Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666113, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over het elektriciteitssysteem (Systeemcode elektriciteit 2026)
Alle balanceringsdienstverleners kunnen tot aan de gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie, zijnde vijfentwintig minuten voorafgaand aan de onbalansverrekeningsperiode, voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode biedingen balanceringsenergie indienen, alsook de omvang en de prijs van een ingediende bieding aanpassen en eerder ingediende biedingen intrekken.
Biedingen balanceringsenergie kunnen niet voorafgaand aan de gate-sluitingstijd voor balanceringsenergie worden ingezet.
Alle balanceringsdienstverleners dienen biedingen balanceringsenergie in conform door de transmissiesysteembeheerder vast te stellen procedures en specificaties.
De transmissiesysteembeheerder stelt de balanceringsdienstverlener op de hoogte van ontvangst van de bieding.
De transmissiesysteembeheerder informeert een balanceringsverantwoordelijke over de opname van een allocatiepunt, waarover hij balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent, in een portfolio waarmee een balanceringsdienstverlener een bieding balanceringsenergie kan indienen.
Artikel 10.45
De transmissiesysteembeheerder activeert en deactiveert biedingen voor automatische frequentieherstelreserves automatisch om de frequentieherstelregelfout binnen de frequentiehersteltijd tot nul te regelen en om de geactiveerde frequentiebegrenzingsreserves progressief te vervangen.
De transmissiesysteembeheerder activeert biedingen voor noodvermogen om geactiveerde biedingen automatische frequentieherstelreserves beschikbaar te maken in het geval dat de inzet van het aanbod van biedingen automatische frequentieherstelreserves verzadigd raakt.
De transmissiesysteembeheerder activeert biedingen voor het MARI-product:
- a. om te voldoen aan een activeringsverzoek afkomstig van het MARI-platform; of
- b. in niet-normale systeemtoestand bij verzadiging van het aanbod van biedingen noodvermogen en automatische frequentieherstelreserves.
De transmissiesysteembeheerder activeert een bieding balanceringsenergie door een vermogensrichtwaarde uit te sturen aan een balanceringsdienstverlener. Hierdoor is de transmissiesysteembeheerder gehouden tot:
- a. het bepalen van het volume dat de balanceringsdienstverlener gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode levert;
- b. het verrekenen van het in onderdeel a bedoelde volume met de balanceringsdienstverlener;
- c. het aanpassen van de onbalans van de relevante balanceringsverantwoordelijken voor de geactiveerde allocatiepunt(en) met de onbalansaanpassing, bedoeld in artikel 10.24, zevende lid, onderdeel a, bestaande uit de som van alle aan hem toegerekende volumes bepaald op grond van het zesde lid.
De transmissiesysteembeheerder stelt de balanceringsdienstverlener en de bij de balanceringsenergiebieding aangewezen balanceringsverantwoordelijken op de hoogte van activering van de bieding.
Om het volume aan balanceringsenergie dat met de balanceringsdienstverlener moet worden verrekend te bepalen, stelt de transmissiesysteembeheerder per balanceringsdienstverlener vast hoeveel balanceringsenergie per onbalansverrekeningsperiode per richting is geactiveerd. Daartoe berekent hij de volgende volumes afzonderlijk:
- a. voor een bieding automatische frequentieherstelreserves: de som van de vermogensrichtwaardes die de balanceringsdienstverlener aan zijn gecontracteerde aansluiting(en) per onbalansverrekeningsperiode heeft toegekend;
- b. [vervallen]
- c. voor een bieding noodvermogen:
- 1°. bij deactivering na of bij het bereiken van de volledige activeringstijd, de hoeveelheid energie [kWh] die overeenkomt met de levering van het volledige gevraagde vermogen gedurende de tijd tussen de start van de afroep en de start van de deactivering, waarbij de energie als blok wordt toegekend aan de betreffende onbalansverrekeningsperiodes, beginnend op het moment halverwege de volledige activeringstijd;
- 2°. bij deactivering voorafgaand aan het bereiken van de volledige activeringstijd, de hoeveelheid energie [kWh] die overeenkomt met de levering van het deel van het vermogen dat bij lineaire activering bereikt zou zijn op het moment van deactivering gedurende de tijd tussen de start van de afroep en de start van de deactivering, waarbij de energie als blok wordt toegekend aan de betreffende onbalansverrekeningsperiodes, beginnend op het moment halverwege de tijd tussen de start van de afroep en de start van de deactivering;
- d. voor het MARI-product bij geplande activering: de hoeveelheid energie [kWh] die overeenkomt met de levering van het gevraagde vermogen gedurende vijftien minuten in de geldigheidsperiode van de bieding;
- e. voor het MARI-product bij directe activering: de hoeveelheid energie [kWh] die overeenkomt met de levering van het gevraagde vermogen gedurende vijftien minuten in de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding, en de hoeveelheid energie [kWh] die overeenkomt met het gevraagde vermogen gedurende een periode die loopt van het begin van de op- en afregelperiode tot vijf minuten voor het eind van de geldigheidsperiode van de bieding.
