Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Artikel 90. Onderzoek bij indiening en onderzoek op vormgebreken
Het Europees Octrooibureau onderzoekt, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, of de aanvrage voldoet aan de vereisten voor de toekenning van een datum van indiening.
Indien geen datum van indiening kan worden toegekend na het onderzoek uit hoofde van het eerste lid, wordt de aanvrage niet als een Europese octrooiaanvrage behandeld.
Indien een datum van indiening is toegekend aan de Europese octrooiaanvrage, onderzoekt het Europees Octrooibureau, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, of voldaan is aan de vereisten van de artikelen 14, 78 en 81, en, indien van toepassing, van artikel 88, eerste lid, en van artikel 133, tweede lid, alsmede aan alle andere vereisten vastgesteld in het Uitvoeringsreglement.
Wanneer het Europees Octrooibureau bij de uitvoering van het onderzoek uit hoofde van het eerste of derde lid vaststelt dat er gebreken zijn die kunnen worden opgeheven, stelt het de aanvrager in de gelegenheid deze te op te heffen.
Indien een gebrek dat is vastgesteld bij het onderzoek uit hoofde van het derde lid niet wordt opgeheven, wordt de Europese octrooiaanvrage afgewezen, tenzij in dit Verdrag hiervoor andere rechtsgevolgen zijn voorzien. Wanneer het gebrek het recht van voorrang betreft, vervalt dit recht voor de aanvrage.
Artikel 91. Onderzoek op vormgebreken
Vervallen
Artikel 92. Opstelling van het verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek
Het Europees Octrooibureau stelt, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, op basis van de conclusies en naar behoren rekening houdend met de beschrijving en eventuele tekeningen, een verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek op en publiceert het.
Artikel 93. Publicatie van de Europese octrooiaanvrage
Het Europees Octrooibureau publiceert de Europese octrooiaanvrage zo spoedig mogelijk
- a. na het verstrijken van een termijn van achttien maanden na de datum van indiening of, indien een beroep op een recht van voorrang is gedaan, na de voorrangsdatum, of
- b. op verzoek van de aanvrager voor het verstrijken van die termijn.
De Europese octrooiaanvrage en het Europese octrooischrift worden gelijktijdig gepubliceerd, indien de beslissing tot verlening van het octrooi van kracht is geworden voor het verstrijken van de termijn bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Artikel 94. Onderzoek van de Europese octrooiaanvrage
In overeenstemming met het Uitvoeringsreglement onderzoekt het Europees Octrooibureau op verzoek of de Europese octrooiaanvrage en de uitvinding waarop zij betrekking heeft, voldoen aan de vereisten van dit Verdrag. Het verzoek wordt eerst geacht te zijn ingediend nadat de taks voor het onderzoek is betaald.
Indien het verzoek om onderzoek niet tijdig is gedaan, wordt de aanvrage geacht te zijn ingetrokken.
Indien bij het onderzoek blijkt dat de aanvrage of de uitvinding waarop zij betrekking heeft, niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag, verzoekt de onderzoeksafdeling de aanvrager, zo dikwijls als nodig, zijn zienswijze in te dienen en, overeenkomstig de bepalingen van artikel 123, eerste lid, de aanvrage te wijzigen.
Indien de aanvrager niet tijdig reageert op een mededeling van de onderzoeksafdeling, wordt de aanvrage geacht te zijn ingetrokken.
Artikel 95. Verlenging van de termijn waarbinnen het verzoek tot het verrichten van een onderzoek moet worden gedaan
Vervallen
Artikel 96. Onderzoek van de Europese octrooiaanvrage
Vervallen
Artikel 97. Verlening of afwijzing
Indien de onderzoeksafdeling van oordeel is dat de Europese octrooiaanvrage en de uitvinding waarop zij betrekking heeft voldoen, aan de vereisten van dit Verdrag, beslist zij tot verlening van het Europees octrooi, mits aan de voorwaarden vastgesteld in het Uitvoeringsreglement wordt voldaan.
Indien de onderzoeksafdeling van oordeel is dat de Europese octrooiaanvrage of de uitvinding waarop zij betrekking heeft, niet voldoet aan de vereisten van dit Verdrag, wijst zij de aanvrage af, tenzij in dit Verdrag hiervoor andere rechtsgevolgen zijn voorzien.
De beslissing tot verlening van het Europees octrooi wordt van kracht op de datum waarop de vermelding van de verlening wordt gepubliceerd in het Europees Octrooiblad.
Artikel 98. Publicatie van het Europees octrooischrift
Het Europees Octrooibureau publiceert het Europees octrooischrift zo spoedig mogelijk nadat de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd in het Europees Octrooiblad.
DEEL VIJFDE. OPPOSITIEPROCEDURE
Artikel 99. Oppositie
Binnen negen maanden na de datum waarop de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd in het Europees Octrooiblad, kan een ieder bij het Europees Octrooibureau oppositie instellen tegen dat octrooi, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. De oppositie wordt eerst geacht te zijn ingesteld nadat de taks voor de oppositie is betaald.
De oppositie geldt voor het Europees octrooi in alle Verdragsluitende Staten waarin het werking heeft.
De opposanten zijn, evenals de octrooihouder, partij in de oppositieprocedure.
Indien iemand bewijst dat hij in plaats van de vorige octrooihouder, op grond van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een Verdragsluitende Staat is ingeschreven in het octrooiregister, treedt hij, op zijn verzoek, voor deze Staat in de plaats van de vorige octrooihouder. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 118 worden de vorige octrooihouder en de persoon die het verzoek heeft gedaan, niet beschouwd als medehouders, tenzij beiden hierom verzoeken.
Artikel 100. Gronden voor oppositie
De oppositie kan slechts op de volgende gronden worden ingesteld:
- a. het onderwerp van het Europees octrooi is niet octrooieerbaar ingevolge de artikelen 52 tot en met 57;
- b. het Europees octrooi openbaart de uitvinding niet zodanig duidelijk en volledig dat zij door de vakman kan worden toegepast;
- c. het onderwerp van het Europees octrooi wordt niet gedekt door de inhoud van de aanvrage zoals die is ingediend, of door de inhoud van de eerdere aanvrage zoals die is ingediend, indien het octrooi is verleend op een afgesplitste aanvrage of op een overeenkomstig artikel 61 ingediende nieuwe aanvrage.
Artikel 101. Onderzoek van de oppositie – Herroeping of instandhouding van het Europees octrooi
Indien de opposant ontvankelijk is, onderzoekt de oppositieafdeling, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, of ten minste een van de in artikel 100 genoemde gronden voor oppositie zich verzet tegen het in stand blijven van het Europees octrooi. Tijdens dit onderzoek verzoekt de oppositieafdeling zo dikwijls als nodig partijen te reageren op mededelingen die zij tot hen heeft gericht of op mededelingen van andere partijen.
Indien de oppositieafdeling van oordeel is dat ten minste een grond voor oppositie zich verzet tegen het in stand blijven van het Europees octrooi, herroept zij het octrooi. Is dat niet het geval dan wijst zij de oppositie af.
Indien de oppositieafdeling van oordeel is dat, gelet op de wijzigingen die de houder van het Europees octrooi tijdens de oppositieprocedure heeft aangebracht, het octrooi en de uitvinding waarop het octrooi betrekking heeft
- a. voldoen aan de vereisten van dit Verdrag, beslist zij het octrooi in de gewijzigde vorm in stand te houden, mits voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in het Uitvoeringsreglement;
- b. niet voldoen aan de vereisten van dit Verdrag, herroept zij het octrooi.
Artikel 102. Herroeping of instandhouding van het Europees octrooi
Vervallen
Artikel 103. Publicatie van een nieuw Europees octrooischrift
Indien het Europees octrooi in stand blijft zoals gewijzigd ingevolge artikel 101, derde lid, onderdeel a, publiceert het Europees Octrooibureau een nieuw Europees octrooischrift zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beslissing inzake de oppositie in het Europees Octrooiblad.
Artikel 104. Kosten
Elke bij de oppositieprocedure betrokken partij draagt de door haar gemaakte kosten, behalve indien de oppositieafdeling op gronden van billijkheid overeenkomstig het Uitvoeringsreglement opdracht geeft tot een andere verdeling van de kosten.
De procedure voor het vaststellen van de kosten wordt vastgesteld in het Uitvoeringsreglement.
