Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 390
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage 4. bij artikel 8.18: vaststellen van de dynamische regionale wachttijd

    1. De systeembeheerder berekent de dynamische regionale wachttijd W in weken per regio en per kwartaal met de volgende formule met een maximum als weergegeven in de tabel in artikel 2 van deze bijlage: V is de voorraad bij de laatste dag van het afgelopen kwartaal. De voorraad bestaat uit alle aanvragen waarvan de realisatie nog niet is gestart en het aandeel van de lopende projecten waarvoor geen realisatiecapaciteit beschikbaar is. R is de realisatiecapaciteit in het voorgaande kwartaal in aantal opdrachten per week (gemeten gemiddelde over kwartaal). W is de wachttijd (in weken) voor nieuwe opdrachten die binnenkomen in het nieuwe kwartaal gebaseerd op de gegevens van het afgelopen kwartaal. W = V/R, als V > R W = 0, als V ≤ R
    1. De dynamische regionale wachttijd bedraagt maximaal:
Vanaf jaar Maximum (weken)
2025 40
2026 38
2027 36
2028 34
2029 32
2030 30
2031 28
2032 26
2033 24
2034 22
2035 0

Bijlage 5. bij artikel 8.19: criteria bij vaststellen aansluittermijnen

    1. De systeembeheerder gebruikt de factoren en de criteria voor de afweging van de complexiteitscategorie volgens onderstaande tabel.
Factor Criteria Uitkomst
Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. Aansluiting kan direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt netvlak. Geen additionele werkzaamheden zijn nodig anders dan het realiseren van de klantaansluiting. Laag
Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een beperkte additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in artikel 8.19, derde lid, onderdeel a. Voorbeelden van dit type investering: wisselen MS-transformator, aanpassen LS-rek, asbestsanering. Midden
Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar: Het wel of niet beschikbaar hebben van een geschikt systeemvlak waarop de aansluiting gerealiseerd kan worden. Aansluiting kan niet direct gerealiseerd worden vanaf bestaand geschikt systeemvlak. Er is een grote additionele investering benodigd om de aansluiting te kunnen realiseren niet verband houdend met een situatie als bedoeld in artikel 8.13, derde lid, onderdeel a. Voorbeelden van investeringen in deze categorie: middenspanningsdistributiesysteem of transmissiesysteem aanpassen, stichten van nieuwe middenspanningsruimte (inclusief installaties en eventueel benodigde aankoop grond), velduitbreiding op OS/RS/SS. Hoog
Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst Het te volgen tracé loopt over publieke grond waardoor enkel een reguliere (gemeentelijke) vergunning benodigd is. Er hoeft geen grond aangekocht te worden. Laag
Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er, naast reguliere (gemeentelijke) vergunningen, ook een zakelijk recht overeenkomst gesloten dient te worden. Er zijn mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd bijv. Natura2000 of waterschap; echter geen beïnvloeding van eventuele andere belanghebbenden zoals ProRail of Gasunie. Midden
Tracécomplexiteit: Vergunningen (privaat/publiek), aankoop grond, zakelijk recht overeenkomst Er is een combinatie van minimaal twee complicerende aspecten binnen de factor Tracécomplexiteit van toepassing. Het te volgen tracé loopt via zowel publieke als private grond waardoor er naast reguliere vergunningen ook meerdere zakelijk recht overeenkomsten gesloten dienen te worden. Er is mogelijk beïnvloeding van een of meerdere eventuele andere belanghebbenden, zoals ProRail, Gasunie of een waterschap. En er is mogelijk een of meerdere niet-reguliere vergunningen benodigd, zoals Natura2000 vergunning. Hoog
Uitvoeringscomplexiteit: Civiel-technische bouwwerken, boringen, omgevingseisen, vervuilde grond, materialen Er worden geen complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project. Laag
Uitvoeringscomplexiteit: Civiel-technische bouwwerken, boringen, omgevingseisen, vervuilde grond, materialen Er worden in enige mate complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project, zoals civiel-technische bouwwerken, boringen, vervuilde grond, hoge omgevingseisen of er is een speciaal materiaalcomponent nodig. Midden
Uitvoeringscomplexiteit: Civiel-technische bouwwerken, boringen, omgevingseisen, vervuilde grond, materialen Er worden in sterke mate complicerende uitvoeringsaspecten verwacht bij de uitvoering van het project, zoals civiel-technische bouwwerken, boringen, vervuilde grond, hoge omgevingseisen of er is een speciaal materiaalcomponent nodig. Ook zijn zeer specialistische technische handelingen vereist. Hoog
    1. De systeembeheerder bepaalt de complexiteitscategorie aan de hand van de uitkomsten uit de tabel in artikel 1 van deze bijlage volgens de volgende tabel.
Technische aansluitmogelijkheid beschikbaar Tracé-complexiteit Uitvoerings-complexiteit Uitkomst: Complexiteitscategorie
Laag Laag Laag laag
Midden Laag Laag midden
Hoog Laag Laag Midden
Laag Midden Laag laag
Midden Midden Laag midden
Hoog Midden Laag midden
Laag Hoog Laag midden
Midden Hoog Laag hoog
Hoog Hoog Laag hoog
Laag Laag Midden laag
Midden Laag Midden Midden
Hoog Laag Midden Midden
Laag Midden Midden Midden
Midden Midden Midden Midden
Hoog Midden Midden Midden
Laag Hoog Midden Midden
Midden Hoog Midden Hoog
Hoog Hoog Midden Hoog
Laag Laag Hoog Laag
Midden Laag Hoog Midden
Hoog Laag Hoog Hoog
Laag Midden Hoog Midden
Midden Midden Hoog Midden
Hoog Midden Hoog Hoog
Laag Hoog Hoog Midden
Midden Hoog Hoog Hoog
Hoog Hoog Hoog Hoog

Bijlage 6. bij artikel 9.1, eerste lid: capaciteitssturingproduct

    1. Bij een capaciteitssturingsproduct verplichten een aangeslotene of een groep van aangeslotenen zich tegenover de systeembeheerder om voor een afgesproken periode een minimale of maximale capaciteit af te nemen of in te voeden.
    1. De systeembeheerder en een aangeslotene of een groep van aangeslotenen leggen in een capaciteitssturingscontract de volgende variabele kenmerken vast:
  • a. voor zover van toepassing:
  • 1°. de minimaal te gebruiken transportcapaciteit voor afname;
  • 2°. de maximaal te gebruiken transportcapaciteit voor afname;
  • 3°. de minimaal te gebruiken transportcapaciteit voor invoeding; of
  • 4°. de maximaal te gebruiken transportcapaciteit voor invoeding.
  • b. ten minste:
  • 1°. of de sturing permanent geleverd wordt of gedurende af te spreken periodes;
  • 2°. de prijs of prijzen in € per MW voor de afgesproken sturing;
  • 3°. de locatie(s) met EAN-code(s) van de aansluiting(en); en
  • 4°. de contractperiode.
    1. Capaciteitssturing kan worden afgesproken voor één aansluiting of voor een groep van aansluitingen.
    1. De levering capaciteitssturing wordt aan de hand van meetgegevens geverifieerd.
    1. De systeembeheerder specificeert bij elk op capaciteitssturing gebaseerd product ten minste:
  • a. of inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen mogelijk is en zo ja, of
  • 1°. een onbalanscorrectie van de balanceringsverantwoordelijke van het allocatiepunt toegepast wordt; of
  • 2°. dat de afroep genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke;
  • b. de wijze van activering door de systeembeheerder; en
  • c. de wijze waarop de systeembeheerder de levering van het product valideert.
    1. Inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen heeft het karakter van een bieding redispatch overeenkomstig bijlage 7. De systeembeheerder en aangeslotene komen de voorwaarden overeen die gelden voor deze bieding.
    1. Een capaciteitsbeperking is een vorm van capaciteitssturing waarbij de minimale waarden bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 3°, niet van toepassing zijn, en de maximumwaarde bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° of 4°, lager is dan het van toepassing zijnde gecontracteerde transportvermogen.

