Wet van 15 januari 1921

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 1923
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Indien na aanvang van het opnemen van de telecommunicatie op grond van het bevel bekend wordt dat de gebruiker zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt, voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven.

3.

De officier van justitie kan een bevel als bedoeld in artikel 126t, derde lid, eveneens geven, indien het bestaan van het bevel noodzakelijk is om een andere staat te kunnen verzoeken telecommunicatie met een technisch hulpmiddel op te nemen of telecommunicatie af te tappen en rechtstreeks naar Nederland door te geleiden ter fine van opname met een technisch hulpmiddel in Nederland.

Artikel 126ui
1.

In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde gegevens die ten tijde van de vordering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij in het bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging, vorderen dat deze gegevens gedurende een periode van ten hoogste negentig dagen worden bewaard en beschikbaar gehouden. De vordering kan niet worden gericht tot de verdachte.

2.

Artikel 126ni, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de in artikel 126ni, vierde lid, onderdeel c, bedoelde feiten en omstandigheden ook een omschrijving van het in artikel 126o, eerste lid, bedoelde georganiseerde verband wordt opgenomen.

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

Titel VB. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven

afdeling Vierde. Stelselmatige inwinning van informatie

afdeling Vijfde. Bevoegdheden in een besloten plaats

afdeling Zesde. Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel

afdeling Tweede. Burgerinfiltratie

afdeling Eerste. Verzoek informatie in te winnen

Titel VC. Verkennend onderzoek

Titel V. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel I. Het opsporingsonderzoek

afdeling Tweede. Burgerinfiltratie

Derde afdeling B. Onderzoek in een geautomatiseerd werk

Artikel 148c

De officier van justitie verleent de advocaat-generaal op diens verzoek de nodige bijstand bij het opsporingsonderzoek in zaken die in hoger beroep bij het gerechtshof aanhangig zijn.

afdeling Eerste. Voeging bij de processtukken

afdeling Vijfde. Verbod op doorlaten

Titel VE. Verkennend onderzoek

Titel III. Gang van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

afdeeling Vierde. Aangiften en klachten

Vierde afdeling C. Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

afdeling Tweede. Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Artikel 255a
1.

Indien tegen de verdachte een strafbeschikking is uitgevaardigd die volledig ten uitvoer is gelegd, kan hij, behoudens het bepaalde bij artikel 12i, ter zake van hetzelfde feit niet opnieuw in rechten worden betrokken.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de officier van justitie een strafbeschikking intrekt.

3.

Indien de verdachte wegens een in een strafbeschikking vermeld feit wordt gedagvaard, is de strafbeschikking niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar. De tenuitvoerlegging die reeds is aangevangen, wordt geschorst of opgeschort.

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

afdeeling Vierde. Het verhoor van den getuige

afdeling Derde. Waarborgen bij de oplegging

afdeling Zevende. De tenuitvoerlegging

afdeling Zevende. Openbaarheid

Artikel 354
1.

In de gevallen, bedoeld in artikel 353, eerste lid, neemt de rechtbank tevens een beslissing over de met toepassing van de artikelen 125o of 126cc, vijfde lid, ontoegankelijk gemaakte gegevens indien de desbetreffende maatregelen nog niet zijn opgeheven.

2.

De rechtbank kan gelasten dat de gegevens worden vernietigd indien het gegevens betreft met betrekking tot welke of met behulp waarvan een strafbaar feit is begaan, voor zover de vernietiging noodzakelijk is ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. In alle andere gevallen gelast zij dat de gegevens weer ter beschikking van de beheerder van het geautomatiseerd werk worden gesteld.

3.

In de gevallen, bedoeld in artikel 353, eerste lid, neemt de rechtbank tevens een beslissing over het bevel, bedoeld in artikel 125p, indien een dergelijk bevel nog niet is opgeheven.

Artikel 354a
1.

Indien ter zake van hetzelfde feit een strafbeschikking is voorafgegaan, doch geen verzet is gedaan, vernietigt de rechter de strafbeschikking indien hij de verdachte vrijspreekt, ontslaat van alle rechtsvervolging of veroordeelt. Indien de rechter de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie uitspreekt, kan hij de strafbeschikking vernietigen.

2.

Indien de strafbeschikking reeds geheel of ten dele ten uitvoer is gelegd, dan houdt de rechtbank daar bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel rekening mee.

