Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
| Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2b.4 | Artikel 2.2c.4 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1 | Artikel 2.2d.4, 2.2.2 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | Artikel 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a, 4.5.2.6a | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) | KV | GV | KV | KV | KV | KV | GV | KV/GV | ||
| Verstrekking aan leverancier | x | x | x | x | x | x | ||||
| Verstrekking aan programmaverantwoordelijke | x | x | x | |||||||
| Verstrekking aan meetverantwoordelijke | x | |||||||||
| Artikel 2.1.3 | a | de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten; | ||||||||
| b | de EAN-code van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| c | de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| d | de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| e | de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | |||
| f | de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | ||||||
| g | de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | ||||||
| h | een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | ||||
| i | een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | |||||
| j | een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | x | x | ||
| l | de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| p | de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; | x | x | x | x | x | x | |||
| q | de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | ||
| r | in geval van gasaansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik gas; | x | x | x | x | x | x | |||
| s | een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | |||||
| t | de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; | x | x | x | x | |||||
| u | in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; | x | x | x | x | x | x | |||
| v | [gereserveerd] | x | x | |||||||
| w | de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| x | indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | |||
| y | indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen; | x | x | x | x | x | x | |||
| z | de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit, waar mogelijk onderscheiden naar normaaluren en laaguren. | x | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.4 | a | de capaciteitstariefcode; | x | x | x | |||||
| b | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; | x | x | x | ||||||
| d | het identificatienummer van de meetinrichting; | x 1 | x | x | ||||||
| e | in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; | x | x | |||||||
| f | per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens: | |||||||||
| f1 | in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; | x | x | |||||||
| f2 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; | x | x | |||||||
| f3 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; | x | x | |||||||
| f5 | het aantal posities voor de komma; | x | x | |||||||
| f6 | de vermenigvuldigingsfactor; | x | x | |||||||
| g | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; | x | x | x | ||||||
| h | een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. | x | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | a | de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | |||||||
| b | in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; | x | ||||||||
| c | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; | x | ||||||||
| d | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); | x | ||||||||
| e | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). | x | ||||||||
| f | in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; | x | ||||||||
| g | in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. | x | ||||||||
| i | in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur; | x | ||||||||
| j | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA. | x |
1 de laatste 4 cijfers van de gegevens bedoeld in 2.1.4, onderdeel d.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
6.2.2.6b
De overdracht van meetgegevens bedoeld in 6.2.2.6 en 6.2.2.6a vindt plaats overeenkomstig hetgeen daaromtrent in paragraaf 13.5 van de Netcode elektriciteit is bepaald, waarbij voor ‘BRP’ indien daar van toepassing ook ‘meetverantwoordelijke’ gelezen kan worden.
6.2.3. Uitwisselen van meetgegevens tussen meetverantwoordelijke en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
6.3.1. Algemeen
6.3.2. Plausibiliseren en controleren door de netbeheerder
6.3.2.3
Indien de meetverantwoordelijke heeft aangegeven dat er sprake is van onderhoud als bedoeld in 9.3.1.4 stuurt de netbeheerder, in afwijking van 6.3.2.2, die kalenderdag geen herzieningsverzoek voor niet ontvangen meetgegevens.
6.3.2.4
De netbeheerder kan tot en met de achtste werkdag na de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben, bij de desbetreffende meetverantwoordelijke een herzieningsverzoek indienen over deze meetgegevens, waarbij hij de volgende reden kan aangeven:
- a. De ontvangen meetgegevens passen niet bij de geregistreerde capaciteit van de aansluiting;
- b. De geregistreerde leveringsrichting in het aansluitingenregister past niet bij de leveringsrichting van de ontvangen meetgegevens van de betreffende aansluiting;
- c. Er werden wel meetgegevens verwacht, maar niet ontvangen.
6.3.2a.1
Indien de meetgegevens niet voldoen aan artikel 6.3.2.1, onderdeel a dan neemt de netbeheerder direct contact op met de meetverantwoordelijke. Wanneer de meetverantwoordelijke geen nieuwe meetgegevens kan opleveren op grond van 6.2.2.3 dan berekent de netbeheerder namens de meetverantwoordelijke deze meetgegevens uiterlijk de tiende werkdag overeenkomstig bijlage 5 van de Meetcode elektriciteit. De netbeheerder geeft deze meetwaarden de reparatiemethodiek "berekend door netbeheerder".
