Wet van 15 januari 1921

Type Wet
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 1923
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

afdeling Derde. Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

§ 2. Overname van strafvervolging door de officier van justitie

Titel 4. Europees onderzoeksbevel

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

Titel 6

(Gereserveerd)

Titel 7. Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van bevelen betreffende de voorlopige hechtenis tussen de lidstaten van de Europese Unie

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

titel Eerste. Taakstraffen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

titel Eerste. Taken en bevoegdheden

titel Tweede. Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

titel Tweede. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Vijfde. Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Tweede. Gedragsaanwijzingen

titel Vierde. Toezicht en aanhouding

Hoofdstuk 4. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Eerste. Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen

titel Tweede. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

titel Derde. Bevel gijzeling

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

titel Vijfde. Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde

titel Tweede. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Tweede. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Derde. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Vierde. Geldelijke straffen en maatregelen

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 261a

Indien een feit onder verwijzing naar het misdrijf, bedoeld in artikel 372 van het Wetboek van Strafrecht ten laste wordt gelegd, kan in de dagvaarding hetzelfde feit niet tevens onder verwijzing naar een ander misdrijf ten laste worden gelegd.

afdeling Eerste. Onderzoek op de terechtzitting

afdeeling Tweede. Onderzoek van de vordering van de benadeelde partij op de terechtzitting

Tweede Afdeling A. Verklaring van het slachtoffer of diens nabestaande op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Titel IV. Hooger beroep en beroep in cassatie van beschikkingen. Bezwaarschriften

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel VIb. Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Titel IX. Beklag

§ 2. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 2. Overdracht van strafvervolging door de officier van justitie

Titel 8. Europees beschermingsbevel

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

(Gereserveerd)

Titel 6

Titel 8. Europees beschermingsbevel

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

titel Eerste. Taken en bevoegdheden

titel Derde. Bevel gijzeling

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

Artikel 6:2:13b
1.

Indien er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de voorwaardelijke invrijheidstelling zal worden herroepen, kan de aanhouding van de veroordeelde worden bevolen door het openbaar ministerie. Indien het bevel van het openbaar ministerie niet kan worden afgewacht, kan de hulpofficier de aanhouding van de veroordeelde bevelen. De hulpofficier geeft van de aanhouding onverwijld schriftelijk of mondeling kennis aan het openbaar ministerie.

2.

Indien de veroordeelde is aangehouden, beslist het openbaar ministerie binnen drie dagen na die aanhouding over de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

3.

Indien het openbaar ministerie beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, gelast het de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf door onderbrenging van de veroordeelde in een penitentiaire inrichting. Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk is herroepen, wordt de veroordeelde, nadat hij het alsnog ten uitvoer te leggen gedeelte van de vrijheidsstraf heeft ondergaan, opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

4.

Indien het openbaar ministerie niet beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de aangehouden veroordeelde, wordt zijn voorwaardelijke invrijheidstelling hervat.

5.

Indien de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen nadat de veroordeelde is aangehouden, wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geacht te zijn hervat op de dag van de aanhouding, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6:2:13c

Deze titel is niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

titel Derde. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Vijfde. Jeugd

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

titel Vierde. Storting waarborgsom

Hoofdstuk 6. Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging

titel Eerste. Algemeen

titel Tweede. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Derde. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Vijfde. Jeugd

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 511aa
1.

In het feitenonderzoek kan de officier van justitie, of, indien de artikelen de hulpofficier of de opsporingsambtenaar als bevoegd aanwijzen, deze ambtenaar, de in de artikelen 61a, eerste lid, onderdeel h, 96 tot en met 96c, 97, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, 99, 124, 125, 125i, 126nc, 126nd, 126nda, 126nf, 150 en 151 bedoelde bevoegdheden uitoefenen en kan de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de bevoegdheden van de artikelen 104 tot en met 110 en 227 uitoefenen. De rechter-commissaris kan de bevoegdheid van artikel 227 ook ambtshalve of op verzoek van de verdachte uitoefenen. Artikel 94, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het feitenonderzoek alleen vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen.

2.

