Wet van 15 januari 1921

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 1923
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

afdeling Tweede. Kennisgeving aan betrokkene

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

afdeeling Vierde. Aangiften en klachten

afdeeling Vijfde. Beslissingen omtrent vervolging

afdeeling Vijfde. Beslissingen omtrent vervolging

afdeeling Zevende. Handelingen van de rechter-commissaris na de sluiting of beëindiging van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeling Derde. Verslaglegging door opsporingsambtenaren

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Vierde afdeling D. Maatregelen tot bescherming van getuigen

afdeling Zesde. Beëindiging van het onderzoek

afdeling Zevende. Bevoegdheden van de raadsman

afdeling Eerste. De strafbeschikking

Artikel 354

Vervallen

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Artikel 482

Vervallen

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

afdeeling Vierde. Beraadslaging en uitspraak

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Artikel 496a

Vervallen

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Vierde. Beroep

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

Titel VIA. Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Afdeling Tweede. Herziening ten nadele van de gewezen verdachte

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

§ 1. Overdracht van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 2. Overname van strafvervolging

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

afdeling Eerste. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvorderlijke bevelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen

Artikel 580
1.

Tot het onderzoek wordt, op de vordering van het openbaar ministerie, in eene door het gerecht te bepalen terechtzitting met den meesten spoed overgegaan.

2.

Het openbaar ministerie doet de aangehoudene, de getuigen en deskundigen die van zijnentwege zullen worden gehoord en die waarop de aangehoudene zich beroept, dagvaarden of oproepen. Het tweede lid van artikel 260 vindt met betrekking tot al deze getuigen overeenkomstige toepassing.

3.

Indien het openbaar ministerie weigert een getuige of deskundige te doen oproepen, kan het gerecht op verzoek van de aangehoudene de oproeping van die getuige of deskundige bevelen. De artikelen 263 en 264 zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien de zaak bij een rechterlijk college is aangebracht, wordt de aangehoudene door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. Ten aanzien van de raadsman gelden de bepalingen van de derde titel van het Eerste Boek.

Artikel 581
1.

Het onderzoek en de beslissing geschieden overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van het Tweede Boek of van Titel I van het Vierde Boek, naar gelang de zaak bij een rechtbank of bij de Hoge Raad is aangebracht. Artikel 394 is van overeenkomstige toepassing.

2.

Voor zover de in het eerste lid genoemde bepalingen betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt, vinden zij geen toepassing.

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 552qa

Vervallen

Artikel 552qb

Vervallen

Artikel 552qc

Vervallen

Artikel 552qd

Vervallen

Artikel 552qe

Vervallen

afdeling Eerste. Algemeen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

Artikel 552wa

Vervallen

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Artikel 552ii

Vervallen

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeling Vierde. Beroep

afdeling Eerste. Algemeen

Artikel 576a

Vervallen

Artikel 580
1.

Tot het onderzoek wordt, op de vordering van het openbaar ministerie, in eene door het gerecht te bepalen terechtzitting met den meesten spoed overgegaan.

2.

Het openbaar ministerie doet de aangehoudene, de getuigen en deskundigen die van zijnentwege zullen worden gehoord en die waarop de aangehoudene zich beroept, dagvaarden of oproepen. Het tweede lid van artikel 260 vindt met betrekking tot al deze getuigen overeenkomstige toepassing.

3.

Indien het openbaar ministerie weigert een getuige of deskundige te doen oproepen, kan het gerecht op verzoek van de aangehoudene de oproeping van die getuige of deskundige bevelen. De artikelen 263 en 264 zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien de zaak bij een rechterlijk college is aangebracht, wordt de aangehoudene door het bureau rechtsbijstandvoorziening op last van de voorzitter een raadsman toegevoegd. Ten aanzien van de raadsman gelden de bepalingen van de derde titel van het Eerste Boek.

Artikel 581
1.

