Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 390
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. voor de transmissiesysteembeheerder door het quotiënt te nemen van de som van de ten behoeve van afname van het transmissiesysteem opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het transmissiesysteem in het voorgaande jaar die niet actief meewerken aan de in het eerste of tweede lid bedoelde regeling en het totaal van de ten behoeve van afname van het transmissiesysteem opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het transmissiesysteem in het voorgaande jaar;
  • b. voor de overige aangeslotenen door het quotiënt te nemen van het op diens aansluiting(en) opgetreden maximale nettoverbruik in het voorgaande jaar en het totaal van de ten behoeve van afname van het transmissiesysteem opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het transmissiesysteem in het voorgaande jaar;
  • c. in afwijking van onderdeel b voor een distributiesysteembeheerder op wiens distributiesysteem een ander distributiesysteem is gekoppeld dat niet rechtstreeks is gekoppeld met het transmissiesysteem door het overeenkomstig onderdeel b voor zijn systeem bepaalde procentuele aandeel in de totale belasting te verminderen met het voor de op zijn systeem aangesloten distributiesystemen bepaalde procentuele aandeel.
4.

De instelling van de in het eerste lid bedoelde functionaliteit en de bepaling van de af te schakelen aansluitingen of systeemdelen vindt plaats door middel van het volgende rekenalgoritme:

  • a. de transmissiesysteembeheerder verdeelt de opgetreden maximale totale belasting van het voorgaande jaar over de in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen en zichzelf overeenkomstig de verdeelsleutel uit het derde lid.
  • b. de transmissiesysteembeheerder en de in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen verdelen de aan hen op grond van de onderdelen a tot en met f van het eerste lid toegerekende hoeveelheden nettoverbruik over de af te schakelen aansluitingen en systeemdelen alsof de afschakeling had plaatsgevonden op het moment van het maximale nettoverbruik op hun aansluitingen in het voorgaande jaar.
5.

Indien een in het eerste of tweede lid bedoelde systeembeheerder of aangeslotene niet in staat is om de overeenkomstig het eerste lid bepaalde hoeveelheid nettoverbruik af te schakelen, ook al heeft deze aangeslotene de in het eerste lid bedoelde functionaliteit zodanig geïnstalleerd dat alle MS-richtingen waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MW bevindt niet wordt afgeschakeld, wordt de door deze aangeslotene niet afschakelbare hoeveelheid nettoverbruik door de transmissiesysteembeheerder evenredig verdeeld over de overige in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen.

6.

Indien een in het tweede lid bedoelde aangeslotene, gelet op de aard en omvang van zijn installatie of systeem, niet kan voldoen aan de in het eerste lid genoemde gespecificeerde hoeveelheden per frequentiedrempelwaarde, kan de desbetreffende aangeslotene, eventueel in samenwerking met een of meer andere aangeslotenen, in overleg met de transmissiesysteembeheerder, uitvoering geven aan het eerste lid door toepassing van een deel van de in het eerste lid genoemde frequentiedrempelwaardes met daaraan aangepaste gespecificeerde hoeveelheden te ontkoppelen verbruik zodanig dat de som van de hoeveelheden minimaal 45% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotenen in de totale belasting bedraagt.

7.

De systeembeheerder draagt er zorg voor dat een aangeslotene die beschikt over een aansluiting op het transmissiesysteem en die niet op grond van het tweede lid zelf uitvoering geeft aan de automatische ontkoppeling bij lage frequentie, bedoeld in het eerste en vierde lid, en die door middel van vraagsturing een substantiële bijdrage levert aan de frequentiehandhaving, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), bij de toepassing van de automatische ontkoppeling bij lage frequentie, bedoeld in het eerste lid en vierde lid, niet wordt afgeschakeld, dan wel ten behoeve van de afschakeling wordt ingedeeld in de als laatste afschakelende categorie waarin nog ruimte is, van de categorieën, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f.

Artikel 9.50
1.

Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in artikel 3.22, tweede lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%.

2.

Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%.

Artikel 9.51
1.

Uitsluitend met toestemming van de transmissiesysteembeheerder vindt wederinschakeling plaats van:

  • a. door middel van frequentierelais afgeschakelde belasting, of
  • b. handmatig afgeschakelde belasting, voor zover de afschakeling valt onder de coördinatie van de transmissiesysteembeheerder.
2.

De transmissiesysteembeheerder verwerft black-startmogelijkheden in een door hem te bepalen omvang onder toepassing van artikel 3.2 van de Aanbestedingswet 2012. Hij bepaalt waar zij bij voorkeur gelokaliseerd moeten zijn en hanteert de productspecificaties, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER) die zijn opgenomen in bijlage 9.

3.

De in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER) bedoelde lijst met soorten significante systeemgebruikers en de door hen toe te passen maatregelen is opgenomen in bijlage 10.

4.

Significante systeemgebruikers met hoge prioriteit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER) zijn aangeslotenen:

  • a. waarvan de installatie onderdeel is van het transmissiesysteem voor gas, een gasproductiesysteem, een gasopslagsysteem of een gasproductie-installatie en naar het gezamenlijke oordeel van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit en de transmissiesysteembeheerder voor gas cruciaal is voor het in stand houden van de openbare gasvoorziening of de gasvoorziening van gasgestookte elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op het transmissiesysteem; of
  • b. waarvan de installatie een elektriciteitsproductie-installatie is die nucleaire energie als primaire energiebron heeft.
5.

Distributiesysteembeheerders en aangeslotenen, die beschikken over een verbruiksinstallatie als bedoeld in artikel 19 van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) juncto artikel 4.7, vierde lid, dragen er zorg voor dat hun distributiesysteem of verbruiksinstallatie na een spanningsloze toestand van (een deel van) het transmissiesysteem weer onder spanning gebracht wordt zodra de spanning in het transmissiesysteem is hersteld.

6.

De transmissiesysteembeheerder kan, indien de hersteltoestand van kracht is, aangeslotenen die beschikken over een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, opdragen de dode band van de frequentiegevoelige modus, bedoeld in artikel 3.22, derde lid, uit te schakelen, in welk geval de aangeslotenen deze opdracht onverwijld uitvoeren.

7.

