Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.1.13

De aansluitinggegevensprocessen uit hoofdstuk 2, de mutatieprocessen uit de hoofdstukken 3 en 4 en de meetgegevensprocessen uit de hoofdstukken 5 en 6, en de bijlagen 1 en 2, zijn, in geval van elektriciteit, van toepassing per allocatiepunt, met uitzondering van de artikelen 2.1.1a, 2.1.1b, 2.1.1c, 2.1.3, onderdeel t, 2.1.5a, de paragrafen 2.9 en 2.10, de artikelen 6.2.2.2, 6.2.2.2a, 6.2.2.6 en 6.2.2.6a en paragraaf 6.3.11.

1.1.14

Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend, worden de op een aansluiting van toepassing zijnde processen uit het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en uit de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas toegepast per allocatiepunt.

1.1.15

Daar waar in deze code sprake is van een verplichting of handeling tussen een leverancier en een aangeslotene, wordt in geval van een secundair allocatiepunt met aangeslotene bedoeld degene die de beschikking heeft over dat secundaire allocatiepunt.

2. Registers en gegevensbestanden

2.1. Aansluitingenregister

2.1.1a

Het primaire allocatiepunt van een aansluiting wordt geïdentificeerd met dezelfde EAN-code als de aansluiting.

2.1.1b

De netbeheerder kent tevens een EAN-code toe aan elk secundair allocatiepunt dat aan een aansluiting is toegekend.

2.1.5a

Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend, neemt de netbeheerder in het aansluitingenregister tevens deze secundaire allocatiepunten op en legt daarvan de volgende gegevens vast:

  • a. Van artikel 2.1.3, de onderdelen b, f tot en met j, q tot en met s, en u;
  • b. Van artikel 2.1.3, de onderdelen c, d, e, l en p waarbij de netbeheerder er zorg voor draagt dat deze onderdelen voor de secundaire allocatiepunten gelijk zijn aan die voor het bijbehorende primaire allocatiepunt;
  • (i). onderdeel f, en
  • (ii). de onderdelen a, b, c en g, waarbij de netbeheerder er zorg voor draagt dat deze onderdelen voor de secundaire allocatiepunten gelijk zijn aan die voor het bijbehorende primaire allocatiepunt.
2.1.5b

Vervallen

2.1.5c

Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend, worden de gegevens die de netbeheerder op grond van de artikelen 2.1.3, 2.1.4 en 2.1.5 voor de aansluiting heeft vastgelegd beschouwd te zijn toegekend aan het primaire allocatiepunt.

2.2. Wijzigen en opvraag van stamgegevens

2.4. Het CalGos-boek

2.5. Het contracteindegegevensregister

2.6. Het toegankelijk meetregister

2.7. Het netbeheerdersregister

2.3. Het EAN-codeboek

2.5. Het contracteindegegevensregister

2.9.1. Opvragen contactgegevens door de netbeheerder

2.9.2. Aanleveren contactgegevens door de leverancier

2.10. Controle van de naam van de aangeslotene in het aansluitingenregister

2.11. Wijzigen en opvraag van gegevens van het primaire deel van de meetinrichting

2.12. Blokkeren van automatische mutaties op grootverbruikaansluitingen

2.13. Aansluitingenregister landelijk gastransportnet

3. Mutatieprocessen voor kleinverbruikaansluitingen

2.6. Het toegankelijk meetregister

3.1.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de regionale netbeheerder

3.1.2. De regionale netbeheerder controleert de switchmelding

3.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

2.9. Opvragen gegevens ten behoeve van compensatievergoedingen kleinverbruikaansluitingen

2.9.1. Opvragen contactgegevens door de netbeheerder

2.9.2. Aanleveren contactgegevens door de leverancier

3.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.3. Inhuizing op een kleinverbruikaansluiting

3.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de regionale netbeheerder

3.3.2. De regionale netbeheerder controleert de inhuizingsmelding

3.4. Beëindiging van de levering op een kleinverbruikaansluiting

3.1.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de regionale netbeheerder

3.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de regionale netbeheerder

3.1.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit

3.1.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit

3.2. Uithuizing op een kleinverbruikaansluiting

3.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.1.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit

3.2.3. De regionale netbeheerder voert de uithuizing uit

3.6. Bulk PV-switch op kleinverbruikaansluitingen

3.6.2. De leverancier dient de melding bulk PV-switch in bij de regionale netbeheerder

3.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de regionale netbeheerder

3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.9. Uit bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting

3.10. Verwijderen van een kleinverbruikaansluiting

3.10.1.4a

Indien een primair allocatiepunt wordt verwijderd, verwijdert de netbeheerder tegelijkertijd ook de bijbehorende secundaire allocatiepunten.