Elke eindbeslissing van het Europees Octrooibureau waarbij het bedrag van de kosten wordt vastgesteld, wordt voor de tenuitvoerlegging hiervan in de Verdragsluitende Staten beschouwd als een in kracht van gewijsde gegane beslissing van een civielrechtelijke instantie van de Staat waarin de tenuitvoerlegging dient te geschieden. Een dergelijke beslissing kan alleen worden getoetst op haar echtheid.
Artikel 105. Tussenkomst van de vermeende inbreukmaker
Elke derde kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, na het verstrijken van de termijn van oppositie tussenkomen in de oppositieprocedure, mits hij aantoont dat
- a. tegen hem een rechtsvordering is ingesteld wegens inbreuk op het hetzelfde octrooi, of
- b. de derde naar aanleiding van een verzoek van de octrooihouder een vermeende inbreuk te staken, een rechtsvordering heeft ingesteld om in rechte te doen vaststellen dat hij geen inbreuk maakt op het octrooi.
Een ontvankelijke tussenkomst wordt behandeld als een oppositie.
DEEL ZESDE. BEROEPSPROCEDURE
Artikel 106. Beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld
Tegen de beslissingen van de aanvraagafdeling, de onderzoeksafdelingen, de oppositieafdelingen en de juridische afdeling kan beroep worden ingesteld. Het beroep heeft schorsende werking.
Tegen een beslissing waarbij een procedure ten aanzien van een van de partijen niet wordt afgesloten, kan slechts beroep worden ingesteld tegelijk met de eindbeslissing, tenzij de beslissing een afzonderlijk beroep mogelijk maakt.
Het recht een beroep in te stellen tegen beslissingen inzake de verdeling of vaststelling van kosten in oppositieprocedures kan worden beperkt in het Uitvoeringsreglement.
Artikel 107. Personen die beroep kunnen instellen en partij kunnen zijn bij de procedure
Een ieder die partij was bij de procedure die heeft geleid tot een beslissing, kan hiertegen beroep instellen voor zover hij bij die beslissing in het ongelijk is gesteld. De andere partijen bij die procedure zijn van rechtswege partij bij de beroepsprocedure.
Artikel 108. Termijn en vorm
Een beroep dient te worden ingesteld in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooibureau binnen twee maanden na de datum waarop de beslissing is medegedeeld. Het beroep wordt eerst geacht te zijn ingesteld nadat de taks voor het beroep is betaald. Een memorie met de gronden van het beroep dient te worden ingediend in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement binnen vier maanden na de datum waarop de beslissing is medegedeeld.
Artikel 109. Prejudiciële herziening
Indien het orgaan waarvan de beslissing wordt betwist, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, dient zij haar beslissing te herzien. Deze bepaling vindt geen toepassing wanneer tegenover degene die het beroep heeft ingesteld een andere partij staat.
Indien het beroep niet gegrond wordt verklaard binnen drie maanden na ontvangst van de memorie met de gronden, dient het beroep onverwijld te worden voorgelegd aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.
Artikel 110. Onderzoek van het beroep
Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep of het beroep gegrond is. Het onderzoek van het beroep vindt plaats in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement.
Artikel 111. Beslissing over het beroep
Nadat onderzocht is of het beroep gegrond is, beslist de kamer van beroep over het beroep. De kamer van beroep kan hetzij de bevoegdheden uitoefenen van de afdeling die de bestreden beslissing heeft genomen, hetzij de zaak voor verdere afdoening naar deze afdeling terugwijzen.
Indien de kamer van beroep de zaak voor verdere afdoening terugwijst naar de afdeling die de bestreden beslissing heeft genomen, is deze afdeling gebonden aan de beoordeling van de rechtsvragen door de kamer van beroep, voor zover de feiten dezelfde zijn. Indien de bestreden beslissing is genomen door de aanvraagafdeling, is de onderzoeksafdeling eveneens gebonden aan de beoordeling van de rechtsvragen door de kamer van beroep.
Artikel 112. Beslissing of oordeel van de Grote Kamer van beroep
Teneinde eenvormige toepassing van het recht te waarborgen of indien zich een rechtsvraag van fundamenteel belang voordoet:
- a. legt de kamer van beroep waarvoor een procedure aanhangig is, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een van de partijen bij het beroep, de Grote Kamer van beroep de vragen voor, ten aanzien waarvan zij een beslissing voor bovengenoemde doeleinden noodzakelijk acht. Wanneer de kamer van beroep het verzoek afwijst, dient de afwijzing in de eindbeslissing met redenen te zijn omkleed;
- b. kan de President van het Europees Octrooibureau een rechtsvraag voorleggen aan de Grote Kamer van beroep wanneer twee kamers van beroep over deze vraag uiteenlopende beslissingen hebben genomen.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn de partijen bij de beroepsprocedure partij bij de procedure voor de Grote Kamer van beroep.
De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde beslissing van de Grote Kamer van beroep is ten aanzien van het hangende beroep bindend voor de kamer van beroep.
DEEL ZEVENDE. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE PROCEDURE
Artikel 113. Recht te worden gehoord en gronden van de beslissingen
De beslissingen van het Europees Octrooibureau kunnen slechts gebaseerd worden op gronden waarover de partijen zich hebben kunnen uitlaten.
Bij het onderzoeken van en het beslissen over de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi dient het Europees Octrooibureau zich te houden aan de tekst zoals die is voorgesteld of aanvaard door de aanvrager of door de houder van het octrooi.
Artikel 114. Ambtshalve onderzoek
Tijdens de procedure onderzoekt het Europees Octrooibureau ambtshalve de feiten; dit onderzoek beperkt zich noch tot de door de partijen aangevoerde feiten, bewijsmiddelen en argumenten noch tot de door hen ingediende verzoeken.
Het Europees Octrooibureau hoeft geen rekening te houden met feiten en bewijsmiddelen die door de partijen niet tijdig zijn aangevoerd.
Artikel 115. Opmerkingen van derden
Bij procedures voor het Europees Octrooibureau kunnen derden, na publicatie van de Europese octrooiaanvrage, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, opmerkingen indienen met betrekking tot de octrooieerbaarheid van de uitvinding waarop de aanvrage of het octrooi betrekking heeft. Deze personen worden geen partij bij de procedure.
Artikel 116. Mondelinge behandeling
Een mondelinge behandeling vindt plaats, hetzij ambtshalve wanneer het Europees Octrooibureau zulks wenselijk acht, hetzij op verzoek van een partij bij de procedure. Het Europees Octrooibureau kan evenwel afwijzend beschikken op een verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling voor dezelfde afdeling wanneer de partijen bij de procedure en de daaraan ten grondslag liggende feiten dezelfde zijn.
Niettemin vindt mondelinge behandeling voor de aanvraagafdeling op verzoek van de aanvrager alleen plaats wanneer de aanvraagafdeling zulks aangewezen acht of wanneer zij voornemens is de Europese octrooiaanvrage af te wijzen.
De mondelinge behandeling voor de aanvraagafdeling, de onderzoeksafdelingen en de juridische afdeling is niet openbaar.
De mondelinge behandeling, met inbegrip van het geven van de beslissing, voor de kamers van beroep en de Grote Kamer van beroep na de publicatie van de Europese octrooiaanvrage, alsmede voor de oppositieafdelingen, is openbaar, voor zover de betrokken afdeling waarvoor de procedure plaatsvindt, niet anders beslist in gevallen waarin openbaarheid ernstige en ongerechtvaardigde nadelen zou kunnen hebben, met name voor een partij bij de procedure.
Artikel 117. Bewijsmiddelen en verkrijgen van bewijs
Bij procedures voor het Europees Octrooibureau zijn de volgende bewijsmiddelen toegelaten:
- a. horen van partijen;
- b. inwinnen van inlichtingen;
- c. overleggen van stukken;
- d. horen van getuigen;
- e. deskundigenrapport;
- f. bezichtiging;
- g. onder ede afgelegde schriftelijke verklaringen.
De procedure voor het verkrijgen van bewijs wordt vastgesteld in het Uitvoeringsreglement.
