Wet van 15 januari 1921

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 1923
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Het openbaar ministerie draagt er zorg voor dat de gewijzigde toezichtmaatregel zo spoedig mogelijk ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 5.7.15
1.

Het openbaar ministerie beëindigt het toezicht op de naleving van de aan de betrokkene opgelegde toezichtmaatregelen:

  • a. indien meermalen een kennisgeving als bedoeld in artikel 5.7.12, tweede lid, aan de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat is verzonden en naar aanleiding daarvan binnen redelijke termijn geen beslissing is genomen omtrent de toezichtmaatregelen;
  • b. zodra een kennisgeving van de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat is ontvangen dat de toezichtmaatregelen zijn beëindigd;
  • c. indien de betrokkene niet langer zijn vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft;
  • d. indien de betrokkene niet in Nederland kan worden gevonden.
2.

Het openbaar ministerie stelt de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat onverwijld in een vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd, in kennis van de beëindiging van het toezicht. Het openbaar ministerie stelt eveneens de reclasseringsinstelling, belast met het toezicht, en zo mogelijk de betrokkene in kennis van de beëindiging van het toezicht.

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

Artikel 5.7.16
1.

Een bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis als bedoeld in artikel 80 kan door het openbaar ministerie worden toegezonden aan de lidstaat van de Europese Unie waar de verdachte zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft, indien hij ermee instemt naar die staat terug te keren.

2.

Op verzoek van de verdachte kan het openbaar ministerie het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis toezenden aan een andere lidstaat dan de lidstaat, bedoeld in het eerste lid, indien de bevoegde autoriteit van die lidstaat daarmee instemt.

3.

Het openbaar ministerie geeft geen toepassing aan het eerste of tweede lid, dan nadat de rechter, bedoeld in artikel 86, eerste lid, daartoe de opdracht heeft gegeven.

Artikel 5.7.17
1.

Het openbaar ministerie zendt het bevel tot schorsing, vergezeld van een ingevuld certificaat rechtstreeks aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat. Het certificaat is opgesteld overeenkomstig het in bijlage I van het kaderbesluit opgenomen model.

2.

Het certificaat is gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de uitvoerende lidstaat dan wel, indien die staat zulks heeft medegedeeld in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring, in een van de in die verklaring genoemde talen.

3.

Indien niet bekend is welke autoriteit in de uitvoerende lidstaat bevoegd is tot erkenning van de rechterlijke uitspraak, verzoekt het openbaar ministerie hieromtrent om inlichtingen.

4.

Het bevel tot schorsing wordt niet aan twee of meer lidstaten tegelijkertijd toegezonden.

5.

De toezending kan plaatsvinden per gewone post, telefax of elektronische post, mits de echtheid van de toegezonden documenten door de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat kan worden vastgesteld.

6.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat stuurt het openbaar ministerie deze een gewaarmerkt afschrift van het bevel tot schorsing dan wel het origineel van het certificaat toe.

Artikel 5.7.18
1.

Het openbaar ministerie kan het certificaat intrekken in opdracht van de rechter, bedoeld in artikel 5.7.16, derde lid, naar aanleiding van:

  • a. de kennisgeving betreffende de maximumtermijn gedurende welke in de uitvoerende lidstaat toezicht kan worden gehouden op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden;
  • b. de kennisgeving betreffende de beslissing van de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat tot aanpassing van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden.
2.

Het openbaar ministerie beslist over de intrekking van het certificaat binnen een termijn van tien dagen na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. Het openbaar ministerie stelt de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat en de verdachte onverwijld schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van de beslissing om het certificaat in te trekken.

Artikel 5.7.19
1.

Het houden van toezicht op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden wordt opgeschort gedurende de periode dat in de uitvoerende lidstaat daarop toezicht wordt gehouden.

2.

Tot het houden van toezicht in Nederland kan worden overgegaan:

  • a. zodra van de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat bericht is ontvangen dat het toezicht is beëindigd;
  • b. indien de verdachte niet langer zijn vaste woon- of verblijfplaats in de uitvoerende lidstaat heeft;
  • c. indien de verdachte zich in Nederland bevindt.
Artikel 5.7.20
1.

Het openbaar ministerie kan de bevoegde autoriteit in de uitvoerende lidstaat verzoeken om verlenging van de termijn gedurende welke in de uitvoerende lidstaat toezicht kan worden gehouden op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden.

