator multidisciplinair oefenen observeert aan de hand van geoperationaliseerde oefendoelen (organisatorisch, functioneel en/of persoonlijk) de deelnemers aan de oefening en legt zijn waarnemingen vast.
De evaluator multidisciplinair oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
### Kerntaak 5:. Afronding
De evaluator multidisciplinair oefenen evalueert de klanttevredenheid van de opdrachtgever en de deelnemers.
In supplement k. is deze competentiematrix uitgewerkt.
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
### Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
### Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen analyseert zijn observaties, formuleert een oordeel hierover en doet aanbevelingen. Hij bespreekt dit met de deelnemers.
De Evaluator Multidisciplinair Oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
De informatiemanager COPI verzamelt, analyseert en beoordeelt zelfstandig informatie in het COPI. Tevens is hij verantwoordelijk voor het verzorgen van een adequaat en doelmatig informatieproces in het COPI. Hij is hiermee voorwaardenscheppend voor andere functionarissen in het COPI.
De competenties voor de functie informatiemanager commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
### Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
De informatiemanager COPI verzamelt, analyseert en beoordeelt zelfstandig informatie in het COPI. Tevens is hij verantwoordelijk voor het verzorgen van een adequaat en doelmatig informatieproces in het COPI. Hij is hiermee voorwaardenscheppend voor andere functionarissen in het COPI. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De informatiemanager ROT zorgt voor het verzamelen, analyseren en beoordelen van informatie ten behoeve van het totaalbeeld van de ramp of crisis. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het beschikbaar houden van een actueel totaalbeeld tijdens een ramp of crisis.
De informatiemanager ROT geeft leiding en invulling aan de sectie informatiemanagement..
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie informatiemanager regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
### Werkzaamheden
De informatiemanager ROT zorgt voor het verzamelen, analyseren en beoordelen van informatie ten behoeve van het totaalbeeld van de ramp of crisis. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het beschikbaar houden van een actueel totaalbeeld tijdens een ramp of crisis.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Kerntaak 2:. Sturing geven aan de regionale informatieorganisatie
De informatiemanager ROT geeft leiding en invulling aan de multidisciplinaire sectie informatiemanagement in het ROT. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces
De informatiemanager ROT geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de regionaal operationeel leider vanuit het informatieproces. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub e Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
### 2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie leider commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
De leider commando plaats incident (COPI), geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het COPI. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Werkzaamheden
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 2.1. Kerntaken
De PMO levert binnen de veiligheidsregio een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van het (meerjaren)beleid op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten. Onderdeel daarvan is een beleidskader voor de evaluatie van deze activiteiten en de systematiek van borging. De PMO is bovendien mede verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het jaarplan ‘Oefenen» van de desbetreffende veiligheidsregio.
### Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
### Kerntaak 3:. Borgen van de kwaliteit van multidisciplinaire OTO activiteiten
### Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
De PMO is verantwoordelijk voor het verzorgen van communicatie en public relations (PR) aangaande de ontwikkeling, voorbereiding en uitvoering van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Daartoe stelt hij een communicatiebeleidsplan op. Hij draagt er zorg voor dat alle betrokkenen binnen de veiligheidsregio tijdig en juist zijn geïnformeerd. Zijn inzet is er tevens op gericht relevante partners in de veiligheidsregio te overtuigen van het nut en de noodzaak van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Mede doordat hij zijn contacten met relevante betrokkenen zorgvuldig onderhoudt, creëert de PMO draagvlak voor de multidisciplinaire OTO activiteiten. De uitkomsten van evaluatie van ontwikkelde en uitgevoerde activiteiten koppelt de PMO terug aan alle relevante betrokkenen en het management team (MT). Hij legt zowel mondeling als schriftelijk verantwoording af over de verrichte werkzaamheden en behaalde resultaten.
### Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO zorgt voor de afstemming van het (meerjaren)beleid en het jaarplan ‘Oefenen» met de regionale en landelijke richtlijnen. Ook stemt hij het beleid en het plan af op de mono-disciplinaire oefenplannen van andere diensten en de behoeften van zowel de eigen organisatie als die van de partners.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Werkzaamheden
De PMO vertaalt het vastgestelde (meerjaren)beleid in effectieve multidisciplinaire OTO activiteiten. Het team dat zorgt voor voorbereiding, uitvoering en evaluatie, ontwikkelt deze activiteiten onder zijn verantwoordelijke leiding. Daarbij houdt de PMO rekening met leerbehoefte(n), ontwikkelnoodzaak en leervoorkeur(en). In overleg met multidisciplinaire partners zorgt de PMO dat deze activiteiten worden uitgevoerd. De PMO draagt er zorg voor dat de deelnemers aan én begeleiders van de multidisciplinaire OTO-activiteiten, zijn of worden geïnstrueerd. Onder zijn verantwoordelijkheid vindt observatie en evaluatie van de activiteiten plaats. Indien nodig geeft de PMO zelf tussentijds feedback.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Werkzaamheden
De PMO bewaakt de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Hij stelt voor iedere activiteit eenduidige kwaliteitscriteria op, in samenspraak met zijn team en relevante partners in de veiligheidsregio. Deze criteria zijn SMART geformuleerd. De PMO zorgt op basis van deze criteria voor evaluatie van de activiteiten en levert op die manier input ten behoeve van het kwaliteitssysteem in de desbetreffende veiligheidsregio. Op grond van de analyse adviseert de PMO in bijstelling en/of aanpassing van de multidisciplinaire OTO activiteiten.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Werkzaamheden
De PMO evalueert op cyclische basis, systematisch de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten, alsmede het professionele functioneren van de betrokken partijen. Evaluatie geschiedt, aan de hand van de vooraf gestelde criteria, in samenspraak met alle relevante betrokken partijen uit de veiligheidsregio. Daarbij stimuleert de PMO de betrokkenen tot reflectie op het eigen handelen.
### Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
### Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
De regionaal operationeel leider geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het ROT. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van het effectgebied van het incident. Hierin vertaalt hij de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur naar het bestuur/de burgemeester (beleidsteam).
### Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
### 2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
### 3.1. Uitwerking kerntaken
### Werkzaamheden
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
### Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2017-12-01&g=2017-12-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Kerntaak 1:. Informeren van media
De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident.
### Kerntaak 2:. Informatie delen
### 2.2. Competenties
### 3.1. Uitwerking kerntaken
### Kerntaak 1:. Informeren van media
### Kerntaak 2:. Informatie delen
### Werkzaamheden
### Bijlage C. behorende bij [artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met én advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op het operationeel niveau.
### Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend voorlichtingsproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen.
### 2.2. Competenties
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken
### Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met en advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op operationeel niveau. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
### Werkzaamheden
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
**In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.**
### Aanpassingsvermogen
**Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.**
**Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.**
### Omgevingsbewustzijn
**Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.**
**Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.**
### Overtuigingskracht
**Het verkrijgen van instemming en enthousiasme voor bepaalde doelen, plannen of ideeën zodat deze worden geaccepteerd of gedragen.**
**Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.**
### Politiek-bestuurlijk inzicht
**Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.**
**Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.**
### Samenwerken
**Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.**
**Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.**
### Sturing geven aan proces
**Op inspirerende wijze richting geven aan het proces. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden.**
**Kerncompetenties:** bij de functieomschrijving de verschillende kerncompetenties beschreven, van gedragsvoorbeelden voorzien en vervolgens gekoppeld aan niveauduiding. Deze niveauduiding is opgedeeld in het niveau aangaande de strategische/organisatorische competenties en het niveau aangaande de sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties.