Het onderzoek en de beslissing geschieden overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van het Tweede Boek of van Titel I van het Vierde Boek, naar gelang de zaak bij een rechtbank of bij de Hoge Raad is aangebracht. Artikel 394 is van overeenkomstige toepassing.

2.

Voor zover de in het eerste lid genoemde bepalingen betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt, vinden zij geen toepassing.

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 282a
1.

De rechtbank kan, de officier van justitie gehoord, de zaak naar de politierechter verwijzen. De zaak wordt in dat geval onder aanzegging van het tijdstip op dezelfde dag verder behandeld dan wel voor bepaalde of onbepaalde tijd geschorst en op de bestaande telastlegging voor de politierechter aanhangig gemaakt door aanzegging of oproeping van de verdachte vanwege de officier van justitie tegen de dag van de nadere terechtzitting. De artikelen 260, tweede lid, 263, 265, tweede en derde lid, alsmede 370 zijn van toepassing.

2.

De zaak wordt op de gewone wijze voortgezet, met dien verstande dat de beraadslaging bedoeld in de artikelen 348 en 350 mede geschiedt naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting door de meervoudige kamer, zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft plaatsgehad. Artikel 322, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien de politierechter deel uitmaakte van de meervoudige kamer op het moment van de verwijzing, wordt het onderzoek hervat alsof geen wijziging van samenstelling van de rechtbank heeft plaatsgevonden. In het andere geval beveelt de politierechter dat het onderzoek op de terechtzitting opnieuw wordt aangevangen, tenzij de officier van justitie en de verdachte instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de verwijzing bevond.

Artikel 288a
1.

De voorzitter bepaalt in welke volgorde hij de verschenen getuigen, deskundigen en het slachtoffer, zal horen. Indien hij daartoe aanleiding ziet, neemt hij maatregelen dat de verschillende procesdeelnemers naar afzonderlijke ruimten worden geleid.

2.

De voorzitter draagt zorg voor een correcte bejegening van het slachtoffer of diens vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 51e, zesde of zevende lid.

Artikel 336

Vervallen

Artikel 337

Vervallen

Vierde afdeling B. Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn

Vierde afdeling E. Afgeschermde getuigen

Artikel 354

Vervallen

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

Titel VIII. Herziening van arresten en vonnissen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Artikel 482

Vervallen

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

afdeling Vierde. Beroep

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

Titel V. Aanwenden van gewone rechtsmiddelen

Titel V. Aanwenden van gewone rechtsmiddelen

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

Eerste afdeling A. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

afdeeling Derde. Tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsbeneming en veroordeelende vonnissen of arresten

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

afdeling Eerste. Algemeen

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

afdeeling Vierde. Aangiften en klachten

afdeeling Vijfde. Beslissingen omtrent vervolging

Vierde afdeling D. Maatregelen tot bescherming van getuigen

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Vierde afdeling C. Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn

afdeling Zesde. Beëindiging van het onderzoek

afdeling Zevende. Bevoegdheden van de raadsman

Artikel 354

Vervallen

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel IIA. Berechting van verdachten bij wie een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt vermoed

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel IIA. Berechting van verdachten bij wie een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt vermoed

Afdeling Tweede. Herziening ten nadele van de gewezen verdachte

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Eerste. Algemeen

Titel IIA. Berechting van verdachten bij wie een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt vermoed

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Derde. Overdracht en overname van strafvervolging

afdeling Eerste. Algemeen

Artikel 588a
1.

In de navolgende gevallen wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen toegezonden aan het laatste door de verdachte opgegeven adres:

  • a. indien de verdachte bij zijn eerste verhoor in de desbetreffende strafzaak aan de verhorende ambtenaar een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
  • b. indien de verdachte bij het begin van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
  • c. indien door of namens de verdachte bij het instellen van een gewoon rechtsmiddel in de betrokken zaak een adres in Nederland is opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
2.

De verdachte kan in het adres, bedoeld in het eerste lid, wijziging brengen door een verklaring in persoon af te leggen bij het openbaar ministerie bij hetwelk de zaak in behandeling is.