Indien de transmissiesysteembeheerder vermogen vordert van een marktpartij in het bescherm- en herstelproces zonder toepassing van een onbalansaanpassing, bedoeld in artikel 10.24, zevende lid, biedt de transmissiesysteembeheerder een vergoeding aan de balanceringsverantwoordelijke voor de onbalanskosten als gevolg van de vermogensvordering die de balanceringsverantwoordelijke redelijkerwijs niet kan voorkomen.

Artikel 9.52
1.

Indien marktactiviteiten als genoemd in artikel 35, tweede lid, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), niet of niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen door een fout in één of meer systemen, zijn, overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), de volgende back-up- en fallbackprocedures van deze marktactiviteiten van toepassing:

  • a. de aanlevering van zoneoverschrijdende capaciteit voor capaciteitstoewijzing bij de overeenkomstige biedzonegrenzen voor elke markttijdseenheid, als wordt verwacht dat het transmissiesysteem niet tot de normale of alarmtoestand wordt hersteld overeenkomstig artikel 21, derde lid, van Verordening (EU) 1222/2015 (GL CACM) en de artikelen 42 en 46 van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
  • b. de indiening van biedingen voor balanceringscapaciteit, reservecapaciteit frequentiebegrenzingsreserves en balanceringsenergie door een aanbieder van een balanceringsdienst overeenkomstig de gepubliceerde fallbackprocedures op de website van de transmissiesysteembeheerder;
  • c. de aanlevering van een gebalanceerde positie aan het einde van het day-aheadtijdsbestek door een balanceringsverantwoordelijke, als dat volgens de voorwaarden met betrekking tot balancering vereist is overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid;
  • d. de aanlevering van positiewijzigingen van balanceringsverantwoordelijken overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid, zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment;
  • 2°. indien deze betrekking hebben op commerciële handelsprogramma's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid, zoals gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder, waarbij geldt dat indien op de dag waarop het energieprogramma betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden of indien er een fout in de systemen van de transmissiesysteembeheerder heeft plaats gevonden, de transmissiesysteembeheerder het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment.
2.

indien marktactiviteiten als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER) niet of niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen doordat een buitenlandse transmissiesysteembeheerder haar markt heeft opgeschort, zijn overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER) de volgende back-up en fallbackprocedures van de marktactiviteiten van toepassing:

  • a. capaciteitstoewijzing door transmissierechten voor jaar- en maandtransporten overeenkomstig artikel 21, derde lid, van Verordening (EU) 1222/2015 (GL CACM) en de artikelen 42 en 46 van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
  • b. prijskoppeling voor day-aheadtransporten overeenkomstig de artikelen 36, derde lid, 44, 50 en 72 van Verordening (EU) 1222/2015 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
  • c. prijskoppeling voor intradaytransporten overeenkomstig de artikelen 36, derde lid, en 72 van Verordening (EU) 1222/2015 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
  • d. binnenlandse intradayhandel op een benoemde elektriciteitsmarktbeheerder overeenkomstig de artikelen 36, derde lid, 44, 50 en 72 van Verordening (EU) 1222/2015 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
  • f. binnenlandse intradayhandel buiten de benoemde elektriciteitsmarktbeheerders om overeenkomstig artikel 10.1, derde lid;
3.

De in het eerste en tweede lid genoemde fallbackprocedures alsmede de interactie van de marktprocessen met het real-time herstelproces worden nader toegelicht op de website van de transmissiesysteembeheerder.

Hoofdstuk 10. Balanceringsvoorwaarden

§ 10.1. Algemeen

Artikel 10.1
1.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. opregelen: het leveren van elektrische energie aan de transmissiesysteembeheerder uit de door de transmissiesysteembeheerder ten behoeve van de systeembalans ingezette automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen, en het MARI-product;
  • b. afregelen: het leveren van elektrische energie door de transmissiesysteembeheerder aan het door de transmissiesysteembeheerder ten behoeve van de systeembalans ingezette automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen, en het MARI-product;
  • c. prijs voor opregelen: de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig artikel 10.46 ter bepaling van de waarde van energie in geval van opregelen;
  • d. prijs voor afregelen: de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstig artikel 10.46 ter bepaling van de waarde van energie in geval van afregelen;
  • e. regeltoestand: een parameter waarmee de gevraagde regelactie aan balanceringsdienstverleners die automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen leveren en het verloop daarvan gedurende een onbalansverrekeningsperiode wordt geïdentificeerd. Deze parameter wordt door de transmissiesysteembeheerder vastgesteld overeenkomstig artikel 10.28;
  • f. balans-delta: de som van de door de frequentieregeling gevraagde reactie aan balanceringsdienstverleners die automatische frequentieherstelreserves leveren;
  • g. middenprijs: het gemiddelde van de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de laagste bieding voor opregelen van automatische frequentieherstelreserves aan de transmissiesysteembeheerder en de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de hoogste bieding voor afregelen van automatische frequentieherstelreserves aan de transmissiesysteembeheerder.
2.

De voorwaarden uit dit hoofdstuk zijn van toepassing, ongeacht de systeemtoestand van het transmissiesysteem.

§ 10.2. Balanceringsverantwoordelijkheid

Artikel 10.2
1.

De transmissiesysteembeheerder kan aan een natuurlijke persoon, rechtspersoon, niet zijnde een systeembeheerder, of vennootschap, niet zijnde een systeembeheerder, op aanvraag een erkenning als balanceringsverantwoordelijke verlenen. Een natuurlijk persoon, rechtspersoon dan wel vennootschap kan slechts voor één erkenning als balanceringsverantwoordelijke in aanmerking komen.

2.

De balanceringsverantwoordelijke heeft het recht:

  • a. balanceringsverantwoordelijkheid voor de eigen allocatiepunten uit te oefenen, tenzij het een allocatiepunt behorend bij een kleine aansluiting betreft;
  • b. de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid voor de allocatiepunten van derden aan te bieden als dienst;
  • c. energieprogramma’s in te dienen;
  • d. transactiepartij te zijn in energieprogramma’s.
3.

De in het tweede lid genoemde rechten zijn niet overdraagbaar.

4.

De balanceringsverantwoordelijke mag de in het tweede lid genoemde rechten uitoefenen met ingang van de dag die volgt op de dag waarop hij als zodanig in het balanceringsverantwoordelijkenregister is ingeschreven.

Artikel 10.3
1.

