Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Indien een derde tijdens de oppositieprocedure of gedurende de oppositietermijn bewijs overlegt dat hij een procedure heeft ingesteld tegen de houder van het Europees octrooi om een beslissing in de zin van artikel 61, eerste lid, te verkrijgen, wordt de oppositieprocedure geschorst, tenzij de derde het Europees Octrooibureau schriftelijk mededeelt dat hij instemt met de voortzetting van deze procedure. Deze toestemming is onherroepelijk. De procedure wordt evenwel niet geschorst voordat dat oppositieafdeling de opposant ontvankelijk heeft verklaard. Regel 14, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien een derde in overeenstemming met artikel 99, vierde lid, voor een of meer aangewezen Verdragsluitende Staten in de plaats is getreden van de vorige octrooihouder, kan het in de oppositieprocedure in stand gehouden Europees octrooi voor deze Staten andere conclusies, beschrijving en tekeningen bevatten dan die voor de overige aangewezen Staten.
Regel 79. Voorbereidingen van het onderzoek van de oppositie
De oppositieafdeling zendt het bezwaarschrift aan de houder van het octrooi en stelt hem in de gelegenheid binnen een te stellen termijn zijn zienswijze kenbaar te maken en, indien nodig, wijzigingen in de beschrijving, de conclusies en de tekeningen aan te brengen.
Indien meerdere opposities zijn ingesteld, deelt de oppositieafdeling tegelijk met de mededeling bedoeld in het eerste lid deze mede aan de andere opposanten.
De oppositieafdeling deelt de door de octrooihouder ingediende zienswijze en wijzigingen mede aan de andere partijen en nodigt hen uit om binnen een te stellen termijn hierop te reageren, indien zij dit opportuun achten.
In het geval van tussenkomst ingevolge artikel 105, kan de oppositieafdeling van toepassing van het eerste tot en met derde lid afzien.
Regel 80. Wijziging van het Europees octrooi
Onverminderd regel 138 kunnen de beschrijving, de conclusies en de tekeningen worden gewijzigd, mits de wijzigingen door een grond voor oppositie bedoeld in artikel 100 worden ingegeven, ook wanneer de opposant zich niet op die grond heeft beroepen.
Regel 81. Onderzoek van de oppositie
De oppositieafdeling onderzoekt de gronden voor oppositie waarop de opposant zich beroept in de verklaring bedoeld in regel 76, tweede lid, onderdeel c. De oppositieafdeling kan ambtshalve ook gronden voor oppositie waarop de opposant zich niet beroept onderzoeken, indien deze zich verzetten tegen het in stand blijven van het Europees octrooi.
Mededelingen overeenkomstig artikel 101, eerste lid, tweede volzin, en alle antwoorden daarop worden aan alle partijen verzonden. Indien de oppositieafdeling dit wenselijk acht, nodigt zij alle partijen uit om binnen een te stellen termijn te reageren.
In elke mededeling overeenkomstig artikel 101, eerste lid, tweede volzin, dient de houder van het Europees octrooi, indien nodig, in de gelegenheid te worden gesteld om voor zover noodzakelijk de beschrijving, de conclusies en de tekeningen te wijzigen. De mededeling dient, indien nodig, gemotiveerd te zijn en de gronden te bevatten die zich tegen het in stand blijven van het Europees octrooi verzetten.
Regel 82. Instandhouding van het Europees octrooi in gewijzigde vorm
Alvorens te beslissen het Europees octrooi in gewijzigde vorm in stand te houden, deelt de oppositieafdeling de partijen de tekst van het octrooi mede, waarmee zij voornemens is het octrooi in stand te houden en nodigt zij hen uit binnen twee maanden hun zienswijzen in te dienen indien zij niet instemmen met de voorgestelde tekst.
Indien een partij niet instemt met de door de oppositieafdeling medegedeelde tekst, kan het onderzoek van de oppositie worden voortgezet. In het tegengestelde geval verzoekt de oppositieafdeling na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn de houder van het octrooi binnen een termijn van drie maanden de voorgeschreven taks te betalen en een vertaling van de gewijzigde conclusies in de officiële talen van het Europees Octrooibureau die niet de procestaal zijn, in te dienen. In dit verzoek wordt verwezen naar de website van het Europees Octrooibureau waar informatie over de vereisten voor de vertaling uit hoofde van artikel 65, eerste lid, in de Verdragsluitende Staten is gepubliceerd.
Indien de op grond van het tweede lid vereiste handelingen niet tijdig zijn verricht, kunnen zij alsnog worden verricht binnen twee maanden na een mededeling dat de voorgeschreven termijn niet in acht is genomen, mits binnen deze termijn een toeslag wordt betaald. In het tegengestelde geval wordt het octrooi herroepen.
De beslissing tot instandhouding van het Europees octrooi in gewijzigde vorm vermeldt welke tekst van het octrooi de basis vormt voor de beslissing.
Regel 83. Verzoek om documenten
Documenten waarnaar een partij bij een oppositieprocedure verwijst, dienen tezamen met het bezwaarschrift of de schriftelijke opmerkingen te worden ingediend. Indien die documenten niet zijn bijgevoegd of na een verzoek van het Europees Octrooibureau hiertoe niet tijdig zijn ingediend, kan het beslissen geen rekening te houden met de daarop gegronde argumenten.
Regel 84. Ambtshalve voortzetting van de oppositieprocedure
Indien de houder van het octrooi in alle aangewezen Verdragsluitende Staten afstand heeft gedaan van het Europees octrooi of indien het octrooi in al die Staten is vervallen, kan de oppositieprocedure worden voortgezet indien de opposant hierom binnen twee maanden nadat het Europees Octrooibureau aan de opposant de afstand of het verval heeft medegedeeld, verzoekt.
Indien een opposant komt te overlijden of handelingsonbekwaam wordt, kan de oppositieprocedure ambtshalve door het Europees Octrooibureau worden voortgezet, zelfs indien zijn erfgenamen of zijn wettelijke vertegenwoordigers hieraan niet deelnemen. De procedure kan ook voortgezet worden indien de oppositie wordt ingetrokken.
Regel 85. Overgang van het Europees octrooi
Regel 22 is van toepassing op iedere overgang van het Europees octrooi gedurende de termijn voor oppositie of gedurende de oppositieprocedure.
Regel 86. Stukken in de oppositieprocedure
Deel III van het Uitvoeringsreglement is van overeenkomstige toepassing op stukken ingediend tijdens de oppositieprocedure.
Regel 87. Inhoud en vorm van het nieuwe Europese octrooischrift
Het nieuwe Europese octrooischrift bevat de beschrijving, de conclusies en de tekeningen zoals gewijzigd. Regel 73, tweede en derde lid, en regel 74 zijn van toepassing.
Regel 88. Kosten
De kostenverdeling wordt in de beslissing ten aanzien van de oppositie vastgesteld. Bij de verdeling kunnen alleen de uitgaven in aanmerking worden genomen die noodzakelijk waren om de in het geding zijnde rechten op adequate wijze te verdedigen. Onder de kosten valt de vergoeding van de gemachtigden van de partijen.
De oppositieafdeling stelt op verzoek het bedrag vast van de kosten die uit hoofde van de verdeling op grond van een in kracht van gewijsde gegane beslissing dienen te worden betaald. De kostenafrekening en de bewijsstukken dienen als bijlage te worden toegevoegd aan het verzoek. De kosten kunnen worden vastgesteld, zodra zij aannemelijk zijn gemaakt.
Binnen een maand nadat de vaststelling van de kosten ingevolge het tweede lid is medegedeeld, kan een verzoek om een beslissing van de oppositieafdeling over de vaststelling van de kosten worden ingediend. Het verzoek dient schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend na betaling van de voorgeschreven taks.
De oppositieafdeling beslist over het in het derde lid bedoelde verzoek zonder mondelinge behandeling.
Regel 89. Tussenkomst van de vermeende inbreukmaker
De verklaring van tussenkomst dient binnen drie maanden na de datum waarop de procedure bedoeld in artikel 105 is ingesteld te worden ingediend.
