Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2018, nr. WJZ/17203973, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de instituten voor toegepast onderzoek (Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek)
26 versions
· 2026-04-01
2026-04-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — art. 7
2025-11-21
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — art. 7
2025-07-29
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 8, 2 y
2025-07-26
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2025-03-06
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2024-12-25
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2024-07-24
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2024-05-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2023-12-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
Wijzigingen op 2023-12-01
@@ -20,15 +20,15 @@
- c. door de persoon die rechtmatig beschikt over deze informatie, onderworpen is aan maatregelen om deze informatie geheim te houden;
- **daadwerkelijke samenwerking:** daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in randnummer 15, onderdeel h, van de O&O&I-kaderregeling;
- **experimentele ontwikkeling:** experimentele ontwikkeling als bedoeld in randnummer 15, onderdeel j, van de O&O&I-kaderregeling;
- **daadwerkelijke samenwerking:** daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder h, van de O&O&I-kaderregeling;
- **experimentele ontwikkeling:** experimentele ontwikkeling als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder k, van de O&O&I-kaderregeling;
- **financiële onderneming:** financiële onderneming als bedoeld in [artikel 1.1 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:1);
- **fundamenteel onderzoek:** fundamenteel onderzoek als bedoeld in randnummer 15, onderdeel m, van de O&O&I-kaderregeling;
- **industrieel onderzoek:** industrieel onderzoek als bedoeld in randnummer 15, onderdeel q, van de O&O&I-kaderregeling;
- **fundamenteel onderzoek:** fundamenteel onderzoek als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder n, van de O&O&I-kaderregeling;
- **industrieel onderzoek:** industrieel onderzoek als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder r, van de O&O&I-kaderregeling;
- **infrastructuursubsidie:** geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt als bijdrage voor onderzoeksinfrastructuur, in eigendom en beheer van het instituut, voor zover er sprake is van investeringen in:
@@ -36,9 +36,9 @@
- b. uitbreiding van bestaande onderzoeksinfrastructuur, voor zover er geen sprake is van vervangingsinvesteringen als bedoeld in de definitie van instituutssubsidie, onderdeel b;
- **instituut:** door de minister als zodanig aangewezen instituut voor toegepast onderzoek dat voldoet aan de vereisten die gelden voor een onderzoeksorganisatie als bedoeld in randnummer 15, onderdeel ee, van de O&O&I-kaderregeling, met als primaire activiteiten de activiteiten, bedoeld in randnummer 19 van de O&O&I-kaderregeling;
- **instituutssubsidie:** geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt ter ondersteuning van het doel, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=5&z=2023-07-14&g=2023-07-14):
- **instituut:** door de minister als zodanig aangewezen instituut voor toegepast onderzoek dat voldoet aan de vereisten die gelden voor een onderzoeksorganisatie als bedoeld in onderdeel 16, onder ff, van de O&O&I-kaderregeling, met als primaire activiteiten de activiteiten, bedoeld in paragraaf 2.2.1, onderdeel 20 van de O&O&I-kaderregeling;
- **instituutssubsidie:** geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt ter ondersteuning van het doel, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=5&z=2023-12-01&g=2023-12-01):
- a. voor het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling,
@@ -46,7 +46,7 @@
- c. voor het breed verspreiden van de resultaten van het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht, of
- d. als bijdrage voor overige exploitatie- en investeringskosten, voor zover deze onlosmakelijk verbonden zijn met het doel van het instituut, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=5&z=2023-07-14&g=2023-07-14), en de activiteiten, bedoeld in randnummer 19 van de O&O&I-kaderregeling en voor zover er geen sprake is van investeringen als bedoeld in de definitie van infrastructuursubsidie;
