Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 31 oktober 2011, nr. IENM/BSK-IENM/BSK-2011/145875, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
23 versions
· 2023-04-01
2023-04-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 1, 2
2020-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-02-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2020-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-05-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-03-15
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2018-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2017-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2016-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-07-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-04-10
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2015-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011
2014-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 3012,
2014-04-24
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2014-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
Wijzigingen op 2014-01-01
@@ -26,13 +26,13 @@
##### Artikel 2
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), ‘Drogerende stoffen Alcohol’, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
1. Een vermoeden als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
2. Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), ‘Drogerende stoffen Alcohol’, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.
##### Artikel 3
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kunnen blijken uit:
1. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) kunnen blijken uit:
- a. eigen waarneming en gegevens afkomstig van de politie;
@@ -40,7 +40,7 @@
- c. door de politie nagetrokken gegevens uit andere bron.
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
2. Feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01) kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:
- a. gegevens door de directeur verkregen in het kader van aanvragen van verklaringen van geschiktheid als bedoeld in [artikel 97 van het Reglement rijbewijzen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008074&artikel=97);
@@ -48,11 +48,11 @@
- c. gegevens, door de directeur uit andere bron verkregen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake [bijlage 1, onder IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
3. Het meest recente feit, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake [bijlage 1, onder IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.
##### Artikel 4
1. De mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) kan schriftelijk worden gedaan volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), of op andere wijze, mits daarbij dezelfde gegevens als in dat model worden vermeld. Hieronder wordt tevens verstaan aanlevering via geautomatiseerde systemen, dan wel via digitale gegevensdragers.
1. De mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) kan schriftelijk worden gedaan volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01), of op andere wijze, mits daarbij dezelfde gegevens als in dat model worden vermeld. Hieronder wordt tevens verstaan aanlevering via geautomatiseerde systemen, dan wel via digitale gegevensdragers.
2. De in [artikel 130, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) bedoelde toezending aan het CBR van een ingevorderd rijbewijs geschiedt bij aangetekende brief.
@@ -88,7 +88,7 @@
- m. ten aanzien van betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij de laatste overtreding moet zijn begaan als houder van een rijbewijs;
- n. betrokkene heeft drie maal als beginnende bestuurder een of meer van de in [bijlage 1, onderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, dan wel is voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijke strafbeschikking uitgevaardigd;
- n. betrokkene heeft drie maal als beginnende bestuurder een of meer van de in [bijlage 1, onderdeel IV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), opgenomen feiten begaan en voor deze feiten is hij tijdens of na de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=1&artikel=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), onder beginnende bestuurder, genoemde termijn onherroepelijk veroordeeld, dan wel is voor deze feiten tijdens of na die termijn ten aanzien van hem een onherroepelijke strafbeschikking uitgevaardigd;
- o. ten aanzien van betrokkene is tijdens de duur van het alcoholslotprogramma proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, derde juncto vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8) of [artikel 9, negende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=9);
@@ -100,7 +100,7 @@
##### Artikel 6
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2013-01-01&g=2013-01-01), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd of het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b).
In de gevallen, bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=2&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01), schorst het CBR overeenkomstig [artikel 131, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=131) de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd of het rijbewijs ongeldig wordt verklaard op grond van [artikel 132b, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132b).
#### § 3. Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer
@@ -182,9 +182,9 @@
1. De ten laste van betrokkene komende kosten verbonden aan het opleggen van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer worden onderscheiden in:
- a. kosten van het opleggen van de maatregel, die € 306,– bedragen en
- b. kosten van de uitvoering van de maatregel, die € 195,– bedragen.
- a. kosten van het opleggen van de maatregel, die € 318,– bedragen en
- b. kosten van de uitvoering van de maatregel, die € 208,– bedragen.
2. Alle in het eerste lid bedoelde kosten worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven bij die bekendmaking.
@@ -200,11 +200,11 @@
- c. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste twee maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet, waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel hoger is dan 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder,
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- e. betrokkene op grond van artikel 18, onderdeel g, niet in aanmerking komt voor het alcoholslotprogramma en er niet eerder een mededeling als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is uitgebracht ten aanzien van de betrokken rijbewijshouder, gebaseerd dan wel mede gebaseerd op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), onderdeel B, subonderdeel III, bij deze Regeling, die heeft geleid tot het opleggen van een educatieve maatregel alcohol en verkeer.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- d. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- e. betrokkene op grond van artikel 18, onderdeel g, niet in aanmerking komt voor het alcoholslotprogramma en er niet eerder een mededeling als bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is uitgebracht ten aanzien van de betrokken rijbewijshouder, gebaseerd dan wel mede gebaseerd op [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), onderdeel B, subonderdeel III, bij deze Regeling, die heeft geleid tot het opleggen van een educatieve maatregel alcohol en verkeer.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2014-01-01&g=2014-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12
@@ -230,9 +230,9 @@
1. De ten laste van betrokkene komende kosten verbonden aan het opleggen van de educatieve maatregel alcohol en verkeer worden onderscheiden in:
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van de maatregel, die € 306,– bedragen en
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van de maatregel, die € 492,– bedragen.
