Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
Indien de melding zoals bedoeld in 3.14.1.2 en 3.14.3.3 niet tijdig wordt beantwoord of de correctiemelding zoals bedoeld in 3.14.1.4, 3.14.2.2, 3.14.3.5 en 3.14.4.2 niet tijdig is ingediend, worden de nettarieven verrekend die behoren bij de periode tussen het moment waarop ten onrechte is gemuteerd ingevolge paragraaf 3.1 tot en met paragraaf 3.4 en de mutatiedatum van de correctiemelding.
5.6.1.7
Indien de in 3.14.1, 3.14.2, 3.14.3 en 3.14.4 bedoelde correctiemelding leidt tot een toewijzing van verbruik verrekenen de betrokken leveranciers of de leverancier en netbeheerder het toegewezen verbruik volledig indien het toegewezen verbruik boven de 1.000 kWh of 500 m3 uitkomt.
5.6.1.8
Onverminderd 5.6.1.1 tot en met 5.6.1.7 kunnen leveranciers en netbeheerders op andere gronden het verrekenen van verbruik of nettarieven overeenkomen.
5.3.4. De regionale netbeheerder ontvangt de vastgestelde meterstanden van de leverancier en bepaalt het verbruik voor reconciliatie
5.6.2.1
De verrekeningen als bedoeld in paragraaf 5.6.1 vinden plaats overeenkomstig het proces dat in deze paragraaf is vastgelegd.
5.6.2.2
Ten behoeve van de verrekening als bedoeld 5.6.1.2 en op verzoek van de belanghebbende leverancier, verstrekt de netbeheerder de bedrijfsgegevens van de leverancier of de programmaverantwoordelijke betreffende de periodes van levering waartoe de bedoelde verbruiken behoren.
5.6.2.3
De belanghebbende leverancier, programmaverantwoordelijke of netbeheerder initieert het verrekenen door een verrekenverzoek bij de betrokken wederpartij in te dienen.
5.6.2.4
Het verrekenverzoek bevat de volgende gegevens:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. het type melding als bedoeld in de paragrafen 3.1 tot en met 3.5;
- c. de mutatiedatum behorende bij de melding;
- d. de periode waarop de beoogde verrekening betrekking heeft.
- e. Indien het verzoek verrekenen van verbruik betreft:
- 1°. de vastgestelde standen;
- 2°. de gehanteerde correctie standen;
- 3°. het te verrekenen verbruik;
- 4°. het te hanteren tarief per kWh respectievelijk m3 behorende bij de periode van levering waarin een verbruik wordt toegewezen zoals bedoeld in 5.6.1.2 en 5.6.1.4.
- f. Indien het verzoek het verrekenen van nettarieven betreft:
- 1°. de bij deze periode behorende capaciteitstarief-EAN-code(s); en
- 2°. het totaal bedrag van de beoogde verrekening;
- g. een toelichting op het verzoek tot verrekening.
5.6.2.5
Het te hanteren tarief als bedoeld in 5.6.2.4, onderdeel e, onder 4° wordt per kwartaal centraal gepubliceerd door het platform als bedoeld in 9.1.1 en als volgt bepaald:
- I. voor elektriciteit: het rekenkundig 12-maandsgemiddelde van de gepubliceerde Tennet-reconciliatieprijzen voorafgaand aan het desbetreffende kwartaal op basis van de verhouding 55% Peak en 45% OffPeak,
- II. voor gas: het rekenkundig 12-maandsgemiddelde van de gepubliceerde GTS-Neutral gasprijzen voorafgaand aan het desbetreffende kwartaal.
5.6.2.6
De wederpartij accepteert het verrekenverzoek tenzij de wederpartij uiterlijk binnen één maand het verzoek gemotiveerd afwijst onder vermelding van één of meer van de volgende redenen:
- a. er is op grond van paragraaf 5.6.1 geen verplichting tot verrekening;
- b. het verzoek is onvolledig;
- c. de wederpartij is niet akkoord met het te verrekenen verbruik en stelt een alternatief verbruik voor;
- d. de wederpartij is niet akkoord met te hanteren tarief en stelt een alternatief tarief voor;
- e. de wederpartij is niet akkoord met de maximale te verrekenen periode;
- f. de wederpartij is geen leverancier in voorgaande periode van levering;
- g. het te verrekenen verbruik is minder dan 1.000 kWh of 500 m3;
- h. de periode van levering betreft een periode als bedoeld in de paragrafen 3.14.1 tot en met 3.14.5 waarbij een nul-verbruik is vastgesteld.
