Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met het nieuw bepaalde jaarverbruik uiterlijk vijf werkdagen na overdracht van de meetgegevens bedoeld in 6.5.2.2.
6.8.4
De marktpartijen worden overeenkomstig 2.2 geïnformeerd over wijzigingen in het aansluitingenregister.
7. Allocatie en reconciliatie
7.1
De allocatie en reconciliatie elektriciteit wordt uitgevoerd overeenkomstig hoofdstuk 10 van de Netcode elektriciteit.
7.2
De allocatie en reconciliatie gas wordt uitgevoerd overeenkomstig de Allocatiecode gas.
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker
8.1.1
De leverancier informeert de aangeslotene namens de regionale netbeheerder bij een voorgenomen inhuizing van een aangeslotene ongeacht of er bij inhuizing een leveringsovereenkomst tot stand komt over:
- a. dat er een aansluit- en transportovereenkomst met de regionale netbeheerder vereist is;
- b. de op de aansluit- en transportovereenkomst van de regionale netbeheerder van toepassing zijnde algemene voorwaarden voor aansluiting en transport;
- c. dat aan de regionale netbeheerder tarieven verschuldigd zijn;
- d. indien van toepassing, dat er aan de aansluiting een of meer secundaire allocatiepunten zijn toegekend en dat de installatie die bij een secundair allocatiepunt hoort, niet mag worden gebruikt ten behoeve van bewoning van een ruimte.
8.1.2
Uiterlijk 10 werkdagen na aanvang van de levering bij een inhuizing bevestigt en verstrekt de leverancier namens de regionale netbeheerder aan de aangeslotene de tot stand gekomen aansluit- en transportovereenkomst met de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden en informeert hem over:
- a. de naam- en adresgegevens van de regionale netbeheerder behorende bij de aansluiting;
- b. het bij de aansluiting behorende nettarief;
- c. een omschrijving van de op de aansluiting aanwezige tariefcode.
De regionale netbeheerder stelt de leverancier in staat om, indien de aangeslotene elektronisch met de leverancier een leveringsovereenkomst aangaat respectievelijk is aangegaan, het bevestigen, verstrekken en informeren in de zin van de eerste volzin van deze bepaling ook langs elektronische weg te doen plaatsvinden conform de eisen die wet en regelgeving aan elektronisch contracteren stellen.
8.1.3
De leverancier toont tot twee jaar na beëindiging van de leveringsovereenkomst op een gemotiveerd verzoek van de regionale netbeheerder op welke wijze aan de informatieverplichting, bedoeld in 8.1.1, 8.1.2 en 8.1.2a is voldaan.
8.1.4
De regionale netbeheerder stuurt wijzigingen in zijn aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport gas voor aangeslotenen of de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport elektriciteit voor aangeslotenen met een toelichting ten minste één maand vóór inwerkingtreding hiervan aan de leverancier. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
8.1.5
De leverancier bevestigt de ontvangst van wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport gas voor aangeslotenen of de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport elektriciteit voor aangeslotenen uiterlijk de werkdag na ontvangst van de wijziging aan de regionale netbeheerder. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
8.1.6
De gezamenlijke regionale netbeheerders stellen per afnemerscategorie voor kleinverbruikers zoals genoemd in de Tarievencode elektriciteit en Tarievencode gas een vijfcijferige tariefcode vast.
De gezamenlijke regionale netbeheerders stellen de onder 1 bedoelde tariefcodes online beschikbaar aan de leveranciers.
De regionale netbeheerder stelt per afnemerscategorie voor kleinverbruikers zoals genoemd in de Tarievencode elektriciteit en Tarievencode gas een capaciteitstariefcode vast in de vorm van een EAN-code. De capaciteitstariefcode bestaat uit de landcode, zijn vijfcijferige bedrijfscode, de bij de afnemerscategorie horende tariefcode zoals bepaald in onderdeel a en het controlegetal.
De regionale netbeheerder stelt de onder 3 bedoelde capaciteitstariefcodes online beschikbaar aan de leveranciers.
De regionale netbeheerder bepaalt het nettarief per dag met vier decimalen achter de komma per afnemerscategorie voor kleinverbruikers zoals genoemd in de Tarievencode elektriciteit en Tarievencode gas.
De regionale netbeheerder informeert leveranciers middels het elektronisch berichtenverkeer over het onder 5 bedoelde tarief met de capaciteitstariefcode zoals bedoeld in onder 2.
8.1.7
De regionale netbeheerder stuurt wijzigingen in zijn nettarieven ten minste één maand vóór inwerkingtreding aan de leverancier.
8.1.8
De leverancier stuurt uiterlijk de werkdag na ontvangst van de gewijzigde nettarieven een ontvangstbevestiging aan de regionale netbeheerder.
8.1.9
De regionale netbeheerder informeert zijn klanten over de wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport gas voor aangeslotenen, de algemene voorwaarden voor de aansluiting en transport elektriciteit voor aangeslotenen of nettarieven.
