Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 31 oktober 2011, nr. IENM/BSK-IENM/BSK-2011/145875, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
23 versions
· 2023-04-01
2023-04-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 1, 2
2020-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-02-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-05-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-03-15
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2016-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-04-10
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
Wijzigingen op 2015-04-10
@@ -26,13 +26,13 @@
##### Artikel 2
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), onderdeel B, subonderdeel III, Drogerende stoffen, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10).
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), onderdeel B, subonderdeel III, Drogerende stoffen, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
##### Artikel 3
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01) kunnen blijken uit:
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-04-10&g=2015-04-10) kunnen blijken uit:
- a. eigen waarneming en gegevens afkomstig van de politie;
@@ -40,7 +40,7 @@
- c. door de politie nagetrokken gegevens uit andere bron.
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-04-10&g=2015-04-10) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
- a. gegevens door de directeur verkregen in het kader van aanvragen van verklaringen van geschiktheid als bedoeld in [artikel 97 van het Reglement rijbewijzen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008074&artikel=97);
@@ -48,11 +48,11 @@
- c. gegevens, door de directeur uit andere bron verkregen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake [bijlage 1, onder IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2015-04-10&g=2015-04-10), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake [bijlage 1, onder IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
##### Artikel 4
1. De mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) kan schriftelijk worden gedaan volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01), of op andere wijze, mits daarbij dezelfde gegevens als in dat model worden vermeld. Hieronder wordt tevens verstaan aanlevering via geautomatiseerde systemen, dan wel via digitale gegevensdragers.
1. De mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) kan schriftelijk worden gedaan volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=2&z=2015-04-10&g=2015-04-10), of op andere wijze, mits daarbij dezelfde gegevens als in dat model worden vermeld. Hieronder wordt tevens verstaan aanlevering via geautomatiseerde systemen, dan wel via digitale gegevensdragers.
2. De in [artikel 130, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) bedoelde toezending aan het CBR van een ingevorderd rijbewijs geschiedt bij aangetekende brief.
@@ -60,7 +60,7 @@
##### Artikel 5
1. Een vordering tot overgifte van het rijbewijs, bedoeld in [artikel 130, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) geschiedt in de volgende gevallen:
Een vordering tot overgifte van het rijbewijs, bedoeld in [artikel 130, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) geschiedt in de volgende gevallen:
- a. betrokkene heeft een motorrijtuig bestuurd onder invloed van drogerende stoffen, andere dan alcohol;
@@ -80,27 +80,23 @@
- i. betrokkene is bewust ingereden op een andere weggebruiker;
- j. bij betrokkene wordt als bestuurder van een motorrijtuig een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰;
- k. bij betrokkene wordt, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰;
- l. betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), tenzij de constatering heeft plaatsgevonden ten aanzien van een bestuurder van een motorrijtuig van de categorie AM;
- m. ten aanzien van betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij de laatste overtreding moet zijn begaan als houder van een rijbewijs;
- n. betrokkene heeft twee maal als beginnende bestuurder een of meer van de in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel voor deze feiten is tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) uitgevaardigd;
- j. bij betrokkene wordt als bestuurder van een motorrijtuig een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰;
- k. bij betrokkene wordt, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰;
- l. vervallen;
- m. ten aanzien van betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste drie maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij de laatste overtreding moet zijn begaan als houder van een rijbewijs;
- n. betrokkene heeft twee maal als beginnende bestuurder een of meer van de in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel voor deze feiten is tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) uitgevaardigd;
- o. ten aanzien van betrokkene is tijdens de duur van het alcoholslotprogramma proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, derde juncto vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8) of [artikel 9, negende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=9);
- p. betrokkene, die voor zijn achttiende verjaardag in het kader van begeleid rijden een rijbewijs voor de categorie B heeft behaald, heeft in de periode tot zijn achttiende verjaardag een motorrijtuig bestuurd zonder een op de begeleiderspas geregistreerde begeleider, dan wel met een begeleider van wie hij weet dat deze onder zodanige invloed verkeert van een stof, waarvan het gebruik - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat deze niet tot behoorlijk begeleiden in staat moet worden geacht.
2. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, vindt geen vordering tot overgifte plaats, indien de constatering heeft plaatsgevonden ten aanzien van een bestuurder van een motorrijtuig van de categorie AM en het een adem- of bloedalcoholgehalte betreft dat gelijk is aan dan wel hoger is dan 570 µg/l respectievelijk 1,3‰, maar lager dan 785 µg/l respectievelijk 1,8‰.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, vindt geen vordering tot overgifte plaats, indien de constatering heeft plaatsgevonden ten aanzien van een bestuurder van een motorrijtuig van de categorie AM en het een adem- of bloedalcoholgehalte betreft dat gelijk is aan dan wel hoger is dan 435 µg/l respectievelijk 1,0‰, maar lager dan 785 µg/l respectievelijk 1,8‰.