Artikel 118. Eenheid van de Europese octrooiaanvrage of van het Europees octrooi
Indien de aanvragers of de houders van een Europees octrooi voor verschillende aangewezen Verdragsluitende Staten niet dezelfde zijn, worden zij bij de procedures voor het Europees Octrooibureau beschouwd als mede-aanvragers of als mede-houders. De eenheid van de aanvrage of van het octrooi bij deze procedure wordt niet aangetast; in het bijzonder dient de tekst van de aanvrage of van het octrooi voor alle aangewezen Staten gelijk te zijn, tenzij dit Verdrag anders bepaalt.
Artikel 119. Kennisgeving
Van beslissingen, oproepen, kennisgevingen en mededelingen wordt ambtshalve kennis gegeven door het Europees Octrooibureau in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Kennisgeving kan, wanneer buitengewone omstandigheden zulks vereisen, geschieden door tussenkomst van de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten.
Artikel 120. Termijnen
Het Uitvoeringsreglement bepaalt:
- a. de termijnen die in acht dienen te worden genomen bij procedures voor het Europees Octrooibureau en die niet door dit Verdrag zijn vastgesteld;
- b. de wijze waarop de termijnen berekend worden alsmede de voorwaarden waaronder zij kunnen worden verlengd;
- c. de minimale en maximale duur van de termijnen die worden gesteld door het Europees Octrooibureau.
Artikel 121. Verdere behandeling van de Europese octrooiaanvrage
Indien een aanvrager ten aanzien van het Europees Octrooibureau verzuimt een termijn in acht te nemen, kan hij verzoeken om verdere behandeling van de Europese octrooiaanvrage.
Het Europees Octrooibureau willigt het verzoek in, mits voldaan wordt aan de vereisten die zijn vastgesteld in het Uitvoeringsreglement. Is dat niet het geval dan wijst zij het verzoek af.
Indien het verzoek wordt ingewilligd, worden de rechtsgevolgen van het verzuim van de termijn geacht niet te zijn ingetreden.
Verdere behandeling is uitgesloten in geval van de termijnen genoemd in artikel 87, eerste lid, artikel 108 en artikel 112a, vierde lid, alsmede de termijnen voor verzoeken om verdere behandeling of herstel in de vorige toestand. Het Uitvoeringsreglement kan verdere behandeling voor andere termijnen uitsluiten.
Artikel 122. Herstel in de vorige toestand
Een aanvrager of houder van een Europees octrooi die, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden geboden zorgvuldigheid, niet in staat is geweest ten aanzien van het Europees Octrooibureau een termijn in acht te nemen, wordt op verzoek in zijn rechten hersteld indien het niet-naleven van deze termijn rechtstreeks tot gevolg heeft dat de Europese octrooiaanvrage of een verzoek wordt afgewezen, dat de aanvrage wordt geacht te zijn ingetrokken, dat het Europees octrooi herroepen wordt of dat een ander recht of rechtsmiddel verloren gaat.
Het Europees Octrooibureau willigt het verzoek in, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van het eerste lid en de vereisten vastgesteld in het Uitvoeringsreglement. Is dat niet het geval dan wijst zij het verzoek af.
Indien het verzoek wordt ingewilligd, worden de rechtsgevolgen van het verzuim van de termijn geacht niet te zijn ingetreden.
Herstel in de vorige toestand is uitgesloten ten aanzien van de termijn voor verzoeken om herstel in de vorige toestand. Het Uitvoeringsreglement kan herstel in de vorige toestand voor andere termijnen uitsluiten.
Degene die in een aangewezen Verdragsluitende Staat te goeder trouw in het tijdvak tussen het verlies van de rechten bedoeld in het eerste lid en de publicatie in het Europees Octrooiblad van de vermelding van het herstel in de vorige toestand, een uitvinding, die het voorwerp is van een gepubliceerde Europese octrooiaanvrage of van een Europees octrooi, heeft toegepast of doeltreffende en serieuze voorbereidingen voor toepassing ervan heeft getroffen, mag met deze toepassing in of voor zijn bedrijf kosteloos doorgaan.
Dit artikel laat onverlet het recht van een Verdragsluitende Staat tot herstel in de vorige toestand ten aanzien van de termijnen voorzien in dit Verdrag en die in acht dienen te worden genomen ten aanzien van de autoriteiten van die Staat.
Artikel 123. Wijzigingen
De Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi kan worden gewijzigd tijdens een procedure voor het Europees Octrooibureau in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. In elk geval dient de aanvrager ten minste eenmaal in de gelegenheid te worden gesteld om de aanvrage op eigen initiatief te wijzigen.
De Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi kan niet zodanig gewijzigd worden dat het onderwerp niet meer gedekt wordt door de inhoud van de aanvrage zoals die is ingediend.
Het Europees octrooi kan niet zodanig worden gewijzigd dat de beschermingsomvang wordt uitgebreid.
Artikel 124. Inlichtingen over de stand van de techniek
Het Europees Octrooibureau kan, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, de aanvrager verzoeken inlichtingen te verstrekken over de stand van de techniek die gehanteerd is bij een nationale of regionale octrooiprocedure en een uitvinding betreft waarop de Europese octrooiaanvrage betrekking heeft.
Indien de aanvrager niet tijdig gevolg geeft aan een verzoek ingevolge het eerste lid, wordt de Europese octrooiaanvrage geacht te zijn ingetrokken.
Artikel 125. Verwijzing naar algemene beginselen
Voor zover dit Verdrag geen bepalingen bevat over een te volgen procedure, neemt het Europees Octrooibureau de beginselen van procesrecht die in de Verdragsluitende Staten algemeen zijn aanvaard in acht.
Artikel 126. Einde van financiële verplichtingen
Vervallen
HOOFDSTUK II. VOORLICHTING VAN HET PUBLIEK EN DE OFFICIËLE INSTANTIES
Artikel 127. Europees Octrooiregister
Het Europees Octrooibureau houdt een Europees Octrooiregister bij waarin de in het Uitvoeringsreglement omschreven gegevens worden ingeschreven. Geen enkele inschrijving mag in het Europees Octrooiregister worden gedaan voordat de Europese octrooiaanvrage is gepubliceerd. Het Europees Octrooiregister ligt ter inzage van het publiek.
Artikel 128. Inzage van dossiers
De dossiers die betrekking hebben op Europese octrooiaanvragen die nog niet zijn gepubliceerd, kunnen alleen met toestemming van de aanvrager worden ingezien.
Degene die bewijst dat de aanvrager zich tegenover hem heeft beroepen op zijn Europese octrooiaanvrage, kan het dossier inzien voordat deze aanvrage is gepubliceerd en zonder toestemming van de aanvrager.
Wanneer een afgesplitste Europese aanvrage of een nieuwe Europese octrooiaanvrage, ingediend op grond van artikel 61, eerste lid, is gepubliceerd, kan een ieder het dossier van de eerdere aanvrage inzien voordat deze aanvrage is gepubliceerd en zonder toestemming van de aanvrager.
Na de publicatie van de Europese octrooiaanvrage kunnen, behoudens de in het Uitvoeringsreglement gestelde beperkingen, de dossiers van die aanvrage en van het daarop verleende octrooi op verzoek worden ingezien.
Het Europees Octrooibureau kan, zelfs vóór de publicatie van de Europese octrooiaanvrage, de in het Uitvoeringsreglement omschreven gegevens mededelen aan derden of publiceren.
Artikel 129. Regelmatige verschijnende publicaties
Het Europees Octrooibureau publiceert regelmatig:
- a. een Europees Octrooiblad, inhoudende de gegevens waarvan de publicatie door dit Verdrag, het Uitvoeringsreglement of de President van het Europees Octrooibureau, is voorgeschreven;
- b. een Publicatieblad, inhoudende mededelingen en bekendmakingen van algemene aard door de President van het Europees Octrooibureau alsmede alle andere bekendmakingen betreffende dit Verdrag of de toepassing ervan.
Artikel 130. Uitwisseling van informatie
Tenzij in dit Verdrag of in de nationale wetgevingen anders is bepaald, verstrekken het Europees Octrooibureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten elkaar op verzoek alle ter zake dienende gegevens over Europese of nationale octrooiaanvragen en octrooien alsmede over de procedures dienaangaande.
Het eerste lid is van toepassing op de uitwisseling van gegevens op grond van werkovereenkomsten tussen het Europees Octrooibureau en
- a. de centrale diensten voor de industriële eigendom van andere Staten;
- b. elke intergouvernementele organisatie die belast is met het verlenen van octrooien;
- c. elke andere organisatie.
