Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 31 oktober 2011, nr. IENM/BSK-IENM/BSK-2011/145875, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
23 versions
· 2023-04-01
2023-04-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 1, 2
2020-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-02-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-05-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-03-15
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
Wijzigingen op 2017-01-01
@@ -26,13 +26,13 @@
##### Artikel 2
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01).
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), onderdeel B, subonderdeel III, Drogerende stoffen, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage.
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onderdeel B, subonderdeel III, Drogerende stoffen, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
##### Artikel 3
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) kunnen blijken uit:
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kunnen blijken uit:
- a. eigen waarneming en gegevens afkomstig van de politie;
@@ -40,7 +40,7 @@
- c. door de politie nagetrokken gegevens uit andere bron.
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
- a. gegevens door de directeur verkregen in het kader van aanvragen van verklaringen van geschiktheid als bedoeld in [artikel 97 van het Reglement rijbewijzen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008074&artikel=97);
@@ -48,7 +48,7 @@
- c. gegevens, door de directeur uit andere bron verkregen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2016-01-01&g=2016-01-01), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake [bijlage 1, onder IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake bijlage 1, onder IV, dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
##### Artikel 4
@@ -88,7 +88,7 @@
- m. ten aanzien van betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste drie maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij de laatste overtreding moet zijn begaan als houder van een rijbewijs;
- n. betrokkene heeft twee maal als beginnende bestuurder een of meer van de in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel voor deze feiten is tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) uitgevaardigd;
- n. betrokkene heeft twee maal als beginnende bestuurder een of meer van de in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel voor deze feiten is tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) uitgevaardigd;
- o. ten aanzien van betrokkene is tijdens de duur van het alcoholslotprogramma proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, derde juncto vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8) of [artikel 9, negende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=9);
@@ -96,7 +96,7 @@
##### Artikel 6
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2016-01-01&g=2016-01-01), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd, het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b) of het CBR op grond van [artikel 23, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2016-01-01&g=2016-01-01), afziet van het opleggen van een onderzoek.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2017-01-01&g=2017-01-01), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd, het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b) of het CBR op grond van [artikel 23, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), afziet van het opleggen van een onderzoek.
#### § 3. Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer
@@ -192,13 +192,13 @@
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste twee maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede of derde lid;
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2016-01-01&g=2016-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- e. betrokkene weigert mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8);
- f. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2016-01-01&g=2016-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2016-01-01&g=2016-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- f. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12
@@ -232,7 +232,7 @@
1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01);
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag;
- b. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets of een rijbewijsplichtige landbouw- of bosbouwtrekker of een rijbewijsplichtig motorrijtuig met beperkte snelheid een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;
@@ -240,11 +240,11 @@
- d. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden;
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2016-01-01&g=2016-01-01), opgelegde onderzoek of van het ingevolge het derde lid, onderdeel a, opgelegde onderzoek, voor zover dit onderzoek is gebaseerd op [bijlage 1, onder A, onderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
3. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2016-01-01&g=2016-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), opgelegde onderzoek of van het ingevolge het derde lid, onderdeel a, opgelegde onderzoek, voor zover dit onderzoek is gebaseerd op bijlage 1, onder A, onderdeel IV, geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
3. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2017-01-01&g=2017-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15
@@ -266,7 +266,7 @@
##### Artikel 16
[Artikel 13, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2016-01-01&g=2016-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 13, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2017-01-01&g=2017-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 6. Alcoholslotprogramma
@@ -326,7 +326,7 @@
- a. hij de kosten, bedoeld in [artikel 132c, zesde en zevende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132c) niet, niet binnen de gestelde termijn of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2016-01-01&g=2016-01-01), genoemde gevallen;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2017-01-01&g=2017-01-01), genoemde gevallen;
- c. hij niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken in het kader van het alcoholslotprogramma zonder dat daarvoor tijdig een geldige reden van verhindering is opgegeven;
@@ -396,43 +396,49 @@
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste drie maal proces-verbaal is opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in dat artikel;
- d. betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, op grond van een of meer van de in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2016-01-01&g=2016-01-01) genoemde onderdelen a, b, d, e, f, g, h of i.
- e. betrokkene op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2016-01-01&g=2016-01-01) niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer.
2. Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2016-01-01&g=2016-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
- d. betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, op grond van een of meer van de in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2017-01-01&g=2017-01-01) genoemde onderdelen a, b, d, e, f, g, h of i.