De transmissiesysteembeheerder beheert het balanceringsverantwoordelijkenregister, waarin de namen, adressen, telefoonnummers en e-mailadressen alsmede de gegevens ten behoeve van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in paragraaf 12.5, zijn vermeld van de in artikel 10.4, eerste lid, bedoelde balanceringsverantwoordelijken.

2.

De transmissiesysteembeheerder deelt aan de balanceringsverantwoordelijke de datum van zijn inschrijving in het balanceringsverantwoordelijkenregister mee.

3.

Een balanceringsverantwoordelijke heeft het recht het balanceringsverantwoordelijkenregister in te zien en hem betreffende onjuistheden daarin te doen corrigeren.

4.

Wijzigingen in het balanceringsverantwoordelijkenregister geeft de transmissiesysteembeheerder onverwijld door aan de andere systeembeheerders en balanceringsverantwoordelijken.

Artikel 10.4
1.

Tot het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid voor een allocatiepunt laat een systeembeheerder slechts natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen toe aan wie de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig artikel 10.2 een erkenning als balanceringsverantwoordelijke heeft verleend.

2.

Een aangeslotene die de balanceringsverantwoordelijkheid voor zijn allocatiepunt niet zelf uitoefent, draagt die balanceringsverantwoordelijkheid over aan een balanceringsverantwoordelijke.

3.

Een aangeslotene die de balanceringsverantwoordelijkheid voor zijn allocatiepunt niet zelf uitoefent, laat de beoogde balanceringsverantwoordelijke aan de systeembeheerder op wiens systeem hij is aangesloten overeenkomstig het proces uit paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas melden aan welke balanceringsverantwoordelijke hij zijn balanceringsverantwoordelijkheid heeft overgedragen.

4.

Een aangeslotene die het voornemen heeft zijn balanceringsverantwoordelijkheid over te dragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke dan de balanceringsverantwoordelijke die tot dan toe balanceringsverantwoordelijkheid voor hem heeft uitgeoefend, laat de beoogde balanceringsverantwoordelijke aan de systeembeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uit paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas melden aan welke balanceringsverantwoordelijke hij zijn balanceringsverantwoordelijkheid heeft overgedragen.

5.

In afwijking van het derde en vierde lid geldt dat in het geval een leverancier, daartoe gemachtigd, voor een aangeslotene balanceringsverantwoordelijkheid regelt, de leverancier de in het derde en het vierde lid bedoelde melding doet overeenkomstig de processen uit hoofdstuk 4 van de Informatiecode elektriciteit en gas.

6.

Een systeembeheerder doet overeenkomstig hoofdstuk 4 van de Informatiecode elektriciteit en gas aan de balanceringsverantwoordelijke die tot aan de in het vierde lid bedoelde overdracht de balanceringsverantwoordelijkheid van de aangeslotene uitoefent, onverwijld mededeling van het feit dat hem een kennisgeving als bedoeld in het vierde lid heeft bereikt en door hem is aanvaard.

Artikel 10.5
1.

Systeembeheerders dragen hun balanceringsverantwoordelijkheid voor de compensatie van systeemverliezen over aan een balanceringsverantwoordelijke.

2.

Met betrekking tot de balanceringsverantwoordelijkheid van een distributiesysteembeheerder voor de compensatie van systeemverliezen is het in artikel 10.4, derde tot en met zesde lid, bepaalde van toepassing, met dien verstande dat de in kennis te stellen systeembeheerder de systeembeheerder is van het systeem op een hoger spanningsniveau waaraan het systeem van de eerstgenoemde systeembeheerder is gekoppeld.

3.

Op de overdrachtspunten van systeemkoppelingen wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid.

4.

Op de aansluiting van een gesloten systeem op het systeem van een systeembeheerder wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid indien het een gesloten systeem betreft waarvan de beheerder gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer, bedoeld in paragraaf 12.5, ten behoeve van het faciliteren van derdentoegang.

Artikel 10.6
1.

Indien een balanceringsverantwoordelijke die door middel van een overeenkomst met een leverancier balanceringsverantwoordelijkheid draagt voor een allocatiepunt behorende bij een grote aansluiting die overeenkomst wenst te beëindigen, stelt hij de aangeslotene, de leverancier en de systeembeheerder die het aangaat tenminste twintig werkdagen voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk in kennis.

2.

De in het eerste lid bedoelde inkennisstelling van de aangeslotene met een grote aansluiting vindt plaats bij aangetekende brief en de in dat lid bedoelde termijn van twintig werkdagen vangt aan op het moment van ontvangst van deze aangetekende brief.

3.

De aangeslotene met een grote aansluiting laat de beoogde balanceringsverantwoordelijke of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig artikel 10.4, vijfde lid, tenminste vijf werkdagen voor de in het eerste lid bedoelde ingangsdatum aan de systeembeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uit paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas melden welke balanceringsverantwoordelijke vanaf die datum voor het allocatiepunt balanceringsverantwoordelijkheid draagt.

4.

Indien de aangeslotene met een grote aansluiting of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig artikel 10.4, vijfde lid, niet tijdig aan zijn in het derde lid bedoelde verplichting voldoet, treedt artikel 10.41 voor het betreffende allocatiepunt in werking. De systeembeheerder die het aangaat, verwittigt onverwijld de transmissiesysteembeheerder en de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel 10.7
1.

De aanvraag om een erkenning als balanceringsverantwoordelijke wordt schriftelijk en ondertekend door een bevoegd persoon ingediend bij de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig een door de transmissiesysteembeheerder uit te geven model waarmee de aanvrager zich, na het ontvangen van een erkenning, verbindt tot het naleven van de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden voor het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid.

2.

De transmissiesysteembeheerder beslist binnen dertig dagen na ontvangst van het aanvraagformulier of de aanvrager voor erkenning als balanceringsverantwoordelijke in aanmerking komt.

3.

Indien bij de aanvraag niet alle benodigde gegevens zijn verstrekt, wordt de in het tweede lid genoemde termijn opgeschort totdat is voldaan aan het verzoek van de transmissiesysteembeheerder om verstrekking van de ontbrekende gegevens.

4.

Onverminderd het overigens bij of krachtens de Energiewet bepaalde, wordt een erkenning verleend, nadat:

  • a. de transmissiesysteembeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om balanceringsverantwoordelijkheid te kunnen uitoefenen, en;
  • b. de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld overeenkomstig artikel 10.8.
5.