2.

Het openbaar ministerie stelt de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat onverwijld in een vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd, in kennis van:

  • a. een wijziging van het bevel tot schorsing;
  • b. een beslissing die strekt tot beëindiging van het toezicht op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden;
  • c. informatie over de noodzaak van het voortduren van het toezicht op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden, indien de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat daarom heeft verzocht.

Titel 6

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel I. Tenuitvoerlegging

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

afdeling Tweede. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

Derde afdeling A. Gijzeling

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Eerste. Algemeen

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 218a
1.

Getuigen die als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring, beschikken over gegevens van personen die deze gegevens ter openbaarmaking hebben verstrekt, kunnen zich verschonen van het beantwoorden van vragen over de herkomst van die gegevens.

2.

De rechter-commissaris kan het beroep van de getuige, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien hij oordeelt dat bij het onbeantwoord blijven van vragen aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade zou worden toegebracht.

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

afdeling Eerste. De strafbeschikking

afdeling Tweede. Oplegging door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeeling Tweede. Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting

afdeeling Vierde. Beraadslaging en uitspraak

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

Titel IID. Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast

Titel VIb. Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

afdeling Eerste. Algemeen

Titel IX. Beklag

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Titel XI. Wederzijdse erkenning

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2b. Overname van strafvervolging van een internationaal gerecht

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

afdeling Eerste. Overdracht van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

afdeling Tweede. Overname van strafvervolging

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel 6

afdeling Eerste. Het Europees onderzoeksbevel

afdeling Tweede. Overname van strafvervolging

afdeling Vierde. Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel

afdeling Eerste. Het Europees onderzoeksbevel

titel Eerste. Taken en bevoegdheden

(Gereserveerd)

Titel 6

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Vierde. Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

titel Derde. Verpleging van overheidswege en terbeschikkingstelling

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

afdeeling Derde. Tenuitvoerlegging van strafbeschikkingen, bevelen tot vrijheidsbeneming en veroordeelende vonnissen of arresten

Derde afdeling A. Gijzeling

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Eerste. Algemeen

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

(Gereserveerd)

Titel 6

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

titel Eerste. Opneming, aanvang, onderbreking en invrijheidstelling

afdeling Derde. Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel I. Tenuitvoerlegging

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

Titel II. Kosten

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Titel VC. Bijstand aan opsporing van terroristische misdrijven door burgers

Titel VF. Vastleggen en bewaren van kentekengegevens

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel I. Het opsporingsonderzoek

Titel II. De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

afdeeling Derde. Het verhoor van den verdachte

Vierde Afdeling A. Bedreigde getuigen

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

afdeling Derde. Waarborgen bij de oplegging

Tweede Afdeling A. Verklaring van het slachtoffer of diens nabestaande op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

Tweede Afdeling A. Verklaring van het slachtoffer of diens nabestaande op de terechtzitting

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

afdeling Tweede. Toepassing van de artikelen 38b, 38c, 38i, 38k of 38la, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

Titel X. Internationale rechtshulp

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

afdeling Eerste. Overdracht van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 1. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

Titel 1. Internationale rechtshulp in strafzaken

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

afdeling Tweede. Overname van strafvervolging

afdeling Eerste. Het Europees onderzoeksbevel

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

afdeling Vierde. Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel

(Gereserveerd)

Titel 6

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

Titel 8. Europees beschermingsbevel

afdeling Tweede. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

titel Vierde. Inrichting voor stelselmatige daders

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Eerste. Algemeen

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 126zsa

Bij toepassing van de bevoegdheden van de artikelen 151b, eerste lid, en 195d, eerste lid, zijn ernstige bezwaren niet vereist bij een verdachte die wegens verdenking van een terroristisch misdrijf in verzekering is gesteld.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel I. Het opsporingsonderzoek

afdeeling Tweede. De officieren van justitie

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

afdeeling Vijfde. Deskundigen

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

afdeling Achtste. Openbaarheid

Titel V. Aanhangig maken der zaak ter terechtzitting

afdeeling Tweede. Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

afdeeling Vierde. Beraadslaging en uitspraak

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel I. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de Hooge Raad in eersten aanleg kennis neemt

afdeling Tweede. Strafvordering in zaken betreffende personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt

Titel IIIb. Strafvordering ter zake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

Titel VII. Rechterlijke bevelen tot handhaving der openbare orde

Titel III. Vervolging en berechting van rechterlijke ambtenaren

Titel IX. Beklag

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

§ 3. Overname van strafvervolging van een internationaal gerecht

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

Titel 6

afdeling Derde. Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

afdeling Derde. Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden

afdeling Vierde. Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel

(Gereserveerd)

Titel 7. Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van bevelen betreffende de voorlopige hechtenis tussen de lidstaten van de Europese Unie

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

titel Eerste. Opneming, aanvang, onderbreking en invrijheidstelling

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

titel Vierde. Inrichting voor stelselmatige daders

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

afdeeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Tweede. Voorwaardelijke invrijheidstelling

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 126jj
1.

Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onder b en c, is bevoegd op of aan de openbare weg kentekengegevens van voertuigen als bedoeld in het tweede lid met behulp van een technisch hulpmiddel vast te leggen, teneinde deze gegevens met toepassing van het derde lid te kunnen raadplegen. De aanwezigheid van het technisch hulpmiddel wordt op duidelijke wijze kenbaar gemaakt.

2.

Het kenteken, de locatie en het tijdstip van vastlegging, en de foto-opname van het voertuig worden vier weken na de datum van vastlegging vernietigd.

3.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, kunnen, bij bevel daartoe van de officier van justitie, door een daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie geautoriseerde opsporingsambtenaar worden geraadpleegd uitsluitend:

  • a. in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, ten behoeve van de opsporing van dat misdrijf of
  • b. in geval van een voortvluchtige persoon als bedoeld in artikel 6:1:6 ter aanhouding van deze persoon.

De raadpleging vindt slechts plaats door politiegegevens die voor één van deze doelen worden verwerkt, geautomatiseerd te vergelijken met de gegevens, bedoeld in het tweede lid, teneinde vast te stellen of de gegevens overeenkomen. Als de gegevens overeenkomen kunnen ze voor het desbetreffende doel verder worden verwerkt.

4.

Het bevel is schriftelijk en vermeldt:

  • a. het doel waarvoor de gegevens worden geraadpleegd;
  • b. in het kader van welk opsporingsonderzoek dan wel ten behoeve van welke voortvluchtige de raadpleging plaatsvindt;
  • c. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte dan wel de voortvluchtige;
  • d. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de raadpleging noodzakelijk is voor het doel, bedoeld in het derde lid, onder a dan wel b;
  • e. het tijdstip, de locatie en, voor zover bekend, het kenteken of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van het voertuig waarvan de gegevens worden geraadpleegd.

Bij dringende noodzaak kan het bevel mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt in dat geval het bevel binnen drie dagen op schrift.

5.

Paragraaf 2, met uitzondering van artikel 8, eerste lid, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 17 en 17a en paragraaf 5a van de Wet politiegegevens zijn niet van toepassing op de gegevens, bedoeld in het tweede lid.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inzet van een technisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, de vastlegging van de gegevens en de wijze waarop de gegevens worden geraadpleegd.

7.

De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel II. De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

Titel IV. Beslissingen omtrent verdere vervolging

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

afdeeling Tweede. Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

afdeeling Vierde. Beraadslaging en uitspraak

Titel VIII. Bijzondere bepalingen voor het rechtsgeding voor de kantonrechter

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel I. Verzet tegen einduitspraken

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel II. Strafvordering in zaken betreffende jeugdige personen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

Titel X. Internationale rechtshulp

Eerste afdeling A. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Justitie

Titel XI. Wederzijdse erkenning

afdeling Tweede. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen

§ 1a. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

Titel 1. Internationale rechtshulp in strafzaken

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

afdeling Vierde. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

Titel 4. Europees onderzoeksbevel

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

(Gereserveerd)

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Titel 8. Europees beschermingsbevel

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel I. Tenuitvoerlegging

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

afdeeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Tweede. Voorwaardelijke invrijheidstelling

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 125p
1.

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie aan een aanbieder van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 138g het bevel richten om terstond alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven, ontoegankelijk te maken, voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van een strafbaar feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

2.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:

  • a. het strafbare feit;
  • b. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat ontoegankelijkmaking van de gegevens noodzakelijk is om het strafbare feit te beëindigen of nieuwe strafbare feiten te voorkomen;
  • c. welke gegevens ontoegankelijk moeten worden gemaakt.
3.

