Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

81 versions · 2004-01-01 — 2026-04-02
2026-04-02
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2026-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2025-11-19
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2025-11-18
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2025-09-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10, 10
2025-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2025-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2024-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2024-04-22
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2024-03-08
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2024-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-10-25
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-08-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2023-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-12-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-11-05
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2022-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2022-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-11-24
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2021-04-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2021-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2020-11-19
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2020-11-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 10
2020-07-07
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2020-05-26
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2020-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2020-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2019-12-03
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2019-03-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2019-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2018-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2017-10-10
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2017-04-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2017-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 2016, 2016, 1 y 3 más
2016-04-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 6
2016-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2015-02-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2015-01-31
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2015-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2014-07-12
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2014-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-08-28
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-06-11
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2013-04-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-03-30
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-02-26
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-01-08
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2013-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2012-06-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7, 7
2012-02-17
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2012-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2011-12-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2011-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2010-10-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 7
2010-02-21
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2010-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 5, 7
2009-10-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 7, 7
2009-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2009-03-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2009-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10, 8
2008-04-20
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2008-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-12-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-04-18
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — art. 10
2007-03-14
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 10, 10
2007-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2006-12-31
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-12-15
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-04-21
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2006-01-29
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2006-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2005-07-13
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2005-05-11
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2005-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
2004-12-12
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 10
2004-08-22
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 10, 10
2004-07-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 4, 4, 4 y 3 más
2004-02-05
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2004-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ — arts. 1, 1, 2 y 31 más
2004-01-01
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2014-01-01

@@ -22,11 +22,9 @@
- f. toetsingscommissie: de toetsingscommissie Wet werk en bijstand, bedoeld in [artikel 73 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=73);
- g. WIJ: [Wet investeren in jongeren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054), zoals deze luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel II van de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650);
- h. IOAW: [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044);
- i. IOAZ: [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163).
- g. IOAW: [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044);
- h. IOAZ: [Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163).
#### § 2. Beeld van de uitvoering
@@ -40,15 +38,15 @@
##### Artikel 4. Beeld van de uitvoering
1. Het beeld van de uitvoering, bedoeld in [de artikelen 77, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=77) en [89, tweede lid, van de WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054&artikel=89) wordt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.
2. Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld met het Digitaal Verantwoordingssysteem.
1. Het beeld van de uitvoering, bedoeld in [artikel 77, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=77) wordt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.
2. Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.
3. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in [artikel 69, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=69) voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
4. De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister.
5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) of van de [WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054).
5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703).
#### § 3. Betaling
@@ -114,60 +112,60 @@
##### Artikel 9. Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2013.
Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2014.
##### Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand of de inkomensvoorziening op grond van de [WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054) mede op grond van de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=11&z=2013-08-28&g=2013-08-28), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=12&z=2013-08-28&g=2013-08-28), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=13&z=2013-08-28&g=2013-08-28) of [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=14&z=2013-08-28&g=2013-08-28) berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