- d. als bijdrage voor overige exploitatie- en investeringskosten, voor zover deze onlosmakelijk verbonden zijn met het doel van het instituut, bedoeld in [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=5&z=2023-12-01&g=2023-12-01), en de activiteiten, bedoeld in paragraaf 2.2.1, onderdeel 20 van de O&O&I-kaderregeling en voor zover er geen sprake is van investeringen als bedoeld in de definitie van infrastructuursubsidie;
- **kostendrager:** een product of een in economisch opzicht homogene groep van producten, die als voorwerp van calculatie wordt gekozen;
@@ -54,6 +54,8 @@
- **kredietbeoordelingsbureau:** een in de Europese Unie geregistreerd ratingbureau overeenkomstig [Verordening 1060/2009](32009R1060);
- **landbouwvrijstellingsverordening:** [Verordening (EU) 2022/2472](32022R2472) van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
- **minister:**
- a. Minister van Economische Zaken en Klimaat;
@@ -64,11 +66,11 @@
- d. Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overleg met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, indien het subsidie betreft die aan een instituut wordt verleend ten laste van de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
- **onderzoeksinfrastructuur:** onderzoeksinfrastructuur als bedoeld in randnummer 15, onderdeel ff, van de O&O&I-kaderregeling;
- **onderzoeksinfrastructuur:** onderzoeksinfrastructuur als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder gg, van de O&O&I-kaderregeling;
- **onderzoeksprogramma:** programma dat bestaat uit een samenstel van activiteiten gericht op het realiseren van een of meer onderzoeks-, ontwikkelings-, of innovatiedoelstellingen;
- **O&O&I-kaderregeling:** Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198);
- **O&O&I-kaderregeling:** Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);
- **programmasubsidie:** geldmiddelen die de minister ter beschikking stelt voor de uitvoering van:
@@ -86,13 +88,11 @@
- **Verordening 1060/2009:** [Verordening (EG) nr. 1060/2009](32009R1060) van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU 2009, L 302);
- **Verordening 1388/2014:** Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 369);
- **Verordening 651/2014:** Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- **Verordening 702/2014:** Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);
- **wettelijke onderzoekstaak:** niet economische dienst van algemeen belang in de vorm van onderzoek, advisering of inzet van onderzoeksfaciliteiten, onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van taken, met inbegrip van de uitoefening van openbaar gezag, door de minister of andere ministers die het aangaat of instellingen of organen van de Europese Unie, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14) en ingericht en gefinancierd overeenkomstig de aanwijzingen en vergoedingen die door de minister worden vastgesteld overeenkomstig deze regeling.
- **visserijvrijstellingsverordening:** [Verordening (EU) 2022/2473](32022R2473) van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
- **wettelijke onderzoekstaak:** niet economische dienst van algemeen belang in de vorm van onderzoek, advisering of inzet van onderzoeksfaciliteiten, onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van taken, met inbegrip van de uitoefening van openbaar gezag, door de minister of andere ministers die het aangaat of instellingen of organen van de Europese Unie, opgenomen in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01) en ingericht en gefinancierd overeenkomstig de aanwijzingen en vergoedingen die door de minister worden vastgesteld overeenkomstig deze regeling.
##### Artikel 2
@@ -100,7 +100,7 @@
##### Artikel 3
1. Het instituut legt eenmaal per vier jaren een strategisch plan ter goedkeuring voor aan de minister. De goedkeuring geschiedt, in afwijking van de begripsbepaling van minister in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), door de minister die op basis van deze regeling instituutssubsidie verstrekt aan het instituut.
1. Het instituut legt eenmaal per vier jaren een strategisch plan ter goedkeuring voor aan de minister. De goedkeuring geschiedt, in afwijking van de begripsbepaling van minister in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), door de minister die op basis van deze regeling instituutssubsidie verstrekt aan het instituut.
2. De minister richt zich bij de beoordeling en goedkeuring van dit plan op de publieke taken van het instituut, de voorgenomen besteding van publieke gelden voor kennisontwikkeling en publiek-private samenwerking en de economische activiteiten voor zover die van directe invloed zijn op de publieke taken.