3.10.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand

3.11. Wisseling of wijziging van meetinrichting op een kleinverbruikaansluiting

3.12. Wijzigen van naam of verblijfsfunctie of complexbepaling op een kleinverbruikaansluiting

3.4.3. De regionale netbeheerder controleert de eindeleveringsmelding

3.12.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging naam of verblijfsfunctie of complexbepaling uit en communiceert dit

3.13. Op verzoek van de aangeslotene administratief aan- en uitzetten van kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is

3.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.13a. Wijzigen van het kenmerk of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is

3.13a.1. De netbeheerder muteert het kenmerk inzake de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting

3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen

3.14.1. Correctieproces onterechte leverancierswitch

3.6.3. De regionale netbeheerder controleert de melding bulk PV-switch

3.6.2. De leverancier dient de melding bulk PV-switch in bij de regionale netbeheerder

3.14.4. Correctieproces onterechte eindelevering

3.15.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging van de allocatiemethode uit en communiceert hierover

3.11.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand

4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen

4.1. Switch van leverancier op een grootverbruikaansluiting

3.12.2. De regionale netbeheerder controleert de melding wijzigen naam of verblijfsfunctie of complexbepaling

3.12.1. De leverancier dient het verzoek wijzigen naam in bij de regionale netbeheerder

4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen

3.14.1. Correctieproces onterechte leverancierswitch

4.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen

3.14.1. Correctieproces onterechte switch van leverancier

3.14.2. Correctieproces onterechte uithuizing

3.15.1. De leverancier dient een verzoek in tot wijziging van de allocatiemethode

3.15.2. De regionale netbeheerder controleert het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode

4.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de netbeheerder

3.15.2. De regionale netbeheerder controleert het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode

4.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting

4.5.1. De leverancier dient de switch van programmaverantwoordelijke in bij de netbeheerder

4.2.2. De netbeheerder controleert de uithuizingsmelding

4.6. Switch van meetverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting

4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

4.6.2.4a

Indien het een elektriciteitsaansluiting betreft waaraan naast het primaire allocatiepunt ook één of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, stuurt de netbeheerder tevens voor elk bijbehorend secundair allocatiepunt het in artikel 4.6.2.4 bedoelde bericht.

4.6.2.5a

Indien het een elektriciteitsaansluiting betreft waaraan naast het primaire allocatiepunt ook één of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, stuurt de netbeheerder tevens voor elk bijbehorend secundair allocatiepunt het in artikel 4.6.2.5 bedoelde bericht.

4.6.3.1a

Indien het een elektriciteitsaansluiting betreft waaraan naast het primaire allocatiepunt ook één of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, muteert de netbeheerder tevens voor elk bijbehorend secundair allocatiepunt het aansluitingenregister met de door de nieuwe meetverantwoordelijke aangeleverde gegevens overeenkomstig artikel 2.1.8.

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.2.3. De netbeheerder voert de uithuizing uit en communiceert dit

4.7.2.5

Indien een aan de aansluiting toegekend secundair allocatiepunt wordt verwijderd, maar de bijbehorende meetinrichting niet wordt verwijderd, wordt deze meetinrichting toegevoegd aan de meetinrichting behorend bij het primaire allocatiepunt van de desbetreffende aansluiting.

4.8. Beëindigen van de meetverantwoordelijkheid op een grootverbruikaansluiting

4.3.2. De netbeheerder controleert de inhuizingsmelding

4.8.2.5a

Indien het een elektriciteitsaansluiting betreft waaraan naast het primaire allocatiepunt ook één of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, stuurt de netbeheerder tevens voor elk bijbehorend secundair allocatiepunt het in artikel 4.8.2.5 bedoelde bericht.

4.3.2. De netbeheerder controleert de inhuizingsmelding

4.8.3.1a

Indien het een elektriciteitsaansluiting betreft waaraan naast het primaire allocatiepunt ook één of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, muteert de netbeheerder tevens voor elk bijbehorend secundair allocatiepunt het aansluitingenregister met de door de nieuwe meetverantwoordelijke aangeleverde gegevens overeenkomstig artikel 2.1.8.

4.4. Beëindiging van de levering op een grootverbruikaansluiting

4.10. In bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting

4.3.2. De netbeheerder controleert de inhuizingsmelding

4.10.2.1a

De netbeheerder informeert de meetverantwoordelijke op de datum waarop de aansluiting fysiek in bedrijf wordt genomen over de inbedrijfname van de aansluiting. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.

4.12. Verwijderen van een grootverbruikaansluiting

4.5.1. De leverancier dient de switch van programmaverantwoordelijke in bij de netbeheerder

4.12.2.4a

Indien een primair allocatiepunt wordt verwijderd, verwijdert de netbeheerder tegelijkertijd ook de bijbehorende secundaire allocatiepunten.

