Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
- c. de profielfracties voor een bepaalde verbruiksperiode worden berekend aan de hand van de volgende formule: VPPC = TOPPC + TAPPC Waarin: TOPPC = temperatuuronafhankelijke deel van het profiel TAPPC = temperatuurafhankelijke deel van het profiel
- d. indien TAC groter is dan TSTPC dan geldt TAPPC = 0 Waarin: TAC = actuele temperatuurcoëfficient; TSTPC = stooktemperatuur
- e. indien TAC kleiner dan of gelijk aan TSTPC is dan geldt: TAPPC = RERPC x (TSTPC – TAC) Waarin: RERPC = regressiecoëfficient
- f. TOP, RER en TST worden beschikbaar gesteld door het platform bedoeld in B3.1.2.
- g. voor niet temperatuur gecorrigeerde meetinrichtingen is de volumeherleidingsfactor op grond van de 7-gradenmethode bepaald op 1 voor de verbruiksperiode tot 1 januari 2015 en op grond van de 15-gradenmethode bepaald op 0,97624 voor de verbruiksperiode vanaf 1 januari 2015, met inachtneming van 5.1.3.5.
- h. voor temperatuur gecorrigeerde meetinrichtingen wordt geen volumeherleidingsfactor toegepast.
5.3.3.2
Het verbruik voor kleinverbruikaansluitingen zonder meetinrichting wordt bepaald overeenkomstig B3.4.7.
5.3.3.3
Indien de meterbeheerder een defect heeft vastgesteld in de meetinrichting, of fraude met de meetinrichting heeft geconstateerd, zal de netbeheerder in afwijking van 5.3.3.1, het te veel of te weinig geregistreerde verbruik bepalen voor de periode dat de meetinrichting niet correct heeft gefunctioneerd op basis van één of meerdere van de volgende gegevens:
- (i). de in het toegankelijk meetregister aanwezige betrouwbare meetreeks;
- (ii). het met een herstelde meetinrichting gedurende twee maanden geregistreerde volume;
- (iii). een ijkrapport.
Het aldus te veel of te weinig geregistreerde verbruik wordt gesaldeerd met het op basis van artikel 5.3.3.1 te bepalen verbruik behorende bij de periode van de vastgestelde stand die als eerstvolgende op grond van paragraaf 5.5 niet meer te corrigeren zal zijn.
5.3.4. De regionale netbeheerder ontvangt de vastgestelde meterstanden van de leverancier en bepaalt het verbruik voor reconciliatie
5.3.4.1
Naar aanleiding van de ontvangen vastgestelde meterstand van de leverancier, bedoeld in 5.1.4.1, controleert de regionale netbeheerder of:
- a. het bericht met de vastgestelde meterstand volledig en syntactisch correct is;
- b. de EAN-code van de aansluiting voor komt in het aansluitingenregister;
- c. de aansluiting op de opnamedatum van de meterstand is voorzien van een meetinrichting;
- d. de leverancier die de vastgestelde meterstand heeft verstuurd op grond van de collectie van een periodieke meterstand, bedoeld in 5.1.2.1, als de leverancier op de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staat voor de opnamedatum, waarop de meterstand betrekking heeft;
- e. de leverancier die de vastgestelde meterstand heeft verstuurd op grond van de collectie van een meterstand bij een mutatieproces, bedoeld in 5.1.2.2, de leverancier is die het betreffende mutatieproces heeft geïnitieerd;
- f. het aantal vastgestelde meterstanden overeen komt met het aantal actieve telwerken van de meetinrichting;
- g. het aantal posities van de vastgestelde meterstanden niet groter is dan het aantal posities (telwielen) van de telwerken van de meetinrichting;
- h. de ontvangen vastgestelde periodieke meterstand, de meest recent vastgestelde meterstand is;
- i. de vastgestelde meterstand tijdig is ingediend, gelet op de mogelijkheid van de in 5.5.1.3 bedoelde wederpartij om hierover in dispuut te treden;
- j. de aansluiting een kleinverbruikaansluiting is.
5.3.4.2
Indien naar aanleiding van 5.3.4.1 de ontvangen meterstand niet verwerkt kan worden, bericht de regionale netbeheerder dit uiterlijk de werkdag na ontvangst van de vastgestelde meterstand aan de leverancier en vermeldt daarbij:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de reden van het niet verwerken van de vastgestelde meterstand:
- 1°. het bericht is niet volledig of syntactisch onjuist;
- 2°. de EAN-code van de aansluiting is onbekend;
- 3°. de aansluiting is op de opnamedatum van de meterstand niet voorzien van een meetinrichting;
- 4°. de leverancier is niet vermeld in het aansluitingenregister voor de opnamedatum;
- 5°. de leverancier is niet de leverancier die het mutatieproces heeft geïnitieerd;
- 6°. het aantal vastgestelde meterstanden komt niet overeen met het aantal actieve telwerken van de meetinrichting;
- 7°. het aantal posities van de vastgestelde meterstand is groter dan het aantal posities van het telwerk van de meetinrichting;
- 8°. de ontvangen vastgestelde periodieke meterstand is niet de meest recent vastgestelde meterstand;
- 9°. de vastgestelde meterstand is te laat ingediend waardoor de wederpartij als bedoeld in 5.5.1.3, hierover niet meer in dispuut kan treden;
- 10°. de aansluiting is geen kleinverbruikaansluiting;
- c. indien aangeleverd in het bericht: het referentienummer van de leverancier.
5.3.4.3
De regionale netbeheerder collecteert een op afstand uitleesbare meterstand namens de leverancier, indien de leverancier in gebreke blijft en de regionale netbeheerder geen tijdig vastgestelde meterstand van de leverancier, bedoeld in 5.1.4.1, heeft ontvangen:
- a. binnen vijftien werkdagen na de mutatiedatum van het betreffende mutatieproces, bedoeld in 3.1 tot en met 3.4 en 3.15, of;
- b. binnen veertien maanden na de laatst vastgestelde meterstand, waarbij een meterstand wordt berekend en vastgesteld voor de datum van één jaar na de opnamedatum van de laatst vastgestelde meterstand, of
- c. binnen vijftien werkdagen na het begin van de maand waarop de meterstand, zoals bedoeld in 5.1.2.1a, betrekking heeft.
5.3.4.3a
Ter uitvoering van het bepaalde in 5.3.2.6, onder (ii) en 5.3.3.3, onder (ii), stelt de regionale netbeheerder namens de leverancier een stand vast.
5.3.4.4
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “profielallocatie” heeft, bepaalt de regionale netbeheerder het verbruik voor de reconciliatie, overeenkomstig 5.3.2 en 5.3.3, op basis van alle ontvangen vastgestelde meterstanden en namens de leverancier door de regionale netbeheerder vastgestelde meterstanden.