8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet
8.2.1
De regionale netbeheerder stuurt voor elk van zijn fiscale entiteiten uiterlijk de derde werkdag van iedere maand een specificatie van de verplichting van de te factureren bedragen, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid van de Gaswet, betreffende de voorafgaande maand aan elke bedrijfs-EAN-code van de leverancier. Deze specificatie van de verplichting bevat:
- a. de maand waarop de specificatie van de verplichting betrekking heeft;
- b. de bedrijfs-EAN-code(s) van de fiscale entiteit van de regionale netbeheerder waarop de specificatie van de verplichting betrekking heeft;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier waarop de specificatie van de verplichting betrekking heeft;
- d. het totale bedrag (exclusief BTW) dat de betreffende leverancier volgens het aansluitingenregister over de maand, bedoeld in 8.2.1 onderdeel a, geacht wordt te factureren en moet afdragen;
- e. per aansluiting waarvoor de betreffende leverancier in de maand, bedoeld in 8.2.1 onderdeel a, in het aansluitingenregister staat per capaciteitstariefcode:
- 1°. de EAN-code van de aansluiting;
- 2°. de capaciteitstariefcode;
- 3°. het aantal dagen dat de betreffende leverancier in de maand, bedoeld in 8.2.1 onderdeel a, op de betreffende aansluiting met de betreffende capaciteitstariefcode en met de fysieke status actief in het aansluitingenregister stond;
- 4°. het bijbehorende nettarief per dag (exclusief BTW);
- 5°. het bijbehorende totaalbedrag voor de maand, bedoeld in 8.2.1 onderdeel a, (exclusief BTW).
8.2.2
[Vervallen]
8.2.3
[Vervallen]
8.2.4
[Vervallen]
8.2.5
[Vervallen]
8.2.6
[Vervallen]
8.2.7
De regionale netbeheerders en een representatief deel van de leveranciers stellen jaarlijks gezamenlijk een kalender op om te voldoen aan de termijn, bedoeld in 8.2.1.
8.3. Administratieve bepalingen
8.3.1
De leverancier houdt voor de regionale netbeheerder een factuur- en BTW-administratie bij voor wat betreft het door hem gefactureerde nettarief.
8.3.2
De leverancier verstrekt de factuur- en BTW-administratie, bedoeld in 8.3.1, onverwijld aan de regionale netbeheerder indien de Belastingdienst de regionale netbeheerder hierom verzoekt.
8.3.3
Ingeval de leverancier ten aanzien van de betreffende nettarieven een bijzonder BTW-tarief bij de aangeslotene in rekening heeft gebracht of zal brengen, kan de leverancier de netbeheerder verzoeken om de teveel afgedragen BTW te verrekenen.
8.3.4
Het verzoek als bedoeld in 8.3.3. verzendt de leverancier uiterlijk in de maand februari, volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, en bevat de volgende gegevens:
- a. de EAN-code van de betreffende aansluiting;
- b. de periode van het betreffende kalenderjaar waarin de leverancier op de aansluiting stond geregistreerd, en, overeenkomstig het besluit van de belastinginspecteur, een bijzonder BTW-tarief in rekening mocht of mag worden gebracht;
- c. het belastingobject;
- d. het aan de betrokken netbeheerder afgedragen bedrag exclusief BTW;
- e. het aan de betrokken netbeheerder afgedragen BTW-bedrag
- f. het bijzondere BTW-tarief als bedoeld in onderdeel b;
- g. het BTW-bedrag op grond van het besluit van de belastinginspecteur als bedoeld in onderdeel b;
- h. het door de betrokken netbeheerder te verrekenen BTW-bedrag;
- i. een kenmerk van het besluit van de belastinginspecteur als bedoeld in onderdeel b.
8.3.5
Naar aanleiding van het in 8.3.3 bedoelde verzoek zal de netbeheerder het te verrekenen BTW-bedrag uiterlijk 28 maart van het desbetreffende kalenderjaar overboeken.
8.3.6
In afwijking van het bepaalde in paragraaf 9.1 vindt de gegevensuitwisseling als bedoeld in 8.3.3 en 8.3.4 niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
7. Allocatie en reconciliatie
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
9.1.1
De netbeheerders en een representatief deel van de leveranciers, de programmaverantwoordelijken en de meetverantwoordelijken organiseren gezamenlijk een overlegplatform, waarin regels worden vastgesteld met betrekking tot de elektronische uitwisseling van gegevens, bedoeld in artikel 6 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet met uitzondering van hoofdstuk 7 van deze regeling.
9.1.2
De ondernemingen als bedoeld in 9.1.1, bedoeld in 9.1.1, stelt regels omtrent:
- a. procedures en specificaties van de te gebruiken centrale communicatiesystemen voor de geautomatiseerde berichtenuitwisseling;
- b. berichtspecificaties voor de (elektronische) gegevensuitwisseling;
- c. communicatieprotocollen voor de gegevensuitwisseling;
- d. de wijze waarop marktpartijen hun autorisatie- en beveiligingsbeleid bedoeld in 9.1a inrichten.