Bijlage 7. bij artikel 9.1, tweede lid: redispatch product

    1. Met een bieding redispatch biedt de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener aan om op een gespecificeerde locatie op te regelen of af te regelen ten opzichte van een prognose voor die locatie.
    1. Een bieding redispatch voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
  • a. minimumhoeveelheid: 100 kW;
  • b. minimumduur van de leveringsperiode: 1 onbalansverrekeningsperiode;
  • c. afroepbaar en wijzigbaar tot drie onbalansverrekeningsperiodes voor de eerste in de bieding genoemde onbalansverrekeningsperiode;
  • d. de bieding bevat de locatie waar de dienst geleverd wordt;
  • e. het geboden vermogen is zowel geheel als gedeeltelijk afroepbaar;
  • f. de bieding is na afroep niet meer veranderbaar;
  • g. het afgeroepen vermogen is vanaf het begin van de eerste onbalansverrekeningsperiode van de leveringsperiode volledig beschikbaar; en
  • h. de levering van het vermogen is gestopt vanaf het einde van de laatste onbalansverrekeningsperiode van de leveringsperiode.
    1. De bieding redispatch bevat minimaal de volgende variabele kenmerken:
  • a. de prijs in €/MWh;
  • b. de locatie met EAN-code(s);
  • c. het vermogen in MW per onbalansverrekeningsperiode;
  • d. de richting;
  • e. de leveringsperiode in onbalansverrekeningsperiode(s); en
  • f. het vermogen dat ten minste afgeroepen dient te worden.
    1. De systeembeheerder specificeert bij elk op bieding redispatch gebaseerd product ten minste:
  • a. of dit beschikbaar is voor zowel één allocatiepunt als voor groepen van allocatiepunten;
  • b. of bij afroep van de bieding een onbalansaanpassing van de balanceringsverantwoordelijke van het allocatiepunt toegepast wordt, of dat de afroep als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke genomineerd wordt;
  • c. de wijze van activering door de systeembeheerder;
  • d. het tijdstip vanaf en tot welke biedingen gedaan kunnen worden; en
  • e. de wijze waarop de systeembeheerder de levering van het product valideert.
    1. De systeembeheerder en de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener kunnen een contract aangaan voor redispatchcapaciteit. Een contract voor redispatchcapaciteit specificeert een plicht voor de door de aangeslotene aangewezen congestiebeheersdienstverlener om voor de duur van het contract op verzoek van de systeembeheerder biedingen redispatch te doen tegen de in het contract overeengekomen voorwaarden.

Bijlage 8. bij artikel 9.37, derde lid: inkoopprocedure blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand

    1. De transmissie- of distributiesysteembeheerder gebruikt een online platform naar eigen keuze ten behoeve van het inkopen van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand.
    1. De transmissie- of distributiesysteembeheerder gebruikt het platform als bedoeld in het eerste lid, voor het informeren over de aanbesteding van de inkoop van blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand.
    1. De marktdeelnemer die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kan leveren, kan, na registratie bij de transmissie- of distributiesysteembeheerder op wiens systeem hij is aangesloten, biedingen doen voor het leveren en onttrekken van blindvermogen op afzonderlijke aansluitingen op de door systeembeheerder te bepalen locatie(s) of netdelen via het in het eerste lid bedoelde platform.
    1. De transmissie- of distributiesysteembeheerder deelt de gunningsbeslissing mee aan de marktdeelnemer die een bieding heeft gedaan als bedoeld in het vierde lid, via het platform als bedoeld in het eerste lid, en desgewenst door middel van een e-mail met gunningsbrief.
    1. Per veiling worden bij publicatie en, in geval van mutatie van de status onverwijld, minimaal de volgende gegevens beschikbaar gesteld:
  • a. de veilingdatum;
  • b. de veiling-ID, zijnde een uniek identificatienummer voor de veiling;
  • c. het contracttype, zijnde jaar of anders;
  • d. de gate-tijden:
  • 1°. open: vanaf dit moment kunnen marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren, biedingen indienen;
  • 2°. sluiten: tot dit moment kunnen marktdeelnemers die blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand leveren aan de systeembeheerder biedingen indienen;
  • 3°. publiceren: het voorgenomen moment waarop de gunning onherroepelijk wordt;
  • e. de toe te kennen hoeveelheid blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand leveren/onttrekken, zijnde de maximaal te contracteren hoeveelheid blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand per richting per locatie;
  • f. de status, zijnde de actuele status van de aanbesteding:
  • 1°. gepland: de veiling is gepland;
  • 2°. gate open: de aanbesteding is open voor ontvangst van biedingen;
  • 3°. gate gesloten: de aanbesteding is gesloten;
  • 4°. geannuleerd: de veiling is geannuleerd door de transmissie- of distributiesysteembeheerder;
  • 5°. resultaten: de resultaten zijn vastgesteld en meegedeeld aan de marktdeelnemers;
  • 6°. onder review: er is een mogelijke onvolkomenheid ontdekt die wordt onderzocht; resultaten kunnen nog niet worden meegedeeld; en
  • g. de contractperiode.
    1. Indien een veiling zoals bedoeld in het zesde lid, onvoldoende resultaat oplevert, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder binnen vier weken na die veiling een volgende veiling organiseren voor dezelfde contractperiode. In dat geval worden de marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren daarvan tijdig op de hoogte gesteld.
    1. Indien een veiling, als bedoeld in het zesde of zevende lid, niet tot voldoende resultaat leidt, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder bilateraal afspraken maken over de beschikbaar te stellen blindvermogenscapaciteit met marktdeelnemers die aan de systeembeheerder blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand kunnen leveren.
    1. Indien het platform als bedoeld in het eerste lid onvoorzien niet beschikbaar is, of indien er sprake is van een onvoorziene en plotselinge aanvullende behoefte aan blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand, kan de transmissie- of distributiesysteembeheerder besluiten om incidenteel af te wijken van de inkoopprocedure voor blindvermogen voor spanningsregeling in stationaire toestand, zoals omschreven in het eerste tot en met achtste lid.