4.8.2. Beëindiging van de meetverantwoordelijkheid
5.3.5.1
De regionale netbeheerder verstuurt uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de vastgestelde meterstand, bedoeld in 5.3.4.1, of uiterlijk vijf werkdagen nadat de regionale netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft bepaald en vastgesteld, bedoeld in 5.3.4.3, 5.3.4.3a en 5.3.4.3b, aan:
- a. de actuele leverancier de vastgestelde meterstand en het verbruik, bepaald in 5.3.4.4 en 5.3.4.5, in geval van een periodieke, tussentijdse of fysieke meteropname;
- b. de oude leverancier de vastgestelde meterstand en het verbruik, bepaald in 5.3.4.4 en 5.3.4.5, in geval van een leverancierswitch, uithuizing, eindelevering of inhuizing waarmee een uithuizing is uitgevoerd;
- c. de nieuwe leverancier de vastgestelde meterstand in geval van een leverancierswitch of inhuizing.
5.3.5.2
De regionale netbeheerder verstuurt de gegevens, bedoeld in 5.3.5.1, naar de leverancier(s), waarbij wordt vermeld:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
- c. de verbruiksperiode;
- d. de van toepassing zijnde procesidentificatie;
- e. identificatie van de meetinrichting;
- f. per telwerk de volgende gegevens:
- 1°. de beginstand met bijbehorende opnamedatum en herkomst van de meterstand;
- 2°. de eindstand met bijbehorende opnamedatum en herkomst van de meterstand;
- 3°. het verbruik;
- g. indien aangeleverd in de ontvangen vastgestelde meterstand: het referentienummer van de leverancier.
5.3.5.3
De regionale netbeheerder stelt de vastgestelde meterstand en verbruik uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van de vastgestelde meterstand of uiterlijk vijf werkdagen nadat de regionale netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld, beschikbaar in het toegankelijk meetregister.
4.10. In bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.10.1. Voorbereiding
5.4.1.1
De regionale netbeheerder bepaalt de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding voor elektriciteitsaansluitingen overeenkomstig bijlage B1.3 en het standaardjaarverbruik voor gasaansluitingen overeenkomstig bijlage B3.4.
5.4.1.2
Behoudens het bepaalde in B3.4.7 past de netbeheerder op 1 januari 2015 eenmalig het standaardjaarverbruik aan voor alle gasaansluitingen van de profielcategorieën G1A en G2A, door het bestaande standaardjaarverbruik te vermenigvuldigen met 0,98408.
5.4.1.3
De netbeheerder bepaalt het verbruik voor het bepalen van het standaardjaarverbruik gas overeenkomstig 5.3.3.1 waarbij voor letter g wordt gelezen: ‘voor niet temperatuur gecorrigeerde meetinrichtingen is de volumeherleidingsfactor op grond van de 15-graden methode bepaald op 0,97624’, met inachtneming van 5.1.3.5.
5.4.1.4
Indien er sprake is van een niet correct geregistreerde afname of invoeding van elektriciteit dan wel verbruik van gas als gevolg van een defect in de meetinrichting, niet zijnde een schakelstoring, zal de netbeheerder in afwijking van 5.4.1.1 de standaardjaarafname of standaardjaarinvoeding elektriciteit dan wel het standaardjaarverbruik gas vaststellen op het gemiddelde van het profiel.
5.4.1.5
Indien er sprake is van een niet correct geregistreerde afname of invoeding van elektriciteit als gevolg van een schakelstoring in de meetinrichting, zal de netbeheerder in afwijking van 5.4.1.1 een standaardjaarafname of standaardjaarinvoeding bepalen door de verhouding 40% normaal en 60% laag toe te passen op de vastgestelde totale standaardjaarafname of de verhouding 70% normaal en 30% laag toe te passen op de vastgestelde totale standaardjaarinvoeding.
4.11. Uit bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.11.1. Voorbereiding
5.5.1.1
Het dispuutproces wordt gebruikt om geschillen op te lossen tussen leveranciers en regionale netbeheerders over alle vastgestelde meterstanden, bedoeld in 5.1.3.4, 5.2.2.3 en 5.3.4.3, en, indien noodzakelijk, meterstanden te corrigeren.
5.5.1.2
De dispuuttermijn eindigt op de laatste kalenderdag van de derde maand na de maand waarin de dag valt waarop de vastgestelde meterstand betrekking heeft.
5.5.1.3
De regionale netbeheerder of leverancier die het dispuutproces start (hierna te noemen: de wederpartij) heeft tot twintig werkdagen, voordat de dispuuttermijn verstrijkt, de tijd om een vastgestelde meterstand te beoordelen en op basis van de tabel in bijlage 5 te besluiten om in dispuut te treden.
5.5.1.4
De wederpartij stuurt uiterlijk twintig werkdagen, voordat de dispuuttermijn verstrijkt, een dispuutmelding met een alternatieve meterstand naar de leverancier die de meterstand, bedoeld in 5.1.3.4 of 5.3.4.3, of naar de regionale netbeheerder die de meterstand, bedoeld in 5.2.2.3, heeft vastgesteld waartegen in dispuut wordt getreden (hierna te noemen: de initiërende partij). De meegestuurde alternatieve meterstand geldt voor de mutatiedatum waarop het dispuut betrekking heeft. In dit bericht worden vermeld:
- a. EAN-code van de aansluiting;
- b. de reden van het verzenden van het bericht, te weten: "meterstand in dispuut";
- c. de bedrijfs-EAN-code van de wederpartij;
- d. de bedrijfs-EAN-code van de initiërende partij;
- e. de van toepassing zijnde procesidentificatie;
- f. de identificatie van de meetinrichting;
- g. per telwerk de volgende gegevens:
- 1°. de meterstand;
- 2°. de datum waarop de meterstand betrekking heeft;
- 3°. aanduiding van de herkomst van de meterstand;
- 4°. in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie;
- h. indien de wederpartij dit wenst op te geven: het referentienummer van de wederpartij;
- i. indien de wederpartij dit wenst op te geven: een toelichting.
5.2.2. De regionale netbeheerder neemt de meterstand fysiek op en stelt de meterstand voor de leverancier vast
5.5.2.1
De initiërende partij beoordeelt uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de dispuutmelding op basis van de tabel in bijlage 5 de ontvangen alternatieve meterstand van de wederpartij en besluit tot:
- a. het accepteren van de alternatieve meterstand en het proces wordt vervolgd vanaf 5.5.4.1;
- b. het niet accepteren van de alternatieve meterstand, zodat een overleg, zoals bedoeld in 5.5.2.2, noodzakelijk is.
5.5.2.2
Het overleg tussen de initiërende partij en wederpartij vindt plaats binnen vijf werkdagen na ontvangst van de alternatieve meterstand. Dit overleg kan leiden tot:
- a. overeenstemming over de vast te stellen meterstand en het proces wordt vervolgd vanaf 5.5.4.1;
- b. geen overeenstemming over de vast te stellen meterstand en een fysieke opname op basis van kosten ongelijk, bedoeld in 5.5.3.1, wordt ingepland.