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 482

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Titel VII. Cassatie "in het belang der wet"

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

Titel VI. Vervolging en berechting van rechtspersonen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

Artikel 552fa
1.

Bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van de officier van justitie kan worden gelast dat de met toepassing van de artikelen 125o of 126cc, vijfde lid, ontoegankelijk gemaakte gegevens worden vernietigd indien het gegevens betreft met betrekking tot welke of met behulp waarvan een strafbaar feit is begaan, voor zover de vernietiging noodzakelijk is ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

2.

Aan de beheerder van het geautomatiseerd werk waarin de gegevens zijn of waren opgeslagen wordt een afschrift van de vordering betekend.

3.

Artikel 552f, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien het gerecht de vordering afwijst, gelast het dat de gegevens weer ter beschikking van de beheerder van het geautomatiseerd werk worden gesteld.

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

afdeling Vierde. Beroep

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IIIA. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Derde. Opnamen van beeld, geluid of beeld en geluid als onderdeel van de verslaglegging en als wettig bewijsmiddel

afdeling Eerste. Algemeen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 136d

Onder afgeschermde getuige wordt verstaan een getuige die door de rechter op grond van artikel 226m als zodanig is aangemerkt.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel VC. Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers

afdeling Tweede. Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie

Derde afdeling A. Vorderen van gegevens

afdeling Vierde. Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding

Derde afdeling A. Vorderen van gegevens

Titel VE. Verkennend onderzoek

Titel III. Gang van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeling Zesde. Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

afdeling Derde. Verslaglegging door opsporingsambtenaren

Artikel 219b

De getuige die uit hoofde van zijn ambt of beroep betrokken is bij het verhoor van een afgeschermde getuige, verschoont zich van het beantwoorden van een te dien aanzien gestelde vraag.

Artikel 226m
1.

De rechter-commissaris beveelt hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of van de getuige, dat een getuige als afgeschermde getuige wordt gehoord indien, naar redelijkerwijze moet worden aangenomen, het belang van de staatsveiligheid dat eist.

2.

De officier van justitie, de verdachte en de getuige worden in de gelegenheid gesteld daaromtrent te worden gehoord.

3.

De rechter-commissaris maakt in zijn proces-verbaal melding van de redenen waarom het eerste lid toepassing heeft gevonden.

4.

Hoger beroep of beroep in cassatie is tegen een beslissing op grond van het eerste lid niet toegelaten.

Artikel 226n
1.

De rechter-commissaris beveelt hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of van de getuige, dat ter gelegenheid van het verhoor van de afgeschermde getuige diens identiteit verborgen wordt gehouden, indien een zwaarwegend belang van de getuige of een ander dan wel het belang van de staatsveiligheid dat vereist. In dat geval stelt hij zich voorafgaand aan het verhoor van de afgeschermde getuige op de hoogte van diens identiteit en vermeldt hij in het proces-verbaal dit te hebben gedaan.

2.

De getuige wordt overeenkomstig artikel 216 beëdigd of aangemaand.

3.

Indien de rechter-commissaris het in het eerste lid omschreven bevel geeft, hoort hij de afgeschermde getuige op een zodanige wijze dat zijn identiteit verborgen blijft.

Artikel 226o

Tot bijwoning van het verhoor van een afgeschermde getuige kan de rechter-commissaris bijzondere toegang verlenen.

Artikel 226p
1.

Indien een belang als bedoeld in artikel 226n, eerste lid, dat vereist, kan de rechter-commissaris bepalen dat de verdachte of diens raadsman dan wel beiden het verhoor van de afgeschermde getuige niet mogen bijwonen. In het laatste geval is ook de officier van justitie niet bevoegd daarbij aanwezig te zijn.

2.

De rechter-commissaris draagt er zorg voor dat het proces-verbaal van verhoor van de afgeschermde getuige geen verklaring bevat die strijdig is met een belang als bedoeld in artikel 226n, eerste lid.

3.

De rechter-commissaris verstrekt, indien de getuige daarmee instemt, het proces-verbaal aan de officier van justitie, de verdachte alsmede diens raadsman. De getuige kan zijn instemming slechts onthouden indien het belang van de staatsveiligheid dit vereist. In geval de getuige zijn instemming onthoudt, draagt de rechter-commissaris er zorg voor dat het proces-verbaal van verhoor en alle andere gegevens betreffende het verhoor onverwijld worden vernietigd. De rechter-commissaris maakt hiervan proces-verbaal op.