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van de maatregel, die € 318,– bedragen en
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van de maatregel, die € 522,– bedragen.
2. Alle in het eerste lid bedoelde kosten worden betaald binnen tien weken nadat het besluit tot oplegging van de educatieve maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven bij die bekendmaking.
@@ -244,7 +244,7 @@
1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder A, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), Rijgedrag;
- a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1, onder A, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), Rijgedrag;
- b. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom;
@@ -252,9 +252,9 @@
- d. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 kilometer of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden,.
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2013-01-01&g=2013-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
- e. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
2. [Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=9&z=2014-01-01&g=2014-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 15
@@ -278,11 +278,11 @@
1. De ten laste van betrokkene komende kosten verbonden aan het opleggen van de educatieve maatregel gedrag en verkeer worden onderscheiden in:
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van de maatregel, die € 306,– bedragen en
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van de maatregel, die € 648,– bedragen.
2. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van de maatregel, die € 318,– bedragen en
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van de maatregel, die € 684,– bedragen.
2. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### § 6. Alcoholslotprogramma
@@ -298,25 +298,25 @@
- d. ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste drie maal proces-verbaal opgemaakt op verdenking van overtreding van [artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=8), waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in dat artikel;
- e. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdelen a, d of h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- f. betrokkene op grond van [artikel 12, onderdelen a, c of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer, of
- g. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, tenzij oplegging van dit onderzoek heeft plaatsgevonden op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdelen b, onder I, of c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
2. In afwijking van [artikel 18, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2013-01-01&g=2013-01-01), komt betrokkene in aanmerking voor oplegging van het alcoholslotprogramma indien:
- a. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=7&z=2013-01-01&g=2013-01-01) deelname aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel b, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan;
- b. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01) deelname aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan.
- e. betrokkene op grond van [artikel 8, onderdelen a, d of h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer;
- f. betrokkene op grond van [artikel 12, onderdelen a, c of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer, of
- g. de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, tenzij oplegging van dit onderzoek heeft plaatsgevonden op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdelen b, onder I, of c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
2. In afwijking van [artikel 18, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2014-01-01&g=2014-01-01), komt betrokkene in aanmerking voor oplegging van het alcoholslotprogramma indien:
- a. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=7&z=2014-01-01&g=2014-01-01) deelname aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel b, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan;
- b. hem in de afgelopen vijf jaar op grond van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2014-01-01&g=2014-01-01) deelname aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, maar hij op grond van [artikel 23, eerste lid, onderdeel c, onder I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), een onderzoek naar de geschiktheid heeft ondergaan.
##### Artikel 18
Betrokkene komt niet in aanmerking voor het alcoholslotprogramma indien:
- a. hij de afgelopen vijf jaar aan het alcoholslotprogramma heeft deelgenomen, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), opgelegde onderzoek;
- b. hij zich de afgelopen vijf jaar heeft moeten onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), opgelegde onderzoek;
- a. hij de afgelopen vijf jaar aan het alcoholslotprogramma heeft deelgenomen, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), opgelegde onderzoek;
- b. hij zich de afgelopen vijf jaar heeft moeten onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid, tenzij de doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma plaatsvindt op basis van de uitslag van het ingevolge [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), opgelegde onderzoek;
- c. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt;
@@ -376,7 +376,7 @@
- a. hij de kosten, bedoeld in [artikel 132c, zesde en zevende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132c) niet, niet binnen de gestelde termijn of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2013-01-01&g=2013-01-01), genoemde gevallen;
- b. hij niet of niet binnen de gestelde termijn meewerkt aan de uitlezing van de gegevens uit het alcoholslot, met uitzondering van de in [artikel 19, zesde lid, onderdelen a, b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=19&z=2014-01-01&g=2014-01-01), genoemde gevallen;
- c. hij niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de vastgestelde bijeenkomsten of begeleidingsafspraken in het kader van het alcoholslotprogramma zonder dat daarvoor tijdig een geldige reden van verhindering is opgegeven;
@@ -426,7 +426,7 @@
1. De ten laste van betrokkene komende kosten verbonden aan het opleggen van het alcoholslotprogramma, voor zover niet betrekking hebbend op de kosten van het huren of kopen, de inbouw, het uitlezen, het testen, het kalibreren, het onderhoud en de uitbouw van het typegoedgekeurde alcoholslot worden onderscheiden in:
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van het alcoholslotprogramma, die € 306,– bedragen;
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van het alcoholslotprogramma, die € 318,– bedragen;
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van het alcoholslotprogramma voor de in [artikel 132c, vierde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=132c) bedoelde periode, die € 760,– bedragen;
@@ -452,45 +452,45 @@
- b. betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer op grond van:
- I. [artikel 8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- II,. [artikel 8, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- III. [artikel 8, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- IV. [artikel 8, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of
- V. [artikel 8, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- I. [artikel 8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- II,. [artikel 8, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- III. [artikel 8, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- IV. [artikel 8, onderdeel g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of
- V. [artikel 8, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=3&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01);
- c. betrokkene niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer op grond van:
- I. [artikel 12, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- II,. [artikel 12, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- III. [artikel 12, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01),
- IV. [artikel 12, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01) of
- V. [artikel 12, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2013-01-01&g=2013-01-01);
- d. betrokkene op grond van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2013-01-01&g=2013-01-01) niet in aanmerking komt voor een alcoholslotprogramma, tenzij [artikel 11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2013-01-01&g=2013-01-01), van toepassing is.