5.6.2.7
De verzoekende leverancier, programmaverantwoordelijke of netbeheerder accepteert de ontvangen afwijzing, tenzij hij binnen tien werkdagen:
- a. een nieuw verzoek indient gelet op 5.6.2.6, onderdeel b, of
- b. in overleg treedt met de wederpartij gelet op 5.6.2.6, onderdelen c, d en e.
5.6.2.8
Het overleg bedoeld in 5.6.2.7, onderdeel b, leidt tot:
- a. een nieuw verzoek zoals bedoeld in 5.6.2.4 met het overeengekomen te verrekenen verbruik of te hanteren tarief;
- b. een geschilbeslechting door een derde ter vaststelling van het te verrekenen verbruik of het te hanteren tarief;
- c. het beëindigen van het verrekenproces voor betreffende aansluiting door de marktpartij als bedoeld in 5.6.2.3.
5.6.2.9
De leverancier, programmaverantwoordelijke of netbeheerder die recht heeft op vergoeding van de kosten, neemt maandelijks de verrekeningen van de voorgaande maand op in één verrekenfactuur tenzij anders overeengekomen. De verrekenfactuur bevat per verrekening de volgende gegevens:
- a. EAN-code van de desbetreffende aansluiting;
- b. het overeengekomen of vastgestelde te verrekenen verbruik;
- c. het overeengekomen of vastgestelde te hanteren tarief;
- d. het totaalbedrag van de verrekening.
5.6.2.10
De wederpartij accepteert de verrekenfactuur binnen een maand na ontvangst, tenzij hij de factuur binnen tien werkdagen gemotiveerd afwijst.
5.6.2.11
De leverancier, programmaverantwoordelijke of netbeheerder accepteert de ontvangen afwijzing of stuurt zo spoedig mogelijk een correcte verrekenfactuur naar de wederpartij die hem accepteert of afwijst overeenkomstig 5.6.2.10.
5.6.2.12
In afwijking van paragraaf 9.1 vindt de op grond van paragraaf 5.6.2 uit te wisselen informatie niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
6.2.3. Uitwisselen van meetgegevens tussen meetverantwoordelijke en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
5.6.2. Verrekenproces
6.3.2. Beoordelen volledigheid ontvangen van meetgegevens
6.1.2. De netbeheerder distribueert de meetgegevens
6.3.9. Verwerking en overdracht van meetgegevens na reclamatie op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
6.3.10. Overdracht van gegevens in het kader van transport- en systeemdiensten
6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.3.2. Beoordelen volledigheid ontvangen van meetgegevens
6.4.2.0
In het geval de in deze paragraaf bedoelde gegevensuitwisseling betrekking heeft op de aansluiting van een gesloten distributiesysteem gas dat is aangesloten op een regionaal gastransportnet, waarvan de beheerder gebruik wil maken van de in de Allocatiecode gas genoemde berichten, verzendt de meetverantwoordelijke de meetgegevens van de aansluiting van een gesloten distributiesysteem gas tevens aan de beheerder van het gesloten distributiesysteem. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt dit niet verplicht plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
6.3.4. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd toerekenen definitieve volumes
6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen
6.7. Opvragen historische meetgegevens
7. Allocatie en reconciliatie
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker
8.3. Administratieve bepalingen
9. Berichtenverkeer
9.1. Uitvoeringsregels
9.1a. Autorisatiebeleid en derdentoegang
9.2. Elektronische gegevensuitwisseling
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
10.1.1. Aansluitingenregister
6.9.1. Verrekenverplichting
10.1.3. Het contracteindegegevens
10.1.4. Het toegankelijk meetregister
10.1.4a. De klantsleuteladministratie
6.9.2. Verrekenproces
10.1.5. Andere doelen
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
11. Bijzondere bepalingen
6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen
Bijlagen
B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.6. De bepaling van de gegevens
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B2.1. Openbare verlichting
B2.2. Overige onbemeten aansluitingen
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.0. Overlegplatform Profielen
B2.1. Openbare verlichting
B2.1. Openbare verlichting
Het overlegplatform, bedoeld in B3.1.2, is samengesteld uit:
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
Het overlegplatform, bedoeld in B3.1.2, heeft tot taak de volgende verbruiksprofielen vast te stellen en te beheren:
B3.2. Standaardprofielen gas
B3.2.1
Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform bedoeld in B3.1.2 per profielcategorie de profieldata ter beschikking aan de netbeheerders en de programmaverantwoordelijken die balansverantwoordelijkheid dragen voor profielafnemers.