5.5.2.3
De alternatieve meterstand is geaccepteerd door de initiërende partij, indien de initiërende partij niet tijdig heeft gereageerd op de ontvangst van de dispuutmelding van de wederpartij, als bedoeld in 5.5.2.1.
5.5.2.4
Indien de opnamedatum van de alternatieve stand die op basis van de in bijlage 5 opgenomen beslistabel wint, ligt buiten een periode van drie maanden voor de mutatiedatum van de vastgestelde stand waarop het dispuut betrekking heeft, dan kan de initiërende partij de dispuutmelding afwijzen, zodat een overleg, zoals bedoeld in 5.5.2.2, noodzakelijk is.
4.8.2. Beëindiging van de meetverantwoordelijkheid
5.5.3.1
Na instemming van de initiërende partij en de wederpartij over de kosten van de fysieke opname op basis kosten ongelijk, laat de initiërende partij de fysieke opname naar aanleiding van 5.5.2.2, onderdeel b, uiterlijk vijf werkdagen voor het verstrijken van de dispuuttermijn uitvoeren.
5.5.3.2
De alternatieve meterstand van de wederpartij, bedoeld in 5.5.1.4, wordt geaccepteerd door de initiërende partij indien niet tijdig een fysieke opname op basis van kosten ongelijk heeft kunnen plaatsvinden, bedoeld in 5.5.3.1.
5.5.3.3
De initiërende partij accepteert:
- a. de oorspronkelijke meterstand op:
- (i). een levertelwerk, indien deze ligt tussen de op basis van interpolatie van de fysieke opname op basis kosten ongelijk afgeleide meterstand + 15% * SJV / vermenigvuldigingsfactor en de op basis van interpolatie van de fysieke opname op basis kosten ongelijk afgeleide meterstand – 15% * SJV / vermenigvuldigingsfactor;
- (ii). een teruglevertelwerk (elektriciteit), indien deze ligt tussen de op basis van interpolatie van de fysieke opname op basis kosten ongelijk afgeleide meterstand + 15% * 5000 kWh / vermenigvuldigingsfactor en de op basis van interpolatie van de fysieke opname op basis kosten ongelijk afgeleide meterstand – 15% * 5000 kWh / vermenigvuldigingsfactor.
- b. de op basis van interpolatie van de fysieke opname op basis kosten ongelijk afgeleide meterstand op de betreffende mutatiedatum, indien de oorspronkelijke meterstand buiten de grenzen, gesteld in 5.5.3.3, onderdeel a, valt.
5.5.3.4
De initiërende partij meldt het resultaat van de beoordeling uit 5.5.3.3 uiterlijk vijf werkdagen voor het verstrijken van de dispuuttermijn aan de wederpartij en het proces wordt vervolgd vanaf 5.5.4.1.
5.5.4. Vaststellen meterstand na dispuut
5.5.4.1
De initiërende partij stelt zo snel mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen voor het verstrijken van de dispuuttermijn een meterstand vast, indien de oorspronkelijk vastgestelde meterstand wordt herzien.
5.5.4.2
De initiërende partij, indien deze een leverancier is, verstuurt de in 5.5.4.1 vastgestelde meterstand binnen één werkdag na de vaststelling doch uiterlijk vijf werkdagen voor het verstrijken van de dispuuttermijn naar de regionale netbeheerder overeenkomstig paragraaf 5.1.4.
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
4.13.2. De netbeheerder controleert de melding wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling
6.1.1.1
De meetverantwoordelijke stelt voor mutatieprocessen en voor de plaatsing, wijziging of wegname van grootverbruikmeetinrichtingen, zoals bedoeld in paragrafen 4.1 tot en met 4.8 en 4.10 tot en met 4.12, overeenkomstig 6.2 voor elektriciteitsaansluitingen en 6.4 voor gasaansluitingen, gevalideerde meterstand vast voor grootverbruikaansluitingen, die niet behoren tot de categorieën zoals genoemd in 6.1.1.2.
6.1.1.2
De meetverantwoordelijke stelt voor mutatieprocessen, zoals bedoeld in 6.1.1.1, geen meterstand vast voor gasaansluitingen behorend tot de afnamecategorie GGV, GXX, GIS of GIN, bedoeld in paragraaf 4.3.1 van de Allocatiecode gas, of voor elektriciteitsaansluitingen die onbemeten zijn op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit.
6.1.1.3
De meetverantwoordelijke stuurt de vastgestelde meterstand en indien geen sprake is van een proces volgens paragraaf 4.3 of 4.10, het berekende verbruik, zoals bedoeld in 6.1.1.1, uiterlijk de tiende werkdag van de maand volgend op de mutatiedatum aan de netbeheerder.
6.1.1.4
De netbeheerder stelt namens de meetverantwoordelijke een verbruik vast, indien de netbeheerder voor de mutatieprocessen als bedoeld in de paragrafen 4.1, 4.2, 4.4, 4.5, 4.11 en 4.12 de tiende werkdag van de maand volgend op de mutatiedatum geen vastgestelde meterstand en verbruik heeft ontvangen.
6.1.1.5
De netbeheerder stuurt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand volgende op de mutatiedatum de meetgegevens, bedoeld in 6.1.1.4, naar de meetverantwoordelijke. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
6.1.1.6
De meetverantwoordelijke verwerkt de meetgegevens, bedoeld in 6.1.1.5.
4.11.1. Voorbereiding
6.1.2.1
De netbeheerder verstuurt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand volgend op de mutatiedatum de meetgegevens, zoals bedoeld in 6.1.1.3 of 6.1.1.4, naar de leverancier, waarbij wordt vermeld:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
- d. de startdatum van de verbruiksperiode;
- e. de einddatum van de verbruiksperiode;
- g. de meterstand behorend bij de mutatiedatum.
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
6.2.1. Validatie van meetgegevens
6.2.1.1
Vervallen
6.2.1.2
Vervallen
6.2.1.3
Vervallen
6.2.1.4
Vervallen
6.2.1.5
Vervallen
6.2.1.6
Vervallen
6.2.1.7
Vervallen
5.4.1. Bepalen van het standaardjaarverbruik
6.2.2.1
Vervallen
6.2.2.2
De meetverantwoordelijke zendt de vastgestelde meetgegevens, bedoeld in artikel 5.3.11 van de Meetcode elektriciteit, per richting afzonderlijk, voor alle telemetriegrootverbruikaansluitingen waarvoor hij meetverantwoordelijkheid draagt, uiterlijk de eerstvolgende kalenderdag vóór 10:00 uur naar de netbeheerder en de programmaverantwoordelijke die actief is op de aansluiting op de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben.