Een bevel als bedoeld in de artikelen 96a, eerste lid, 105, eerste lid, 126nc, eerste lid, 126nd, eerste lid, 126nda, eerste lid, en 126nf, eerste lid, wordt niet gericht aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 511a, eerste lid.

3.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend indien:

  • b. de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid in redelijke verhouding staat tot de aard van het geweldgebruik ter beoordeling waarvan het feitenonderzoek is ingesteld;
  • c. het vergaren van gegevens voor het feitenonderzoek door uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid niet op een andere, minder ingrijpende wijze mogelijk is.
Artikel 511ab
1.

Op basis van het feitenonderzoek beslist de officier van justitie welke vervolgbeslissing wordt genomen.

2.

De officier van justitie doet van zijn beslissing onverwijld schriftelijk mededeling aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 511a, eerste lid.

afdeling Eerste. Bevriezingsbevel

Titel X. Internationale rechtshulp

Titel XI. Wederzijdse erkenning

§ 2. Bevelen uitgevaardigd door Nederland

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

afdeling Vierde. Feiten begaan aan boord van luchtvaartuigen

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

§ 1. Overdracht van strafvervolging door Onze Minister van Veiligheid en Justitie

§ 3. Overname van strafvervolging van een internationaal gerecht

Titel 4. Europees onderzoeksbevel

afdeling Tweede. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Vierde. Uitvaardiging van een Europees onderzoeksbevel

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

(Gereserveerd)

titel Tweede. Voorwaardelijke invrijheidstelling

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Titel 8. Europees beschermingsbevel

afdeling Tweede. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Derde. Europees beschermingsbevel uitgevaardigd door de bevoegde autoriteit van Nederland

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

titel Eerste. Taken en bevoegdheden

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

titel Tweede. Voorwaardelijke invrijheidstelling

titel Vierde. Inrichting voor stelselmatige daders

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Eerste. Taakstraffen

titel Vierde. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Vijfde. Jeugd

Hoofdstuk 4. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Eerste. Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen

Artikel 6:4:22
1.

Bij gebreke van volledige betaling binnen de ingevolge artikel 6:4:1, tweede lid, bedoelde termijn kan krachtens een met redenen omklede machtiging van de rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie, een onderzoek worden ingesteld naar het vermogen van de veroordeelde.

2.

Het onderzoek is gericht op de vaststelling van de omvang van het vermogen van de veroordeelde waarop verhaal kan worden genomen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een geldboete, van de maatregel, bedoeld in artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of van de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

3.

De vordering is met redenen omkleed en vermeldt de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, het bedrag dat de veroordeelde ter voldoening daarvan reeds heeft betaald en of er een vordering als bedoeld in artikel 6:6:26, eerste lid, is gedaan.

4.

De rechter-commissaris verleent de machtiging, bedoeld in het eerste lid, indien:

  • a. de hoogte van de resterende betalingsverplichting van aanzienlijk belang is, en;
  • b. er aanwijzingen bestaan dat aan de veroordeelde voorwerpen toebehoren waarop krachtens artikel 6:4:3 verhaal kan worden genomen.
5.

De machtiging geldt voor ten hoogste zes maanden en kan op vordering van de officier van justitie telkens met een zelfde duur worden verlengd, totdat de maximale duur van twee jaren is bereikt.

6.

De rechter-commissaris waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek. De officier van justitie verschaft ambtshalve of op verzoek van de rechter-commissaris de benodigde inlichtingen.

7.

Op vordering van de officier van justitie kan het onderzoek krachtens een machtiging van de rechter-commissaris worden onderbroken en hervat. De onderbreking schorst de duur van de machtiging bedoeld in het vijfde lid.

8.

Indien de officier van justitie oordeelt dat het onderzoek is voltooid of dat er voor de voortzetting daarvan geen grond bestaat, sluit hij het onderzoek bij schriftelijk gedagtekende beschikking. Een afschrift van de beschikking wordt aan de veroordeelde tegen wie het onderzoek was gericht betekend. De officier van justitie stelt de rechter-commissaris van het eindigen van het onderzoek op de hoogte.

9.