Wanneer een eerdere erkenning van de aanvrager is ingetrokken, willigt de transmissiesysteembeheerder de aanvraag niet in dan nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de redenen die tot intrekking van de eerdere erkenning hebben geleid niet meer aanwezig zijn en geen grond bestaat voor het vermoeden dat deze redenen zich opnieuw zullen voordoen.

6.

De transmissiesysteembeheerder publiceert de beslissing tot verlening van een erkenning als balanceringsverantwoordelijke zo spoedig mogelijk in de Staatscourant, waarbij de naam, het adres en de woonplaats van de balanceringsverantwoordelijke worden vermeld.

Artikel 10.8
1.

De financiële zekerheid, bedoeld in artikel 10.7, vierde lid, onderdeel b, wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie overeenkomstig een door de transmissiesysteembeheerder uit te geven model, al dan niet, naar keuze van de balanceringsverantwoordelijke, aangevuld met een bij de transmissiesysteembeheerder aangehouden deposito.

2.

De omvang van de door een balanceringsverantwoordelijke te stellen financiële zekerheid wordt afgeleid van:

  • a. het hoogste netto-transactievolume in MWh van die balanceringsverantwoordelijke met enige andere balanceringsverantwoordelijke voor alle uren gedurende één kalenderdag, en;
  • b. de totale transportcapaciteit van grote aansluitingen, waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt.
3.

De eerste maal is de omvang van de te stellen financiële zekerheid gebaseerd op het door de balanceringsverantwoordelijke verwachte hoogste netto-transactievolume als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, met een ondergrens van 50 MW.

4.

De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde omvang wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter 'A'.

5.

Indien wordt vastgesteld dat het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerheidstelling is gebaseerd meer dan incidenteel wordt overschreden, verhoogt de balanceringsverantwoordelijke de zekerheidstelling op eerste schriftelijke verzoek van de transmissiesysteembeheerder, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het hoogste netto-transactievolume dat in de zes voorafgaande weken gedurende één kalenderdag is vastgesteld.

6.

Indien wordt vastgesteld dat het daadwerkelijk hoogste netto-transactievolume op kalenderdagbasis structureel lager is dan het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerstelling is gebaseerd, verleent de transmissiesysteembeheerder op schriftelijk verzoek van de balanceringsverantwoordelijke toestemming tot verlaging van de zekerheidstelling, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het gemiddelde van de hoogste dagelijkse nettotransactievolumes in de zes voorafgaande weken, met een ondergrens van 50 MW.

7.

Indien een balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid voor grote aansluitingen draagt, heeft het in het vijfde en zesde lid bepaalde zowel betrekking op de transactievolumes van de balanceringsverantwoordelijke als op de transportcapaciteit van de aansluitingen waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt, terwijl bovendien geldt dat indien in enige maand de totale capaciteit van de aansluitingen waarvoor de balanceringsverantwoordelijkheid bestaat met meer dan 50 MW wordt uitgebreid, de balanceringsverantwoordelijke gehouden is daarvan onverwijld mededeling te doen aan de transmissiesysteembeheerder.

8.

De transportcapaciteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald aan de hand van de opgave door de andere systeembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder, waarbij de andere systeembeheerders per balanceringsverantwoordelijke eens per maand aangeven hoeveel aansluitingen vallen in de klasse:

  • a. 2–10 MW;
  • b. 11–25 MW;
  • c. 26–50 MW;
  • d. groter dan 50 MW, met vermelding van de capaciteit per aansluiting in deze klasse.
9.

Per balanceringsverantwoordelijke wordt voor de in het achtste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde klassen per klasse het aantal aansluitingen in die klasse vermenigvuldigd met de laagste capaciteit van die klasse.

10.

Voor de in het achtste lid, onderdeel d, genoemde klasse wordt uitgegaan van het totaal van de feitelijke capaciteit van de aansluitingen in die klasse.

11.

Het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde element voor de bepaling van de omvang van de door een balanceringsverantwoordelijke te stellen financiële zekerheid is gebaseerd op de overeenkomstig het achtste tot en met tiende lid bepaalde capaciteit voor die balanceringsverantwoordelijke, vermenigvuldigd met 24, met een ondergrens van 50 MW.

12.

Het in het elfde lid bedoelde product wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter ‘B’.

13.

Het bedrag waarvoor de balanceringsverantwoordelijke financiële zekerheid dient te stellen, bedraagt:

  • a. twee maal A indien dat groter is dan of gelijk aan B; of
  • b. A plus B indien twee maal A kleiner is dan B.
14.

In afwijking van het dertiende lid bedraagt de zekerstelling € 100.000 indien de balanceringsverantwoordelijke een benoemde elektriciteitsmarktbeheerder is, blijkend uit vermelding op de in artikel 4, tiende lid, van Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM) bedoelde lijst.

Artikel 10.9
1.

Een balanceringsverantwoordelijke oefent balanceringsverantwoordelijkheid uit voor de allocatiepunten waarvoor hij in het aansluitingenregister op enig moment als balanceringsverantwoordelijke is vermeld.

2.

Ten aanzien van de verplichting van een balanceringsverantwoordelijke om met betrekking tot een allocatiepunt balanceringsverantwoordelijkheid uit te oefenen, mag de transmissiesysteembeheerder afgaan op hetgeen in het aansluitingenregister omtrent de balanceringsverantwoordelijkheid voor dat allocatiepunt is vermeld, onverminderd het recht van die balanceringsverantwoordelijke op correctie van een onjuiste vermelding en onverminderd zijn aanspraak jegens de desbetreffende systeembeheerder tot vergoeding van de kosten die door een aan die systeembeheerder toe te rekenen onjuiste vermelding zijn veroorzaakt.

Artikel 10.10
1.

De erkenning van een balanceringsverantwoordelijke wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de transmissiesysteembeheerder hiertoe besluit overeenkomstig artikel 10.34, eerste en tweede lid, rekening houdend met een eventueel besluit tot opschorting overeenkomstig artikel 10.35, tweede lid, ongeacht of de betreffende balanceringsverantwoordelijke op die datum is uitgeschreven uit het balanceringsverantwoordelijkenregister en de intrekking van zijn erkenning is gepubliceerd, een en ander als bedoeld in het tweede en derde lid.