HOOFDSTUK II. PROCEDURE TOT BEPERKING OF HERROEPING
Regel 90. Voorwerp van de procedure
Het voorwerp van een procedure tot beperking of herroeping bedoeld in artikel 105a is het Europees octrooi zoals verleend of zoals gewijzigd in een oppositieprocedure of een procedure tot beperking voor het Europees Octrooibureau.
Regel 92. Vereisten ten aanzien van het verzoek
Het verzoek om beperking of herroeping van een Europees octrooi wordt schriftelijk in een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau ingediend. Het verzoek kan eveneens in een officiële taal van een Verdragsluitende Staat worden ingediend, mits binnen de termijn omschreven in regel 6, tweede lid, een vertaling in een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau wordt ingediend. Deel III van het Uitvoeringsreglement is van overeenkomstige toepassing op stukken ingediend tijdens procedures tot beperking of herroeping.
Het verzoek dient te bevatten:
- a. gegevens van de houder van het Europees octrooi die het verzoek indient (de verzoeker) zoals bepaald in regel 41, tweede lid, onderdeel c, alsmede een vermelding van de Verdragsluitende Staten waarvoor de verzoeker de houder van het octrooi is;
- b. het nummer van het octrooi ter zake waarvan om beperking of herroeping wordt verzocht en een lijst van de Verdragsluitende Staten waar het octrooi rechtsgeldig is geworden;
- c. indien van toepassing, de namen en de adressen van de houders van het octrooi voor die Verdragsluitende Staten waar de verzoeker niet de houder is van het octrooi, alsmede het bewijs dat de verzoeker gerechtigd is namens hen op te treden in de procedure;
- d. indien om beperking van het octrooi wordt verzocht, de volledige tekst van de gewijzigde conclusies, en in voorkomend geval, van de gewijzigde beschrijving en tekeningen;
- e. indien de verzoeker een gemachtigde heeft aangewezen, de gegevens genoemd in regel 41, tweede lid, onderdeel d.
Regel 93. Voorrang van oppositieprocedure
Het verzoek om beperking of herroeping wordt geacht niet te zijn ingediend, indien op het tijdstip van de indiening van het verzoek een oppositieprocedure met betrekking tot het octrooi aanhangig is.
Indien op het tijdstip van het instellen van oppositie tegen een Europees octrooi ter zake van dat octrooi een beperkingsprocedure aanhangig is, beëindigt de onderzoeksafdeling de beperkingsprocedure en gelast de terugbetaling van de beperkingstaks. Terugbetaling wordt eveneens gelast van de taks bedoeld in regel 95, derde lid, eerste volzin, indien de verzoeker deze taks reeds heeft betaald.
Regel 94. Verwerping van het verzoek wegens niet-ontvankelijkheid
Indien de onderzoeksafdeling vaststelt dat het verzoek om beperking of herroeping niet voldoet aan de vereisten van regel 92, nodigt zij de verzoeker uit de geconstateerde gebreken binnen een te stellen termijn op te heffen. Indien de gebreken niet tijdig zijn opgeheven, verwerpt de onderzoeksafdeling het verzoek wegens niet-ontvankelijkheid.
Regel 95. Beslissing op het verzoek
Indien een verzoek om herroeping ontvankelijk is, herroept de onderzoeksafdeling het octrooi en deelt dit mede aan de verzoeker.
Indien een verzoek om beperking ontvankelijk is, onderzoekt de onderzoeksafdeling of de gewijzigde conclusies een beperking vormen ten opzichte van de conclusies zoals verleend of gewijzigd tijdens een oppositie- of beperkingsprocedure en aan artikel 84 en artikel 123, tweede en derde lid, voldoen. Indien het verzoek niet aan deze vereisten voldoet, stelt de onderzoeksafdeling de verzoeker eenmaal in de gelegenheid de geconstateerde gebreken op te heffen en de conclusies en, indien van toepassing, de beschrijving en tekeningen binnen een te stellen termijn te wijzigen.
Indien een verzoek om beperking ingevolge het tweede lid kan worden ingewilligd, deelt de onderzoeksafdeling dit mede aan de verzoeker en nodigt hem uit de voorgeschreven taks te betalen en een vertaling van de gewijzigde conclusies in de officiële talen van het Europees Octrooibureau die niet de procestaal zijn binnen een termijn van drie maanden in te dienen; regel 82, derde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. Indien de verzoeker deze handelingen tijdig verricht, beperkt de onderzoeksafdeling het octrooi. In het verzoek wordt verwezen naar de website van het Europees Octrooibureau waar informatie over de vereisten voor de vertaling uit hoofde van artikel 65, eerste lid, in de Verdragsluitende Staten is gepubliceerd.
Indien de verzoeker niet tijdig reageert op de overeenkomstig het tweede lid gedane mededeling of indien het verzoek om beperking niet kan worden ingewilligd of indien de verzoeker nalaat de ingevolge het derde lid vereiste handelingen tijdig te verrichten, wijst de onderzoeksafdeling het verzoek af.
Regel 96. Inhoud en vorm van het gewijzigde Europese octrooischrift
Het gewijzigde Europese octrooischrift bevat de beschrijving, de conclusies en de tekeningen zoals gewijzigd. Regel 73, tweede en derde lid, en regel 74 zijn van toepassing.
DEEL VI. UITVOERINGSBEPALINGEN VAN DEEL VI VAN HET VERDRAG
HOOFDSTUK II. PROCEDURE TOT BEPERKING OF HERROEPING
Regel 97. Beroep tegen de verdeling en vaststelling van kosten
De verdeling van de kosten van de oppositieprocedure kan niet het enige voorwerp van beroep zijn.
Tegen een beslissing tot vaststelling van de kosten van een oppositieprocedure kan alleen beroep worden ingesteld indien het bedrag hoger is dan de taks voor het beroep.
Regel 98. Afstand of verval van het octrooi
Tegen de beslissing van een oppositieafdeling kan ook beroep worden ingesteld wanneer in alle aangewezen Verdragsluitende Staten afstand van het Europees octrooi is gedaan of het octrooi in al deze Staten is vervallen.
Regel 99. Inhoud van het beroepschrift en van de memorie met de gronden
Het beroepschrift dient te bevatten:
- a. de naam en het adres van de appellant zoals bepaald in regel 41, tweede lid, onderdeel c;
- b. de vermelding van de bestreden beslissing; en
- c. een verzoek waarin het onderwerp van het beroep wordt vastgelegd.
In de memorie met de gronden van het beroep dient de appellant uiteen te zetten op welke gronden de bestreden beslissing dient te worden herroepen of in hoeverre deze zou moeten worden gewijzigd, alsmede de feiten en bewijzen waarop het beroep is gegrond.
Deel III van het Uitvoeringsreglement is van overeenkomstige toepassing op het beroepschrift, de memorie met de gronden en de in de beroepsprocedure ingediende stukken.
Regel 100. Onderzoek van het beroep
De bepalingen die van toepassing zijn op de procedure voor het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen, zijn van toepassing op de beroepsprocedure, tenzij anders bepaald.
Voor het onderzoek van het beroep nodigt de kamer van beroep de partijen zo vaak als nodig uit binnen een te stellen termijn te reageren op haar mededelingen of op de zienswijzen van andere partijen.
Indien de aanvrager niet tijdig gevolg geeft aan een uitnodiging overeenkomstig het tweede lid, wordt de Europese octrooiaanvrage geacht te zijn ingetrokken, tenzij de bestreden beslissing was genomen door de juridische afdeling.
Regel 101. Verwerping van het beroep wegens niet-ontvankelijkheid
Indien het beroep niet voldoet aan de artikelen 106 tot en met 108, regel 97 of regel 99, eerste lid, onderdeel b of c, of tweede lid, verwerpt de kamer van beroep het beroep wegens niet-ontvankelijkheid, tenzij de gebreken zijn opgeheven voordat de desbetreffende termijn ingevolge artikel 108 is verstreken.
Indien de kamer van beroep vaststelt dat het beroep niet voldoet aan regel 99, eerste lid, onderdeel a, deelt zij dit aan de appellant mede en nodigt hem uit de geconstateerde gebreken binnen een te stellen termijn op te heffen. Indien de gebreken niet tijdig zijn opgeheven, verwerpt de kamer van beroep het beroep wegens niet-ontvankelijkheid.