9.1.3
De netbeheerders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de centrale communicatiesystemen en besteden de inrichting en het beheer ervan in het algemeen en de uitvoeringshandelingen als bedoeld in 9.1.5, 9.1.7 en 9.1.10 in het bijzonder uit aan een uitvoeringsorganisatie.
9.1.4
Het in paragraaf 13.5 van de Netcode elektriciteit bedoelde centrale communicatiesysteem wordt beheerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
9.1.5
De gezamenlijke netbeheerders organiseren bij wijziging van de procedures, specificaties, berichtspecificaties of communicatieprotocollen, bedoeld in 9.1.2, een test waarbij een netbeheerder, leverancier, programmaverantwoordelijke of meetverantwoordelijke die aantoonbaar voldoet aan de betreffende procedures, specificaties, berichtspecificaties of communicatieprotocollen een verklaring ontvangt dat de test succesvol is doorlopen.
9.1.6
Het is een netbeheerder, leverancier, programmaverantwoordelijke of meetverantwoordelijke slechts toegestaan een bericht uit te wisselen met de centrale communicatiesystemen, als die onderneming voor het betreffende bericht in bezit is van de verklaring, bedoeld in 9.1.5.
9.1.7
De gezamenlijke netbeheerders zullen de toegang van een netbeheerder, leverancier, programmaverantwoordelijke of meetverantwoordelijke tot de centrale systemen weigeren indien:
- a. de onderneming niet beschikt over de verklaring, bedoeld in 9.1.5;
- b. de onderneming, na daartoe uitgenodigd door de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in 9.1.3, niet onverwijld een test aanvraagt;
- c. de onderneming binnen twee weken na de uitnodiging, bedoeld in 9.1.7 onderdeel b, nog niet de in 9.1.5 bedoelde verklaring in het bezit heeft;
- d. de onderneming uit eigen beweging de verklaring, bedoeld in 9.1.5, inlevert bij de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in 9.1.3;
- e. de verklaring, bedoeld in 9.1.5, vanuit beveiligingsoverwegingen wordt ingetrokken
- f. de toezichthouder daar een aanwijzing toe geeft.
9.1.8
Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.1, stellen de gezamenlijke netbeheerders het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in 9.1.2, open voor berichtenverkeer ten behoeve van:
- a. gesloten distributiesystemen elektriciteit die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 5.8 van de Netcode elektriciteit,
- b. gesloten distributiesystemen gas, aangesloten op een regionaal transportnet, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.5a van de Aansluit- en transportcode gas RNB, en
- c. gesloten distributiesystemen gas aangesloten op het landelijk gastransportnet waarvan de beheerder middels een overeenkomst met de gezamenlijke netbeheerders er zorg voor draagt dat de administratieve processen, zoals bedoeld in artikel 22 van de Gaswet, op zijn net worden uitgevoerd overeenkomstig de hoofdstukken 1, 2, 4 en 6 en Bijlage B3.4 van deze code.
9.1.9
De gezamenlijke netbeheerders voeren de openstelling als bedoeld in 9.1.8 pas uit als de beheerder van het gesloten distributiesysteem een afschrift van de aan hem krachtens artikel 15, tweede lid, van de Wet verleende ontheffing heeft verstrekt aan de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in 9.1.3.
9.1.10
Indien een ontheffing op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wet vervalt, dan wel ingetrokken wordt, stellen de gezamenlijke netbeheerders daarop het elektronische berichtenverkeer niet langer open voor het desbetreffende gesloten distributiesysteem.
9.1.11
De ondernemingen als bedoeld in 9.1.1, stelt iedere netbeheerder, leverancier, programmaverantwoordelijke en meetverantwoordelijke op de hoogte van de in 9.1.2 bedoelde procedures, specificaties, berichtspecificaties en communicatieprotocollen door publicatie daarvan.
9.1.12
Een onderneming die toegang heeft tot de centrale communicatiesystemen is gehouden tot de uitvoering en instandhouding van beveiligingsprocedures en -maatregelen om berichten en de verbindingen met de centrale communicatiesystemen te beschermen tegen verlies en tegen ongeautoriseerde kennisneming, wijziging of vernietiging, alsmede om ongeautoriseerde toegang tot de centrale communicatiesystemen te voorkomen.
9.1.13
Indien beveiligingsprocedures of -maatregelen leiden tot de afwijzing van een bericht of een fout in het bericht aan het licht brengen, stelt de ontvanger de verzender hiervan in overeenstemming met de het daaromtrent bepaalde in de regels bedoeld in 9.1.2 op de hoogte. De ontvanger geeft aan het bericht geen gevolg totdat hij door de verzender is geïnstrueerd. Ingeval de verzender het bericht opnieuw verzendt, is daarbij ondubbelzinnig aangegeven dat het een gecorrigeerd bericht betreft.