2.

Wanneer de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke is ingetrokken of de intrekking van de erkenning is opgeschort, stelt de transmissiesysteembeheerder de andere systeembeheerders en balanceringsverantwoordelijken daarvan onverwijld in kennis en verwerkt hij dit in het balanceringsverantwoordelijkenregister voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke.

3.

De transmissiesysteembeheerder publiceert de intrekking van een erkenning van een balanceringsverantwoordelijke zo spoedig mogelijk in de Staatscourant, onder vermelding van naam, adres en woonplaats van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon alsmede van de datum waarop de erkenning is ingetrokken en van de datum waarop de balanceringsverantwoordelijke uit het balanceringsverantwoordelijkenregister is uitgeschreven.

§ 10.3. Energieprogramma’s

Artikel 10.11
1.

Een balanceringsverantwoordelijke dient dagelijks vóór 09:00 uur of een door de gezamenlijke systeembeheerders in onderling overleg te bepalen ander tijdstip bij de transmissiesysteembeheerder een extern commercieel handelsprogramma voor de volgende dag in dat voortvloeit uit eerder verkregen toestemming van de transmissiesysteembeheerder voor importen, exporten en transits voor meer dan één dag.

2.

Uiterlijk twee uur en 15 minuten na het tijdstip waarop het in het eerste lid bedoelde extern commercieel handelsprogramma moet zijn ingediend, bericht de transmissiesysteembeheerder aan de balanceringsverantwoordelijke welke in het extern commercieel handelsprogramma opgenomen importen, exporten en transits hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de zoneoverschrijdende verbindingen voor de volgende dag heeft toegewezen en welke ruimte ten behoeve van de spotmarkt voor de volgende dag beschikbaar is op de zoneoverschrijdende verbindingen.

3.

Indien de toewijzing, bedoeld in het tweede lid, niet overeenstemt met het extern commercieel handelsprogramma, bedoeld in het eerste lid, dient de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder vóór 14:30 uur op dezelfde dag een bijgesteld extern commercieel handelsprogramma in.

4.

Indien het extern commercieel handelsprogramma of bijgesteld extern commercieel handelsprogramma voor de volgende dag niet vóór het in het eerste lid onderscheidenlijk het derde lid bedoelde tijdstip is ingediend, wijst de transmissiesysteembeheerder geen capaciteit op zoneoverschrijdende verbindingen ten behoeve van de in dat extern commercieel handelsprogramma opgenomen transporten toe.

Artikel 10.12
1.

Een balanceringsverantwoordelijke dient dagelijks vóór 14:30 uur bij de transmissiesysteembeheerder een energieprogramma in.

2.

Indien de transmissiesysteembeheerder op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen energieprogramma ontvangt van een balanceringsverantwoordelijke, hanteert de transmissiesysteembeheerder voor de betreffende balanceringsverantwoordelijke voor elke onbalansverrekeningsperiode van de volgende kalenderdag de waarde van 0 MWh in het interne commerciële handelsprogramma. De betreffende balanceringsverantwoordelijke wordt hiervan onverwijld geïnformeerd.

3.

De transmissiesysteembeheerder informeert de balanceringsverantwoordelijken tijdig over de situatie dat het day-aheadkoppelingsproces geen of niet tijdig resultaten oplevert alsmede over het tijdstip tot wanneer alsnog energieprogramma’s als bedoeld in het eerste lid kunnen worden ingediend, waarbij dit tijdstip niet later is dan 15:30 uur.

Artikel 10.13
1.

Voor zover in de in artikel 10.12 bedoelde energieprogramma’s andere externe commerciële handelsprogramma's zijn opgenomen dan de externe commerciële handelsprogramma's die overeenkomstig artikel 10.11 zijn toegewezen, bericht de transmissiesysteembeheerder uiterlijk een half uur na het in artikel 10.12 genoemde tijdstip welke van die externe commerciële handelsprogramma's hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de zoneoverschrijdende verbindingen, heeft toegewezen.

2.

In geval de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, niet overeenstemt met het in artikel 10.12 bedoelde energieprogramma, dient de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder vóór 16:00 uur een met betrekking tot het extern commercieel handelsprogramma bijgesteld energieprogramma in.

3.

Artikel 10.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde externe commerciële handelsprogramma's.

4.

Indien een toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in het eerste lid of in artikel 10.11, tweede lid, niet vóór 17:30 uur op dezelfde dag wordt bevestigd door de beheerder van dat deel van de desbetreffende interconnector of het desbetreffende interconnectorsysteem dat niet in Nederland is gelegen, vervalt de toewijzing.

5.

Zo spoedig mogelijk nadat de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijke die het aangaat heeft ingelicht dat zich het in het vierde lid bedoelde geval heeft voorgedaan, dient deze balanceringsverantwoordelijke een wijziging van het energieprogramma in waarin het vervallen van de toewijzing is verwerkt en waarbij artikel 10.14, vijfde lid, in acht is genomen.

Artikel 10.14
1.

De transmissiesysteembeheerder onthoudt zijn goedkeuring aan een energieprogramma, indien hetgeen in het extern commercieel handelsprogramma per onbalansverrekeningsperiode omtrent een zoneoverschrijdende energietransactie is vermeld niet strookt met hetgeen over diezelfde transactie is vermeld in het extern commercieel handelsprogramma overeen gekomen met de desbetreffende buitenlandse transmissiesysteembeheerder.

2.

De transmissiesysteembeheerder onthoudt voorts zijn goedkeuring aan een energieprogramma, indien dat programma, gelet op de bij de transmissiesysteembeheerder ingediende prognoses, de verwachting wettigt dat zich transportproblemen op de systeemkoppelingen met het transmissiesysteem zullen voordoen.

3.

Direct nadat hij van de transmissiesysteembeheerder bericht heeft ontvangen dat goedkeuring aan zijn energieprogramma is onthouden, dient de balanceringsverantwoordelijke een verbeterd energieprogramma in, dat opnieuw de goedkeuring van de transmissiesysteembeheerder behoeft.

4.

Een goedgekeurd energieprogramma gaat in op 0:00 uur van de dag waarop het betrekking heeft.

5.