3.

Verzending van een afschrift als bedoeld in het eerste lid kan achterwege worden gelaten indien:

  • a. het opgegeven adres gelijk is aan het adres waaraan de dagvaarding of oproeping ingevolge artikel 588 moet worden uitgereikt;
  • b. de verdachte, nadat hij bij een eerdere gelegenheid als bedoeld in het eerste lid een adres heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden, bij een volgende gelegenheid uitdrukkelijk te kennen geeft dit adres niet te willen handhaven;
  • c. de dagvaarding of oproeping inmiddels aan de verdachte in persoon dan wel aan een andere persoon als bedoeld in artikel 588, derde lid, onder b, is uitgereikt.
4.

Bij de verzending, bedoeld in het eerste lid, wordt de voor de dagvaarding of oproeping geldende termijn in acht genomen.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

TITEL IIC. Rechtsplegingen in verband met de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

afdeling Vierde. Beroep

Artikel 576a

Vervallen

Eerste afdeling A. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

Titel IX. Beklag

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 125la

Indien bij een doorzoeking ter vastlegging van gegevens bij een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst gegevens worden aangetroffen die niet voor deze bestemd of van deze afkomstig zijn, is de officier van justitie slechts bevoegd te bepalen dat van deze gegevens wordt kennisgenomen en dat deze worden vastgelegd, voor zover zij klaarblijkelijk van de verdachte afkomstig zijn, voor hem bestemd zijn, op hem betrekking hebben of tot het begaan van het strafbare feit hebben gediend, ofwel klaarblijkelijk met betrekking tot die gegevens het strafbare feit is gepleegd. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris.

afdeling Negende. strafrechtelijk financieel onderzoek

Titel IVA. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing

afdeling Zevende. Doorzoeking ter vastlegging van gegevens

afdeling Zevende. Doorzoeking ter vastlegging van gegevens

afdeling Vijfde. Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een doorzoeking

afdeling Negende. strafrechtelijk financieel onderzoek

afdeling Zesde

afdeling Vijfde. Bevoegdheden in een besloten plaats

afdeling Negende. strafrechtelijk financieel onderzoek

afdeling Tweede. Infiltratie

Artikel 126ng
1.

Een vordering als bedoeld in artikel 126nc, eerste lid, 126nd, eerste lid, of 126ne, eerste en derde lid, en artikel 126nf, eerste lid kan worden gericht tot de aanbieder van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g, voor zover de vordering betrekking heeft op andere gegevens dan die welke gevorderd kunnen worden door toepassing van de artikelen 126n en 126na. De vordering kan geen betrekking hebben op gegevens die zijn opgeslagen in het geautomatiseerde werk van de aanbieder en niet voor deze bestemd of van deze afkomstig zijn.

2.

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van de aanbieder van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid, deze gegevens vorderen, voor zover zij klaarblijkelijk van de verdachte afkomstig zijn, voor hem bestemd zijn, op hem betrekking hebben of tot het begaan van het strafbare feit hebben gediend, of klaarblijkelijk met betrekking tot die gegevens het strafbare feit is gepleegd.

3.

Een vordering als bedoeld in het tweede lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Een vordering als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. Artikel 126l, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Artikel 126nd, derde tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126nh
1.

De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit vordert, bij of terstond na de toepassing van artikel 126nd, eerste lid, 126ne, eerste of derde lid, of 126nf, eerste lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in deze artikelen bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken, dan wel deze kennis ter beschikking te stellen.

2.

Het bevel wordt niet gegeven aan de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Titel V. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband

Artikel 126ug
1.