9.2. Elektronische gegevensuitwisseling
9.2.1
Registraties van berichten die overeenkomstig het bepaalde in deze code zijn verzonden, leveren, behoudens tegenbewijs, bewijs op van de in die berichten vervatte gegevens.
9.2.2
In plaats van de termijn van één werkdag, genoemd in hoofdstukken 2, 3 en 4, verzendt de netbeheerder gewoonlijk ook buiten werkdagen aan de betreffende leverancier(s), programmaverantwoordelijke(n) en meetverantwoordelijke(n) indien het centraal aansluitingenregister, bedoeld in 2.1.2, beschikbaar is en het mutatieproces storingsvrij volledig geautomatiseerd en zonder menselijke interventie kan worden afgerond
- a. het antwoord op een ontvangen melding van een mutatie uiterlijk de volgende kalenderdag na ontvangst van de melding; en
- b. de stamgegevens uiterlijk de volgende kalenderdag na effectuering van een mutatie in het aansluitingenregister.
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
10.1. Registers
6.3.13. Bekendmaking van gegevens
10.1.1.1
De gegevens, bedoeld in paragraaf 2.1, worden vastgelegd, uitgewisseld, gebruikt of bewaard voor het faciliteren van de marktprocessen voor de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt.
10.1.1.2
De netbeheerder, de leverancier, de programmaverantwoordelijke en de meetverantwoordelijke bewaren de gegevens uit het aansluitingenregister van de aansluitingen waarvoor zij verantwoordelijk zijn gedurende ten hoogste acht jaar nadat de gegevens hun geldigheid hebben verloren.
10.1.1.3
Een aangeslotene of op grond van een machtiging van de aangeslotene een leverancier, een programmaverantwoordelijke of een meetverantwoordelijke heeft het recht om het aansluitingenregister in te zien voor zijn aansluitingen. Na ontvangst van gegevens uit het aansluitingenregister heeft elk van de genoemde partijen de plicht hem betreffende onjuistheden in het aansluitingenregister, binnen vijf werkdagen na ontvangst van de gegevens uit het aansluitingenregister te melden voor correctie.
10.1.1.4
Correctie van gegevens uit het aansluitingenregister worden doorgevoerd overeenkomstig de processen, bedoeld in paragrafen 3.1 tot en met 3.5 en 3.12 voor kleinverbruikaansluitingen of de processen, bedoeld in paragrafen 4.1 tot en met 4.8 voor grootverbruikaansluitingen.
10.1.1.5
Voor de onjuistheden, bedoeld in 10.1.1.3, die niet kunnen worden gecorrigeerd via de correctieprocessen, bedoeld in 10.1.1.4, controleert de netbeheerder de melding en corrigeert de onjuistheden uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de melding in het aansluitingenregister.
10.1.1.6
De direct aangeslotene, de leverancier en de programmaverantwoordelijke hebben het recht om het aansluitingenregister landelijk gastransport in te zien voor hen betreffende aansluitingen. Desgevraagd verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de voor hen relevante stamgegevens als bedoeld in 2.13.1.
10.1.1.7
De direct aangeslotene, de leverancier en de programmaverantwoordelijke hebben het recht om onjuistheden in het aansluitingenregister landelijk gastransportnet met betrekking tot hen betreffende aansluitingen te doen corrigeren. Indien de direct aangeslotene of de programmaverantwoordelijke verzoekt de gegevens te wijzigen, stemt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet dit af met de betrokken leverancier. Indien de leverancier akkoord is met de voorgestelde wijziging, stuurt deze de wijziging in door middel van een daartoe bestemd switch mutatieformulier. Vervolgens effectueert de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deze wijziging in het aansluitingenregister landelijk gastransportnet overeenkomstig 2.13.1.
10.1.2. Het EAN-codeboek
10.1.2.1
De gegevens bedoeld in paragraaf 2.3 worden vastgelegd, uitgewisseld, gebruikt of bewaard ten behoeve van de marktprocessen voor de elektriciteitsmarkt en gasmarkt.
10.1.2.2
De netbeheerder bewaart de gegevens in het EAN-codeboek van de aansluitingen waarvoor hij verantwoordelijk is ten hoogste tot het moment, waarop de gegevens opnieuw beschikbaar worden gesteld.
10.1.2.3
De opvragende partij bewaart de gegevens die hij uit het EAN-codeboek heeft ontvangen ten hoogste drie maanden.
10.1.3. Het contracteindegegevens
10.1.3.1
De contracteindegegevens, bedoeld in paragraaf 2.5, worden vastgelegd, uitgewisseld, gebruikt of bewaard voor de uitvoering van processen, bedoeld in hoofdstuk 3.
10.1.3.2
De leveranciers bewaren de door hen beschikbaar gestelde contracteindegegevens ten hoogste zeven jaar nadat de gegevens hun geldigheid hebben verloren.
