Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Kennisgeving overeenkomstig het eerste lid wordt geacht te zijn gedaan, zelfs indien de brief is geweigerd.
Voor zover de kennisgeving per post niet geheel wordt geregeld door het eerste tot en met het derde lid, geldt het recht van de Staat waar de kennisgeving wordt gedaan.
Regel 127. Kennisgeving door middel van elektronische communicatie
De kennisgeving kan met behulp van door de President van het Europees Octrooibureau vast te stellen elektronische communicatiemiddelen en onder door de President vast te stellen voorwaarden worden gedaan.
Wanneer de kennisgeving met behulp van elektronische communicatie is gedaan, wordt het elektronisch stuk geacht door de geadresseerde te zijn ontvangen op de datum die staat vermeld, tenzij het stuk zijn bestemming niet heeft bereikt. In geval van een geschil over de aflevering van het elektronisch stuk dient het Europees Octrooibureau te bewijzen dat het stuk is aangekomen en de datum vast te stellen waarop het stuk zijn bestemming heeft bereikt. Indien het Europees Octrooibureau vaststelt dat het stuk meer dan zeven dagen na de datum die staat vermeld aan de geadresseerde is overhandigd, wordt de datum van verstrijken van een tijdvak waarvoor de veronderstelde ontvangst van het stuk geldt als een van belang zijnde gebeurtenis ingevolge regel 131, tweede lid, verlengt met het aantal dagen waarmee de zeven dagen zijn overschreden.
Regel 128. Kennisgeving door rechtstreekse overhandiging
De kennisgeving kan ten kantore van het Europees Octrooibureau worden gedaan door rechtstreekse overhandiging van het stuk aan de geadresseerde die de ontvangst bevestigt. De kennisgeving wordt ook geacht te zijn gedaan, indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen of weigert de ontvangst te bevestigen.
Regel 129. Openbare kennisgeving
Indien het niet mogelijk is het adres van de geadresseerde te achterhalen, of indien kennisgeving in overeenstemming met regel 126, eerste lid, ook na een tweede poging van het Europees Octrooibureau onmogelijk is gebleken, wordt de kennisgeving gedaan door middel van openbare bekendmaking.
De President van het Europees Octrooibureau bepaalt op welke wijze openbare bekendmaking zal geschieden, alsmede op welke datum de termijn van een maand aanvangt, waarna bij afloop van de termijn de kennisgeving van het stuk wordt geacht te zijn geschied.
Regel 130. Kennisgeving aan gemachtigde of vertegenwoordiger
Indien een gemachtigde is aangewezen, worden aan die gemachtigde de kennisgevingen gedaan.
Indien meer dan één gemachtigde voor een enkele partij is aangewezen, is het afdoende de kennisgeving aan slechts één van hen te doen.
Indien meerdere partijen een gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben, is het afdoende de kennisgeving van de stukken aan de gemeenschappelijke vertegenwoordiger te doen.
Regel 131. Berekening van de termijnen
De termijnen worden in volle jaren, maanden, weken of dagen vastgesteld.
De termijn begint op de dag volgend op de dag waarop de van belang zijnde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, waarbij deze gebeurtenis een procedurele handeling of de afloop van een andere termijn kan zijn. Wanneer de procedurele handeling een kennisgeving betreft, geldt als van belang zijnde gebeurtenis de veronderstelde ontvangst van het stuk waarvan kennisgeving is gedaan, tenzij anders is bepaald.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal jaren is uitgedrukt, loopt deze termijn af in het desbetreffende daaropvolgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde getal als de maand waarin en de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad; indien in de desbetreffende daaropvolgende maand niet hetzelfde getal voorkomt, loopt de desbetreffende termijn af op de laatste dag van die maand.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal maanden is uitgedrukt, loopt deze termijn af in de desbetreffende daaropvolgende maand op de dag dat hetzelfde getal heeft als de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad; indien in de desbetreffende daaropvolgende maand niet hetzelfde getal voorkomt, loopt de desbetreffende termijn af op de laatste dag van die maand.
Wanneer een termijn in één of een bepaald aantal weken is uitgedrukt, loopt deze termijn af in de desbetreffende daaropvolgende week op de dag met dezelfde naam als de dag waarop de bedoelde gebeurtenis heeft plaatsgehad.