4.13. Wijzigen van verblijfsfunctie of complexbepaling op een grootverbruikaansluiting

4.4.4. De netbeheerder voert de eindelevering uit en communiceert dit

4.5.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.5.2. De netbeheerder controleert de PV-switchmelding

4.14.3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert de switch uit en communiceert dit

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.15.2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet controleert de eindeleveringsmelding

4.6.1. Voorbereiding

5. Meetgegevensprocessen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen

5.1. Collecteren, valideren, vaststellen en distribueren van meterstanden

5.1.2. De leverancier collecteert meterstanden

4.6.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit

4.10. In bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting

5.3. Bepalen verbruik

4.11.2. Uitbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder

4.13.3. De netbeheerder voert de wijziging verblijfsfunctie of complexbepaling uit en communiceert dit

4.14.2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet controleert de switchmelding

5.4. Bepalen standaardjaarverbruik

5.5. Dispuutproces

4.13.2. De netbeheerder controleert de melding wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling

4.13.1. De leverancier dient het verzoek wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling in bij de netbeheerder

6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen

4.15. Beëindiging van levering bij de direct aangeslotene op het landelijk gastransportnet

4.16. Correctieprocessen op grootverbruikaansluitingen

4.15.2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet controleert de eindeleveringsmelding

6.2.2.2a

Vervallen

6.2.2.6a

De meetverantwoordelijke verstrekt maandelijks, uiterlijk de tiende werkdag van de maand na de maand waarop de meetgegevens, bedoeld in artikel 5.3.11 van de Meetcode elektriciteit betrekking hebben, aan de netbeheerder en aan de programmaverantwoordelijke die actief is op het allocatiepunt in de maand of het deel van de maand waarop de meetgegevens bedoeld in artikel 5.3.11 van de Meetcode elektriciteit betrekking hebben, de volgende gegevens per allocatiepunt:

  • a. de (gecorrigeerde) hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per richting, onderscheiden naar normaaluren en laaguren, waarbij in geval van een meetinrichting met één telwerk deze beide hoeveelheden worden bepaald op basis van de waarden per onbalansverrekeningsperiode;
  • b. per leveringsrichting, per kalenderdag, per onbalansverrekeningsperiode:
  • 1°. de (gecorrigeerde) hoeveelheid met het net uitgewisselde energie;
  • 2°. de herkomstindicatie, validatiestatus en indien van toepassing een reparatiemethodiek voor elk onder 1° genoemde waarde.

5.5. Dispuutproces

5.1.3. De leverancier valideert meterstanden en stelt deze vast

6.3.3. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd vaststellen van meetgegevens

5.3.2. Verbruiksbepaling elektriciteit

6.2.2. Overdracht van meetgegevens aan de netbeheerder

5.3.3. Verbruiksbepaling gas

6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering

5.5.2. Beoordelen alternatieve meterstand

6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke

5.5.4. Vaststellen meterstand na dispuut

5.5.4. Vaststellen meterstand na dispuut

6.5.1. Algemeen

6.1.1. De meetverantwoordelijke stelt de meterstand vast, berekent het verbruik en stuurt deze naar de netbeheerder

6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen

6.7. Opvragen historische meetgegevens

7. Allocatie en reconciliatie

8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker

6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke

8.1.2a

Voorafgaand aan het aangaan van een leveringscontract ten behoeve van levering op een secundair allocatiepunt informeert de leverancier namens de netbeheerder de contractant dat de installatie die bij het secundair allocatiepunt hoort, niet mag worden gebruikt ten behoeve van bewoning van een ruimte.

8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet

9. Berichtenverkeer

9.1. Uitvoeringsregels

9.2. Elektronische gegevensuitwisseling

10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens

6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder

6.3.1. Algemeen

6.3.7. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de vijfde werkdag na afloop van het etmaal

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.1.4. Het toegankelijk meetregister

6.3.3. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd vaststellen van meetgegevens

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

11. Bijzondere bepalingen

8.3. Administratieve bepalingen

Bijlagen

Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit

B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën

B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit

B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit

B1.6. De bepaling van de gegevens

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.2. Standaardprofielen gas

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B1.2.1

Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.

B1.2.2

Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.

B1.2.3

Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.

B1.2.4

Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.

B1.2.5

Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.

B1.2.6

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

B1.2.7

Vervallen.

B1.2.8

Vervallen.

B1.0.1

Een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit organiseert een overlegplatform, waarin naast een delegatie uit hun midden, tevens zitting hebben programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.

B1.0.2

Het overlegplatform stelt vast en beheert:

Bijlagen

Bijlagen

Bijlage 1. Profielen elektriciteit

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2.1.7a

Voordat de netbeheerder de in 2.1.7 bedoelde mutaties daadwerkelijk uitvoert, verstrekt de netbeheerder de gegevens bedoeld in 2.1.3 en 2.1.4 aan de leverancier die de levering aan de hem toegewezen afnemer voortzet.

2.1.12

Het is een leverancier uitsluitend toegestaan gegevens uit het aansluitingenregister op te vragen ten behoeve van

  • a. identificatie van de aansluiting, zoals vastgelegd in paragraaf 2.2a;
  • b. het doen van een aanbod voor levering, zoals vastgelegd in paragraaf 2.2b;
2.1.13

Het is een programmaverantwoordelijke en een meetverantwoordelijke uitsluitend toegestaan gegevens uit het aansluitingenregister op te vragen voor de situatie zoals vastgelegd in paragraaf 2.2d.