Artikel 125o, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

4.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. De rechter-commissaris stelt de aanbieder tot wie het bevel is gericht in de gelegenheid te worden gehoord. De aanbieder is bevoegd zich bij het horen door een raadsman te doen bijstaan.

5.

Degene tot wie het bevel, bedoeld in het eerste lid, is gericht neemt in het belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem ter zake van het bevel bekend is.

Titel IVA. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing

afdeling Zevende. Onderzoek van communicatie door middel van geautomatiseerde werken

Artikel 126nba
1.

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar binnendringt in een geautomatiseerd werk dat bij de verdachte in gebruik is en, al dan niet met een technisch hulpmiddel, onderzoek doet met het oog op:

  • a. de vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan;
  • c. de uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126g, waarbij de officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel op een persoon wordt bevestigd;

en, ingeval van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen;

  • d. de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn opgeslagen, of die eerst na het tijdstip van afgifte van het bevel worden opgeslagen, voor zover redelijkerwijs nodig om de waarheid aan de dag te brengen;
2.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:

  • a. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;
  • b. zo mogelijk een nummer of een andere aanduiding waarmee het geautomatiseerde werk kan worden geïdentificeerd en, indien bekend, dat de gegevens niet in Nederland zijn opgeslagen;
  • c. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
  • d. een aanduiding van de aard en functionaliteit van het technische hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, dat wordt gebruikt voor de uitvoering van het bevel;
  • e. het onderdeel of de onderdelen, genoemd in het eerste lid, met het oog waarop het bevel wordt gegeven en, als dit het onderdeel a, d of e betreft, een duidelijke omschrijving van de te verrichten handelingen;
  • f. ten aanzien van welk deel van het geautomatiseerde werk en welke categorie van gegevens aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • g. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • h. in het geval het een bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een melding van het voornemen om een technisch hulpmiddel op een persoon te bevestigen.
3.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven voor een periode van ten hoogste vier weken. Het kan telkens voor een periode van ten hoogste vier weken worden verlengd.

4.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. De machtiging vermeldt de onderdelen van het bevel en de periode waarvoor de machtiging van kracht is.

5.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan schriftelijk en met redenen omkleed worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of beëindigd, met dien verstande dat de officier van justitie voor wijziging, aanvulling of verlenging een machtiging van de rechter-commissaris behoeft. Bij dringende noodzaak kunnen de beslissing van de officier van justitie en de machtiging van de rechter-commissaris mondeling worden gegeven. De officier van justitie en de rechter-commissaris stellen deze in dat geval binnen drie dagen op schrift.

6.

Nadat het onderzoek is beëindigd wordt het technische hulpmiddel verwijderd. Indien het technische hulpmiddel niet of niet volledig kan worden verwijderd en dit risico’s oplevert voor het functioneren van het geautomatiseerde werk stelt de officier van justitie de beheerder van het geautomatiseerde werk daarvan in kennis en stelt de nodige informatie ter beschikking ten behoeve van de volledige verwijdering. Het bepaalde in artikel 126cc, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

7.

Het toezicht op de uitvoering van het bevel, bedoeld in het eerste lid, door de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onderdeel d, en de personen, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel b, wordt uitgeoefend door de inspectie, bedoeld in artikel 65 van de Politiewet 2012, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Politiewet 2012.

8.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

  • a. de autorisatie en deskundigheid van de opsporingsambtenaren die kunnen worden belast met het binnendringen en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, en de samenwerking met andere opsporingsambtenaren;
  • b. de geautomatiseerde vastlegging van gegevens over de uitvoering van het bevel, bedoeld in het eerste lid.
9.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, in de gevallen waarin niet bekend is waar de gegevens zijn opgeslagen.

Artikel 126uba
1.