Regel 102. Vorm van de beslissing van de kamer van beroep
De beslissing wordt door de voorzitter van de kamer van beroep en door de bevoegde medewerker van de griffie van de kamer van beroep door middel van hun handtekening of op andere passende wijze gewaarmerkt. De beslissing bevat:
- a. de mededeling dat zij was genomen door de kamer van beroep;
- b. de datum waarop de beslissing was genomen;
- c. de namen van de voorzitter en de andere leden van de kamer van beroep die aan de beslissing meegewerkt hebben;
- d. de namen van de partijen en hun gemachtigden;
- e. de verzoeken van de partijen;
- f. een samenvatting van de feiten;
- g. de gronden voor de beslissing;
- h. het dictum, waaronder, in voorkomend geval, de beslissing inzake de procedurekosten.
Regel 103. Terugbetaling van de taks voor het beroep
De taks voor het beroep wordt terugbetaald
- a. in geval van een prejudiciële herziening of als de kamer van beroep het beroep gegrond acht, indien terugbetaling redelijk is op grond van een wezenlijke tekortkoming in de procedure, of
- b. indien het beroep wordt ingetrokken voordat de memorie inzake de gronden voor het beroep is ingediend en voordat de termijn voor de indiening daarvan is verstreken.
Het orgaan waarvan de beslissing wordt bestreden, gelast de terugbetaling indien zij haar beslissing herziet en terugbetaling redelijk acht vanwege een wezenlijke tekortkoming in de procedure. In alle overige gevallen beslist de kamer van beroep over kwesties omtrent de terugbetaling.
HOOFDSTUK I. BEROEPSPROCEDURE
Regel 104. Overige fundamentele procedurele tekortkomingen
Een fundamentele procedurele tekortkoming in de zin van artikel 112a, tweede lid, onderdeel d, kan zich hebben voorgedaan indien de kamer van beroep,
- a. in strijd met artikel 116 heeft verzuimd een mondelinge procedure te organiseren ondanks het verzoek van de verzoeker, of
- b. op het beroep heeft beslist zonder te beslissen over een voor die beslissing relevant verzoek.
Regel 105. Strafbare feiten
Een verzoek om herziening kan worden gebaseerd op artikel 112a, tweede lid, onderdeel e, indien een bevoegde gerechtelijke instantie of een bevoegde autoriteit onherroepelijk heeft vastgesteld dat er een strafbaar is gepleegd; een veroordeling is niet noodzakelijk.
Regel 106. Verplichting tot het maken van bezwaar
Een verzoek ingevolge artikel 112a, tweede lid, onderdelen a tot en met d, is uitsluitend ontvankelijk, indien tijdens de beroepsprocedure ter zake van de procedurele tekortkoming bezwaar is gemaakt en door de kamer van beroep is afgewezen, tenzij tijdens de beroepsprocedure geen bezwaar kon worden gemaakt.
Regel 107. Inhoud van het verzoek om herziening
Het verzoek dient te bevatten:
- a. de naam en het adres van de verzoeker zoals voorzien in regel 41, tweede lid, onderdeel c;
- b. een aanduiding van de beslissing die dient te worden herzien.
In het verzoek dienen de gronden voor de ongedaanmaking van de beslissing van de kamer van beroep te worden vermeld, alsmede de feiten en de bewijzen waarop het verzoek gebaseerd is.
Deel III van het Uitvoeringsreglement is van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening en de in de procedure ingediende stukken.
Regel 108. Onderzoek van het verzoek
Indien het verzoek niet voldoet aan artikel 112a, eerste, tweede of vierde lid, regel 106 of regel 107, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, verwerpt de Grote Kamer van beroep het verzoek wegens niet-ontvankelijkheid, tenzij de gebreken zijn opgeheven voor het verstrijken van de desbetreffende termijn ingevolge artikel 112a, vierde lid.
Indien de Grote Kamer van beroep vaststelt dat het verzoek niet aan regel 107, eerste lid, onderdeel a, voldoet, deelt zij dit mede aan de verzoeker en nodigt hem uit de vastgestelde gebreken binnen een te stellen termijn op te heffen. Indien de gebreken niet tijdig worden opgeheven, verwerpt de Grote Kamer van beroep het verzoek wegens niet-ontvankelijkheid.
Indien het verzoek gegrond is, maakt de Grote Kamer van beroep de beslissing van de kamer van beroep ongedaan en gelast de heropening van de procedure voor de ingevolge regel 12, vierde lid, verantwoordelijke kamer van beroep. De Grote Kamer van beroep kan gelasten dat leden van de kamer van beroep die hebben meegewerkt aan de ongedaan gemaakte beslissing worden vervangen.
Regel 109. Procedure voor de behandeling van verzoeken om herziening
Voor procedures ingevolge artikel 112a zijn de bepalingen voor procedures voor de kamers van beroep van toepassing, tenzij anders is bepaald. Regel 115, eerste lid, tweede volzin, regel 118, tweede lid, eerste volzin, en regel 132, tweede lid, zijn niet van toepassing. De Grote Kamer van beroep kan een termijn vaststellen die afwijkt van regel 4, eerste lid, eerste volzin.
De Grote Kamer van beroep
- a. in een samenstelling van twee rechtsgeleerde leden en een technisch geschoold lid onderzoekt alle verzoeken om herziening en wijst de verzoeken af die overduidelijk niet-ontvankelijk of ongegrond zijn; een dergelijke beslissing vereist unanimiteit;
- b. in een samenstelling van vier rechtsgeleerde leden en een technisch geschoold lid beslist over ieder verzoek dat niet is afgewezen op grond van onderdeel a.
De Grote Kamer van beroep in de samenstelling volgens het tweede lid, onderdeel a, beslist zonder betrokkenheid van andere partijen en op basis van het verzoek.
Regel 110. Terugbetaling van de taks voor verzoeken om herziening
De Grote Kamer van beroep gelast de terugbetaling van de taks voor een verzoek om herziening, indien de procedure voor de kamers van beroep wordt heropend.
DEEL VII. UITVOERINGSBEPALINGEN VAN DEEL VII VAN HET VERDRAG
HOOFDSTUK II. VERZOEKEN OM HERZIENING DOOR DE GROTE KAMER VAN BEROEP
Regel 111. Vorm van de beslissingen
Bij mondelinge procedures voor het Europees Octrooibureau kan de beslissing ter zitting worden uitgesproken. De beslissing wordt vervolgens op schrift gesteld en aan de partijen toegestuurd.
De beslissingen van het Europees Octrooibureau waartegen beroep open staat, dienen met redenen te zijn omkleed en vergezeld te gaan van een mededeling dat tegen de desbetreffende beslissing beroep kan worden ingesteld, waarbij de partijen eveneens gewezen worden op de artikelen 106 tot en met 108 waarvan de tekst als bijlage wordt bijgevoegd. De partijen kunnen zich niet beroepen op het achterwege blijven van deze mededeling.
Regel 112. Vaststelling van het verlies van recht
Indien het Europees Octrooibureau vaststelt dat een verlies van recht is opgetreden, zonder dat een beslissing is genomen tot afwijzing van de Europese octrooiaanvrage of de verlening, herroeping of instandhouding van het Europees octrooi of met betrekking tot het verkrijgen van bewijs, doet het hiervan mededeling aan de betrokken partij.
Indien de betrokken partij van mening is dat de vaststelling van het Europees Octrooibureau ongegrond is, kan zij binnen twee maanden nadat de in het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan, een beslissing daaromtrent verzoeken. Een dergelijke beslissing wordt slechts genomen indien het Europees Octrooibureau de mening van de betrokken partij niet deelt; in het tegenovergestelde geval wordt die partij hierover ingelicht.
Regel 113. Handtekening, naam, zegel
Elke beslissing, oproep, kennisgeving en mededeling van het Europees Octrooibureau dient van de handtekening en de naam van het verantwoordelijke personeelslid te zijn voorzien.