2.2. Wijziging van gegevens in het aansluitingenregister

2.2a. Opvraag van gegevens van de aansluiting ten behoeve van identificatie van de aansluiting

2.2a.1

Een leverancier kan ten behoeve van de identificatie van de aansluiting gegevens van de desbetreffende aansluiting opvragen bij de netbeheerder onder vermelding van:

  • a.
  • (i). de EAN-code van de aansluiting, of
  • (ii). de adresgegevens van de aansluiting;
  • b. indien de opvragende leverancier dat wenst op te geven, een of meer van de volgende gegevens:
  • (i). de productsoort,
  • (ii). het verbruikssegment,
  • (iii). een referentienummer van de opvragende leverancier.
2.2a.2

Naar aanleiding van een opvraag zoals bedoeld in 2.2a.1 controleert de netbeheerder of de opvraag volledig en syntactisch correct is.

2.2a.3

Indien de in 2.2a.2 bedoelde controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier onverwijld een bericht onder vermelding van de reden van afwijzing: de opvraag is niet volledig of syntactisch onjuist.

2.2a.4

Tenzij 2.2a.3 van toepassing is, stuurt de netbeheerder een bericht naar de leverancier en verstrekt daarbij, naar aanleiding van de in 2.2a.1 bedoelde opvraag, de gegevens als bedoeld in B7.1.

2.2a.5

De netbeheerder verstuurt de in 2.2a.4 bedoelde gegevens, die betrekking hebben op de dag voorafgaand aan de dag van ontvangst van de opvraag, zo snel mogelijk doch uiterlijk de werkdag na ontvangst van de opvraag aan de opvragende leverancier.

2.2b. Opvraag van gegevens van de aansluiting ten behoeve van een aanbod voor levering

2.2b.1

Een leverancier die beschikt over een toestemming van de afnemer kan, ten behoeve van het doen van een aanbod voor een leveringsovereenkomst, bij de netbeheerder gegevens van de desbetreffende kleinverbruikaansluiting opvragen onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien de opvragende leverancier dat wenst op te geven: een referentienummer van de opvragende leverancier;
  • d. de toestemmingssleutel;
  • e. de klantsleutel.
2.2b.2

Naar aanleiding van een opvraag zoals bedoeld in 2.2b.1 controleert de netbeheerder of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het aansluitingenregister;
  • c. de aansluiting een kleinverbruikaansluiting is;
  • d. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier voorkomt in het leveranciersregister;
  • e. de klantsleutel overeenkomt met de klantsleutel in de klantsleuteladministratie.
2.2b.3

Indien de in 2.2b.2 bedoelde controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier onverwijld een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de in de opvraag opgegeven EAN-code van de aansluiting;
  • c. de reden van afwijzing:
    1. de opvraag is niet volledig of syntactisch onjuist;
    1. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het aansluitingenregister;
    1. de EAN-code aansluiting betreft geen kleinverbruikaansluiting;
    1. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister;
    1. de klantsleutel komt niet overeen met de klantsleutel zoals bekend in de klantsleuteladministratie;
    1. er is voor deze aansluiting geen klantsleutel aanwezig in de klantsleuteladministratie;
  • d. indien aangeleverd in de opvraag: het referentienummer van de opvragende leverancier.
2.2b.4

Deze wijziging is ongedaan gemaakt in verband met een rechterlijke uitspraak (ECLI:NL:CBB:2020:3).

2.2b.5

De netbeheerder verstuurt de in 2.2b.4 bedoelde gegevens, die betrekking hebben op de dag voorafgaand aan de dag van ontvangst van de opvraag, zo snel mogelijk doch uiterlijk de werkdag na ontvangst van de opvraag aan de opvragende leverancier.

2.2c. Opvraag van gegevens van de aansluiting ten behoeve van voorbereiding van levering

2.2c.1

Een leverancier die beschikt over een leveringsovereenkomst, maar nog niet de actuele leverancier is op de desbetreffende kleinverbruikaansluiting, en

  • (i). wiens leveringsovereenkomst voor de desbetreffende kleinverbruiker is geregistreerd in het contracteindegegevensregister, of
  • (ii). wiens melding als bedoeld in 2.5.5 voor de desbetreffende kleinverbruiker is geregistreerd in het contracteindegegevensregister,

kan bij de netbeheerder gegevens horend bij de desbetreffende kleinverbruikaansluiting opvragen onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien de leverancier dat wenst op te geven: een referentienummer van de leverancier.
2.2c.2

Naar aanleiding van een opvraag zoals bedoeld in 2.2c.1 controleert de netbeheerder of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het aansluitingenregister;
  • c. de aansluiting een kleinverbruikaansluiting is;
  • d. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier voorkomt in het leveranciersregister;
  • e. er in het contracteindegegevensregister een leveringsovereenkomst of een melding als bedoeld in 2.5.5 voor deze aansluiting is geregistreerd ten name van de opvragende leverancier.
2.2c.3