6.2.2.3
De meetverantwoordelijke verzendt voor alle telemetriegrootverbruikaansluitingen waarvoor hij meetverantwoordelijkheid draagt, aan de netbeheerder en aan de programmaverantwoordelijke die actief is op de aansluiting op de dag waarop de meetgegevens betrekking hebben, zo spoedig mogelijk na vaststellen doch uiterlijk vóór 24:00 uur van de negende werkdag na de desbetreffende dag:
- a. de berekende of aanvullende meetgegevens bedoeld in artikel 5.3.11 van de Meetcode elektriciteit;
- b. de herziene meetgegevens bedoeld in artikel 5.5.3 van de Meetcode elektriciteit.
6.2.2.4
In geval van een telemetriegrootverbruikaansluiting waaraan een of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend, zijn artikelen 6.2.2.2 en 6.2.2.3 van toepassing op elk afzonderlijk allocatiepunt dat aan deze aansluiting is toegekend.
6.2.2.5
Vervallen
6.2.2.6
De meetverantwoordelijke verstrekt maandelijks, uiterlijk de tiende werkdag van de maand na de maand waarop de meetgegevens, bedoeld in artikel 5.3.11 van de Meetcode elektriciteit betrekking hebben, aan de netbeheerder per overdrachtspunt:
- a. de werkelijke (gecorrigeerde) hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per richting, onderscheiden naar normaaluren en laaguren, waarbij in geval van een meetinrichting met één telwerk deze beide hoeveelheden worden bepaald op basis van de waarden per onbalansverrekeningsperiode;
- b. de tellerstand(en) (normaaltelwerk en laagtelwerk of in geval van een meetinrichting met één telwerk: enkeltelwerk);
- c. de bij de tellerstanden behorende vermenigvuldigingsfactoren;
- d. de bij de tellerstand behorende herkomstindicatie;
- e. indien van toepassing de kWmax, per week of per maand;
- f. indien van toepassing de hoeveelheid met het net uitgewisselde blindenergie.
6.2.2.7
In geval van een profielgrootverbruikmeetinrichting op een aansluiting groter dan 3x80A en een productiemeetinrichting, worden de meetgegevens bedoeld in artikel 5.2.13 van de Meetcode elektriciteit maandelijks, uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van vaststelling zoals bedoeld in artikel 5.2.11 van de Meetcode elektriciteit aan de netbeheerder verstrekt.
6.2.2.8
In geval van een profielgrootverbruikmeetinrichting op een aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3x80A, verstrekt de meetverantwoordelijke de meetgegevens bedoeld in artikel 5.2.13 van de Meetcode elektriciteit jaarlijks, uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van vaststelling zoals bedoeld in artikel 5.2.11 van de Meetcode elektriciteit aan de netbeheerder.
6.2.2.9
Vervallen
6.2.2.10
Vervallen
6.2.2.11
Vervallen
6.2.2.12
Vervallen
6.2.2.13
Vervallen
6.2.2.14
Vervallen
6.2.2.15
Vervallen
6.2.2.16
Vervallen
4.14.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet
6.2.3.1
Bij een constatering dat de meetgegevens onjuist zijn nadat de gegevens, bedoeld in 6.1.1.3 of 6.2.2.6 tot en met 6.2.2.8, verstuurd zijn en de werkelijke hoeveelheid met het net uitgewisselde energie te achterhalen is, verstrekt de meetverantwoordelijke een meetcorrectierapport aan de aangeslotene(n) binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid geconstateerd is.
6.2.3.2
In het meetcorrectierapport neemt de meetverantwoordelijke, per periode waarvoor de betrokken programmaverantwoordelijke, leverancier of netbeheerder gezamenlijk verantwoordelijk zijn, tenminste de volgende gegevens op:
- a. de eerder gecommuniceerde hoeveelheid met het net uitgewisselde energie per desbetreffende verbruiksperiode(n);
- b. de nieuw bepaalde hoeveelheid met het net uitgewisselde energie in de verbruiksperiode(n) bedoeld onder a;
- c. de periode dat de meting onjuist is geweest, en
- d. de oorzaak van de onvolkomenheid en de genomen maatregelen.
6.2.3.3
De meetverantwoordelijke stuurt binnen tien werkdagen nadat de onvolkomenheid is geconstateerd de gegevens bedoeld in 6.2.3.2 aan de programmaverantwoordelijke(n), leverancier(s) of netbeheerder(s) per periode waarvoor deze gezamenlijk verantwoordelijk zijn.
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
6.3.1. Algemeen
6.3.1.1
Vervallen
6.3.1.2
De netbeheerder bewaakt, mede op basis van zijn aansluitingenregister, de ontvangst van meetgegevens van aansluitingen, die hij op grond van paragraaf 6.2 van deze code van de desbetreffende meetverantwoordelijken moet ontvangen op volledigheid. Bij geconstateerde tekortkomingen informeert de netbeheerder de meetverantwoordelijke en stelt hij de desbetreffende meetverantwoordelijke zonodig in gebreke.
6.3.1.3
De netbeheerder geeft de meetgegevens van aansluitingen, die hij op grond van paragraaf 6.2 van deze code van de desbetreffende meetverantwoordelijken ontvangt, door.
6.3.1.4
De in 6.3.11 en 6.3.12 bedoelde overdracht van meetgegevens en indiening van verzoeken vindt plaats overeenkomstig het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in hoofdstuk 9.
6.3.2. Beoordelen volledigheid ontvangen van meetgegevens
6.3.2.1
De netbeheerder controleert na de ontvangst de plausibiliteit en volledigheid van de meetgegevens, mede op basis van zijn aansluitingenregister, aan de hand van de volgende criteria:
- a. De voor een aansluiting ontvangen meetgegevens zijn kleiner dan 120% van de hoeveelheid die maximaal uitgewisseld kan worden op basis van de aansluitcapaciteit van de aansluiting en het volume van deze overschrijding is kleiner dan 500 kWh per onbalansverrekeningsperiode;
- b. De meetgegevens passen bij de leveringsrichting van de aansluiting;
- c. De meetgegevens zijn afkomstig van de meetverantwoordelijke die in het aansluitingenregister bij die aansluiting vermeld is.
6.3.2.2
Indien voor een aansluiting niet voldaan wordt aan de controles in 6.3.2.1 stuurt de netbeheerder een herzieningsverzoek aan de desbetreffende meetverantwoordelijke om nieuwe of aanvullende meetgegevens aan te leveren en geeft de reden van het herzieningsverzoek aan.