Bijlage 9. bij artikel 9.51, tweede lid: productspecificaties blackstartvoorziening

    1. Er zijn tenminste twee synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van elk minimaal 200 MW op de locatie aanwezig die als onderdeel van de blackstartvoorziening kunnen worden ingezet. Ook als één elektriciteitsproductie-eenheid in onderhoud is, is te allen tijde minimaal 200 MW beschikbaar. Het voor de betreffende blackstartvoorziening overeengekomen minimum vermogen wordt in de overeenkomst inzake het leveren van de blackstartvoorziening vastgelegd. Indien de voorziening bestaat uit meerdere kleinere synchrone elektriciteitsproductie-eenheden, wordt de redundantie op andere wijze vastgesteld in overeenstemming met de transmissiesysteembeheerder waarbij altijd minimaal 200 MW beschikbaar is.
    1. De blackstartvoorziening is binnen 4 uur na afroep door de transmissiesysteembeheerder in staat om met een of meer elektriciteitsproductie-eenheden te koppelen aan een spanningsloos deel van het systeem en vervolgens het vermogen, bedoeld in het eerste lid te leveren.
    1. De blackstartvoorziening en de overeen te komen inschakelsectie zijn bestand tegen de inrush-stroom en -spanning als gevolg van het bijschakelen van de assets van de inschakelsectie. Indien direct inschakelen niet mogelijk is, is er een mogelijkheid om deze inschakelsectie op te spannen. In ieder geval wordt aan de tweede voorwaarde voldaan. De voorkeur gaat uit naar beide mogelijkheden.
    1. De ingezette elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening regelen na het onder spanning brengen en belasten van de inschakelsectie op tot minimum stabiel vermogen. De hoogte van het minimale stabiele vermogen wordt in de overeenkomst inzake het leveren van de blackstartvoorziening vastgelegd. De benodigde tijd hiervoor is afhankelijk van:
  • a. de opregelsnelheid. Deze is afhankelijk van de toestand (warm, koud) van de elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening. De opregelsnelheid bedraagt gemiddeld minimaal 4 MW per minuut.
  • b. de snelheid waarmee de desbetreffende systeembeheerder belasting bijschakelt.
    1. Na het bereiken van het in het vierde lid bedoelde minimale stabiele vermogen, wordt het resterende vermogen door de transmissiesysteembeheerder gebruikt voor het verdere herstel van de elektriciteitsvoorziening. De eis genoemd in het vierde lid blijft hierbij van toepassing.
    1. De telecommunicatie tussen de productielocatie van de blackstartvoorziening en de transmissiesysteembeheerder, tussen het bedrijfsvoeringscentrum behorende bij deze productielocatie en de transmissiesysteembeheerder alsmede tussen deze productielocatie en de desbetreffende systeembeheerder is gedurende de eerste 24 uur na het wegvallen van de elektriciteitsvoorziening gegarandeerd.
    1. Er zijn op ieder moment voldoende gekwalificeerde medewerkers beschikbaar die de blackstartvoorziening kunnen bedienen. Bovendien worden de door de transmissiesysteembeheerder aangeboden bescherm- en hersteltrainingen gevolgd.
    1. De blackstartvoorziening is in staat gedurende 24 uur na afroep onafgebroken in bedrijf te blijven. Dit betekent dus ook dat de brandstofvoorziening van de blackstartvoorziening 24 uur gegarandeerd is.
    1. De blackstartvoorziening wordt jaarlijks getest, inclusief de in te schakelen en/of op te spannen systeemdelen.
    1. De elektriciteitsproductie-eenheid van de blackstartvoorziening is in staat een spanningsloos systeem op gewenste spanning en frequentie te brengen en daarna het overeen te komen werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren. De verbonden elektriciteitsproductie-eenheid is in staat na het koppelen met de hoogspanningsrail onder regie van de transmissiesysteembeheerder op toerenregeling te blijven staan en daarna bij gekoppeld bedrijf (> 2500 MW) onder regie van de transmissiesysteembeheerder op vermogensregeling met frequentie-gevoeligheid overeenkomstig artikel 3.22, tweede lid, onderdeel c of artikel 13.5, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°.
    1. De elektriciteitsproductie-eenheden van de blackstartvoorziening zijn in staat werkzaam vermogen en blindvermogen te leveren overeenkomstig artikel 3.27 of, ingeval van een elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in artikel 13.1, vierde lid, overeenkomstig het generatorbelastingdiagram van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid, tijdens het hele opregeltraject van 0 tot 100 % van het maximale vermogen en ook daarna. De belastingbijschakeling zal tot aan het minimale stabiele vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid in nauw overleg plaatsvinden met de aangeslotene. Boven deze grens zal in stappen tot 5% van het maximaal vermogen worden bijgeschakeld. De hoeveelheid te leveren blindvermogen ligt bij elke netspanning en opgewekt werkzaam vermogen, in de range van minimaal 110 Mvar leveren tot minimaal 80 Mvar ontvangen. Indien de blackstartvoorziening invoedt op een kabel en het blindvermogen van de kabel wordt niet gecompenseerd, wordt het minimaal vereiste capacitieve bereik van 80 Mvar verhoogd ter grootte van het blindvermogen van de kabel bij nominale spanning.
    1. De voorziene niet-beschikbaarheid ten behoeve van onderhoud aan de startvoorziening van de blackstartvoorziening duurt niet langer dan 8 dagen per jaar en wordt in overleg met de transmissiesysteembeheerder ingepland.
    1. De voorziene niet-beschikbaarheid van elk van de verbonden elektriciteitsproductie-eenheden duurt niet langer dan 5 weken per jaar en wordt in overleg met de transmissiesysteembeheerder ingepland.
    1. Indien de voorziening bestaat uit twee verbonden elektriciteitsproductie-eenheden en indien beide verbonden elektriciteitsproductie-eenheden beschikbaar zijn, dient de tweede verbonden elektriciteitsproductie-eenheid binnen twee uur nadat de eerste verbonden elektriciteitsproductie-eenheid op het systeem is geschakeld parallel te zijn en vervolgens te kunnen opregelen tot het overeen te komen vermogen volgens het eerste lid.
    1. Indien de voorziening bestaat uit meerdere kleinere synchrone elektriciteitsproductie-eenheden, kunnen de resterende beschikbare elektriciteitsproductie-eenheden op het systeem geschakeld worden binnen twee uur na het onder spanning brengen van het systeem, en kunnen zij vervolgens opregelen tot het overeen te komen vermogen.
    1. Indien de blackstartvoorziening bij een blackout in eilandbedrijf raakt, wordt het herstelproces stabiel via eilandbedrijf of door middel van een blackstart uitgevoerd binnen de genoemde criteria.
    1. Indien de blackstartvoorziening bij een blackout stil staat of geheel van het systeem gescheiden wordt, wordt de blackstart uitgevoerd binnen de genoemde criteria.

Bijlage 10. bij artikel 9.51, derde lid: significante systeemgebruikers en door hen te nemen maatregelen in het kader van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER)

Bijlage 11. bij artikel 10.17, eerste lid: Indeling in profielcategorieën

    1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E1A, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
    1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
    1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
    1. In afwijking van het eerste tot en met derde lid worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen die op grond art 2.46 eerste lid, onderdeel a van de Energiewet niet zijn voorzien van een comptabele meetinrichting, ingedeeld in profielcategorie E4A.
    1. In aanvulling op het vierde lid wordt een aansluiting tevens ingedeeld in de profielcategorie E4A indien:
  • a. de aangeslotene de systeembeheerder een bestuurdersverklaring verstrekt waarin door de bestuurder van de beheerder van een op de aansluiting aangesloten installatie voor openbare verlichting of een door hem daartoe gemachtigd persoon, wordt verklaard dat op een op de aansluiting aangesloten installatie voor openbare verlichting uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen verlichting, zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden, en;
  • b. de aansluiting voorzien is van een comptabele meetinrichting.
    1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt worden ingedeeld in profielcategorie E2A, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.
    1. Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt, worden ingedeeld in profielcategorie E2B, onderscheiden naar vastgesteld afnametype.