Regel 132. Door het Europees Octrooibureau vastgestelde termijnen
Wanneer het Verdrag of dit Uitvoeringsreglement verwijst naar „een te stellen termijn” wordt deze vastgesteld door het Europees Octrooibureau.
Tenzij anders is bepaald, kan een door het Europees Octrooibureau vastgestelde termijn op ten minste twee en ten hoogste vier maanden worden gesteld; in bijzondere omstandigheden kan dat ten hoogste zes maanden zijn. In bijzondere gevallen kan de termijn voor afloop ervan op verzoek worden verlengd.
Regel 133. Tardief ontvangen stukken
Een stuk dat door het Europees Octrooibureau te laat is ontvangen, wordt geacht op tijd te zijn ontvangen, indien het tijdig voor het verstrijken van de termijn, overeenkomstig de door de President van het Europees Octrooibureau vastgestelde voorwaarden, is afgeleverd bij een erkende postdienst, tenzij het stuk later dan drie maanden na het verstrijken van de termijn is ontvangen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke termijn waarin in overeenstemming met artikel 75, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, handelingen plaatsvinden voor de bevoegde instantie.
Regel 134. Verlenging van de termijnen
Indien een termijn op een dag afloopt waarop een van de kantoren van het Europees Octrooibureau, waar men ingevolge regel 35, eerste lid, een octrooiaanvrage kan indienen, niet geopend is voor het in ontvangst nemen van stukken, of op een dag waarop om andere redenen dan bedoeld in het tweede lid daar geen postbestellingen plaatsvinden, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag waarop alle kantoren waar men een octrooiaanvrage kan indienen, geopend zijn voor het in ontvangst nemen van stukken en waarop postbestellingen plaatsvinden. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien stukken, ingediend door middel van een van de ingevolge regel 2, eerste lid, door de President van het Europees Octrooibureau toegestane elektronische communicatiemiddelen, niet ontvangen kunnen worden.
Indien een termijn op een dag afloopt waarop de postbestelling of verzending van post in een Verdragsluitende Staat algemeen was verstoord, wordt voor de partijen die hun woonplaats of zetel in die Staat hebben of die gemachtigden hebben aangewezen die hun kantoor hebben in die Staat, de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag na deze periode van verstoring. Indien de desbetreffende Staat de Staat is waar het Europees Octrooibureau gevestigd is, is deze bepaling van toepassing op alle partijen en hun gemachtigden. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de termijn bedoeld in regel 37, tweede lid.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer handelingen worden verricht voor de in artikel 75, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, bedoelde bevoegde instantie.
De datum van de aanvang en van het einde van een verstoring zoals bedoeld in het tweede lid, wordt door het Europees Octrooibureau bekendgemaakt.
Onverminderd het eerste tot en met vierde lid, kan iedere betrokkene partij aantonen dat op een van de tien dagen voorafgaand aan de dag waarop een termijn verstrijkt de postbezorging of verzending van post was verstoord ten gevolge van een uitzonderlijke gebeurtenis zoals een natuurramp, een oorlog, burgerlijke onrust, een algemene storing van een van de door de President van het Europees Octrooibureau ingevolge regel 2, eerste lid, toegestane elektronische communicatiemiddelen of om soortgelijke redenen, die de plaats betreffen waar de partij of de gemachtigde daarvan hun woonplaats of zetel hebben. Indien het bewijs het Europees Octrooibureau overtuigt, wordt het te laat ontvangen stuk geacht tijdig te zijn ontvangen, mits het uiterlijk vijf dagen na afloop van de storing ter post is bezorgd of verzonden.
Regel 135. Verdere behandeling
Verdere behandeling ingevolge artikel 121, eerste lid, wordt verzocht door betaling van de voorgeschreven taks binnen twee maanden na de mededeling betreffende het verzuim een termijn in acht te nemen of een verlies van recht. De nagelaten handeling dient binnen de termijn voor het indienen van het verzoek te worden voltooid.