##### Artikel 11. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) met inkomen uit tegenwoordige arbeid
Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=11&z=2014-01-01&g=2014-01-01), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=12&z=2014-01-01&g=2014-01-01), [13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=13&z=2014-01-01&g=2014-01-01) of [14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=6&artikel=14&z=2014-01-01&g=2014-01-01) berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.
##### Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) met inkomen uit tegenwoordige arbeid
Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 437,81 | 8,00% | x ink | | |
| € | 437,81 | € | 474,71 | 5,04% | x ink | | |
| € | 474,71 | € | 632,59 | 7,77% | x ink | – € | 12,96 |
| € | 632,59 | € | 1242,41 | 6,61% | x ink | – € | 5,60 |
| € | 1242,41 | € | | 6,08% | x ink | – € | 5,15 |
##### Artikel 12. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) met inkomen uit vroegere arbeid
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 471,15 | | 8,00% | x ink | | | |
| € | 471,15 | € | 510,98 | | 5,10% | x ink | | | |
| € | 510,98 | € | 628,34 | | 7,76% | x ink | – € | 13,60 | |
| € | 628,34 | € | 1.317,83 | | 6,07% | x ink | – € | 3,02 | |
| € | 1.317,83 | | | | 5,53% | x ink | – € | 2,74 | |
##### Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) met inkomen uit vroegere arbeid
Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 417,38 | 8,00% | x ink | | |
| € | 417,38 | € | 450,68 | 5,04% | x ink | | |
| € | 450,68 | € | 1.123,24 | 8,00% | x ink | – € | 13,34 |
| € | 1.123,24 | | | 7,37% | x ink | – € | 12,28 |
##### Artikel 13. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 447,71 | | 8,00% | x ink | | | |
| € | 447,71 | € | 483,45 | | 5,10% | x ink | | | |
| € | 483,45 | € | 1.143,07 | | 8,00% | x ink | – € | 14,02 | |
| € | 1.143,07 | | | | 7,28% | x ink | – € | 12,75 | |
##### Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting
Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 956,49 | 8,00% | x ink |
| € | 956,49 | | | 7,37% | x ink |
##### Artikel 14. Vakantieaanspraak voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt
| bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bij een netto inkomen per maand | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| gelijk aan of meer dan | gelijk aan of meer dan | en minder dan | en minder dan | en minder dan | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag | bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag |
| € | 0,00 | € | 967,82 | | 8,00% | x ink | | | |
| € | 967,82 | | | | 7,28% | x ink | | | |
##### Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt
1. Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in [artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=13) bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:
| a. alleenstaande | a. alleenstaande | a. alleenstaande | a. alleenstaande | 6,54% | x ink | |
| a. alleenstaande | a. alleenstaande | a. alleenstaande | a. alleenstaande | 6,53% | x ink | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| b. alleenstaande ouder, indien | b. alleenstaande ouder, indien | b. alleenstaande ouder, indien | b. alleenstaande ouder, indien | | | |
| – het inkomen € 797,44 of meer bedraagt | – het inkomen € 797,44 of meer bedraagt | – het inkomen € 797,44 of meer bedraagt | – het inkomen € 797,44 of meer bedraagt | 6,66% | x ink | – € 13,81 |
| – het inkomen lager is dan € 797,44 | – het inkomen lager is dan € 797,44 | – het inkomen lager is dan € 797,44 | – het inkomen lager is dan € 797,44 | 5,31% | x ink | |
| c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | 6,84% | x ink | |
| d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | | | |
| – het inkomen € 802,81 of meer bedraagt | – het inkomen € 802,81 of meer bedraagt | – het inkomen € 802,81 of meer bedraagt | – het inkomen € 802,81 of meer bedraagt | 6,84% | x ink | – € 11,77 |
| – het inkomen lager is dan € 802,81 | – het inkomen lager is dan € 802,81 | – het inkomen lager is dan € 802,81 | – het inkomen lager is dan € 802,81 | 6,84% | x ink | |
| – het inkomen € 1.017,77 of meer bedraagt | – het inkomen € 1.017,77 of meer bedraagt | – het inkomen € 1.017,77 of meer bedraagt | – het inkomen € 1.017,77 of meer bedraagt | 6,64% | x ink | – € 14,28 |
| – het inkomen lager is dan € 1.017,77 | – het inkomen lager is dan € 1.017,77 | – het inkomen lager is dan € 1.017,77 | – het inkomen lager is dan € 1.017,77 | 6,64% | x ink | |
| c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) hebben bereikt | 6,82% | x ink | |
| d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | d. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien | | | |
| – het inkomen € 850,38 of meer bedraagt | – het inkomen € 850,38 of meer bedraagt | – het inkomen € 850,38 of meer bedraagt | – het inkomen € 850,38 of meer bedraagt | 6,83% | x ink | – € 11,94 |
| – het inkomen lager is dan € 850,38 | – het inkomen lager is dan € 850,38 | – het inkomen lager is dan € 850,38 | – het inkomen lager is dan € 850,38 | 6,83% | x ink | |
2. Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.
@@ -175,9 +173,9 @@
##### Artikel 15. Incidentele aanvullende uitkering
1. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt in de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, door de toetsingscommissie ontvangen. Een verzoek, dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 juli wordt niet behandeld, met dien verstande dat indien [artikel 8b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=8b), onderscheidenlijk [artikel 10 van de WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054&artikel=10), [artikel 40 van de IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044&artikel=40) en [artikel 40 van de IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=40) van toepassing is het verzoek niet in behandeling wordt genomen indien het wordt ontvangen na 31 augustus.
2. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld met het Digitaal Verantwoordingssysteem.
1. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt in de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, door de toetsingscommissie ontvangen. Een verzoek, dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 juli wordt niet behandeld, met dien verstande dat indien [artikel 8b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=8b), onderscheidenlijk [artikel 40 van de IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044&artikel=40) en [artikel 40 van de IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163&artikel=40) van toepassing is het verzoek niet in behandeling wordt genomen indien het wordt ontvangen na 31 augustus.
2. Een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.
3. Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, beslist de minister op het verzoek uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering is ontvangen.
@@ -187,7 +185,7 @@
- b. een overstijging als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10), die niet het gevolg is van:
- 1°. onrechtmatige uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703), de [WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054), de [IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) of de [IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163), of
- 1°. onrechtmatige uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703), de [IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) of de [IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163), welke onrechtmatigheid blijkt uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in [artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a), of
- 2°. beleidskeuzen van, dan wel handelen door het college of de gemeenteraad van de tekortgemeente, met inbegrip van een ontoereikend gemeentelijk handhavings- en sanctiebeleid, dan wel de uitvoering daarvan.