4.

De rechter-commissaris biedt de officier van justitie, de verdachte of diens raadsman, indien deze het verhoor van de getuige niet heeft bijgewoond, de gelegenheid door middel van telecommunicatie of, indien zulks zich niet verdraagt met een belang als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk de vragen op te geven, die hij gesteld wenst te zien. Tenzij het belang van het onderzoek geen uitstel van het verhoor gedoogt, kunnen vragen reeds voor de aanvang van het verhoor worden opgegeven.

5.

Artikel 226d, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 226q

Tijdens het verhoor van de afgeschermde getuige onderzoekt de rechter-commissaris de betrouwbaarheid van de verklaring van de afgeschermde getuige en hij legt daarover in het proces-verbaal rekenschap af.

Artikel 226r
1.

De rechter-commissaris neemt, indien hij het in artikel 226n, eerste lid, omschreven bevel geeft, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van de officier van justitie, de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de identiteit van de afgeschermde getuige en de persoon ten aanzien van wie een verzoek of een vordering als bedoeld in artikel 226n, eerste lid, wordt gedaan, verborgen te houden.

2.

Artikel 226f, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 226s
1.

De rechter-commissaris voegt, indien de afgeschermde getuige daarmee instemt, het proces-verbaal van verhoor bij de processtukken.

2.

Artikel 226p, derde lid, is, behoudens de eerste volzin, van overeenkomstige toepassing.

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

afdeling Eerste. Aanleiding tot het verrichten van onderzoekshandelingen

afdeling Tweede. Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Vierde Afdeling A. Bedreigde getuigen

afdeling Eerste. De strafbeschikking

afdeling Zesde. De behandeling van het verzet

afdeling Eerste. De strafbeschikking

afdeling Derde. Waarborgen bij de oplegging

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

Titel IIIb. Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

afdeling Derde. Verlenging van de terbeschikkingstelling

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Titel IIIb. Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

afdeling Eerste. Algemeen

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Tweede. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

afdeling Vijfde. Mediation na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 138d

Onder terroristisch misdrijf wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel VB. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing van terroristische misdrijven

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Vierde. Onderzoek van voorwerpen, vervoermiddelen en kleding

afdeling Zesde. Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden

afdeling Vijfde. Verbod op doorlaten

Titel VI. Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

Titel III. Gang van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

afdeeling Tweede. Instellen van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Vierde. Aangiften en klachten

Vierde afdeling D. Maatregelen tot bescherming van getuigen

afdeeling Zevende. Handelingen van de rechter-commissaris na de sluiting of beëindiging van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeling Achtste. Bevoegdheden van de raadsman

afdeeling Vierde. Het verhoor van den getuige

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Vierde afdeling E. Afgeschermde getuigen

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

afdeling Vijfde. Het doen van verzet

afdeling Zevende. Bevoegdheden van de raadsman

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel V. Aanwenden van gewone rechtsmiddelen

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Artikel 482

Vervallen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 496a

Vervallen

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i of 38k van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

TITEL IIC. Rechtsplegingen in verband met de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

Titel IIB. Rechtsplegingen in verband met de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis

afdeling Eerste. Algemeen

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

afdeling Derde. Verplichtingen van de schipper

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

afdeling Eerste. Algemeen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Eerste. Algemeen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 126za
1.

Bevelen tot toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in deze titel alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan worden, behoudens uitzonderingen bij de wet bepaald, schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijk bevel staat gelijk een mondeling bevel dat onverwijld op schrift is gesteld.

2.

Een schriftelijk bevel vermeldt het terroristisch misdrijf en de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de wettelijke voorwaarden voor uitoefening van de bevoegdheid zijn vervuld. In het bevel kan worden vermeld op welke wijze aan het bevel uitvoering dient te worden gegeven.

3.

In het geval de wet bepaalt dat een bevel mondeling kan worden gegeven, wordt het bevel alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan die niet op schrift is gesteld, aangetekend in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar die het bevel uitvoert.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in een schriftelijk bevel dan wel, bij een mondeling bevel, in het proces-verbaal te vermelden gegevens.

5.

Elk bevel kan worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of ingetrokken.

Artikel 126zb
1.