Verdere behandeling is uitgesloten ter zake van de termijnen bedoeld in artikel 121, vierde lid, en de termijnen ingevolge regel 6, eerste lid, regel 16, eerste lid, onderdeel a, regel 31, tweede lid, regel 36, tweede lid, regel 40, derde lid, regel 51, tweede tot en met vijfde lid, regel 52, tweede en derde lid, regels 55, 56, regel 56a, eerste lid en derde tot en met het zevende lid, regels 58, 59, 62a, 63, 64, regel 112, tweede lid en regel 164, eerste en tweede lid.
Het orgaan dat bevoegd is ter zake van de nagelaten handeling beslist op het verzoek om verdere behandeling.
Regel 136. Herstel in de vorige toestand
Het verzoek om herstel in de vorige toestand ingevolge artikel 122, eerste lid, dient binnen twee maanden na het wegnemen van de oorzaak voor het niet in acht nemen van de termijn, doch uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn, schriftelijk te worden ingediend. Een verzoek om herstel in de vorige toestand ter zake van de in artikel 87, eerste lid, en in artikel 112a, vierde lid, omschreven termijnen dient echter binnen twee maanden na het verstrijken van die termijn te worden ingediend. Het verzoek om herstel in de vorige toestand wordt geacht eerst te zijn ingediend na betaling van de voorgeschreven taks.
In het verzoek worden de gronden vermeld alsmede de feiten waarop het gebaseerd is. De nagelaten handeling dient binnen de desbetreffende termijn voor het indienen van het verzoek overeenkomstig het eerste lid te worden voltooid.
Herstel in de vorige toestand is uitgesloten ter zake van een termijn waarvoor verdere behandeling ingevolge artikel 121 mogelijk is en ter zake van de termijn voor het verzoek om herstel in de vorige toestand.
Het orgaan dat bevoegd is ter zake van de nagelaten handeling beslist op het verzoek om herstel in de vorige toestand.
Regel 137. Wijziging van de Europese octrooiaanvrage
De aanvrager kan de beschrijving, de conclusies of de tekeningen van een Europese octrooiaanvrage niet wijzigen voordat hij het verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek heeft ontvangen, tenzij anders is bepaald.
Tezamen met eventuele reacties, correcties of wijzigingen naar aanleiding van mededelingen van het Europees Octrooibureau ingevolge regel 70a, eerste of tweede lid, of regel 161, eerste lid, kan de aanvrager uit eigen beweging de beschrijving, de conclusies en de tekeningen wijzigen.
Voor verdere wijzigingen is de toestemming van de onderzoekafdeling vereist.
Bij het indienen van de wijzigingen bedoeld in het eerste tot en met derde lid, benoemt de aanvrager deze en vermeldt de basis ervoor in de aanvrage zoals oorspronkelijk ingediend. Indien de onderzoeksafdeling vaststelt dat niet aan deze eisen is voldaan, kan zij verzoeken om dit gebrek binnen een termijn van een maand op te heffen.
Gewijzigde conclusies mogen geen betrekking hebben op niet-onderzochte onderwerpen die niet met de uitvinding of groep van uitvindingen waarop de conclusies oorspronkelijk betrekking hadden zodanig onderling zijn verbonden, dat ze op een enkele algemene uitvindingsgedachte berusten. Evenmin mogen zij betrekking hebben op niet-onderzochte onderwerpen in overeenstemming met regel 62a of regel 63.
Regel 138. Uiteenlopende conclusies, beschrijvingen en tekeningen voor verschillende Staten
Indien het Europees Octrooibureau in kennis wordt gesteld van het bestaan van een ouder recht overeenkomstig artikel 139, tweede lid, kan de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi voor die Staat of Staten andere conclusies bevatten, en waar aangewezen beschrijvingen en tekeningen, dan die voor de overige aangewezen Staten.
Regel 139. Verbetering van fouten in bij het Europees Octrooibureau ingediende stukken
Taal- en schrijffouten en andere vergissingen in een bij het Europees Octrooibureau ingediend stuk kunnen op verzoek verbeterd worden. Indien echter het verzoek tot verbetering betrekking heeft op de beschrijving, de conclusies of de tekeningen, dient de verbetering dermate voor de hand liggend te zijn, in die zin dat het direct duidelijk is dat de aanvrager geen andere tekst kan hebben bedoeld dan de voorgestelde verbetering.
Regel 140. Verbetering van fouten in de beslissingen
In de beslissingen van het Europees Octrooibureau kunnen uitsluitend taal- en schrijffouten en overduidelijke vergissingen worden verbeterd.