- e. betrokkene op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- f. er sprake is van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling horende bijlage onder B, onderdeel III, Drogerende Stoffen, Andere drogerende stoffen.
2. Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien:
- a. betrokkene op grond van [artikel 15, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer, of
- b. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens.
3. Het CBR besluit ten slotte dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid dan wel geschiktheid:
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen ‘Alcohol’, alsmede
- b. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2016-01-01&g=2016-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Het CBR kan, voor zover het een onderzoek naar de rijvaardigheid betreft, afzien van het opleggen van het in het tweede of het derde lid bedoelde onderzoek, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in [bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder A, onderdelen I, Vaardigheid in het omgaan met het motorrijtuig, of II. Bedrevenheid in het deelnemen aan het verkeer;
- b. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder B, onderdelen I en II, of
- c. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Het CBR kan, voor zover het een onderzoek naar de rijvaardigheid betreft, afzien van het opleggen van het in het tweede of het derde lid bedoelde onderzoek, indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130), is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.
##### Artikel 24
Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid indien hij:
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2016-01-01&g=2016-01-01), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2017-01-01&g=2017-01-01), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- b. niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven.
##### Artikel 25
1. De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder:
- a. in de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2016-01-01&g=2016-01-01), bedoelde gevallen, en
- b. in de in [artikel 23, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2016-01-01&g=2016-01-01), bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), onder B, onderdeel III, Andere drogerende stoffen.
2. De kosten worden betaald binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van het onderzoek aan betrokkene is bekendgemaakt, op de wijze zoals vermeld bij dat besluit.
3. Indien betrokkene zich in een zodanige financiële situatie bevindt dat betaling binnen de termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd.
4. Het CBR brengt kosten in rekening indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. In dat geval wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.
1. De kosten verbonden aan de oplegging en de kosten verbonden aan de uitvoering van een onderzoek naar de rijvaardigheid of de geschiktheid komen in de in [artikel 23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde gevallen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder.
2. De kosten van oplegging van de in [artikel 23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder. De kosten van uitvoering van de in artikel 23, derde lid, bedoelde onderzoeken komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder, voor zover het de kosten van het onderzoek zelf betreft.
3. De kosten worden betaald binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van het onderzoek aan betrokkene is bekendgemaakt, op de wijze zoals vermeld bij dat besluit.
4. Indien betrokkene zich in een zodanige financiële situatie bevindt dat betaling van de uitvoeringskosten binnen de daarvoor gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk is, kan de in het tweede lid bedoelde termijn worden verlengd. Geen betalingsregeling is mogelijk voor de uitvoeringskosten van de in [artikel 23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2017-01-01&g=2017-01-01), bedoelde onderzoeken.
5. Het CBR brengt kosten in rekening indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven. Indien de in het eerste lid bedoelde kosten reeds zijn betaald, wordt het verschil tussen de kosten voor het bedoelde onderzoek en de kosten vanwege het niet verschijnen door het CBR terugbetaald aan degene die de in het eerste lid bedoelde kosten heeft betaald.
##### Artikel 26
@@ -464,7 +470,7 @@
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
## Bijlage 1. bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
## Bijlage. bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
Feiten dan wel omstandigheden, die een vermoeden rechtvaardigen dat betrokkene niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven, dan wel, met uitzondering van de categorie AM, over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven:
@@ -482,7 +488,7 @@
### IV. Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens
In de hoedanigheid van beginnende bestuurder, onverminderd het overigens in deze bijlage bepaalde, twee maal een of meer van de navolgende feiten hebben begaan waarvoor hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk is veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel indien voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) is uitgevaardigd:
In de hoedanigheid van beginnende bestuurder, onverminderd het overigens in deze bijlage bepaalde, twee maal een of meer van de navolgende feiten hebben begaan waarvoor hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2017-01-01&g=2017-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk is veroordeeld, tenzij voor het feit in eerste instantie een strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257b) is uitgevaardigd, dan wel indien voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in [artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=257a) is uitgevaardigd:
### B. Geschiktheid
2016-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-04-10
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2014-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 3012,
2014-04-24
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2014-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2013-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — art. 2280
2012-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2012-08-29
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2012-06-06
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2011-12-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 130, 1
2011-11-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — versión o
original version
Tekst op deze datum