@@ -138,15 +138,15 @@
- b. een weergave van de omvang van de economische activiteiten, uitgedrukt in:
- 1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), in werking zal zijn,
- 2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), wordt ingezet, en
- 1°. het aantal uren dat onderzoeksinfrastructuur waarvoor instituutssubsidie wordt aangewend binnen de reikwijdte van de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), in werking zal zijn,
- 2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die op een bepaald onderzoeksprogramma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), wordt ingezet, en
- 3°. het aantal uren dat een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend in werking zal zijn,
- c. een raming van de opbrengsten van de economische activiteiten, uitgedrukt in kosten die in rekening worden gebracht overeenkomstig [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=8&z=2023-07-14&g=2023-07-14), verhoogd met een redelijke winstopslag, voor zover deze opslag van toepassing is, en
- d. een beschrijving van de methode, bedoeld in [artikel 29, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), die het instituut gebruikt bij economische activiteiten en hoe deze wordt toegepast, zodat het instituut bewerkstelligt dat het voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- c. een raming van de opbrengsten van de economische activiteiten, uitgedrukt in kosten die in rekening worden gebracht overeenkomstig [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=8&z=2023-12-01&g=2023-12-01), verhoogd met een redelijke winstopslag, voor zover deze opslag van toepassing is, en
- d. een beschrijving van de methode, bedoeld in [artikel 29, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), die het instituut gebruikt bij economische activiteiten en hoe deze wordt toegepast, zodat het instituut bewerkstelligt dat het voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
##### Artikel 5
@@ -170,7 +170,7 @@
- c. kosten van gebouwen en gronden;
- d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in [artikel 27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-07-14&g=2023-07-14), worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten, en
- d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in [artikel 27, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-12-01&g=2023-12-01), worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten, en
- e. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten.
@@ -202,7 +202,7 @@
1. De minister verstrekt op aanvraag instituutssubsidie aan een instituut voor de verwezenlijking van de doelstellingen van een door de minister goedgekeurd strategisch plan.
2. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=2&z=2023-07-14&g=2023-07-14) bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor de instituutssubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
2. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=2&z=2023-12-01&g=2023-12-01) bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor de instituutssubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
##### Artikel 10
@@ -226,7 +226,7 @@
##### Artikel 12
1. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=3&z=2023-07-14&g=2023-07-14) bij deze regeling de onderzoeksthema’s en de subsidieplafonds bekend voor de programmasubsidies in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
1. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=3&z=2023-12-01&g=2023-12-01) bij deze regeling de onderzoeksthema’s en de subsidieplafonds bekend voor de programmasubsidies in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
2. De minister stelt een subsidieplafond vast voor een instituut binnen een bepaald onderzoeksprogramma met een bepaald onderzoeksthema, of programma voor wettelijke onderzoekstaken.
@@ -268,11 +268,11 @@
1. De minister verstrekt, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, op aanvraag infrastructuursubsidie aan een instituut.
2. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=4&z=2023-07-14&g=2023-07-14) bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor infrastructuursubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
2. Indien van toepassing maakt de minister uiterlijk op 1 augustus in [bijlage 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=4&z=2023-12-01&g=2023-12-01) bij deze regeling per instituut het subsidieplafond bekend voor infrastructuursubsidie in het aankomende boekjaar of de aankomende boekjaren.
##### Artikel 18
1. De infrastructuursubsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, voor zover het instituut bij het verrichten van economische activiteiten waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend, voldoet aan [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14).
1. De infrastructuursubsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, voor zover het instituut bij het verrichten van economische activiteiten waarvoor infrastructuursubsidie wordt aangewend, voldoet aan [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01).
2. Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor subsidiabele kosten die gefinancierd kunnen worden uit een infrastructuursubsidie, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies de subsidiabele kosten niet overschrijdt.
@@ -288,7 +288,7 @@
- a. het activiteitenplan niet voldoende aansluit bij de doelstellingen van het strategisch plan;
- b. het activiteitenplan onvoldoende aansluit bij de definitie van instituut in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14) en de vereisten en activiteiten waaraan in deze definitie wordt gerefereerd;
- b. het activiteitenplan onvoldoende aansluit bij de definitie van instituut in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01) en de vereisten en activiteiten waaraan in deze definitie wordt gerefereerd;
- c. de activiteiten in een onderzoeksprogramma met voldoende diepgang door de markt kunnen worden opgepakt;
@@ -308,7 +308,7 @@
1. Een instituut maakt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt openbaar, voor zover hierop geen intellectuele eigendomsrechten zijn of zullen worden gevestigd.