Regel 141. Inlichtingen over de stand van de techniek
Een aanvrager die beroep op een recht van voorrang doet in de zin van artikel 87, dient een afschrift in van de uitkomsten van elk onderzoek verricht door de autoriteit waar de eerdere aanvrage is ingediend tezamen met de Europese octrooiaanvrage, in het geval van een Euro-PCT-aanvrage zodra deze in het Europese stadium komt, of onverwijld nadat deze uitkomsten ter beschikking zijn gesteld.
Het in het eerste lid bedoelde afschrift wordt geacht correct te zijn ingediend, indien het beschikbaar is voor het Europees Octrooibureau en kan worden toegevoegd aan het dossier van de Europese octrooiaanvrage overeenkomstig de door de President van het Europees Octrooibureau vastgestelde voorwaarden.
Onverminderd het eerste en tweede lid, kan het Europees Octrooibureau de aanvrager uitnodigen binnen een termijn van twee maanden inlichtingen te verstrekken over de stand van de techniek in de zin van artikel 124, eerste lid.
Regel 142. Onderbreking van de procedure
De procedure voor het Europees Octrooibureau wordt onderbroken:
- a. in geval van overlijden of handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van het Europees octrooi, hetzij van de persoon die ingevolge het nationale recht bevoegd is deze te vertegenwoordigen. Echter, indien deze gebeurtenissen geen invloed hebben op de bevoegdheid van de overeenkomstig artikel 134 aangewezen gemachtigde, wordt de procedure slechts op verzoek van de gemachtigde onderbroken;
- b. indien de aanvrager of de houder van het octrooi vanwege een op diens vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten;
- c. in geval van overlijden of bij handelingsonbekwaamheid van de gemachtigde van de aanvrager of de houder van het octrooi, of indien de gemachtigde vanwege een op diens vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten.
Zodra bij het Europees Octrooibureau bekend is wie in de in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde gevallen bevoegd is de procedure voort te zetten, deelt het deze persoon en, in voorkomend geval, alle overige partijen mede dat de procedure na afloop van een te stellen termijn zal worden hervat. Indien het Europees Octrooibureau binnen drie jaar na publicatie van de datum van de onderbreking in het Europees Octrooiblad geen bericht heeft ontvangen over de identiteit van de persoon die bevoegd is de procedure voort te zetten, kan het een datum vaststellen waarop het de procedure ambtshalve wil hervatten.
In het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de procedure hervat wanneer het Europees Octrooibureau is verwittigd van de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde van de aanvrager of wanneer het Bureau de andere partijen heeft kennisgegeven van de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde van de houder van het octrooi. Indien het Europees Octrooibureau binnen drie maanden na het begin van de onderbreking van de procedure geen bericht heeft ontvangen inzake de aanwijzing van een nieuwe gemachtigde, deelt het aan de aanvrager of aan de houder van het octrooi mede:
- a. in het geval bedoeld in artikel 133, tweede lid, dat de Europese octrooiaanvrage wordt geacht te zijn ingetrokken of dat het Europees octrooi herroepen wordt, indien de aanwijzing niet binnen twee maanden na deze mededeling wordt ingediend; of
- b. in de overige gevallen, dat de procedure met de aanvrager of met de houder van het octrooi zal worden hervat op de datum van de kennisgeving van deze mededeling.
De termijnen die op de dag van de onderbreking van de procedure lopen, met uitzondering van de termijn voor het verzoek om onderzoek en die voor het betalen van de jaartaksen, beginnen op de datum waarop de procedure wordt hervat geheel opnieuw te lopen. Indien deze datum ligt binnen twee maanden voor de afloop van de termijn waarin het verzoek om onderzoek dient te zijn ingediend, dan kan dit verzoek alsnog worden ingediend tot twee maanden na het verstrijken van die datum.