@@ -203,9 +201,7 @@
8. Indien naar het oordeel van de toetsingscommissie met betrekking tot een gemeente met maximaal 40.000 inwoners geen sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, kan de toetsingscommissie het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan bij de oordeelsvorming betrekken en indien dat beleid of de uitvoering daarvan daartoe aanleiding geeft, alsnog tot het oordeel komen dat het verzoek voor inwilliging in aanmerking kan komen, tenzij het gemeentelijk handhavings- en sanctiebeleid, dan wel de uitvoering daarvan naar het oordeel van de toetsingscommissie ontoereikend is.
9. Met betrekking tot gemeenten met 10.000 of minder inwoners kan een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie de overstijging, bedoeld in artikel in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10), niet het gevolg is van een onrechtmatige uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703), de [WIJ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026054), de [IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) of de [IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163).
10. Het Digitaal Verantwoordingssysteem, genoemd in het tweede lid, wordt tot een nader door de minister te bepalen tijdstip niet gebruikt bij de indiening van een formulier houdende een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering.
9. Met betrekking tot gemeenten met 10.000 of minder inwoners kan een verzoek tot een incidentele aanvullende uitkering voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie de overstijging, bedoeld in artikel in [artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10), niet het gevolg is van een onrechtmatige uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703), de [IOAW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004044) of de [IOAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004163).
#### § 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente
@@ -259,7 +255,7 @@
##### Artikel 7a. Indexering
1. Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in [artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=2) wijzigen, worden de bedragen, genoemd in [artikel 7, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=5&artikel=7&z=2013-08-28&g=2013-08-28), herzien met het percentage van deze wijziging.
1. Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in [artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=2) wijzigen, worden de bedragen, genoemd in [artikel 7, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=5&artikel=7&z=2014-01-01&g=2014-01-01), herzien met het percentage van deze wijziging.
2. Van de herziene bedragen, bedoeld in het eerste lid, en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
@@ -281,7 +277,7 @@
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van gegevens op grond waarvan de toetsingscommissie kan beoordelen of voldaan is aan de vereisten, genoemd in [artikel 10a, eerste lid, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10a).
3. Een verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld met het Digitaal Verantwoordingssysteem.
3. Een verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.
4. Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 31 maart wordt niet behandeld.
@@ -291,9 +287,7 @@
- b. stelt, na toewijzing van het verzoek, de hoogte van elk van de delen vast binnen zes weken na 15 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel betrekking heeft of, indien een gemeente haar verantwoording over de uitvoering van de [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703) op de wijze als bedoeld in [artikel 17a van de Financiële verhoudingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008290&artikel=17a) niet uiterlijk 15 juli bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ingediend, binnen zes weken na indiening van de verantwoordingsinformatie.
6. Het percentage, bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10a), bedraagt 4,2% voor de kalenderjaren 2010 en 2011 en 0% voor het kalenderjaar 2012.
7. Het Digitaal Verantwoordingssysteem, genoemd in het derde lid, wordt tot een nader door de minister te bepalen tijdstip niet gebruikt bij de indiening van een formulier houdende een verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering.
6. Het percentage, bedoeld in [artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit WWB 2007](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020183&artikel=10a), bedraagt 4,2% voor het kalenderjaar 2011 en 0% voor de kalenderjaren 2012 en 2013.