Bijlage 12. bij artikel 10.17, tweede lid: bepalen dynamische profielfracties

    1. De systeembeheerder bepaalt dagelijks, voor 10:00 uur, per etmaal waarvoor hij meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid vaststelt, per profielcategorie de profielfracties per systeemgebied, per energierichting volgens de werkwijze vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas.
    1. De systeembeheerder stelt de overeenkomstig het eerste lid bepaalde profielfracties voor 10:00 uur beschikbaar aan balanceringsverantwoordelijken, leveranciers en de transmissiesysteembeheerder.
    1. Indien de systeembeheerder niet uiterlijk om 10:00 uur voor een profielcategorie de profielfracties per systeemgebied heeft bepaald, hanteert de systeembeheerder de door het in bijlage B1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas bedoelde platform vastgestelde standaardprofielen voor de desbetreffende profielcategorie.
    1. De systeembeheerder meldt het gebruik van standaardprofielen voor 10:00 uur aan de balanceringsverantwoordelijken, de leveranciers en de transmissiesysteembeheerder.

Bijlage 13. bij artikel 10.17, vierde lid: vaststellen volumegegevens voor aansluitingen met slimme-meter-allocatie indien meterstanden niet compleet of niet valide zijn

    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de som van het volume voor afname, per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier voor alle allocatiepunten van aansluitingen met de allocatiemethode “slimme-meter-allocatie” waarvan de uitgelezen meterstanden niet compleet of niet valide zijn overeenkomstig artikel 10.17, vierde lid, volgens de formule: [berekende volume SMA afname]BRP,LV = Σ (- PFAPC x SJABRP, LV,PC,TP) waarin: PFAPC = de profielfractie afname van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode SJABRP, LV,PC, TP = de standaardjaarafname van de allocatiepunten voor het desbetreffende systeemgebied van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie en de betreffende tariefperiode.
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de som van het volume voor invoeding, per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier voor alle allocatiepunten van aansluitingen met de allocatiemethode “slimme-meter-allocatie” waarvan de uitgelezen meterstanden niet compleet of niet plausibel zijn overeenkomstig artikel 10.17, vierde lid, volgens de formule: [berekende volume SMA invoeding]BRP,LV = Σ PFIPC x SJIBRP, LV,PC,TP waarin: PFIPC = de profielfractie invoeding van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode. SJIBRP, LV,PC,TP = de standaardjaarafname van de allocatiepunten voor het desbetreffende systeemgebied van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie en de betreffende tariefperiode.
    1. Indien de uitgelezen meterstanden niet volledig aaneengesloten zijn, berekent de systeembeheerder, in afwijking van het eerste en tweede lid, het volume voor afname en invoeding van een allocatiepunt door middel van interpolatie aan de hand van profielfracties.

Bijlage 14. bij artikel 10.17, vijfde lid: vaststellen volumegegevens voor geprofileerde allocatiepunten

    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de veronderstelde geprofileerde afname (VGA) per balanceringsverantwoordelijke (BRP), per leverancier (LV), per profielcategorie (PC), per systeemgebied van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: VGABRP,LV,PC = – PFAPC × Σ SJABRP,LV,PC,TP waarin: PFAPC = de profielfractie afname van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode. Σ SJABRP,LV,PC,TP = de som van de standaardjaarafname van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied en de betreffende tariefperiode.
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de veronderstelde geprofileerde invoeding (VGI) per BRP, per leverancier (LV), per profielcategorie (PC), per systeemgebied van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: VGIBRP,LV,PC = PFIPC × Σ SJIBRP LV,PC,TP waarin: PFIPC = de profielfractie invoeding van de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode. Σ SJIBRP LV,PC,TP = de som van de standaardjaarinvoeding van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier in de betreffende profielcategorie voor het desbetreffende systeemgebied en de betreffende tariefperiode.
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) per systeemgebied, door de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde afname’s (VGA) bepaald overeenkomstig het eerste lid en de absolute waarden van alle veronderstelde geprofileerde invoedingen (VGI) bepaald overeenkomstig het tweede lid te sommeren.

Bijlage 15. bij artikel 10.17, zesde lid: gedimensioneerde profielen voor onbemeten aansluitingen

    1. Openbare verlichting
  • 1.1. In het geval de aansluiting van een installatie voor openbare verlichting op grond vanartikel 2.22, eerste lid of artikel 2.23, eerste lid, niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder de volgende gegevens:
  • a. het aantal lampen (inclusief voorschakelapparatuur) behorende tot de installatie;
  • b. het vermogen per lamp (inclusief voorschakelapparatuur); en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak, voor zover van toepassing, vooraf:
  • c. het brandschema (inclusief onderhoud);
  • d. de tijden dat de installatie wordt gedimd en het vermogen van de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) in gedimde situatie.
  • 1.2. De systeembeheerder stelt op basis van de in 1.1 bedoelde gegevens het belastingprofiel van de installatie vast en geeft de aangeslotene desgevraagd inzage in het rekenmodel of de berekening.
  • 1.3. De systeembeheerder stelt, na overleg met de aangeslotene, indien in het in 1.2 bedoelde belastingprofiel geen rekening is gehouden met aan de installatie uit te voeren onderhoud, een toeslag vast op het in 1.2 bedoelde belastingprofiel.
  • 1.4. In afwijking van 1.3 houdt de systeembeheerder, zo mogelijk en indien gewenst, rechtstreeks rekening met het opgegeven onderhoudsprogramma bij het vaststellen van het in 1.2 bedoelde belastingprofiel.
  • 1.5. De aangeslotene houdt voor de systeembeheerder een technische administratie bij en geeft de systeembeheerder hierin desgevraagd inzage. In deze administratie worden in elk geval de volgende gegevens opgenomen:
  • a. de locatie van de lampen (inclusief voorschakelapparatuur), en;
  • b. per type lamp (inclusief voorschakelapparatuur) het aantal en het vermogen.
  • 1.6. De aangeslotene houdt de in 1.5 bedoelde administratie actueel.
  • 1.7. Op het belastingprofiel, bedoeld in 1.2, 1.3 respectievelijk 1.4, zijn, voor zover van toepassing, de artikelen 10.17 en 10.21 van kracht.
  • 1.8. De aangeslotene, bedoeld in 1.1, toont desgevraagd door middel van een bestuurdersverklaring van de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende installatie of een door hem daartoe gemachtigd persoon, de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d, en 1.5 bedoelde informatie aan.
  • 1.9. Indien de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) voor openbare verlichting zich niet direct achter de aansluiting bevinden, maar deel uitmaken van een installatie voor openbare verlichting, blijkt uit de in 1.8 genoemde bestuurdersverklaring tevens dat op de desbetreffende installatie voor openbare verlichting uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen lampen (inclusief voorschakelapparatuur), zoals ten behoeve van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze op dezelfde wijze geschakeld worden.
  • 1.10. Indien naar het oordeel van de systeembeheerder redelijke twijfel bestaat over de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d, en 1.5 bedoelde informatie en van de in 1.8 bedoelde bestuurdersverklaring, overlegt de aangeslotene desgevraagd een extern audit-rapport aangaande de juistheid en de volledigheid van de in 1.1, onderdelen a tot en met d en 1.5 bedoelde informatie.
    1. Overige onbemeten aansluitingen
  • 2.1. In het geval een aansluiting van een installatie, niet zijnde een installatie voor openbare verlichting, op grond van artikel 2.22, eerste lid of artikel 2.23, eerste lid niet is voorzien van een comptabele meetinrichting, verstrekt de aangeslotene, tenzij anders overeengekomen, eenmaal per kwartaal aan de systeembeheerder het vermogen van de installatie, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is en per door de systeembeheerder aan te geven tijdvak – voor zover van toepassing – vooraf de tijden waarop de installatie zich in één van deze bedrijfstoestanden bevindt.
  • 2.2. De systeembeheerder stelt op basis van de in 2.1 bedoelde gegevens het belastingprofiel voor de installatie vast en geeft de aangeslotene desgevraagd inzage in het rekenmodel of de berekening daarvoor.
  • 2.3. In afwijking van 2.2 kan de systeembeheerder het belastingprofiel van de installatie vaststellen op basis van het vermogen van de installatie in de normale bedrijfstoestand en de invloed van het dimmen en van het buiten bedrijf zijn van de installatie daarbij verdisconteren in een vaste reductiefactor.
  • 2.4. De aangeslotene houdt voor de systeembeheerder een technische administratie bij en geeft de systeembeheerder hierin desgevraagd inzage. In deze administratie worden in elk geval de volgende gegevens opgenomen:
  • a. de locatie van de betreffende installaties, en;
  • b. het vermogen, zowel in normale bedrijfstoestand als – voor zover van toepassing – in de situatie dat de installatie is gedimd respectievelijk buiten bedrijf is.
  • 2.5. De aangeslotene houdt de in 2.4 bedoelde administratie actueel.
  • 2.6. Op het belastingprofiel bedoeld in 2.2 respectievelijk 2.3 zijn - voor zover van toepassing – de artikelen 10.17 en 10.21 van kracht.
  • 2.7. De aangeslotene, zoals bedoeld in 2.1, toont desgevraagd door middel van een bestuurdersverklaring van de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende installatie of een door hem daartoe gemachtigde persoon, de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie aan.
  • 2.8. Indien naar het oordeel van de systeembeheerder redelijke twijfel bestaat over de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie en van de in 2.7 bedoelde bestuurdersverklaring, overlegt de aangeslotene desgevraagd een extern audit-rapport aangaande de juistheid en de volledigheid van de in 2.1 en 2.4 bedoelde informatie.