6.3.2a.2
Indien niet voldaan wordt aan 6.3.2.1, onderdeel b neemt de netbeheerder contact op met de meetverantwoordelijke en onderzoekt of de leveringsrichting correct geregistreerd staat in het aansluitingenregister. De netbeheerder informeert de aangeslotene indien de leveringsrichting niet correct geregistreerd staat en past op diens verzoek de leveringsrichting van de aansluiting aan.
6.3.2a.3
Indien niet voldaan wordt aan 6.3.2.1, onderdeel c berekent de netbeheerder de meetgegevens voor iedere onbalansverrekeningsperiode van de betreffende aansluiting overeenkomstig bijlage 5 van de Meetcode elektriciteit. De netbeheerder geeft deze meetwaarden de herkomstindicatie ‘berekend’ en de reparatiemethodiek ‘berekend door netbeheerder’.
6.3.1. Algemeen
6.3.2b.1
De programmaverantwoordelijke controleert de meetgegevens die hij op grond van artikel 6.2.2.2 en 6.2.2.3 van de meetverantwoordelijke ontvangen heeft voor de hem aangaande aansluitingen tenminste op de volgende criteria:
- a. de meetverantwoordelijke heeft meetgegevens aangeleverd voor een aansluiting waar de programmaverantwoordelijke op de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben actief is;
- b. de door de meetverantwoordelijke aangeleverde meetgegevens zijn inhoudelijk in lijn met de verwachtingen van de programmaverantwoordelijke.
6.3.2b.2
Indien de programmaverantwoordelijke op basis van informatie die hij heeft bij de controle van 6.3.2b.1 twijfelt aan de juistheid van één of meer meetgegevens, dient de programmaverantwoordelijke eenmalig een herzieningsverzoek in bij de desbetreffende meetverantwoordelijke. Daarbij wordt een van de volgende redenen aangegeven:
- a. de meetgegevens werden verwacht, maar zijn niet ontvangen;
- b. de meetgegevens worden betwist, omdat:
- −. de meetwaarden over een te lange periode (meer dan vijf kalenderdagen) zijn geschat;
- −. de juistheid wordt betwist; of
- −. langer dan zeven kalenderdagen gemeten nul-waarden zijn ontvangen.
6.3.2b.3
Indien de meetverantwoordelijke heeft aangegeven dat er sprake is van onderhoud als bedoeld in 9.3.1.4 stuurt de programmaverantwoordelijke, in afwijking van 6.3.2b.2, die kalenderdag geen herzieningsverzoek voor niet ontvangen meetgegevens.
6.3.2b.4
Indien lid b van artikel 6.3.2b.2 van toepassing is, doet de programmaverantwoordelijke voor de betwiste meetgegevens van een onbalansverrekeningsperiode zelf een voorstel aan de meetverantwoordelijke.
6.3.2b.5
De programmaverantwoordelijke kan tot en met de achtste werkdag na de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben bij de desbetreffende meetverantwoordelijke een herzieningsverzoek over deze meetgegevens indienen.
6.3.2b.6
In afwijking van 6.3.2b.5 dient de programmaverantwoordelijke voor de zesde kalenderdag geen herzieningsverzoek in overeenkomstig 6.3.2b.2 lid b voor de meetgegevens die de programmaverantwoordelijke ontvangen heeft op de eerste kalenderdag na de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben, indien de meetverantwoordelijke bij de meetgegevens aangeeft dat er sprake is van een storing in de meetinrichting.
6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid
6.3.6. Overdracht van meetgegevens op de eerste werkdag na afloop van het etmaal
6.3.7. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de vijfde werkdag na afloop van het etmaal
6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.3.13. Bekendmaking van gegevens
6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke
6.4.1. Validatie van meetgegevens
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.7. Opvragen historische meetgegevens
6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen
6.9. Verrekenen verbruiken
6.9.1. Verrekenverplichting
7. Allocatie en reconciliatie
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
6.7. Opvragen historische meetgegevens
8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet
8.3. Administratieve bepalingen
9. Berichtenverkeer
9.1a. Autorisatiebeleid en derdentoegang
8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker
9.3. Onderhoud
9.3.1. Onderhoud systemen in het kader van meetdata uitwisseling
9.3.1.1
De netbeheerder voert op niet-werkdagen gepland onderhoud uit aan zijn systemen voor de processen genoemd in hoofdstuk 6.