2. Een instituut stelt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt waarop intellectuele eigendomsrechten rusten beschikbaar aan derden tegen redelijke tarieven en voorwaarden. Indien een derde een onderneming is, geldt als redelijk tarief de marktprijs, berekend overeenkomstig [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-07-14&g=2023-07-14).
2. Een instituut stelt uiterlijk twaalf weken na afloop van het boekjaar alle resultaten die zijn behaald met activiteiten waarvoor in dat boekjaar subsidie is verstrekt waarop intellectuele eigendomsrechten rusten beschikbaar aan derden tegen redelijke tarieven en voorwaarden. Indien een derde een onderneming is, geldt als redelijk tarief de marktprijs, berekend overeenkomstig [artikel 27, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-12-01&g=2023-12-01).
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van wezenlijke belangen voor de veiligheid van de staat, de openbare orde, de openbare veiligheid, of indien er sprake is van een bedrijfsgeheim:
@@ -336,13 +336,13 @@
1. Het is verboden instituutssubsidie aan te wenden voor:
- a. de financiering of het verrichten van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor de activiteiten, bedoeld in de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdelen a, c, en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), en
- b. de financiering van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor de activiteiten, bedoeld in de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14).
- a. de financiering of het verrichten van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor de activiteiten, bedoeld in de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdelen a, c, en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), en
- b. de financiering van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor de activiteiten, bedoeld in de definitie van instituutssubsidie in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01).
2. Het is verboden programmasubsidie aan te wenden voor:
- a. de financiering van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor onderzoeksprogramma’s als bedoeld in de definitie van programmasubsidie in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), en
- a. de financiering van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor onderzoeksprogramma’s als bedoeld in de definitie van programmasubsidie in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), en
- b. de financiering of het verrichten van economische activiteiten door het instituut, voor zover de subsidie wordt aangewend voor programma’s voor wettelijke onderzoekstaken als bedoeld in de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel b.
@@ -350,11 +350,11 @@
##### Artikel 26
1. Voor zover het instituut personeel, apparatuur of andere faciliteiten ter beschikking stelt aan een derde, anders dan in de vorm van een samenwerking als bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-07-14&g=2023-07-14), of door middel van het verrichten van economische activiteiten als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=28&z=2023-07-14&g=2023-07-14), brengt het instituut:
1. Voor zover het instituut personeel, apparatuur of andere faciliteiten ter beschikking stelt aan een derde, anders dan in de vorm van een samenwerking als bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=27&z=2023-12-01&g=2023-12-01), of door middel van het verrichten van economische activiteiten als bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=28&z=2023-12-01&g=2023-12-01), brengt het instituut:
- a. indien er sprake is van niet-economische activiteiten, de kosten in rekening die samenhangen met het gebruik van deze middelen, en
- b. indien er sprake is van economische activiteiten, de marktprijs in rekening, berekend overeenkomstig het tarief, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=28&z=2023-07-14&g=2023-07-14).
- b. indien er sprake is van economische activiteiten, de marktprijs in rekening, berekend overeenkomstig het tarief, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=28&z=2023-12-01&g=2023-12-01).
2. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
@@ -418,7 +418,7 @@
- 2°. de hoeveelheid voltijdsequivalent die door een instituut op een bepaald onderzoeksprogramma waarvoor programmasubsidie wordt aangewend in dat boekjaar wordt ingezet;
- b. de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen voldoen aan de vereisten opgenomen in [Verordening 651/2014](32014R0651), [Verordening 702/2014](32014R0702) of [Verordening 1388/2014](32014R1388), of
- b. de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen voldoen aan de vereisten opgenomen in [Verordening 651/2014](32014R0651), de landbouwvrijstellingsverordening of de visserijvrijstellingsverordening, of
- c. de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen voldoen aan een voorafgaande goedkeuring die de Europese Commissie heeft verstrekt overeenkomstig artikel 108, derde lid, in samenhang met artikel 107, tweede en derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor de steunmaatregel die het instituut heeft ingesteld.
@@ -426,7 +426,7 @@
4. Het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid, zijn alleen toepasbaar voor zover de economische activiteiten die in dit kader worden verricht zuiver ondersteunend blijven, doordat precies dezelfde input wordt gebruikt als voor de niet-economische activiteiten.