Indien de in 2.2c.2 bedoelde controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier onverwijld een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de in de opvraag opgegeven EAN-code van de aansluiting;
  • c. de reden van afwijzing:
    1. de opvraag is niet volledig of syntactisch onjuist;
    1. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het aansluitingenregister;
    1. de EAN-code aansluiting betreft geen kleinverbruikaansluiting;
    1. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister;
    1. in het contracteindegegevensregister is voor deze aansluiting geen leveringsovereenkomst of een melding als bedoeld in 2.5.5 geregistreerd ten name van de opvragende leverancier;
  • d. indien aangeleverd in de opvraag: het referentienummer van de opvragende leverancier.
2.2c.4

Tenzij 2.2c.3 van toepassing is, stuurt de regionale netbeheerder een bericht naar de leverancier en verstrekt daarbij, naar aanleiding van de in 2.2c.1 bedoelde opvraag, de gegevens als bedoeld in B7.1.

2.2c.5

De netbeheerder verstuurt de in 2.2c.4 bedoelde gegevens, die betrekking hebben op de dag voorafgaand aan de dag van ontvangst van de opvraag, zo snel mogelijk doch uiterlijk de werkdag na ontvangst van de opvraag aan de opvragende leverancier.

2.2d. Opvraag van gegevens van de aansluiting ten behoeve van levering

2.2d.1

De actuele leverancier, de actuele programmaverantwoordelijke dan wel, indien het een grootverbruikaansluiting betreft, de actuele meetverantwoordelijke behorende bij de desbetreffende aansluiting, of een leverancier, programmaverantwoordelijke of meetverantwoordelijke die beschikt over een machtiging van de aangeslotene om eenmalig de gegevens van de aansluiting op te vragen voor een grootverbruikaansluiting, kan bij de netbeheerder de gegevens van de desbetreffende aansluiting opvragen onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende partij;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
  • d. indien de opvragende partij dat wenst op te geven: een referentienummer van de opvragende partij.
2.2d.2

Naar aanleiding van een opvraag zoals bedoeld in 2.2d.1 controleert de netbeheerder of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het aansluitingenregister;
  • c. indien het een kleinverbruikaansluiting betreft, de opvragende partij de actuele leverancier dan wel actuele programmaverantwoordelijke behorende bij de desbetreffende aansluiting is;
  • d. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier voorkomt in het leveranciersregister dan wel de opvragende programmaverantwoordelijke een volledige erkenning heeft volgens het programmaverantwoordelijkenregister dan wel de opvragende meetverantwoordelijke beschikt over een erkenning als bedoeld in bijlage 4.2 van de Meetcode elektriciteit of bijlage 3.2 van de Meetcode gas RNB.
2.2d.3

Indien de in 2.2d.2 bedoelde controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de opvragende partij onverwijld een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende partij;
  • b. de in de opvraag opgegeven EAN-code van de aansluiting;
  • c. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
  • d. de reden van afwijzing:
    1. de opvraag is niet volledig of syntactisch onjuist;
    1. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het aansluitingenregister;
    1. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier komt niet voor in het leveranciersregister, dan wel de opvragende programmaverantwoordelijke beschikt volgens het programmaverantwoordelijkenregister niet over een volledige erkenning, dan wel de opvragende meetverantwoordelijke beschikt niet over een erkenning;
    1. indien het een kleinverbruikaansluiting betreft: de opvragende partij is niet de actuele leverancier dan wel programmaverantwoordelijke behorende bij de desbetreffende aansluiting.
  • e. indien aangeleverd in de opvraag: het referentienummer van de opvragende partij.
2.2d.4

Tenzij 2.2d.3 van toepassing is, stuurt de regionale netbeheerder een bericht naar de opvragende partij en verstrekt daarbij, naar aanleiding van de in 2.2d.1 bedoelde opvraag, de gegevens als bedoeld in B7.1.

2.2d.5

De netbeheerder verstuurt de in 2.2d.4 bedoelde gegevens, die betrekking hebben op de dag voorafgaand aan de dag van ontvangst van de opvraag, zo snel mogelijk doch uiterlijk de werkdag na ontvangst van de opvraag aan de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke of meetverantwoordelijke.

2.4. Het CalGos-boek

2.5. Het contracteindegegevensregister

2.5.6

De regionale netbeheerder registreert de in 2.5.3 bedoelde gegevens binnen een werkdag in het contracteindegegevensregister.

2.5.7

De regionale netbeheerder registreert de in 2.5.5, onderdelen a en b, bedoelde gegevens onmiddellijk in het contracteindegegevensregister en verwijdert deze één maand nadien uit het contracteindegegevensregister. De netbeheerder archiveert de verwijderde gegevens gedurende 1 jaar in verband met mogelijke klachten.