Wanneer een in het eerste lid bedoeld stuk door het verantwoordelijke personeelslid met behulp van een computer wordt vervaardigd, kan een zegel de handtekening vervangen. Wanneer het stuk automatisch door een computer wordt vervaardigd, kan ook de naam van het personeelslid achterwege worden gelaten. Hetzelfde geldt voor voorgedrukte kennisgevingen en mededelingen.
Regel 114. Opmerkingen van derden
Opmerkingen van derden dienen schriftelijk in een officiële taal van het Europees Octrooibureau te worden ingediend en te zijn gemotiveerd. Regel 3, derde lid, is van toepassing.
Deze opmerkingen worden aan de aanvrager of houder van het octrooi medegedeeld, die er commentaar op mag geven.
HOOFDSTUK I. BESLISSINGEN EN MEDEDELINGEN VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU
Regel 115. Oproep tot verschijnen in een mondelinge procedure
In de oproep aan de partijen tot verschijnen in een mondelinge procedure overeenkomstig artikel 116 wordt op het tweede lid van deze regel gewezen. De oproep wordt ten minste twee maanden van tevoren gedaan, tenzij de partijen met een kortere termijn instemmen.
Indien een partij, die overeenkomstig de voorschriften is opgeroepen om te verschijnen in een mondelinge procedure voor het Europees Octrooibureau, niet is verschenen, kan de procedure in haar afwezigheid worden voortgezet.
Regel 116. Voorbereiding van de mondelinge procedure
Bij de oproep wijst het Europees Octrooibureau op de punten die naar zijn mening ten behoeve van de te nemen beslissing dienen te worden besproken. Tegelijkertijd wordt een einddatum vastgesteld voor het indienen van schriftelijke opmerkingen ter voorbereiding van de mondelinge procedure. Regel 132 is niet van toepassing. Na die datum overgelegde nieuwe feiten en bewijzen behoeven niet in aanmerking te worden genomen, tenzij ze toegelaten zijn wegens verandering van het onderwerp van de procedure.
Indien de aanvrager of houder van het octrooi in kennis is gesteld van de gronden die de verlening of instandhouding van het octrooi beletten, kan hij worden uitgenodigd om voor de datum omschreven in het eerste lid, tweede volzin, stukken in te dienen die voldoen aan de vereisten van het Verdrag. Het eerste lid, derde en vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Regel 117. Beslissing inzake het verkrijgen van bewijs
Indien het Europees Octrooibureau het noodzakelijk acht partijen, getuigen of deskundigen te horen of de situatie ter plaatse te bezichtigen, neemt het daartoe een beslissing waarin het uit te voeren onderzoek, de ter zake dienende feiten die bewezen moeten worden, de datum, het tijdstip en de plaats van het onderzoek aangegeven worden. Indien een partij verzocht heeft getuigen of deskundigen te horen, wordt in de beslissing de termijn vastgesteld waarbinnen de verzoekende partij de namen en de adressen van de desbetreffende getuigen of deskundigen moet opgeven.
Regel 118. Oproep tot verschijnen voor het Europees Octrooibureau
De oproep tot verschijnen voor het Europees Octrooibureau wordt gedaan aan de desbetreffende partijen, getuigen of deskundigen.
Een oproep tot verschijnen aan een partij, getuige of deskundige wordt ten minste twee maanden van tevoren gedaan, tenzij zij met een kortere termijn instemmen. De oproep dient te bevatten:
- a. een uittreksel van de beslissing ingevolge regel 117, waarin de datum, het tijdstip en de plaats waar het gelaste onderzoek zal plaatsvinden worden aangegeven, alsmede de feiten waarover partijen, getuigen of deskundigen zullen worden gehoord;
- b. de namen van de partijen en de rechten die de getuigen en de deskundigen kunnen inroepen op grond van regel 122, tweede tot en met vierde lid;
- c. een aanduiding, dat een partij, getuige of deskundige overeenkomstig regel 120 kan verzoeken te worden gehoord door de bevoegde gerechtelijke instanties van het land waar hij woont, en een verzoek het Europees Octrooibureau binnen een te stellen termijn te laten weten of hij bereid is voor het Europees Octrooibureau te verschijnen.
Regel 119. Tenuitvoerlegging van het verkrijgen van bewijs voor het Europees Octrooibureau
De onderzoeksafdeling, de oppositieafdeling en de kamer van beroep kunnen een van haar leden met de tenuitvoerlegging van het verkrijgen van bewijs belasten.
Alvorens een partij, getuige of deskundige wordt gehoord, wordt hem medegedeeld dat het Europees Octrooibureau de bevoegde gerechtelijke instantie van het land waar hij woont, kan verzoeken hem opnieuw onder ede of op een gelijkelijk bindende wijze te horen.
De partijen kunnen het verkrijgen van bewijs bijwonen en aan de te horen partijen, getuigen of deskundigen ter zake dienende vragen stellen.
Regel 120. Horen door een bevoegde nationale gerechtelijke instantie
Een partij, getuige of deskundige die is opgeroepen voor het Europees Octrooibureau kan het Europees Octrooibureau verzoeken om te worden gehoord door een bevoegde gerechtelijke instantie in het land waar hij woont. Indien hierom wordt verzocht of indien binnen de in de oproep gestelde termijn geen antwoord wordt ontvangen, kan het Europees Octrooibureau in overeenstemming met artikel 131, tweede lid, de bevoegde gerechtelijke instantie verzoeken de betrokkene te horen.
Indien het Europees Octrooibureau het opnieuw horen van een door hem gehoorde partij, getuige of deskundige onder ede of op een gelijkelijk bindende wijze wenselijk acht, kan het overeenkomstig artikel 131, tweede lid, de bevoegde gerechtelijke instantie in het land waar de betrokkene woont hierom verzoeken.
Indien het Europees Octrooibureau een bevoegde gerechtelijke instantie verzoekt een verklaring af te nemen, kan het de gerechtelijke instantie verzoeken de verklaring onder ede of op een gelijkelijk bindende wijze af te nemen en een lid van het desbetreffende orgaan toe te staan daarbij aanwezig te zijn en de partij, getuige of deskundige, hetzij via de instantie, hetzij rechtstreeks, vragen te stellen.
Regel 121. Benoeming van deskundigen
Het Europees Octrooibureau beslist over de vorm waarin het advies van de door hem benoemde deskundige dient te worden ingediend.
De opdracht aan de deskundige dient te bevatten:
- a. een nauwkeurige omschrijving van zijn taak;
- b. de termijn waarbinnen hij zijn deskundigenrapport dient in te dienen;
- c. de namen van de partijen bij de procedure;
- d. een aanduiding van de rechten waarop hij op grond van regel 122, tweede tot en met vierde lid aanspraak kan maken.
Een afschrift van het schriftelijk advies wordt aan de partijen verstrekt.
De partijen kunnen een deskundige wraken. Het betrokken orgaan van het Europees Octrooibureau beslist over de wraking.
Regel 122. Kosten van het verkrijgen van bewijs
Het Europees Octrooibureau kan bepalen dat het verkrijgen van bewijs afhankelijk wordt gemaakt van de storting van een aan de hand van een kostenraming te bepalen voorschot door de partij die het verkrijgen van bewijs heeft aangevraagd bij het Europees Octrooibureau.
De getuigen of deskundigen, die zijn opgeroepen door en verschijnen voor het Europees Octrooibureau, hebben recht op een billijke vergoeding van hun reis- en verblijfkosten. Op deze kosten kan hun een voorschot worden verleend. Dit is tevens van toepassing op personen die voor het Europees Octrooibureau verschijnen zonder hiervoor te zijn opgeroepen en als getuigen of deskundigen worden gehoord.
De getuigen, die recht hebben op een vergoeding op grond van het tweede lid, hebben tevens recht op een billijke vergoeding voor gederfde inkomsten; de deskundigen hebben recht op een honorarium voor hun werkzaamheden. Deze vergoedingen en honoraria worden aan de getuigen of deskundigen uitbetaald nadat zij hun plichten en taken hebben vervuld.
De Raad van Bestuur legt de wijze waarop het tweede en derde lid worden toegepast vast. De betaling van de op grond van deze leden verschuldigde bedragen geschiedt door het Europees Octrooibureau.