9.3.1.2
De netbeheerder bericht de betrokken partijen uiterlijk een werkdag voor de dag van onderhoud over de periode van het geplande onderhoud, bedoeld in 9.3.1.1. Het bericht wordt niet verstuurd via het elektronisch berichtenverkeer.
9.3.1.3
De meetverantwoordelijke voert op niet-werkdagen gepland onderhoud uit aan zijn systemen voor de processen genoemd in hoofdstuk 6.
9.3.1.4
De meetverantwoordelijke bericht de betrokken partijen uiterlijk een werkdag voor de dag van onderhoud over de periode van het geplande onderhoud, bedoeld in 9.3.1.3. Het bericht wordt niet verstuurd via het elektronisch berichtenverkeer.
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
10.1. Registers en administraties
10.1.1. Aansluitingenregister
10.1.2. Het EAN-codeboek
10.1.4. Het toegankelijk meetregister
10.1.4a. De klantsleuteladministratie
9.3.1. Onderhoud systemen in het kader van meetdata uitwisseling
9.3.1. Onderhoud systemen in het kader van meetdata uitwisseling
9.2. Elektronische gegevensuitwisseling
10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
11. Bijzondere bepalingen
11.1. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlagen
Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.0. Overlegplatform Profielen
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.6. De bepaling van de gegevens
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B2.1. Openbare verlichting
B2.2. Overige onbemeten aansluitingen
B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B3.4. Het standaardjaarverbruik gas
B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
B3.5. De bepaling van de gegevens
Het standaardjaarverbruik wordt bepaald door het gemeten verbruik over de laatste relevante verbruiksperiode, uitgedrukt in m3(n;35,17), te delen door de som van de profielfracties in het veronderstelde profiel over de desbetreffende verbruiksperiode. In formule:
SJV = VVP/Σ VPPC
waarin:
SJV = standaard jaarverbruik van een profielafnemer [m3(n;35,17)];
VVP = verbruik over de verbruiksperiode van een profielafnemer [m3(n;35,17)];
VPPC= de profielfracties van het verondersteld profiel van de profielcategorie in de desbetreffende verbruiksperiode, rekening houdend met het juiste temperatuurgebied.
B3.4.5
Indien van een profielafnemer in profielcategorie G1A het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, wordt het standaardjaarverbruik van deze profielafnemer bepaald door het gemiddelde te nemen van de standaardjaarverbruiken van alle profielafnemers van de betreffende regionale netbeheerder in profielcategorie G1A waarvan het standaardjaarverbruik is vastgesteld op basis van het gemeten verbruik over een relevante verbruiksperiode.
B3.4.6
Indien van een profielafnemer in een van de andere profielcategorieën het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, bepaalt de regionale netbeheerder het standaardjaarverbruik van die profielafnemer naar beste inzicht.
B3.4.7
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
B3.4.8
Voor nieuwe geprofileerde kleinverbruikaansluitingen wordt per afnamecategorie een standaardjaarverbruik bepaald door de netbeheerder.
B3.4.9
De netbeheerder bepaalt het standaardjaarverbruik volgens de methode, bedoeld in B3.4.1 tot en met B3.4.8, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van een vastgestelde meterstand van de leverancier of uiterlijk vijf werkdagen nadat de netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld.
B3.4.10
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met het standaardjaarverbruik, bedoeld in B3.4.9, uiterlijk vijf werkdagen na het bepalen van het standaardjaarverbruik overeenkomstig 2.1.8.
B3.6.4
Het standaardjaarverbruik van een profielafnemer vormt de basis van de door de RNB uit te voeren profielberekeningen.