**Strategische/organisatorische competenties:** dit betreft de verschillende competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie). Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
### Accuraat
**Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.**
Niveau 1
Niveau 3:
### Samenwerken
Niveau 2:
Niveau 3
Niveau 1
Niveau 2
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 2:
Niveau 1
### Plannen, organiseren en coördineren
**Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.**
Niveau 1
Niveau 2
### Leren en reflecteren
**Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.**
Niveau 1
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
### Problemen oplossen
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 2
Niveau 1
Niveau 3
### Oordelen
Niveau 2
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
### Probleem oplossen
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 1
Niveau 3:
**Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.**
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
**Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).**
Niveau 1
### (taakgericht) Leiderschap
**Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.**
Niveau 1
Niveau 2
**Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.**
Niveau 1
Niveau 3:
### (mondeling) Communiceren
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
Niveau 1
Niveau 3
### Inleven
**Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.**
**Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.**
Niveau 1
Niveau 3:
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3
### Politiek-bestuurlijk inzicht
Niveau 2
Niveau 3:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Functienaam: Bevelvoerder
Beschrijving van de functie: De bevelvoerder:
### 2.1. Kerntaken en taakgebieden
### Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.
De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan (definitief).
De bevelvoerder bestrijdt het incident op basis van zijn inzetplan. Hij geeft daarbij leiding aan de eenheden die onder zijn bevel staan.
De bevelvoerder coördineert de personele en materiële nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren). Hij zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
De brandweerduiker selecteert uit de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij draagt zorg voor voldoende fysieke en mentale getraindheid.
In samenspraak met de assistent duikploeg maakt de brandweerduiker het voertuig en de persoonlijke duikuitrustingsstukken inzetgereed. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek. Hij registreert de noodzakelijke gegevens in zijn persoonlijk duikerslogboek en laat dat aftekenen door de duikploegleider.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Beoordelingscriteria
Heeft een goede fysieke en psychische conditie.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub d Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De centralist meldkamer neemt de melding aan, beoordeelt deze conform de landelijk en regionaal geldende afspraken op classificatie en prioriteit en legt de melding vast. Zonodig instrueert, adviseert en/of verwijst hij door.
De centralist meldkamer alarmeert de eenheden en coördineert de uitrukfase. Hij zorgt voor een adequate informatievoorziening richting de eigen eenheden en eventuele andere (hulp)diensten en coördineert de radiocommunicatie. Tijdens de bestrijding van het incident legt de centralist de relevante informatie vast. Hij handelt hulpvragen vanuit het veld, zoals opschaling en specialistische aanvragen, adequaat af.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Functienaam: Chauffeur
Beschrijving van de functie: De chauffeur:
### 2.1. Kerntaken en taakgebieden
De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.
### Kerntaak 2:. herstellen na het incident*
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.
De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
### Supplement f. Functie commandant van dienst
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
De kerntaken van de commandant van dienst liggen in het verlengde van de hiervoor geschetste rollen. Bij de beschrijving van de kerntaken is rekening gehouden met de beschrijving van de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP).
Als lid van het beleidsteam (BT) adviseert de commandant van dienst de burgemeester vanuit multidisciplinair perspectief over strategisch, politiek of bestuurlijk te nemen beslissingen.
Op de volgende pagina’s worden de kerntaken nader uitgewerkt aan de hand van activiteiten en beoordelingscriteria.
### Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 2:. Adviseren van de burgemeester in het beleidsteam
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub g Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De controleur brandpreventie controleert het brandveilig gebruik aan de hand van de gebruiksvoorwaarden uit het Gebruiksbesluit en handelt klachten af.
De controleur brandpreventie rapporteert na locatiebezoek aan de leidinggevende en de gebruiker. Hij rapporteert klachten aan de leidinggevende.
De controleur brandpreventie geeft situatiespecifieke voorlichting over gebruiksvoorwaarden met betrekking tot de brandveiligheid.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
### Kerntaak 2:. Rapporteren
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Beoordelingscriteria
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Docent
### Kerntaak 1:. didactisch handelen
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
### Kerntaak 2:. coachen en begeleiden van deelnemers en instructeurs
Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.
### Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
### Kerntaak 1:. didactisch handelen
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
### Supplement i. Functie duikploegleider
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De duikploegleider maakt een inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident en selecteert het van toepassing zijnde scenario. Hij adviseert de bevelvoerder of officier van dienst ten aanzien van de opschaling conform de geldende richtlijnen. De duikploegleider bepaalt de grootte en vorm van het zoekgebied. Hij zorgt er voor dat alle benodigde veiligheidsmaatregelen op de kant genomen worden.
### Kerntaak 2:. Inzet
De duikploegleider geeft leiding aan de technische uitvoering van het duiken van een brandweerploeg. Hij communiceert met de reddingsduiker te water of met de seinlijnhouder met behulp van een seinlijn en communicatieapparatuur (spreekverbinding). In een noodsituatie maakt hij de keuze tussen communicatie met de duiker in nood of met de veiligheidsduiker. De duikploegleider organiseert de eerste medische hulp aan een duiker in nood. Hij is duikmedisch begeleider.
### Kerntaak 3:. Nazorg
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Supplement j. Functie gaspakdrager
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub j Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Uitruk/verkenning
De gaspakdrager maakt op juiste en doeltreffende wijze gebruik van de door de inzetleider (op advies van OVD/AGS) geselecteerde beschermingsmiddelen en controleert deze. Hij voert, op veilige wijze en volgens vaste procedures, een verkenning uit met een collega gaspakdrager. Hij kan op een correcte manier meetapparatuur gebruiken, aflezen en de gegevens interpreteren.
### Kerntaak 2:. Inzet
De gaspakdrager redt slachtoffers in diverse situaties en voert stabiliserende, bronbestrijdings- en effectbeperkende werkzaamheden uit. De gaspakdrager kan een noodontsmetting toepassen of hierbij assisteren.
### Kerntaak 3:. Nazorg
De gaspakdrager voert de ontsmettingsprocedure uit en draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet, en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub k Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Hoofdofficier van dienst (HOvD)
Beschrijving van de functie: De hoofdofficier van dienst:
### Kerntaak 1:. Taakcommandant Brandweer*
De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het Commando Plaats Incident (CoPI).