B3.2.2
De netbeheerder gebruikt de aldus ter beschikking gestelde profieldata bij de profielberekeningen vanaf de eerste gasdag van het volgende kalenderjaar.
B3.2.3
Een verbruiksprofiel beschrijft een verbruikspatroon van een profielafnemer en kent voor elk uur de volgende parameters:
De parameters TOP en RER hebben een precisie van acht cijfers achter de komma; de parameter TST kent vier cijfers achter de komma.
B3.2.4
Het standaardprofiel geeft het verwachte verbruikspatroon van een gemiddelde profielafnemer over de uren in een standaard jaar.
B3.2.4a
Het standaard jaar is een jaar met gemiddelde klimaatcondities (temperatuur, zoninstraling en windsnelheid). Voor ieder uur van het standaard jaar worden de klimaatcondities gelijkgesteld aan het gemiddelde van de om datzelfde uur gerealiseerde klimaatcondities in een periode van 30 jaar.
B3.2.4b
Het standaard jaar voor het kalenderjaar (t) is gebaseerd op de klimaatcondities van het kalenderjaar (t-31) tot en met het kalenderjaar (t-2). Het totaal van de fracties van het standaardprofiel, gesommeerd over een kalenderjaar (met uitzondering van een schrikkeljaar), is gelijk aan 1.
B3.2.5
Het veronderstelde profiel geeft het verwachte verbruikspatroon van een profielafnemer gedurende de verbruiksperiode; hierbij wordt gebruik gemaakt van de gerealiseerde temperaturen.
B3.2.6
Voor het vaststellen van de gerealiseerde temperaturen en/of de verbruiksprofielen wordt één temperatuurgebied onderscheiden. De gerealiseerde temperatuur en overige relevante klimaatgegevens worden gebaseerd op de meetgegevens van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente.
B3.2.7
De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt elke werkdag voor elk temperatuurgebied de actuele temperatuurcoëfficiënt (TAC), uitgedrukt in °C, voor elk uur van de voorafgaande gasdag(en) aan de regionale netbeheerders, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers. Hiervoor wordt het bericht ‘TINFO’ gebruikt.
B3.2.8
Ten behoeve van de near-real-time allocatie wordt in plaats van de actuele temperatuurcoëfficiënt (TAC) gebruik gemaakt van de verwachte temperatuurcoëfficiënt conform B1a.2.7 van de Allocatiecode gas.
B3.2.9
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
B3.2.9a
Bepaal de volgende klimaatfactoren voor elk van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente:
B3.2.9b
Bereken de temperatuurfactor voor elk meteostation met de formule:
Tfactor= (6 x (t1 – w1) + 3 x (t2 – w2) + (t3 – w3)) / 10 + q1
B3.2.9c
Bereken TACuur met de volgende formule:
TACuur = 0,28 x Tfactor[de Bilt] + 0,14 x Tfactor[Eelde] + 0,15 x Tfactor[Beek] + 0,15 x Tfactor[de Kooy] + 0,12 x Tfactor[Vlissingen] + 0,16 x Tfactor[Twente]
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A, onbemeten | 10102 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A | 10112 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens
De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4 of 2.2d.4 de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
| Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2b.4 | Artikel 2.2c.4 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1 | Artikel 2.2d.4, 2.2.2 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) | KV | GV | KV | KV | KV | KV | GV | GV | ||
| Verstrekking aan leverancier | x | x | x | x | x | x | x | |||
| Verstrekking aan programmaverantwoordelijke | x | x | x | |||||||
| Verstrekking aan meetverantwoordelijke | x | x | ||||||||
| Artikel 2.1.3 | a | de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten; | ||||||||
| Artikel 2.1.3 | b | de EAN-code van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | c | de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | d | de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | e | de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | f | de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | g | de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | h | een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.3 | i | een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | j | een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | l | de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | p | de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; | x | x | x | x | x | x | ||
| Artikel 2.1.3 | q | de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | r | in geval van aansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik, in geval van een elektriciteitsaansluiting onderscheiden naar normaaluren en laaguren indien de aansluiting over een meetinrichting met telwerken voor normaaluren en laaguren beschikt. | x | x | x | x | x | x | ||
| Artikel 2.1.3 | s | een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | t | de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.3 | u | in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | v | [gereserveerd] | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.3 | w | de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | x | indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | y | indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen. | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.4 | a | de capaciteitstariefcode; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | b | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | d | het identificatienummer van de meetinrichting; | x *) | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | e | in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f | per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens: | ||||||||