Indien hetgeen in het intern commercieel handelsprogramma per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energietransactie is vermeld niet strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in het intern commercieel handelsprogramma van enige andere balanceringsverantwoordelijke, hanteert de transmissiesysteembeheerder voor beide balanceringsverantwoordelijken in de betreffende onbalansverrekeningsperiode 0 waardes. De transmissiesysteembeheerder informeert de betreffende balanceringsverantwoordelijke hierover onverwijld.

6.

In het in artikel 10.13, vijfde lid, bedoelde geval, of in geval van een aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma dient een balanceringsverantwoordelijke een wijziging op het energieprogramma in die zodanig is dat daardoor het evenwicht wordt hersteld dat door aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma verloren is gegaan.

7.

In de volgende gevallen leidt een door een balanceringsverantwoordelijke ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma, dan wel door conform de Regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone namens balanceringsverantwoordelijke ingediende wijziging van de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma, tot goedkeuring daarvan door de transmissiesysteembeheerder:

  • a. indien de wijziging een transactie met een andere balanceringsverantwoordelijke betreft: hetgeen in de ingediende wijziging per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energietransactie is vermeld, strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in een door enige andere balanceringsverantwoordelijke ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma;
  • b. indien de wijziging de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma betreft: de betreffende buitenlandse transmissiesysteembeheerder, bevestigt de wijziging.
8.

Wijzigingen op een goedgekeurd energieprogramma kunnen ingediend worden tot uiterlijk 10:00 uur op de dag die volgt op de dag waar het energieprogramma betrekking op heeft.

§ 10.4. Uitwisseling van meetgegevens in het kader van balancering

Artikel 10.15
1.

Een meetverantwoordelijke partij rapporteert, uiterlijk 20 werkdagen na het einde van de kalendermaand, aan de transmissiesysteembeheerder een maandelijks overzicht met daarin:

  • a. het aantal allocatiepunten van aansluitingen dat op enig moment in de desbetreffende maand een grote aansluiting, niet zijnde een aansluiting als bedoeld in artikel 1.3 van de Energiewet, is geweest;
  • c. de met het systeem uitgewisselde hoeveelheid energie, die is verwerkt in de maandelijkse berichten met meetgegevens;
  • d. voor aansluitingen waar een afwijking is geconstateerd:
  • 1°. het aantal aansluitingen;
  • 4°. het aantal allocatiepunten van aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan 1 MVA waarvoor aan de meetgegevens op grond van artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas in de dagelijkse berichten met meetgegevens een andere status is gegeven dan “gemeten en gevalideerd”;
2.

De transmissiesysteembeheerder publiceert maandelijks de gecumuleerde landelijke gegevens zoals deze op basis van het eerste lid gerapporteerd zijn.

3.

Voor de in het eerste lid beschreven rapportage gebruikt de meetverantwoordelijke partij het format dat door de transmissiesysteembeheerder, na overleg met de meetverantwoordelijke partij, is verstrekt.

Artikel 10.16
1.

De door de systeembeheerder, op basis van artikel 10.25, derde lid, van een balanceringsverantwoordelijke ontvangen verzoeken tot aanpassing van de hem eerder op basis van artikel 10.18, tweede lid, en 10.19, vierde lid, toegezonden meetgegevens zullen door de systeembeheerder worden afgehandeld binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoek tot aanpassing.

2.

Verzoeken op basis van artikel 10.25, derde lid, neemt de systeembeheerder aan wie het verzoek is gericht niet in behandeling wanneer meer dan vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop hij overeenkomstig artikel 10.18, tweede lid, of 10.19, vierde lid, de meetgegevens aan die balanceringsverantwoordelijke heeft verzonden, tenzij de balanceringsverantwoordelijke de fout waarvan hij correctie verzoekt redelijkerwijs niet binnen die termijn heeft kunnen opmerken.

3.

De systeembeheerder beoordeelt het verzoek tot aanpassing en beantwoordt dit met een acceptatie of afwijzing met reden.

Artikel 10.17
1.

De systeembeheerder deelt ten behoeve van het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid de allocatiepunten van aansluitingen op het door hem beheerde systeem in profielcategorieën in overeenkomstig bijlage 11.

2.

De systeembeheerder hanteert voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor de profielcategorie E4A de overeenkomstig bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas vastgestelde profielen en voor de overige profielcategorieën de overeenkomstig bijlage 12 bepaalde profielen.

3.

De systeembeheerder gaat voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid uit van de meetgegevens:

  • b. die hij uitleest uit meetinrichtingen in allocatiepunten van kleine aansluitingen waarvan de allocatiemethode de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft; en
  • c. geregistreerd door de meetinrichtingen in de overdrachtspunten van de systeemkoppelingen.
4.

Indien de meetinrichting, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, nog niet is uitgelezen, de uitgelezen meterstanden niet volledig aaneengesloten zijn of de waarde van het verschil tussen aaneengesloten meterstanden niet valide is, gaat de systeembeheerder voor deze meterstanden, in afwijking van het derde lid, uit van de gegevens die hij overeenkomstig bijlage 13 bepaalt. Meterstanden zijn niet valide indien het verschil tussen opeenvolgende uitgelezen meterstanden van een energierichting kleiner of groter is dan wat technisch mogelijk is.

5.

In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de systeembeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen met een kleine aansluiting waarvan de allocatiemethode van de aansluiting “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstig bijlage 14 bepaalt.

6.

In aanvulling op het vijfde lid gaat de systeembeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen die beschikken over een aansluiting die op grond van artikel 2.46 van de Energiewet niet voorzien is van een meetinrichting, uit van:

  • a. het belastingprofiel dat overeenkomstig de systematiek beschreven in bijlage 15 is vastgesteld; of
  • b. de gegevens die hij overeenkomstig bijlage 14 bepaalt indien aan de aansluiting om historische redenen een profielcategorie is toegekend.
7.

De systeembeheerder bepaalt per systeemgebied, per onbalansverrekeningsperiode het restantvolume door het saldo te bepalen van de uitwisseling van het systeemgebied met andere systemen bedoeld in het derde lid, onderdeel c, de gemeten volumes bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, de gegevens bedoeld in het vierde en vijfde lid en de systeemverliezen.

8.