#### § 8. Slotbepalingen
@@ -380,33 +374,32 @@
Vervallen
## Bijlage. behorende bij [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=3&artikel=6&z=2013-08-28&g=2013-08-28) van de Regeling WWB
## Bijlage. behorende bij [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015738&paragraaf=3&artikel=6&z=2014-01-01&g=2014-01-01) van de Regeling WWB, IOAW en IOAZ
Voor de verdeelmaatstaven, bedoeld in de [bijlage bij het Besluit WWB 2007](onbekend), gelden de volgende peiljaren, peildata en gewichten:
| Verdeelmaatstaf | Verdeelmaatstaf | Peiljaar | Peildatum | Gewicht |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| **Sociale en demografische structuur** | **Sociale en demografische structuur** | **Sociale en demografische structuur** | **Sociale en demografische structuur** | **Sociale en demografische structuur** |
| 1. | Lage inkomens 15–64 jaar (in % van de huishoudens van 15–64 jaar met inkomen) | 2007–2009 | – | 30,799 |
| 2. | Eénouderhuishoudens van 15–44 jaar (in % van huishoudens van 15–64 jaar) | 2010–2012 | – | 88,162 |
| 3. | Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: [WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057), [WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524), [WAJONG](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657) en [WAZ](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656) (in % van inwoners van 15–64 jaar) | 2011 | 31 december | –25,521 |
| 4. | Totaal allochtonen van 15–64 jaar (in % van alle inwoners van 15–64 jaar) | 2010–2012 | - | 3,738 |
| 5. | Laagopgeleiden 15–64 jaar (in % van inwoners van 15–64 jaar) | 2009–2011 | - | 7,324 |
| 1. | Lage inkomens 15–64 jaar (in % van de huishoudens van 15-64 jaar met inkomen) | 2008–2010 | – | 36,033 |
| 2. | Eénouderhuishoudens van 15–44 jaar (in % van huishoudens van 15-64 jaar) | 2011–2013 | – | 97,863 |
| 3. | Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAO, WAJONG en WAZ (in % van inwoners van 15–64 jaar) | 2012 | 31 december | –25,736 |
| 4. | Totaal allochtonen van 15–64 jaar (in % van alle inwoners van 15-64 jaar) | 2011–2013 | – | 2,070 |
| 5. | Laagopgeleiden 15–64 jaar (in % van inwoners van 15-64 jaar) | 2010–2012 | – | 5,981 |
| **Centrumfunctie en stedelijkheid** | **Centrumfunctie en stedelijkheid** | **Centrumfunctie en stedelijkheid** | **Centrumfunctie en stedelijkheid** | **Centrumfunctie en stedelijkheid** |
| 6. | Huurwoningen (in % van het totaal aantal woningen) | 2011 | 1 januari | 5,193 |
| 7. | Relatief regionaal klantenpotentieel (regionaal klantenpotentieel in % van het aantal inwoners) | 2011 | 1 januari | 1,716 |
| 8. | Inwoners stedelijk gebied (aantal inwoners in gebied met meer dan 1000 omgevingsadressen per vierkante kilometer, in % van het aantal inwoners) | 2011 | 1 januari | –1,819 |
| 6. | Huurwoningen (in % van het totaal aantal woningen) | 2012 | 1 januari | 4,628 |
| 7. | Relatief regionaal klantenpotentieel (regionaal klantenpotentieel in % van het aantal inwoners) | 2012 | 1 januari | 1,974 |
| 8. | Inwoners stedelijk gebied (aantal inwoners in gebied met meer dan 1000 omgevingsadressen per vierkante kilometer, in % van het aantal inwoners) | 2012 | 1 januari | –2,150 |
| **Conjunctuur en economische structuur** | **Conjunctuur en economische structuur** | **Conjunctuur en economische structuur** | **Conjunctuur en economische structuur** | **Conjunctuur en economische structuur** |
| 9. | Werkzame beroepsbevolking (in % van totale beroepsbevolking) op COROP-niveau | 2009–2011 | – | –62,053 |
| 10. | Banen handel en horeca in COROP-regio (in % totaal aantal banen COROP-regio) | 2010 | december | –21,905 |
| 11. | Procentuele gemiddelde jaarlijkse banengroei in COROP-regio | 2008–2010 | – | –3,234 |
| 12. | Aantal banen in COROP-regio (in % van de beroepsbevolking in COROP-regio) | 2010 | december | –2,571 |
| 13. | Gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei 15–64 jaar | 2007–2011 | – | –23,872 |
| 9. | Werkzame beroepsbevolking (in % van totale beroepsbevolking) op COROP-niveau | 2010–2012 | – | –51,794 |
| 10. | Banen handel en horeca in COROP-regio (in % totaal aantal banen COROP-regio) | 2011 | december | –17,230 |
| 11. | Procentuele gemiddelde jaarlijkse banengroei in COROP-regio | 2009–2011 | – | –28,524 |
| 12. | Aantal banen in COROP-regio (in % van de beroepsbevolking in COROP-regio) | 2011 | december | –1,782 |
| 13. | Gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei 15–64 jaar | 2008–2012 | – | –22,685 |
| **Overig** | **Overig** | **Overig** | **Overig** | **Overig** |
| 14. | Vaste voet per huishouden van 15–64 jaar | – | – | 5.979,985 |
| | | | | |
| 14. | Vaste voet per huishouden van 15–64 jaar | – | – | 4.777,639 |
| **Overige berekeningsgegevens** | **Overige berekeningsgegevens** | **Overige berekeningsgegevens** | **Overige berekeningsgegevens** | **Overige berekeningsgegevens** |
| Totaal aantal inwoners | Totaal aantal inwoners | 2012 | 1 januari | |
| Aantal huishoudens 15–64 jaar | Aantal huishoudens 15–64 jaar | 2012 | 1 januari | |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.
| Totaal aantal inwoners | Totaal aantal inwoners | 2013 | 1 januari | |
| Aantal huishoudens 15-64 jaar | Aantal huishoudens 15-64 jaar | 2013 | 1 januari | |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.