10.1.3.3
De leveranciers bewaren ontvangen contracteindegegevens ten hoogste drie maanden.
10.1.3.4
Een aangeslotene heeft het recht om de contracteindegegevens, die zijn eigen aansluiting betreffen, op te vragen bij zijn leverancier. De aangeslotene heeft het recht hem betreffende onjuistheden in de contracteindegegevens te melden aan zijn leverancier en te doen corrigeren.
6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal
10.1.4.1
De gegevens in het toegankelijk meetregister, bedoeld in paragraaf 2.6, worden vastgelegd, uitgewisseld, gebruikt of bewaard voor de uitvoering van processen, genoemd in hoofdstuk 5.
10.1.4.2
De regionale netbeheerders bewaren de door hen beschikbaar gestelde gegevens uit het toegankelijk meetregister van alle kleinverbruikaansluitingen ten hoogste vijf jaar.
10.1.4.3
Leveranciers bewaren de door hen opgevraagde gegevens uit het toegankelijk meetregister ten hoogste 3 maanden.
6.2.3. Uitwisselen van meetgegevens tussen meetverantwoordelijke en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
10.1.5.1
Een onderneming, als bedoeld in artikel 54 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22 van de Gaswet, die de gegevens genoemd in deze code voor een ander doel dan genoemd in paragraaf 10.1 vastlegt, uitwisselt, gebruikt of bewaart legt hiervoor het doel en de bewaartermijnen vast in een gedragscode of vraagt hiervoor ondubbelzinnige toestemming van de betrokkene als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij in 10.1.5 uitdrukkelijk anders is bepaald.
10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
10.2.1
Netbeheerders stellen een gedragscode op ten aanzien van gebruik, vastleggen, uitwisselen en bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een meetinrichting bedoeld in artikel 95la van de Elektriciteitswet van 1998 of 42a van de Gaswet.
10.2.2
De gedragscode, bedoeld in 10.2.1, bevat tenminste de onderwerpen waarover de netbeheerders verantwoording afleggen.
10.2.3
Netbeheerders melden de gedragscode, bedoeld in 10.2.1, in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming aan bij het Autoriteit persoonsgegevens.
10.2.4
Netbeheerders leggen jaarlijks verantwoording af door middel van een uniforme toelichting op de jaarrekening, bedoeld in B6.1.
10.2.5
In aanvulling op 10.2.4 publiceren de netbeheerders de verantwoording, bedoeld in 10.2.2, op hun publieke websites.
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
10.3.1
Leveranciers stellen een gedragscode op ten aanzien van gebruik, vastleggen, uitwisselen en bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een meetinrichting bedoeld in artikel 95la van de Elektriciteitswet van 1998 of 42a van de Gaswet.
10.3.2
De gedragscode, bedoeld in 10.3.1, bevat tenminste:
- a. de wijze waarop kleinverbruikers de leverancier machtigen voor het opvragen van meer gegevens dan is toegestaan op grond van artikel 26ab eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 13b eerste lid van de Gaswet.
- b. de onderwerpen waarover de leveranciers verantwoording afleggen, zijnde:
- 1°. meetgegevens ten behoeve van facturatie en de mutatieprocessen, bedoeld in deze code;
- 2°. meetgegevens ten behoeve van de verbruiksterugkoppeling, besparingsadviezen en overige doelen.
10.3.3
Leveranciers melden de gedragscode, bedoeld in 10.3.1, in overeenstemming met de Algemene verordening gegevensbescherming aan bij het Autoriteit persoonsgegevens.
10.3.4
De leverancier legt jaarlijks verantwoording, bedoeld in 10.3.2 onderdeel b, af door middel van een toelichting op de jaarrekening, bedoeld in B6.2.
10.3.5
In aanvulling op 10.3.4 publiceert de leverancier de verantwoording, bedoeld in 10.3.2 onderdeel b, op zijn publieke website.
11. Bijzondere bepalingen
11.1. Overgangs- en slotbepalingen
11.1.1
[Vervallen]
11.1.2
[Vervallen]
11.1.3
Vervallen
Artikel 11.1.4
De Informatiecode Elektriciteit en Gas, zoals vastgesteld bij besluit van 13 juni 2013 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
11.1.5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst.
11.1.6
Dit besluit wordt aangehaald als: Informatiecode elektriciteit en gas.
Bijlagen
Bijlagen
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.0.1
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.1.1
B1.1.1
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk de derde week van de maanden januari, april, juli en oktober doet een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan het overlegplatform ex artikel B1.0.1 een gemotiveerd voorstel voor de profielen die in het volgend kwartaal gehanteerd zullen worden.