Regel 123. Veiligstellen van bewijs
Het Europees Octrooibureau kan op verzoek onverwijld het verkrijgen van bewijs ten uitvoer leggen met het oog op het veiligstellen van het bewijs van feiten die van belang kunnen zijn bij een beslissing die het Europees Octrooibureau waarschijnlijk zal moeten nemen ten aanzien van een Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi, wanneer te vrezen valt dat het verkrijgen van bewijs later moeilijker of zelfs onmogelijk wordt. De datum van het verkrijgen van bewijs dient tijdig te worden medegedeeld aan de aanvrager of aan de houder van het octrooi om hem in staat te stellen daarbij aanwezig te zijn. Hij kan alle ter zake dienende vragen stellen.
Het verzoek dient te bevatten:
- a. de gegevens van de verzoeker overeenkomstig regel 41, tweede lid, onderdeel c;
- b. een toereikende aanduiding van de desbetreffende Europese octrooiaanvrage of het desbetreffende Europees octrooi;
- c. een omschrijving van de te bewijzen feiten;
- d. de aanduiding van de bewijsmiddelen;
- e. een uiteenzetting van de redenen die rechtvaardigen dat verwacht mag worden dat het verkrijgen van bewijs later moeilijker of zelfs onmogelijk zal kunnen worden.
Het verzoek wordt geacht eerst te zijn ingediend na betaling van de voorgeschreven taks.
De beslissing op het verzoek wordt genomen en het daaropvolgende verkrijgen van bewijs wordt ten uitvoer gelegd door het orgaan van het Europees Octrooibureau, die de beslissing zal moeten nemen waarvoor de te bewijzen feiten van belang zouden kunnen zijn. De bepalingen die betrekking hebben op het verkrijgen van bewijs in procedures voor het Europees Octrooibureau zijn van toepassing.
Regel 124. Verslag van de mondelinge procedures en van het verkrijgen van bewijs
Van een mondelinge procedure en van het verkrijgen van bewijs wordt een verslag opgesteld, waarin het belangrijkste van de mondelinge procedure of van het verkrijgen van bewijs wordt weergegeven, alsmede de van belang zijnde mededelingen van de partijen, de verklaringen van de partijen, de getuigen of de deskundigen en de bevindingen van de bezichtiging ter plaatse.
Het verslag van de verklaring van een getuige, deskundige of partij wordt de betrokkene voorgelezen, hem ter inzage overhandigd zodat hij het kan nalopen, of wanneer deze met technische middelen is opgenomen, voor hem afgespeeld, tenzij hij afziet van dit recht. In het verslag wordt aangetekend dat dit geschied is en dat het verslag is goedgekeurd door degene die de verklaring heeft afgelegd. Wanneer het verslag niet wordt goedgekeurd, wordt aantekening gemaakt van de gemaakte bezwaren. Het verslag behoeft niet opnieuw te worden afgespeeld en niet te worden goedgekeurd, indien de verklaring rechtstreeks woordelijk is opgenomen met behulp van technische middelen.
Het verslag wordt ondertekend door het personeelslid dat verantwoordelijk is voor het opstellen en door het personeelslid dat de mondelinge procedure of het verkrijgen van bewijs heeft geleid.
Een afschrift van het verslag wordt verstrekt aan de partijen.
HOOFDSTUK IV. KENNISGEVINGEN
Regel 125. Algemene bepalingen
In een procedure voor het Europees Octrooibureau geschieden alle te verrichten kennisgevingen door middel van het originele stuk, een door het Europees Octrooibureau voor eensluidend gewaarmerkt of van een zegel voorzien afschrift van het stuk of een computeruitdraai die van dit zegel is voorzien. De door de partijen zelf ingediende afschriften van stukken behoeven niet op deze wijze te worden gewaarmerkt.
Kennisgeving wordt gedaan:
- a. per post overeenkomstig regel 126;
- b. met behulp van technische communicatiemiddelen overeenkomstig regel 127;
- c. door overhandiging ten kantore van het Europees Octrooibureau overeenkomstig regel 128; of
- d. door openbare kennisgeving overeenkomstig regel 129.
De kennisgeving door tussenkomst van de centrale dienst voor de industriële eigendom van een Verdragsluitende Staat wordt gedaan overeenkomstig de wetgeving die van toepassing is op die dienst bij de nationale procedures.
Indien een stuk de geadresseerde heeft bereikt en het Europees Octrooibureau niet kan bewijzen dat van een bepaald stuk op de juiste manier kennis is gegeven of indien de bepalingen inzake de kennisgeving niet zijn nageleefd, wordt van het stuk geacht kennis te zijn gegeven op de datum waarvan het Europees Octrooibureau kan aantonen dat het stuk op die datum is ontvangen.
Regel 126. Kennisgeving per post
Van beslissingen, waarbij een beroepstermijn of de termijn voor een verzoek om herziening gaat lopen, van oproepen en van alle andere door de President van het Europees Octrooibureau aan te wijzen stukken, wordt kennisgeving gedaan per aangetekende brief met ontvangstbevestiging. Alle andere kennisgevingen per post geschieden per aangetekende brief.
Wanneer de kennisgeving is gedaan door middel van een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbevestiging, wordt deze geacht door de geadresseerde te zijn ontvangen op de tiende dag nadat deze is gepost, tenzij het stuk de geadresseerde niet of pas later heeft bereikt; in geval van een geschil dient het Europees Octrooibureau te bewijzen dat de brief is aangekomen of, in voorkomend geval, dat de brief op een bepaalde datum aan de geadresseerde is overhandigd.
De kennisgeving door middel van een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbevestiging, wordt geacht te zijn gedaan, zelfs indien de brief is geweigerd.
Voor zover de kennisgeving per post niet geheel wordt geregeld door het eerste tot en met het derde lid, geldt het recht van de Staat waar de kennisgeving wordt gedaan.
Regel 127. Kennisgeving met behulp van technische communicatiemiddelen
De kennisgeving kan met behulp van door de President van het Europees Octrooibureau vast te stellen technische communicatiemiddelen en onder door hem vast te stellen voorwaarden worden gedaan.
Regel 128. Kennisgeving door rechtstreekse overhandiging
De kennisgeving kan ten kantore van het Europees Octrooibureau worden gedaan door rechtstreekse overhandiging van het stuk aan de geadresseerde die de ontvangst bevestigt. De kennisgeving wordt ook geacht te zijn gedaan, indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen of weigert de ontvangst te bevestigen.
Regel 129. Openbare kennisgeving
Indien het niet mogelijk is het adres van de geadresseerde te achterhalen, of indien kennisgeving in overeenstemming met regel 126, eerste lid, ook na een tweede poging van het Europees Octrooibureau onmogelijk is gebleken, wordt de kennisgeving gedaan door middel van openbare bekendmaking.
De President van het Europees Octrooibureau bepaalt op welke wijze openbare bekendmaking zal geschieden, alsmede op welke datum de termijn van een maand aanvangt, waarna bij afloop van de termijn de kennisgeving van het stuk wordt geacht te zijn geschied.
Regel 130. Kennisgeving aan gemachtigde of vertegenwoordiger
Indien een gemachtigde is aangewezen, worden aan hem de kennisgevingen gedaan.
Indien meer dan één gemachtigde voor een enkele partij is aangewezen, is het afdoende de kennisgeving aan slechts één van hen te doen.
Indien meerdere partijen een gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben, is het afdoende de kennisgeving van de stukken aan de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te doen.
HOOFDSTUK V. TERMIJNEN
Regel 131. Berekening van de termijnen
De termijnen worden in volle jaren, maanden, weken of dagen vastgesteld.
De termijn begint op de dag volgend op de dag waarop de van belang zijnde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, waarbij deze gebeurtenis een procedurele handeling of de afloop van een andere termijn kan zijn. Wanneer de procedurele handeling een kennisgeving betreft, geldt als van belang zijnde gebeurtenis de ontvangst van het stuk waarvan kennisgeving is gedaan, tenzij anders is bepaald.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal jaren is uitgedrukt, loopt deze termijn af in het desbetreffende daaropvolgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde getal als de maand waarin en de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad; indien in de desbetreffende daaropvolgende maand niet hetzelfde getal voorkomt, loopt de desbetreffende termijn af op de laatste dag van die maand.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal maanden is uitgedrukt, loopt deze termijn af in de desbetreffende daaropvolgende maand op de dag dat hetzelfde getal heeft als de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad; indien in de desbetreffende daaropvolgende maand niet hetzelfde getal voorkomt, loopt de desbetreffende termijn af op de laatste dag van die maand.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal weken is uitgedrukt, loopt deze termijn af in de desbetreffende daaropvolgende week op de dag met dezelfde naam als de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad.