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
Vervallen
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes
B6.1
Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
B6.2
Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens
De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
| Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2b.4 | Artikel 2.2c.4 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1 | Artikel 2.2d.4, 2.2.2 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | Artikel 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a, 4.5.2.6a | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) | KV | GV | KV | KV | KV | KV | GV | KV/GV | ||
| Verstrekking aan leverancier | x | x | x | x | x | x | ||||
| Verstrekking aan programmaverantwoordelijke | x | x | x | |||||||
| Verstrekking aan meetverantwoordelijke | x | |||||||||
| Artikel 2.1.3 | a | de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten; | ||||||||
| b | de EAN-code van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| c | de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| d | de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| e | de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | |||
| f | de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | ||||||
| g | de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | ||||||
| h | een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | ||||
| i | een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | |||||
| j | een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | x | x | ||
| l | de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| p | de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; | x | x | x | x | x | x | |||
| q | de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | ||
| r | in geval van gasaansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik gas; | x | x | x | x | x | x | |||
| s | een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | |||||
| t | de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; | x | x | x | x | |||||
| u | in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; | x | x | x | x | x | x | |||
| v | [gereserveerd] | x | x | |||||||
| w | de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; | x | x | x | x | x | x | x | x | |
| x | indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | |||
| y | indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen; | x | x | x | x | x | x | |||
| z | de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit, waar mogelijk onderscheiden naar normaaluren en laaguren. | x | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.4 | a | de capaciteitstariefcode; | x | x | x | |||||
| b | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; | x | x | x | ||||||
| d | het identificatienummer van de meetinrichting; | x 1 | x | x | ||||||
| e | in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; | x | x | |||||||
| f | per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens: | |||||||||
| f1 | in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; | x | x | |||||||
| f2 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; | x | x | |||||||
| f3 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; | x | x | |||||||
| f5 | het aantal posities voor de komma; | x | x | |||||||
| f6 | de vermenigvuldigingsfactor; | x | x | |||||||
| g | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; | x | x | x | ||||||
| h | een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. | x | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | a | de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | |||||||
| b | in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; | x | ||||||||
| c | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; | x | ||||||||
| d | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); | x | ||||||||
| e | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). | x | ||||||||
| f | in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; | x | ||||||||
| g | in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. | x | ||||||||
| i | in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur; | x | ||||||||
| j | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA. | x |
1 de laatste 4 cijfers van de gegevens bedoeld in 2.1.4, onderdeel d.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
5.1.3.6
Bij het valideren en berekenen van standen, als bedoeld in 5.1.3.1 en 5.1.3.3 gebruikt de leverancier, of de netbeheerder namens de leverancier, in geval van elektriciteit de overeenkomstig Bijlage 16 van de Netcode elektriciteit vastgestelde profielfracties, indien van toepassing per tariefperiode.
5.2. Collecteren, valideren en vaststellen van fysieke meteropnames door de regionale netbeheerder voor de leverancier
5.3. Bepalen verbruik
5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
5.5.3. Fysieke opname op basis van kosten ongelijk
5.6. Verrekenen verbruiken en nettarieven
5.6.1. Verrekenverplichting
5.6.2. Verrekenproces
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
6.2.1. Validatie van meetgegevens
6.2.3.4
De meetverantwoordelijke verzendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen nadat het bericht bedoeld in 6.2.3.3 is verstuurd aan de netbeheerder(s) of programmaverantwoordelijke(n) per verbruiksperiode een meetdatabericht, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.2.2.6 tot en met 6.2.2.8, met de nieuwe meetgegevens.
6.2.3.5
De netbeheerder(s) verwerkt of verwerken, op basis van paragraaf 6.3.12 en artikel 10.17 onderdeel 12 van de Netcode elektriciteit, het (de) verkregen meetdatabericht(en) met nieuwe meetgegevens bedoeld in 6.2.3.4 met dien verstande dat dit zo spoedig mogelijk doch binnen vijf werkdagen na ontvangst van de nieuwe meetgegevens geschiedt.