De systeembeheerder bepaalt per systeemgebied de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde allocatiepunten van aansluitingen overeenkomstig bijlage 16 en voor systeemverliezen overeenkomstig bijlage 17.

9.

De transmissiesysteembeheerder en de andere systeembeheerders leggen de in het derde lid tot en met het achtste lid bedoelde meetgegevens met betrekking tot de allocatiepunten van aansluitingen op hun systemen per onbalansverrekeningsperiode, per balanceringsverantwoordelijke, per leverancier en, ingeval van profielallocatie, per profielcategorie vast in dagrapporten.

10.

De systeembeheerder stelt voor de aansluitingen, bedoeld in het negende lid, de allocatiemethode vast op:

  • a. “telemetrie” voor grote aansluitingen indien de meetinrichting van de aansluiting voldoet aan de eisen van paragraaf 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit of de meetgegevens worden bepaald op basis van het zesde lid, onder a, van dit artikel;
  • b. “profielallocatie” voor grote aansluitingen indien een meetinrichting van de aansluiting alleen voldoet aan paragraaf 4.3.4 van de Meetcode elektriciteit;
  • c. “slimme-meter-allocatie” voor kleine aansluitingen indien deze is voorzien van een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit wordt gebruikt;
  • d. “profielallocatie” voor kleine aansluitingen indien deze is voorzien van een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit niet wordt gebruikt of de meetgegevens zijn bepaald op basis van het zesde lid, onder b van dit artikel;
11.

De systeembeheerder verzamelt op basis van de in het derdetot en met het achtste lid bedoelde gegevens ten behoeve van iedere balanceringsverantwoordelijke de hoeveelheid met zijn systeem uitgewisselde energie per systeemgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode:

  • a. voor de allocatiepunten waarvoor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde “telemetrie” heeft: per allocatiepunt;
  • b. voor de allocatiepunten waarvoor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde “telemetrie” heeft: per leverancier;
  • c. voor de allocatiepunten waarvoor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde “profielallocatie” heeft: per profielcategorie en per leverancier;
  • d. voor de allocatiepunten waarvoor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van het allocatiepunt de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft: per leverancier en per herkomstindicatie.
12.

De systeembeheerder vermeldt bij de verstrekking van de in het tiende lid bedoelde meetgegevens of deze een voorlopig karakter hebben. In dat geval worden de definitieve meetgegevens overeenkomstig artikel 10.20 verwerkt.

Artikel 10.18
1.

De systeembeheerder stuurt de op grond van artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling, verzamelde meetgegevens inzake alle allocatiepunten op zijn systeem aan de transmissiesysteembeheerder voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

2.

De systeembeheerder stuurt de op grond van artikel 10.17, elfde lid, verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

3.

De systeembeheerder die allocatiepunten in een congestiegebied beheert, stuurt aan de transmissiesysteembeheerder voor iedere CG-aangeslotene in dat gebied de hoeveelheid op de desbetreffende allocatiepunten met het systeem uitgewisselde energie per onbalansverrekeningsperiode voor 16:00 uur van de eerste werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

4.

De systeembeheerder die allocatiepunten in een congestiegebied beheert, stuurt aan iedere CG-aangeslotene de hoeveelheid op zijn allocatiepunten met het systeem uitgewisselde energie per onbalansverrekeningsperiode voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

Artikel 10.19
1.

De systeembeheerder vervangt indien van toepassing voor de desbetreffende allocatiepunten de op basis van artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas van de meetverantwoordelijke partij ontvangen meetgegevens door de herziene meetgegevens die hem op basis van artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas door de desbetreffende meetverantwoordelijke partij voor 10:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag zijn toegestuurd.

2.

De systeembeheerder voert opnieuw de in artikel 10.17, elfde lid, en artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling, beschreven acties uit.

3.

De systeembeheerder stuurt de op grond van het tweede lid opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn allocatiepunten aan de transmissiesysteembeheerder voor 16:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

4.

De systeembeheerder stuurt de op grond van het tweede lid opnieuw verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken voor 16:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

Artikel 10.20
1.

De systeembeheerder voert de in artikel 10.17, elfde lid, en artikel 3.17, tweede en derde lid, van de Energieregeling, beschreven acties uit op de op grond van artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas van de meetverantwoordelijke partijen ontvangen definitieve meetgegevens.

2.

De systeembeheerder stuurt de op grond van het eerste lid opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn allocatiepunten aan de transmissiesysteembeheerder onverwijld doch uiterlijk voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

3.

De systeembeheerder stuurt de op grond van het eerste lid opnieuw verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van de desbetreffende kalenderdag.

4.

Indien de systeembeheerder tussen 12:00 en 16:00 uur van de tiende werkdag na de dag van collectie van de meetgegevens van de balanceringsverantwoordelijken een verzoek zoals bedoeld in artikel 10.25, vijfde lid, heeft ontvangen, zal de systeembeheerder zo mogelijk en nodig de op grond van artikel 10.17, elfde lid, en artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling, verzamelde meetgegevens aanpassen. Vervolgens worden deze meetgegevens als definitieve meetgegevens diezelfde dag voor 24:00 uur verzonden aan de transmissiesysteembeheerder en aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke.

Artikel 10.21
1.

De systeembeheerder geeft dagelijks aan de transmissiesysteembeheerder per deelsysteem de som van alle via dat systeem uitgewisselde energie door.

2.

De systeembeheerder geeft dagelijks aan systeembeheerders van met zijn systeem gekoppelde systemen per overdrachtspunt tussen de desbetreffende systemen per meetperiode de op die overdrachtspunten uitgewisselde energie door.

3.

Voor zover overeengekomen, geeft een systeembeheerder aan systeembeheerders van met zijn systeem gekoppelde systemen per overdrachtspunt tussen de desbetreffende systemen per meetperiode de op die overdrachtspunten uitgewisselde blindenergie door.

4.

De systeembeheerder geeft aan systeembeheerders van met zijn systeem gekoppelde systemen de meetgegevens ten behoeve van de verrekening van de transportdiensten door.

Artikel 10.22
1.

Iedere werkdag publiceert de transmissiesysteembeheerder op zijn website per onbalansverrekeningsperiode de som van de door aangeslotenen met een installatie met een maximumcapaciteit van 10 MW of meer op het systeem ingevoede elektriciteit, vermeerderd met de som van de uitgewisselde energie op de interconnectorsystemen voor elektriciteit. Publicatie vindt plaats op de werkdag volgend op de daadwerkelijke meting.