De transmissiesysteembeheerder verrekent het per balanceringsdienstverlener bepaalde volume aan balanceringsenergie per onbalansverrekeningsperiode per richting:
- a. voor opregelen met de prijs voor opregelen voor automatische frequentieherstelreserves of noodvermogen of inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel b;
- b. voor afregelen met de prijs voor afregelen voor automatische frequentieherstelreserves, noodvermogen of inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel b;
- c. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij geplande activering met de prijs afkomstig van het MARI-platform;
- d. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij directe activering, voor de volumes toegekend aan de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het Europese platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit mFRR;
- e. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij directe activering voor opregelen, voor de volumes toegekend aan de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het MARI-platform of, als deze beschikbaar en hoger is, met de biedprijs van de technisch gelinkte bieding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode;
- f. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij directe activering, voor afregelen, voor de volumes toegekend aan de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het MARI-platform of, als deze beschikbaar en lager is, met de biedprijs van de technisch gelinkte bieding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode.
Indien er voor een onbalansverrekeningsperiode geen prijs voor opregelen of prijs voor afregelen is vastgesteld, verrekent de transmissiesysteembeheerder het per balanceringsdienstverlener bepaalde volume in die onbalansverrekeningsperiode met de prijs voor opregelen, respectievelijk de prijs van afregelen vastgesteld voor de voorgaande onbalansverrekeningsperiode.
Bij deactivering van balanceringsenergie noodvermogen voorafgaand aan het bereiken van de volledige activeringstijd stelt de transmissiesysteembeheerder een compensatievolume, uitgedrukt in kWh, vast als het verschil tussen:
- a. een volume gelijk aan dat van levering van het gevraagde vermogen bij een leveringsperiode van 0 minuten, overeenkomend met 15 minuten maal het gevraagde vermogen, voor zover het gevraagde vermogen wordt geleverd door reserveleverende eenheden die de volledige activeringstijd bij deactivering niet hebben bereikt; en
- b. het volume als bepaald op basis van het zesde lid, onderdeel c, subonderdeel 2°.
De transmissiesysteembeheerder betrekt bij de bepaling van de in het zesde lid, onderdeel c, subonderdeel 2°, en het negende lid bedoelde volumes uitsluitend reserveleverende eenheden die bij deactivering op basis van de duur van de levering behorende bij een of meerdere opeenvolgende biedingen de volledige activeringstijd niet hebben bereikt.
Artikel 10.46
De prijs voor opregelen voor een bepaalde onbalansverrekeningsperiode is gelijk aan het maximum van de volgende onderdelen:
- a. de hoogste biedprijs van de geactiveerde biedingen in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor opregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode;
- b. [gereserveerd];
- c. de hoogste biedprijs van de ingezette noodvermogenbiedingen voor opregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode;
- d. de hoogste biedprijs van de ingezette biedingen in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor opregelen, in geval van inzet noodvermogen, aan het begin van de activeringsperiode van noodvermogen; en
De prijs voor afregelen voor een bepaalde onbalansverrekeningsperiode is gelijk aan het minimum van de volgende onderdelen:
- a. de laagste biedprijs van de ingezette biedingen in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor afregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode;
- b. [gereserveerd];
- c. de laagste biedprijs van de ingezette noodvermogenbiedingen voor afregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode;
- d. de laagste biedprijs van de ingezette biedingen in de vorm van automatische frequentieherstelreserves voor afregelen, in geval van inzet noodvermogen, aan het begin van de activeringsperiode van noodvermogen; en
Het volume bepaald overeenkomstig artikel 10.45, negende lid, wordt verrekend met de balanceringsdienstverlener tegen de prijs van de betreffende bieding.
Artikel 10.47
Iedere dag stelt de transmissiesysteembeheerder per balanceringsdienstverlener een overzicht samen van diens geactiveerde biedingen met betrekking tot de direct voorafgaande kalenderdag. Dit overzicht bevat per onbalansverrekeningsperiode de volgende gegevens:
- a. de bedrijfs EAN-code van de aangewezen balanceringsverantwoordelijken;
- b. het bepaalde volume aan balanceringsenergie, en in geval van activering van het MARI-product uitgesplitst volgens artikel 10.45, derde lid, onderdelen a en b;
- c. de prijs voor opregelen;
- d. de prijs voor afregelen;
- e. indien van toepassing de prijs of de prijzen voor het geactiveerde MARI-product overeenkomstig artikel 10.45, zevende lid, onderdelen c tot en met f;
- f. het te verrekenen bedrag.
De transmissiesysteembeheerder stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende balanceringsdienstverlener voor 17:00 uur van de eerste werkdag na de kalenderdag waarop dat overzicht betrekking heeft.
De transmissiesysteembeheerder stuurt binnen 21 dagen na afloop van iedere maand een factuur aan de desbetreffende balanceringsdienstverlener voor diens geactiveerde biedingen balanceringsenergie van de voorafgaande maand. Deze factuur kan zowel voor een positief als een negatief bedrag zijn, en bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. bedrijfsnaam balanceringsdienstverlener;
- b. datum waarop de bieding is geactiveerd;
- c. de bepaalde volumes aan balanceringsenergie per richting per onbalansverrekeningsperiode;
- d. het totaalbedrag.
De transmissiesysteembeheerder betaalt, in het geval van een positief bedrag, het in het derde lid, onderdeel d, genoemde totaalbedrag aan de balanceringsdienstverlener binnen twee weken na ontvangst van de factuur.
Artikel 10.48
De transmissiesysteembeheerder stelt per onbalansverrekeningsperiode per product voor respectievelijk automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen een lijst op met biedingen balanceringsenergie gerangschikt in volgorde van hun biedprijzen en publiceert, vanaf het moment dat hij zijn goedkeuring heeft verleend aan alle energieprogramma's voor de volgende dag, op deze basis, voor elke onbalansverrekeningsperiode van de volgende dag, de betreffende biedladder tussen 0 MW en activering van alle biedingen in stappen van 10 MW.