6.2.4. Schatting na onjuiste meetgegevens
6.2.4.1
Bij een constatering dat de meetgegevens onjuist zijn nadat de meetgegevens, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.2.2.6 tot en met 6.2.2.8, verstuurd zijn en de werkelijke hoeveelheid met het net uitgewisselde energie niet meer te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.2.4.2
In het meetcorrectierapport neemt de meetverantwoordelijke, per periode waarvoor de betrokken programmaverantwoordelijke, leverancier en netbeheerder gezamenlijk verantwoordelijk zijn, tenminste de volgende gegevens op:
- a. de eerder gecommuniceerde hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per desbetreffende verbruiksperiode(n);
- b. de nieuwe, door schatting, bepaalde hoeveelheid met het net uitgewisselde energie in de verbruiksperiode(n) bedoeld onder a;
- c. de periode dat de meting onjuist is geweest en
- d. de oorzaak van de onvolkomenheid en de genomen maatregelen.
6.2.4.3
De meetverantwoordelijke stuurt binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid is geconstateerd de gegevens bedoeld in 6.2.4.2 aan de programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) en netbeheerder(s) per periode waarvoor deze gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
6.2.4.4
Als er binnen tien werkdagen na ontvangst van de in 6.2.4.1 of 6.2.4.3 bedoelde gegevens geen reactie is gekomen van de betrokken aangeslotene(n), netbeheerder(s), meetverantwoordelijke(n), programmaverantwoordelijke(n) of leverancier(s), dan stuurt de meetverantwoordelijke zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen daarna aan de netbeheerder(s) of programmaverantwoordelijke(n) per verbruiksperiode een meetdatabericht, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.2.2.6 tot en met 6.2.2.8, met de nieuwe meetgegevens.
6.2.4.5
Een betrokken partij die een overleg wenst tussen aangeslotene(n), netbeheerder(s), meetverantwoordelijke(n), programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) om overeenstemming te bereiken over een schatting van de werkelijke met het net uitgewisselde energie, verzoekt binnen tien werkdagen na ontvangst van de in 6.2.4.1 of 6.2.4.3 bedoelde gegevens, aan de meetverantwoordelijke dit overleg te organiseren.
6.2.4.6
De meetverantwoordelijke organiseert het overleg bedoeld in 6.2.4.5, dat binnen een maand na ontvangst van het verzoek tot overleg, dient plaats te vinden.
6.2.4.7
Als er binnen drie maanden na verstrekking van de gegevens, bedoeld in 6.2.4.3, geen overeenstemming is bereikt tussen de betrokken partijen over de te hanteren energiehoeveelheden, dan beslist of beslissen de netbeheerder(s) binnen één werkdag nadien over de te communiceren nieuwe energiehoeveelheden en verzendt of verzenden deze aan de meetverantwoordelijke.
6.2.4.8
Indien de op basis van 6.2.4.5 of 6.2.4.7 vastgestelde energiehoeveelheid afwijkt van de hoeveelheid bedoeld in 6.2.4.2, verzendt de meetverantwoordelijke, binnen vijf werkdagen na vaststelling, een nieuw meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) en een bericht als bedoeld in 6.2.4.3 aan de programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) en netbeheerder(s), per periode waarvoor de betreffende partij verantwoordelijk is.
6.2.4.9
De meetverantwoordelijke verzendt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na het versturen van het bericht bedoeld in 6.2.4.8 aan de netbeheerder(s) of programmaverantwoordelijke(n) per verbruiksperiode een meetdatabericht, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.2.2.6 tot en met 6.2.2.8, met de nieuwe meetgegevens.
6.2.4.10
De netbeheerder(s) verwerkt of verwerken, op basis van paragraaf 6.3.12 en artikel 10.17 onderdeel 12 van de Netcode elektriciteit, het (de) verkregen meetdatabericht(en) met nieuwe meetgegevens bedoeld in 6.2.4.4 of 6.2.4.9 met dien verstande dat dit zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de nieuwe meetgegevens geschiedt.