| Artikel 2.1.4 | f1 | in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f2 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f3 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f5 | het aantal posities voor de komma; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f6 | de vermenigvuldigingsfactor; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | g | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | h | een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.5 | a | de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | b | in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | c | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | d | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | e | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | f | in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | g | in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | h | in geval van een elektriciteitsaansluiting: een registratie van de verblijfsfunctie of complexbepaling; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.5 | i | in geval van een profielgrootverbruikaansluiting gas: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid als de G-waarde van de meetinrichting die zich bij de aansluiting bevindt. | x | x |
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
B3.2. Standaardprofielen gas
B3.4. Het standaardjaarverbruik gas
B3.1.4
Een verbruiksprofiel beschrijft een verbruikspatroon van een profielafnemer en kent voor elk uur de volgende parameters:
B3.5. De bepaling van de gegevens
B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie
De actuele temperatuurcoëfficiënt (TAC) wordt door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet berekend volgens B3.2.9a tot en met B.3.2.9.c.
B2.1. Openbare verlichting
B3.2.10
[Vervallen]
B3.2.11
Alle berekeningen in het kader van de verbruiksprofielen worden uitgevoerd met variabelen met zoveel mogelijk cijfers achter de komma ('single precision floating point').
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A, onbemeten | 10102 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A | 10112 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes
B6.1
Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
B6.2
Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens
De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4 of 2.2d.4 de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:
| Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2a.4 | Artikel 2.2b.4 | Artikel 2.2c.4 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1 | Artikel 2.2d.4, 2.2.2 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) | KV | GV | KV | KV | KV | KV | GV | GV | ||
| Verstrekking aan leverancier | x | x | x | x | x | x | x | |||
| Verstrekking aan programmaverantwoordelijke | x | x | x | |||||||
| Verstrekking aan meetverantwoordelijke | x | x | ||||||||
| Artikel 2.1.3 | a | de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten; | ||||||||
| Artikel 2.1.3 | b | de EAN-code van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | c | de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | d | de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | e | de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | f | de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | g | de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | h | een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.3 | i | een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | j | een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | l | de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | p | de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; | x | x | x | x | x | x | ||
| Artikel 2.1.3 | q | de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | r | in geval van aansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik, in geval van een elektriciteitsaansluiting onderscheiden naar normaaluren en laaguren indien de aansluiting over een meetinrichting met telwerken voor normaaluren en laaguren beschikt. | x | x | x | x | x | x | ||
| Artikel 2.1.3 | s | een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; | x | x | x | x | ||||
| Artikel 2.1.3 | t | de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; | x | x | x | x | x | |||
| Artikel 2.1.3 | u | in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | v | [gereserveerd] | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.3 | w | de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; | x | x | x | x | x | x | x | x |
| Artikel 2.1.3 | x | indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.3 | y | indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen. | x | x | x | x | x | x | x | |
| Artikel 2.1.4 | a | de capaciteitstariefcode; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | b | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | d | het identificatienummer van de meetinrichting; | x *) | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | e | in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f | per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens: | ||||||||
| Artikel 2.1.4 | f1 | in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f2 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f3 | in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f5 | het aantal posities voor de komma; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | f6 | de vermenigvuldigingsfactor; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.4 | g | in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.4 | h | een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.5 | a | de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | b | in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | c | in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | d | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | e | in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | f | in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | g | in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. | x | x | ||||||
| Artikel 2.1.5 | h | in geval van een elektriciteitsaansluiting: een registratie van de verblijfsfunctie of complexbepaling; | x | x | x | |||||
| Artikel 2.1.5 | i | in geval van een profielgrootverbruikaansluiting gas: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid als de G-waarde van de meetinrichting die zich bij de aansluiting bevindt. | x | x |
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
3.1.2.6a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de switchmelding en direct na het bericht als bedoeld in 3.1.2.6 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de in bijlage 7.1 vermelde gegevens.