In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar binnendringt in een geautomatiseerd werk dat in gebruik is bij een persoon ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat hij betrokken is bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven en, al dan niet met een technisch hulpmiddel, onderzoek doet met het oog op:

  • a. de vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan;
  • c. de uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126o waarbij de officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel op een persoon wordt bevestigd;

en, ingeval van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen;

  • d. de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn opgeslagen, of eerst na het tijdstip van afgifte van het bevel worden opgeslagen, voor zover redelijkerwijs nodig om de waarheid aan de dag te brengen;
2.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:

  • a. een omschrijving van het georganiseerd verband en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon ten aanzien van wie uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven;
  • b. zo mogelijk een nummer of een andere aanduiding waarmee het geautomatiseerde werk kan worden geïdentificeerd en, indien bekend, dat de gegevens niet in Nederland zijn opgeslagen;
  • c. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
  • d. een aanduiding van de aard en functionaliteit van het technische hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, dat wordt gebruikt voor de uitvoering van het bevel;
  • e. het onderdeel of de onderdelen, genoemd in het eerste lid, met het oog waarop het bevel wordt gegeven en, als dit het onderdeel a, d of e betreft, een duidelijke omschrijving van de te verrichten handelingen;
  • f. ten aanzien van welk deel van het geautomatiseerde werk en welke categorie van gegevens aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • g. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • h. in het geval het een bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een melding van het voornemen om een technisch hulpmiddel op een persoon te bevestigen.
3.

Artikel 126nba, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

afdeling Tweede. Stelselmatige observatie, pseudo-koop of -dienstverlening, stelselmatige inwinning van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats en infiltratie

Artikel 126zpa
1.

In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar binnendringt in een geautomatiseerd werk dat in gebruik is bij een persoon en, al dan niet met een technisch hulpmiddel, onderzoek doet met het oog op:

  • a. de vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan;
  • c. een bevel als bedoeld in artikel 126zd, eerste lid, onder a, waarbij de officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel op een persoon wordt bevestigd;

en, ingeval van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, dan wel een misdrijf dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen;

  • d. de vastlegging van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn opgeslagen, of die eerst na het tijdstip van afgifte van het bevel worden opgeslagen, voor zover redelijkerwijs nodig om de waarheid aan de dag te brengen;
2.

Het bevel vermeldt, behalve de gegevens, bedoeld in artikel 126za, tevens:

  • a. zo mogelijk een nummer of een andere aanduiding waarmee het geautomatiseerde werk kan worden geïdentificeerd en, indien bekend, dat de gegevens niet in Nederland zijn opgeslagen;
  • b. een aanduiding van de aard en functionaliteit van het technische hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, dat wordt gebruikt voor de uitvoering van het bevel;
  • c. het onderdeel of de onderdelen, genoemd in het eerste lid, met het oog waarop het bevel wordt gegeven en, als dit het onderdeel a, d of e betreft, een duidelijke omschrijving van de te verrichten handelingen;
  • d. ten aanzien van welk deel van het geautomatiseerde werk en welke categorie van gegevens aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • e. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven;
  • f. in het geval het een bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betreft, een melding van het voornemen om een technisch hulpmiddel op een persoon te bevestigen.
3.

Artikel 126nba, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Titel VF. Vastleggen en bewaren van kentekengegevens

Artikel 126ffa
1.

De officier van justitie kan op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang bevelen dat het bekend maken aan de producent van een onbekende kwetsbaarheid voor het binnendringen in een geautomatiseerd werk, bedoeld in de artikelen 126nba, 126uba en 126zpa, wordt uitgesteld.

2.

Een bevel als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en vermeldt:

  • a. de kwetsbaarheid en
  • b. het zwaarwegend opsporingsbelang.
3.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

4.

Onder onbekende kwetsbaarheid als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een kwetsbaarheid in een geautomatiseerd werk waarvan aannemelijk is dat die niet bekend is of kan worden verondersteld niet bekend te zijn bij de producent van het apparaat of van het programma op basis waarvan automatisch computergegevens worden verwerkt, en die kan worden gebruikt om dat geautomatiseerde werk binnen te dringen.

Titel VF. Vastleggen en bewaren van kentekengegevens

Titel VI. Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

Artikel 138g

Onder aanbieder van een communicatiedienst wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of bedrijf aan de gebruikers van zijn dienst de mogelijkheid biedt te communiceren met behulp van een geautomatiseerd werk, of gegevens verwerkt of opslaat ten behoeve van een zodanige dienst of de gebruikers van die dienst.

Artikel 138h

Onder gebruiker van een communicatiedienst wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die met de aanbieder van een communicatiedienst een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van die dienst of die feitelijk gebruik maakt van een zodanige dienst.