Het verstrekken van gegevens ingevolge het eerste lid en het tweede lid, onderdelen a en b, is niet onderworpen aan de in artikel 128 vervatte beperkingen. De Raad van Bestuur kan besluiten dat het verstrekken van gegevens ingevolge het tweede lid, onderdeel c, niet onderworpen is aan die beperkingen, mits de betrokken organisatie de verstrekte gegevens als vertrouwelijk behandelt tot aan de datum waarop de Europese octrooiaanvrage is gepubliceerd.
Artikel 131. Ambtelijke en juridische samenwerking
Tenzij in dit Verdrag of in de nationale wetgevingen anders is bepaald, dienen het Europees Octrooibureau en de gerechtelijke of andere bevoegde instanties van de Verdragsluitende Staten elkaar op verzoek wederzijds bijstand te verlenen door elkaar gegevens te verstrekken of inzage in dossiers te geven. Wanneer het Europees Octrooibureau inzage van dossiers verleent aan de gerechtelijke instanties, Openbare Ministeries of centrale diensten voor de industriële eigendom is dit niet onderworpen aan de in artikel 128 bedoelde beperkingen.
De gerechtelijke of andere bevoegde instanties van de Verdragsluitende Staten gaan voor het Europees Octrooibureau, op diens rogatoire commissie, en voor zover hun bevoegdheden zulks toelaten, over tot maatregelen voor het verkrijgen van bewijs en tot andere gerechtelijke handelingen.
Artikel 132. Uitwisseling van publicaties
Het Europees Octrooibureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten doen elkaar op verzoek en voor eigen gebruik kosteloos één of meer exemplaren van hun publicaties toekomen.
Het Europees Octrooibureau kan inzake de uitwisseling of toezending van publicaties overeenkomsten sluiten.
HOOFDSTUK III. VERTEGENWOORDIGING
Artikel 133. Algemene beginselen betreffende de vertegenwoordiging
Behoudens het tweede lid, is niemand verplicht zich te doen vertegenwoordigen door een erkend gemachtigde in de door dit Verdrag vastgestelde procedures.
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die geen woonplaats of zetel hebben in een Verdragsluitende Staat, dienen zich te laten vertegenwoordigen door een erkend gemachtigde en dienen door zijn tussenkomst op te treden in iedere door dit Verdrag vastgestelde procedure, behalve voor het indienen van een Europese octrooiaanvrage; verdere uitzonderingen kunnen worden vastgesteld door het Uitvoeringsreglement.
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die hun woonplaats of zetel hebben in een Verdragsluitende Staat, kunnen in door dit Verdrag vastgestelde procedures optreden door een werknemer, die geen erkend gemachtigde behoeft te zijn, maar dient te beschikken over een volmacht in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Het Uitvoeringsreglement kan bepalen of en onder welke voorwaarden een werknemer van een rechtspersoon eveneens kan optreden voor andere rechtspersonen die hun zetel hebben in een Verdragsluitende Staat en die economische banden hebben met de eerstgenoemde rechtspersoon.
Bijzondere bepalingen betreffende de gemeenschappelijke vertegenwoordiging van gemeenschappelijk optredende partijen kunnen worden vastgesteld in het Uitvoeringsreglement.
Artikel 134. Vertegenwoordiging voor het Europees Octrooibureau
Natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen in de door dit Verdrag vastgestelde procedures slechts worden vertegenwoordigd door erkende gemachtigden, die ingeschreven staan op een daartoe door het Europees Octrooibureau bij te houden lijst.
Iedere natuurlijke persoon die
- a. onderdaan is van een Verdragsluitende Staat,
- b. zijn kantoor of plaats van tewerkstelling heeft in een Verdragsluitende Staat, en
- c. met goed gevolg het Europese bekwaamheidsexamen heeft afgelegd kan worden ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden.
Gedurende een jaar vanaf de datum waarop de toetreding door een Staat tot dit Verdrag van kracht wordt, kan ook iedere natuurlijke persoon om inschrijving in de lijst verzoeken die
- a. onderdaan is van een Verdragsluitende Staat,
- b. zijn kantoor of plaats van tewerkstelling heeft in de Staat die is toegetreden tot het Verdrag, en
- c. bevoegd is natuurlijke personen of rechtspersonen te vertegenwoordigen in octrooizaken voor de centrale dienst voor de industriële eigendom van die Staat. Wanneer deze bevoegdheid niet afhankelijk is van het vereiste van specifieke professionele kwalificaties, dient de persoon gedurende ten minste vijf jaar regelmatig als zodanig te zijn opgetreden in die Staat.
De inschrijving geschiedt op verzoek en gaat vergezeld van certificaten waaruit blijkt dat aan de in het tweede of derde lid vastgestelde voorwaarden wordt voldaan.
Personen wier namen voorkomen op de lijst van erkende gemachtigden zijn bevoegd op te treden in alle door dit Verdrag vastgestelde procedures.
Om op te treden als erkend gemachtigde, is een ieder die staat ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden, bevoegd kantoor te houden in elke Verdragsluitende Staat waar door dit Verdrag vastgestelde procedures plaatsvinden, rekening houdend met het aan dit Verdrag als bijlage toegevoegde Protocol inzake de centralisatie. De autoriteiten van deze Staat kunnen deze bevoegdheid slechts intrekken in individuele gevallen en op grond van nationale regelgeving voor de bescherming van de openbare orde en veiligheid. Alvorens een dergelijke maatregel wordt genomen, dient de President van het Europees Octrooibureau te worden geraadpleegd.
De President van het Europees Octrooibureau kan vrijstelling verlenen:
- a. van het vereiste van het tweede lid, onderdeel a, of het derde lid, onderdeel a, in bijzondere omstandigheden;
- b. van het vereiste van het derde lid, onderdeel c, tweede volzin, indien de aanvrager aantoont dat hij de vereiste kwalificatie op andere wijze heeft verworven.
In de door dit Verdrag vastgestelde procedures kan de vertegenwoordiging ook geschieden, op dezelfde wijze als door een erkend gemachtigde, door iedere advocaat die bevoegd is in een Verdragsluitende Staat op te treden en aldaar kantoor houdt, voor zover hij in die Staat bevoegd is op te treden als erkend gemachtigde op het gebied van octrooien. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing.
DEEL ACHTSTE. GEVOLGEN VOOR HET NATIONALE RECHT
HOOFDSTUK I. OMZETTING IN EEN NATIONALE OCTROOIAANVRAGE
Artikel 135. Verzoek tot omzetting
De centrale dienst voor de industriële eigendom van een aangewezen Verdragsluitende Staat stelt de procedure tot verlening van een nationaal octrooi in op verzoek van de aanvrager of van de houder van een Europees octrooi in de volgende gevallen:
- a. indien de Europese octrooiaanvrage wordt geacht te zijn ingetrokken ingevolge artikel 77, derde lid;
- b. in de andere door de nationale wetgeving bepaalde gevallen waarin op grond van dit Verdrag de Europese octrooiaanvrage is afgewezen, ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken of het Europees octrooi herroepen is.
In het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde geval wordt het verzoek tot omzetting ingediend bij de centrale dienst voor de industriële eigendom waar de Europese octrooiaanvrage is ingediend. Onverminderd de bepalingen inzake nationale veiligheid, zendt deze dienst het verzoek direct door aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de daarin vermelde Verdragsluitende Staten.
In de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gevallen wordt het verzoek tot omzetting ingediend bij het Europees Octrooibureau in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Het verzoek wordt geacht eerst te zijn ingediend nadat de omzettingstaks is betaald. Het Europees Octrooibureau zendt het verzoek aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de daarin vermelde Verdragsluitende Staten.
De in artikel 66 bedoelde gevolgen van de Europese octrooiaanvrage vervallen indien het verzoek tot omzetting niet tijdig is ingediend.
Artikel 136. Indiening en doorzending van het verzoek
Vervallen
Artikel 137. Vormvoorschriften voor de omzetting
Een Europese octrooiaanvrage die is doorgezonden in overeenstemming met artikel 135, tweede of derde lid, mag niet onderworpen worden aan vormvoorschriften van het nationale recht die afwijken van of een aanvulling betekenen op de in dit Verdrag vastgestelde bepalingen.