3.1.2.10
De netbeheerder beëindigt de procedure van een, voor dezelfde mutatiedatum, reeds bevestigde switch van leverancier of inhuizing, indien de leverancierswitch, bedoeld in 3.1.1.1, de reeds bevestigde switch van leverancier annuleert.
3.1.2.11
De netbeheerder verstuurt een verliesbericht van de beëindiging van de procedure als bedoeld in 3.1.2.10 naar de betrokken partijen.
3.2. Uithuizing op een kleinverbruikaansluiting
3.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.3.2.5a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de inhuizingsmelding en direct na het bericht als bedoeld in 3.3.2.5 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
3.3.2.9
De netbeheerder beëindigt de procedure van een, voor dezelfde mutatiedatum, reeds bevestigde inhuizing of switch van leverancier, indien de inhuizing, bedoeld in 3.3.1.1, de reeds bevestigde switch van leverancier annuleert.
3.3.2.10
De netbeheerder verstuurt een verliesbericht van de beëindiging van de procedure als bedoeld in 3.3.2.9 naar de betrokken partijen.
3.3.3. De regionale netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit
3.4. Beëindiging van de levering op een kleinverbruikaansluiting
3.4.1. Voorbereiding
3.4.2. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de regionale netbeheerder
3.5.2.6a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de switchmelding en direct na het bericht als bedoeld in 3.5.2.6 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
3.6. Bulk PV-switch op kleinverbruikaansluitingen
3.6.1. De leverancier stuurt een vooraankondiging aan de regionale netbeheerder
3.5.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
3.6.3.6a
Uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van de melding bulk PV-switch en direct na het bericht als bedoeld in 3.6.3.6 verzendt de netbeheerder voor de aansluitingen waarbij alle controles, bedoeld in 3.6.3.1, een positief resultaat opleveren aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
3.9. Uit bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting
3.10. Verwijderen van een kleinverbruikaansluiting
3.10.1. De regionale netbeheerder verwijdert de aansluiting en communiceert dit
3.11. Wisseling of wijziging van meetinrichting op een kleinverbruikaansluiting
3.10.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
3.11. Wisseling of wijziging van meetinrichting op een kleinverbruikaansluiting
3.11.1. De regionale netbeheerder communiceert de gegevens ten gevolge van de wisseling of wijziging van de meetinrichting
3.13. Op verzoek van de aangeslotene administratief aan- en uitzetten van kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is
3.13.1. Verwerken verzoek van de aangeslotene door de regionale netbeheerder
3.13a. Wijzigen van het kenmerk of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is
3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen
3.14.1. Correctieproces onterechte switch van leverancier
3.15. Wijzigen van de allocatiemethode met betrekking tot elektriciteitsaansluitingen die voorzien zijn van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is
3.15.1. De leverancier dient een verzoek in tot wijziging van de allocatiemethode
4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen
4.1.2.6a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de switchmelding en direct na het bericht als bedoeld in 4.1.2.6 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
4.1.2.11
De netbeheerder beëindigt de procedure van een, voor dezelfde mutatiedatum reeds bevestigde switch van leverancier of inhuizing, indien de leverancierswitch, bedoeld in 4.1.1.1, de reeds bevestigde switch van leverancier annuleert.
4.1.2.12
De netbeheerder verstuurt een verliesbericht van de beëindiging van de procedure bedoeld in 4.1.2.11 naar de betrokken partijen.
4.2. Uithuizing op een grootverbruikaansluiting
4.2.1. De leverancier dient de uithuizingsmelding in bij de netbeheerder
4.3. Inhuizing op een grootverbruikaansluiting
4.3.2.5a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de inhuizingsmelding en direct na het bericht als bedoeld in 4.3.2.5 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
4.3.2.10
De netbeheerder beëindigt de procedure van een, voor dezelfde mutatiedatum, reeds bevestigde inhuizing of switch van leverancier, indien de inhuizing, bedoeld in 4.3.1.1, de reeds bevestigde switch van leverancier annuleert.
4.3.2.11
De netbeheerder verstuurt een verliesbericht van de beëindiging van de procedure bedoeld in 4.3.2.10 naar de betrokken partijen.
4.4. Beëindiging van de levering op een grootverbruikaansluiting
4.5.2.6a
Uiterlijk de werkdag na ontvangst van de switchmelding en direct na het bericht als bedoeld in 4.5.2.6 verzendt de netbeheerder aan de nieuwe programmaverantwoordelijke een bericht met de gegevens bedoeld in bijlage 7.1.