Een vordering als bedoeld in artikel 126uc, eerste lid, 126ud, eerste lid, of 126ue, eerste en derde lid, en artikel 126uf, eerste lid kan worden gericht tot de aanbieder van een openbaar of een niet-openbaar telecommunicatienetwerk, onderscheidenlijk de aanbieder van een openbare of een niet-openbare telecommunicatiedienst, voor zover de vordering betrekking heeft op andere gegevens dan die welke gevorderd kunnen worden door toepassing van de artikelen 126u en 126ua. De vordering kan geen betrekking hebben op gegevens die zijn opgeslagen in het geautomatiseerde werk van de aanbieder en niet voor deze bestemd of van deze afkomstig zijn.

2.

In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van de aanbieder van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid, deze gegevens vorderen, voor zover zij klaarblijkelijk afkomstig zijn van een persoon ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven, voor hem bestemd zijn, op hem betrekking hebben of hebben gediend tot het in dat georganiseerd verband beramen of plegen van een misdrijf, of klaarblijkelijk met betrekking tot die gegevens in dat georganiseerd verband een misdrijf wordt beraamd of gepleegd.

3.

Een vordering als bedoeld in het tweede lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Een vordering als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. Artikel 126l, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Artikel 126nd, derde tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126uh
1.

De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit vordert, bij of terstond na de toepassing van artikel 126ud, eerste lid, 126ue, eerste of derde lid, of 126uf, eerste lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in deze artikelen bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken, dan wel deze kennis ter beschikking te stellen.

2.

Het bevel wordt niet gegeven aan de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

afdeling Vijfde. Bevoegdheden in een besloten plaats

Titel IVA. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing

afdeling Achtste. Vorderen van gegevens

afdeling Tweede. Burgerinfiltratie

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

Artikel 131a
1.

Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen, wordt daaronder, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, mede begrepen horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding totstandkomt tussen de betrokken personen.

2.

De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of ambtenaar die met de leiding over het horen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.

3.

Tegen de beslissing om van videoconferentie gebruik te maken staat geen afzonderlijk rechtsmiddel open.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

  • a. de eisen waaraan de techniek van videoconferentie dient te voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van vastgelegde waarnemingen;
  • b. de controle op de naleving van de eisen, bedoeld onder a.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

afdeling Eerste. Verzoek informatie in te winnen

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

afdeling Vierde. Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding

afdeling Vijfde. Onderzoek aan het lichaam en DNA-onderzoek

Titel VE. Verkennend onderzoek

Titel VE. Verkennend onderzoek

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

Vierde Afdeling A. Bedreigde getuigen

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

Vierde afdeling C. Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

afdeling Achtste. Bevoegdheden van de raadsman

afdeling Tweede. Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeling Zesde. Beëindiging van het onderzoek

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

Artikel 6:1:3

Bij de tenuitvoerlegging wordt rekening gehouden met alle in aanmerking komende belangen, waaronder de veiligheid van de samenleving, de belangen van slachtoffers en nabestaanden en de resocialisatie van de veroordeelde.

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

Titel VIII. Herziening van arresten en vonnissen

Boek Derde. Rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Titel VIII. Herziening van arresten en vonnissen

Titel III. Vervolging en berechting van rechterlijke ambtenaren

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

TITEL IIC. Rechtsplegingen in verband met de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

Titel IIA. Berechting van verdachten bij wie een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt vermoed

afdeling Vierde. Beroep

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel VIa. Schadevergoeding en andere bijzondere kosten

Artikel 552jj

Vervallen

Artikel 552kk

Vervallen

Artikel 552ll

Vervallen

Artikel 552mm

Vervallen

Artikel 552nn

Vervallen

Artikel 552oo

Vervallen

Artikel 552pp

Vervallen

Artikel 552qq

Vervallen

Artikel 552rr

Vervallen

Artikel 552ss

Vervallen

Artikel 552tt

Vervallen

Artikel 552uu

Vervallen

Artikel 552vv

Vervallen

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IIIb. Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

afdeling Eerste. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvorderlijke bevelen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

afdeling Eerste. Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad

Titel II. Kosten

§ 2. Verslaglegging door opsporingsambtenaren

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 226g
1.