Bijlage 16. bij artikel 10.17, achtste lid: vaststellen meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten

    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode de restantvolumecorrectiefactor (RCF) door de waarde één te verminderen met het quotiënt van het overeenkomstig artikel 10.17, zevende lid bepaalde restantvolume (REV) en het overeenkomstig bijlage 14, derde lid, bepaalde totale veronderstelde geprofileerde volume (TVGV) en het in bijlage 17 bepaalde deel van de systeemverliezen dat veroorzaakt wordt door het totale veronderstelde systeemverlies onbetaald verbruik (VSOVB) volgens de formule: RCF = 1 – (REV / (TVGV + VSOVB))
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde afname (GGA) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGABRP,LV,PC = VGABRP, LV,PC × RCF waarin: VGABRP,LV,PC = de overeenkomstig bijlage 14, eerste lid vastgestelde veronderstelde geprofileerde afname voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de desbetreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumecorrectiefactor
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en per profielcategorie de gecorrigeerde geprofileerde invoeding (GGI) van alle allocatiepunten van de betreffende balanceringsverantwoordelijke in de betreffende profielcategorie volgens de formule: GGIBRP,LV,PC = VGIBRP,LV,PC × ( 2 – RCF ) waarin: VGIBRP,LV,PC = de overeenkomstig het Bijlage 14, tweede lid vastgestelde veronderstelde geprofileerde invoeding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode, de betreffende balanceringsverantwoordelijke, de betreffende leverancier en de betreffende profielcategorie RCF = de overeenkomstig het eerste lid bepaalde restantvolumevolumecorrectiefactor.

Bijlage 17. bij artikel 10.17, achtste lid: vaststellen systeemverliezen

    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het totale veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik (VSOVB) per systeemgebied, door de absolute waarde van het veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik afname (VSOVBA) en de absolute waarde van het veronderstelde volume systeemverlies onbetaald verbruik invoeding (VSOVBI) te sommeren.
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het gecorrigeerde volume systeemverlies afname (GSA) volgens de formule: GSA = (VSA – VSOVBA) + (VSOVBA x RCF) waarin: RCF = overeenkomstig de in bijlage 16, eerste lid, bepaalde restantvolumecorrectiefactor, GSA = gecorrigeerd systeemverlies afname, VSA = verondersteld systeemverlies afname, VSOVBA = het deel van het VSA dat veroorzaakt wordt door onbetaald verbruik.
    1. De systeembeheerder bepaalt voor elk systeemgebied per onbalansverrekeningsperiode het gecorrigeerde volume systeemverlies invoeding (GSI) volgens de formule: GSI = (VSI – VSOVBI) + (VSOVBI x (2 – RCF)) waarin: RCF = de overeenkomstig de in bijlage 16, eerste lid, bepaalde restantvolumecorrectiefactor, GSI = gecorrigeerd systeemverlies invoeding, VSI = verondersteld systeemverlies invoeding, VSOVBI = het deel van de VSVI dat veroorzaakt wordt door onbetaald verbruik.

Bijlage 18. bij artikel 10.26, tweede lid: door systeembeheerders vast te leggen gegevens voor reconciliatie voor allocatiepunten waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde ‘profielallocatie’ heeft

    1. De systeembeheerder kan op twee manieren zorgen voor de voor reconciliatie benodigde gegevens:
  • a. via het veiligstellen van de basisgegevens om later alles uit te kunnen rekenen, of
  • b. via het veiligstellen van de procesgegevens om daarmee op het moment van het toekennen van de volumes de gegevens die uiteindelijk nodig zijn bij reconciliatie te kunnen berekenen. (bijlage 19 is gebaseerd op de in dit onderdeel beschreven manier.)
    1. In onderstaande tabellen zijn voor beide manieren uit het eerste lid de benodigde gegevens weergegeven. Voor de inrichting van systemen van de systeembeheerder wordt onderscheid gemaakt naar:
  • a. Groep I: Profiel- /rekenregelgebonden gegevens, deze gegevens worden niet per aansluiting bijgehouden
  • b. Groep II: Aansluiting gebonden gegevens.
Tabel 1 Tabel 1 Tabel 1 Tabel 1
1 Basisgegeven Groep I Groep II
A profielfracties van de profielen X
B de definitieve restantvolumecorrectiefactor per onbalansverrekeningsperiode in zijn (deel)gebied X
C het definitieve totaal volume voor afname en het definitieve totaaal volume voor invoeding van allocatiepunten met profielallocatie per onbalansverrekeningsperiode in zijn (deel)gebied X
D de historie op het aansluitingenregister betreffende de volgende items:
D1 de standaardjaarafnames en standaardjaarinvoedingen met begin en eventuele einddatum X
D2 de profielcategorie met begin en eventuele einddatum X
D3 de leverancier en balanceringsverantwoordelijkemet begin en eventuele einddatum X
X
F de vastgestelde meterstanden met de datum X
G een indicatie per meterstand of de bijbehorende afname dan wel invoeding reeds gereconcilieerd is X
Tabel 2 Tabel 2 Tabel 2 Tabel 2
--- --- --- ---
2 Proces gegeven Groep I Groep II
A de definitieve Gecorrigeerd geprofileerde afname en invoeding per dag per tariefperiode per aangeslotene X
B aan welke leverancier en balanceringsverantwoordelijke de Geprofileerde afname en invoeding zijn toegerekend X
C toekenning werkelijke afname en invoeding per maand per tariefperiode per aangeslotene per leverancier en balanceringsverantwoordelijke X
D de meterstanden die reeds zijn gereconcilieerd moeten herkenbaar zijn X
    1. De gegevens voor reconciliatie worden:
  • a. per balanceringsverantwoordelijke en per leverancier vastgehouden; en
  • b. alleen naar de balanceringsverantwoordelijke verzonden.
    1. Na het definitief worden van de laatste gegevens van een maand kan door de systeembeheerder een verdere sommatie worden uitgevoerd, waarbij rekening moet worden gehouden met een splitsing van deze gegevens van voor en na de datum van vaststelling van meterstanden, of wijziging van balanceringsverantwoordelijke, leverancier, standaardjaarafname, standaardjaarinvoeding of profielcategorie.
    1. Na zeventien maanden geldt dat de som van de geprofileerde afnames en de som van de geprofileerde invoedingen in de reconciliatieberichten per tariefperiode gelijk zijn aan de som van deze periode in de berichten van de balanceringsverantwoordelijken die in de uiteindelijke onbalans verrekend zijn. De periode van zeventien maanden begint met de eerste maand na maand M+3, bedoeld in artikel 10.26, eerste lid.