De transmissiesysteembeheerder herziet de in het eerste lid genoemde lijst iedere onbalansverrekeningsperiode.
De transmissiesysteembeheerder publiceert momentopnames van de balans-delta in de balans-delta publicatie op zijn website en neemt hierin informatie mee over uitwisselingen via de Europese platforms ter uitwisseling van balanceringsenergie uit automatische frequentieherstelreserves en onbalansnetting en de prijs behorende bij de afgeroepen energiebiedingen automatische frequentieherstelreserves en noodvermogen.
De transmissiesysteembeheerder stelt per onbalansverrekeningsperiode voor het MARI-product de informatie over de betreffende balanceringsenergiebiedingen binnen 30 minuten na afloop van de onbalansverrekeningsperiode beschikbaar via het Europese transparantieplat-form, overeenkomstig artikel 12, derde lid, onderdelen b, c en e, van Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB). De transmissiesysteembeheerder start met het beschikbaar stellen van de informatie over de betreffende balan-ceringsenergiebiedingen vanaf het eerste moment waarop minimaal drie balanceringsdienstverleners geprekwalificeerd zijn voor het MARI-product.
De transmissiesysteembeheerder publiceert voorafgaand aan de onbalansverrekeningsperiode informatie over het verloop van de schaarstecomponent alsook informatie over het effect van de schaarstecomponent op de prijs van balanceringsenergie en op de onbalansprijs als onderdeel van de balans-deltapublicatie.
Artikel 10.49
De transmissiesysteembeheerder kan de prekwalificatie van een balanceringsdienstverlener voor de levering van een bepaald balanceringsproduct intrekken, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen, bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), indien:
- a. de balanceringsdienstverlener het desbetreffende balanceringsproduct niet volgens specificatie levert en overleg hieromtrent tussen de transmissiesysteembeheerder en de balanceringsdienstverlener niet binnen drie maanden na de eerste melding van transmissiesysteembeheerder van de foutieve levering tot verbetering bij de balanceringsdienstverlener leidt, zodat het desbetreffende product alsnog overeenkomstig de specificatie wordt geleverd;
- b. de balanceringsdienstverlener op grond van artikel 12.32, tweede lid, voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct de toegang geweigerd is tot het centrale communicatiesysteem als bedoeld in artikel 12.31, eerste lid; of
- c. de balanceringsdienstverlener niet meer beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct overeenkomstig de van toepassing zijnde productspecificaties die met succes het prekwalificatieproces, bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) hebben doorlopen en er binnen zes maanden na deze constatering geen nieuwe reserveleverende eenheid of reserveleverende groep ter prekwalificatie wordt aangeboden.
De prekwalificatie van een balanceringsdienstverlener voor de levering van een bepaald balanceringsproduct wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de transmissiesysteembeheerder hiertoe overeenkomstig het eerste lid besluit.
Wanneer de prekwalificatie van een balanceringsdienstverlener voor de levering van een bepaald balanceringsproduct is ingetrokken, schrijft de transmissiesysteembeheerder de desbetreffende balanceringsdienstverlener onverwijld uit het balanceringsdienstverlenersregister uit voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct.
Artikel 10.50
De transmissiesysteembeheerder kan de erkenning van een balanceringsdienstverlener intrekken indien:
- a. de balanceringsdienstverlener niet meer over een prekwalificatie voor de levering van één of meer balanceringsproducten beschikt; of
- b. de transmissiesysteembeheerder voorziet dat een balanceringsdienstverlener niet langer in staat zal zijn, zijn financiële verplichtingen na te komen of voor een balanceringsdienstverlener de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken, surséance van betaling is verleend, respectievelijk faillissement is uitgesproken.
Indien de transmissiesysteembeheerder de erkenning van een balanceringsdienstverlener intrekt, trekt hij tevens alle prekwalificaties voor de levering van balanceringsproducten van de desbetreffende balanceringsdienstverlener in, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen, bedoeld in artikel 155 of 159 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO).
Wanneer de erkenning van een balanceringsdienstverlener is ingetrokken, verwijdert de transmissiesysteembeheerder de desbetreffende balanceringsdienstverlener onverwijld uit het balanceringsdienstverlenersregister.
Hoofdstuk 11. Voorwaarden voor buitenlandtransporten
Artikel 11.1
De transmissiesysteembeheerder maakt ten hoogste één dag voor de dag waarop de day-aheadcapaciteit wordt bekendgemaakt opnieuw een zo nauwkeurig mogelijke op basis van artikel 11.4 berekende waarde voor de veilig beschikbare landgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbindingen Eemshaven-Noorwegen en Eemshaven-Denemarken voor de betreffende dag van transport op uurbasis openbaar.
Artikel 11.2
Bij het toewijzen van de beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit op de verbindingen met Duitsland, België en Denemarken worden de volgende categorieën transporten onderscheiden:
- a. jaartransporten, als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA);
- b. maandtransporten, als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA);
- c. day-aheadtransporten, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a van Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM);
- d. intradaytransporten, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b van Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM).
Bij de toewijzing van de in het eerste lid, onderdeel a en b, genoemde categorieën transporten worden voor de verbindingen met Duitsland, en België de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- a. 1300 MW komt ter beschikking van de jaartransporten;
- b. tenminste 400 MW en ten hoogste 850 MW komt ter beschikking van maandtransporten.
De veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit op de verbinding Eemshaven-Noorwegen komt volledig ten goede aan day-aheadtransporten,. De zoneoverschrijdende capaciteit die hiervoor niet wordt gebruikt, komt ter beschikking van de intradaytransporten.
Bij de toewijzing van de in het eerste lid genoemde categorieën transporten worden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- a. de jaar- en maandtransporten worden aangeboden in de vorm van financiële transmissierechten – opties als bedoeld in artikel 33 van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA);
- b. de in onderdeel a bedoelde jaar- en maandtransporten worden geveild in overeenstemming met de methodologie, bedoeld in artikel 51, en het platform, bedoeld in artikel 49, van Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA);
- c. voor de in onderdeel a bedoelde jaar- en maandtransporten is een compensatiemaximum van toepassing in overeenstemming met artikel 59, derde lid, van de in onderdeel c genoemde methodologie;
- d. een voorstel voor de beschikbare capaciteit voor jaar- en maandtransporten voor de verbinding met Denemarken wordt jaarlijks door de transmissiesysteembeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt ter goedkeuring voorgelegd;
- e. de veilig beschikbare fysieke zoneoverschrijdende capaciteit op de verbinding komt volledig ten goede aan day-aheadtransporten, met een looptijd van ten minste één klokuur en maximaal één kalenderdag;
- f. de zoneoverschrijdende capaciteit die niet wordt gebruikt voor day-aheadtransporten, komt ter beschikking van de intradaytransporten.
De transmissiesysteembeheerder verdeelt de in het tweede lid genoemde capaciteit over de zoneoverschrijdende verbindingen waarbij hij onderscheid maakt tussen:
- a. de capaciteit van de verbindingen Meeden-Duitsland, Hengelo-Duitsland, Doetinchem-Duitsland en Maasbracht-Duitsland, en
- b. de capaciteit van de verbindingen Borssele-België, Geertruidenberg-België en Maasbracht-België.
Artikel 11.3
Indien er onvoorziene fysieke congestie optreedt waardoor de veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit vermindert, handelt de transmissiesysteembeheerder als volgt:
- a. De zoneoverschrijdende capaciteit voor intradaytransport kan op elk moment van de dag worden verminderd tot 0 MW, indien deze capaciteit niet is verdeeld aan marktpartijen.
- b. De zoneoverschrijdende capaciteit voor day-aheadtransport kan tot het moment van publicatie van die capaciteit en uiterlijk 11:00 uur op de dag voorafgaand aan het transport verminderd worden tot 0 MW.
- c. Indien de zoneoverschrijdende capaciteit voor day-aheadtransport na het moment van publicatie van die capaciteit en uiterlijk om 11:00 uur op de dag voorafgaand aan het transport verminderd dient te worden, voorziet de transmissiesysteembeheerder in vervangend vermogen, zodat de beschikbaarheid van de importcapaciteit voor zover gerelateerd aan impliciete toewijzing, is gegarandeerd.
Artikel 11.4
De transmissiesysteembeheerder bepaalt de veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit op de verbindingen Eemshaven-Noorwegen en Eemshaven-Denemarken op basis van de onderstaande methode.
De zoneoverschrijdende capaciteit wordt separaat voor importen en exporten vastgesteld.
De zoneoverschrijdende capaciteit wordt bepaald door middel van capaciteitsberekeningen op basis van een volledig beschikbaar systeem, waaronder verstaan wordt het samenstel van Nederlandse transmissiesystemen op een spanningsniveau van 220 kV of hoger, inclusief de zoneoverschrijdende verbindingen.
De zoneoverschrijdende capaciteit wordt afzonderlijk vastgesteld voor de winterperiode, waaronder verstaan wordt een aaneensluitende periode van 100 dagen waarvoor geldt dat de belastbaarheid van de systeemcomponenten maximaal is ten gevolge van natuurlijke koeling.
De zoneoverschrijdende capaciteit wordt afzonderlijk vastgesteld voor de perioden waarin één of meer zoneoverschrijdende verbindingen vanwege onderhoud niet of gedeeltelijk beschikbaar zijn. In dit geval dient de zoneoverschrijdende capaciteit overeenkomstig het gestelde in het vierde lid op basis van een op de te onderhouden systeemcomponenten na volledig beschikbaar systeem te worden vastgesteld.
De in het vierde en zesde lid genoemde berekeningen vinden plaats voor diverse scenario’s. In elk scenario wordt de maximale waarde voor de importcapaciteit en de exportcapaciteit bepaald door de zoneoverschrijdende transporten maximaal te verhogen onder handhaving van de enkelvoudige storingsreserve voor de zoneoverschrijdende verbindingen.
De in het zevende lid genoemde verhoging van de zoneoverschrijdende transporten gebeurt door de productie van alle Nederlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario zijn meegenomen, proportioneel te verlagen dan wel verhogen en door gelijktijdig de productie van de buitenlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario beschikbaar zijn proportioneel te verhogen dan wel verlagen.
De veilig beschikbare zoneoverschrijdende transportcapaciteit voor import wordt gelijk gesteld aan de laagste waarde van de in het zevende lid genoemde maximale importcapaciteit voor elk van de scenario’s.
De veilig beschikbare zoneoverschrijdende transportcapaciteit voor export wordt gelijk gesteld aan de laagste waarde van de in het zevende lid genoemde maximale exportcapaciteit voor elk van de scenario’s.