Het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde eindigt voorts:

  • a. indien de geldigheidsduur van een ingevolge het eerste lid verleende machtiging is verstreken;
  • b. indien de veroordeelde alsnog aan diens betalingsverplichting heeft voldaan.
Artikel 6:4:23

In geval van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:4:22, eerste lid, kan de officier van justitie vorderen dat de rechter-commissaris een plaats doorzoekt met het oog op het veiligstellen van voorwerpen op de wijze als bedoeld in artikel 6:4:3, tweede lid. Hij kan zich daarbij doen vergezellen van bepaalde door hem aangewezen personen.

Artikel 6:4:24
1.

Ten behoeve van het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is de opsporingsambtenaar bevoegd, bij bevel daartoe van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek:

  • a. van eenieder te vorderen op te geven of, en zo ja welke, vermogensbestanddelen hij onder zich heeft of heeft gehad, die toebehoren of hebben toebehoord aan degene tegen wie het onderzoek is gericht;
  • b. van degene die daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komt en die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, te vorderen bepaalde opgeslagen of vastgelegde identificerende gegevens, in de zin van artikel 126nc, tweede lid, van een persoon te verstrekken;
  • c. aan iedere aanbieder van een communicatiedienst een vordering te doen gegevens te verstrekken ter zake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruik van een communicatiedienst in de zin van artikel 138g;
  • d. een persoon stelselmatig te volgen of stelselmatig de aanwezigheid of het gedrag van een persoon waar te nemen;
  • e. zonder toestemming van de rechthebbende een besloten plaats, niet zijnde een woning, te betreden dan wel een technisch hulpmiddel aan te wenden teneinde die plaats op te nemen, aldaar sporen veilig te stellen of aldaar een technisch hulpmiddel te plaatsen teneinde de aanwezigheid of verplaatsing van een goed vast te kunnen stellen.
2.

Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is artikel 126a, derde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

3.

Op de vordering bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 126nc, derde tot en met vijfde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing.

4.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een technisch hulpmiddel kan worden aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.

5.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een besloten plaats, niet zijnde een woning, kan worden betreden zonder toestemming van de rechthebbende.

6.

Op het bevel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is artikel 126g, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:4:25
1.

Een bevel van de officier van justitie als bedoeld in artikel 6:4:24, alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan, wordt schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijk bevel staat gelijk een mondeling bevel dat onverwijld op schrift is gesteld.

2.

Een bevel kan worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of ingetrokken.

3.

Het bevel vermeldt:

  • a. de naam van de veroordeelde;
  • b. de geldigheidsduur van het bevel;
  • c. voor zover nodig, de wijze waarop aan het bevel toepassing wordt gegeven.
4.

Indien een besloten plaats wordt betreden, vermeldt het bevel voorts:

  • a. de plaats waarop het bevel betrekking heeft;
5.

De opsporingsambtenaar maakt van de uitvoering van het bevel proces-verbaal op. Het proces-verbaal vermeldt:

  • a. de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid;
  • b. de wijze waarop aan het bevel uitvoering is gegeven;
  • c. de gegevens die naar aanleiding van een bevel of op een vordering zijn verstrekt;
  • d. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6:4:24 is voldaan.
6.

Indien een bevel mondeling is gegeven en een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking van een bevel, als bedoeld in het tweede lid, niet op schrift is gesteld, wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal.

Artikel 6:4:26
1.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek, bedoeld in artikel 6:4:24, eerste lid, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.

3.

De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

  • b. de naar aanleiding van de vordering verstrekte gegevens;
  • c. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
4.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in het eerste lid, betrekking kan hebben op gegevens die pas na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

5.

Indien een vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, wordt de vordering beëindigd zodra de verwerking niet meer in het belang van het onderzoek is. Van een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering doet de officier van justitie proces-verbaal opmaken.

6.

De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.

7.

De officier van justitie kan indien het belang van het onderzoek dit vordert bij of terstond na de toepassing van het eerste of het vierde lid, degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens, bevelen medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door de versleuteling ongedaan te maken dan wel deze kennis ter beschikking te stellen. Dit bevel wordt niet gegeven aan de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:4:27
1.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken over een gebruiker van een communicatiedienst en het communicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker in de zin van artikel 138h.