De HOvD geeft als Algemeen Commandant Brandweerzorg leiding aan de totale brandweerinzet die de bron- en effectbestrijding uitvoert. Hij doet dit door leiding te geven aan het actiecentrum Brandweerzorg waarvan de samenstelling op basis van de incidenttypering kan variëren. Hij neemt vanaf GRIP 2 namens de brandweer deel aan het ROT en draagt bij aan het treffen van multidisciplinaire maatregelen in het effectgebied.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
### Werkzaamheden:
De HOvD geeft als Algemeen Commandant Brandweerzorg leiding aan de totale brandweerinzet die de bron- en effectbestrijding uitvoert. Hij doet dit door leiding te geven aan het actiecentrum Brandweerzorg waarvan de samenstelling op basis van de incidenttypering kan variëren. Hij neemt vanaf GRIP 2 namens de brandweer deel aan het ROT en draagt bij aan het treffen van multidisciplinaire maatregelen in het effectgebied.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub l Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Instructeur
Beschrijving van de functie: De instructeur:
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Kerntaak 2:. begeleiden van deelnemers in hun leerproces
Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub m Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
1 Overal in dit document waar de manager veiligheid in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
De manager veiligheid is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De manager veiligheid draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
De manager veiligheid geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
De manager veiligheid is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
### Werkzaamheden
### Beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Beoordelingscriteria
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub n Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Beschrijving van de functie: De manschap:
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid1Afhankelijk van de samenstelling van de brandweereenheid kunnen meerdere functies door een persoon worden uitgevoerd.. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
### Kerntaak 2:. verkennen van het incident*
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.
### Kerntaak 4:. herstellen na het incident*
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria per taakgebied
### Werkzaamheden:
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
De manschap richt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, een veilige werkomgeving in. Hij voert de opdracht van de bevelvoerder uit en kiest hierbij zelf de middelen en de werkwijze om dit te realiseren.
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
Vervallen.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub p Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker brandpreventie adviseert bij standaard bouwvergunningen en niet-complexe milieuvergunningen en meldingen. Daarnaast behandelt hij vergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Brandbeveiligingsverordening (BBV) in het kader van brandveilig gebruik. Adviseren bij en behandelen van gebruiksmeldingen en gebruiksvergunningen op basis van het [Besluit brandveilig gebruik bouwwerken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024379) behoren ook tot de werkzaamheden.
### Kerntaak 2:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.
### Kerntaak 3:. Onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten
De medewerker brandpreventie onderhoudt contacten met alle partners die van belang zijn voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.
### Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
### Bouw- en milieuvergunningen en meldingen
### Vergunningen op basis van APV en BBV in het kader van het brandveilig gebruik
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub q Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 2.1. Kerntaken
De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.
### Materieelbeheer
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker operationele voorbereiding vastgesteld.
### Kerntaak 1:. Verlenen van logistieke ondersteuning
De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.
De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
De medewerker opleiden en oefenen:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Vraagt indien nodig een second opinion aan.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub t Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.
De oefencoördinator ontwikkelt oefenprogramma’s binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden. Hij werkt daarvoor samen met de Specialist opleiden en oefenen.
De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de oefencoördinator vastgesteld.
### Kerntaak 2:. Vertalen van oefenbeleid naar jaarlijkse oefendoelen en thema’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: officier van dienst (OvD)
Beschrijving van de functie: De officier van dienst:
Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.
### Leiderschapsprofiel
Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie OvD wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Operationeel leidinggevende. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.
Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.
Bij multidisciplinair optreden vertegenwoordigt de OvD de brandweer in het CoPI in de rol van Taakcommandant Brandweer (deze rol wordt in opgeschaalde situaties door de Hoofd Officier van Dienst (HOvD) ingevuld). Draagt bij aan het totaalbeeld door multidisciplinair relevante aspecten uit de monodisciplinaire inzet in te brengen. Stemt af met de multipartners en draagt bij aan het teamresultaat. Vertaalt de multidisciplinaire besluiten uit het CoPI naar monodisciplinaire acties.
Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen van plannen en het laten uitvoeren daarvan, vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering.
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Werkzaamheden
De operationeel manager is verantwoordelijk voor de aanwending en besteding van middelen die door de naast hogere leidinggevende zijn gedelegeerd. Vanuit die verantwoordelijkheid is actieve procesbewaking van groot belang. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De operationeel manager is niet alleen leidinggevende; hij is daarnaast ook vakman op zijn kennisgebied. Dat vakmanschap benut hij om, in samenspraak met anderen, bijdragen te leveren aan de verbetering van werkprocessen, diensten en producten van zijn afdeling/team, maar ook daarbuiten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan medewerkers
De ploegchef zorgt voor planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van materieel en materiaal, onderhoud, opleiden en oefenen. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij zorgt voor de invulling van de dienstroosters en de oefenregistratie. Hij bewaakt de kwaliteit van de ploeg.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Supplement x. Functie commandant
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub x Besluitpersoneel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan de regionale brandweerorganisatie
De commandant is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de regionale brandweerorganisatie. Hij draagt daarin zorg voor het functioneren van de regionale brandweer en het personeel dat daarbij werkzaam is.
De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.
### Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio
### Beoordelingscriteria
### Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uiteenzetten van visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub y Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
De specialist brandpreventie adviseert de vergunning verlenende afdelingen over het al dan niet verlenen van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen.
### Kerntaak 3:. Uitvoeren van inspecties brandpreventie
De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.
De werkzaamheden van de specialist brandpreventie zijn zowel intern als extern gericht. Vaak fungeert hij als solist binnen diverse teams. Afstemming en overleg zijn dan ook noodzakelijk. Het onderhouden van netwerken en relevante in- en externe contacten is daarom als aparte kerntaak gedefinieerd.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub z Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Specialist operationele voorbereiding (SOV)
De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie SOV wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Tactisch specialist. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.
De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.
### Bijlage A. behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 1:. Ontwikkelen van beleid op de terreinen van opleiden, oefenen en bijscholen
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub bb Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).
De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:
De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van [BEVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016767), [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475), besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.
De functionaris:
### Kerntaak 2:. Inventariseren, analyseren en beoordelen van bestaande en tijdelijke risico’s in het verzorgingsgebied
Als onderdeel van dit advies:
In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475)1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:
Werkzaamheden inzake besluit bedrijfsbrandweren:
Toezicht op brandveiligheidparagraaf in de milieuvergunning (inspectie):
T.a.v. inspecties:
Actief relevante partners benaderen en uitleg geven over de noodzaak van aandacht voor fysieke veiligheid in de besluitvorming.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub cc Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
¹ Overal in dit document waar de strategisch manager in de mannelijke vorm wordt aangeduid, kan nadrukkelijk ook vrouwelijke vorm gelezen worden. Slechts omwille van de leesbaarheid is voor een enkelvoudige (mannelijke) aanduiding gekozen.
De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
### Beoordelingscriteria
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub dd Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
MT
### Werkzaamheden
### Kerntaak 2:. Inzet
De verkenner gevaarlijke stoffen voert metingen en waarnemingen uit.
De verkenner gevaarlijke stoffen controleert na een inzet de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking en vult deze aan. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de registratie en evaluatie.
### Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
De voertuigbediener stelt, in samenwerking met de chauffeur, het voertuig op en creëert een veilige werkomgeving.
De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.