5.1.3. De leverancier valideert meterstanden en stelt deze vast
6.3.3.1
Vervallen
6.3.3.2
Vervallen
6.3.3.3
Vervallen
4.15.3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert de eindelevering uit en communiceert dit
6.3.4.1
Vervallen
6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid
6.3.5.1
Vervallen
6.3.5.2
Vervallen
6.3.5.3
Vervallen
6.3.5.4
Vervallen
6.3.5.5
Vervallen
6.3.5.6
Vervallen
6.3.5.7
Vervallen
6.3.5.8
Vervallen
6.3.5.9
Vervallen
6.3.5.10
Vervallen
6.3.5.11
Vervallen
6.3.6. Overdracht van meetgegevens op de eerste werkdag na afloop van het etmaal
6.3.6.1
Vervallen
6.3.6.2
Vervallen
6.3.6.3
Vervallen
6.3.6.4
Vervallen
6.3.6.5
Vervallen
6.3.6.6
Vervallen
6.3.7. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de vijfde werkdag na afloop van het etmaal
6.3.7.1
Vervallen
6.3.7.2
Vervallen
6.3.7.3
Vervallen
6.3.7.4
Vervallen
6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
6.3.8.1
Vervallen
6.3.8.2
Vervallen
6.3.8.3
Vervallen
6.3.8.4
Vervallen
4.16.4. Correctieproces onterechte eindelevering
6.3.9.1
Vervallen
6.3.9.2
Vervallen
6.3.9.3
Vervallen
5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
6.3.10.1
Vervallen
6.3.10.2
Vervallen
6.3.10.3
Vervallen
6.3.10.4
Vervallen
6.3.10.5
Vervallen
6.3.10.6
Vervallen
5.5.2. Beoordelen alternatieve meterstand
6.3.11.1
De netbeheerder geeft aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de hoeveelheid op het net ingevoede duurzame of wkk-elektriciteit per aansluiting, of, indien artikel 3.2, eerste lid, van de Netcode elektriciteit van toepassing is, per productie-installatie van een groen- of wkk-producent door.
6.3.11.2
De netbeheerder geeft aan de groen- of wkk-producent de hoeveelheid op het net ingevoede duurzame of wkk-elektriciteit per aansluiting, of, indien artikel 3.2, eerste lid, van de Netcode elektriciteit van toepassing is, per productie-installatie door.
6.3.11.3
De in 6.3.11.1 en 6.3.11.2 bedoelde informatieoverdracht vindt voor aansluitingen groter dan 3x80A op laagspanningsniveau steeds plaats op uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na de maand waarop de data betrekking heeft of zoveel vaker als met de aangeslotene is overeengekomen.
6.3.11.4
De in 6.3.11.1 en 6.3.11.2 bedoelde informatieoverdracht vindt voor aansluitingen kleiner of gelijk aan 3x80A op laagspanningsniveau éénmaal per jaar op een door de netbeheerder te bepalen tijdstip plaats of zoveel vaker als met de aangeslotene overeengekomen. In dat geval worden de in 6.3.11.1 en 6.3.11.2 bedoelde hoeveelheden verdeeld in twaalf gelijke delen, tenzij betere gegevens over de maandelijkse hoeveelheden beschikbaar zijn.
6.3.11.5
Indien een aangeslotene met een productie-installatie voor duurzame of wkk-elektriciteit in aanmerking wenst te komen voor garanties van oorsprong respectievelijk wkk-certificaten voor niet-netlevering, zijn de bepalingen 6.3.11.1 tot en met 6.3.11.4 van overeenkomstige toepassing op de meetdata die wordt gegenereerd door de meetinrichting bedoeld in 2.1.1, onderdeel c van de Meetcode elektriciteit.
5.1.3. De leverancier valideert meterstanden en stelt deze vast
6.3.12.1
De netbeheerder geeft per grootverbruikaansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanningsniveau jaarlijks, of zoveel vaker als de netbeheerder een meterstand van de meetverantwoordelijke ontvangt, aan de leverancier die voor de desbetreffende aansluiting balanceringsverantwoordelijkheid draagt of laat dragen, de laatste en voorlaatste tellerstand(en) voor de hoeveelheid met het net uitgewisselde energie alsmede de hoeveelheid in de tussenliggende periode op de desbetreffende aansluiting uitgewisselde elektrische energie, onderscheiden naar normaaluren en laaguren als er sprake is van een meetinrichting met twee telwerken, door, tenzij op grond van een aansluit- en transportovereenkomst met de desbetreffende aangeslotene anders is overeengekomen. Deze overdracht van meetgegevens vindt plaats uiterlijk op de vijftiende werkdag van de maand genoemd in het aansluitingenregister.
6.3.12.2
De netbeheerder geeft per profielgrootverbruikaansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanningsniveau maandelijks aan de leverancier die voor de desbetreffende aansluiting balanceringsverantwoordelijkheid draagt of laat dragen, de laatste en voorlaatste tellerstand(en) voor de hoeveelheid met het net uitgewisselde energie alsmede de hoeveelheid in de tussenliggende periode op de desbetreffende aansluiting uitgewisselde elektrische energie, onderscheiden naar normaaluren en laaguren als er sprake is van een meetinrichting met twee telwerken, door, tenzij op grond van een aansluit- en transportovereenkomst met de desbetreffende aangeslotene anders is overeengekomen. Deze overdracht van meetgegevens vindt plaats uiterlijk op de vijftiende werkdag van de maand na de maand waarop de meetgegevens betrekking hebben.
6.3.12.3
De netbeheerder geeft per grootverbruikaansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A maandelijks of zoveel vaker als overeengekomen aan de leverancier die voor de desbetreffende aansluiting balanceringsverantwoordelijkheid draagt of laat dragen, de laatste en voorlaatste tellerstand(en) voor de hoeveelheid met het net uitgewisselde energie alsmede de hoeveelheid in de tussenliggende periode op de desbetreffende aansluiting uitgewisselde elektrische energie, onderscheiden naar normaaluren en laaguren, door, tenzij op grond van een aansluit- en transportovereenkomst met de desbetreffende aangeslotene anders is overeengekomen. Deze overdracht van meetgegevens vindt plaats uiterlijk op de vijftiende werkdag van de maand na de maand waarop de meetgegevens betrekking hebben.
6.3.12.4
[Vervallen]
6.3.12.5
De netbeheerder dient de meetgegevens als bedoeld in 6.3.12.1 tot en met 6.3.12.3, alsmede de meetgegevens die hij ontvangt op grond van 6.2.2, gedurende een termijn van tenminste drie jaren beschikbaar te houden. De netbeheerder verstrekt de aangeslotene of diens gemachtigde op verzoek de meetgegevens van de desbetreffende aangeslotene.