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel I. Het opsporingsonderzoek

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

afdeling Vierde. Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking

afdeling Vijfde. Het doen van verzet

afdeling Tweede. Oplegging door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel III. Beroep in cassatie van uitspraken

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel IX. Beklag

afdeling Tweede. Verzoeken tot rechtshulp gericht aan het buitenland

afdeling Derde. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 2a. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 1. Overname van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

afdeling Eerste. Het Europees onderzoeksbevel

afdeling Derde. Nadere regeling van de uitvoering van enkele onderzoeksbevoegdheden

titel Tweede. Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn

(Gereserveerd)

titel Tweede. Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Titel 8. Europees beschermingsbevel

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel 8. Europees beschermingsbevel

afdeling Tweede. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeeling Derde. Tenuitvoerlegging van strafbeschikkingen, bevelen tot vrijheidsbeneming en veroordeelende vonnissen of arresten

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Vierde. Inrichting voor stelselmatige daders

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 488aa
1.

Onverminderd de artikelen 27c en 27ca, wordt aan de verdachte direct wanneer hij is aangehouden mededeling gedaan:

  • a. dat de ouders of voogd in kennis worden gesteld van zijn vrijheidsbeneming, indien deze wordt bevolen;
  • b. van het recht vergezeld te worden door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon, buiten het onderzoek op de terechtzitting, bedoeld in artikel 488ab;
  • c. van de mogelijkheid van audiovisuele registratie van verhoren, bedoeld in artikel 488ac;
  • d. van het recht op een medisch onderzoek, bedoeld in artikel 489a;
  • e. van het recht op een advies over zijn persoonlijkheid en zijn levensomstandigheden, bedoeld in artikel 494a.
2.

Bij een oproeping om te worden gehoord als bedoeld in artikel 491a, wordt mededeling gedaan van het recht om te worden vergezeld door de ouders of voogd, of een vertrouwenspersoon.

3.

Bij een oproeping om te worden gehoord als bedoeld in artikel 493, vierde lid, wordt mededeling gedaan van:

  • a. het recht op vaststelling van een zo kort mogelijk passende duur van de voorlopige hechtenis, en de mogelijkheid van schorsing van de tenuitvoerlegging van het bevel voorlopige hechtenis, bedoeld in artikel 493, eerste lid;
  • b. het recht vergezeld te worden door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon;
  • c. het recht op periodieke toetsing van de voorlopige hechtenis;
  • d. het recht om bij het ondergaan van voorlopige hechtenis gescheiden van volwassenen te verblijven.
4.

Bij de betekening van de dagvaarding wordt mededeling gedaan van:

  • a. de verplichting om bij het onderzoek op de terechtzitting in persoon te verschijnen, bedoeld in artikel 495a;
  • b. het recht op behandeling van de strafzaak achter gesloten deuren, bedoeld in artikel 495b;
  • c. het recht bij het onderzoek ter terechtzitting te worden vergezeld door de ouders of voogd, of een vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 496.
5.

De mededeling van rechten wordt gedaan in voor de verdachte eenvoudige en toegankelijke bewoordingen. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan.

Artikel 488ab
1.

Bij het verhoor door de opsporingsambtenaar heeft de verdachte het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon.

2.

De toegang van de persoon tot het verhoor kan worden geweigerd indien de hulpofficier van justitie van oordeel is dat:

  • a. het niet in het belang van de verdachte is dat hij door de ouder of voogd of vertrouwenspersoon wordt vergezeld, of
  • b. het belang van het onderzoek zich tegen die aanwezigheid verzet.
3.

De beslissing, bedoeld in het tweede lid, kan door de hulpofficier van justitie alleen met toestemming van de officier van justitie worden genomen.

Artikel 488ac

Een verhoor door een opsporingsambtenaar wordt audiovisueel geregistreerd wanneer de ernst van het misdrijf of de persoonlijkheid van de verdachte daartoe aanleiding geeft.

Artikel 489a
1.

De hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek kan ambtshalve, op verzoek van de verdachte, de raadsman, de ouder of voogd of vertrouwenspersoon bevelen dat de verdachte medisch wordt onderzocht om vast te stellen of deze in staat is een verhoor te ondergaan of te worden onderworpen aan een onderzoekshandeling. Bij een medisch onderzoek wordt de algemene geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de verdachte beoordeeld. Het onderzoek is zo non-invasief mogelijk.