2.5.8

De regionale netbeheerder kan, indien daar reden voor is, de door de leverancier vastgelegde contractgegevens, behorende bij een opvraging zoals bedoeld in 2.2c.1, 2.5a.1 of 2.5b.1 bij de leverancier opvragen onder vermelding van:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
2.5.9

De leverancier verstrekt de opgevraagde contractgegevens binnen 72 uur aan de regionale netbeheerder.

2.5.10

De netbeheerder bewaart de ontvangen contractgegevens zo lang als noodzakelijk is ten behoeve van aanhangige geschillen.

2.5.11

Het is een leverancier uitsluitend toegestaan gegevens uit het contracteindegegevensregister op te vragen ten behoeve van

  • a. het doen van een aanbod voor levering, zoals vastgelegd in paragraaf 2.5a;

2.5a. Opvraag van contracteindegegevens ten behoeve van een aanbod voor levering

2.5a.1

Een leverancier die beschikt over een toestemming van de afnemer kan, ten behoeve van het doen van een aanbod voor een leveringsovereenkomst, bij de netbeheerder contracteindegegevens van de desbetreffende kleinverbruikaansluiting opvragen onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien de opvragende leverancier dat wenst op te geven: een referentienummer van de opvragende leverancier;
  • d. de toestemmingssleutel;
  • e. de klantsleutel.
2.5a.2

De regionale netbeheerder controleert of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting is geregistreerd in het contracteindegegevensregister;
  • c. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier voorkomt in het leveranciersregister;
  • d. de klantsleutel overeenkomt met de klant-sleutel voor deze aansluiting in de klantsleuteladministratie;
  • e. de opvraag is voorzien van een toestemmingssleutel.
2.5a.3

Indien de controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier uiterlijk één werkdag na ontvangst van de opvraag een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien aangeleverd bij de opvraag: het referentienummer van de opvragende leverancier;
  • d. de reden van afwijzing:
  • 1°. de opvraag contracteindegegevens is niet volledig of syntactisch onjuist;
  • 2°. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het contracteindegegevensregister;
  • 3°. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister;
  • 4°. de door de leverancier aangeleverde klantsleutel komt niet overeen met de klantsleutel voor de aansluiting in de klantsleuteladministratie;
  • 5°. het verzoek is niet voorzien van een toestemmingssleutel.
2.5a.4

Deze wijziging is ongedaan gemaakt in verband met een rechterlijke uitspraak (ECLI:NL:CBB:2020:3).

2.5b. Opvraag van contracteindegegevens ten behoeve van voorbereiding van levering

2.5b.1

Een leverancier die beschikt over een leveringsovereenkomst waarvan de startdatum voor levering in te toekomst ligt en

  • (i). wiens leveringsovereenkomst voor de desbetreffende kleinverbruiker is geregistreerd in het contracteindegegevensregister, of
  • (ii). wiens melding als bedoeld in 2.5.5 voor de desbetreffende kleinverbruiker is geregistreerd in het contracteindegegevensregister,

kan bij de netbeheerder contracteindegegevens horend bij de desbetreffende kleinverbruikaansluiting opvragen onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien de leverancier dat wenst op te geven: een referentienummer van de leverancier.
2.5b.2

De regionale netbeheerder controleert of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting is geregistreerd in het contracteindegegevensregister;
  • c. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier voorkomt in het leveranciersregister;
  • d. er in het contracteindegegevensregister een leveringsovereenkomst of een melding als bedoeld in 2.5.5 voor deze aansluiting is geregistreerd ten name van de opvragende leverancier.
2.5b.3

Indien de controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier uiterlijk één werkdag na ontvangst van de opvraag een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien aangeleverd bij de opvraag: het referentienummer van de opvragende leverancier;
  • d. de reden van afwijzing:
  • 1°. de opvraag contracteindegegevens is niet volledig of syntactisch onjuist;
  • 2°. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het contracteindegegevensregister;
  • 3°. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister;
  • 4°. in het contracteindegegevensregister is voor deze aansluiting geen leveringsovereenkomst of een melding als bedoeld in 2.5.5 geregistreerd ten name van de opvragende leverancier.
2.5b.4

Deze wijziging is ongedaan gemaakt in verband met een rechterlijke uitspraak (ECLI:NL:CBB:2020:3).

2.6.4

De in 2.6.3, onderdeel a, bedoelde leverancier kan gegevens uit het toegankelijk meetregister opvragen voor zover:

  • a. deze gegevens betrekking hebben op de periode waarin de leverancier op de aansluiting vermeld is in het aansluitingenregister, of
  • b. deze gegevens betrekking hebben op de daaraan voorafgaande periode:
  • 1°. de laatste vastgestelde stand met de herkomst zoals bedoeld in B5.1 met uitzondering van de berekende en de overeengekomen stand, en
  • 2°. de berekende en overeengekomen standen na de datum van de onder 1° bedoelde laatst vastgestelde stand.
2.6.5

De in 2.6.3, onderdeel b, bedoelde leverancier kan gegevens uit het toegankelijk meetregister opvragen voor zover deze gegevens betrekking hebben op de periode waarin de leverancier op de aansluiting vermeld is geweest in het aansluitingenregister of op de eerstvolgende vier maanden daarna.