2.

Iedere werkdag geven de systeembeheerders ten behoeve van de publicatie op grond van het eerste lid de meetgegevens per aangeslotene met een installatie met een maximumcapaciteit van 10 MW of meer per onbalansverrekeningsperiode door aan de transmissiesysteembeheerder.

3.

Artikel 10.17, elfde lid, en artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling, zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op het tweede lid.

4.

De transmissiesysteembeheerder geeft bij de op grond van het eerste lid gepubliceerde gegevens aan wat de sommatie is van de geprogrammeerde importen en exporten.

5.

Binnen elf werkdagen na de eerste publicatie maakt de transmissiesysteembeheerder de in het eerste en vierde lid genoemde data definitief.

Artikel 10.23
1.

Op basis van de volgens artikel 3.17, tweede en derde, lid van de Energieregeling, ontvangen gegevens vergelijkt de transmissiesysteembeheerder de som van de invoedingen in elk deelsysteem waarvan het spanningsniveau gelijk is aan of hoger is dan 110 kV, met de som van het verbruik in dat deelsysteem. Bij een geconstateerde afwijking groter dan 1000 kWh per dag wordt een melding gemaakt naar de desbetreffende systeembeheerder en wordt deze systeembeheerder verzocht de gegevens te corrigeren.

2.

Elk kwartaal zal de transmissiesysteembeheerder de overige systeembeheerders berichten over de trends in de restantvolumecorrectiefactoren die de transmissiesysteembeheerder op grond van artikel 10.17 ontvangt.

Artikel 10.24
1.

Iedere werkdag stelt de transmissiesysteembeheerder per balanceringsverantwoordelijke een overzicht samen van diens prestaties met betrekking tot de direct voorafgaande kalenderdag. Dit overzicht bevat per kalenderdag de volgende gegevens:

  • a. het door de balanceringsverantwoordelijke bij de transmissiesysteembeheerder ingediende en door hem goedgekeurde energieprogramma, met inbegrip van eventuele goedgekeurde wijzigingen daarvan;
  • b. de door de transmissiesysteembeheerder op basis van artikel 10.18, eerste lid, van systeembeheerders ontvangen meetgegevens;
  • c. de onbalans en onbalansaanpassing;
  • d. de in artikel 10.29 bedoelde onbalansprijs voor elke onbalansverrekeningsperiode;
  • e. het totaalbedrag ter zake van de onbalans.
2.

De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 17:00 uur van de eerste werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft.

3.

De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 17:00 uur van de vijfde werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “artikel 10.19, derde lid” in plaats van “artikel 10.18, eerste lid” gelezen te worden.

4.

De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht, aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke voor 15:00 uur van de tiende werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “artikel 10.20, derde lid” in plaats van “artikel 10.18, eerste lid” gelezen te worden.

5.

De transmissiesysteembeheerder stuurt, indien van toepassing, direct na de op basis van artikel 10.21, derde lid, van een systeembeheerder ontvangen meetgegevens van een bepaalde kalenderdag, het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht onverwijld aan de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, “artikel 10.20, vierde lid” in plaats van “artikel 10.18, eerste lid” gelezen te worden.

6.

Wanneer de in het eerste lid bedoelde werkdag volgt op een weekeinde of een algemeen erkende feestdag, betreft de in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking dat weekeinde dan wel die feestdag of -dagen en de kalenderdag dat daaraan is voorafgegaan.

7.

Bij de vaststelling van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde onbalansaanpassing houdt de transmissiesysteembeheerder rekening met de hoeveelheid energie die meer of minder is geleverd ingeval het gaat om:

  • a. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een balanceringsdienstverlener actief is met wie de transmissiesysteembeheerder een overeenkomst met betrekking tot de terbeschikkingstelling van automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen of het MARI-product heeft gesloten en het meer of minder leveren heeft plaatsgevonden onder die overeenkomst;
  • b. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een congestiedienstverlener actief is waarvan een redispatchproduct wordt afgeroepen als bedoeld in bijlage 7, waarbij de afroep in overeenstemming met bijlage 7, vierde lid, onderdeel b, niet genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke;
  • c. de balanceringsverantwoordelijkheid voor het allocatiepunt of de allocatiepunten van een significante systeemgebruiker, wanneer deze eenduidig te bepalen is naar aanleiding van een maatregel vanuit het systeembeschermings- en herstelplan die leidt tot aanpassing van invoeding of afname van werkzaam vermogen;
  • d. de balanceringsverantwoordelijkheid voor het allocatiepunt of de allocatiepunten waarop niet-marktgebaseerde redispatch wordt afgeroepen als bedoeld in paragraaf 9.2.2, waarbij de afroep niet genomineerd wordt als handel met een specifieke balanceringsverantwoordelijke.
Artikel 10.25
1.

De balanceringsverantwoordelijke kan bij controle op grond van het tweede en vijfde lid gebruik maken van de gegevens die hij ingevolge artikel 10.24, tweede tot en met vijfde lid, van de transmissiesysteembeheerder heeft ontvangen.

2.

De balanceringsverantwoordelijke controleert voor de meetgegevens per allocatiepunt die hij op grond van artikel 10.18, tweede lid, en 10.19, vierde lid, van de systeembeheerders ontvangen heeft of de systeembeheerder de volumes heeft toegerekend overeenkomstig de gegevens in zijn aansluitingenregister.

3.

Indien uit de controle in het tweede lid blijkt dat deze niet voldoet, dient de balanceringsverantwoordelijke een herzieningsverzoek in bij de desbetreffende systeembeheerder. Daarbij wordt aangegeven om welk van de volgende redenen de meetgegevens zijn afgekeurd.

  • a. de meetgegevens werden verwacht, maar zijn niet ontvangen;
  • b. de meetwaarden zijn ontvangen maar werden niet verwacht.
4.

De balanceringsverantwoordelijke kan tot 16:00 uur van de dag waarop hij op grond van artikel 10.20, derde lid, meetgegevens heeft ontvangen bij de desbetreffende systeembeheerder reclameren over deze meetgegevens.

§ 10.5. Reconciliatie

Artikel 10.26

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)