De officier van justitie geeft aan de rechter-commissaris kennis van de afspraak die hij voornemens is te maken met een verdachte die bereid is een getuigenverklaring af te leggen in de strafzaak tegen een andere verdachte in ruil voor de toezegging dat bij de vervolging in zijn eigen strafzaak strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht zal worden gevorderd. De afspraak heeft uitsluitend betrekking op het afleggen van een getuigenverklaring in het kader van een opsporingsonderzoek naar misdrijven, als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering die gepleegd zijn in georganiseerd verband en gezien hun aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren of naar misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. De afspraak heeft uitsluitend betrekking op strafvermindering als bedoeld in artikel 44a, tweede lid.

2.

De voorgenomen afspraak is op schrift gesteld en bevat een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van:

  • a. de misdrijven waarover en zo mogelijk de verdachte tegen wie de getuige, bedoeld in het eerste lid, bereid is een getuigenverklaring af te leggen;
  • b. de strafbare feiten waarvoor de getuige in de zaak waarin hij zelf verdachte is, zal worden vervolgd en op welke die toezegging betrekking heeft;
  • c. de voorwaarden die aan de getuige, tevens verdachte, worden gesteld en waaraan deze bereid is te voldoen;
  • d. de inhoud van de toezegging van de officier van justitie.
3.

Op vordering van de officier van justitie toetst de rechter-commissaris de rechtmatigheid van de in het tweede lid bedoelde afspraak. De officier van justitie verschaft de rechter-commissaris de gegevens die hij voor de beoordeling daarvan behoeft.

4.

Van afspraken die niet worden aangemerkt als een afspraak, bedoeld in het eerste lid, en die voor het onderzoek in de zaak van betekenis kunnen zijn, wordt proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal wordt door de officier van justitie ten spoedigste bij de processtukken gevoegd.

Artikel 226h
1.

De getuige die met de officier van justitie overlegt over het maken van een afspraak op de voet van artikel 226g, kan zich laten bijstaan door een advocaat. Aan de getuige die nog geen rechtsbijstand heeft, wordt een advocaat toegevoegd. De toevoeging geschiedt op last van de rechter-commissaris door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

2.

De rechter-commissaris hoort de getuige, bedoeld in artikel 226g, eerste lid, over de voorgenomen afspraak.

3.

De rechter-commissaris beoordeelt de rechtmatigheid van de afspraak; hij houdt daarbij rekening met de dringende noodzaak en met het belang van het verkrijgen van de door de getuige af te leggen verklaring. Hij geeft tevens een oordeel over de betrouwbaarheid van de getuige. Hij legt zijn oordeel neer in een beschikking. Indien hij de afspraak rechtmatig oordeelt, komt deze tot stand.

4.

De officier van justitie voegt de processen-verbaal en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door het maken van een afspraak als bedoeld in artikel 226g niet bij de processtukken voordat de rechter-commissaris de afspraak rechtmatig heeft geoordeeld.

Artikel 226i
1.

De beschikking van de rechter-commissaris op grond van artikel 226h, derde lid, is met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en de getuige.

2.

Tegen de beschikking van de rechter-commissaris waarin de voorgenomen afspraak niet rechtmatig wordt geoordeeld, staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking hoger beroep open bij de rechtbank. De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk.

3.

Tegen de beschikking van de rechtbank is geen beroep in cassatie toegelaten.

Artikel 226j
1.

Nadat de afspraak rechtmatig is geoordeeld wordt de getuige bedoeld in artikel 226g, eerste lid, door de rechter-commissaris gehoord.

2.

Deze getuige kan niet worden gehoord met toepassing van de artikelen 226a tot en met 226f.

3.

Zodra het belang van het onderzoek dat toelaat, geeft de rechter-commissaris van het totstandkomen van de afspraak en de inhoud daarvan kennis aan de verdachte, te wiens laste de verklaring is afgelegd, met dien verstande dat geen mededeling behoeft te worden gedaan van de maatregelen, bedoeld in artikel 226l.