In het geval dat een buitenlandse transmissiesysteembeheerder op basis van zoneoverschrijdende capaciteitsberekening voor zijn systeem de transmissiesysteembeheerder verzoekt een lagere waarde voor de maximale zoneoverschrijdende capaciteit te hanteren dan de waarde die overeenstemt met de in het negende of tiende lid genoemde veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit, kan de transmissiesysteembeheerder de in het negende of tiende lid bedoelde veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit overeenkomstig het verzoek aanpassen. Daarbij stelt de transmissiesysteembeheerder vast in hoeverre dit verzoek tot een aanpassing van de zoneoverschrijdende capaciteit van andere zoneoverschrijdende verbindingen leidt en past hij de veilig beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit dienovereenkomstig aan.
Hoofdstuk 12. Voorwaarden inzake uitwisseling en registratie van systeemgerelateerde gegevens
§ 12.1. Uitwisseling van structurele gegevens
Artikel 12.1
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissiesysteem, verstrekt de transmissiesysteembeheerder de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid:
- a. de datum van inbedrijfname;
- b. het spanningsniveau van het overdrachtspunt van de aansluiting, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- c. de primaire energiebron;
- d. de maximumcapaciteit;
- e. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
- f. welk type spanningsregeling als bedoeld in artikel 3.24, zesde lid, van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- g. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
- h. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf;
- i. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie:
- 1°. de tijd voor een koude en een warme start;
- 2°. het type opwekkingseenheid: synchroon, asynchroon, omvormer-gekoppeld of, in geval van een windturbine, of sprake is van een dubbelgevoede inductiemachine of direct drive;
- 3°. het nominale vermogen;
- 4°. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen: in plaats van het in subonderdeel 3° genoemde nominale vermogen per opwekkingseenheid het totale vermogen van alle zonnepanelen van de elektriciteitsproductie-eenheid en het totale vermogen van de omvormers van de elektriciteitsproductie-eenheid;
- 5°. de nominale spanning van de opwekkingseenheid;
- 6°. de nominale arbeidsfactor;
- 7°. de transiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n);
- 8°. de subtransiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n);
- 9°. de statorstrooi-impedantie(s);
- 10°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid de synchrone (langs- en dwars-) impedantie;
- 11°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid het regelbereik en de tijdconstanten van het bekrachtigingscircuit;
- 12°. het traagheidsmoment (inclusief dat van de aandrijvende machine);
- 13°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de automatische spanningsregeling;
- 14°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de turbineregeling;
- j. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening:
- 1°. de kortsluitbijdrage van de elektriciteitsproductie-eenheid;
- 2°. in geval van een asynchrone of omvormer-gekoppelde opwekkingseenheid de verhouding kortsluitstroom / nominale stroom;
- k. de transformatorgegevens voor de elektriciteitsproductie-installatie waar de elektriciteitsproductie-eenheid deel van uitmaakt:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- l. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan de frequentiebegrenzingsreserves: de gegevens ten behoeve van de bijdrage aan de frequentiebegrenzingsreserves;
- m. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan de frequentieherstelreserves: de gegevens ten behoeve van de bijdrage aan de frequentieherstelreserves;
- n. de voor het herstel van het transmissiesysteem benodigde gegevens:
- 1°. de stap-belastbaarheid;
- 2°. de regelsnelheid;
- 3°. of de elektriciteitsproductie-eenheid inschakelbaar is op een dode rail;
- 4°. het een-fase schema van de elektrische installatie;
- 5°. of de machinetransformator voorzien is van een point on wave schakelaar;
- o. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft;
- c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid.
Artikel 12.2
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een distributiesysteem verstrekt de distributiesysteembeheerder de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid:
- a. de datum van inbedrijfname;
- b. het spanningsniveau van het overdrachtspunt van de aansluiting, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- c. de primaire energiebron;
- d. de maximumcapaciteit;
- e. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen: het totale vermogen van alle zonnepanelen van de elektriciteitsproductie-eenheid en het totale vermogen van de omvormers van de elektriciteitsproductie-eenheid.
In aanvulling op het eerste lid verstrekt een aangeslotene, die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C of D de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid:
- a. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen;
- b. welk type spanningsregeling als bedoeld in artikel 3.24, zesde lid, van toepassing is alsmede de plaats in het systeem waarop de regeling werkzaam is;
- c. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen;
- d. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf;
- e. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie:
- 1°. het type opwekkingseenheid: synchroon, asynchroon, omvormer-gekoppeld of, in geval van een windturbine, of sprake is van een dubbelgevoede inductiemachine of direct drive;
- 2°. het nominale vermogen;
- 3°. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen is subonderdeel 2° niet van toepassing;
- 4°. de nominale spanning van de opwekkingseenheid;
- 5°. de nominale arbeidsfactor;
- 6°. de transiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n);
- 7°. de subtransiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n);
- 8°. de statorstrooi-impedantie(s);
- 9°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid de synchrone (langs- en dwars-) impedantie;
- 10°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid het regelbereik en de tijdconstanten van het bekrachtigingscircuit;
- 11°. het traagheidsmoment (inclusief dat van de aandrijvende machine);
- 12°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de automatische spanningsregeling;
- 13°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de turbineregeling;
- f. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening;
- 1°. de kortsluitbijdrage van de elektriciteitsproductie-eenheid;
- 2°. in geval van een asynchrone of omvormer-gekoppelde opwekkingseenheid de verhouding kortsluitstroom / nominale stroom;
- g. de transformatorgegevens voor de elektriciteitsproductie-installatie waar de elektriciteitsproductie-eenheid deel van uitmaakt:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- h. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan frequentiebegrenzingsreserves: de gegevens ten behoeve van de bijdrage aan de frequentiebegrenzingsreserves;
- i. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan frequentieherstelreserves: de gegevens ten behoeve van de bijdrage aan de frequentieherstelreserves;
- j. indien de elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten op een spanningsniveau van 1 kV en hoger, de beveiligingsgegevens, bedoeld in artikel 2.29;
- k. de geschiktheid van toegang op afstand tot de vermogensschakelaar;
- l. indien het een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D betreft: de gegevens die nodig zijn voor een dynamische simulatie overeenkomstig artikel 15, zesde lid, onderdeel c, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG).