2.6.6

De in 2.6.3, onderdelen c en d, bedoelde leverancier kan voorafgaand aan zijn periode van levering de volgende gegevens opvragen uit het toegankelijk meetregister:

  • a. de laatste vastgestelde stand met de herkomst zoals bedoeld in B5.1 met uitzondering van de berekende en de overeengekomen stand, en
  • b. de berekende en overeengekomen standen na de datum van de onder a bedoelde laatst vastgestelde stand tot aan het moment van opvraag.
2.6.7

De leverancier vraagt de gegevens als bedoeld in 2.6.4, 2.6.5 en 2.6.6 op bij de netbeheerder onder vermelding van de volgende gegevens:

  • a. zijn bedrijfs-EAN-code;
  • b. de EAN-code van de aansluiting.
2.6.8

De netbeheerder controleert of:

  • a. de opvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het toegankelijk meetregister, en
  • c. de opvragende leverancier als leverancier in het aansluitingenregister is vermeld of is vermeld geweest op de aansluiting, dan wel,
  • (i). er van de opvragende leverancier voor de desbetreffende aansluiting een leveringsovereenkomst of een melding als bedoeld in 2.5.5 is geregistreerd in het contracteindegegevensregister, en
  • (ii). het een meetinrichting betreft die niet op afstand uitleesbaar is of niet uitgelezen mag worden.
2.6.9

Indien de controle één of meer negatieve resultaten oplevert, verstrekt de regionale netbeheerder de opgevraagde gegevens niet en stuurt hij de leverancier onverwijld een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. de reden van afwijzing:
  • 1°. de opvraag is niet volledig of syntactisch onjuist;
  • 2°. de EAN-code van de aansluiting is onbekend;
  • 3°. de opvragende leverancier is niet als leverancier in het aansluitingenregister vermeld of vermeld geweest op de aansluiting;
  • 4°. voor de desbetreffende aansluiting is geen leveringsovereenkomst of melding als bedoeld in 2.5.5 geregistreerd voor de opvragende leverancier;
  • 5°. het betreft een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
2.6.10

Tenzij 2.6.9 van toepassing is, stuurt de regionale netbeheerder onverwijld een bericht aan de leverancier en verstrekt daarbij de volgende gegevens voor zover die betrekking hebben op de in 2.6.4, 2.6.5 en 2.6.6 bedoelde periodes:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. de identificatie van de meetinrichting;
  • d. per verbruiksperiode per telwerk:
  • 1°. de beginstand met bijbehorende opnamedatum en herkomst van de meterstand;
  • 2°. de eindstand met bijbehorende opnamedatum en herkomst van de meterstand;
  • 3°. het verbruik;
  • 4°. de tariefzone.

2.7. Het netbeheerdersregister

2.10. Controle van de naam van de aangeslotene in het aansluitingenregister

2.11. Wijzigen en opvraag van gegevens van het primaire deel van de meetinrichting

2.12. Blokkeren van automatische mutaties op grootverbruikaansluitingen

2.13. Aansluitingenregister landelijk gastransportnet

2.14.1

De regionale netbeheerders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van een centrale administratie van klantsleutels, hierna te noemen de klantsleuteladministratie.

2.14.2

De klantsleuteladministratie heeft betrekking op:

2.14.3

De leverancier verstrekt uiterlijk de volgende werkdag nadat een mutatie heeft plaatsgevonden als bedoeld in 3.1.3.1 of 3.3.3.1, of nadat de door hem geadministreerde sleutelgegevens zijn gewijzigd, de hem bekende klantsleutel aan de regionale netbeheerder onder vermelding van de volgende gegevens:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
  • b. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
  • c. Indien de leverancier daarover beschikt: de laatste drie cijfers van de IBAN van de afnemer op de aansluiting;
  • d. indien de leverancier daarover beschikt: de maand en dag van de geboortedatum van de afnemer op de aansluiting;
  • e. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
2.14.4

De regionale netbeheerder verwerkt de in 2.14.3 bedoelde gegevens niet, en bericht de leverancier hierover binnen een werkdag, ingeval:

  • a. de gegevensverstrekking syntactisch onjuist of onvolledig is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting niet voorkomt in het aansluitingenregister;
  • c. de verstrekkende leverancier niet de actuele leverancier is.
2.14.5

Tenzij 2.14.4 van toepassing is, verwerkt de regionale netbeheerder de in 2.14.3 bedoelde gegevens binnen een werkdag in de klantsleuteladministratie en bericht de leverancier hierover onmiddellijk nadien.