4.

De rechter-commissaris kan in het belang van het onderzoek ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de getuige bevelen dat de identiteit van de getuige voor een bepaalde termijn voor de verdachte verborgen wordt gehouden. Het bevel wordt voor de beëindiging van het onderzoek door de rechter-commissaris opgeheven.

Artikel 226k
1.

De artikelen 226g tot en met 226j zijn van overeenkomstige toepassing indien de officier van justitie voornemens is een afspraak te maken met een veroordeelde die bereid is een getuigenverklaring af te leggen, in ruil voor de toezegging van de officier van justitie dat deze bij de indiening van een verzoekschrift om gratie een positief advies tot vermindering van de opgelegde straf met maximaal de helft zal uitbrengen. De voorwaarden voor het uitbrengen van een positief advies zijn dezelfde als genoemd in artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht voor het vorderen en toepassen van strafvermindering.

2.

Bij het op schrift stellen van de voorgenomen afspraak geldt niet het vereiste genoemd in artikel 226g, tweede lid, onder b.

Vierde afdeling B. Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn

Artikel 226l
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze specifieke maatregelen treffen voor de feitelijke bescherming van getuigen, bedoeld in de artikelen 226a, 226g, 226k en 226m.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die medewerking heeft verleend aan de met opsporing en vervolging van strafbare feiten belaste autoriteiten, voor zover daartoe een dringende noodzaak is ontstaan als gevolg van die medewerking en daarmee verband houdend overheidsoptreden.

3.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten aanwijzen. Die ambtenaren zijn, ter uitvoering van het krachtens het eerste en tweede lid bepaalde, bevoegd zich voor medewerking bij de te verlenen feitelijke bescherming te wenden tot een ieder.

4.

Indien de in het derde lid bedoelde medewerking niet wordt verleend, kan de officier van justitie in het belang van de feitelijke bescherming van de getuige, deze medewerking vorderen.

5.

De geldende wettelijke voorschriften ter zake van de in het derde en vierde lid bedoelde medewerking blijven, voor zover deze in de weg staan aan het verlenen van de medewerking, buiten toepassing.

6.

Degene tot wie een verzoek tot medewerking als bedoeld in het derde lid of een vordering als bedoeld in het vierde lid is gericht, neemt in belang van de feitelijke bescherming van de getuige geheimhouding in acht over al hetgeen hem bekend is ten aanzien van het verzoek tot medewerking of de vordering.

7.

Een vordering als bedoeld in het vierde lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

afdeeling Zesde. Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Zevende. Handelingen van de rechter-commissaris na de sluiting of beëindiging van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

Vierde afdeling D. Maatregelen tot bescherming van getuigen

afdeling Zesde. Beëindiging van het onderzoek

afdeling Achtste. Geen beroep in cassatie voor het openbaar ministerie

Artikel 6:1:9

Onze Minister kan van een ieder vorderen de inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van een vonnis, een arrest of een strafbeschikking. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Derde. Rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Artikel 482

Vervallen

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 482

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

Titel VIII. Herziening van arresten en vonnissen

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

TITEL IIC. Rechtsplegingen in verband met de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeling Vierde. Beroep

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

afdeling Eerste. Algemeen

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeeling Derde. Tenuitvoerlegging van bevelen tot vrijheidsbeneming en veroordeelende vonnissen of arresten

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Eerste. Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad

afdeling Tweede. Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 125o
1.

Indien bij een doorzoeking in een geautomatiseerd werk gegevens worden aangetroffen met betrekking tot welke of met behulp waarvan het strafbare feit is gepleegd, kan de officier van justitie dan wel indien deze de doorzoeking verricht, de rechter-commissaris bepalen dat die gegevens ontoegankelijk worden gemaakt voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van het strafbare feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

2.