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft;
- c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid.
Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B, C of D zou worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is.
Artikel 12.3
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het transmissiesysteem verstrekt de transmissiesysteembeheerder de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie:
- a. het maximaal af te nemen werkzaam vermogen;
- b. het maximaal af te nemen of in te voeden blindvermogen;
- c. indien actieve blindvermogenscompensatiemiddelen deel uitmaken van de verbruiksinstallatie, de karakteristieken van de regeling daarvan;
- d. de gegevens van de transformatoren direct gekoppeld aan het overdrachtspunt van de aansluiting van de verbruiksinstallatie:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- e. de kortsluitbijdrage;
- f. de gegevens en modellen van elke verbruiksinstallatie, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie.
Indien de verbruiksinstallatie, bedoeld in het eerste lid, een of meer verbruikseenheden omvat die worden gebruikt voor het leveren van vraagsturing, verstrekt de aangeslotene, in aanvulling op het eerste lid, per verbruikseenheid onder vermelding van de EAN-code van de verbruikseenheid die deelneemt aan vraagsturing, tevens:
- a. het minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat vermogen inzetbaar is;
- b. het minimale en maximale blindvermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat blindvermogen inzetbaar is.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de aansluiting waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
- b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft.
Artikel 12.4
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributiesysteem verstrekt de distributiesysteembeheerder de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie: het maximaal af te nemen werkzaam vermogen.
In aanvulling op het eerste lid verstrekt een aangeslotene, die beschikt over een verbruiksinstallatie groter dan 100 kW, de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie:
- a. het maximaal af te nemen of in te voeden blindvermogen;
- b. de karakteristieken van de regeling van blindvermogen indien dit is geïnstalleerd;
- c. indien de aangeslotene beschikt over direct aan het overdrachtspunt gekoppelde transformatoren, de gegevens van de transformatoren direct gekoppeld aan het overdrachtspunt van de aansluiting van de verbruiksinstallatie:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- d. de kortsluitbijdrage;
- e. de geschiktheid van toegang op afstand tot de vermogensschakelaar.
Indien de verbruiksinstallatie, bedoeld in het eerste lid, een of meer verbruikseenheden omvat die worden gebruikt voor het leveren van vraagsturing, verstrekt de aangeslotene, in aanvulling op het eerste lid, per vraagsturing leverende verbruikseenheid onder vermelding van de EAN-code van de verbruikseenheid, de structurele gegevens:
- a. het minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat vermogen inzetbaar is;
- b. het minimale en maximale blindvermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat blindvermogen inzetbaar is.
Indien sprake is van vraagsturing door middel van een derde partij als bedoeld in artikel 27 tot en met 29 van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), draagt de aangeslotene er zorg voor dat de derde partij de structurele gegevens kan verstrekken aan de distributiesysteembeheerder:
- a. de karakteristieken van de regeling van blindvermogen indien dit is geïnstalleerd;
- b. het structurele minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing en de minimale en maximale duur van iedere eventuele vraagsturing binnen een door de distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder gespecificeerde geografische zone.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de aansluiting waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft.
De structurele gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, worden verstrekt onder vermelding van de EAN-code van de verbruikseenheid indien die deelneemt aan vraagsturing.
Artikel 12.5
De distributiesysteembeheerder van een transmissiegekoppeld distributiesysteem verstrekt de transmissiesysteembeheerder van elk afzonderlijk station dat direct gekoppeld is met het transmissiesysteem de structurele gegevens:
- a. het spanningsniveau van de secundaire zijde van het station;
- b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan;
- c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden;
- d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden;
- e. de omvang en het type van de op het station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station.
De distributiesysteembeheerder, waarvan het systeem is gekoppeld met het transmissiesysteem, verstrekt de transmissiesysteembeheerder van elk achter een overdrachtspunt van een systeemkoppeling gelegen deelsysteem de structurele gegevens:
- a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden;
- b. de gegevens van de vermogenstransformatoren:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- c. van elk achter een overdrachtspunt gelegen deelsysteem het systeemmodel bestaande uit:
- 1°. de geaggregeerde belasting;
- 2°. de geaggregeerde productie per primaire energiebron;
- 3°. het invoedend kortsluitvermogen;
- d. de gegevens en modellen van elk achter een overdrachtspunt gelegen deelsysteem die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie.
De structurele gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de systeemkoppeling;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt.
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten systeem dat is aangesloten op het transmissiesysteem.
Artikel 12.6
De transmissiesysteembeheerder verstrekt de distributiesysteembeheerder van een transmissiegekoppeld distributiesysteem van elk afzonderlijk station dat direct gekoppeld is met het desbetreffende transmissiegekoppelde distributiesysteem de structurele gegevens, te weten:
- a. het spanningsniveau van de primaire zijde van het station;
- b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan;
- c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden;
- d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden;
- e. de omvang en het type van de op het in onderdeel a bedoelde station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station.