Een machtiging van de rechter-commissaris als bedoeld in deze titel is schriftelijk of wordt onverwijld op schrift gesteld.

2.

De machtiging en de vordering daartoe vermelden het terroristisch misdrijf en de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de wettelijke voorwaarden voor uitoefening van de bevoegdheid zijn vervuld.

3.

Indien voor een bevel van de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris is vereist, is ook voor een wijziging, aanvulling of verlenging van dat bevel een machtiging vereist.

Artikel 126zc

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen personen in de openbare dienst van een vreemde staat die voldoen aan daarin te stellen eisen voor de toepassing van de bevoegdheden van artikel 126zd, eerste lid, onder a, b en c, en artikel 126ze met een opsporingsambtenaar gelijk worden gesteld.

Artikel 126zd
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, bevoegd in het belang van het onderzoek:

  • a. een persoon stelselmatig te volgen of stelselmatig de aanwezigheid of het gedrag van een persoon waar te nemen,
  • b. goederen af te nemen van of diensten te verlenen aan een persoon of gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk af te nemen van een persoon,
  • c. zonder dat kenbaar is dat hij optreedt als opsporingsambtenaar, stelselmatig informatie in te winnen over een persoon,
  • d. zonder toestemming van de rechthebbende een besloten plaats, niet zijnde een woning, te betreden dan wel een technisch hulpmiddel aan te wenden teneinde die plaats op te nemen, aldaar sporen veilig te stellen of aldaar een technisch hulpmiddel te plaatsen teneinde de aanwezigheid of verplaatsing van een goed vast te kunnen stellen.
2.

De opsporingsambtenaar mag bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onder b, een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.

3.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder a, een besloten plaats, niet zijnde een woning, kan worden betreden zonder toestemming van de rechthebbende.

4.

De officier van justitie kan voorts bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder a, een technisch hulpmiddel kan worden aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming dan wel in het geval, bedoeld in artikel 126zpa, eerste lid, onder c.

5.

Het bevel tot uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onder a of c, wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. De geldigheidsduur kan telkens voor een periode van drie maanden worden verlengd.

Artikel 126ze
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar deelneemt of medewerking verleent aan een groep van personen ten aanzien waarvan aanwijzingen bestaan dat daarbinnen een terroristisch misdrijf wordt beraamd of gepleegd.

2.

Artikel 126h, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het bevel vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 126za, tevens:

  • a. een omschrijving van de groep van personen;
  • b. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, voor zover bij het geven van het bevel te voorzien, alsmede
  • c. de geldigheidsduur van het bevel.
Artikel 126zf
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, na op zijn vordering door de rechter-commissaris verleende machtiging, bevelen dat een opsporingsambtenaar met een technisch hulpmiddel vertrouwelijke communicatie opneemt.

2.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat ter uitvoering van het bevel een besloten plaats, niet zijnde een woning, wordt betreden zonder toestemming van de rechthebbende. Hij kan, na uitdrukkelijke op zijn vordering door de rechter-commissaris verleende machtiging, bepalen dat ter uitvoering van het bevel een woning zonder toestemming van de rechthebbende wordt betreden, indien het onderzoek dit dringend vordert. Artikel 2, eerste lid, laatste volzin, van de Algemene wet op het binnentreden is niet van toepassing.

3.

Het bevel vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 126za, tevens:

  • a. ten minste een van de personen die aan de communicatie deelnemen dan wel, indien het bevel communicatie betreft op een besloten plaats of in een vervoermiddel, een van de personen die aan de communicatie deelnemen of een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van die plaats of dat vervoermiddel;
  • b. bij toepassing van het tweede lid, de plaats die kan worden betreden;
  • c. de geldigheidsduur van het bevel.
4.

Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste vier weken. De geldigheidsduur kan telkens voor een termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.

5.

Van het opnemen wordt binnen drie dagen proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 126zg
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, aan een opsporingsambtenaar bevelen dat met een technisch hulpmiddel niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van diensten van een aanbieder van een communicatie in de zin van artikel 138g, wordt opgenomen.

2.

Het bevel vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 126za, tevens:

  • a. het nummer of een andere aanduiding waarmee de individuele gebruiker van de communicatiedienst wordt geïdentificeerd of de naam en, voor zover bekend, het adres van de gebruiker;
  • b. de geldigheidsduur van het bevel; en
  • c. een aanduiding van de aard van het technisch hulpmiddel of de technische hulpmiddelen waarmee de communicatie wordt opgenomen.
3.