HOOFDSTUK IX. INFORMATIE VOOR HET PUBLIEK
Regel 143. Inschrijvingen in het Europees Octrooiregister
In het Europees Octrooiregister worden de volgende gegevens ingeschreven:
- a. nummer van de Europese octrooiaanvrage;
- b. datum van indiening van de aanvrage;
- c. titel van de uitvinding;
- d. aan de aanvrage toegekende classificatiesymbolen;
- e. de aangewezen Verdragsluitende Staten;
- f. gegevens van de aanvrager of de houder van het octrooi zoals voorzien in regel 41, tweede lid, onderdeel c;
- g. achternaam, voornamen en land en woonplaats van de door de aanvrager of de houder van het octrooi aangewezen uitvinder, tenzij deze ingevolge regel 20, eerste lid, afstand heeft gedaan van het recht om als zodanig te worden vermeld;
- h. gegevens van de gemachtigde van de aanvrager of houder van het octrooi, zoals voorzien in regel 41, tweede lid, onderdeel d; indien er meer dan een gemachtigde is, uitsluitend de gegevens van de eerstgenoemde gemachtigde, gevolgd door de woorden „en anderen” en in het geval van een samenwerkingsverband bedoeld in regel 152, elfde lid, uitsluitend de naam en het adres van het samenwerkingsverband;
- i. gegevens betreffende voorrang (datum, Staat en dossiernummer van de eerdere aanvrage);
- j. in geval van afsplitsing van de aanvrage, de nummers van alle afgesplitste aanvragen;
- k. indien het een afgesplitste aanvrage of een nieuwe aanvrage ingediend ingevolge artikel 61, eerste lid, onderdeel b, betreft, de gegevens bedoeld in de onderdelen a, b en i met betrekking tot de eerdere aanvrage;
- l. datum van publicatie van de aanvrage en, indien van toepassing, de datum van de afzonderlijke publicatie van het Europees nieuwheidsonderzoek;
- m. datum van indiening van het verzoek om onderzoek;
- n. datum waarop de aanvrage is afgewezen, ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken;
- o. datum van publicatie van de vermelding van de verlening van het Europees octrooi;
- p. datum waarop het Europees octrooi in een Verdragsluitende Staat tijdens de oppositietermijn is vervallen en, in voorkomend geval, tot het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing op de oppositie;
- q. datum waarop de oppositie werd ingesteld;
- r. datum en strekking van de beslissing op de oppositie;
- t. data van onderbreking en hervatting van de procedure in de gevallen bedoeld in regel 142;
- u. datum van herstel in de vorige toestand indien een inschrijving ingevolge onderdeel n of r heeft plaatsgevonden;
- v. indiening van een verzoek tot omzetting ingevolge artikel 135, derde lid;
- w. de vestiging van rechten op de aanvrage of het Europees octrooi en de overgang van deze rechten, voor zover dit Uitvoeringsreglement bepaalt dat dit wordt ingeschreven;
- x. datum en strekking van een beslissing op het verzoek om beperking of herroeping van het Europees octrooi;
- y. datum en strekking van de beslissing van de Grote Kamer van beroep op het verzoek om herziening.
De President van het Europees Octrooibureau kan beslissen dat andere dan de gegevens bedoeld in het eerste lid worden ingeschreven in het Europees Octrooiregister.
Regel 144. Delen van het dossier die niet voor inzage beschikbaar zijn
Ingevolge artikel 128, vierde lid, zijn de volgende delen van het dossier niet voor inzage beschikbaar:
- a. de stukken die betrekking hebben op de uitsluiting of wraking van de leden van de kamers van beroep of de Grote Kamer van beroep;
- b. ontwerp-beslissingen, aantekeningen en alle overige stukken ter voorbereiding van beslissingen en kennisgevingen, die niet aan de partijen zijn medegedeeld;
- c. de aanwijzing van de uitvinder indien deze ingevolge regel 20, eerste lid, afstand heeft gedaan van het recht om als zodanig te worden vermeld;
- d. elk ander stuk dat door de President van het Europees Octrooibureau van inzage wordt uitgesloten omdat het doel van informatie voor het publiek over de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi niet gediend wordt met inzage.
Regel 145. Procedures voor de inzage van dossiers
Inzage in de dossiers van Europese octrooiaanvragen en Europese octrooien geschiedt aan de hand van de originele stukken of afschriften daarvan of met behulp van technische opslagmiddelen indien de dossiers op deze wijze worden bewaard.
Alle regelingen voor inzage van dossiers worden door de President van het Europees Octrooibureau bepaald, alsmede in welke gevallen een administratieve taks dient te worden betaald.