3.

De officier van justitie doet van de vordering, bedoeld in het eerste lid, proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

  • a. de naam van de veroordeelde;
  • b. indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon omtrent wie gegevens worden gevorderd;
  • c. de gegevens die worden gevorderd;
  • d. indien de vordering betrekking heeft op gegevens die na het tijdstip van de vordering worden verwerkt, de periode waarover de vordering zich uitstrekt.
4.

Artikel 126n, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:4:28
1.

De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek aan een opsporingsambtenaar bevelen dat met een technisch hulpmiddel niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst, in de zin van artikel 138g, wordt opgenomen.

2.

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. De artikelen 126m, derde en vierde lid, en 126ma zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

Het bevel wordt gegeven voor een duur van ten hoogste vier weken. Naast de gegevens bedoeld in artikel 6:4:25, derde lid, vermeldt het bevel:

  • a. zo mogelijk het nummer of een andere aanduiding waarmee de individuele gebruiker van de communicatiedienst wordt geïdentificeerd, en;
  • b. voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker, en;
  • c. de aard van het technisch hulpmiddel of de technische hulpmiddelen waarmee de communicatie wordt opgenomen.
4.

De officier van justitie kan, indien de in het eerste lid bedoelde communicatie wordt opgenomen, indien het belang van het onderzoek dit vordert, tot degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij kennis draagt van de wijze van versleuteling van de communicatie, de vordering richten medewerking te verlenen aan het ontsleutelen van de gegevens door hetzij deze kennis ter beschikking te stellen, hetzij de versleuteling ongedaan te maken. De vordering wordt niet gericht tot de veroordeelde. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

De vordering, bedoeld in het vierde lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris.

6.

Artikel 6:4:25, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6:4:29
1.

Indien het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde is geëindigd, zijn de artikelen 126bb en 126dd van overeenkomstige toepassing.

2.

Zodra twee maanden zijn verstreken nadat het onderzoek is geëindigd en aan de betrokkenen mededeling, bedoeld in artikel 126bb is gedaan, draagt de officier van justitie ervoor zorg dat processen-verbaal en voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend en die zijn verkregen met toepassing van de in de artikelen 6:4:22 en 6:4:24 tot en met 6:4:28 genoemde bevoegdheden, worden vernietigd. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

Hoofdstuk 6. Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging

titel Eerste. Algemeen

titel Vierde. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Vijfde. Jeugd

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

afdeeling Derde. Vervolging van strafbare feiten

afdeeling Vierde. Beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten

afdeeling Vijfde. Schorsing der vervolging

afdeeling Zesde. Behandeling door de raadkamer

Titel II. De verdachte

Titel III. De raadsman

afdeling Tweede. Bevoegdheden van de raadsman betreffende het verkeer met de verdachte en de kennisneming van processtukken

afdeeling Derde. Bevoegdheden van den raadsman betreffende het verkeer met den verdachte en de kennisneming van processtukken

Titel IIIA. Het slachtoffer

afdeling Eerste. Definities

afdeling Derde. Schadevergoeding

Titel IIIC. : De deskundige

Titel IV. Eenige bijzondere dwangmiddelen

afdeeling Eerste. Aanhouding en inverzekeringstelling

afdeeling Tweede. Voorloopige hechtenis

§ 1. Bevelen tot voorloopige hechtenis

§ 3. Inhoud der bevelen en hunne beteekening

Tweede afdeling A. Schadevergoeding

afdeeling Derde. Inbeslagneming

§ 2. Inbeslagneming door opsporingsambtenaren of bijzondere personen

§ 2a. Inbeslagneming op grond van artikel 94a

§ 3. Inbeslagneming door den rechter-commissaris

afdeling Zesde. Opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel

Titel V. Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband

Titel VA. Bijstand aan opsporing door burgers

afdeling Vierde. Technische hulpmiddelen

Boek Tweede. Strafvordering in eersten aanleg

Titel I. Het opsporingsonderzoek

afdeeling Eerste. Algemeene bepalingen

Titel III. Onderzoek door de rechter-commissaris

afdeeling Vierde. Het verhoor van den getuige

Slotbepalingen betreffende het voorbereidend onderzoek

Titel IVa. Vervolging door een strafbeschikking

Titel VI. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Tweede Afdeling A. Verklaring van het slachtoffer of diens nabestaande op de terechtzitting

afdeeling Derde. Bewijs

afdeeling Vierde. Beraadslaging en uitspraak

Artikel 358
1.