Onder ontoegankelijkmaking van gegevens wordt verstaan het treffen van maatregelen om te voorkomen dat de beheerder van het in het eerste lid bedoelde geautomatiseerde werk of derden verder van die gegevens kennisnemen of gebruikmaken, alsmede ter voorkoming van de verdere verspreiding van die gegevens. Onder ontoegankelijkmaking wordt mede verstaan het verwijderen van de gegevens uit het geautomatiseerde werk, met behoud van de gegevens ten behoeve van de strafvordering.

3.

Zodra het belang van de strafvordering zich niet meer verzet tegen opheffing van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, bepaalt de officier van justitie dan wel, indien deze de doorzoeking heeft verricht, de rechter-commissaris dat de gegevens weer ter beschikking van de beheerder van het geautomatiseerde werk worden gesteld.

afdeling Negende. strafrechtelijk financieel onderzoek

Titel IVA. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing

afdeling Tweede. Infiltratie

Artikel 126la

Vervallen

Artikel 126ma
1.

Indien bij de afgifte van een bevel als bedoeld in artikel 126m, derde lid, bekend is dat de gebruiker van het nummer, bedoeld in artikel 126m, tweede lid, onderdeel c, zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt, voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het voornemen tot het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven voordat het bevel ten uitvoer wordt gelegd.

2.

Indien na aanvang van het opnemen van de telecommunicatie op grond van het bevel bekend wordt dat de gebruiker zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt, voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven.

3.

De officier van justitie kan een bevel als bedoeld in artikel 126m, derde lid, eveneens geven, indien het bestaan van het bevel noodzakelijk is om een andere staat te kunnen verzoeken telecommunicatie met een technisch hulpmiddel op te nemen of telecommunicatie af te tappen en rechtstreeks naar Nederland door te geleiden ter fine van opname met een technisch hulpmiddel in Nederland.

afdeling Vijfde. Maatregelen ter gelegenheid van een schouw of een doorzoeking

Artikel 126ni
1.

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde gegevens die ten tijde van de vordering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij in het bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging, vorderen dat deze gegevens gedurende een periode van ten hoogste negentig dagen worden bewaard en beschikbaar gehouden. De vordering kan niet worden gericht tot de verdachte.

2.

Indien de vordering is gericht tot de aanbieder van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g en de vordering betrekking of mede betrekking heeft op gegevens als bedoeld in artikel 126n, eerste lid, is de aanbieder verplicht zo spoedig mogelijk de gegevens te verschaffen die nodig zijn om de identiteit te achterhalen van andere aanbieders van wier dienst bij de communicatie gebruik is gemaakt.

3.

De vordering wordt schriftelijk of mondeling gedaan. Indien de vordering mondeling wordt gedaan, doet de officier van justitie de vordering zo spoedig mogelijk op schrift stellen en doet hij binnen drie dagen nadat de vordering mondeling is gedaan, een gewaarmerkt afschrift daarvan verstrekken aan degene tot wie de vordering is gericht. Bij de vordering en bij het op schrift stellen daarvan worden vermeld:

  • a. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de gegevens die beschikbaar moeten worden gehouden;
  • b. het tijdstip van de vordering;
  • c. de titel van de vordering;
  • d. de periode gedurende de welke de gegevens beschikbaar moeten blijven, en
  • e. of het tweede lid van toepassing is.
4.

De officier van justitie doet van de vordering en, indien deze mondeling plaatsvond, van de schriftelijke vastlegging daarvan een proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

  • a. de gegevens, bedoeld in het derde lid;
  • b. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte; en
  • c. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
5.

De vordering kan ten hoogste eenmaal worden verlengd voor een periode van ten hoogste negentig dagen. Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Titel V. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband

Artikel 126ta
1.

Indien bij de afgifte van een bevel als bedoeld in artikel 126t, derde lid, bekend is dat de gebruiker van het nummer, bedoeld in artikel 126t, tweede lid, onderdeel c, zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt, voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het voornemen tot het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven voordat het bevel ten uitvoer wordt gelegd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)