Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.4. Het standaardjaarverbruik gas

Het standaardjaarverbruik van kleinverbruikaansluitingen zonder meetinrichting wordt vastgesteld naar beste inzicht van de regionale netbeheerder, waarbij de volgende richtlijn gehanteerd kan worden:

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.5.1.1

De regionale netbeheerder voert de onder deze paragraaf B3.5.1 vermelde bewerkingen per netgebied uit.

B3.5.1.2

De regionale netbeheerder bepaalt in welk temperatuurgebied het netgebied valt.

B3.5.1.3

De regionale netbeheerder bepaalt de som van de standaardjaarverbruiken van de profielafnemers van dezelfde combinatie van erkende programmaverantwoordelijke, leverancier en profielcategorie (∑SJVPV;LE,PC;Netgebied).

B3.5.1.4

De regionale netbeheerder bepaalt voor de desbetreffende profielcategorie voor elk uur de profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP) uit de regressiecoëfficiënt (RER) voor het desbetreffende uur, de stooktemperatuur (TST) voor het desbetreffende uur en de actuele temperatuurcoëfficiënt (TAC) van het relevante temperatuurgebied van het desbetreffende uur volgens de formules:

TAPPC = 0 indien TAC > TSTPC en

TAPPC = RERPC x (TSTPC – TAC) indien TAC ≤ TSTPC

De regionale netbeheerder gebruikt hierbij de actuele temperatuurcoëfficiënt, behorende bij het betreffende temperatuurgebied.

B3.5.1.5

De regionale netbeheerder bepaalt vervolgens voor elke profielcategorie voor elk uur de profielfractie van het verondersteld profiel (VP) uit de desbetreffende profielfractie van het temperatuuronafhankelijke deel van het profiel (TOP) en de desbetreffende profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP), volgens de formule:

VPPC = TOPPC + TAPPC

B3.5.1.6

De regionale netbeheerder bepaalt voor elk uur het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV), uitgedrukt in MJ, per erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie (PV;LE) per profielcategorie (PC) achter een bepaald netgebied volgens de formule:

VGVPV;LE,PC,netgebied = VPPC x ∑SJVPV;LE,PC,netgebied x 35,17

waarin:

VPPC = de profielfractie van het verondersteld profiel voor de desbetreffende profielcategorie voor het desbetreffende uur, rekening houdend met het juiste temperatuurgebied;

∑SJVPV;LE,PC,netgebied = de som van alle standaardjaarverbruiken van profielafnemers van de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke / leverancier combinatie in de desbetreffende profielcategorie achter het desbetreffende overdrachtspunt (netgebied), en;

VGVPV;LE,PC,netgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke / leverancier combinatie, profielcategorie en overdrachtspunt (netgebied), uitgedrukt in MJ.

Het aldus berekende veronderstelde geprofileerde verbruik is de basis voor de allocatie op grond van de ‘profielklanten’.

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

B3.6.1

Binnen het in B3.1.2 bedoelde overlegplatform vindt de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen plaats.

B3.6.2

Het overlegplatform kan wijzigingen ontwerpen aangaande de regels van de profielmethodiek. Voor zover deze wijzigingen niet verenigbaar zijn met de op dat moment geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 22 van de Gaswet zal een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas deze wijzigingen als voorstellen van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas met inachtneming van artikel 22, Gaswet, indienen bij de Autoriteit Consument en Markt, tenzij het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas op redelijke gronden hun instemming onthouden aan die wijzigingen.

B3.6.3

Onder de regels met betrekking tot de profielenmethodiek worden in elk geval gerekend regels betreffende:

B3.6.4

De op grond van B3.6.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens

De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2b.4 Artikel 2.2c.4 Artikel 2.2d.4, 2.2.1 Artikel 2.2d.4, 2.2.2 Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 Artikel 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a, 4.5.2.6a
Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) KV GV KV KV KV KV GV KV/GV
Verstrekking aan leverancier x x x x x x
Verstrekking aan programmaverantwoordelijke x x x
Verstrekking aan meetverantwoordelijke x
Artikel 2.1.3 a de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten;
b de EAN-code van de aansluiting; x x x x x x x x
c de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; x x x x x x x x
d de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x x x x x x x x
e de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
f de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
g de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
h een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; x x x x x
i een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; x x x x
j een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; x x x x x x x
l de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; x x x x x x x x
p de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; x x x x x x
q de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; x x x x x x x
r in geval van gasaansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik gas; x x x x x x
s een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; x x x x
t de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; x x x x
u in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; x x x x x x
v [gereserveerd] x x
w de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; x x x x x x x x
x indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
y indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen; x x x x x x
z de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit, waar mogelijk onderscheiden naar normaaluren en laaguren. x x x x x x
Artikel 2.1.4 a de capaciteitstariefcode; x x x
b in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; x x x
d het identificatienummer van de meetinrichting; x 1 x x
e in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; x x
f per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens:
f1 in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; x x
f2 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; x x
f3 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; x x
f5 het aantal posities voor de komma; x x
f6 de vermenigvuldigingsfactor; x x
g in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; x x x
h een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. x x x
Artikel 2.1.5 a de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x
b in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; x
c in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; x
d in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); x
e in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). x
f in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; x
g in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. x
i in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur; x
j in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA. x

1 de laatste 4 cijfers van de gegevens bedoeld in 2.1.4, onderdeel d.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

B1.1. Vaststelling en beheer standaardprofielen elektriciteit

B1.2. Vaststelling en beheer werkwijze en rekenregels dynamische profielfracties

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

Vervallen

Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.2. Standaardprofielen gas

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens

De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2b.4 Artikel 2.2c.4 Artikel 2.2d.4, 2.2.1 Artikel 2.2d.4, 2.2.2 Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 Artikel 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a, 4.5.2.6a
Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) KV GV KV KV KV KV GV KV/GV
Verstrekking aan leverancier x x x x x x
Verstrekking aan programmaverantwoordelijke x x x
Verstrekking aan meetverantwoordelijke x
Artikel 2.1.3 a de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten;
b de EAN-code van de aansluiting; x x x x x x x x
c de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; x x x x x x x x
d de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x x x x x x x x
e de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
f de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
g de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
h een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; x x x x x
i een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; x x x x
j een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; x x x x x x x
l de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; x x x x x x x x
p de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; x x x x x x
q de profielcategorie exclusief het vastgesteld afnametype voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; x x x x x x x
r in geval van gasaansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik gas; x x x x x x
s een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; x x x x
t de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; x x x x
u in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; x x x x x x
v [gereserveerd] x x
w de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; x x x x x x x x
x indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
y indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen; x x x x x x
z de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit, waar mogelijk onderscheiden naar normaaluren en laaguren. x x x x x x
Artikel 2.1.4 a de capaciteitstariefcode; x x x
b in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; x x x
d het identificatienummer van de meetinrichting; x 1 x x
e in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; x x
f per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens:
f1 in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; x x
f2 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; x x
f3 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; x x
f5 het aantal posities voor de komma; x x
f6 de vermenigvuldigingsfactor; x x
g in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; x x x
h een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. x x x
Artikel 2.1.5 a de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x
b in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; x
c in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; x
d in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); x
e in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). x
f in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; x
g in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. x
i in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur; x
j in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA. x

1 de laatste 4 cijfers van de gegevens bedoeld in 2.1.4, onderdeel d.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2.5c.1

Een leverancier stuurt, uiterlijk één werkdag nadat die beschikt over een nieuwe leveringsovereenkomst en voornemens is in de toekomst een switchmelding als bedoeld in 3.1.1.1 in te dienen, aan de regionale netbeheerder een vooraankondiging leverancierswitch. Dit bericht bevat:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
  • b. de beoogde switchdatum;
  • c. indien de leverancier dat wenst op te geven: een referentienummer van de leverancier.
2.5c.2

De regionale netbeheerder controleert of:

  • a. de aanvraag volledig en syntactisch correct is;
  • b. de EAN-code van de aansluiting is geregistreerd in het aansluitingenregister;
  • c. de bedrijfs-EAN-code van de indienende leverancier voorkomt in het leveranciersregister.
2.5c.3