De centrale dienst voor de industriële eigendom waarnaar de Europese octrooiaanvrage is doorgezonden, kan eisen dat de aanvrager binnen een termijn van ten minste twee maanden:
- a. de nationale indieningstaks betaalt; en
- b. een vertaling van de oorspronkelijke tekst van de Europese octrooiaanvrage in een officiële taal van de betrokken Staat indient, alsmede in voorkomend geval, een vertaling van de tijdens de procedure voor het Europees Octrooibureau gewijzigde tekst die de aanvrager wenst te gebruiken als basis voor de nationale procedure.
HOOFDSTUK II. NIETIGHEID EN OUDERE RECHTEN
Artikel 138. Nietigheid van Europese octrooien
Behoudens artikel 139 kan het Europees octrooi met werking in een Verdragsluitende Staat slechts nietig worden verklaard indien:
- a. het onderwerp van het Europees octrooi ingevolge de artikelen 52 tot en met 57 niet octrooieerbaar is;
- b. het Europees octrooi de uitvinding niet zodanig duidelijk en volledig openbaart, dat zij door de vakman kan worden toegepast;
- c. het onderwerp van het Europees octrooi niet gedekt wordt door de inhoud van de aanvrage zoals die is ingediend of, indien het octrooi is verleend op een afgesplitste aanvrage of op een nieuwe aanvrage die is ingediend overeenkomstig artikel 61, niet gedekt wordt door de inhoud van de eerdere aanvrage zoals die is ingediend;
- d. de beschermingsomvang van het Europees octrooi is uitgebreid; of
- e. de houder van het Europees octrooi niet de rechthebbende op het octrooi is ingevolge artikel 60, eerste lid.
Indien de nietigheidsgronden het Europees octrooi slechts gedeeltelijk aantasten, wordt het octrooi beperkt door een dienovereenkomstige wijziging van de conclusies en gedeeltelijk nietig verklaard.
Bij procedures voor de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit ten aanzien van de geldigheid van het Europees octrooi, heeft de octrooihouder het recht het octrooi te beperken door wijziging van de conclusies. Het aldus beperkte octrooi vormt de basis voor de procedure.
Artikel 139. Oudere rechten en rechten van dezelfde datum
In elke aangewezen Verdragsluitende Staat hebben een Europese octrooiaanvrage en een Europees octrooi ten opzichte van een nationale octrooiaanvrage en een nationaal octrooi als ouder recht dezelfde werking als een nationale octrooiaanvrage en een nationaal octrooi.
Een nationale octrooiaanvrage en een nationaal octrooi in een Verdragsluitende Staat hebben ten opzichte van een Europees octrooi waarin die Verdragsluitende Staat is aangewezen, als ouder recht dezelfde werking als ware het Europees octrooi een nationaal octrooi.
Elke Verdragsluitende Staat kan bepalen of, en onder welke voorwaarden, een uitvinding die zowel in een Europese octrooiaanvrage of in een Europees octrooi, als in een nationale octrooiaanvrage of in een nationaal octrooi met dezelfde datum van indiening of, indien een beroep is gedaan op een recht van voorrang, met eenzelfde voorrangsdatum, openbaar is gemaakt, gelijktijdig door Europese en nationale aanvragen of octrooien beschermd kan worden.
HOOFDSTUK III. ANDERE RECHTSGEVOLGEN TEN AANZIEN VAN HET NATIONALE RECHT
Artikel 140. Nationale gebruiksmodellen en gebruikscertificaten
De artikelen 66, 124, 135, 137 en 139 zijn van toepassing op gebruiksmodellen en gebruikscertificaten alsmede op aanvragen voor gebruiksmodellen en gebruikscertificaten die zijn ingeschreven of gedeponeerd in de Verdragsluitende Staten waar de wetgeving in deze vormen van bescherming voorziet.
Artikel 141. Jaartaksen voor Europees octrooien
De jaartaksen voor het Europees octrooi kunnen slechts worden geheven voor de jaren volgende op het jaar bedoeld in artikel 86, tweede lid.
Indien de jaartaksen verschuldigd zijn binnen twee maanden nadat de vermelding van de verlening van het Europees octrooi in het Europees Octrooiblad is gepubliceerd, worden deze jaartaksen geacht rechtsgeldig te zijn betaald als zij binnen die termijn zijn betaald. Een onder nationale wetgeving voorziene verhoging van de taksen wordt niet geheven.
DEEL NEGENDE. BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN
Artikel 142. Eenheidsoctrooien
Iedere groep Verdragsluitende Staten die op grond van een bijzondere overeenkomst heeft besloten dat de voor die Staten verleende Europese octrooien voor hun gezamenlijke grondgebieden een eenheid vormen, kan bepalen dat de Europese octrooien slechts gezamenlijk voor al die Staten kunnen worden verleend.
De bepalingen van dit deel zijn van toepassing wanneer een groep Verdragsluitende Staten van de in het eerste lid bedoelde mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.
Artikel 143. Bijzondere organen van het Europees Octrooibureau
De groep Verdragsluitende Staten kan het Europees Octrooibureau aanvullende taken opdragen.
Ter uitvoering van die aanvullende taken kunnen binnen het Europees Octrooibureau voor de tot die groep behorende Staten gemeenschappelijke bijzondere organen worden ingesteld. De leiding van deze bijzondere organen berust bij de President van het Europees Octrooibureau; artikel 10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 144. Vertegenwoordiging voor de bijzondere organen
De groep Verdragsluitende Staten kan een bijzondere regeling vaststellen voor de vertegenwoordiging van partijen voor de organen bedoeld in artikel 143, tweede lid.
Artikel 145. Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur
De groep Verdragsluitende Staten kan een Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur instellen voor toezicht op de werkzaamheden van de ingevolge artikel 143, tweede lid, ingestelde bijzondere organen; het Europees Octrooibureau stelt deze Commissie het personeel, de accommodatie en het materiaal ter beschikking, dat voor de uitvoering van haar taak benodigd is. De President van het Europees Octrooibureau dient ten overstaan van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur verantwoording af te leggen voor de werkzaamheden van de bijzondere organen.
De samenstelling, de bevoegdheden en de werkzaamheden van de Beperkte Commissie worden bepaald door de groep Verdragsluitende Staten.
Artikel 146. Dekking van de kosten voor het uitvoeren van de bijzondere taken
Indien aan het Europees Octrooibureau aanvullende taken zijn opgedragen op grond vanartikel 143, komen de kosten die voor de Organisatie zijn ontstaan in verband met de uitvoering van die taken ten laste van de groep Verdragsluitende Staten. Indien binnen het Europees Octrooibureau bijzondere organen zijn ingesteld voor de uitvoering van die aanvullende taken, komen de voor deze organen te maken kosten met betrekking tot personeel, accommodatie en materiaal voor rekening van de groep Verdragsluitende Staten. De artikelen 39, derde en vierde lid, 41 en 47 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 147. Betalingen van jaartaksen voor eenheidsoctrooien
Indien de groep Verdragsluitende Staten voor de jaartaksen een eenheidstarief heeft vastgesteld, wordt het percentage, bedoeld in artikel 39, eerste lid, berekend aan de hand van dit eenheidstarief; het in artikel 39, eerste lid, bedoelde minimumbedrag is eveneens het minimumbedrag voor het eenheidsoctrooi. Artikel 39, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 148. De Europese Octrooiaanvrage als deel van het vermogen
Artikel 74 is van toepassing tenzij de groep Verdragsluitende Staten andere bepalingen heeft vastgesteld.
De groep Verdragsluitende Staten kan bepalen dat, voor zover deze Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, overgang, verpanding of gedwongen uitwinning van de Europese octrooiaanvrage slechts is toegestaan voor al die Verdragsluitende Staten en overeenkomstig de bepalingen van de bijzondere overeenkomst.
Artikel 149. Gezamenlijke aanwijzing
De groep Verdragsluitende Staten kan bepalen dat deze Staten slechts gezamenlijk kunnen worden aangewezen en dat de aanwijzing van een of meer Staten van deze groep geldt als aanwijzing van al deze Staten.