4.6. Switch van meetverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting
4.6.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
4.11. Uit bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.11. Uit bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.13. Wijzigen van verblijfsfunctie of complexbepaling op een grootverbruikaansluiting
4.14. Switch van de leverancier of de programmaverantwoordelijke bij de direct aangeslotene op het landelijk gastransportnet
4.14.1. De leverancier dient de switchmelding in bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet
4.16.1.1
Onder een onterechte switch van leverancier wordt verstaan de uitvoering van de procedure, bedoeld in paragraaf 4.1, op een aansluiting waarvoor geen leveringsovereenkomst voor de desbetreffende periode tot stand is gekomen tussen de aangeslotene en de leverancier die de switchmelding heeft ingediend.
4.16.1.2
De leverancier, die constateert dat er vermoedelijk sprake is van een onterechte switch van leverancier voor een aansluiting waarop, op het moment van indienen van de switchmelding een leverancier is geregistreerd in het aansluitingenregister, neemt hierover binnen één werkdag contact op met de andere betrokken leverancier. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.1.3
De leverancier die de in 4.16.1.2 bedoelde melding heeft ontvangen, reageert binnen vijf werkdagen en geeft daarbij aan of al dan niet sprake is van een onterechte switch van leverancier. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.1.4
Indien de leverancier bedoeld in 4.16.1.2 de onterechte switch van leverancier bevestigt, dient de leverancier, die voor de desbetreffende aansluiting uit het aansluitingenregister is of zal worden verwijderd, zo snel mogelijk, maar uiterlijk één werkdag na die bevestiging ter correctie een switchmelding in overeenkomstig paragraaf 4.1, waarbij de mutatiedatum gebaseerd wordt op de kortst mogelijke termijn van indienen van de mutatie, genoemd in 4.1.1
4.16.1.5
Indien de switchmelding, die de leverancier bedoeld in 4.16.1.4 ter correctie indient, uiterlijk vijf werkdagen voor de mutatiedatum van de onterechte switchmelding wordt ingediend, hanteert de leverancier als mutatiedatum de mutatiedatum van de onterechte switchmelding.
4.16.1.6
De leverancier, die constateert dat er sprake is van een onterechte switch van leverancier voor een aansluiting waarop, op moment van indienen van de switchmelding geen leverancier is geregistreerd in het aansluitingenregister of op moment van constatering geen rechtsgeldige overeenkomst meer bestaat bij de andere leverancier, neemt hierover binnen één werkdag contact op met de netbeheerder. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.1.7
De leverancier dient zo snel mogelijk, maar uiterlijk één werkdag nadien ter correctie een uithuizingsmelding in overeenkomstig paragraaf 4.2. waarbij de mutatiedatum gebaseerd wordt op de kortst mogelijke termijn van indienen van de mutatie, genoemd in 4.2.1.
4.16.2.1
Onder een onterechte uithuizing wordt verstaan de uitvoering van de procedure, bedoeld in paragraaf 4.2, waarbij de aangeslotene niet daadwerkelijk de aansluiting heeft verlaten.
4.16.2.2
De leverancier, die constateert dat er sprake is van een onterechte uithuizing op een aansluiting, dient zo snel mogelijk, maar uiterlijk één werkdag nadien ter correctie een inhuizingsmelding in overeenkomstig paragraaf 4.3, waarbij de mutatiedatum gebaseerd wordt op de kortst mogelijke termijn van indienen van de mutatie, genoemd in 4.3.1.
4.16.2.3
De leverancier, die de inhuizingsmelding ter correctie heeft ingediend, stelt de netbeheerder uiterlijk binnen één werkdag na indienen op de hoogte van de correctie. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.3.1
Onder een onterechte inhuizing wordt verstaan de uitvoering van de procedure, bedoeld in paragraaf 4.3, waarbij de veronderstelde aangeslotene niet daadwerkelijk op de aansluiting is ingehuisd dan wel dat er op de mutatiedatum geen leveringsovereenkomst voor de desbetreffende aansluiting tussen de aangeslotene en de leverancier bestaat.