Regel 146. Verstrekking van gegevens uit dossiers
Onverminderd de beperkingen vervat in artikel 128, eerste tot en met vierde lid, en in regel 144, kan het Europees Octrooibureau op verzoek en na betaling van een administratieve taks, gegevens verstrekken ter zake van een dossier met betrekking tot een Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi. Het Europees Octrooibureau kan evenwel verwijzen naar de mogelijkheid van inzage van het dossier indien het dit passend acht gelet op de hoeveelheid te verstrekken gegevens.
Regel 147. Aanleggen, bijhouden en bewaren van dossiers
Van alle Europese octrooiaanvragen en octrooien worden door het Europees Octrooibureau elektronische dossiers aangelegd, bijgehouden en bewaard.
De President van het Europees Octrooibureau stelt alle nodige technische en administratieve regelingen vast die betrekking hebben op het beheer van elektronische dossiers overeenkomstig het eerste lid.
- a. In een elektronisch dossier opgenomen stukken worden aangemerkt als originelen.
- b. De oorspronkelijke versie van deze stukken op papier of op een gegevensdrager wordt pas na het verstrijken van ten minste vijf jaar vernietigd. Deze bewaartermijn gaat in aan het einde van het jaar waarin het stuk werd opgenomen in het elektronische dossier.
Dossiers worden ten minste vijf jaar bewaard vanaf het einde van het jaar waarin:
- a. de aanvrage is afgewezen, ingetrokken of wordt geacht te zijn ingetrokken;
- b. het octrooi door het Europees Octrooibureau is herroepen; of
- c. het octrooi of de desbetreffende bescherming ingevolge artikel 63, tweede lid, in de laatste van de aangewezen Staten is verstreken.
Onverminderd het vierde lid worden dossiers met betrekking tot aanvragen die hebben geleid tot afgesplitste aanvragen ingevolge artikel 76 of tot nieuwe aanvragen ingevolge artikel 61, eerste lid, onderdeel b, bewaard gedurende ten minste dezelfde tijdsduur als de dossiers die op deze laatstgenoemde aanvragen betrekking hebben. Hetzelfde geldt voor dossiers die betrekking hebben op daaruit voortvloeiende Europese octrooien.
Regel 148. Mededelingen tussen het Europees Octrooibureau en de autoriteiten van de Verdragsluitende Staten
Mededelingen tussen het Europees Octrooibureau en de centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen van het Verdrag verlopen rechtstreeks. Het Europees Octrooibureau en de gerechtelijke instanties of andere autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen met elkaar in contact treden door tussenkomst van deze centrale diensten voor de industriële eigendom.
De kosten verbonden aan mededelingen overeenkomstig het eerste lid, komen ten laste van de autoriteit die de mededeling heeft gedaan; hiervoor is geen taks verschuldigd.
Regel 149. Inzage van dossiers door gerechtelijke instanties en autoriteiten van de Verdragsluitende Staten of door hun tussenkomst
Inzage van de dossiers van Europese octrooiaanvragen of van Europese octrooien door gerechtelijke instanties of autoriteiten van de Verdragsluitende Staten geschiedt aan de hand van de originele stukken of aan de hand van afschriften daarvan; regel 145 is niet van toepassing.
De gerechtelijke instanties en de openbare ministeries van de Verdragsluitende Staten kunnen, tijdens de voor hen gevoerde procedure, aan derden inzage geven in de dossiers of afschriften van dossiers die het Europees Octrooibureau aan hen heeft toegezonden. Dit geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 128; hiervoor is geen taks verschuldigd.
Wanneer het Europees Octrooibureau de dossiers doorzendt, vermeldt het hierbij onder welke beperkingen ingevolge artikel 128, eerste en vierde lid, het dossier aan derden ter inzage mag worden gegeven.
Regel 150. Procedure bij rogatoire commissies
Elke Verdragsluitende Staat wijst een centrale instantie aan die wordt belast met het ontvangen van rogatoire commissies van het Europees Octrooibureau en die deze moet doorzenden aan de gerechtelijke instantie of autoriteit die bevoegd is tot de uitvoering ervan.