Indien het bevel betrekking heeft op communicatie die plaatsvindt via een openbaar telecommunicatienetwerk of met gebruikmaking van een openbare telecommunicatiedienst in de zin van de Telecommunicatiewet, wordt – tenzij zulks niet mogelijk is of het belang van strafvordering zich daartegen verzet – het bevel ten uitvoer gelegd met medewerking van de aanbieder van het openbare telecommunicatienetwerk of de openbare telecommunicatiedienst en gaat het bevel vergezeld van een vordering van de officier van justitie aan de aanbieder om medewerking te verlenen.

4.

Indien het bevel betrekking heeft op andere communicatie dan bedoeld in het derde lid, wordt – tenzij zulks niet mogelijk is of het belang van strafvordering zich daartegen verzet – de aanbieder in de gelegenheid gesteld medewerking te verlenen bij de tenuitvoerlegging van het bevel.

5.

Artikel 126m, vijfde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zga
1.

Indien bij de afgifte van een bevel als bedoel in artikel 126zg, derde lid, bekend is dat de gebruiker van het nummer, bedoeld in artikel 126zg, tweede lid, onder a, zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het voornemen tot het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven voordat het bevel ten uitvoer wordt gelegd.

2.

Indien na aanvang van het opnemen van de telecommunicatie op grond van het bevel bekend wordt dat de gebruiker zich op het grondgebied van een andere staat bevindt, wordt, voor zover een verdrag dit voorschrijft en met toepassing van dat verdrag, die andere staat van het opnemen van telecommunicatie in kennis gesteld en de instemming van die staat verworven.

3.

De officier van justitie kan een bevel als bedoeld in artikel 126zg, derde lid, eveneens geven, indien het bestaan van het bevel noodzakelijk is om een andere staat te kunnen verzoeken telecommunicatie met een technisch hulpmiddel op te nemen of telecommunicatie af te tappen en rechtstreeks naar Nederland door te geleiden ter fine van opname met een technisch hulpmiddel in Nederland.

Artikel 126zh
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken over een gebruiker van een communicatiedienst in de zin van artikel 138h en het communicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker. De vordering kan slechts betrekking hebben op gegevens die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen en kan gegevens betreffen die:

  • a. ten tijde van de vordering zijn verwerkt, dan wel
  • b. na het tijdstip van de vordering worden verwerkt.
2.

Artikel 126n, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zi
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een communicatiedienst in de zin van artikel 138h. Artikel 126n, tweede lid, is van toepassing.

2.

Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, bij de aanbieder niet bekend zijn en zij nodig zijn voor de toepassing van artikel 126zf of artikel 126zg kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek vorderen dat de aanbieder de gevorderde gegevens op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze achterhaalt en verstrekt.

3.

Artikel 126na, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zj

Teneinde toepassing te kunnen geven aan artikel 126zg of artikel 126zh kan de officier van justitie met inachtneming van artikel 3.22, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bevelen dat met behulp van in dat artikel bedoelde apparatuur het nummer waarmee de gebruiker van een communicatiedienst kan worden geïdentificeerd, wordt verkregen. Artikel 126nb, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zja
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde gegevens die ten tijde van de vordering zijn opgeslagen in een geautomatiseerd werk en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij in het bijzonder vatbaar zijn voor verlies of wijziging, vorderen dat deze gegevens gedurende een periode van ten hoogste negentig dagen worden bewaard en beschikbaar gehouden. De vordering kan niet worden gericht tot de verdachte.

2.

Artikel 126ni, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing

afdeling Negende. Vorderen van gegevens

Artikel 126zk
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van degene die daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt en die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, vorderen bepaalde opgeslagen gegevens of vastgelegde identificerende gegevens van een persoon te verstrekken.

2.

Artikel 126nc, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zl
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen gegevens of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.

2.

Artikel 126nd, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zm
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in artikel 126zl, eerste lid, van degene die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Artikel 126nd, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van de vordering wordt beëindigd zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 126zl, eerste lid. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering doet de officier van justitie proces-verbaal opmaken.

3.

Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie in een geval als bedoeld in het eerste lid bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris.

Artikel 126zn
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen.

Artikel 126zo
1.