2.14.6

Indien de netbeheerder een leveranciersswitch, uithuizing, inhuizing of een verwijdering van een aansluiting in het aansluitingenregister heeft geëffectueerd op grond van 3.1.3.1, 3.2.3.1, 3.3.3.1 respectievelijk 3.10.1.4, verwijdert de netbeheerder onmiddellijk nadien de bij de desbetreffende aansluiting behorende klantsleutel uit de klantsleuteladministratie.

2.15. De toestemmingenadministratie

2.15.1

De leverancier is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van een administratie van toestemmingen die kleinverbruikers hem hebben verstrekt voor het doen van opvragingen als bedoeld in 2.2b.1 of 2.5a.1, hierna te noemen de toestemmingenadministratie.

2.15.2

De toestemmingenadministratie bevat minimaal de volgende gegevens:

  • a. de toestemmingssleutel;
  • b. de naam van de desbetreffende kleinverbruiker;
  • c. de datum waarop de toestemming door de leverancier is ontvangen;
  • d. het doel van de toestemming;
  • e. de toestemming;
  • f. de wijze waarop de desbetreffende kleinverbruiker de toestemming heeft gegeven;
  • g. de postcode en het huisnummer met eventuele huisnummertoevoeging van het adres van de desbetreffende kleinverbruiker;
  • h. de EAN-code van de aansluiting van de desbetreffende kleinverbruiker.
2.15.3

De netbeheerder kan, indien daar reden voor is, de gegevens uit de toestemmingenadministratie gedurende de bewaartermijn als bedoeld in 10.1.4b.2 en 10.1.4b.3, opvragen bij de leverancier onder vermelding van:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
2.15.4

De leverancier verstrekt de uit de toestemmingenadministratie opgevraagde gegevens binnen 72 uur aan de regionale netbeheerder.

3. Mutatieprocessen voor kleinverbruikaansluitingen

3.1. Switch van leverancier op een kleinverbruikaansluiting

3.2.3. De regionale netbeheerder voert de uithuizing uit

3.4. Beëindiging van de levering op een kleinverbruikaansluiting

3.4.1. Voorbereiding

3.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de regionale netbeheerder

3.4.1a. De leverancier stuurt een vooraankondiging eindelevering

3.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een kleinverbruikaansluiting

3.4.4. De regionale netbeheerder voert de eindelevering uit

3.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

3.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een kleinverbruikaansluiting

3.5.1. De leverancier dient de switch van programmaverantwoordelijke in bij de regionale netbeheerder

3.5.2. De regionale netbeheerder controleert de PV-switchmelding

3.6.3. De regionale netbeheerder controleert de melding bulk PV-switch

3.6.4. De regionale netbeheerder voert de bulk PV-switch uit en communiceert dit

3.7. Registreren van een nieuwe kleinverbruikaansluiting

3.8. In bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting

3.9. Uit bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting

3.9.1. De regionale netbeheerder neemt de aansluiting uit bedrijf en communiceert dit

3.10. Verwijderen van een kleinverbruikaansluiting

3.8.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand

3.9. Uit bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting

3.9.1. De regionale netbeheerder neemt de aansluiting uit bedrijf en communiceert dit

3.11.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand

3.12. Wijzigen van naam of verblijfsfunctie of complexbepaling op een kleinverbruikaansluiting

3.12.1. De leverancier dient het verzoek wijzigen naam of verblijfsfunctie of complexbepaling in bij de regionale netbeheerder

3.13. Op verzoek van de aangeslotene administratief aan- en uitzetten van kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is

3.12.2. De regionale netbeheerder controleert de melding wijzigen naam

3.13a. Wijzigen van het kenmerk of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is

3.13a.1. De netbeheerder muteert het kenmerk inzake de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting

3.13a.1. De netbeheerder muteert het kenmerk inzake de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting

3.15. Wijzigen van de allocatiemethode met betrekking tot elektriciteitsaansluitingen die voorzien zijn van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is

4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen

4.1. Switch van leverancier op een grootverbruikaansluiting

3.14.4. Correctieproces onterechte eindelevering

4.2. Uithuizing op een grootverbruikaansluiting

4.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

4.3. Inhuizing op een grootverbruikaansluiting

4.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de netbeheerder

4.3.3. De netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit

4.2.2. De netbeheerder controleert de uithuizingsmelding

4.4. Beëindiging van de levering op een grootverbruikaansluiting

4.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de netbeheerder

4.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de netbeheerder

4.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting

4.5.1. De leverancier dient de switch van programmaverantwoordelijke in bij de netbeheerder

4.5.2. De netbeheerder controleert de PV-switchmelding

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

4.8. Beëindigen van de meetverantwoordelijkheid op een grootverbruikaansluiting

4.8.1. Informeren van de leverancier

4.6.1. Voorbereiding

4.8.3. De netbeheerder voert de beëindiging meetverantwoordelijkheid uit en communiceert dit

4.9. Registreren van een nieuwe grootverbruikaansluiting

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.7.1. Voorbereiding

4.11.2. Uitbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder

4.12. Verwijderen van een grootverbruikaansluiting

4.12.1. Voorbereiding

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)