De voertuigbediener draagt zorg voor het inzetgereed maken van het voertuig en neemt deel aan de evaluatie en nazorg.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### Als pompbediener
### Als bediener redvoertuig
### Accuraat
**Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.**
Niveau 3:
**Arbeidsveiligheid kenmerkt zich in het gedrag van de werknemer waarin hij zijn taak uitvoert zonder effecten te ondervinden van slechte arbeidshygiëne of een arbeidsongeval. Om dit te kunnen zal de werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden verschillende vormen/niveaus van risicoanalyse uitvoeren.**
Niveau 1:
### Daadkracht
Niveau 2:
Niveau 1:
Overdrachtsniveau (2):
Expertniveau (3):
**Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.**
Niveau 2:
**Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.**
Niveau 2:
Niveau 1:
Niveau 1:
**Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.**
Niveau 1:
Niveau 2:
**Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.**
Niveau 1:
Niveau 3:
**Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.**
Niveau 2:
**Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.**
**Dit vakgebied omvat het onderwerp risico’s en veiligheid. Het gaat hierbij om onder meer de aandachtsgebieden risicomanagement, risicoanalyses, risicocommunicatie, integraal veiligheidsbeleid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid.**
**Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.**
**Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.**
### Profiel: operationeel leidinggevende
## Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de sectie geneeskundige zorg
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 2 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 2:. Strategisch multidisciplinair adviseren
### Werkzaamheden:
Beschrijving van de functie: Het HAG coördineert het proces acute gezondheidszorg en adviseert de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) op dit terrein. Het proces acute gezondheidszorg bestaat uit de deelprocessen triage, behandeling en transport van slachtoffers. Hierbij is het HAG verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces acute gezondheidszorg. Het HAG wordt monodisciplinair ingezet op basis van criteria. In de regel is dit vanaf activering van het Regionaal Operationeel Team (ROT). Echter kan het HAG bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de officier van dienst geneeskundig (OvD-G) ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident of mono-opschaling. Het HAG is aangewezen door de directeur publieke gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) als het daartoe bevoegde gezag. Het HAG opereert op tactisch niveau. Het HAG is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Het HAG legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van de ACGZ. Het HAG geeft functioneel leiding aan de OvD-G.
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Functienaam: hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN)
### 2.1. Kerntaken
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
### Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie informatiemanagement
### 2.2. Competentiematrix HIN
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
### Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
### 2.1. Kerntaken
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Vaktechnische competenties: per functie wordt aangegeven of er sprake is van noodzakelijke kennis en kunde tot op detailniveau (d); of alleen op hoofdlijnen (h); of op gemiddeld niveau (m).
**Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.**
### G9:. Samenwerken
**Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.**
**Onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de organisatie.**
**Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.**
### G17:. Energie
**O3:** **De actuele organisatiestructuur en primaire processen en procedures van de GHOR-ketenorganisaties.**
### Vaktechnische competenties
**Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.**
### V6:. Juridische aspecten
Niveau: 1
Niveau: 6
Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.
### Niveauduiding vaktechnische competenties
## Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
### Kerntaak 2:. Creëren en delen van informatie
### 2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken
De calamiteitencoördinator geeft leiding aan de multidisciplinaire invulling van het gemeenschappelijke meldkamerproces binnen het meldkamerdomein. Een adequate en snelle opschaling en het borgen van de veiligheid van de hulpverleningsdiensten zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
De evaluator multidisciplinair oefenen observeert aan de hand van geoperationaliseerde oefendoelen (organisatorisch, functioneel en/of persoonlijk) de deelnemers aan de oefening en legt zijn waarnemingen vast.
### Kerntaak 3:. Het geven van feedback
De evaluator multidisciplinair oefenen analyseert zijn observaties, formuleert een oordeel hierover en doet aanbevelingen. Hij bespreekt dit met de deelnemers.
### Kerntaak 4:. Het uitvoeren van een schriftelijke evaluatie
De evaluator multidisciplinair oefenen legt zijn observaties, zijn oordeel hierover en zijn aanbevelingen schriftelijk vast in een evaluatierapport. De eindrapportage wordt aangeboden aan de opdrachtgever.
### Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
### Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
### Werkzaamheden
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie informatiemanager regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
De competenties voor de functie leider commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
De leider commando plaats incident (COPI), geeft leiding aan de multidisciplinaire samenwerking in het COPI. Hij is verantwoordelijk voor het multidisciplinair aanpakken van de gevolgen van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De leider commando plaats incident (COPI), adviseert en deelt doeltreffend en doelmatig informatie mede aan het lokale bestuur bij GRIP 1 en in het geval van GRIP 2 (en hoger) naar de regionaal operationeel leider.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO levert binnen de veiligheidsregio een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van het (meerjaren)beleid op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten. Onderdeel daarvan is een beleidskader voor de evaluatie van deze activiteiten en de systematiek van borging. De PMO is bovendien mede verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het jaarplan ‘Oefenen» van de desbetreffende veiligheidsregio.
De PMO zorgt voor de afstemming van het (meerjaren)beleid en het jaarplan ‘Oefenen» met de regionale en landelijke richtlijnen. Ook stemt hij het beleid en het plan af op de mono-disciplinaire oefenplannen van andere diensten en de behoeften van zowel de eigen organisatie als die van de partners.
### Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO vertaalt het vastgestelde (meerjaren)beleid in effectieve multidisciplinaire OTO activiteiten. Het team dat zorgt voor voorbereiding, uitvoering en evaluatie, ontwikkelt deze activiteiten onder zijn verantwoordelijke leiding. Daarbij houdt de PMO rekening met leerbehoefte(n), ontwikkelnoodzaak en leervoorkeur(en). In overleg met multidisciplinaire partners zorgt de PMO dat deze activiteiten worden uitgevoerd. De PMO draagt er zorg voor dat de deelnemers aan én begeleiders van de multidisciplinaire OTO- activiteiten, zijn of worden geïnstrueerd. Onder zijn verantwoordelijkheid vindt observatie en evaluatie van de activiteiten plaats. Indien nodig geeft de PMO zelf tussentijds feedback.
De PMO bewaakt de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Hij stelt voor iedere activiteit eenduidige kwaliteitscriteria op, in samenspraak met zijn team en relevante partners in de veiligheidsregio. Deze criteria zijn SMART geformuleerd. De PMO zorgt op basis van deze criteria voor evaluatie van de activiteiten en levert op die manier input ten behoeve van het kwaliteitssysteem in de desbetreffende veiligheidsregio. Op grond van de analyse adviseert de PMO in bijstelling en/of aanpassing van de multidisciplinaire OTO activiteiten.
Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).
### Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO zorgt voor de afstemming van het (meerjaren)beleid en het jaarplan ‘Oefenen» met de regionale en landelijke richtlijnen. Ook stemt hij het beleid en het plan af op de mono-disciplinaire oefenplannen van andere diensten en de behoeften van zowel de eigen organisatie als die van de partners.
De PMO bewaakt de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Hij stelt voor iedere activiteit eenduidige kwaliteitscriteria op, in samenspraak met zijn team en relevante partners in de veiligheidsregio. Deze criteria zijn SMART geformuleerd. De PMO zorgt op basis van deze criteria voor evaluatie van de activiteiten en levert op die manier input ten behoeve van het kwaliteitssysteem in de desbetreffende veiligheidsregio. Op grond van de analyse adviseert de PMO in bijstelling en/of aanpassing van de multidisciplinaire OTO activiteiten.
### Werkzaamheden
De PMO evalueert op cyclische basis, systematisch de kwaliteit van de multidisciplinaire OTO activiteiten, alsmede het professionele functioneren van de betrokken partijen. Evaluatie geschiedt, aan de hand van de vooraf gestelde criteria, in samenspraak met alle relevante betrokken partijen uit de veiligheidsregio. Daarbij stimuleert de PMO de betrokkenen tot reflectie op het eigen handelen.
### Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
De PMO is verantwoordelijk voor het verzorgen van communicatie en public relations (PR) aangaande de ontwikkeling, voorbereiding en uitvoering van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Daartoe stelt hij een communicatiebeleidsplan op. Hij draagt er zorg voor dat alle betrokkenen binnen de veiligheidsregio tijdig en juist zijn geïnformeerd. Zijn inzet is er tevens op gericht relevante partners in de veiligheidsregio te overtuigen van het nut en de noodzaak van de multidisciplinaire OTO activiteiten. Mede doordat hij zijn contacten met relevante betrokkenen zorgvuldig onderhoudt, creëert de PMO draagvlak voor de multidisciplinaire OTO activiteiten. De uitkomsten van evaluatie van ontwikkelde en uitgevoerde activiteiten koppelt de PMO terug aan alle relevante betrokkenen en het Management Team (MT). Hij legt zowel mondeling als schriftelijk verantwoording af over de verrichte werkzaamheden en behaalde resultaten.
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
### Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3 sub h Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur.
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
### Werkzaamheden
### Kerntaak 2:. Informatie delen
### Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
### 2.1. Kerntaken
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend communicatieproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
**Kerncompetenties:** hierbij zijn de verschillende kerncompetenties omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.
**In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.**
### Aanpassingsvermogen
**Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.**
**Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.**
### Analyseren
**Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.**
### Communiceren
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
### Leiding geven
**Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.**
### Sturing geven aan proces
### Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2018-10-01&g=2018-10-01) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Supplement k. Uitwerking competentiematrix
**Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving):** dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
### Competenties
Niveau 3
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 1
Niveau 2
### Plannen, organiseren en coördineren
**Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.**
Niveau 1
Niveau 3:
### Innoveren/creativiteit
**Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.**
Niveau 2
### Problemen oplossen
**Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.**
Niveau 2
### Analyseren
Niveau 2
Niveau 1
**Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.**
Niveau 3:
### Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)
Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.
Niveau 1
### Daadkracht
**Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).**
### (taakgericht) Leiderschap
### (mondeling) Communiceren
Niveau 1
### Politiek-bestuurlijk inzicht
Niveau 1:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Besluiten met een bepaalde mate van kennis van functionele partners; wat doen zij aan incident- en gevolgbestrijding?
Inschatten van informatie op haar waarde qua bruikbaarheid, afhankelijk van actor en tijd.
De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie.
Het (laten) afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).
Niveau B: regionaal
Beschrijving van de functie: De evaluator multidisciplinair oefenen:
De evaluator multidisciplinair oefenen wordt vooraf geraadpleegd en adviseert over het organiseren van de randvoorwaarden van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.
De informatiemanager CoPI wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, wordt de informatiemanager CoPI alleen vooraf geraadpleegd en adviseert hij over het proces in het CoPI.
De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI.
Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.
Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.
De informatiemanager CoPI ondersteunt de leider CoPI bij het organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Niveau D: uitwerken
Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.
Beschrijving van de functie: De informatiemanager ROT:
### 2.1. Overzicht kerntaken
De informatiemanager ROT wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.
De informatiemanager ROT is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.
Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.
Omgaan met het mogelijk niet als volwaardig lid van het team gezien worden en daarbij toch rolvast weten te blijven.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.
Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.
Beschrijving van de functie: De leider commando plaats incident:
De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.
De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.
De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.
De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken van feiten en gegevens aan de juiste afnemers.
De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.
De leider CoPI is (eind)verantwoordelijk voor het uitvoeren van de operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.
De leider CoPI is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.
Afwegen van de openbaarheid van de informatie; wat wel of niet vrijgeven?
Zorgen voor communicatie op basis van het onjuiste beeld over de crisisorganisatie in de media en maatschappij.
Niveau C: bijsturen
Niveau A: beheersen
Functienaam: procesmanager multidisciplinair oefenen
De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties in de uitvoering van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de prestaties in de uitvoering van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
Niveau C: overzicht houden
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale
Niveau B: relaties leggen
Niveau B: stimuleren
Niveau C: afwegen
Niveau B: regionaal
### 1.1. Algemene informatie
### 3.1. Uitwerking kerntaken
Niveau B (regionaal)
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Beschrijving van de functie: De adviseur gevaarlijke stoffen (AGS):
De AGS treedt op als adviseur van het ROT en kan optreden als vraagregisseur naar externe partners. De AGS werkt samen met de coördinator verkenningseenheden om een multidisciplinair advies op te stellen voor het effectgebied. De AGS kan een adviserende rol hebben tijdens de nazorgfase.
### 3.1. Uitwerking kerntaken
***Vormt een advies over:**
### 4.1. Competenties
Niveau A: Achterhalen
Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te
sluiten bij het publiek.
Weegt gegevens en mogelijke handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar af om tot realistische beoordelingen te komen.
Niveau A: besluiten
Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.
Niveau A: betrekken van derden
### Bijlage A. behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2022-09-13&g=2022-09-13) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Bevelvoerder
### 2.1. Kerntaken en taakgebieden
### Kerntaak 1:. uitrukken naar het incident*
De bevelvoerder rukt samen met zijn manschap(pen) uit naar het incident in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid qua verkenningsplan en voorlopig inzetplan ter plaatse.
De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan definitief.
### Kerntaak 2:. verkennen van het incident*
De bevelvoerder verkent of laat zijn manschappen methodisch en veilig het incident verkennen. Op basis van de bevindingen maakt hij zijn (voorlopig) inzetplan (definitief).
### Werkzaamheden:
De bevelvoerder coördineert de personele en materiële nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren). Hij zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.
Functienaam: Brandweerduiker
De brandweerduiker rukt samen met de rest van de duikploeg uit naar het incident. Hij selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze, trekt deze aan en voert een buddycheck uit. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
De brandweerduiker spoort als reddingsduiker mensen en dieren op in het water van maximaal 15 meter diepte en op het water en redt of bergt ze. In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart spoort de brandweerduiker objecten op en bergt ze. De brandweerduiker kan als oppervlakteredder optreden.
Als reserveduiker staat de brandweerduiker gereed om directe hulp te verlenen aan een reddingsduiker die in een noodsituatie verkeert. Tevens ondersteunt de reserveduiker de reddingsduiker aan de oppervlakte bij het overdragen van het slachtoffer.
In samenspraak met de rest van de duikploeg maakt de brandweerduiker de waterongevallenwagen inzetgereed. Hij maakt de persoonlijke duikuitrusting inzetgereed. Hij registreert de noodzakelijke gegevens in zijn persoonlijk duiklogboek en laat dat aftekenen door de duikploegleider. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan een evaluatiegesprek over de inzet en na een traumatische ervaring indien nodig aan een nazorgtraject.
Niveau C (voorbeeld zijn)
Niveau D (binnen kaders)
Niveau D (uitvoeren)
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2).