De transmissiesysteembeheerder verstrekt de systeembeheerder van een transmissiegekoppeld duistributiesysteem van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een systeemkoppeling de structurele gegevens:
- a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden;
- b. de gegevens van de vermogenstransformatoren, indien deze deel uitmaken van het transmissiesysteem:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte; de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- c. van het achter het overdrachtspunt gelegen transmissiesysteem het systeemmodel, bestaande uit:
- 1°. het invoedend kortsluitvermogen (één- en driefase kortsluitstromen);
- 2°. de topologie.
De structurele gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de systeemkoppeling;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
Artikel 12.7
Distributiesysteembeheerders met onderling gekoppelde distributiesystemen bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar van elk afzonderlijk station waarin de systemen worden gekoppeld de uit te wisselen structurele gegevens:
- a. het spanningsniveau van de secundaire zijde van het station;
- b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan;
- c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden;
- d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden;
- e. de omvang en het type van de op het in onderdeel a bedoelde station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen.
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station.
Distributiesysteembeheerders met onderling gekoppelde distributiesystemen bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar van elk achter een overdrachtspunt van een systeemkoppeling gelegen deelsysteem de uit te wisselen structurele gegevens:
- a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden;
- b. de gegevens van de vermogenstransformatoren, indien aanwezig:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline);
- c. van het achter het overdrachtspunt gelegen deelsysteem het systeemmodel bestaande uit:
- 1°. de geaggregeerde belasting (geldt alleen voor van onderliggend systeem, naar bovenliggend systeem);
- 2°. de geaggregeerde productie per primaire energiebron (geldt alleen voor van onderliggend systeem, naar bovenliggend systeem);
- 3°. het invoedend kortsluitvermogen;
- 4°. de topologie en de standaard schakeltoestand.
De structurele gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de systeemkoppeling;
- b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt.
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten systeem dat is gekoppeld met een distributiesysteem.
Artikel 12.8
Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module die is aangesloten op het transmissiesysteem, verstrekt de transmissiesysteembeheerder de structurele gegevens van dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module:
- a. de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen of de maximumcapaciteit;
- b. het minimale en maximale af te geven en op te nemen werkzaam vermogen en de maximale regelsnelheid;
- c. de minimale en maximale regelcapaciteit en de maximale regelsnelheid voor spanning en blindvermogen;
- d. indien van toepassing: de prioritering van de operationele modus voor werkzaam vermogen of blindvermogen;
- e. de topologie, componentwaarden en regeling van filters en filterbatterijen;
- f. de topologie, componentwaarden en regeling van compensatie van reactief vermogen;
- g. de frequentieresponsiecapaciteit;
- h. de gegevens en modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, genoemd in artikel 6.27;
- i. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, bedoeld in de artikelen 6.8, 6.14 en 6.15 alsmede de verhouding tussen de kortsluitstroom en de nominale stroom;
- j. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen, bedoeld in artikel 6.22.
- k. de transformatorgegevens:
- 1°. het nominale schijnbare vermogen;
- 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde;
- 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde;
- 4°. de nominale kortsluitspanning;
- 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen;
- 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen;
- 7°. de schakelgroep van de wikkelingen;
- 8°. de sterpuntsbehandeling: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie;
- 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline).
De structurele gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van de aansluiting waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power parkmodule zich bevindt;
- b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft.
Artikel 12.9
De gegevens, bedoeld in de artikelen 12.1 tot en met 12.4, worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
- a. halfjaarlijks uiterlijk op 1 april en op 1 oktober;
- b. uiterlijk drie maanden voor de inbedrijfname van een nieuwe of gewijzigde elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie of van wijziging in de karakteristieken van een elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie.
De gegevens, bedoeld in de artikelen 12.5 en 12.8, worden geactualiseerd overeenkomstig de termijnen:
- a. halfjaarlijks, uiterlijk op 1 april en op 1 oktober;
- b. uiterlijk zes maanden voor de inbedrijfname van een nieuw systeemelement of van een wijziging in de karakteristieken van een systeemelement;
- c. zo spoedig mogelijk indien sprake is van een wijziging van de observatiezone voor zover het gegevens betreft die door deze wijziging van de observatiezone geraakt worden of indien een fout in de eerder aangeleverde gegevens wordt geconstateerd.
De gegevens, bedoeld in de artikelen 12.6 en 12.7, worden geactualiseerd:
- a. jaarlijks uiterlijk op 1 april;
- b. uiterlijk zes maanden voor de inbedrijfname van een nieuw systeemelement of van een wijziging in de karakteristieken van een systeemelement.
Bij vernieuwing van de simulatieprogramma's garandeert de aangeslotene die beschikt over een elektriciteits-productie-eenheid dat de gegevens en modellen, bedoeld in artikel 12.1, eerste lid, onderdeel i, in staat blijven de analyses uit te voeren.
§ 12.2. Plannings- en prognosegegevens
Artikel 12.10
Waar in deze paragraaf sprake is van een grenswaarde van 1 MW, kan de systeembeheerder per bepaling een hogere grenswaarde vaststellen.