B1.1.3
Uiterlijk 1 week nadat het voorstel, bedoeld in B1.1.2 is gedaan, besluit het overlegplatform ex artikel B1.0.1 over dit voorstel en wordt de aldus vastgestelde set profielen onverwijld gezonden aan alle netbeheerders en programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.1.4
B1.2. Indeling van aangeslotenen in profielcategorieën
B1.2.1
B1.2.1
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.3
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.4
Aangeslotenen met een aansluitwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.5
Aangeslotenen met een aansluitwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.6
Aangeslotenen met een aansluitwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd kleiner of gelijk aan 2.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk de derde week van de maanden januari, april, juli en oktober doet een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan het overlegplatform ex artikel B1.0.1 een gemotiveerd voorstel voor de profielen die in het volgend kwartaal gehanteerd zullen worden.
B1.1.3
Uiterlijk 1 week nadat het voorstel, bedoeld in B1.1.2 is gedaan, besluit het overlegplatform ex artikel B1.0.1 over dit voorstel en wordt de aldus vastgestelde set profielen onverwijld gezonden aan alle netbeheerders en programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.1.4
De aldus vastgestelde profielen worden toegepast vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kwartaal.
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.1
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aangeslotenen met een aansluitwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.1.1
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk de derde week van de maanden januari, april, juli en oktober doet een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan het overlegplatform ex artikel B1.0.1 een gemotiveerd voorstel voor de profielen die in het volgend kwartaal gehanteerd zullen worden.
B1.1.3
Uiterlijk 1 week nadat het voorstel, bedoeld in B1.1.2 is gedaan, besluit het overlegplatform ex artikel B1.0.1 over dit voorstel en wordt de aldus vastgestelde set profielen onverwijld gezonden aan alle netbeheerders en programmaverantwoordelijken die programmaverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.1.4
De aldus vastgestelde profielen worden toegepast vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kwartaal.
In afwijking van B1.2.1 tot en met B1.2.3 worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen zoals bedoeld in B2.1.1, ingedeeld in profielcategorie E4A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.1
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.4
B1.6. De bepaling van de gegevens
B1.2.5
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.6
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd kleiner of gelijk aan 2.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.7
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 2.000 uren maar kleiner of gelijk aan 3.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.8
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 3.000 uren maar kleiner of gelijk aan 5.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.9
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 5.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3D van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.10
In afwijking van B1.2.1 tot en met B1.2.3 worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen zoals bedoeld in B2.1.1, ingedeeld in profielcategorie E4A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.11
Indien de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) voor openbare verlichting zich niet direct achter de aansluiting bevinden, maar deel uitmaken van een OV-installatie, verstrekt de aangeslotene de netbeheerder desgevraagd een bestuurdersverklaring waarin door de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende OV-installatie of een door hem daartoe gemachtigd persoon, wordt verklaard dat op de desbetreffende OV-installatie uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen verlichting, zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden.
B1.4.1
B1.3.1
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting die op grond van B1.2.1 tot en met B1.2.5 of B1.2.10 is ingedeeld in de profielcategorieën E1A, E1B, E1C, E2A, E2B of E4A, wordt bepaald door het gemeten verbruik op die aansluiting over de kleinst mogelijke verbruiksperiode van minimaal 300 dagen te delen door de som van de profielfracties in het standaardprofiel over de desbetreffende periode. De verbruiksperiode gaat in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname en loopt tot en met de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). Hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.
B1.3.2
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting die op grond van B1.2.6 tot en met B1.2.9 is ingedeeld in de profielcategorieën E3A, E3B, E3C of E3D, wordt bepaald door het gemeten verbruik op die aansluiting over de kleinst mogelijke verbruiksperiode van minimaal 345 dagen te delen door de som van de profielfracties in het standaardprofiel over de desbetreffende periode. De verbruiksperiode gaat in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname en loopt tot en met de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). Hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.
B1.3.3
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting wordt geactualiseerd als er een nieuwe vastgestelde meterstand bij de netbeheerder bekend is.
B1.3.4
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E1A, E1B, E1C, E2A, E2B of E4A alleen een gemeten verbruik bekend is over een periode korter dan 300 dagen of indien er geen gemeten verbruik bekend is, wordt het standaardjaarverbruik in afwijking van B1.3.1 bepaald door het gemiddelde te nemen van de standaardjaarverbruiken van de aansluitingen met een standaardjaarverbruik op basis van een gemeten verbruik van minimaal 300 dagen in dezelfde profielcategorie en dezelfde tariefcategorie.
B1.3.5
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E3A, E3B, E3C of E3D geen gemeten verbruik bekend is, dan wordt het standaardjaarverbruik geschat door de netbeheerder naar beste inzicht.
B1.3.7
Indien sprake is van een aansluiting met een meetinrichting met actieve telwerken voor normaaluren en laaguren, worden voor de desbetreffende aansluiting twee bijbehorende standaardjaarverbruiken, te weten één voor de normaaluren en één voor de laaguren, vastgesteld en in het aansluitingenregister vastgelegd. Het standaardjaarverbruik van de aansluiting is de som van het normaalurenstandaardjaarverbruik en het laagurenstandaardjaarverbruik.