In de gevallen van artikel 349, eerste lid, bevat het vonnis de daarbij vermelde beslissingen.

2.

In de andere gevallen bevat het vonnis de beslissing der rechtbank over de punten, bij artikel 350 vermeld.

3.

Wordt, in strijd met het te dien aanzien door den verdachte uitdrukkelijk voorgedragen verweer, artikel 349, eerste lid, niet toegepast of aangenomen dat het bewezen verklaarde een bepaald strafbaar feit oplevert of dat een bepaalde strafverminderings- of strafuitsluitingsgrond niet aanwezig is, dan geeft het vonnis daaromtrent bepaaldelijk eene beslissing.

4.

Het vonnis vermeldt verder, in geval van oplegging van straf of maatregel, de wettelijke voorschriften waarop deze is gegrond.

5.

Alles op straffe van nietigheid.

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Artikel 432a

Tijdens het beroep in cassatie worden processtukken ingediend en berichten tussen de Hoge Raad, de procureur-generaal bij de Hoge Raad, het openbaar ministerie, de raadsman van de verdachte en de advocaat van een andere procespartij overgedragen met behulp van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen elektronische voorziening, tenzij de wet of de Hoge Raad anders bepaalt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het gebruik van de elektronische voorziening.

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Afdeling Eerste. Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

afdeling Eerste. Algemene bepalingen

afdeling Tweede. Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Titel VIII. Bijzondere bepalingen omtrent opsporing van feiten, strafbaar gesteld bij het Wetboek van Strafrecht

§ 2. Verslaglegging door opsporingsambtenaren

§ 3. Behandeling van de zaak door de rechtbank

§ 1. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

afdeling Derde. Verzoeken tot rechtshulp gericht aan Nederland

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

afdeling Tweede. Overname van strafvervolging

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

afdeling Eerste. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

(Gereserveerd)

afdeling Derde. Erkenning en tenuitvoerlegging van Nederlandse bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis in het buitenland

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

titel Eerste. Taken en bevoegdheden

titel Tweede. Aanvang, schorsing, beëindiging en tenuitvoerleggingstermijn

titel Derde. Toezicht op de tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Derde. Verpleging van overheidswege en terbeschikkingstelling

titel Vijfde. Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Tweede. Gedragsaanwijzingen

titel Derde. Jeugd – taakstraf en gedragsbeïnvloedende maatregel

titel Vierde. Toezicht en aanhouding

Hoofdstuk 4. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Eerste. Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen

titel Tweede. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

titel Vijfde. Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

Hoofdstuk 6. Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging

Artikel 6:6:23a1

De rechter kan de inhoud van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, bedoeld in artikel 38v, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, wijzigen.

titel Vijfde. Jeugd

Artikel 6:6:30a
1.

Het openbaar ministerie kan een vordering instellen om te worden gemachtigd het dwangmiddel gijzeling jegens de veroordeelde toe te passen indien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 niet mogelijk blijkt bij een aan de jeugdige opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2.

Artikel 6:6:25 is van toepassing met dien verstande dat, zolang de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, de vordering wordt ingesteld bij de kinderrechter die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbaar feit naar aanleiding waarvan een in het eerste lid bedoelde verplichting is opgelegd.