6.3.13. Bekendmaking van gegevens
6.3.13.1
Vervallen
6.3.13.2
Vervallen
6.3.13.3
Vervallen
6.3.13.4
Vervallen
6.3.13.5
Vervallen
6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke
5.3.2. Verbruiksbepaling elektriciteit
6.4.1.1
In geval van een telemetriegrootverbruiker wordt de meting op de dag van verzameling van de meetgegevens door de meetverantwoordelijke op volledigheid gevalideerd aan de hand van de volgende criteria:
- a. status in de meetinrichting aangaande de meting of de meetwaarde en status van het meetkanaal geeft geen indicatie van een fout;
- b. tijdsynchroniteit van de meetinrichting en meetperiode blijft binnen de in 4.3.4.2 tot en met 4.3.4.4 van de Meetcode gas RNB aangegeven eisen;
- c. alle meetperioden zijn aanwezig en bevatten een meetwaarde.
6.4.1.2
In geval van een telemetriegrootverbruiker worden de gecollecteerde meetgegevens op de dag van verzameling van de meetgegevens door de meetverantwoordelijke op juistheid gevalideerd aan de hand van de volgende criteria:
- a. [Vervallen]
- b. de door de meetinrichting gemeten hoeveelheid gas [m3(n)] is groter dan of gelijk aan nul;
- c. de door de meetinrichting gemeten hoeveelheid gas [m3(n)] per meetperiode is kleiner dan 120% van de hoeveelheid die maximaal uitgewisseld kan worden op basis van de van de maximale capaciteit van de meetinrichting;
- d. de gemeten hoeveelheid gas is niet langer dan één week gelijk aan nul.
6.4.1.3
Als de meetgegevens niet voldoen aan het in 6.4.1.2, onderdeel d, genoemde validatiecriterium wordt met de aangeslotene overlegd of het gemeten verbruik overeenkomt met het verbruik dat zou mogen worden verwacht. Indien het gemeten verbruik overeenkomt met het gebruik dat zou mogen worden verwacht, wordt voldaan aan het gestelde in 6.4.1.2, onderdeel d.
6.4.1.4
De verzamelde meetgegevens van uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichtingen worden direct na het verstrijken van het betreffende klokuur door de meetverantwoordelijke op juistheid gevalideerd aan de hand van de criteria als gesteld in 6.4.1.2, onderdelen b en c.
6.4.1.5
Indien de gecollecteerde meetgegevens van uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichtingen niet voldoen aan de criteria volgens 6.4.1.4 worden deze meetgegevens niet verzonden aan het Centraal Systeem Stuursignaal van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet.
6.4.1.6
In geval van een profielgrootverbruiker worden de verzamelde meetgegevens gevalideerd op volledigheid en op juistheid aan de hand van de volgende criteria:
- a. de voor de bepaling van de hoeveelheid gas benodigde tellerstanden zijn beschikbaar;
- b. de gemeten hoeveelheid gas is groter dan 50% van het verbruik dat op grond van het verbruik tijdens de voorafgaande periode zou mogen worden verwacht;
- c. de gemeten hoeveelheid gas is kleiner dan 200% van het verbruik dat op grond van het verbruik tijdens de voorafgaande periode zou mogen worden verwacht.
6.4.1.7
Indien de meetgegevens genoemd in 6.4.1.6 niet voldoen aan de in 6.4.1.6 genoemde validatiecriteria worden de meetgegevens door de meetverantwoordelijke (opnieuw) afgelezen of worden in overleg met de aangeslotene vastgesteld dat het gemeten verbruik overeenkomt met het verbruik dat zou mogen worden verwacht.
6.4.1.8
Indien de meetgegevens bedoeld in 6.4.1.6 wel voldoen aan de in 6.4.1.6 genoemde validatiecriteria, worden de meetgegevens door de meetverantwoordelijke vastgesteld.
6.4.1.9
De validatie en vaststelling zoals bedoeld in 6.4.1.6 en 6.4.1.8 vindt plaats uiterlijk de werkdag na de dag van dataverzameling zoals bedoeld in 5.2 van de Meetcode gas RNB.
5.3.3. Verbruiksbepaling gas
6.4.2.1
In geval van een telemetriegrootverbruiker bewerkt de meetverantwoordelijke op de werkdag volgend op de gasdag van verzameling van de meetgegevens de meetgegevens alvorens deze aan de regionale netbeheerder te verzenden zodanig dat de herleide volumes in normaal kubieke meters [m3(n)] worden verzonden. Ontbrekende meetgegevens worden geschat door de meetverantwoordelijke. De meetverantwoordelijke verzendt de meetgegevens van alle aangeslotenen waarvoor hij meetverantwoordelijkheid draagt, voorzien van de van toepassing zijnde statuscode.
6.4.2.2
De meetverantwoordelijke verzendt de in 6.4.2.1 genoemde meetgegevens aan de regionale netbeheerder overeenkomstig hetgeen daaromtrent in hoofdstuk 9 is bepaald.
6.4.2.3
Vervallen
6.4.2.4
De meetgegevens van een telemetriegrootverbruiker van een bepaalde gasmaand worden uiterlijk op de vierde werkdag van de maand, volgend op de maand waarop de meetgegevens betrekking hebben, voor 07:00 uur, door de meetverantwoordelijke verzonden aan de regionale netbeheerder. De meetverantwoordelijke verzendt per aansluiting de meetgegevens van een gasmaand in één bericht.
6.4.2.5
Uiterlijk op de twaalfde werkdag, voor 12:00 uur, van de maand na de maand waarin de desbetreffende gasdag valt, ontvangt de meetverantwoordelijke van de regionale netbeheerder de meetgegevens van een telemetriegrootverbruiker retour waarvan een leverancier of een programmaverantwoordelijke op grond van 4.6.3 van de Allocatiecode gas bij de regionale netbeheerder om correctie heeft verzocht.
6.4.2.6
Gewijzigde meetgegevens van een telemetriegrootverbruiker van een bepaalde gasmaand, worden uiterlijk op de veertiende werkdag van de maand, volgend op de maand waarop de meetgegevens betrekking hebben, voor 07:00 uur, door de meetverantwoordelijke gecorrigeerd en gevalideerd verzonden aan de regionale netbeheerder. De meetverantwoordelijke verzendt per aansluiting met gewijzigde meetgegevens de meetgegevens voor de gehele gasmaand in één bericht.
6.4.2.7
De meetverantwoordelijke gaat na of de overeenkomstig 6.4.2.5 terug ontvangen meetgegevens moet worden gecorrigeerd en zendt de al dan niet gecorrigeerde definitieve meetgegevens uiterlijk op de vijftiende werkdag, van de maand na de maand waarin de desbetreffende gasdag valt, voor 12:00 uur opnieuw aan de regionale netbeheerder.
6.4.2.8
Wanneer de in 6.4.2.7 bedoelde meetgegevens binnen de in 6.4.2.6 genoemde termijn niet opnieuw worden aangeleverd, dan worden deze na de vijftiende werkdag van de maand na de maand waarin de desbetreffende gasdag valt, gebruikt voor de allocatie.