Wanneer het Europees Octrooibureau optreedt als aangewezen bureau in de zin van artikel 153, eerste lid, is het voorgaande lid van toepassing indien de aanvrager in de internationale aanvrage heeft medegedeeld dat hij een Europees octrooi wenst voor een of meer aangewezen Staten van de groep. Deze bepaling is eveneens van toepassing, indien de aanvrager in de internationale aanvrage een van de Verdragsluitende Staten heeft aangewezen die tot deze groep behoort, waarvan de nationale wetgeving bepaalt dat een aanwijzing van die Staat de gevolgen heeft van een aanvrage om een Europees octrooi.
DEEL TIENDE. INTERNATIONALE AANVRAGE IN DE ZIN VAN HET VERDRAG TOT SAMENWERKING INZAKE OCTROOIEN
Artikel 150. Toepassing van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien van 19 juni 1970, hierna te noemen het PCT, is van toepassing in overeenstemming met de bepalingen van dit Deel.
Internationale aanvragen die worden ingediend op grond van het PCT kunnen het voorwerp zijn van procedures voor het Europees Octrooibureau. Bij dergelijke procedures zijn de bepalingen van het PCT en het Reglement daarbij van toepassing, aangevuld door de bepalingen van dit Verdrag. Indien deze met elkaar in strijd zijn, zijn de bepalingen van het PCT of het Reglement daarbij doorslaggevend.
Artikel 151. Het Europees Octrooibureau als ontvangend bureau
Het Europees Octrooibureau treedt op als ontvangend bureau in de zin van het PCT in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Artikel 75, tweede lid, is van toepassing.
Artikel 152. Het Europees Octrooibureau als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling
Het Europees Octrooibureau treedt op als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling in de zin van het PCT, in overeenstemming met een overeenkomst tussen de Organisatie en het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom, voor aanvragers die inwoner of onderdaan zijn van een Staat die partij is bij dit Verdrag. Deze overeenkomst kan bepalen dat het Europees Octrooibureau ook optreedt voor andere aanvragers.
Artikel 153. Het Europees Octrooibureau als aangewezen bureau of gekozen bureau
Het Europees Octrooibureau is
- a. aangewezen bureau voor elke Staat die partij is bij dit Verdrag waarvoor het PCT van kracht is, die is aangewezen in de internationale aanvrage en waarvoor de aanvrager het Europees octrooi wenst te verkrijgen; en
- b. gekozen bureau, indien de aanvrager een Staat heeft gekozen die is aangewezen overeenkomstig onderdeel a.
Een internationale aanvrage waarvoor het Europees Octrooibureau het aangewezen of gekozen bureau is en waaraan een internationale datum van indiening is toegekend, is gelijkwaardig aan een gewone Europese aanvrage (Euro-PCT-aanvrage).
De internationale publicatie van een Euro-PCT-aanvrage in een officiële taal van het Europees Octrooibureau vervangt de publicatie van de Europese octrooiaanvrage en wordt vermeld in het Europees Octrooiblad.
Indien de Euro-PCT-aanvrage in een andere taal gepubliceerd is, dient een vertaling in een van de officiële talen te worden ingediend bij het Europees Octrooibureau die deze zal publiceren. Behoudens artikel 67, derde lid, treedt de voorlopige bescherming, bedoeld in artikel 67, eerste en tweede lid, pas in vanaf de datum van deze publicatie.
De Euro-PCT-aanvrage wordt behandeld als een Europese octrooiaanvrage en geldt als behorend tot de stand van de techniek in de zin van artikel 54, derde lid, indien aan de in het derde of vierde lid en in het Uitvoeringsreglement vastgestelde voorwaarden is voldaan.
Het verslag van het internationaal nieuwheidsonderzoek dat is opgesteld ten aanzien van een Euro-PCT-aanvrage of de vervangende verklaring ervan en hun internationale publicatie, treden in de plaats van het verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek en de vermelding van de publicatie ervan in het Europees Octrooiblad.
Een aanvullend verslag van een Europees nieuwheidsonderzoek wordt opgesteld ten aanzien van een Euro-PCT-aanvrage ingevolge het vijfde lid. De Raad van Bestuur kan besluiten dat wordt afgezien van het aanvullend verslag van het nieuwheidsonderzoek of dat de taks voor het nieuwheidsonderzoek wordt verlaagd.
Artikel 154. Het Europees Octrooibureau als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
Vervallen
Artikel 155. Het Europees Octrooibureau als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
Vervallen
Artikel 156. Het Europees Octrooibureau als gekozen bureau
Vervallen
Artikel 157. Verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek
Vervallen
Artikel 158. Publicatie van de internationale aanvrage en toezending aan het Europees Octrooibureau
Vervallen
DEEL ELFDE. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 159. Raad van Bestuur gedurende een overgangsperiode
Vervallen
Artikel 160. Benoeming van personeel gedurende een overgangsperiode
Vervallen
Artikel 161. Eerste begrotingsjaar
Vervallen
Artikel 162. Geleidelijke uitbreiding van het werkterrein van het Europees Octrooibureau
Vervallen
Artikel 163. Erkende gemachtigden gedurende een overgangsperiode
Vervallen
DEEL TWAALFDE. SLOTBEPALINGEN
Artikel 164. Uitvoeringsreglement en protocollen
Het Uitvoeringsreglement, het Protocol inzake de erkenning, het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten, het Protocol inzake centralisatie, het Protocol inzake de uitleg van artikel 69 en hetProtocol inzake het personeelsbestand vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag.
Indien de bepalingen van dit Verdrag en die van het Uitvoeringsreglement met elkaar in strijd zijn, zijn de bepalingen van dit Verdrag doorslaggevend.
Artikel 165. Ondertekening – Bekrachtiging
Dit Verdrag staat tot 5 april 1974 open voor ondertekening door de Staten, die hebben deelgenomen aan de intergouvernementele conferentie tot instelling van een Europees stelsel voor het verlenen van octrooien, of die van het houden van deze conferentie op de hoogte zijn gebracht en in staat zijn gesteld hieraan deel te nemen.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 166. Toetreding
Dit Verdrag staat open voor toetreding door:
- a. de Staten bedoeld in artikel 165, eerste lid;
- b. elke andere Europese Staat op uitnodiging van de Raad van Bestuur.
Elke Staat die partij is geweest bij dit Verdrag en die ingevolge artikel 172, vierde lid, geen partij meer is, kan opnieuw partij bij dit Verdrag worden door toetreding.
De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 167. Voorbehouden
Vervallen
Artikel 168. Toepassingsgebied
Elke Verdragsluitende Staat kan in zijn akte van bekrachtiging of van toetreding verklaren, of op ieder later tijdstip aan de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland schriftelijk mededelen, dat het Verdrag van toepassing is op een of meer grondgebieden voor de buitenlandse betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is. De voor die Verdragsluitende Staat verleende Europese octrooien hebben eveneens werking in de grondgebieden waarvoor deze verklaring van kracht is geworden.
Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring is vervat in de akte van bekrachtiging of van toetreding, wordt zij van kracht op dezelfde datum als de bekrachtiging of de toetreding; indien de verklaring wordt medegedeeld na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding, wordt deze mededeling van kracht zes maanden nadat de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland deze mededeling heeft ontvangen.
Elke Verdragsluitende Staat kan te allen tijde verklaren dat het Verdrag niet meer van toepassing is op enkele of alle grondgebieden waarvoor hij een verklaring heeft ingediend ingevolge het eerste lid. Deze verklaring wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland hiervan mededeling heeft ontvangen.
Artikel 169. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking drie maanden na de nederlegging van de laatste akte van bekrachtiging of van toetreding van zes Staten, op de grondgebieden waarvan in 1970 in totaal ten minste 180.000 octrooiaanvragen zijn ingediend voor deze Staten gezamenlijk.
Elke bekrachtiging of toetreding die plaatsvindt na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding.
Artikel 170. Aanvangsbijdrage
Elke Staat die dit Verdrag bekrachtigt of hiertoe toetreedt nadat het in werking is getreden, betaalt aan de Organisatie een aanvangsbijdrage die niet wordt terugbetaald.
De aanvangsbijdrage is gelijk aan vijf procent van het bedrag dat voor de desbetreffende Staat wordt gevonden door de in artikel 40, derde en vierde lid, bedoelde verdeelsleutel voor de bijzondere financiële bijdragen, zoals die geldt op de datum waarop de bekrachtiging of de toetreding van die Staat van kracht wordt, toe te passen op het totale bedrag van de bijzondere financiële bijdragen die de andere Verdragsluitende Staten verschuldigd waren voor de begrotingsjaren voorafgaand aan de bedoelde datum.