Regel 132. Door het Europees Octrooibureau vastgestelde termijnen
Wanneer het Verdrag of dit Uitvoeringsreglement verwijst naar „een te stellen termijn” wordt deze vastgesteld door het Europees Octrooibureau.
Tenzij anders is bepaald, kan een door het Europees Octrooibureau vastgestelde termijn op ten minste twee en ten hoogste vier maanden worden gesteld; in bijzondere omstandigheden kan dat ten hoogste zes maanden zijn. In bijzondere gevallen kan de termijn voor afloop ervan op verzoek worden verlengd.
Regel 133. Tardief ontvangen stukken
Een stuk dat door het Europees Octrooibureau te laat is ontvangen, wordt geacht op tijd te zijn ontvangen, indien het tijdig voor het verstrijken van de termijn, overeenkomstig de door de President van het Europees Octrooibureau vastgestelde voorwaarden, ter post was bezorgd of was afgeleverd bij een erkende bezorgdienst, tenzij het stuk later dan drie maanden na het verstrijken van de termijn is ontvangen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke termijn waarin in overeenstemming met artikel 75, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, handelingen plaatsvinden voor de bevoegde instantie.
Regel 134. Verlenging van termijnen
Indien een termijn op een dag afloopt waarop een van de kantoren van het Europees Octrooibureau, waar men ingevolge regel 35, eerste lid, een octrooiaanvrage kan indienen, niet geopend is voor het in ontvangst nemen van stukken, of op een dag waarop om andere redenen dan bedoeld in het tweede lid daar geen postbestellingen plaatsvinden, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag waarop alle kantoren waar men een octrooiaanvrage kan indienen, geopend zijn voor het in ontvangst nemen van stukken en waarop postbestellingen plaatsvinden. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien stukken, ingediend met behulp van de ingevolge regel 2, eerste lid, door de President van het Europees Octrooibureau toegestane technische communicatiemiddelen, niet ontvangen kunnen worden.
Indien een termijn op een dag afloopt waarop de postbestelling of verzending van post in een Verdragsluitende Staat algemeen was verstoord, wordt voor de partijen die hun woonplaats of zetel in die Staat hebben of die gemachtigden hebben aangewezen die hun kantoor hebben in die Staat, de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag na deze periode van verstoring. Indien de desbetreffende Staat de Staat is waar het Europees Octrooibureau gevestigd is, is deze bepaling van toepassing op alle partijen en hun gemachtigden. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de termijn bedoeld in regel 37, tweede lid.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer handelingen worden verricht voor de in artikel 75, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, bedoelde bevoegde instantie.
De datum van de aanvang en van het einde van een verstoring zoals bedoeld in het tweede lid, wordt door het Europees Octrooibureau bekendgemaakt.
Onverminderd het eerste tot en met het vierde lid, kan iedere betrokkene partij aantonen dat op een van de tien dagen voorafgaand aan de dag waarop een termijn verstrijkt de postbezorging of verzending van post was verstoord ten gevolge van een uitzonderlijke gebeurtenis zoals een natuurramp, een oorlog, burgerlijke onrust, een algemene storing van een van de door de President van het Europees Octrooibureau ingevolge regel 2, eerste lid, toegestane technische communicatiemiddelen of om soortgelijke redenen, die de plaats betreffen waar de partij of zijn gemachtigde zijn woonplaats of zijn zetel heeft. Indien het bewijs het Europees Octrooibureau overtuigt, wordt het te laat ontvangen stuk geacht tijdig te zijn ontvangen, mits het uiterlijk vijf dagen na afloop van de storing ter post is bezorgd of verzonden.
Regel 135. Verdere behandeling
Verdere behandeling ingevolge artikel 121, eerste lid, wordt verzocht door betaling van de voorgeschreven taks binnen twee maanden na de mededeling betreffende het verzuim een termijn in acht te nemen of een verlies van recht. De nagelaten handeling dient binnen de termijn voor het indienen van het verzoek te worden voltooid.
Verdere behandeling is uitgesloten ter zake van de termijnen bedoeld in artikel 121, vierde lid, en de termijnen bedoeld in regel 6, eerste lid, regel 16, eerste lid, onderdeel a, regel 31, tweede lid, regel 36, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, regel 40, derde lid, regel 51, tweede tot en met vijfde lid, regel 52, tweede en derde lid, regels 55, 56, 58, 59, 62a, 63, 64 en regel 112, tweede lid.
Het orgaan dat bevoegd is ter zake van de nagelaten handeling beslist op het verzoek om verdere behandeling.
Regel 136. Herstel in de vorige toestand
Het verzoek om herstel in de vorige toestand ingevolge artikel 122, eerste lid, dient binnen twee maanden na het wegnemen van de oorzaak voor het niet in acht nemen van de termijn, doch uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn, schriftelijk te worden ingediend. Een verzoek om herstel in de vorige toestand ter zake van de in artikel 87, eerste lid, en in artikel 112a, vierde lid, omschreven termijnen dient echter binnen twee maanden na het verstrijken van die termijn te worden ingediend. Het verzoek om herstel in de vorige toestand wordt geacht eerst te zijn ingediend na betaling van de voorgeschreven taks.
In het verzoek worden de gronden vermeld, alsmede de feiten waarop het gebaseerd is. De nagelaten handeling dient binnen de desbetreffende termijn voor het indienen van het verzoek overeenkomstig het eerste lid te worden voltooid.
Herstel in de vorige toestand is uitgesloten ter zake van een termijn waarvoor verdere behandeling ingevolge artikel 121 mogelijk is en ter zake van de termijn voor het verzoek om herstel in de vorige toestand.
Het orgaan dat bevoegd is ter zake van de nagelaten handeling beslist op het verzoek om herstel in de vorige toestand.
HOOFDSTUK VI. WIJZIGINGEN EN VERBETERINGEN
Regel 137. Wijziging van de Europese octrooiaanvrage
De aanvrager kan de beschrijving, de conclusies of de tekeningen van een Europese octrooiaanvrage niet wijzigen voordat hij het verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek heeft ontvangen, tenzij anders is bepaald.
Tezamen met eventuele reacties, verbeteringen of wijzigingen naar aanleiding van mededelingen van het Europees Octrooibureau uit hoofde van regel 70a, eerste of tweede lid, of regel 161, eerste lid, kan de aanvrager uit eigen beweging de beschrijving, de conclusies en de tekeningen wijzigen.
Voor verdere wijzigingen is de toestemming van de onderzoeksafdeling vereist.
Bij het indienen van de wijzigingen bedoeld in het eerste tot en met derde lid, benoemt de aanvrager deze en vermeldt de basis ervoor in de aanvrage zoals oorspronkelijk ingediend. Indien de onderzoeksafdeling vaststelt dat niet aan deze eisen is voldaan, kan zij verzoeken om dit gebrek binnen een termijn van een maand op te heffen.
Gewijzigde conclusies mogen geen betrekking hebben op niet-onderzochte onderwerpen die niet met de uitvinding of groep van uitvindingen waarop de conclusies oorspronkelijk betrekking hadden zodanig onderling zijn verbonden, dat ze op een enkele algemene uitvindingsgedachte berusten. Evenmin mogen zij betrekking hebben op niet-onderzochte onderwerpen in overeenstemming met regel 62a of regel 63.
Regel 138. Uiteenlopende conclusies, beschrijvingen en tekeningen voor verschillende Staten
Indien het Europees Octrooibureau in kennis wordt gesteld van het bestaan van een ouder recht overeenkomstig artikel 139, tweede lid, kan de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi voor die Staat of Staten andere conclusies bevatten, en waar aangewezen beschrijvingen en tekeningen, dan die voor de overige aangewezen Staten.