Bijlage 19. bij artikel 10.26, negende lid: formules en rekenmodellen bij het reconciliatieproces

Het reconciliatie proces kent de volgende stappen:

    1. Berekenen van het te reconciliëren volume per allocatiepunt.
    1. Het te reconciliëren volume sommeren naar balanceringsverantwoordelijke.
    1. Het te reconciliëren volume m.b.t. tot de systeemverliezen bepalen.
    1. Bericht met de te reconciliëren volumes per balanceringsverantwoordelijke naar de transmissiesysteembeheerder sturen.
    1. Sommatie ontvangen gegevens van de systeembeheerders naar balanceringsverantwoordelijke.
    1. Het berekenen van de gemiddelde gewogen day-aheadclearingprijs per maand voor normaaluren en laaguren.
    1. Per balanceringsverantwoordelijke de financiële verrekening maken. In de volgende paragrafen komen een aantal formules voor. Daarbij zijn de volgende symbolen gebruikt. V = volume N = normaaluren L = laaguren
  • 1.1. De systeembeheerder bepaalt het te reconciliëren volume per maand, per tariefperiode, per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier.
  • 1.2. Het te reconciliëren volume is het verschil tussen het toegerekende volume op basis van de profielenmethodiek en het vastgestelde volume.
  • 1.3. De systeembeheerder hanteert in de artikelen 1.4 tot en met 1.6 de profielfracties die gecorrigeerd zijn voor de restantvolumecorrectiefactor.
  • 1.4. De systeembeheerder verdeelt het vastgestelde verbruik per tariefperiode naar de maanden waarover het verbruik heeft plaatsgevonden op basis van de verhouding van de profielfracties voor de betreffende maand ten opzichte van de totale profielfracties voor de betreffende verbruiksperiode.
  • 1.5. Indien het vastgestelde verbruik geen onderscheid in tariefperiode kent, splitst de systeembeheerder het vastgestelde verbruik naar tariefperiode op basis van de verhouding van de profielfracties voor normaaluren respectievelijk laaguren ten opzichte van de totale profielfracties voor de betreffende verbruiksperiode.
  • 1.6. Indien de aangeslotene beschikt over meetinrichting waarbij het schakelmoment afwijkt van het schakelmoment van profielcategorie E1B, corrigeert de systeembeheerder de toewijzing alsof het schakelmoment gelijk was aan het schakelmoment van de profielcategorie E1B.
  • 1.7. De systeembeheerder bepaalt het aan de desbetreffende allocatiepunt toegerekende volume per maand en per tariefperiode met gebruikmaking van de gegevens zoals opgenomen in bijlage 18.
  • 1.8. Na bepaling van het vastgestelde en toegerekende volume per maand, berekent de systeembeheerder het te reconciliëren volume per maand gesplitst per tariefperiode door het verschil tussen het vastgestelde en toegerekende volume te bepalen.
  • 2.1. Na allocatie per kalendermaand per balanceringsverantwoordelijke het te reconciliëren volume per tariefperiode bepalen: Bovenstaande berekening wordt zowel voor normaaluren als laaguren gedaan.
  • 3.1. Nadat per balanceringsverantwoordelijke is bepaald hoeveel volume te verrekenen is, kan het te reconciliëren systeemverlies berekend worden. Bovenstaande berekening wordt zowel voor normaaluren als laaguren gedaan.
  • 4.1. Het resultaat van de berekeningen in 2.1 en 3.1 wordt naar de transmissiesysteembeheerder verstuurd. Daarbij wordt het te reconciliëren volume m.b.t. de systeemverliezen apart vermeld.

De transmissiesysteembeheerder ontvangt van alle andere systeembeheerders een overzicht als bedoeld in 4. Daarna vindt er een sommatie naar balanceringsverantwoordelijke plaats. Dit vindt gescheiden plaats voor zowel normaaluren als laaguren.

Door de transmissiesysteembeheerder wordt de volgende berekening uitgevoerd:

De transmissiesysteembeheerder bepaalt per kalendermaand de volumegewogen reconciliatieprijs voor normaaluren en laaguren.

De transmissiesysteembeheerder bepaalt per kalendermaand de voor normaaluren en laaguren. De reconciliatieprijs per tariefperiode is gelijk aan de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode horende bij een tariefperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname) vermenigvuldigd met de reconciliatieprijs van de onbalansverrekeningsperiode, gedeeld door de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname). In formule:

Met behulp van deze prijs kan de financiële verrekening plaats vinden:

Day-ahead-clearingprijzen worden berekend met twee decimalen.

Volumes:

  • –. In de uitwisseling met de transmissiesysteembeheerder worden alleen gehele getallen gebruikt.
  • –. Op balanceringsverantwoordelijke-niveau is de som altijd exact gelijk aan nul.

Afronding vindt pas plaats in stap 3.

De prijs voor reconciliatie per onbalansverrekeningsperiode wordt als volgt berekend:

De transmissiesysteembeheerder bepaalt per maand de volumegewogen reconciliatieprijs zonder tariefperiode. De reconciliatieprijs is gelijk aan de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname) vermenigvuldigd met de reconciliatieprijs van de onbalansverrekeningsperiode, gedeeld door de som over de hele maand van het volume per onbalansverrekeningsperiode (gelijk aan de absolute waarde van het volume voor invoeding plus de absolute waarde van het volume voor afname). In formule:

Bijlage 20. bij artikel 10.42, eerste lid, onderdeel b: specificaties biedingen balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve

    1. Een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
  • a. minimumhoeveelheid: 1 MW;
  • b. maximumhoeveelheid: 999 MW;
  • c. deactiveringsperiode: gelijk aan de op- of afregelperiode;
  • d. de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode;
  • e. wijze van activering: automatisch;
  • f. leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
  • g. ramping rate: minimaal 20% per minuut;
    1. Een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve is deelbaar.
    1. De balanceringsdienstverlener kan met een bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve geen minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering vereisen.
    1. De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringsenergie automatische frequentieherstelreserve uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
  • a. prijs van de bieding: €/MWh;
  • b. locatie: EAN-code;
  • c. vermogen: MW;
  • d. ramping rate: % per minuut.