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
6.3.2. Plausibiliseren en controleren door de netbeheerder
6.3.2a. Repareren meetgegevens door de netbeheerder
6.3.2b. Controleren en reclameren door de programmaverantwoordelijke
6.3.2b. Controleren en reclameren door de programmaverantwoordelijke
6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid
6.3.9. Verwerking en overdracht van meetgegevens na reclamatie op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
6.3.10. Overdracht van gegevens in het kader van transport- en systeemdiensten
6.3.10. Overdracht van gegevens in het kader van transport- en systeemdiensten
6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.3.13. Bekendmaking van gegevens
6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke
6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal
6.4.3. Correctie na onjuiste meetgegevens
6.4.3.1
Bij een constatering dat de meetgegevens onjuist zijn, nadat de meetgegevens, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.4.2.11, verstuurd zijn en de werkelijke hoeveelheid met het net uitgewisselde volume [m3(n)] te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.4.3.2
Bij een constatering na de termijn, bedoeld in 6.4.2.8, dat de meetgegevens, bedoeld in 6.4.2.4 of 6.4.2.7, onjuist zijn en de werkelijke hoeveelheid met het net uitgewisselde volume [m3(n)] te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.4.3.3
In het meetcorrectierapport bedoeld in 6.4.3.1 of 6.4.3.2 neemt de meetverantwoordelijke, per periode waarvoor de betrokken programmaverantwoordelijke, leverancier en netbeheerder gezamenlijk verantwoordelijk zijn, tenminste de volgende gegevens op:
- a. het eerder gecommuniceerde met het net uitgewisselde volume [m3(n)] per desbetreffende verbruiksperiode(n);
- b. het nieuw bepaalde met het net uitgewisselde volume [m3(n)] in de verbruiksperiode(n) bedoeld onder a;
- c. de periode dat de meting onjuist is geweest en
- d. de oorzaak van de onvolkomenheid en de genomen maatregelen.
6.4.3.4
De meetverantwoordelijke stuurt binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid is geconstateerd de gegevens bedoeld in 6.4.3.3 aan de programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) en netbeheerder(s) per periode waarvoor deze gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
6.4.3.5
Onjuiste meetgegevens veroorzaakt door een onvolkomenheid in het volumeherleidingsinstrument of het niet juist toepassen van de herleidingmethode worden conform het bepaalde in 6.4.3.1 tot en met 6.4.3.4 behandeld.
6.4.3.6
De meetverantwoordelijke verzendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen nadat het bericht als bedoeld in 6.4.3.3 is verstuurd aan de netbeheerder, per verbruiksperiode een meetdatabericht, bedoeld in 6.1.1.3, 6.4.2.4 of 6.4.2.11, met de nieuwe meetgegevens.
6.4.3. Correctie na onjuiste meetgegevens
6.4.4.1
Bij een constatering dat de meetgegevens onjuist zijn door een onvolkomenheid aan de gasmeter, nadat de meetgegevens bedoeld in 6.1.1.3 of 6.4.2.11, verstuurd zijn en het werkelijke met het net uitgewisselde volume [m3(n)] niet meer te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.4.4.2
Bij een constatering na de termijn, bedoeld in 6.4.2.8, dat de meetgegevens, bedoeld in 6.4.2.4 of 6.4.2.7, onjuist zijn door een onvolkomenheid aan de gasmeter en het werkelijke met het net uitgewisselde volume [m3(n)] niet meer te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.4.4.3
In het meetcorrectierapport bedoeld in 6.4.4.1 of 6.4.4.2 neemt de meetverantwoordelijke, per periode waarvoor de betrokken programmaverantwoordelijke, leverancier en netbeheerder gezamenlijk verantwoordelijk zijn, tenminste de volgende gegevens op:
- a. het eerder gecommuniceerde met het net uitgewisselde volume [m3(n)] per desbetreffende verbruiksperiode(n);
- b. het nieuw, door schatting, bepaalde met het net uitgewisselde volume [m3(n)] in de verbruiksperiode(n) bedoeld onder a;
- c. de periode dat de meting onjuist is geweest en
- d. de oorzaak van de onvolkomenheid en de genomen maatregelen.
6.4.4.4
De meetverantwoordelijke stuurt binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid is geconstateerd de gegevens bedoeld in 6.4.4.3 aan de programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) en netbeheerder(s) per periode waarvoor deze gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
6.4.4.5
Als er binnen tien werkdagen na ontvangst van de in 6.4.4.1, 6.4.4.2 of 6.4.4.4 bedoelde gegevens geen reactie is gekomen van de betrokken aangeslotene(n), netbeheerder(s), meetverantwoordelijke(n), programmaverantwoordelijke(n) of leverancier(s), is (zijn) het (de) nieuw, door schatting, bepaalde volume(s) [m3(n)], bedoeld in 6.4.4.3 onderdeel b, geaccepteerd.