##### Artikel 6
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2015-01-01&g=2015-01-01), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd, het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b) of het CBR op grond van [artikel 23, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), afziet van het opleggen van een onderzoek.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2015-04-10&g=2015-04-10), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd, het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b) of het CBR op grond van [artikel 23, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-04-10&g=2015-04-10), afziet van het opleggen van een onderzoek.
#### § 3. Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer
@@ -194,19 +190,17 @@
1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:
- a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰, maar lager is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰;
- b. bij betrokkene in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8‰, maar lager is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰;
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste twee maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet, waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder,
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- e. betrokkene op grond van [artikel 18, eerste lid, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor het alcoholslotprogramma en aan hem de afgelopen vijf jaar niet eerder een educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd;
- f. betrokkene op grond van [artikel 18, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor het alcoholslotprogramma en aan hem de afgelopen vijf jaar niet eerder een educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2015-01-01&g=2015-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰, maar lager is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰, of indien betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8);
- b. bij betrokkene in de hoedanigheid van beginnende bestuurder een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8‰, maar lager is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰, of indien betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8);
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste twee maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid;
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-04-10&g=2015-04-10), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- e. betrokkene weigert mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8).
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2015-04-10&g=2015-04-10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12
@@ -246,7 +240,7 @@
1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder A, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), Rijgedrag;
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder A, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), Rijgedrag;
- b. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;
@@ -254,11 +248,11 @@
- d. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden,.
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
3. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2015-01-01&g=2015-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-04-10&g=2015-04-10), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
3. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2015-04-10&g=2015-04-10) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15
@@ -286,63 +280,17 @@
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van de maatregel, die € 708,– bedragen.
2. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2015-04-10&g=2015-04-10), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 6. Alcoholslotprogramma
##### Artikel 17
1. Het CBR besluit dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan het alcoholslotprogramma indien:
- a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰, maar lager is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰;
- b. bij betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰, maar lager is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰;
- c. betrokkene heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8);
- d. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste drie maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in dat artikel;
- e. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdelen a, d of h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- f. betrokkene op grond van [artikel 12, onderdelen a, c of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer, of
- g. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, tenzij oplegging van dit onderzoek heeft plaatsgevonden op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdelen b, onder I, of c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
2. In afwijking van [artikel 18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2015-01-01&g=2015-01-01), komt betrokkene in aanmerking voor oplegging van het alcoholslotprogramma indien:
- a. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=7&z=2015-01-01&g=2015-01-01) deelname aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel b, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan;
- b. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2015-01-01&g=2015-01-01) deelname aan een educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan.
Vervallen
##### Artikel 18
1. Betrokkene komt niet in aanmerking voor het alcoholslotprogramma indien:
- a. hij de afgelopen vijf jaar aan het alcoholslotprogramma heeft deelgenomen, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), opgelegde onderzoek;
- b. hij zich de afgelopen vijf jaar heeft moeten onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), opgelegde onderzoek;
- c. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt;
- d. dat het bij de politie bekend is dat hij regelmatig drogerende stoffen, anders dan alcohol, gebruikt;
- e. hij uitsluitend de beschikking had over een rijbewijs voor de categorieën A1, A2 of A, het rijbewijs voor de categorie AM niet meegerekend;
- f. hij beschikt over een door het daartoe bevoegde gezag in Nederland afgegeven rijbewijs, maar op het moment van het nemen van het besluit, bedoeld in [artikel 131, eerste lid, onderdeel b, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) niet in Nederland woonachtig is;
- g. de overtreding waarop de mededeling is gebaseerd, is begaan als bestuurder van een motorrijtuig van de categorie AM;
- h. naar het oordeel van het CBR is aangetoond dat betrokkene op het tijdstip van het nemen van het besluit dan wel het nemen van de beslissing op bezwaar voor zijn inkomen afhankelijk was van het rijbewijs voor een of meer van de categorieën C1, C, D1 of D.
2. De in het eerste lid, onderdeel h, bedoelde inkomensafhankelijkheid kan in ieder geval worden aangetoond door:
- a. een of meer werkgeversverklaringen,
- b. loonstrookjes,
- c. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, dat niet ouder is dan vier weken en waaruit blijkt dat betrokkene ingeschreven was op het in het eerste lid, onderdeel h, bedoelde tijdstip, of
- d. opdrachten waaruit blijkt dat betrokkene voor het inkomen van dat rijbewijs afhankelijk is.