4.16.3.2
De leverancier die constateert dat er sprake is van een onterechte inhuizing op een aansluiting waarop geen leverancier is geregistreerd in het aansluitingenregister of waarvan de leveringsovereenkomst ondertussen is geëindigd, dient zo snel mogelijk, maar uiterlijk één werkdag na die constatering ter correctie een uithuizingsmelding in overeenkomstig paragraaf 4.2. waarbij de mutatiedatum gebaseerd wordt op de kortst mogelijke termijn van indienen van de mutatie, genoemd in 4.2.1.
4.16.3.3
De leverancier, die de uithuizingsmelding ter correctie heeft ingediend, informeert de netbeheerder hierover. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.3.4
De leverancier die constateert dat er vermoedelijk sprake is van een onterechte inhuizing op een aansluiting, waarop een leverancier is geregistreerd in het aansluitingenregister, neemt hierover binnen één werkdag contact op met de andere betrokken leverancier. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.3.5
De leverancier die de in 4.16.3.4 bedoelde melding heeft ontvangen, reageert binnen vijf werkdagen en geeft daarbij aan of al dan niet sprake is van een onterechte inhuizing. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.3.6
Indien de leverancier bedoeld in 4.16.3.5 de onterechte inhuizingsmelding bevestigt, dient de leverancier die voor de betreffende aansluiting uit het aansluitingenregister is verwijderd, zo snel mogelijk, maar uiterlijk één werkdag na die bevestiging een inhuizingsmelding in ter correctie overeenkomstig paragraaf 4.3 waarbij de mutatiedatum gebaseerd wordt op de kortst mogelijke termijn van indienen van de mutatie, genoemd in 4.3.1.
4.16.3.7
Indien de inhuizingsmelding, die de leverancier bedoeld in 4.16.3.6 ter correctie indient, uiterlijk vijf werkdagen voor de mutatiedatum van de onterechte inhuizingsmelding wordt ingediend, hanteert de leverancier als mutatiedatum de mutatiedatum van de onterechte inhuizingsmelding.
4.16.4.1
Onder een onterechte eindelevering wordt verstaan de onbedoelde uitvoering van de procedure, bedoeld in paragraaf 4.4.
4.16.4.2
De leverancier die constateert dat er sprake is van een onterechte eindelevering meldt dit onmiddellijk aan de netbeheerder. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.4.3
De leverancier bedoeld in 4.16.4.2, dient uiterlijk één werkdag na constatering een inhuizingsmelding ter correctie in overeenkomstig paragraaf 4.3.
4.16.4.4
De inhuizingsmelding, bedoeld in 4.16.4.3, heeft als mutatiedatum de datum van moment van indiening van de inhuizingsmelding.
4.16.5.1
Onder een onterechte switch van programmaverantwoordelijke wordt verstaan:
- I. het op een aansluiting onbedoeld uitvoeren van de procedure, bedoeld in paragraaf 4.5, of
- II. het in de switchmelding bedoeld in 4.1.1.1, onderdeel e of in de inhuizingsmelding bedoeld in 4.3.1.1, onderdeel g, doorgeven van een bedrijfs-EAN-code van een andere programmaverantwoordelijke dan is beoogd.
4.16.5.2
De leverancier of programmaverantwoordelijke, die constateert dat er sprake is van een onterechte switch van programmaverantwoordelijke, neemt hierover binnen één werkdag contact op met de betrokken leverancier of programmaverantwoordelijken. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt deze informatie-uitwisseling niet plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.
4.16.5.3
De leverancier, bedoeld in 4.16.5.2, corrigeert een onterechte switch van programmaverantwoordelijke binnen één werkdag na constatering, met een PV-switchmelding overeenkomstig paragraaf 4.5 waarbij de kortst mogelijke indientermijn wordt gehanteerd.
5. Meetgegevensprocessen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen
5.1. Collecteren, valideren, vaststellen en distribueren van meterstanden
5.2. Collecteren, valideren en vaststellen van fysieke meteropnames door de regionale netbeheerder voor de leverancier
5.3.3. Verbruiksbepaling gas
5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
5.3.5.2a
De regionale netbeheerder vermeldt bij de gegevens die zijn opgesomd in 5.3.5.3, bij f, onder 1° en 2° de mutatiedatum in plaats van de opnamedatum, als er sprake van is dat de gegevens voortkomen uit een mutatieproces in de paragrafen 3.1 tot en met 3.4, 3.8 tot en met 3.11 of 3.15.
5.4. Standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas
5.4.1. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
6.1.2. De netbeheerder distribueert de meetgegevens
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)