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 511ac

Met een ambtenaar aan wie bij of krachtens artikel 7, eerste, achtste of negende lid, van de Politiewet 2012 of artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend, wordt ten aanzien van artikel 511a gelijkgesteld een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent en aan wie de bevoegdheid geweld te gebruiken is toegekend.

afdeling Tweede. Vastleggen en kennisnemen van gegevens na inbeslagneming

§ 1. Algemene bepaling

§ 4. Behandeling van de zaak in hoger beroep door het gerechtshof

afdeling Vierde. Bevoegdheden van de hulpofficier van justitie

Titel XI. Wederzijdse erkenning

§ 1. Bevelen uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

afdeling Tweede. Europees bewijsverkrijgingsbevel

§ 1. Europees bewijsverkrijgingsbevel uitgevaardigd door een andere lidstaat van de Europese Unie

Boek Vijfde. Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

afdeling Derde. Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805

(Gereserveerd)

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Derde. Verpleging van overheidswege en terbeschikkingstelling

titel Vijfde. Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Tweede. Gedragsaanwijzingen

titel Tweede. Gedragsaanwijzingen

Hoofdstuk 4. Geldelijke straffen en maatregelen

titel Eerste. Inning van geldboetes en schadevergoedingsmaatregelen

titel Tweede. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

titel Derde. Bevel gijzeling

Hoofdstuk 6. Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 282b
1.

Indien de rechtbank, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, oordeelt dat vereniging van de zaak met een zaak die voor een andere, bevoegde rechtbank in onderzoek is in het belang van een goede rechtsbedeling is, verwijst zij de zaak daarheen. Deze beslissing wordt gemotiveerd. Artikel 282 is van overeenkomstige toepassing.

2.

Alvorens te beslissen hoort de rechtbank de officier van justitie en de verdachte die op de terechtzitting aanwezig is.

3.

Indien de rechtbank waarnaar een zaak is verwezen instemt met de verwijzing, zendt de griffier van de rechtbank die de zaak heeft verwezen de stukken van het geding zo spoedig mogelijk aan de griffier van eerstgenoemde rechtbank.

4.

De zaak wordt voor de rechtbank waarnaar die zaak is verwezen op de bestaande tenlastelegging aanhangig gemaakt door oproeping van de verdachte vanwege de officier van justitie tegen de dag van de nadere terechtzitting. Artikel 320 is van overeenkomstige toepassing.

5.

De zaak wordt op de gewone wijze voortgezet, met dien verstande dat de beraadslaging bedoeld in de artikelen 348 en 350, mede geschiedt naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting voor de rechtbank die de zaak heeft verwezen, zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft plaats gehad. Artikel 322, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

6.

Het onderzoek op de terechtzitting wordt opnieuw aangevangen, tenzij de officier van justitie en de verdachte instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de verwijzing bevond.

Boek Derde. Rechtsmiddelen

A. Gewone rechtsmiddelen

Artikel 419a

In geval van artikel 282b wordt de zaak verwezen naar een ander gerechtshof.

B. Buitengewone rechtsmiddelen

Afdeling Tweede. Herziening ten nadele van de gewezen verdachte

Boek Vierde. Eenige rechtsplegingen van bijzonderen aard

Titel IIA. Berechting van verdachten bij wie een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap wordt vermoed

afdeling Eerste. Inleidende bepalingen

§ 3. Behandeling van de zaak door de rechtbank

Titel XI. Wederzijdse erkenning

Titel 2. Internationale gemeenschappelijke onderzoeksteams

Titel 3. Overdracht en overname van strafvervolging

Titel 5. Europees bevriezingsbevel

(Gereserveerd)

afdeling Tweede. Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse toezichtbeslissingen in Nederland

Titel 8. Europees beschermingsbevel

Boek 6. Tenuitvoerlegging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen

titel Tweede. Voorwaardelijke invrijheidstelling

titel Vierde. Inrichting voor stelselmatige daders

Hoofdstuk 3. Vrijheidsbeperkende straffen, maatregelen en voorwaarden

titel Eerste. Taakstraffen

titel Derde. Jeugd – taakstraf en gedragsbeïnvloedende maatregel

titel Vierde. Toezicht en aanhouding

titel Tweede. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

titel Vijfde. Onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde

Hoofdstuk 5. Bijkomende straffen

Hoofdstuk 6. Rechterlijke beslissingen inzake de tenuitvoerlegging

titel Vierde. Geldelijke straffen en maatregelen

Hoofdstuk 7. Gratie

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)