6.4.4.6
Een betrokken partij die een overleg wenst tussen aangeslotene(n), netbeheerder(s), meetverantwoordelijke(n), programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) om overeenstemming te bereiken over de schatting van het vast te stellen gecorrigeerde volume [m3(n)], verzoekt de meetverantwoordelijke binnen tien werkdagen na ontvangst van de in 6.4.4.1, 6.4.4.2 of 6.4.4.4 bedoelde gegevens dit overleg te organiseren.
6.4.4.7
De meetverantwoordelijke organiseert het overleg bedoeld in 6.4.4.6, dat binnen een maand na ontvangst van een verzoek tot overleg, dient plaats te vinden.
6.4.4.8
Als er binnen drie maanden na verstrekking van de gegevens, bedoeld in 6.4.4.3, geen overeenstemming is bereikt tussen de betrokken partijen over het te hanteren volume [m3(n)], dan beslist of beslissen de netbeheerder(s), binnen één werkdag nadien, over het te communiceren nieuwe volume [m3(n)] en verzendt of verzenden deze aan de meetverantwoordelijke.
6.4.4.9
Indien het, op basis van 6.4.4.7 of 6.4.4.8 vastgestelde volume [m3(n)], afwijkt van het volume bedoeld in 6.4.4.3, verzendt de meetverantwoordelijke binnen vijf werkdagen na vaststelling een nieuw meetcorrectierapport of een bericht als bedoeld in 6.4.4.3, aan de aangeslotene(n), programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) of netbeheerder(s), per periode waarvoor de betreffende partij verantwoordelijk is.
6.4.4.10
Indien de nieuwe meetgegevens bedoeld in 6.4.4.5, 6.4.4.6 of 6.4.4.8 zijn geaccepteerd, overeengekomen of vastgesteld, verzendt de meetverantwoordelijke zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen, aan de netbeheerder per verbruiksperiode een meetdatabericht, bedoeld in 6.1.1.3, 6.4.2.4 of 6.4.2.11, met de nieuwe meetgegevens.
6.4.5. Verwerking van nieuw vastgestelde meetgegevens
6.4.5.1
De netbeheerder beschouwt de nieuwe meetgegevens bedoeld in 6.4.3.6 en 6.4.4.10 als definitieve meetgegevens en verwerkt deze, na toepassing van de calorische correctie, indien mogelijk in de reconciliatie.
6.4.5.2
De netbeheerder verzendt, in geval van 6.1.1.3 of 6.4.2.11, de calorisch gecorrigeerde nieuwe meetgegevens [m3(n;35,17)], op basis van paragraaf 6.5.2, aan de leverancier(s) met dien verstande dat dit zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de nieuwe meetgegevens geschiedt.
6.4.5.3
De netbeheerder verzendt, ingeval van een telemetriegrootverbruik aansluiting, de calorisch gecorrigeerde nieuwe meetgegevens [m3(n;35,17)], op basis van artikel 2.6.1 Allocatiecode gas, aan de leverancier(s) en programmaverantwoordelijk(n). In afwijking van paragraaf 9.1 vindt de informatie-uitwisseling na de tiende werkdag van de vierde maand na de maand waarop de nieuwe meetgegevens betrekking hebben niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
6.5.1. Algemeen
6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.6. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas van profielgrootverbruikaansluitingen
6.9.1. Verrekenverplichting
6.9.2. Verrekenproces
7. Allocatie en reconciliatie
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet
8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet
9. Berichtenverkeer
8.3. Administratieve bepalingen
9.1. Uitvoeringsregels
9.1a. Autorisatiebeleid en derdentoegang
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
9.3. Onderhoud
10.1.1. Aansluitingenregister
10.1.3. Het contracteindegegevens
10.1.4. Het toegankelijk meetregister
10.1.4a. De klantsleuteladministratie
10.1.4. Het toegankelijk meetregister
10.1.4b. De toestemmingenadministratie
10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
11. Bijzondere bepalingen
10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
Bijlagen
Bijlage 1. Profielen elektriciteit
B1.0. Overlegplatform Profielen
B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën
B1.3. De standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit
B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.6. De bepaling van de gegevens
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B2.2. Overige onbemeten aansluitingen
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)