Regel 139. Verbetering van fouten in bij het Europees Octrooibureau ingediende stukken
Taal- en schrijffouten en andere vergissingen in een bij het Europees Octrooibureau ingediend stuk kunnen op verzoek verbeterd worden. Indien echter het verzoek tot verbetering betrekking heeft op de beschrijving, de conclusies of de tekeningen, dient de verbetering dermate voor de hand liggend te zijn, in die zin dat het direct duidelijk is dat de aanvrager geen andere tekst kan hebben bedoeld dan de voorgestelde verbetering.
Regel 140. Verbetering van fouten in de beslissingen
In de beslissingen van het Europees Octrooibureau kunnen uitsluitend taal- en schrijffouten en overduidelijke vergissingen worden verbeterd.
Regel 141. Inlichtingen over de stand van de techniek
Het Europees Octrooibureau kan de aanvrager uitnodigen binnen een te stellen termijn inlichtingen te verstrekken over de stand van de techniek die bij het onderzoek van nationale of regionale octrooiaanvragen in aanmerking is genomen en een uitvinding betreft waarop de Europese octrooiaanvrage betrekking heeft.
Regel 142. Onderbreking van de procedure
De procedure voor het Europees Octrooibureau wordt onderbroken:
- a. in geval van overlijden of handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van het Europees octrooi, hetzij van de persoon die ingevolge het nationale recht bevoegd is deze te vertegenwoordigen. Echter, indien deze gebeurtenissen geen invloed hebben op de bevoegdheid van de overeenkomstig artikel 134 aangewezen gemachtigde, wordt de procedure slechts op verzoek van de gemachtigde onderbroken;
- b. indien de aanvrager of de houder van het octrooi vanwege een op zijn vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten;
- c. in geval van overlijden of bij handelingsonbekwaamheid van de gemachtigde van de aanvrager of de houder van het octrooi, of indien de gemachtigde vanwege een op zijn vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten.
Zodra bij het Europees Octrooibureau bekend is wie in de in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde gevallen bevoegd is de procedure voort te zetten, deelt het deze persoon en, in voorkomend geval, alle overige partijen mede dat de procedure na afloop van een te stellen termijn zal worden hervat.
In het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de procedure hervat wanneer het Europees Octrooibureau is verwittigd van de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde van de aanvrager of wanneer het Bureau de andere partijen heeft kennisgegeven van de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde van de houder van het octrooi. Indien het Europees Octrooibureau binnen drie maanden na het begin van de onderbreking van de procedure geen bericht heeft ontvangen inzake de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde, deelt het aan de aanvrager of aan de houder van het octrooi mede:
- a. in het geval bedoeld in artikel 133, tweede lid, dat de Europese octrooiaanvrage wordt geacht te zijn ingetrokken of dat het Europees octrooi herroepen wordt, indien de aanwijzing niet binnen twee maanden na deze mededeling wordt ingediend; of
- b. in de overige gevallen, dat de procedure met de aanvrager of met de houder van het octrooi zal worden hervat op de datum van de kennisgeving van deze mededeling.
De termijnen die op de dag van de onderbreking van de procedure lopen, met uitzondering van de termijn voor het verzoek om onderzoek en die voor het betalen van de jaartaksen, beginnen op de datum waarop de procedure wordt hervat geheel opnieuw te lopen. Indien deze datum ligt binnen twee maanden voor de afloop van de termijn waarin het verzoek om onderzoek dient te zijn ingediend, dan kan dit verzoek alsnog worden ingediend tot twee maanden na het verstrijken van die datum.
HOOFDSTUK VI. WIJZIGINGEN EN VERBETERINGEN
Regel 143. Inschrijvingen in het Europees Octrooiregister
In het Europees Octrooiregister worden de volgende gegevens ingeschreven:
- a. nummer van de Europese octrooiaanvrage;
- b. datum van indiening van de aanvrage;
- c. titel van de uitvinding;
- d. aan de aanvrage toegekende classificatiesymbolen;
- e. de aangewezen Verdragsluitende Staten;
- f. gegevens van de aanvrager of de houder van het octrooi zoals voorzien in regel 41, tweede lid, onderdeel c;
- g. achternaam, voornamen en adres van de door de aanvrager of de houder van het octrooi aangewezen uitvinder, tenzij deze ingevolge regel 20, eerste lid, afstand heeft gedaan van het recht om als zodanig te worden vermeld;
- h. gegevens van de gemachtigde van de aanvrager of houder van het octrooi, zoals voorzien in regel 41, tweede lid, onderdeel d; indien er meer dan een gemachtigde is, uitsluitend de gegevens van de eerstgenoemde gemachtigde, gevolgd door de woorden „en anderen” en in het geval van een samenwerkingsverband bedoeld in regel 152, elfde lid, uitsluitend de naam en het adres van het samenwerkingsverband;
- i. gegevens betreffende voorrang (datum, Staat en dossiernummer van de eerdere aanvrage);
- j. in geval van afsplitsing van de aanvrage, de nummers van alle afgesplitste aanvragen;
- k. indien het een afgesplitste aanvrage of een nieuwe aanvrage ingediend ingevolge artikel 61, eerste lid, onderdeel b, betreft, de gegevens bedoeld in de onderdelen a, b en i met betrekking tot de eerdere aanvrage;
- l. datum van publicatie van de aanvrage en, indien van toepassing, de datum van de afzonderlijke publicatie van het verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek;
- m. datum van indiening van het verzoek om onderzoek;
- n. datum waarop de aanvrage is afgewezen, ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken;
- o. datum van publicatie van de vermelding van de verlening van het Europees octrooi;
- p. datum waarop het Europees octrooi in een Verdragsluitende Staat tijdens de oppositietermijn is vervallen en, in voorkomend geval, tot het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing op de oppositie;
- q. datum waarop de oppositie werd ingesteld;
- r. datum en strekking van de beslissing op de oppositie;
- t. data van onderbreking en hervatting van de procedure in het geval bedoeld in regel 142;
- u. datum van herstel in de vorige toestand indien een inschrijving ingevolge onderdeel n of r heeft plaatsgevonden;
- v. indiening van een verzoek tot omzetting ingevolge artikel 135, derde lid;
- w. de vestiging van rechten op de aanvrage of het Europees octrooi en de overgang van deze rechten, voor zover dit Uitvoeringsreglement bepaalt dat dit wordt ingeschreven;
- x. datum en strekking van een beslissing op het verzoek om beperking of herroeping van het Europees octrooi;
- y. datum en strekking van de beslissing van de Grote Kamer van beroep op het verzoek om herziening.
De President van het Europees Octrooibureau kan beslissen dat andere dan de gegevens bedoeld in het eerste lid worden ingeschreven in het Europees Octrooiregister.
Regel 144. Delen van het dossier die niet voor inzage beschikbaar zijn
Ingevolge artikel 128, vierde lid, zijn de volgende delen van het dossier niet voor inzage beschikbaar:
- a. de stukken die betrekking hebben op de uitsluiting of wraking van de leden van de kamers van beroep of de Grote Kamer van beroep;
- b. ontwerp-beslissingen, aantekeningen en alle overige stukken ter voorbereiding van beslissingen en kennisgevingen, die niet aan de partijen zijn medegedeeld;
- c. de aanwijzing van de uitvinder indien deze ingevolge regel 20, eerste lid, afstand heeft gedaan van het recht om als zodanig te worden vermeld;
- d. elk ander stuk dat door de President van het Europees Octrooibureau van inzage wordt uitgesloten, omdat het doel van informatie voor het publiek over de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi niet gediend wordt met inzage.
Regel 145. Procedures voor de inzage van dossiers
Inzage in de dossiers van Europese octrooiaanvragen en Europese octrooien geschiedt aan de hand van de originele stukken of afschriften daarvan of met behulp van technische opslagmiddelen indien de dossiers op deze wijze worden bewaard.
Alle regelingen voor inzage van dossiers worden door de President van het Europees Octrooibureau bepaald, alsmede in welke gevallen een administratieve taks dient te worden betaald.