Indien voor het begrotingsjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan de datum bedoeld in het tweede lid, geen bijzondere financiële bijdragen zijn geheven, geldt als de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel de verdeelsleutel, die voor de desbetreffende Staat van toepassing zou zijn geweest voor het laatste begrotingsjaar waarvoor wel bijzondere financiële bijdragen zijn geheven.
Artikel 171. Duur van het Verdrag
Dit Verdrag wordt voor onbeperkte tijd gesloten.
Artikel 172. Herziening
Dit Verdrag kan worden herzien door een Conferentie van de Verdragsluitende Staten.
De Conferentie wordt voorbereid en bijeengeroepen door de Raad van Bestuur. De Conferentie kan alleen rechtsgeldige besluiten nemen, indien ten minste drie vierde van de Verdragsluitende Staten daar zijn vertegenwoordigd. Om aangenomen te worden dient de herziene tekst van het Verdrag te worden goedgekeurd door drie vierde van de Verdragsluitende Staten die vertegenwoordigd zijn tijdens de Conferentie en die een stem uitbrengen. Onthouding geldt niet als stem.
De herziene tekst van het Verdrag treedt in werking na de nederlegging van de akten van bekrachtiging of van toetreding door een door de Conferentie vastgesteld aantal Staten en op de door de Conferentie vastgestelde datum.
De Staten die op de datum van inwerkingtreding van het herziene Verdrag dit niet hebben bekrachtigd of hiertoe niet zijn toegetreden, houden met ingang van die datum op partij te zijn bij dit Verdrag.
Artikel 173. Geschillen tussen Verdragsluitende Staten
Elk geschil tussen Verdragsluitende Staten betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag dat niet door onderhandelingen wordt beslecht, wordt op verzoek van een van de betrokken Staten voorgelegd aan de Raad van Bestuur, die zal trachten deze Staten tot overeenstemming te brengen.
Indien binnen zes maanden na de datum waarop het geschil aan de Raad van Bestuur is voorgelegd geen overeenstemming is bereikt, kan elk van de betrokken Staten het geschil aanhangig maken bij het Internationale Hof van Justitie dat een voor de betrokken partijen bindende beslissing zal nemen.
Artikel 174. Opzegging
Elke Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen. De opzegging wordt medegedeeld aan de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van deze mededeling.
Artikel 175. Handhaving van verworven rechten
Wanneer een Staat ophoudt partij te zijn bij dit Verdrag ingevolge artikel 172, vierde lid, of artikel 174, worden de op grond van dit Verdrag inmiddels verworven rechten niet aangetast.
De Europese octrooiaanvragen die op het tijdstip waarop een aangewezen Staat ophoudt Partij te zijn bij het Verdrag aanhangig zijn, worden ten aanzien van die Staat door het Europees Octrooibureau verder behandeld alsof het Verdrag, zoals dat na die datum van kracht is, voor die Staat van toepassing zou zijn.
Het tweede lid is van toepassing op de Europese octrooien ten aanzien waarvan op de in het tweede lid bedoelde datum een oppositie aanhangig is of de termijn voor oppositie niet is verstreken.
Dit artikel laat onverlet het recht dat een Staat die niet langer partij is bij dit Verdrag, heeft om op de Europese octrooien de bepalingen toe te passen van de tekst van het Verdrag waarbij hij Partij was.
Artikel 176. Financiële rechten en verplichtingen van een voormalige Verdragsluitende Staat
Elke Staat die ingevolge artikel 172, vierde lid, of artikel 174 niet langer partij is bij dit Verdrag, ontvangt van de Organisatie de bijzondere financiële bijdragen die hij betaald heeft ingevolge artikel 40, tweede lid, niet eerder terug dan de datum waarop en onder de voorwaarden waaronder de Organisatie de bijzondere financiële bijdragen terugbetaalt die haar zijn betaald door andere Staten tijdens hetzelfde begrotingsjaar.
De in het eerste lid bedoelde Staat is, zelfs wanneer hij niet langer partij is bij dit Verdrag, gehouden tot betaling van het in artikel 39 aangegeven deel van de jaartaksen met betrekking tot Europese octrooien die van kracht blijven in die Staat tegen het tarief dat gold op de datum waarop hij niet langer partij was bij dit Verdrag.
Artikel 177. Talen van het Verdrag
Dit Verdrag wordt opgesteld in één exemplaar in de Duitse, de Engelse en de Franse taal, dat wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij de drie teksten gelijkelijk authentiek zijn.
De teksten van dit Verdrag die worden opgesteld in andere dan de in het eerste lid bedoelde officiële talen van de Verdragsluitende Staten en die worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur, worden beschouwd als officiële teksten. In geval van geschil over de uitleg van de diverse teksten, zijn de in het eerste lid bedoelde teksten doorslaggevend.
Artikel 178. Toezendingen en mededelingen
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland vervaardigt van dit Verdrag voor eensluidend gewaarmerkte afschriften en zendt deze toe aan de regeringen van alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend of hiertoe zijn toegetreden.
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland doet de regeringen van de in het eerste lid bedoelde Staten mededeling van:
- a. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging of van toetreding;
- b. elke verklaring of mededeling ontvangen op grond van artikel 168;
- c. elke opzegging ontvangen op grond van artikel 174 en van de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland laat dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.
DEEL EERSTE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET EERSTE DEEL VAN HET VERDRAG
HOOFDSTUK I. TALEN VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU
Regel 1. Uitzonderingen op de bepalingen betreffende de procestaal bij de schriftelijke procedure
(1). In een schriftelijke procedure voor het Europees Octrooibureau kan elke partij elke officiële taal van het Europees Octrooibureau gebruiken. De in artikel 14, vierde lid, bedoelde vertaling kan worden ingediend in elke officiële taal van het Europees Octrooibureau.
(2). Wijzigingen van een Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi moeten worden ingediend in de procestaal.
(3). Stukken die worden gebruikt als bewijsmiddelen ten overstaan van het Europees Octrooibureau, in het bijzonder publicaties, kunnen in elke taal worden ingediend. Het Europees Octrooibureau kan evenwel eisen dat een vertaling in een van zijn officiële talen wordt ingediend binnen een door hem vast te stellen termijn, die ten minste een maand moet bedragen.
Regel 2. Uitzonderingen op de bepalingen betreffende het gebruik van de procestaal bij de mondelinge procedure
(1). Elke partij bij een mondelinge procedure voor het Europees Octrooibureau kan in plaats van de procestaal een van de andere officiële talen van het Europees Octrooibureau gebruiken, mits zij dit Bureau hiervan ten minste één maand voor de voor de zitting vastgestelde datum kennis geeft ofwel zelf voor vertaling in de procestaal zorgt. Elke partij kan eveneens een van de officiële talen van een van de Verdragsluitende Staten gebruiken mits zij zelf zorgt voor vertaling in de procestaal. Het Europees Octrooibureau kan uitzonderingen toelaten op het in dit lid bepaalde.
(2). Bij de mondelinge procedure kan het personeel van het Europees Octrooibureau een van de andere officiële talen van het Europees Octrooibureau gebruiken in plaats van de procestaal.
(3). Bij de procedure tot bewijsvoering kunnen de partijen die gehoord moeten worden, de getuigen of de deskundigen, die een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau of van een van de Verdragsluitende Staten niet voldoende beheersen, een andere taal gebruiken. Indien gelegenheid tot bewijsvoering wordt gegeven op verzoek van een partij bij de procedure, kunnen de partijen, die gehoord moeten worden, de getuigen of de deskundigen, die een andere voertaal hebben dan een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau, slechts worden gehoord indien de partij die het verzoek heeft ingediend voor vertaling zorgt in de procestaal; het Europees Octrooibureau kan evenwel de vertaling toestaan in een van zijn andere officiële talen.
(4). Indien alle partijen en het Europees Octrooibureau daarmede instemmen, kan elke taal worden gebruikt in de mondelinge procedure.
(5). Het Europees Octrooibureau verzorgt voor eigen rekening en voor zover nodig de vertaling in de procestaal of eventueel in een van zijn andere officiële talen, tenzij deze vertaling moet worden verzorgd door een van de partijen bij de procedure.