6.4.2.9
De meetverantwoordelijke voert de werkzaamheden bedoeld in 6.4.1.1 tot en met 6.4.1.9 uit voor een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, direct na het verstrijken van een klokuur alvorens de meetgegevens te verzenden aan het Centraal Systeem Stuursignaal van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. De herleide volumes worden hierbij bepaald in normaal kubieke meters [m3(n)] en afgerond op hele waarden.
6.4.2.10
De meetgegevens van uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichtingen van een bepaald uur worden uiterlijk 5 minuten na het verstrijken van dat uur door de meetverantwoordelijke verzonden aan het Centraal Systeem Stuursignaal van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet.
6.4.2.11
In geval van een profielgrootverbruiker worden de meetgegevens genoemd in 6.4.1.6 uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van vaststelling zoals bedoeld in 6.4.1.8 aan de regionale netbeheerder verstrekt.
6.4.2.12
Alle op grond van 5.4.3.1 of 5.4.3.2 van de Meetcode gas RNB automatisch gerepareerde meetgegevens worden overeenkomstig 6.4.1 gevalideerd alvorens als definitief te kunnen worden vastgesteld.
6.4.2.13
Indien onvolledige of onjuiste meetgegevens niet automatisch kunnen worden gerepareerd, verzendt de meetverantwoordelijke nullen dan wel voorlopige waarden aan de regionale netbeheerder en geeft daarbij aan dat er sprake is van niet betrouwbare meetgegevens. De meetgegevens worden binnen de daarvoor in 6.4.2.4 vastgestelde periode gerepareerd en als definitieve data verzonden overeenkomstig 6.4.2.2.
6.4.2.14
Voor reparaties welke niet op een van de in 6.4.2.12 of 6.4.2.13 bedoelde wijzen kunnen worden uitgevoerd, moet in overleg met de aangeslotene, de regionale netbeheerder en de desbetreffende programmaverantwoordelijke een afspraak worden gemaakt over het repareren van de meetgegevens.
6.4.2.15
Alle op grond van 6.4.2.12 tot en met 6.4.2.14 gerepareerde meetgegevens worden overeenkomstig 6.4.1 gevalideerd alvorens door de meetverantwoordelijke als definitief te kunnen worden vastgesteld.
6.4.2.16
Onvolkomenheden aan de meetinrichting die leiden tot aanpassing van de onder 4.3.1.2 van de Meetcode gas RNB genoemde gegevens alsmede onvolkomenheden met betrekking tot de datacollectie worden binnen vijf werkdagen na constatering door de meetverantwoordelijke gemeld aan de regionale netbeheerder.
6.4.2.17
Bij een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waarvan het gas conform B5.6.9 van de Allocatiecode gas aan de (erkende programmaverantwoordelijke van) de invoeder toegerekend dient te worden met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas, worden de gegevens genoemd in 6.4.1.10 van een bepaalde gasmaand uiterlijk op de vierde werkdag van de maand, volgend op de maand waarop de gegevens betrekking hebben, voor 07:00 uur door de meetverantwoordelijke verzonden aan de netbeheerder. De meetverantwoordelijke verzendt per aansluiting de gegevens van een gasmaand in één bericht.
6.4.2.18
Indien gedurende de periode tussen de achtste werkdag van de vierde maand na de maand waarin de gasdag valt waarop de meetgegevens betrekking hebben en het einde van de reconciliatietermijn, wordt geconstateerd dat er, als gevolg van een onvolkomenheid aan de meetinrichting of de verzameling van meetgegevens, sprake is van onjuiste meetgegevens, wordt, na afstemming met de desbetreffende leverancier, programmaverantwoordelijke, regionale netbeheerder of aangeslotene, door de meetverantwoordelijke een schatting gemaakt van het werkelijk verbruik gedurende de (vermoedelijke) periode dat de meting onjuist is geweest.
6.4.2.19
De in 6.4.2.18 genoemde correctie wordt binnen vijftien werkdagen na constatering van de onvolkomenheid door de meetverantwoordelijke schriftelijk gemeld aan de aangeslotene, de regionale netbeheerder, de programmaverantwoordelijke en de leverancier. Bij deze melding worden de aard van de onvolkomenheid alsmede de genomen maatregelen vermeld en worden over de (vermoedelijke) periode waarin sprake was van een onvolkomenheid de volgende gegevens verstrekt:
- a. de oude en nieuwe (geschatte) volumes (per maand);
- b. de oude en nieuwe (geschatte) hoogste uurwaarden per maand;
- c. indien beschikbaar, de oude en nieuwe (geschatte) uurwaarden voor alle in deze periode vallende uren.
6.4.2.20
Indien ten gevolge van de in 6.4.2.17 of 6.4.2.18 bedoelde onvolkomenheid de herleidingsfactor afwijkt van de voor deze aansluiting kenmerkende herleidingsfactor, wordt, na het opheffen van de oorzaak, de omrekening van het niet herleide naar het herleide volume gedaan met de historische voor deze aansluiting kenmerkende herleidingsfactor. De herleide verschillen worden door de meetverantwoordelijke aan zowel de aangeslotene als aan de regionale netbeheerder gemeld. Het gecorrigeerd volume wordt door de regionale netbeheerder, met inachtneming van 6.4.2.17 of 6.4.2.18, verwerkt in de reconciliatie.
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
6.2.3. Uitwisselen van meetgegevens tussen meetverantwoordelijke en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
6.5.1.1
De regionale netbeheerder maakt bij het vaststellen van de (meet)gegevens die volgens deze paragraaf worden doorgegeven, gebruik van meetgegevens geregistreerd door meetinrichtingen op aansluitingen, die hij op grond van paragraaf 6.4 van deze van de desbetreffende meetverantwoordelijken ontvangt en van de meetgegevens geregistreerd door de meetinrichtingen op de aansluitingen van zijn net met andere netten.
6.5.1.2
De regionale netbeheerder bewaakt de ontvangst van meetgegevens van aangeslotenen, die hij op grond van paragraaf 6.4 van de desbetreffende meetverantwoordelijken moet ontvangen. Bij geconstateerde tekortkomingen informeert de regionale netbeheerder de meetverantwoordelijke en stelt de meetverantwoordelijke zonodig in gebreke. Indien de meetverantwoordelijke de geconstateerde tekortkomingen niet alsnog opheft, meldt de regionale netbeheerder dit aan de aangeslotene en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. Indien dit noodzakelijk is voor de voortgang van de in de Allocatiecode gas beschreven processen, worden de desbetreffende meetgegevens overeenkomstig 6.5.1.3 vastgesteld en geeft de regionale netbeheerder daarbij aan dat er sprake is van overeenkomstig 6.5.1.3 vastgestelde meetgegevens.