Functienaam: centralist meldkamer
Beschrijving van de functie: De centralist meldkamer:
De centralist meldkamer neemt de melding aan, beoordeelt de melding en legt de melding vast. Dit doet hij conform de landelijk en regionaal geldende afspraken op classificatie en prioriteit. Indien noodzakelijk stelt hij de prioritering bij. Daarnaast geeft de centralist meldkamer de melder een handelingsperspectief.
De centralist meldkamer beoordeelt de melding en het inzetvoorstel en alarmeert de eenheden en functionarissen. Hij coördineert de uitruk- en inzetfase. De centralist meldkamer haalt pro actief relevante informatie en deelt dit met de (aanrijdende) eenheden en functionarissen en indien nodig met de andere (hulp) diensten.
Bij incidenten die niet passen in procedures en processen kan hij zelfstandig (gemotiveerd) afwijken van standaardprocedures en adequate beslissingen nemen.
Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).
Niveau C: voorbeeld zijn
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Weet wensen of behoeften van klanten of gebruikers te onderzoeken en hiernaar te handelen. Speelt in op de doelstellingen van doelgroepen en opdrachtgevers voor de langere termijn.
Niveau B: inleven
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Verricht werkzaamheden met een grote mate van accuratesse.
### Supplement e. Functie chauffeur
Functienaam: Chauffeur
Beschrijving van de functie: De chauffeur:
De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.
De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De chauffeur zorgt ervoor dat hij met het voertuig veilig, verantwoord, voorspelbaar en zo nodig vlot op de plaats van het incident aankomt. Hij plaatst het voertuig daar op de (aangegeven) opstelplaats en creëert een veilige situatie rondom het voertuig.
De chauffeur ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt er na terugkomst op de kazerne voor dat het voertuig weer uitruk gereed is. De chauffeur werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
### Werkzaamheden:
1 Daar waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
### Kerntaak 1:. Optreden als operationeel leider ROT
Als lid van het beleidsteam (BT) adviseert de commandant van dienst de burgemeester vanuit multidisciplinair perspectief over strategisch, politiek of bestuurlijk te nemen beslissingen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 2.1. Kerntaken
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de controleur brandpreventie vastgesteld.
Functienaam: Docent
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
Coachen en begeleiden van deelnemers in relatie tot studievoortgang, leerproces en leerproblematiek. Coachen en begeleiden van instructeurs bij hun taakuitoefening.
### Kerntaak 3:. begeleiden van toetsmomenten
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
De duikploegleider geeft leiding aan de technische uitvoering van de duikarbeid door een duikploeg. Als signaalhouder communiceert hij met de reddingsduiker te water met behulp van een seinlijn en communicatieapparatuur. Wanneer hij niet zelf signaalhouder is, communiceert hij met de signaalhouder. Hij bewaakt de duikdiepte, het luchtverbruik en de duiktijd van de duiker(s) (het duikschema). De duikploegleider schakelt indien nodig tussen scenario’s en maakt daarbij voor spoedeisende situaties een (nieuw) mentaal inzetplan en voor niet-spoedeisende situaties een (nieuw) schriftelijk werkplan. In een noodsituatie geeft hij leiding aan de uitvoering van de noodprocedure. De duikploegleider draagt het slachtoffer over aan de bevelvoerder van de tankautospuit. Hij organiseert de eerste medische hulp aan een duiker in nood. Hij stuurt het duikmedisch handelen aan. In gevallen waarbij acuut gevaar bestaat voor het milieu of voor de scheepvaart geeft de duikploegleider leiding aan het opsporen en bergen van objecten.
De duikploegleider geeft leiding aan een oppervlakteredding als deze wordt uitgevoerd door de duikploeg.
De duikploegleider leidt oefeningen van de duikploeg. Hij maakt voor oefeningen een schriftelijk werkplan en brieft de duikploeg. Tijdens oefeningen neemt hij het optreden van de duikploeg waar en geeft op een gepast moment feedback.
Niveau C (bijsturen)
Niveau C (overzicht houden)
Niveau D (nakomen)
De gaspakdrager werkt voor het ontsmetten samen met de basis ontsmettingseenheid (BOE). Hij draagt zorg voor een zorgvuldige behandeling en draagt bij aan de registratie van de door hem gebruikte middelen. Na afloop van de inzet neemt hij met de ploegleden deel aan de evaluatie van de inzet en na een traumatische ervaring aan een nazorggesprek.
Niveau C (voorbeeld zijn)
Niveau C (terugkoppelen)
Niveau D (uitvoeren)
Niveau D (kwaliteit bewaken)
Niveau D (volgen)
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Hoofdofficier van dienst (HOvD)
Beschrijving van de functie: De hoofdofficier van dienst:
De HOvD geeft als Taakcommandant Brandweer leiding aan brandweereenheden (pelotons) bij de bestrijding van het incident ter plaatse. Bij reguliere incidenten, geeft de Taakcommandant (afhankelijk van de situatie) sturing dan wel advies aan de Officier van Dienst (OvD) Brandweer ter plaatse. Bij grootschalige incidenten is de Taakcommandant (als Hoofd van de taakorganisatie Bron- en Emissiebestrijding, Grootschalige Redding of Grootschalige Ontsmetting) verantwoordelijk voor de bestrijding van het incident (in zijn inzetvak). Tevens kan de Taakcommandant plaatsnemen in het Commando Plaats Incident (CoPI).
De HOvD geeft als Algemeen Commandant Brandweerzorg leiding aan de totale brandweerinzet die de bron- en effectbestrijding uitvoert. Hij doet dit door leiding te geven aan het actiecentrum Brandweerzorg waarvan de samenstelling op basis van de incidenttypering kan variëren. Hij neemt vanaf GRIP 2 namens de brandweer deel aan het ROT en draagt bij aan het treffen van multidisciplinaire maatregelen in het effectgebied.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Functienaam: Instructeur
Beschrijving van de functie: De instructeur:
Voorbereiden, verzorgen en evalueren van activerend onderwijs afgestemd op het naar in werksituaties vereiste gedrag.
Begeleiden van deelnemers bij de uitvoering van leeractiviteiten.
Verzorgen van formatieve toetsen en uitvoeren van toetsmomenten als objectief beoordelaar.
### Werkzaamheden:
### Supplement m. Functie manager veiligheid
De manager veiligheid is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De manager veiligheid draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
De manager veiligheid geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
Voor de manager veiligheid is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Functienaam: Manschap
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid1Afhankelijk van de samenstelling van de brandweereenheid kunnen meerdere functies door een persoon worden uitgevoerd.. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
### Kerntaak 3:. bestrijden van het incident*
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De manschap verkent, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, methodisch en veilig het incident. Hij neemt, zo nodig, middelen mee ter ondersteuning. Hij meldt de bevindingen aan de bevelvoerder.
De manschap ruimt, al dan niet samen met leden van zijn eenheid, de materialen op. Hij zorgt, teruggekomen op de kazerne, ervoor dat de brandweereenheid weer uitruk gereed is. De manschap werkt mee aan nazorg, evaluatie en eventueel benodigde registratie.
### Supplement p. Functie medewerker brandpreventie
De medewerker brandpreventie voert (integrale brandveiligheids-) inspecties uit en rapporteert hierover.