Indien de controle uit 2.5c.2 één of meer negatieve resultaten oplevert, stuurt de regionale netbeheerder de leverancier uiterlijk één werkdag na ontvangst van de vooraankondiging leverancierswitch een bericht onder vermelding van:

  • a. de bedrijfs-EAN-code van de indienende leverancier;
  • b. de EAN-code van de aansluiting;
  • c. indien aangeleverd in de vooraankondiging leverancierswitch: het referentienummer van de indienende leverancier;
  • d. de reden van afwijzing:
    1. de vooraankondiging leverancierswitch is niet volledig of syntactisch onjuist;
    1. de EAN-code van de aansluiting komt niet voor in het aansluitingenregister;
    1. de bedrijfs-EAN-code van de indienende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister.
2.5c.4

Indien alle controles uit 2.5c.2 een positief resultaat geven, stuurt de regionale netbeheerder uiterlijk één werkdag na ontvangst van de vooraankondiging leverancierswitch een ontvangstbevestiging aan de indienende leverancier.

2.5c.5

Indien alle controles uit 2.5c.2 een positief resultaat geven, stuurt de regionale netbeheerder uiterlijk één werkdag na ontvangst van de vooraankondiging leverancierswitch een bericht aan elke leverancier die voor deze EAN-code geregistreerd staat in het contracteindegegevensregister met een einddatum die later ligt dan de in 2.5c.1 doorgegeven beoogde switchdatum en vermeldt daarbij:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
  • b. de beoogde switchdatum.
2.5c.6

Artikel 2.5c.1 is niet van toepassing op aansluitingen waarvoor een beroep is gedaan op artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998 of op artikel 52c van de Gaswet.

2.7. Het netbeheerdersregister

2.8. Het leveranciersregister

2.13. Aansluitingenregister landelijk gastransportnet

2.15. De toestemmingenadministratie

3. Mutatieprocessen voor kleinverbruikaansluitingen

3.1. Switch van leverancier op een kleinverbruikaansluiting

3.1.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de regionale netbeheerder

3.1.2. De regionale netbeheerder controleert de switchmelding

3.2. Uithuizing op een kleinverbruikaansluiting

3.3. Inhuizing op een kleinverbruikaansluiting

3.4. Beëindiging van de levering op een kleinverbruikaansluiting

3.4.1. Voorbereiding

3.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de regionale netbeheerder

3.6. Bulk PV-switch op kleinverbruikaansluitingen

3.6.1. De leverancier stuurt een vooraankondiging aan de regionale netbeheerder

3.6.3. De regionale netbeheerder controleert de melding bulk PV-switch

3.7. Registreren van een nieuwe kleinverbruikaansluiting

3.8. In bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting

3.8.1. De regionale netbeheerder neemt de aansluiting in bedrijf en communiceert dit

3.10. Verwijderen van een kleinverbruikaansluiting

3.12. Wijzigen van naam op een kleinverbruikaansluiting

3.13. Op verzoek van de aangeslotene administratief aan- en uitzetten van kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is

3.13.1. Verwerken verzoek van de aangeslotene door de regionale netbeheerder

3.13a. Wijzigen van het kenmerk of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is