5. Indien in het activiteitenplan de methode, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, wordt toegepast, verzoekt het instituut de minister om zorg te dragen voor de verslaglegging als bedoeld in artikel 11 van [Verordening 651/2014](32014R0651), artikel 9 van [Verordening 702/2014](32014R0702) of artikel 11 van [Verordening 1388/2014](32014R1388).
5. Indien in het activiteitenplan de methode, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, wordt toegepast, verzoekt het instituut de minister om zorg te dragen voor de verslaglegging als bedoeld in artikel 11 van [Verordening 651/2014](32014R0651), artikel 11 van de landbouwvrijstellingsverordening of artikel 11 van de visserijvrijstellingsverordening.
6. Indien in het activiteitenplan de methode, genoemd in het tweede lid, onderdeel c, wordt toegepast, verzoekt het instituut de minister om zorg te dragen voor de aanmelding overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
@@ -444,7 +444,7 @@
- d. het aantal uren dat per persoon is besteed aan de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, en
- e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in [artikel 8, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=8&z=2023-07-14&g=2023-07-14).
- e. de berekening en samenstelling van het tarief, bedoeld in [artikel 8, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=8&z=2023-12-01&g=2023-12-01).
2. De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan.
@@ -452,19 +452,19 @@
4. In de administratie wordt een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten die het instituut uitoefent en de kosten en de financiering hiervan.
5. In de administratie wordt de methode verwerkt die overeenkomstig [artikel 29, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), is toegepast door het instituut overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de kaders, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
5. In de administratie wordt de methode verwerkt die overeenkomstig [artikel 29, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), is toegepast door het instituut overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de kaders, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
##### Artikel 31
1. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in[artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de instituutssubsidie die is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, te vermenigvuldigen met 0,5.
2. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=30&z=2023-07-14&g=2023-07-14), blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), voor een bepaald onderzoeksprogramma is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de programmasubsidie die voor dat onderzoeksprogramma is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, te vermenigvuldigen met 0,6.
3. Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-07-14&g=2023-07-14), voor een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de infrastructuursubsidie die voor die onderzoeksinfrastructuur is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, derde lid, te vermenigvuldigen met 0,5.
4. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=30&z=2023-07-14&g=2023-07-14), blijkt dat de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de vereisten opgenomen in [Verordening 651/2014](32014R0651), [Verordening 702/2014](32014R0702), [Verordening 1388/2014](32014R1388) of aan de vereisten verbonden aan de goedkeuring die de Europese Commissie heeft verstrekt overeenkomstig artikel 108, derde lid, in samenhang met artikel 107, tweede en derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, informeert het instituut de minister over deze overtreding en geeft daarbij de omvang weer van het bedrag dat niet in overeenstemming is met de vereisten en het boekjaar waarin deze overtreding heeft plaatsgevonden.
5. Bij de toepassing van [artikel 7 van de Kaderwet EZ-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007919&artikel=7) op grond van de informatie, bedoeld in het vierde lid, kan de minister overgaan tot verrekening met de verstrekte subsidie in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan. De minister doet daarvan uitdrukkelijk mededeling in de beschikking tot subsidievaststelling en maakt deze verrekening openbaar.
1. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in[artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de instituutssubsidie die is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, te vermenigvuldigen met 0,5.
2. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=30&z=2023-12-01&g=2023-12-01), blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in [artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), voor een bepaald onderzoeksprogramma is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de programmasubsidie die voor dat onderzoeksprogramma is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, te vermenigvuldigen met 0,6.
3. Indien uit de administratie, bedoeld in artikel 30, blijkt dat het maximumpercentage als bedoeld in [artikel 29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=29&z=2023-12-01&g=2023-12-01), voor een afzonderlijke entiteit onderzoeksinfrastructuur is overschreden in het desbetreffende boekjaar, neemt het instituut in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan, een voorziening ten laste van het eigen vermogen ter grootte van een percentage van de infrastructuursubsidie die voor die onderzoeksinfrastructuur is verleend in het boekjaar waarin de overtreding is begaan. Dit percentage wordt bepaald door het percentage, berekend op basis van artikel 29, derde lid, te vermenigvuldigen met 0,5.