Regel 146. Verstrekking van gegevens uit de dossiers
Onverminderd de beperkingen vervat in artikel 128, eerste tot en met vierde lid, en in regel 144, kan het Europees Octrooibureau op verzoek en na betaling van een administratieve taks, gegevens verstrekken ter zake van een dossier met betrekking tot een Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi. Het Europees Octrooibureau kan evenwel verwijzen naar de mogelijkheid van inzage van het dossier, indien het dit passend acht gelet op de hoeveelheid te verstrekken gegevens.
Regel 147. Aanleggen, bijhouden en bewaren van dossiers
Van alle Europese octrooiaanvragen en octrooien worden door het Europees Octrooibureau dossiers aangelegd, bijgehouden en bewaard.
De President van het Europees Octrooibureau bepaalt de vorm waarin deze dossiers worden aangelegd, bijgehouden en bewaard.
In een elektronisch dossier opgenomen stukken worden als originelen aangemerkt.
Dossiers worden ten minste vijf jaar bewaard vanaf het einde van het jaar waarin:
- a. de aanvrage is afgewezen, ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken;
- b. het octrooi door het Europees Octrooibureau is herroepen; of
- c. het octrooi of de desbetreffende bescherming ingevolge artikel 63, tweede lid, in de laatste van de aangewezen Staten is verstreken.
Onverminderd het vierde lid worden dossiers met betrekking tot aanvragen die hebben geleid tot afgesplitste aanvragen ingevolge artikel 76 of tot nieuwe aanvragen ingevolge artikel 61, eerste lid, onderdeel b, bewaard gedurende ten minste dezelfde tijdsduur als de dossiers die op deze laatstgenoemde aanvragen betrekking hebben. Hetzelfde geldt voor dossiers die betrekking hebben op daaruit voortvloeiende Europese octrooien.
HOOFDSTUK VIII. ONDERBREKING VAN DE PROCEDURE
Regel 148. Mededelingen tussen het Europees Octrooibureau en de autoriteiten van de Verdragsluitende Staten
Mededelingen tussen het Europees Octrooibureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen van het Verdrag verlopen rechtstreeks. Het Europees Octrooibureau en de gerechtelijke instanties of andere autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen met elkaar in contact treden door tussenkomst van deze centrale diensten voor de industriële eigendom.
De kosten verbonden aan mededelingen overeenkomstig het eerste lid, komen ten laste van de autoriteit die de mededeling heeft gedaan; hiervoor is geen taks verschuldigd.
Regel 149. Inzage van dossiers door gerechtelijke instanties en autoriteiten van de Verdragsluitende Staten of door hun tussenkomst
Inzage van de dossiers van Europese octrooiaanvragen of van Europese octrooien door gerechtelijke instanties of autoriteiten van de Verdragsluitende Staten geschiedt aan de hand van de originele stukken of aan de hand van afschriften daarvan; regel 145 is niet van toepassing.
De gerechtelijke instanties en de openbare ministeries van de Verdragsluitende Staten kunnen, tijdens de voor hen gevoerde procedure, aan derden inzage geven in de dossiers of afschriften daarvan die het Europees Octrooibureau hen heeft toegezonden. Dit geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 128 en hiervoor is geen taks verschuldigd.
Wanneer het Europees Octrooibureau de dossiers doorzendt, vermeldt het hierbij onder welke beperkingen ingevolge artikel 128, eerste en vierde lid, het dossier aan derden ter inzage mag worden gegeven.
Regel 150. Procedure bij rogatoire commissies
Elke Verdragsluitende Staat wijst een centrale instantie aan die wordt belast met het ontvangen van rogatoire commissies van het Europees Octrooibureau en die deze moet doorzenden aan de gerechtelijke instantie of autoriteit die bevoegd is tot de uitvoering ervan.
Het Europees Octrooibureau stelt de rogatoire commissies op in de taal van de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit of voegt aan de rogatoire commissies een vertaling toe in die taal.
Onverminderd het vijfde en zesde lid, past de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit haar nationale wetten toe met betrekking tot de te volgen procedure voor de uitvoering van die rogatoire commissies en, in het bijzonder, de gepaste dwangmiddelen.
Indien de gerechtelijke instantie of autoriteit die de rogatoire commissie heeft ontvangen niet bevoegd is tot uitvoering hiervan, wordt deze onverwijld doorgezonden aan de centrale instantie bedoeld in het eerste lid. Deze zendt de rogatoire commissie door aan een andere bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit van die Staat, dan wel aan het Europees Octrooibureau indien in die Staat geen gerechtelijke instantie of autoriteit bevoegd is.
Het Europees Octrooibureau wordt op de hoogte gebracht van het tijdstip waarop en de plaats waar het verkrijgen van bewijs of andere gerechtelijke maatregel zal plaatsvinden en stelt de betrokken partijen, getuigen en deskundigen hiervan in kennis.
Op verzoek van het Europees Octrooibureau geeft de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit de leden van het betrokken orgaan toestemming tot het bijwonen van de procedure en tot het, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit, vragen te stellen aan een ieder die een verklaring aflegt.
De uitvoering van rogatoire commissies kan geen aanleiding geven tot terugbetaling van taksen of kosten van welke aard ook. De Staat waarin een rogatoire commissie wordt uitgevoerd heeft niettemin het recht van de Organisatie de terugbetaling te eisen van de aan deskundigen of tolken betaalde honoraria en van de kosten die voortvloeien uit de in het zesde lid bedoelde procedure.
Indien de door de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit toegepaste wet het verzamelen van bewijs aan de partijen oplegt en indien die gerechtelijke instantie of autoriteit niet in staat is zelf de rogatoire commissie uit te voeren, kan die gerechtelijke instantie of autoriteit, met toestemming van het Europees Octrooibureau, deze opdragen aan een daartoe geëigende persoon. Bij het aanvragen van die toestemming geeft de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit bij benadering de kosten aan die deze procedure met zich meebrengt. De toestemming van het Europees Octrooibureau houdt voor de Organisatie de verplichting in deze kosten terug te betalen; indien het Europees Octrooibureau zijn toestemming niet heeft verleend, komen deze kosten niet ten laste van de Organisatie.
HOOFDSTUK XI. VERTEGENWOORDIGING
Regel 151. Aanwijzing van een gemeenschappelijke vertegenwoordiger
Indien een aanvrage is ingediend door meer dan één persoon en indien in het verzoek om verlening van het Europees octrooi geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger is aangewezen, wordt de in het verzoek als eerste genoemde aanvrager geacht op te treden als gemeenschappelijke vertegenwoordiger. Indien een van de aanvragers verplicht is een erkende gemachtigde aan te wijzen, wordt deze gemachtigde beschouwd als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger, tenzij de eerst genoemde aanvrager zelf een erkende gemachtigde heeft aangewezen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op derden die gezamenlijk oppositie hebben ingesteld of een verzoek tot tussenkomst hebben ingediend, alsmede op gemeenschappelijke houders van een Europees octrooi.
Indien tijdens de procedure de Europese octrooiaanvraag overgaat op meer dan één persoon en deze personen geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Indien de toepassing hiervan niet mogelijk is, verzoekt het Europees Octrooibureau deze personen een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan te wijzen binnen een te stellen termijn. Indien aan dit verzoek geen gevolg wordt gegeven, wijst het Europees Octrooibureau zelf de gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan.
Regel 152. Volmacht
De President van het Europees Octrooibureau bepaalt in welke gevallen de gemachtigden die optreden voor het Europees Octrooibureau een ondertekende volmacht dienen in te dienen.
Indien een gemachtigde nalaat een dergelijke volmacht in te dienen, verzoekt het Europees Octrooibureau hem dat binnen een te stellen termijn te doen. De volmacht kan betrekking hebben op een of meer Europese octrooiaanvragen of Europese octrooien en wordt in een dienovereenkomstig aantal afschriften ingediend.
Indien niet voldaan is aan de vereisten van artikel 133, tweede lid, wordt voor het benoemen van een gemachtigde en het indienen van de volmacht dezelfde termijn vastgesteld.
Een algemene volmacht op grond waarvan een gemachtigde wordt gemachtigd om op te treden in alle octrooizaken van een partij kan worden ingediend. Een enkel afschrift is voldoende.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)