3.14.3. Correctieproces onterechte inhuizing

4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen

4.1.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de netbeheerder

4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand

4.2. Uithuizing op een grootverbruikaansluiting

4.3. Inhuizing op een grootverbruikaansluiting

4.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de netbeheerder

4.3.3. De netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit

4.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de netbeheerder

4.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting

4.6. Switch van meetverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting

4.7. Plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting

4.7.1. Voorbereiding

4.9. Registreren van een nieuwe grootverbruikaansluiting

4.10. In bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting

4.10.1. Voorbereiding

4.12. Verwijderen van een grootverbruikaansluiting

4.12.1. Voorbereiding

4.13.2. De netbeheerder controleert de melding wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling

4.13.3. De netbeheerder voert de wijziging verblijfsfunctie of complexbepaling uit en communiceert dit

4.16. Correctieprocessen op grootverbruikaansluitingen

4.16.2. Correctieproces onterechte uithuizing

5. Meetgegevensprocessen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen

5.1. Collecteren, valideren, vaststellen en distribueren van meterstanden

5.2. Collecteren, valideren en vaststellen van fysieke meteropnames door de regionale netbeheerder voor de leverancier

5.3. Bepalen verbruik

5.3.1. De leverancier bepaalt het verbruik voor facturatie

5.5. Dispuutproces

5.5.1. Controleren meterstand en melding dispuut

5.5.3. Fysieke opname op basis van kosten ongelijk

6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke

6.2.3. Correctie na onjuiste meetgegevens

6.3.2. Plausibiliseren en controleren door de netbeheerder

6.3.2a. Repareren meetgegevens door de netbeheerder

6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid

6.3.9. Verwerking en overdracht van meetgegevens na reclamatie op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering

6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal

6.4.4. Schatting na onjuiste meetgegevens

6.4.5. Verwerking van nieuw vastgestelde meetgegevens

6.5.1. Algemeen

6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering

6.7. Opvragen historische meetgegevens

6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen

6.9. Verrekenen verbruiken

6.9.1. Verrekenverplichting

6.9.2. Verrekenproces

8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker

8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker

8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet

8.3. Administratieve bepalingen

9. Berichtenverkeer

9.1. Uitvoeringsregels

9.1a. Autorisatiebeleid en derdentoegang

10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens

9.3. Onderhoud

9.3.1. Onderhoud systemen in het kader van meetdata uitwisseling

10.1.2. Het EAN-codeboek

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.1.4. Het toegankelijk meetregister

10.1.4a. De klantsleuteladministratie

10.1.4b. De toestemmingenadministratie

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

11. Bijzondere bepalingen

10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

B1.1. Vaststelling en beheer standaardprofielen elektriciteit

B1.2. Vaststelling en beheer werkwijze en rekenregels dynamische profielfracties

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

Vervallen

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

Vervallen

B3.2. Standaardprofielen gas

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.5. De bepaling van de gegevens

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

6.9.1.3

De leverancier en netbeheerder verrekenen het te veel of te weinig toegewezen verbruik indien de periode waarover wordt gecorrigeerd niet ouder is dan de termijn als bedoeld in artikel 307, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek:

  • a. ingeval van elektriciteit:
  • 2°. het verbruik, waarop de correctie betrekking heeft, reeds op grond van paragraaf 10.5 Netcode elektriciteit is gereconcilieerd en de correctie zelf niet op grond hiervan verrekend wordt.
  • b. ingeval van gas:
  • 2°. indien het verbruik een aansluiting op een gesloten distributiesysteem als bedoeld in artikel 9.1.8, onderdeel b of c, betreft, en het verbruik, waarop de correctie betrekking heeft, reeds op grond van paragraaf 2.6 Allocatiecode Gas is gealloceerd en de correctie zelf niet op grond hiervan gealloceerd wordt; en
  • 3°. indien het verbruik een andere aansluiting dan een onder IV bedoelde aansluiting betreft, en het verbruik, waarop de correctie betrekking heeft, reeds op grond van bijlage B6.2 of B6.3 Allocatiecode Gas is gereconcilieerd en de correctie zelf niet op grond hiervan verrekend wordt.

6.9.2. Verrekenproces

7. Allocatie en reconciliatie

8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker

8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker

9. Berichtenverkeer

9.1. Uitvoeringsregels

9.2. Elektronische gegevensuitwisseling

9.3. Onderhoud

9.3.1. Onderhoud systemen in het kader van meetdata uitwisseling

10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens

10.1. Registers en administraties

10.1.2. Het EAN-codeboek

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.1.4a. De klantsleuteladministratie

10.1.4b. De toestemmingenadministratie

10.1.5. Andere doelen

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

11. Bijzondere bepalingen

11.1. Overgangs- en slotbepalingen

B1.0. Overlegplatform Profielen

B1.1. Vaststelling en beheer standaardprofielen elektriciteit

B1.2. Vaststelling en beheer werkwijze en rekenregels dynamische profielfracties

B1.3. De standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit

Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens

De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)