### Kerntaak 1:. Adviseren bij standaard en niet-complexe plantoetsing
De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### Kerntaak 1:. Draagt bij aan het ontwikkelen van beleid op het gebied van opleiden en oefenen
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De oefencoördinator levert een bijdrage aan de beleidsvorming op het gebied van oefenen. Hij 1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.maakt daarbij gebruik van zijn kennis op het gebied van de oefenbehoefte, de leerpunten uit incidenten en de evaluatie van oefenactiviteiten.
De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Beschrijving van de functie: De officier van dienst:
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2).
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn team aan. Hij vertaalt de visie en het beleid van de organisatie naar gewenste resultaten en werkprocessen voor zijn team. Hiervoor is onder andere kennis van bedrijfsvoering op het gebied van organisatie, HR, ICT, financiën, inkoop en wet- en regelgeving nodig. Hij bewaakt het proces tijdens de werkuitvoering en stuurt bij als dat noodzakelijk is.
### Supplement w. Functie ploegchef
Beschrijving van de functie: De ploegchef:
In de competentiematrix wordt het verband tussen competenties en kerntaken weergegeven.
Er zijn drie typen competenties:
De commandant initieert en ontwikkelt mede de visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
1 Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
De specialist brandpreventie voert op locatie inspectie uit of laat deze uitvoeren en geeft een waardeoordeel in de vorm van een inspectierapport aan de vergunningverlener.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
### 3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
### Kerntaak 4:. adviseren en afstemmen
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie SOV wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Tactisch specialist. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.
De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2).
Niveau B: relaties leggen
Niveau B: contact onderhouden
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Formuleert heldere doelstellingen en resultaten en is er actief op gericht om deze te behalen.
Is zich ervan bewust dat het te leveren product moet voldoen aan gestelde eisen, normen en prioriteiten en handelt hiernaar. Legt verantwoording af voor het gerealiseerde kwaliteitsniveau. Streeft naar continue kwaliteitsverbetering.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De specialist risico’s en veiligheid vertaalt bevindingen op basis van zijn praktijkervaring naar beleidsvoorstellen op het gebied van risicobeheersing. Daarnaast levert de specialist risico’s en veiligheid input bij de totstandkoming van het regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Aanvullend heeft de specialist risico’s en veiligheid een rol bij implementatie en uitvoering.
De specialist risico’s en veiligheid genereert risico-informatie over het verzorgingsgebied als onderdeel van een cyclisch beleidsproces of in opdracht om uiteindelijk (eventueel ongevraagd) advies uit te brengen over de mate van beheersbaarheid van risico’s (inclusief het voorkomen van risico’s).
De specialist risico’s en veiligheid brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de mate van beheersbaarheid en verplichte en/of mogelijke beheersmaatregelen:
De specialist risico’s en veiligheid beoordeelt de veiligheidsmaatregelen (technisch en procedureel) van bedrijven. Hij doet dit onder andere in het kader van [BEVI](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016767), [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475), besluit bedrijfsbrandweren, complexe bouwvergunningen en de brandveiligheidsparagraaf in de milieuvergunning.
### Werkzaamheden
### Werkzaamheden
In samenwerking met een specialist uit de kernregio BRZO, het mede-uitvoeren van werkzaamheden in het kader van [BRZO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010475)1Gegeven het aantal BRZO bedrijven per regio, zal niet elke SRV deze werkzaamheden volledig zelfstandig uitvoeren. Wel dient de SRV kennis te hebben van de werkzaamheden en de vertaalslag weten te maken naar het eigen verzorgingsgebied.:
Werkzaamheden inzake het verstrekken van bouwvergunningen:
Toezicht op brandveiligheidparagraaf in de milieuvergunning (inspectie):
Actief relevante partners benaderen en uitleg geven over de noodzaak van aandacht voor fysieke veiligheid in de besluitvorming.
Afstemming binnen de eigen organisatie inzake concrete projecten en de hierover geformuleerde adviezen, vooral ten behoeve van operationele voorbereiding.
De strategisch manager geeft binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied richting aan de implementatie van het vastgestelde beleid binnen de regionale brandweerorganisatie. Hij treedt hierin sturen en bepalend op. Specifiek geeft hij hierin sturing aan de uitwerking van programma’s.
De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie.
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats.
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Beoordelingscriteria
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Beoordelingscriteria
Periodiek checkt de tactisch manager of de realisatie van plannen naar wens verloopt. Op basis van de uitkomsten beslist hij over het vervolg en vindt rapportage naar het strategisch management plaats. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De verkenner gevaarlijke stoffen selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze en trekt deze aan. Hij controleert de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking. De verkenner gevaarlijke stoffen ontvangt en registreert de meetopdracht en rukt met de meetploeg uit naar de opgegeven locatie.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Beschrijving van de functie: De voertuigbediener:
Niveau C: voorbeeld zijn
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Niveau D: reduceren
Maakt ideeën en meningen in begrijpelijke taal aan anderen mondeling duidelijk en weet aan te sluiten bij het publiek.
Niveau C: brede kaders
**Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.**
Niveau 2:
Niveau 1:
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
**Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 2:
**Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.**
Niveau 1:
Niveau 3:
Niveau 3:
**Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).**
Niveau 2:
Niveau 1:
**Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.**
Niveau 1:
**Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.**
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Beschrijving van de functie: De duikploegleider/duikmedisch begeleider:
## Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2022-09-13&g=2022-09-13) Regeling personeel veiligheidsregio’s
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 2 sub b Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 2:. Adviseren van de ACGZ
### Werkzaamheden:
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
### Werkzaamheden:
### Werkzaamheden:
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
### Werkzaamheden:
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 2 sub f Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
### G5:. Voortgangsbewaking
**Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.**
### G6:. Mondelinge/schriftelijke communicatie
**Gegevens en mogelijke alternatieve handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot realistische beoordelingen komen.**
### G16:. Stressbestendigheid
**Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.**
Niveau: 1
Niveau: 6
### Niveauduiding organisatie/proces competenties
Is en houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen mbt de GHOR-ketenorganisaties en de primaire processen in het algemeen en die van het eigen beroepsdomein in het bijzonder. Kent de relevante sleutelfiguren in zijn beroepsdomein.
### Niveauduiding vaktechnische competenties
Niveau: Op detailniveau.
## Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2022-09-13&g=2022-09-13) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 2.1. Kerntaken en taakgebieden
De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor besluiten tot en het uitvoeren van de grootschalige alarmering.
### 4.1. Competenties
### 1.1 Algemene informatie
Functienaam: evaluator multidisciplinair oefenen
### 4.1. Competenties
### Supplement c. Informatiemanager commando plaats incident (CoPI)
De informatiemanager CoPI is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI.
### 4.1. Competenties
De informatiemanager ROT is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.
De leider CoPI is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers.
Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).
De Procesmanager Multidisciplinair Oefenen is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.
Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).
### 4.1. Competenties
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Functienaam: Medewerker brandpreventie/Medewerker brandveiligheid
Voor elke functie zijn er specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix hieronder worden deze benoemd voor de functie MB, in relatie tot de kerntaken. In de bijlage Competentiewoordenboek brandweerfuncties op (v)mbo-niveau is beschreven welke betekenis de niveaus uit de competentiematrix hebben.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.