Een vordering als bedoeld in artikel 126zk, eerste lid, 126zl, eerste lid, of 126zm, eerste lid, kan worden gericht tot de aanbieder van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g, voor zover de vordering betrekking heeft op andere gegevens dan die welke gevorderd kunnen worden door toepassing van de artikelen 126zh en 126zi. De vordering kan geen betrekking hebben op gegevens die zijn opgeslagen in het geautomatiseerde werk van de aanbieder en niet voor deze bestemd of van deze afkomstig zijn.

2.

Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie van de aanbieder van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, deze gegevens vorderen.

Artikel 126zp
1.

De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit vordert, bij of terstond na de toepassing van artikel 126zl, eerste lid, 126zm, eerste of derde lid, of 126zn, eerste lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in deze artikelen bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken, dan wel deze kennis ter beschikking te stellen.

2.

Artikel 126nh, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

afdeling Tweede. Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie

Artikel 126zq
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, bevoegd in het belang van het onderzoek voorwerpen te onderzoeken en aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te openen.

2.

Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is de opsporingsambtenaar bevoegd de voorwerpen voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem, zoveel mogelijk, af te geven schriftelijk bewijs.

3.

Het bevel kan mondeling worden gegeven. Het wordt gegeven voor een periode van ten hoogste twaalf uren, voor een daarbij omschreven gebied. De geldigheidsduur kan telkens met ten hoogste twaalf uren worden verlengd.

4.

In bij algemene maatregel van bestuur aangewezen veiligheidsrisicogebieden kan voor de uitoefening van een in dit artikel bedoelde bevoegdheid onder bij die algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden een bevel van de officier van justitie achterwege blijven.

Artikel 126zr
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, bevoegd in het belang van het onderzoek vervoermiddelen te onderzoeken.

2.

De opsporingsambtenaar is bij een dergelijk bevel voorts bevoegd:

  • a. vervoermiddelen op hun lading te onderzoeken;
  • b. van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met betrekking tot de lading;
  • c. van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.
3.

Artikel 126zq, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 126zs
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf is de opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, bevoegd in het belang van het onderzoek personen aan de kleding te onderzoeken.

2.

De opsporingsambtenaar is bij een dergelijk bevel voorts bevoegd gebruik te maken van detectieapparatuur of andere hulpmiddelen.

3.

Artikel 126zq, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze van uitvoering van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Titel VC. Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers

Artikel 126zt
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan een opsporingsambtenaar, bij bevel daartoe van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek met een persoon die geen opsporingsambtenaar is overeenkomen dat deze voor de duur van het bevel bijstand verleent aan de opsporing door:

  • a. goederen af te nemen van of diensten te verlenen aan een persoon of gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk af te nemen van een persoon;
  • b. stelselmatig informatie in te winnen omtrent een persoon.
2.

De artikelen 126za en 126zd, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, alsmede artikel 126ij, derde lid, voor zover het eerste lid, onder a, toepassing vindt. Toepassing van het eerste lid, onder a, vindt alleen plaats indien geen bevel als bedoeld in artikel 126zd, eerste lid, onder b, kan worden gegeven.

3.

De overeenkomst is schriftelijk en vermeldt de rechten en plichten van de persoon die bijstand verleent aan de opsporing, de wijze waarop aan de overeenkomst uitvoering dient te worden gegeven, alsmede de geldigheidsduur van de overeenkomst. De overeenkomst kan schriftelijk worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of beëindigd.

Artikel 126zu
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert en geen bevel als bedoeld in artikel 126ze, eerste lid, kan worden gegeven, met een persoon die geen opsporingsambtenaar is, overeenkomen dat deze bijstand verleent aan de opsporing door deel te nemen aan of medewerking te verlenen aan een groep van personen ten aanzien waarvan aanwijzingen bestaan dat daarbinnen een terroristisch misdrijf wordt beraamd of gepleegd.

2.

De artikelen 126zt, derde lid, en 126w, derde, vierde en zesde lid zijn overeenkomstige toepassing.

afdeling Derde. Opnemen en onderzoek communicatie

afdeling Derde. Burgerpseudo-koop of -dienstverlening

Titel VC. Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers

Artikel 126hh
1.