(6). Van de verklaringen van personeelsleden van het Europees Octrooibureau, partijen, getuigen en deskundigen bij een mondelinge procedure, afgelegd in een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau, wordt een verslag opgemaakt in de gebezigde taal. Indien verklaringen worden afgelegd in een andere taal, wordt het verslag daarvan opgesteld in de officiële taal, waarin zij zijn vertaald. Wijzigingen van de tekst van de beschrijving of van de conclusies van de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi worden in het verslag opgenomen in de procestaal of, indien van procestaal is veranderd, in de oorspronkelijke procestaal.
Regel 3. Verandering van procestaal
Vervallen
Regel 4. Taal van de Europese afgesplitste octrooiaanvragen
Afgesplitste Europese octrooiaanvragen of, in het geval bedoeld in artikel 14, tweede lid, de vertalingen daarvan, moeten worden ingediend in de procestaai van de eerdere Europese octrooiaanvrage.
Regel 5. Waarmerken van vertalingen
Indien van een stuk een vertaling moet worden overgelegd, kan het Europees Octrooibureau eisen dat binnen een door het Europees Octrooibureau te stellen termijn een bewijs wordt overgelegd waaruit blijkt dat de vertaling een juiste vertaling is van de originele tekst. Indien het bewijs niet tijdig wordt overgelegd, wordt het stuk geacht niet te zijn ontvangen, tenzij het Verdrag anders bepaalt.
Regel 6. Termijnen en vermindering van de taksen
(1). De vertaling bedoeld in artikel 14, tweede lid, moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden na indiening van de Europese octrooiaanvrage en in ieder geval voor het verstrijken van een termijn van dertien maanden na de datum van voorrang. Indien de vertaling evenwel een afgesplitste Europese aanvrage of een nieuwe Europese octrooiaanvrage als bedoeld in artikel 61, eerste lid, letter b), betreft, kan de vertaling worden ingediend binnen een termijn van een maand na indiening van een zodanige aanvrage.
(2). De vertaling bedoeld in artikel 14, vierde lid, moet worden ingediend binnen een termijn van een maand na de indiening van het stuk; indien dit stuk een bezwaarschrift of een beroepschrift is wordt de termijn eventueel verlengd tot aan het einde van de termijn voor oppositie of voor beroep.
(3). Op het bedrag van de indieningstaksen, onderzoektaksen, oppositietaksen of beroeptaksen wordt een korting verleend aan de aanvrager, de houder of de opposant die gebruik maakt van de door artikel 14, tweede en vierde lid, geboden mogelijkheden. Deze korting wordt in het Reglement betreffende de taksen bepaald op een percentage van bedoelde taksen.
Regel 7. Rechtskracht van de vertaling van de Europese octrooiaanvrage
Tenzij het tegendeel wordt bewezen, kan het Europees Octrooibureau, bij het bepalen of het onderwerp van de Europese octrooiaanvrage of van het Europees octrooi gedekt wordt door de inhoud van de aanvrage zoals die is ingediend, aannemen dat de in artikel 14, tweede lid, bedoelde vertaling een juiste vertaling is van de oorspronkelijke tekst van de aanvrage.
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Regel 8. Classificatie van de octrooien
(1). Het Europees Octrooibureau gebruikt:
- a). tot aan de inwerkingtreding van de Overeenkomst van Straatsburg van 24 maart 1971 betreffende de internationale classificatie van octrooien, de classificatie bedoeld in artikel 1 van het Europees Verdrag van 19 december 1954 betreffende de internationale classificatie van octrooien,
- b). na de inwerkingtreding van genoemde Overeenkomst van Straatsburg, de classificatie bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst.
(2). De in het eerste lid bedoelde classificatie wordt hierna aangeduid als internationale classificatie.
Regel 9. Taakverdeling over de organen in eerste aanleg
(1). De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt het aantal afdelingen voor het nieuwheidsonderzoek, onderzoekafdelingen en oppositieafdelingen. Hij verdeelt de taken over deze afdelingen aan de hand van de internationale classificatie en beslist, indien nodig, over de classificatie van een Europese octrooiaanvrage of van een Europees octrooi, overeenkomstig de internationale classificatie.
(2). Naar de bevoegdheden, die hun door het Verdrag zijn toegekend, kunnen de aanvraagafdeling, de afdelingen voor het nieuwheidsonderzoek, de onderzoekafdelingen, de oppositieafdelingen en de juridische afdeling door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau met andere taken worden belast.
(3). De Voorzitter van het Europees Octrooibureau kan bepaalde taken die gewoonlijk op de onderzoekafdelingen of op de oppositieafdelingen rusten en die geen bijzondere technische of juridische moeilijkheden opleveren, toevertrouwen aan personeelsleden die geen technisch of rechtsgeleerd lid zijn.
(4). De Voorzitter van het Europees Octrooibureau kan aan een van de griffies van de oppositieafdelingen een bijzondere bevoegdheid verlenen voor het vaststellen van het bedrag van de procedurekosten, bedoeld in artikel 104, tweede lid.
Regel 10. Taakverdeling over de organen in tweede aanleg en aanwijzing van hun leden
(1). Voor het begin van elk zittingsjaar worden de taken over de kamers van beroep verdeeld en worden de gewone en de plaatsvervangende leden van elk van deze kamers en van de Grote Kamer van beroep aangewezen. Een lid kan voor meer dan één kamer van beroep worden aangewezen. Deze maatregelen kunnen zo nodig in de loop van het zittingsjaar worden gewijzigd.
(2). De in het eerste lid bedoelde maatregelen worden genomen door een college, bestaande uit de Voorzitter van het Europees Octrooibureau, die als voorzitter optreedt, de ondervoorzitter verantwoordelijk voor het beroep, de voorzitters van de kamers van beroep en drie andere leden van deze kamers van beroep, die door de gezamenlijke leden van deze kamers voor het zittingsjaar worden gekozen. Dit college kan slechts rechtsgeldig beslissen indien ten minste vijf van zijn leden aanwezig zijn, onder wie in elk geval de Voorzitter of een ondervoorzitter van het Europees Octrooibureau en twee voorzitters van kamers van beroep. Beslissingen worden genomen met meerderheid van stemmen; bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
(3). Het in het tweede lid bedoeld college beslist over bevoegdheidsgeschillen tussen kamers van beroep.
(4). De Raad van Bestuur kan aan de kamers van beroep bevoegdheden verlenen op grond van artikel 134, achtste lid, letter c).
Regel 11. Reglement voor de procesvoering van de organen in tweede aanleg
Het in regel 10, tweede lid, bedoelde college stelt het Reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep vast. De Grote Kamer van beroep stelt haar eigen Reglement voor de procesvoering vast.
Regel 12. Administratieve opbouw van het Europees Octrooibureau
(1). De onderzoekafdelingen en de oppositieafdelingen worden administratief samengevoegd tot directies waarvan het aantal wordt vastgesteld door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau.
(2). De directies, de juridische afdeling, de kamers van beroep en de Grote Kamer van beroep alsmede de administratieve diensten van het Europees Octrooibureau worden administratief samengevoegd tot directoraten-generaal. De aanvraagafdeling en de afdeling voor het nieuwheidsonderzoek worden administratief samengevoegd tot een directoraat-generaal.
(3). Elk directoraat-generaal staat onder leiding van een Ondervoorzitter. De benoeming van een Ondervoorzitter aan het hoofd van een algemene directie geschiedt door de Raad van Bestuur nadat de Voorzitter van het Europees Octrooibureau is geraadpleegd.
DEEL TWEEDE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET TWEEDE DEEL VAN HET VERSLAG
HOOFDSTUK II. ORGANISATIE VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU
Regel 13. Schorsing van de procedure
(1). Indien een derde voor het Europees Octrooibureau bewijst dat hij tegen de aanvrager een procedure heeft aanhangig gemaakt om te doen vaststellen dat hij aanspraak heeft op verlening van het Europees octrooi, schorst het Europees Octrooibureau de verleningsprocedure, tenzij bedoelde derde toestemt in de voortzetting van die procedure. Van deze toestemming, die niet kan worden herroepen, moet het Europees Octrooibureau schriftelijk mededeling worden gedaan. De procedure kan evenwel niet worden geschorst vóór de publicatie van de Europese octrooiaanvrage.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)