2.

Een medisch onderzoek vindt plaats door een arts of onder de verantwoordelijkheid van een arts.

3.

Indien de uitkomst van het medisch onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan een verhoor van de verdachte of een onderzoekshandeling die deze moet ondergaan en die is gericht op de bewijsgaring, worden uitgesteld.

4.

Van een bevel als bedoeld in het eerste lid, of een beslissing van de hulpofficier van justitie als bedoeld in het derde lid, wordt proces-verbaal opgemaakt. Indien ondanks een daartoe strekkend verzoek geen medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vermeldt het proces-verbaal de redenen daarvan. Indien wel een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden, vermeldt het proces-verbaal de conclusie daarvan.

Artikel 491a
1.

Wanneer de verdachte wordt gehoord als bedoeld in artikel 491, tweede lid, heeft deze het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd of een vertrouwenspersoon die de officier van justitie geschikt acht.

2.

De officier van justitie roept de ouders of voogd, op bij het horen aanwezig te zijn. Aan de verdachte wordt kennis gegeven dat hij zich bij het horen kan laten vergezellen door een vertrouwenspersoon.

3.

De toegang van die persoon tot het verhoor kan worden geweigerd indien de officier van justitie van oordeel is dat:

  • a. het niet in het belang van de verdachte is dat hij door die persoon wordt vergezeld, of
  • b. het belang van het onderzoek of de behandeling van de zaak zich tegen aanwezigheid van die persoon verzet.
Artikel 493a
1.

Wanneer de verdachte wordt gehoord als bedoeld in artikel 493, vierde lid, heeft deze het recht te worden vergezeld door de ouders of voogd. De ouders of voogd worden hiertoe opgeroepen.

2.

Artikel 496, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 494a
1.

Ter uitvoering van het verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 494 wordt over de verdachte een advies uitgebracht door de raad.

2.

Bij het opstellen van het advies wordt melding gemaakt van specifieke kwetsbaarheden zo daarvan blijkt.

3.

Van het opstellen van een advies kan worden afgezien indien over de verdachte in de periode van een jaar voorafgaand aan de inverzekeringstelling al een advies is opgesteld.

4.

De verdachte, zijn ouders of voogd of een vertrouwenspersoon worden bij het opstellen van het advies betrokken.

Artikel 494b
1.

Indien over de verdachte advies is uitgebracht als bedoeld in artikel 494a geeft de strafbeschikking aan op welke wijze daarmee rekening is gehouden bij het opleggen van een straf of bij de keuze voor een aanwijzing betreffende het gedrag.

2.

Indien over de verdachte advies is uitgebracht als bedoeld in artikel 494a geeft het vonnis aan op welke wijze met het advies rekening is gehouden.

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

Titel IIIA. Strafvordering ter zake van strafbare feiten waarvan de burgerlijke rechter kennis neemt

Titel IX. Beklag

Titel VI. Vervolging en berechting van rechtspersonen

Titel VI. Vervolging en berechting van rechtspersonen

afdeling Zesde. Toepassing

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

Titel X. Internationale rechtshulp

afdeling Eerste. Bevriezingsbevel

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

§ 2. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door Nederland

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

afdeling Eerste. Verzoeken om internationale rechtshulp in strafzaken

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel 4. Europees onderzoeksbevel

afdeling Tweede. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

Titel 6

(Gereserveerd)

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

afdeling Derde. Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Boek Zesde. Tenuitvoerlegging en kosten

Titel I. Tenuitvoerlegging

afdeeling Tweede. Uitvoerbaarheid van beslissingen

afdeeling Derde. Tenuitvoerlegging van strafbeschikkingen, bevelen tot vrijheidsbeneming en veroordeelende vonnissen of arresten

Derde afdeling A. Gijzeling

afdeeling Vierde. Rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen

afdeeling Vijfde. Wijze van kennisgeving van gerechtelijke mededelingen aan natuurlijke personen

titel Derde. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

Algemene bepaling

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 29e
1.

Het gerecht dat tot eenige beslissing in de zaak is geroepen, is bevoegd den verdachte in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.

2.

Aan een daartoe strekkend verzoek van den verdachte wordt gevolg gegeven, tenzij het belang van het onderzoek dit verbiedt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)