B1.3.8
De netbeheerder bepaalt het standaardjaarverbruik volgens de methode, bedoeld in B1.3.1 tot en met B1.3.7, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van een vastgestelde meterstand van de leverancier of uiterlijk vijf werkdagen nadat de netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld.
B1.3.9
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met het standaardjaarverbruik, bedoeld in B1.3.8, uiterlijk vijf werkdagen na het bepalen van het standaardjaarverbruik overeenkomstig 2.1.8.
VGVPV,LV,PC,TC = PFPC x TCFPV,PC,TC,TP x KCF x Σ SJVPV, LV,PC,TC
B1.4.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode Σ SJVPV,PC,TC, zijnde de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC).
B1.4.2
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPV,PC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) voor de groep van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) voor die tariefperiode (TP) te delen door de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC). In formulevorm:
TFPV,PC,TC,TP= ∑ SJVPV,PC,TC,TP/ ∑ SJVPV,PC,TC
B1.4.3
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door voor de desbetreffende profielcategorie alle profielfracties behorend bij de desbetreffende tariefperiode te sommeren volgens de formule:
TFPC,TC,TP = ∑ PFPC,TC,TP
B1.4.4
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TCFPV,PC,TC,TP, zijnde de tariefcorrectiefactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door de volgens B1.4.2 bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode voor een groep aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) te delen door de volgens B1.4.3 bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) volgens de formule:
TCFPV,PC,TC,TP = TFPV,PC,TC,TP / TFPC,TC,TP
B1.4.5
De in B1.4.2, B1.4.3 en B1.4.4 bepaalde tarieffactoren respectievelijk tariefcorrectiefactoren worden afgerond op 3 cijfers achter de komma.
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.5.1
De klimaatcorrectiefactor wordt vooralsnog vastgesteld op 1.
waarin:
B1.6.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV) per programmaverantwoordelijke (PV) per leverancier (LV) per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) van alle aansluitingen van de desbetreffende programmaverantwoordelijke in de desbetreffende profielcategorie en de desbetreffende tariefcategorie volgens de formule:
VGVPV,LV,PC,TC = PFPC x TCFPV,PC,TC,TP x KCF x Σ SJVPV, LV,PC,TC
waarin:
B1.0.1
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.1.1
B1.1.1
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
B3.2. Standaardprofielen gas
B1.1.3
Uiterlijk 1 week nadat het voorstel, bedoeld in B1.1.2 is gedaan, besluit het overlegplatform ex artikel B1.0.1 over dit voorstel en wordt de aldus vastgestelde set profielen onverwijld gezonden aan alle netbeheerders en programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.1.4
De aldus vastgestelde profielen worden toegepast vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kwartaal.
B1.2.1
B1.2.1
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.3
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.4
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.5
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.6
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd kleiner of gelijk aan 2.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.7
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 2.000 uren maar kleiner of gelijk aan 3.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.8
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 3.000 uren maar kleiner of gelijk aan 5.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.9
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning maar met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW en met een bedrijfstijd van meer dan 5.000 uren, worden ingedeeld in profielcategorie E3D van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.10
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B1.3.2
B2.2. Overige onbemeten aansluitingen
Een standaardprofiel is opgebouwd uit profielfracties van een standaardjaarverbruik voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk de derde week van de maanden januari, april, juli en oktober doet een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan het overlegplatform ex artikel B1.0.1 een gemotiveerd voorstel voor de profielen die in het volgend kwartaal gehanteerd zullen worden.
B1.1.3
Uiterlijk 1 week nadat het voorstel, bedoeld in B1.1.2 is gedaan, besluit het overlegplatform ex artikel B1.0.1 over dit voorstel en wordt de aldus vastgestelde set profielen onverwijld gezonden aan alle netbeheerders en programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.1.4
De aldus vastgestelde profielen worden toegepast vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kwartaal.
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E3A, E3B, E3C of E3D geen gemeten verbruik bekend is, dan wordt het standaardjaarverbruik geschat door de netbeheerder naar beste inzicht.
B1.2.1
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.3
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.2.4
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.5
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.6
Aansluitingen met een profielgrootverbruikmeetinrichting worden ingedeeld in profielcategorie E3 van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.7
Vervallen.
B1.2.8
Vervallen.
B1.2.9
Vervallen.
B1.2.10
In afwijking van B1.2.1 tot en met B1.2.3 worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen zoals bedoeld in B2.1.1, ingedeeld in profielcategorie E4A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.11
Indien de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) voor openbare verlichting zich niet direct achter de aansluiting bevinden, maar deel uitmaken van een OV-installatie, verstrekt de aangeslotene de netbeheerder desgevraagd een bestuurdersverklaring waarin door de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende OV-installatie of een door hem daartoe gemachtigd persoon, wordt verklaard dat op de desbetreffende OV-installatie uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen verlichting, zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden.
De klimaatcorrectiefactor wordt vooralsnog vastgesteld op 1.