Vervallen
##### Artikel 19
@@ -392,7 +340,7 @@
- a. hij de kosten, bedoeld in [artikel 132c, zesde en zevende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132c) niet, niet binnen de gestelde termijn of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2015-01-01&g=2015-01-01), genoemde gevallen;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2015-04-10&g=2015-04-10), genoemde gevallen;
- c. hij niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken in het kader van het alcoholslotprogramma zonder dat daarvoor tijdig een geldige reden van verhindering is opgegeven;
@@ -464,51 +412,33 @@
1. Het CBR besluit dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid, bedoeld in [artikel 131, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) indien:
- a. bij betrokkene, al dan niet in hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰;
- b. betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer op grond van:
- I. [artikel 8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- II,. [artikel 8, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- III. [artikel 8, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- IV. [artikel 8, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01) of
- V. [artikel 8, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- c. betrokkene niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer op grond van:
- I. [artikel 12, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- II,. [artikel 12, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- III. [artikel 12, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01),
- IV. [artikel 12, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01) of
- V. [artikel 12, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-01-01&g=2015-01-01);
- d. betrokkene op grond van [artikel 18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor een alcoholslotprogramma, tenzij [artikel 11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van toepassing is.
2. Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien betrokkene op grond van artikel 15, onderdeel d, niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
- a. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰;
- b. bij betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰;
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste drie maal proces-verbaal is opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in dat artikel;
- d. betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, op grond van een of meer van de in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2015-04-10&g=2015-04-10) genoemde onderdelen a, b, d, e, f, g, h of i.
- e. betrokkene op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2015-04-10&g=2015-04-10) niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer.
2. Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2015-04-10&g=2015-04-10), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
3. Het CBR besluit ten slotte dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid dan wel geschiktheid:
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen ‘Alcohol’, alsmede
- b. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Het CBR kan, voor zover het een onderzoek naar de rijvaardigheid betreft, afzien van het opleggen van het in het tweede of het derde lid bedoelde onderzoek, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen ‘Alcohol’, alsmede
- b. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2015-04-10&g=2015-04-10), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Het CBR kan, voor zover het een onderzoek naar de rijvaardigheid betreft, afzien van het opleggen van het in het tweede of het derde lid bedoelde onderzoek, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
##### Artikel 24
Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid indien hij:
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2015-01-01&g=2015-01-01), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2015-04-10&g=2015-04-10), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- b. niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven.
@@ -516,9 +446,9 @@
1. De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder:
- a. in de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde gevallen, en
- b. in de in [artikel 23, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), Andere drogerende stoffen.
- a. in de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-04-10&g=2015-04-10), bedoelde gevallen, en
- b. in de in [artikel 23, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2015-04-10&g=2015-04-10), bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), Andere drogerende stoffen.
2. De in het eerste lid bedoelde kosten worden onderscheiden in:
@@ -526,7 +456,7 @@
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van die maatregel, die € 726,– bedragen.
3. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2015-04-10&g=2015-04-10), is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden voor de verhindering is opgegeven, bedragen de kosten van uitvoering € 517,–. Het verschil tussen het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, en het in dit lid bedoelde bedrag wordt door het CBR terugbetaald aan degene die het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde bedrag heeft betaald.
@@ -556,7 +486,7 @@
##### Artikel 29
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de [artikelen I, onderdelen A, E tot en met DD, en GG tot en met PP](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027867&artikel=I), en [II tot en met VIII, van de wet van 4 juni 2010 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanpassing van de vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027867&artikel=II) (Stb. 259) in werking treden.
Vervallen
##### Artikel 30
@@ -580,7 +510,7 @@
### IV. Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens
In de hoedanigheid van beginnende bestuurder, onverminderd het overigens in deze bijlage bepaalde, twee maal een of meer van de navolgende feiten hebben begaan waarvoor hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2015-01-01&g=2015-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk is veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel indien voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) is uitgevaardigd:
In de hoedanigheid van beginnende bestuurder, onverminderd het overigens in deze bijlage bepaalde, twee maal een of meer van de navolgende feiten hebben begaan waarvoor hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2015-04-10&g=2015-04-10), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk is veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel indien voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) is uitgevaardigd:
### B. Geschiktheid
2015-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2014-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 3012,
2014-04-24
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2014-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2013-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — art. 2280
2012-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2012-08-29
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2012-06-06
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2011-12-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 130, 1
2011-11-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — versión o
original version
Tekst op deze datum