6.5.1.3
De regionale netbeheerder treft, wanneer hij in het geval, bedoeld in 6.5.1.2, niet in staat is definitieve meetgegevens aan de beheerder van het landelijk gastransportnet te verstrekken, met de desbetreffende meetverantwoordelijke en de programmaverantwoordelijke die het aangaat een regeling omtrent de te gebruiken meetgegevens. Deze meetgegevens worden geacht definitief te zijn en worden aan de desbetreffende programmaverantwoordelijke en aan de beheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt.
6.5.1.4
De regionale netbeheerder bepaalt de hoeveelheid energie uit het aantal normaal kubieke meters [m3 (n)] volume) dat hij op grond van paragraaf 6.4 van de desbetreffende meetverantwoordelijken ontvangt en de calorische bovenwaarde van het gas die:
- a. door de beheerder van het landelijk gastransportnet aan de regionale netbeheerder wordt aangeleverd, of
- b. door de regionale netbeheerder overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 5 van de Meetcode gas LNB zelf wordt bepaald, of
- c. door de meetverantwoordelijke in geval van een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m3(n)/uur overeenkomstig artikel 6.4.2.21 aan de netbeheerder is aangeleverd. Voor elk ontbrekend uur en voor elk uur waarbij de door de meetverantwoordelijke aangeleverde calorische waarde groter is dan 36 MJ/m3(n) hanteert de netbeheerder 34,11 MJ/m3(n) als waarde voor de calorische bovenwaarde, of
- d. de beheerder van een gesloten distributienet ontvangt van de beheerder van het regionale net waar zijn gesloten distributienet op is aangesloten, of
- e. die de regionale netbeheerder dan wel de beheerder van een gesloten distributienet op grond van artikel B5.6.13 van de Allocatiecode gas heeft bepaald.
5.5.1. Controleren meterstand en melding dispuut
6.5.2.1
De regionale netbeheerder geeft voor een profielgrootverbruikaansluiting ten minste eenmaal per maand aan de leverancier de laatste tellerstand(en) alsmede het in de tussenliggende periode op de aansluiting uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meter Groningen gas [m3(n;35,17)] door. Deze overdracht van gegevens vindt plaats uiterlijk op de twintigste werkdag van de maand volgend op de maand waarop de meetgegevens betrekking hebben.
6.5.2.2
De regionale netbeheerder geeft per telemetriegrootverbruikaansluiting maandelijks de uitgewisselde hoeveelheid gas per meetperiode uitgedrukt in MJ door aan de leverancier(s). Deze overdracht van gegevens vindt plaats uiterlijk op de zestiende werkdag van de maand na de maand waarin de desbetreffende gasdag valt.
6.5.2.3
De regionale netbeheerder houdt de gegevens als bedoeld in 6.5.2.1 en 6.5.2.2, alsmede de gegevens die hij ontvangt op grond van 6.4.2 gedurende een termijn van ten minste drie jaar beschikbaar. De regionale netbeheerder verstrekt de aangeslotene of diens gemachtigde op verzoek de gegevens van de desbetreffende aangeslotene.
6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen
6.6.1
De netbeheerder berekent een standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding voor de grootverbruikaansluitingen elektriciteit binnen zijn netgebied volgens de methode in Bijlage 1.
6.6.2
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met de nieuw bepaalde standaardjaarafname elektriciteit, de standaardjaarinvoeding elektriciteit of het standaardjaarverbruik gas uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van de meetgegevens van de meetverantwoordelijke.
6.6.3
De marktpartijen worden overeenkomstig 2.2 geïnformeerd over wijzigingen in het aansluitingenregister.
6.7. Opvragen historische meetgegevens
6.7.1
Leveranciers en programmaverantwoordelijken kunnen historische meetgegevens opvragen bij de netbeheerder indien zij beschikken over een daartoe strekkende machtiging van de desbetreffende aangeslotene. In deze opvraag historische meetgegevens zijn, indien van toepassing, opgenomen:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke;
- d. de procesidentificatie, te weten: “opvraag historische meetgegevens”;
- e. het type aanvraag, zijnde ‘verzoek voor historische meetgegevens’;
- f. de startdatum van de periode, waarover meetgegevens worden opgevraagd;
- g. de einddatum van de periode, waarover meetgegevens worden opgevraagd;
- h. indien de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke dit wenst op te geven: het referentienummer van de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke.
6.7.2
Naar aanleiding van de ontvangen opvraag historische meetgegevens controleert de netbeheerder of:
- a. de opvraag historische meetgegevens volledig en syntactisch correct is;
- b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in zijn aansluitingenregister;
- c. de opvragende leverancier geregistreerd staat in het leveranciersregister, dan wel de opvragende programmaverantwoordelijke een volledige erkenning heeft volgens het programmaverantwoordelijkenregister;
- d. voor de in de opvraag aangegeven periode historische meetgegevens voor de desbetreffende aansluiting beschikbaar zijn.
6.7.3
De netbeheerder bericht dat de opvraag historische meetgegevens niet wordt uitgevoerd uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de opvraag historische meetgegevens aan de opvragende leverancier of programmaverantwoordelijke, indien één of meer van de controles, bedoeld in 6.7.2, een negatief resultaat opleveren, en vermeldt daarbij:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke;
- d. de procesidentificatie, zijnde ‘opvraag historische meetgegevens’;
- e. de reden van het niet uitvoeren van de opvraag historische meetgegevens:
- 1°. De opvraag historische meetgegevens is niet volledig of syntactisch onjuist;
- 2°. De EAN-code van de aansluiting is onbekend;
- 3°. de opvragende leverancier komt niet voor in het leveranciersregister, dan wel de opvragende programmaverantwoordelijke komt niet voor in het programmaverantwoordelijkenregister;
- 4°. Geen historische meetgegevens beschikbaar;
- f. indien aangeleverd in de opvraag: het referentienummer van de opvragende leverancier, programmaverantwoordelijke.
6.7.4
De netbeheerder verstuurt de opgevraagde historische meetgegevens zo snel mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de opvraag historische meetgegevens aan de opvragende leverancier of programmaverantwoordelijke als alle controles, bedoeld in 6.7.2, een positief resultaat opleveren en vermeldt daarbij:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de opvragende partij;
- d. de startdatum van de verbruiksperiode;
- e. de einddatum van de verbruiksperiode;
- f. het verbruik;
- g. voor zover van toepassing de meterstand behorend bij de mutatiedatum.
6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen
6.8.1
De netbeheerder berekent een jaarverbruik voor de telemetriegrootverbruikaansluitingen binnen zijn netgebied overeenkomstig de methode beschreven in B1a.3 van de Allocatiecode gas.
6.8.2
Voor het berekenen van het jaarverbruik gebruikt de netbeheerder als grondslag de gegevens als bedoeld 6.5.2.2, uitgedrukt in [m3(n;35,17)]; hij gebruikt hiervoor de meest recente gegevens van de voorbije maanden met dien verstande dat de totale verbruiksperiode minstens 300 dagen beslaat, en de maanden januari en februari insluit.
6.8.3
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)