Bijlage 21. bij artikel 10.42, eerste lid, onderdeel c: specificaties biedingen balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve

    1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
    1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve aanbieden met een contract voor:
  • a. opregelen;
  • b. afregelen.
    1. Contracten balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve specificeren een plicht voor de balanceringsdienstverlener om elke onbalansverrekeningsperiode voor de duur van het contract energiebiedingen in te dienen voor een met de transmissiesysteembeheerder overeengekomen vermogen.
    1. De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringcapaciteit automatische frequentieherstelreserve uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
  • a. prijs van de bieding: €/MW per uur;
  • b. locatie: EAN-code;
  • c. vermogen: MW;
  • d. duur tussen einde deactivatie en volgende activatie: default 0;
  • e. of het volume wel of niet verdeelbaar is, met een minimum granulariteit van 1 MW.

Bijlage 22. bij artikel 10.42, eerste lid, onderdeel d: specificaties biedingen balanceringscapaciteit noodvermogen

    1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit noodvermogen aanbieden met een contract voor de door de transmissiesysteembeheerder in de uitvraag te specificeren duur. De maximale contractduur voor balanceringscapaciteit bedraagt één dag.
    1. Contracten balanceringscapaciteit noodvermogen specificeren een plicht voor de balanceringsdienstverlener om elke onbalansverrekeningsperiode voor de duur van het contract overeenkomstig de voorschriften van bijlage 23 energiebiedingen in te dienen voor een met de transmissiesysteembeheerder overeengekomen vermogen.
    1. Het contract kan een minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering en een maximale inzetduur bepalen. Het opnemen van een minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering of het opnemen van een maximale inzetduur kan alleen als tijdens de prekwalificatie van de betreffende middelen aangetoond wordt dat daartoe een technische noodzaak bestaat.
    1. Een balanceringsdienstverlener kan balanceringscapaciteit noodvermogen aanbieden met een contract voor:
  • a. opregelen;
  • b. afregelen.
    1. De prijs van een bieding balanceringscapaciteit noodvermogen wordt gespecificeerd in €/MW per uur met een prijsresolutie van € 0,01/MW per uur. Biedingen met een negatieve prijs worden niet geaccepteerd.
    1. De balanceringsdienstverlener moet in de bieding balanceringscapaciteit noodvermogen uitdrukking geven aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
  • a. de prijs van de bieding: €/MW per uur;
  • b. de locatie: EAN-code;
  • c. het vermogen: MW; en
  • d. of het volume wel of niet deelbaar is, met een minimum granulariteit van 1 MW.

Bijlage 23. bij artikel 10.42, eerste lid, onderdeel e: specificaties biedingen balanceringsenergie noodvermogen

    1. Een bieding balanceringsenergie noodvermogen voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
  • a. de minimumhoeveelheid: 1 MW;
  • b. de maximumhoeveelheid: 9999 MW;
  • c. de deactiveringsperiode: gelijk aan de volledige activeringstijd voor op- of afregelen;
  • d. de minimumduur van de leveringsperiode: 0 minuten, tenzij sprake is van vroegtijdige deactivering als bedoeld in onderdeel h voor opregelen of als bedoeld in onderdeel i voor afregelen;
  • e. de maximumduur van de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
  • f. de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode;
  • g. de wijze van activering: manueel door middel van berichtenverkeer;
  • h. de volledige activeringstijd voor opregelen: 15 minuten, waarbij deactivering tijdens de volledige activeringstijd vanwege een afnemende behoefte van de transmissiesysteembeheerder aan de inzet van noodvermogen mogelijk is;
  • i. de volledige activeringstijd voor afregelen: 15 minuten, waarbij deactivering tijdens de volledige activeringstijd vanwege een afnemende behoefte van de transmissiesysteembeheerder aan de inzet van noodvermogen mogelijk is;
  • j. de voorbereidingsperiode: 5 minuten;
  • k. de op- of afregelperiode: na afloop van de voorbereidingsperiode wordt een reactie verwacht die in de eerste minuut op basis van energiewaarden per vijf minuten waarneembaar moet zijn in kWh. Vervolgens dient de reactie tot aan het bereiken van de volledige activeringstijd een continu stijgende reeks van geleverde volumes te vormen, waarbij voor het inschatten hiervan op basis van energiewaarden per vijf minuten rekening wordt gehouden met de minuut waarin de activering heeft plaatsgevonden.
    1. Een balanceringsdienstverlener kan in een bieding balanceringsenergie noodvermogen aangeven dat deze bieding ondeelbaar is met een maximum van 100 MW.
    1. Een bieding kan vanaf de vastgestelde volledige activeringstijd vóór de start van de onbalansverrekeningsperiode waarvoor de bieding geldig is geactiveerd worden.
    1. De prijs van een bieding balanceringsenergie noodvermogen wordt gespecificeerd in €/MWh met een prijsresolutie van € 0,01/MWh. Biedingen mogen een negatieve prijs hebben.
    1. De balanceringsdienstverlener moet in de bieding balanceringsenergie noodvermogen uitdrukking geven aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
  • a. de prijs van de bieding: €/MWh;
  • b. de locatie: EAN-code;
  • c. het vermogen: MW; en
  • d. of het volume wel of niet deelbaar is.

Bijlage 24. bij artikel 10.42, eerste lid, onderdeel f: specificaties biedingen balanceringsenergie MARI-product

    1. Een bieding balanceringsenergie MARI-product voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
  • a. de minimumhoeveelheid: 1 MW;
  • b. de maximumhoeveelheid: 9999 MW;
  • c. de deactiveringsperiode: gelijk aan de op- of afregelperiode;
  • d. de minimumduur van de leveringsperiode: 5 minuten;
  • e. de maximumduur van de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
  • f. de geldigheidsduur: één onbalansverrekeningsperiode, waarbij een geplande activering plaatsvindt 7,5 minuut voorafgaand aan de geldigheidsduur, en een direct activatie gedurende de 15 minuten daarna;
  • g. de wijze van activering: manueel door middel van berichtenverkeer;
  • h. de leveringsperiode: één onbalansverrekeningsperiode;
  • i. de voorbereidingstijd: 2,5 minuten;
  • j. de op- en afregelsnelheid: 10% per minuut, startend na de voorbereidingstijd.
    1. Een bieding balanceringsenergie MARI-product is deelbaar.
    1. De balanceringsdienstverlener kan met een bieding balanceringsenergie MARI-product geen minimumduur tussen het einde van de deactiveringsperiode en de volgende activering vereisen.
    1. De balanceringsdienstverlener geeft in de bieding balanceringsenergie MARI-product uitdrukking aan ten minste de volgende variabele kenmerken:
  • a. de prijs van de bieding: €/MWh;
  • b. de locatie: EAN-code; en
  • c. het vermogen: MW.
    1. Een balanceringsdienstverlener kan optioneel aangeven of een bieding balanceringsenergie voor het MARI-product ingezet kan worden als direct activeerbaar product.