Indien een onderzoek als bedoeld in artikel 126gg de voorbereiding van de opsporing van terroristische misdrijven tot doel heeft, kan de officier van justitie na voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris, in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot een geautomatiseerd gegevensbestand schriftelijk vorderen dit bestand, of delen daarvan, te verstrekken, teneinde de hierin opgenomen gegevens te doen bewerken. De personen, bedoeld in de artikelen 218 en 218a, zijn niet verplicht aan de vordering te voldoen, voor zover de uitlevering met hun plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn.

2.

De bewerking kan bestaan uit het onderling vergelijken dan wel het in combinatie met elkaar verwerken van de gegevens uit het verstrekte bestand, gegevens uit de politieregisters en gegevens uit andere bestanden. Beperkingen gesteld bij of krachtens de Wet politiegegevens blijven buiten toepassing. De officier van justitie stelt de wijze waarop de bewerking wordt uitgevoerd vast.

3.

De bewerking wordt op een zodanige wijze uitgevoerd dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen zo veel mogelijk wordt gewaarborgd.

4.

De officier van justitie doet van de bewerking proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

  • a. een aanduiding van de gegevens waarop de bewerking is uitgevoerd;
  • b. een beschrijving van de wijze waarop de bewerking is uitgevoerd;
  • c. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld.
5.

De officier van justitie ziet er op toe dat zodra de bewerking is voltooid:

  • a. uitsluitend de gegevens die het resultaat zijn van de bewerking en van betekenis zijn voor het onderzoek, voor het onderzoek verder worden verwerkt;
  • b. de gegevens die het resultaat zijn van de bewerking en niet van betekenis zijn voor het onderzoek en de gegevens die op grond van het eerste lid zijn verkregen en geen deel uitmaken van het resultaat van de bewerking worden vernietigd.
6.

Gegevens als bedoeld in het vijfde lid, onder a, mogen worden verwerkt voor de opsporing van terroristische misdrijven.

7.

De officier van justitie kan in afwijking van het vijfde lid, onder b, bepalen dat de in dat onderdeel bedoelde gegevens niet worden vernietigd voor zover en voor zolang de gegevens nodig zijn om de bewerking achteraf te controleren. Indien de gegevens niet worden vernietigd, worden zij uitsluitend verwerkt om de bewerking achteraf te controleren.

Artikel 126ii
1.

Indien een onderzoek als bedoeld in artikel 126gg de voorbereiding van de opsporing van terroristische misdrijven tot doel heeft, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van degene die daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt en die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens van een persoon te verstrekken. Artikel 126nc, tweede tot en met vijfde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

In geval van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek jegens een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst een vordering doen gegevens te verstrekken terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van telecommunicatie. Artikel 126n, tweede lid en vierde lid, en 126na, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 126bb, eerste tot en met vierde lid, blijft buiten toepassing.

3.

Van de verstrekking van identificerende gegevens of gegevens als bedoeld in het tweede lid doet de officier van justitie proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

  • a. de verstrekte gegevens;
  • b. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.

Titel VI. Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel VD. Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de titels IVA tot en met VC

afdeeling Derde. Overige ambtenaren met de opsporing belast

afdeeling Vierde. Aangiften en klachten

afdeeling Vijfde. Beslissingen omtrent vervolging

Titel I. Het opsporingsonderzoek

Titel III. Gang van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Tweede. Instellen van het gerechtelijk vooronderzoek

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

afdeeling Vierde. Het verhoor van den getuige

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

Vierde afdeling B. Toezeggingen aan getuigen die tevens verdachte zijn

Vierde afdeling C. Toezeggingen aan getuigen die reeds veroordeeld zijn

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

afdeling Zesde. De behandeling van het verzet

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeeling Tweede. Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting

Titel VII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de politierechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Titel VI. Intrekking en afstand van gewone rechtsmiddelen

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Titel II. Hooger beroep van uitspraken

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

Artikel 482

Vervallen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Artikel 488a

Vervallen

Artikel 482

Vervallen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

TITEL IIC. Rechtsplegingen in verband met de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

afdeling Eerste. Algemeen

Titel IV. Wraking en verschoning van rechters

Titel VIa. Schadevergoeding en andere bijzondere kosten

Titel IIIA. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel V. Geschillen over rechtsmacht

afdeling Eerste. Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad

Boek Vijfde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel VIb. Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Artikel 576a

Vervallen

afdeling Eerste. Bevriezingsbevel

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen

Titel I. Tenuitvoerlegging

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)