De medewerker operationele voorbereiding draagt zorg voor de controle van bluswatervoorzieningen (o.a. brandkranen), zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over actuele wijzigingen in de infrastructuur in het verzorgingsgebied (bijvoorbeeld in de vorm van bereikbaarheid- en aanvalskaarten) en zoekt en verstrekt informatie aan de repressieve dienst over objecten, zoals de bereikbaarheid van veiligheidsvoorzieningen in objecten.
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).
De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.
De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker opleiden en oefenen vastgesteld.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De medewerker opleiden en oefenen:
### Beoordelingscriteria
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Op basis van de gegevens die de MPL van de AGS en de meetploegen krijgt, analyseert en beoordeelt de MPL de mogelijke gevolgen van een incident voor de omgeving. Analytisch vermogen is hierbij van belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Informeert en draagt advies voortvloeiend uit kerntaak 2 over aan hoofd stafsectie brandweer en AGS.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De oefencoördinator zorgt ervoor dat het oefenprogramma daadwerkelijk uitgevoerd wordt.
De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.
De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.
Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.
Bij multidisciplinair optreden vertegenwoordigt de OvD de brandweer in het CoPI in de rol van Taakcommandant Brandweer (deze rol wordt in opgeschaalde situaties door de Hoofd Officier van Dienst (HOvD) ingevuld). Draagt bij aan het totaalbeeld door multidisciplinair relevante aspecten uit de monodisciplinaire inzet in te brengen. Stemt af met de multipartners en draagt bij aan het teamresultaat. Vertaalt de multidisciplinaire besluiten uit het CoPI naar monodisciplinaire acties.
Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.
De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.
Functienaam: operationeel manager (OM)
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn team aan. Hij vertaalt de visie en het beleid van de organisatie naar gewenste resultaten en werkprocessen voor zijn team. Hiervoor is onder andere kennis van bedrijfsvoering op het gebied van organisatie, HR, ICT, financiën, inkoop en wet- en regelgeving nodig. Hij bewaakt het proces tijdens de werkuitvoering en stuurt bij als dat noodzakelijk is.
De operationeel manager is werkzaam in een branche die zich kenmerkt door een grote diversiteit aan actoren. Denk hier bij aan interne collega’s, (keten)partners en burgers. Hij onderhoudt contacten met al deze actoren op de voor hem relevante niveaus en heeft daarnaast kennis van het bestuurlijk krachtenveld. In de organisatie is hij de schakel tussen de tactische en de meer praktische werklaag. Hij zit met beide groepen aan tafel en stemt zijn communicatie af op zijn gesprekspartners.
Niveau B (formuleert resultaten)
### Bijlage A. behorende bij [artikel 1 lid 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2023-04-25&g=2023-04-25) Regeling personeel veiligheidsregio’s
De commandant adviseert het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio en de lokale besturen gevraagd en ongevraagd over brandweeraangelegenheden. Daarbij ondersteunt hij het (algemeen) bestuur van de veiligheidsregio over strategische en bestuurlijke kwesties, inspelend op maatschappelijke, politieke en landelijke ontwikkelingen.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
Beschrijving van de functie: De specialist brandpreventie/specialist brandveiligheid (SB):
De SB vertaalt bevindingen op basis van praktijkervaringen en onderzoeksresultaten naar beleidsvoorstellen op het gebied van brandveiligheid. Daarnaast levert hij input voor de totstandkoming van landelijk, regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid. Hierbij is hij proactief ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Hij is ‘aanjager’ en neemt zelfstandig het initiatief om te komen tot beleidsvoorstellen. Daarnaast heeft de SB een rol bij de implementatie en de uitvoering van dit beleid.
De SB stimuleert het brandveiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor brandveiligheid, zowel binnen als buiten de eigen organisatie. Ook stemt hij zaken op het gebied van brandveiligheid af met interne en externe partijen en wisselt deze uit. Daarnaast behoort het organiseren van voorlichting over brandveiligheid, buiten en binnen de organisatie, tot zijn taken. Ook levert hij in sommige gevallen zelf een bijdrage aan voorlichting over brandveiligheid, binnen en buiten de organisatie.
De SB brengt onderbouwd advies uit over complexe brandveiligheidsrisico’s en maatregelen in de planfase, houdt toezicht op de naleving van brandveiligheid en adviseert over handhaving in de uitvoerings- en gebruiksfase. Het advies is bestemd voor:
Functienaam: Specialist operationele voorbereiding (SOV)
Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie SOV wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Tactisch specialist. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.
Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en in gebruik nemen van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.
Bouwt een netwerk van (in)formele contacten op dat voor de organisatie functioneel is of kan worden.
Niveau C: brede kaders
Is zich ervan bewust dat het te leveren product moet voldoen aan gestelde eisen, normen en prioriteiten en handelt hiernaar. Legt verantwoording af voor het gerealiseerde kwaliteitsniveau. Streeft naar continue kwaliteitsverbetering.
Functienaam: specialist risico en veiligheid/specialist ruimtelijke veiligheid
De SRV ontwikkelt beleidsvoorstellen op het gebied van omgevingsveiligheid. Daarnaast levert hij input voor de totstandkoming van landelijk, regionaal en/of gemeentelijk integraal veiligheidsbeleid en het regionaal risicoprofiel. Hierbij is hij proactief ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Hij neemt zelfstandig het initiatief om te komen tot beleidsvoorstellen. Daarnaast heeft de SRV een rol bij de implementatie en de uitvoering van dit beleid.
De strategisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg en de inzet van middelen van het organisatieonderdeel/werkgebied. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken en de inzet van middelen waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld.
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen.
De tactisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de brandweerorganisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
### Vereiste competenties en niveaus van functioneren
### Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en situationeel leidinggeven aan operationele managers/vakspecialisten/projectleiders
Functie zoals genoemd in [artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2)
De verkenner gevaarlijke stoffen selecteert de persoonlijke beschermingsmiddelen, controleert deze en trekt deze aan. Hij controleert de inventaris van de WVD-koffer op compleetheid en werking. De verkenner gevaarlijke stoffen ontvangt en registreert de meetopdracht en rukt met de meetploeg uit naar de opgegeven locatie.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
De voertuigbediener maakt het voertuig inzetgereed en houdt het operationeel.
**Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.**
Niveau 3:
Niveau 1:
Niveau 3:
**Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.**
Overdrachtsniveau (2):
Niveau 1:
**Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.**
Niveau 2:
Niveau 1:
Niveau 3:
Niveau 3:
## Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2023-04-25&g=2023-04-25) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### Bijlage B. behorende bij [artikel 1 lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2023-04-25&g=2023-04-25) Regeling personeel veiligheidsregio’s
### 1.1. Algemene informatie
### Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
Functienaam: hoofd ondersteuning geneeskundige zorg (HON)
### Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
### Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident
## Bijlage C. behorende bij [artikel 1 lid 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027840&artikel=1&z=2023-04-25&g=2023-04-25) Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in [artikel 2 lid 3, sub a van het Besluit personeel veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027841&artikel=2).
### 1.1. Algemene informatie
De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het besluiten tot en uitvoeren van de grootschalige alarmering.
De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie.
Het (laten) afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).
Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.
### 4.1. Competenties
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2010-10-01
Regeling personeel veiligheidsregio’s
original version
Tekst op deze datum