Artikel 12.11
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissiesysteem, verstrekt de transmissiesysteembeheerder, de plannings- en prognosegegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid:
- a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de elektriciteitsproductie-eenheid;
- b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- c. de test-profielen;
- d. de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten opzichte van de maximumcapaciteit;
- e. de prognose van de hoeveelheid op het systeem in te voeden werkzaam vermogen;
- f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van het allocatiepunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, stelt de aangeslotene jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking aan de transmissiesysteembeheerder met inachtneming van het volgende:
- a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van inbedrijfname;
- b. van tijdens de zichtperiode te amoveren elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van amovering;
- c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, in de vorm van het verwachte draaiplan in tijdsperioden van minimaal één week, voorzien van een aanduiding hoe de elektriciteitsproductie-eenheid zal draaien, zoals:
- 1°. basislast;
- 2°. middenlast;
- 3°. pieklast;
- 4°. niet regelbaar vermogen;
- 5°. draaiende reserve / regeleenheid;
- 6°. stilstaande reserve;
- 7°. stilstand.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, stelt de aangeslotene jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking aan de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig de specificaties uit artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) 543/2013. De transmissiesysteembeheerder draagt zo nodig zorg voor het doorgeven van deze gegevens aan het platform, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 543/2013.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, stelt de aangeslotene jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking aan de transmissiesysteembeheerder.
Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens, bedoeld in het vierde en vijfde lid, deel uit van de gegevens in het tweede lid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vijfde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het systeem in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de transmissiesysteembeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit:
- a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
- b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
Artikel 12.12
Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een distributiesysteem verstrekt de distributiesysteembeheerder de plannings- en prognosegegevens:
- a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de elektriciteitsproductie-eenheid;
- b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- c. de test-profielen;
- d. de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten opzichte van de maximumcapaciteit;
- e. de prognose van de hoeveelheid op het systeem in te voeden werkzaam vermogen;
- f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van het allocatiepunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
- b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, over elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende:
- a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van inbedrijfname;
- b. van tijdens de zichtperiode te amoveren elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van amovering;
- c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, van elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op een systeem met een spanningsniveau van 10kV of hoger, in de vorm van het verwachte draaiplan in tijdsperioden van minimaal één week, voorzien van een aanduiding hoe de elektriciteitsproductie-eenheid zal draaien, zoals:
- 1°. basislast;
- 2°. middenlast;
- 3°. pieklast;
- 4°. niet regelbaar vermogen;
- 5°. draaiende reserve / regeleenheid;
- 6°. stilstaande reserve;
- 7°. stilstand.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april:
- a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de systeembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld;
- b. voor elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens, voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, dan wel een hogere door de systeembeheerder te bepalen maximumcapaciteit, bedoeld in het vierde lid, deel uit van de gegevens in het derde lid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vierde lid,
- a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de systeembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld;
- b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier;
- a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de systeembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd;
- b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zevende lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het systeem in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de systeembeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit:
- a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit;
- b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
In geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit van 100 MW of groter, wordt van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking gesteld overeenkomstig de specificaties uit artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) 543/2013. De systeembeheerder draagt zo nodig zorg voor het doorgeven van deze gegevens aan het platform, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 543/2013.
Artikel 12.13
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het transmissiesysteem verstrekt de transmissiesysteembeheerder, de plannings- en prognosegegevens:
- a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie;
- b. de prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen;
- c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deelnemen aan vraagsturing, per vraagsturing leverende verbruikseenheid: de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten behoeve van vraagsturing.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van het allocatiepunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
- b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft;
- c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing: de EAN-code van deze verbruikseenheid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, inhoudende:
- a. de ontwikkeling op jaarbasis;
- b. de beschrijving van het belastingpatroon;
- c. de verwachte trendbreuken.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, die ter beschikking gesteld zijn overeenkomstig het vierde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de transmissiesysteembeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen:
- a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het systeem af te nemen werkzaam vermogen;
- b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
Artikel 12.14
Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributiesysteem verstrekt de distributiesysteembeheerder, de plannings- en prognosegegevens:
- a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie;
- b. de prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen;
- c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deelnemen aan vraagsturing, per vraagsturing leverende verbruikseenheid: de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten behoeve van vraagsturing.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
- a. de EAN-code van het allocatiepunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
- b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft;
- c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing, de EAN-code van deze verbruikseenheid.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, ten aanzien van aangeslotenen, aangesloten op een spanningsniveau van 10 kV en hoger, die beschikken over een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, inhoudende:
- a. de ontwikkeling op jaarbasis,
- b. de beschrijving van het belastingpatroon;
- c. de verwachte trendbreuken.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april:
- a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de distributiesysteembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
- b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
Van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, overeenkomstig het vierde lid;
- a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de distributiesysteembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld;
- b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier:
- a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de balanceringsverantwoordelijken, op de door de distributiesysteembeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd;
- b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW.
Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het systeem af te nemen werkzaam vermogen worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de distributiesysteembeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen:
- a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het systeem af te nemen werkzaam vermogen;
- b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
Artikel 12.15
De distributiesysteembeheerder van een transmissiegekoppeld distributiesysteem, verstrekt de transmissiesysteembeheerder de plannings- en prognosegegevens van:
- a. de ontwikkeling van de wintermaxima, de zomermaxima en de dalbelasting op jaarbasis;
- b. een beschrijving van het belastingpatroon (bijvoorbeeld standaard dagcurve voor een werkdag, zaterdag en zondag);
- c. de revisieplanning van de elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 60 MW, die zijn aangesloten op het betreffende systeem;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)