- I. [artikel 12, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- II,. [artikel 12, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- III. [artikel 12, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01),
- IV. [artikel 12, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of
- V. [artikel 12, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01);
- d. betrokkene op grond van [artikel 18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=6&artikel=18&z=2014-01-01&g=2014-01-01) niet in aanmerking komt voor een alcoholslotprogramma, tenzij [artikel 11, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=11&z=2014-01-01&g=2014-01-01), van toepassing is.
2. Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien betrokkene op grond van artikel 15, onderdeel d, niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
3. Het CBR besluit ten slotte dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid dan wel geschiktheid:
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen ‘Alcohol’, alsmede
- b. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
- a. in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), anders dan die vermeld onder A, onderdeel III, Rijgedrag, of onder B, onderdeel III, Drogerende stoffen ‘Alcohol’, alsmede
- b. indien betrokkene op grond van [artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=5&artikel=15&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.
4. Indien de mededeling, bedoeld in [artikel 130, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=130) is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
##### Artikel 24
Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid indien hij:
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2013-01-01&g=2013-01-01), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- a. de kosten bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=25&z=2014-01-01&g=2014-01-01), niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven dan wel overeengekomen wijze voldoet, of
- b. niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven.
@@ -498,27 +498,27 @@
1. De kosten verbonden aan een onderzoek naar de geschiktheid komen voor rekening van de betrokken rijbewijshouder:
- a. in de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde gevallen, en
- b. in de in [artikel 23, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2013-01-01&g=2013-01-01), bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2013-01-01&g=2013-01-01), Andere drogerende stoffen.
- a. in de in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), bedoelde gevallen, en
- b. in de in [artikel 23, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=7&artikel=23&z=2014-01-01&g=2014-01-01), bedoelde gevallen, voor zover het de gevallen betreft, bedoeld in [bijlage 1, onder B, onderdeel III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613&bijlage=1&z=2014-01-01&g=2014-01-01), Andere drogerende stoffen.
2. De in het eerste lid bedoelde kosten worden onderscheiden in:
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van het onderzoek, die € 306,– bedragen;
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van die maatregel, die € 684,– bedragen.
3. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden voor de verhindering is opgegeven, bedragen de kosten van uitvoering € 485,–. Het verschil tussen het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, en het in dit lid bedoelde bedrag wordt door het CBR terugbetaald aan degene die het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde bedrag heeft betaald.
- a. kosten met betrekking tot het opleggen van het onderzoek, die € 318,– bedragen;
- b. kosten met betrekking tot de uitvoering van die maatregel, die € 702,– bedragen.
3. [Artikel 13, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030613¶graaf=4&artikel=13&z=2014-01-01&g=2014-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het opgelegde onderzoek of de opgelegde onderzoeken zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden voor de verhindering is opgegeven, bedragen de kosten van uitvoering € 500,–. Het verschil tussen het bedrag, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, en het in dit lid bedoelde bedrag wordt door het CBR terugbetaald aan degene die het in het tweede lid, onderdeel b, genoemde bedrag heeft betaald.
##### Artikel 26
1. De kosten van het tweede onderzoek, bedoeld in [artikel 134, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=134) bedragen € 634,–’.
1. De kosten van het tweede onderzoek, bedoeld in [artikel 134, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=134) bedragen € 653,–’.
2. De kosten van het tweede onderzoek worden betaald binnen twee weken na de mededeling van het CBR, bedoeld in [artikel 134, derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=134), op de wijze zoals bij die mededeling is aangegeven. Deze termijn wordt niet verlengd.
3. Indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het tweede onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven, bedragen de kosten van uitvoering € 485,–. Het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en het in dit lid genoemde bedrag wordt door het CBR terugbetaald aan degene die het in het eerste lid genoemde bedrag heeft betaald.
3. Indien betrokkene niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn heeft meegewerkt aan het tweede onderzoek zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven, bedragen de kosten van uitvoering € 500,–. Het verschil tussen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en het in dit lid genoemde bedrag wordt door het CBR terugbetaald aan degene die het in het eerste lid genoemde bedrag heeft betaald.
#### § 8. Ongeldigverklaring van het rijbewijs
2013-01-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — art. 2280
2012-10-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 3,
2012-08-29
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2012-06-06
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 2, 2,
2011-12-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — arts. 130, 1
2011-11-01
Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 — versión o
original version
Tekst op deze datum