Bijlage 25. bij artikel 10.42, vierde lid: inkoopprocedure balanceringscapaciteit

    1. De transmissiesysteembeheerder richt een online platform in ten behoeve van het contracteren van balanceringscapaciteit automatische frequentieherstelreserve en balanceringscapaciteit noodvermogen.
    1. De transmissiesysteembeheerder gebruikt het in het eerste lid bedoelde platform voor het informeren van balanceringsdienstverleners over tenders die op hen op basis van prekwalificatiestatus per product van toepassing zijn.
    1. De balanceringsdienstverlener ontvangt ter gelegenheid van zijn erkenning als balanceringsdienstverlener als bedoeld in artikel 10.43, eerste lid, een login voor de webportal behorende bij het in het eerste lid bedoelde platform.
    1. De balanceringsdienstverlener kan biedingen doen voor producten waarvoor hij geprekwalificeerd is via het in het derde lid bedoelde webportal.
    1. De transmissiesysteembeheerder deelt de gunningsbeslissing aan de desbetreffende balanceringsdienstverlener mee via het in het eerste lid bedoelde platform en desgewenst door middel van een e-mail met gunningsbrief.
    1. Indien gewenst kan de balanceringsdienstverlener een implementatie doen om te kunnen communiceren met het in het eerste lid bedoelde platform zonder de in het derde lid bedoelde webportal te gebruiken. Indien noch de in dit lid bedoelde implementatie noch de in het derde lid bedoelde webportal beschikbaar is, kan de balanceringsdienstverlener zijn bieding door middel van een door de transmissiesysteembeheerder verstrekt biedformulier in Excel-format bij de transmissiesysteembeheerder indienen tot uiterlijk het tijdstip genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 2°. Het biedformulier wordt op aanvraag van de balanceringsdienstverlener, specifiek voor de betreffende frequentieherstelreserves-veiling, verstrekt door de transmissiesysteembeheerder. Aanvraag kan geschieden per e-mail of telefoon.
    1. Per frequentieherstelreserves-veiling worden bij publicatie en, in geval van mutatie van de status onverwijld, minimaal de volgende gegevens beschikbaar gesteld:
  • a. de veilingdatum;
  • b. de veiling ID, zijnde een uniek identificatienummer voor de veiling;
  • c. het contracttype, zijnde dag of anders;
  • d. de gate-tijden:
  • 1°. open: vanaf dit moment kunnen balanceringsdienstverleners biedingen indienen;
  • 2°. sluiten: tot dit moment kunnen balanceringsdienstverleners biedingen indienen;
  • 3°. publiceren: het voorgenomen moment waarop de gunning onherroepelijk wordt;
  • e. de toe te kennen hoeveelheid frequentieherstelreserves opregelen / afregelen, zijnde de totaal te contracteren hoeveelheid frequentieherstelreserves per richting;
  • f. de status, zijnde de actuele status van de tender:
  • 1°. gepland: de veiling is gepland, de volumes zijn onder voorbehoud van wijziging;
  • 2°. firm: de volumes zijn vastgesteld;
  • 3°. gate open: de tender is open voor ontvangst van biedingen;
  • 4°. gate gesloten: de tender is gesloten, de resultaten worden berekend;
  • 5°. geannuleerd: de veiling is geannuleerd door de transmissiesysteembeheerder;
  • 7°. resultaten: de resultaten zijn vastgesteld en meegedeeld aan de deelnemers;
  • 8°. onder review: er is een mogelijke onvolkomenheid ontdekt die wordt onderzocht; definitieve resultaten kunnen nog niet worden meegedeeld;
  • g. de contractperiode;
  • h. de toegestane producten in de veiling;
  • i. de leveringsperiode, zijnde het tijdvenster binnen de contractperiode waarin de gevraagde capaciteit gecontracteerd zal worden;
  • j. de beperkingen in het te contracteren vermogen per aanbieder (in MW):
  • 1°. het minimum, zijnde het minimale vermogen dat een balanceringsdienstverlener op ieder moment gecontracteerd dient te hebben. Onder voorwaarde dat het totale aanbod voldoende is om de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel e, toe te kennen, worden aanbiedingen onder dit minimum niet meegewogen in de gunningsbeslissing;
  • 2°. het maximum, zijnde het maximale vermogen dat een balanceringsdienstverlener op ieder moment gecontracteerd mag hebben. Onder voorwaarde dat het totale aanbod voldoende is om de hoeveelheid, bedoeld in onderdeel e, toe te kennen, worden aanbiedingen boven dit maximum niet meegewogen in de gunningsbeslissing;
  • k. het te gunnen vermogen per product (in MW), zijnde de minimale hoeveelheid van het betreffende product dat gegund dient te worden.
    1. Biedingen voor balanceringscapaciteit zijn geldig tot 1 uur na het tijdstip genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdeel 4°.
    1. Indien balanceringsdienstverleners niet uiterlijk op de tijden genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdelen 3° en 4° kunnen worden geïnformeerd over respectievelijk de voorlopige en de onherroepelijke resultaten, geldt de volgende uitzondering:
  • a. indien de vertraging korter is dan 1 uur, worden de tijden genoemd in het zevende lid, onderdeel d, subonderdelen 3° of 4° met maximaal 1 uur opgeschort;
  • b. indien de vertraging langer is dan 1 uur, organiseert de transmissiesysteembeheerder later op de dag een nieuwe veiling.
    1. Indien een veiling als bedoeld in het zevende lid, onvoldoende resultaat heeft, kan de transmissiesysteembeheerder later op de dag een volgende veiling organiseren voor dezelfde contract- en leveringsperiode. In dat geval worden de balanceringsdienstverleners daarvan tijdig op de hoogte gesteld.
    1. Indien een volgende veiling als bedoeld in het tiende lid, eveneens niet tot voldoende resultaat leidt, kan de transmissiesysteembeheerder bilateraal afspraken maken met balanceringsdienstverleners over de beschikbaar te stellen balanceringscapaciteit.
    1. Indien de omstandigheden daar, naar oordeel van de transmissiesysteembeheerder, kan de aanleiding toe geven transmissiesysteembeheerder besluiten om incidenteel af te wijken van de inkoopprocedure voor balanceringscapaciteit in de leden 1 tot en met 11.

Bijlage 26. bij artikel 13.4: bedrijfssituaties waarbij de elektriciteitsproductie-eenheid verbonden dient te blijven met het systeem van de systeembeheerder

    1. Productiemiddelen aangesloten op systemen lager dan 110 kV dienen aangesloten te blijven:
  • a. Pmax gedurende onbeperkte tijd in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (49,85 pu, 1,047 Hz), (49,85 pu, 0,95 Hz), (50 pu, 0,95 Hz), (50,15 pu, 0,95 Hz), (50,15 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
  • b. Pmax gedurende 15 minuten, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (49,5 pu, 1,04 Hz), (49,5 pu, 0,85 Hz), (50 pu, 0,85 Hz), (51 pu, 0,87 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
  • c. 0,9 Pmax gedurende 10 seconden, vervolgens parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (48,5 pu, 1,02 Hz), (48,5 pu, 0,8 Hz), (50 pu, 0,8 Hz), (51 pu, 0,82 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz);
  • d. parallel gedurende 5 minuten in het vlak (50 pu, 1,05 Hz), (48 pu, 1,01 Hz), (48 pu, 0,8 Hz), (50 pu, 0,8 Hz), (51 pu, 0,82 Hz), (51 pu, 1,05 Hz), (50 pu, 1,05 Hz).
    1. Productiemiddelen aangesloten op systemen gelijk aan of hoger dan 110 kV dienen aangesloten te blijven:
  • a. Pmax gedurende onbeperkte tijd in het vlak (50 pu, 1,1 Hz), (49,85 pu, 1,09625 Hz), (49,85 pu, 0,9 Hz), (50 pu, 0,9 Hz), (50,15 pu, 0,9 Hz), (50,15 pu, 1,1 Hz), (50 pu, 1,1 Hz);

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)