4. Indien uit de administratie, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=30&z=2023-12-01&g=2023-12-01), blijkt dat de economische activiteiten en de daarvoor ingezette financiële middelen niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de vereisten opgenomen in [Verordening 651/2014](32014R0651), de landbouwvrijstellingsverordening, de visserijvrijstellingsverordening of aan de vereisten verbonden aan de goedkeuring die de Europese Commissie heeft verstrekt overeenkomstig artikel 108, derde lid, in samenhang met artikel 107, tweede en derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, informeert het instituut de minister over deze overtreding en geeft daarbij de omvang weer van het bedrag dat niet in overeenstemming is met de vereisten en het boekjaar waarin deze overtreding heeft plaatsgevonden.
5. Bij de toepassing van [artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007919&artikel=7) op grond van de informatie, bedoeld in het vierde lid, kan de minister overgaan tot verrekening met de verstrekte subsidie in het boekjaar volgend op het boekjaar waarin de overtreding is begaan. De minister doet daarvan uitdrukkelijk mededeling in de beschikking tot subsidievaststelling en maakt deze verrekening openbaar.
#### § 6.3. Derivaten
@@ -570,7 +570,7 @@
1. De opdracht, bedoeld in [artikel 4:78, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:78) strekt tevens tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig het controleprotocol, opgenomen in [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=5&z=2023-07-14&g=2023-07-14) bij deze regeling.
2. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig het controleprotocol, opgenomen in [bijlage 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=5&z=2023-12-01&g=2023-12-01) bij deze regeling.
##### Artikel 43
@@ -610,7 +610,7 @@
- b. de [Subsidieregeling NLR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027612), blijft de oude regeling van toepassing zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling.
3. In afwijking van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=3&z=2023-07-14&g=2023-07-14) en [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=2&artikel=9&z=2023-07-14&g=2023-07-14), geldt als strategisch plan voor de boekjaren 2018 tot en met 2021 het strategisch plan van het instituut, zoals dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling is opgesteld en ter beschikking is gesteld aan de minister en dat op die boekjaren van toepassing is.
3. In afwijking van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=3&z=2023-12-01&g=2023-12-01) en [9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=2&artikel=9&z=2023-12-01&g=2023-12-01), geldt als strategisch plan voor de boekjaren 2018 tot en met 2021 het strategisch plan van het instituut, zoals dat voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling is opgesteld en ter beschikking is gesteld aan de minister en dat op die boekjaren van toepassing is.
##### Artikel 46
@@ -658,7 +658,7 @@
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=2&artikel=9&z=2022-07-30&g=2022-07-30) (subsidieplafonds instituutssubsidie)
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=2&artikel=9&z=2023-07-14&g=2023-07-14) (subsidieplafonds instituutssubsidie)
## Bijlage 2. behorende bij [artikel 9, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=2&artikel=9&z=2023-12-01&g=2023-12-01) (subsidieplafonds instituutssubsidie)
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=3&artikel=12&z=2019-12-04&g=2019-12-04) (subsidieplafonds programmasubsidie)
@@ -668,7 +668,7 @@
### 1. Subsidieplafonds programmasubsidie voor Deltares
Deltares richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in deze tabel, en de WOT, beschreven in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), waarbij de programmasubsidie als volgt wordt verdeeld.
Deltares richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in deze tabel, en de WOT, beschreven in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), waarbij de programmasubsidie als volgt wordt verdeeld.
In het boekjaar 2022 en 2023 richten de instituten zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in de tabellen 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4 van deze bijlage.
@@ -680,7 +680,7 @@
Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2023 wordt als volgt verdeeld.
Wageningen Research richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in tabel 4a, en de WOT, beschreven in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14), waarbij de programmasubsidie wordt verdeeld zoals in tabel 4b omschreven.
Wageningen Research richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in tabel 4a, en de WOT, beschreven in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605&bijlage=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01), waarbij de programmasubsidie wordt verdeeld zoals in tabel 4b omschreven.
In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2021.
@@ -803,11 +803,11 @@
[Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=7&z=2019-12-04&g=2019-12-04): met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.
Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) of het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in te dienen aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. Het betreft de accountantswerkzaamheden die de accountants van de Toegepaste Onderzoeksorganisaties Wageningen Research, Deltares, NLR en Marin (TO2) uitvoeren ten behoeve van de departementen die deze organisaties financieren door middel van de Instituutssubsidie, Programmasubsidie dan wel Infrastructuursubsidie. Daarnaast kunnen subsidies worden verstrekt voor de uitvoering van wettelijke onderzoekstaken (WOT’s) en voor specifieke activiteiten (projectsubsidies). Financiële afrekening vindt plaats op basis van een aanvraag tot subsidievaststelling zoals bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=9&artikel=41&z=2023-07-14&g=2023-07-14) van de onderhavige subsidieregeling, voorzien van een controleverklaring van de accountant, conform het in dit protocol opgenomen format. Object van het onderzoek van de accountant is het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag.
Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) of het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in te dienen aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. Het betreft de accountantswerkzaamheden die de accountants van de Toegepaste Onderzoeksorganisaties Wageningen Research, Deltares, NLR en Marin (TO2) uitvoeren ten behoeve van de departementen die deze organisaties financieren door middel van de Instituutssubsidie, Programmasubsidie dan wel Infrastructuursubsidie. Daarnaast kunnen subsidies worden verstrekt voor de uitvoering van wettelijke onderzoekstaken (WOT’s) en voor specifieke activiteiten (projectsubsidies). Financiële afrekening vindt plaats op basis van een aanvraag tot subsidievaststelling zoals bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=9&artikel=41&z=2023-12-01&g=2023-12-01) van de onderhavige subsidieregeling, voorzien van een controleverklaring van de accountant, conform het in dit protocol opgenomen format. Object van het onderzoek van de accountant is het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag.
### 1.2. Definities
[Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=7&z=2023-07-14&g=2023-07-14): met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.
[Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=7&z=2023-12-01&g=2023-12-01): met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.
### 2.1. Eisen voor de controleaanpak
@@ -890,7 +890,7 @@
In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie. Dit betreffen subsidieplafonds voor het huidige en het komende boekjaar en in het geval van Wageningen een additioneel meerjarig subsidieplafond voor meerjarige projecten voor de periode van 2023 t/m 2026.
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=3&artikel=12&z=2023-07-14&g=2023-07-14) (subsidieplafonds programmasubsidie)
## Bijlage 3. behorende bij [artikel 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=3&artikel=12&z=2023-12-01&g=2023-12-01) (subsidieplafonds programmasubsidie)
### Controleprotocol subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
@@ -1014,12 +1014,12 @@
#### § 11. Slotbepalingen
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-07-14&g=2023-07-14) (lijst van wettelijke onderzoekstaken)
## Bijlage 1. behorende bij [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=1&artikel=1&z=2023-12-01&g=2023-12-01) (lijst van wettelijke onderzoekstaken)
## Bijlage 4. behorende bij [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=4&artikel=17&z=2023-03-31&g=2023-03-31) (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=9&artikel=42&z=2023-07-14&g=2023-07-14) (controleprotocol)
## Bijlage 5. behorende bij [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=9&artikel=42&z=2023-12-01&g=2023-12-01) (controleprotocol)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
## Bijlage 4. behorende bij [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=4&artikel=17&z=2023-07-14&g=2023-07-14) (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)
## Bijlage 4. behorende bij [artikel 17, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040605¶graaf=4&artikel=17&z=2023-12-01&g=2023-12-01) (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)
2023-07-14
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 4, 1
2023-03-31
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2022-12-23
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 2, 8 y
2022-07-30
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 2, 2 y
2021-12-15
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2021-11-24
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2021-07-15
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 2, 1, 1 y
2020-12-16
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 2, 1, 1 y
2020-07-14
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 2, 1 y
2019-12-04
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — art. 7
2019-11-27
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — art. 7
2019-08-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 7, 7
2019-07-23
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 2, 1, 1 y
2019-04-06
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek
2018-07-25
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 2, 1, 8 y
2018-04-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — arts. 1, 1, 2 y
2018-04-01
Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek — versión origi
original version
Tekst op deze datum