Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

81 versions · 2004-01-01 — 2026-04-02
2026-04-02
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2026-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2025-11-19
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2025-11-18
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2025-09-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10, 10
2025-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2025-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2024-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2024-04-22
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2024-03-08
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2024-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-10-25
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-08-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-12-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-11-05
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2022-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-11-24
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2021-04-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2020-11-19
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2020-11-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2020-07-07
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2020-05-26
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2020-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2020-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2019-12-03
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2019-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2019-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2018-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2017-10-10
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2017-04-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2017-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 2016, 2016, 1 y 3 más
2016-04-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 6
2016-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2015-02-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2015-01-31
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2015-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2014-07-12
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2014-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-08-28
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-06-11
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-04-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-03-30
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-02-26
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-01-08
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2012-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7, 7
2012-02-17
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2012-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2011-12-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2011-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2010-10-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2010-02-21
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2010-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 5, 7
2009-10-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2009-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2009-03-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2009-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 8
2008-04-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2008-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-12-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-04-18
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-03-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2007-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2006-12-31
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-12-15
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-04-21
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-01-29
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2006-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2005-07-13
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2005-05-11
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2005-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2004-12-12
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2004-08-22
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2004-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 4 y 3 más
2004-02-05
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2004-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 1, 1, 2 y 31 más
2004-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2009-03-14

@@ -14,7 +14,13 @@
- b. wet: [Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703);
- c. tekortgemeente: gemeente waarvan het college een verzoek om een aanvullende uitkering als bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74) heeft ingediend.
- c. tekortgemeente: gemeente waarvan het college een verzoek om een incidentele aanvullende uitkering heeft ingediend;
- d. **incidentele aanvullende uitkering:** de incidentele aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74);
- e. **meerjarige aanvullende uitkering:** de meerjarige aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74);
- f. **toetsingscommissie:** de toetsingscommissie, bedoeld in [artikel 73 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=73).
#### § 2. Beeld van de uitvoering
@@ -26,7 +32,7 @@
Vervallen
##### Artikel 4. Voorlopig verslag over de uitvoering
##### Artikel 4. Beeld van de uitvoering
1. Het beeld van de uitvoering, bedoeld in [artikel 77, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=77) wordt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.
@@ -46,7 +52,9 @@
2. Het bedrag waarmee de uitkering op grond van [artikel 71 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=71) wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in [artikel 69, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=69).
3. De aanvullende uitkering, bedoeld in [artikel 74 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74), wordt binnen 6 weken na de dagtekening van de beslissing van de minister tot toekenning van de aanvullende uitkering betaalbaar gesteld.
3. De incidentele aanvullende uitkering wordt binnen 6 weken na de dagtekening van de beslissing van de minister tot toekenning daarvan betaalbaar gesteld.
4. Elk van de drie delen waaruit de meerjarige aanvullende uitkering bestaat, bedoeld in [artikel 10c, tweede lid, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10c), wordt betaalbaar gesteld voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waar het desbetreffende deel op ziet.
#### § 4. Uit- en aanbesteding
@@ -102,7 +110,7 @@
##### Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=11&z=2009-01-01&g=2009-01-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=12&z=2009-01-01&g=2009-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=13&z=2009-01-01&g=2009-01-01) of [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=14&z=2009-01-01&g=2009-01-01) berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=11&z=2009-03-14&g=2009-03-14), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=12&z=2009-03-14&g=2009-03-14), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=13&z=2009-03-14&g=2009-03-14) of [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=14&z=2009-03-14&g=2009-03-14) berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
##### Artikel 11. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar met inkomen uit tegenwoordige arbeid
@@ -163,17 +171,17 @@
#### § 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente
##### Artikel 15. Aanvullende uitkering
1. Een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74) wordt in de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, door de minister ontvangen.
2. Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, beslist de minister op het verzoek uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74) is ontvangen.
3. Een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74) kan met betrekking tot een gemeente met meer dan 10.000 inwoners slechts voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie, bedoeld in [artikel 73 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=73), sprake is van:
##### Artikel 15. Incidentele aanvullende uitkering
1. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt in de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, door de toetsingscommissie ontvangen. Een verzoek, dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 juli wordt niet behandeld.
2. Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, beslist de minister op het verzoek uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering is ontvangen.
3. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering kan met betrekking tot een gemeente met meer dan 10.000 inwoners slechts voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie sprake is van:
- a. een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt, en
- b. de overstijging, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit WWB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015709&artikel=10), niet het gevolg is van:
- b. de overstijging, bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10), niet het gevolg is van:
- 1°. onrechtmatige uitvoering van de wet, of
@@ -189,7 +197,7 @@
6. Indien naar het oordeel van de toetsingscommissie met betrekking tot een gemeente met maximaal 40.000 inwoners geen sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kan de toetsingscommissie het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan bij de oordeelsvorming betrekken en indien dat beleid of de uitvoering daarvan daartoe aanleiding geeft, alsnog tot het oordeel komen dat het verzoek voor inwilliging in aanmerking kan komen.
7. Met betrekking tot gemeenten met 10.000 of minder inwoners kan een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in [artikel 74, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=74), voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie de overstijging, bedoeld in artikel in [artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit WWB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015709&artikel=10), niet het gevolg is van een onrechtmatige uitvoering van de wet.
7. Met betrekking tot gemeenten met 10.000 of minder inwoners kan een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie de overstijging, bedoeld in artikel in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10), niet het gevolg is van een onrechtmatige uitvoering van de wet.
#### § 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente
@@ -243,7 +251,7 @@
##### Artikel 7a. Indexering
1. Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in [artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=2) wijzigen, worden de bedragen, genoemd in [artikel 7, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=5&artikel=7&z=2009-01-01&g=2009-01-01), herzien met het percentage van deze wijziging.
1. Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in [artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=2) wijzigen, worden de bedragen, genoemd in [artikel 7, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=5&artikel=7&z=2009-03-14&g=2009-03-14), herzien met het percentage van deze wijziging.
2. Van de herziene bedragen, bedoeld in het eerste lid, en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
@@ -261,18 +269,16 @@
##### Artikel 15a. Meerjarige aanvullende uitkering
1. Een verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 31 maart van het eerste kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.
1. Een verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt:
- a. in het kalenderjaar 2009 door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 15 februari tot en met 31 maart;
- b. vanaf het kalenderjaar 2010 door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 31 maart van het eerste kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van gegevens op grond waarvan de toetsingscommissie kan beoordelen of voldaan is aan de vereisten, genoemd in [artikel 10a, eerste lid, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10a).
3. Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 maart wordt niet behandeld.
4. De minister:
- a. beslist uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend of dat verzoek wordt gehonoreerd en of de eigen bijdrage 2,5%, 5% of 7,5% bedraagt;
- b. stelt, na toewijzing van het verzoek, de hoogte van elk van de delen vast binnen zes weken na 15 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel betrekking heeft of, indien een gemeente haar verantwoording over de uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) op de wijze als bedoeld in [artikel 17a van de Financiële verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a) niet uiterlijk 15 juli bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft ingediend, binnen zes weken na indiening van de verantwoordingsinformatie.
5. Het percentage, bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10a), bedraagt 4,3% voor het kalenderjaar 2009 en 4,2% voor het kalenderjaar 2010.
3. Een verzoek, dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 maart wordt niet behandeld.
4. De minister beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin dat verzoek is ontvangen.
#### § 8. Slotbepalingen