B1.3.1
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting die op grond van B1.2.1 tot en met B1.2.5 of B1.2.10 is ingedeeld in de profielcategorieën E1A, E1B, E1C, E2A, E2B of E4A, wordt bepaald door het gemeten verbruik op die aansluiting over de kleinst mogelijke verbruiksperiode van minimaal 300 dagen te delen door de som van de profielfracties in het standaardprofiel over de desbetreffende periode. De verbruiksperiode gaat in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname en loopt tot en met de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). Hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.
B1.3.2
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting die op grond van B1.2.6 is ingedeeld in de profielcategorie E3, wordt bepaald door het gemeten verbruik op die aansluiting over de kleinst mogelijke verbruiksperiode van minimaal 345 dagen te delen door de som van de profielfracties in het standaardprofiel over de desbetreffende periode. De verbruiksperiode gaat in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname en loopt tot en met de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). Hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.
B1.3.3
Het standaardjaarverbruik van een aansluiting wordt geactualiseerd als er een nieuwe vastgestelde meterstand bij de netbeheerder bekend is.
B1.3.4
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E1A, E1B, E1C, E2A, E2B of E4A alleen een gemeten verbruik bekend is over een periode korter dan 300 dagen of indien er geen gemeten verbruik bekend is, wordt het standaardjaarverbruik in afwijking van B1.3.1 bepaald door het gemiddelde te nemen van de standaardjaarverbruiken van de aansluitingen met een standaardjaarverbruik op basis van een gemeten verbruik van minimaal 300 dagen in dezelfde profielcategorie en dezelfde tariefcategorie.
B3.5. De bepaling van de gegevens
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E3 alleen een gemeten verbruik bekend is over een kortere periode dan 345 dagen, dan wordt het verbruik over deze kortere periode gebruikt voor de berekening van het standaardjaarverbruik.
B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E3 geen gemeten verbruik bekend is, dan wordt het standaardjaarverbruik geschat door de netbeheerder naar beste inzicht.
B1.3.7
Indien sprake is van een aansluiting met een meetinrichting met actieve telwerken voor normaaluren en laaguren, worden voor de desbetreffende aansluiting twee bijbehorende standaardjaarverbruiken, te weten één voor de normaaluren en één voor de laaguren, vastgesteld en in het aansluitingenregister vastgelegd. Het standaardjaarverbruik van de aansluiting is de som van het normaalurenstandaardjaarverbruik en het laagurenstandaardjaarverbruik.
B1.3.8
De netbeheerder bepaalt het standaardjaarverbruik volgens de methode, bedoeld in B1.3.1 tot en met B1.3.7, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van een vastgestelde meterstand van de leverancier of uiterlijk vijf werkdagen nadat de netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld.
B1.3.9
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met het standaardjaarverbruik, bedoeld in B1.3.8, uiterlijk vijf werkdagen na het bepalen van het standaardjaarverbruik overeenkomstig 2.1.8.
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode per programmaverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie het gecorrigeerde geprofileerde verbruik (GGV) van alle aansluitingen van de desbetreffende programmaverantwoordelijke in de desbetreffende profielcategorie volgens de formule:
B1.4.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode Σ SJVPV,PC,TC, zijnde de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC).
B1.4.2
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPV,PC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) voor de groep van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) voor die tariefperiode (TP) te delen door de som van de standaardjaarverbruiken van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC). In formulevorm:
TFPV,PC,TC,TP= ∑ SJVPV,PC,TC,TP/ ∑ SJVPV,PC,TC
B1.4.3
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door voor de desbetreffende profielcategorie alle profielfracties behorend bij de desbetreffende tariefperiode te sommeren volgens de formule:
TFPC,TC,TP = ∑ PFPC,TC,TP
B1.4.4
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TCFPV,PC,TC,TP, zijnde de tariefcorrectiefactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door de volgens B1.4.2 bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode voor een groep aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) te delen door de volgens B1.4.3 bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) volgens de formule:
TCFPV,PC,TC,TP = TFPV,PC,TC,TP / TFPC,TC,TP
B1.4.5
De in B1.4.2, B1.4.3 en B1.4.4 bepaalde tarieffactoren respectievelijk tariefcorrectiefactoren worden afgerond op 3 cijfers achter de komma.
B2.1.3
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
De klimaatcorrectiefactor wordt vooralsnog vastgesteld op 1.
In afwijking van B2.1.3 houdt de netbeheerder, zo mogelijk en indien gewenst, rechtstreeks rekening met het opgegeven onderhoudsprogramma bij het vaststellen van het in B2.1.2 bedoelde belastingprofiel.
B1.6.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV) per programmaverantwoordelijke (PV) per leverancier (LV) per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) van alle aansluitingen van de desbetreffende programmaverantwoordelijke in de desbetreffende profielcategorie en de desbetreffende tariefcategorie volgens de formule:
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
B1.0.1
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)