Het Europees Octrooibureau stelt de rogatoire commissies op in de taal van de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit of voegt aan de rogatoire commissies een vertaling toe in die taal.
Onverminderd het vijfde en zesde lid, past de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit haar nationale wetten toe met betrekking tot de te volgen procedure voor de uitvoering van die rogatoire commissies en, in het bijzonder, de gepaste dwangmiddelen.
Indien de gerechtelijke instantie of autoriteit die de rogatoire commissie heeft ontvangen niet bevoegd is tot uitvoering hiervan, wordt deze onverwijld doorgezonden aan de centrale instantie bedoeld in het eerste lid. Deze zendt de rogatoire commissie door aan een andere bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit van die Staat, dan wel aan het Europees Octrooibureau indien in die Staat geen gerechtelijke instantie of autoriteit bevoegd is.
Het Europees Octrooibureau wordt op de hoogte gebracht van het tijdstip waarop en de plaats waar het verkrijgen van bewijs of andere gerechtelijke maatregel zal plaatsvinden en stelt de betrokken partijen, getuigen en deskundigen hiervan in kennis.
Op verzoek van het Europees Octrooibureau geeft de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit de leden van het betrokken orgaan toestemming tot het bijwonen van de procedure en tot het, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit, vragen te stellen aan een ieder die een verklaring aflegt.
De uitvoering van rogatoire commissies kan geen aanleiding geven tot terugbetaling van taksen of kosten van welke aard ook. De Staat waarin een rogatoire commissie wordt uitgevoerd heeft evenwel het recht van de Organisatie de terugbetaling te eisen van de aan deskundigen of tolken betaalde honoraria en van de kosten die voortvloeien uit de in het zesde lid bedoelde procedure.
Indien de door de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit toegepaste wet het verzamelen van bewijs aan de partijen oplegt en indien die gerechtelijke instantie of autoriteit niet in staat is zelf de rogatoire commissie uit te voeren, kan die gerechtelijke instantie of autoriteit, met toestemming van het Europees Octrooibureau, deze opdragen aan een daartoe geëigende persoon. Bij het aanvragen van die toestemming geeft de bevoegde gerechtelijke instantie of autoriteit bij benadering de kosten aan die deze procedure met zich meebrengt. De toestemming van het Europees Octrooibureau houdt voor de Organisatie de verplichting in deze kosten terug te betalen; indien het Europees Octrooibureau zijn toestemming niet heeft verleend, komen deze kosten niet ten laste van de Organisatie.
HOOFDSTUK XI. VERTEGENWOORDIGING
Regel 151. Aanwijzing van een gemeenschappelijke vertegenwoordiger
Indien een aanvrage is ingediend door meer dan één persoon en indien in het verzoek om verlening van het Europees octrooi geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger is aangewezen, wordt de in het verzoek als eerste genoemde aanvrager geacht op te treden als gemeenschappelijke vertegenwoordiger. Indien een van de aanvragers verplicht is een erkende gemachtigde aan te wijzen, wordt deze gemachtigde beschouwd als de gemeenschappelijke vertegenwoordiger, tenzij de eerst genoemde aanvrager zelf een erkende gemachtigde heeft aangewezen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op derden die gezamenlijk oppositie hebben ingesteld of een verzoek tot tussenkomst hebben ingediend alsmede op de gemeenschappelijke houders van een Europees octrooi.
Indien tijdens de procedure de Europese octrooiaanvraag overgaat op meer dan één persoon en deze personen geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben aangewezen, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Indien de toepassing hiervan niet mogelijk is, verzoekt het Europees Octrooibureau deze personen een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan te wijzen binnen een te stellen termijn. Indien aan dit verzoek geen gevolg wordt gegeven, wijst het Europees Octrooibureau zelf de gemeenschappelijke vertegenwoordiger aan.
Regel 152. Volmacht
De President van het Europees Octrooibureau bepaalt in welke gevallen de gemachtigden die optreden voor het Europees Octrooibureau een ondertekende volmacht dienen in te dienen.
Indien een gemachtigde nalaat een dergelijke volmacht in te dienen, verzoekt het Europees Octrooibureau hem dat binnen een te stellen termijn te doen. De volmacht kan betrekking hebben op een of meer Europese octrooiaanvragen of Europese octrooien.
Indien niet voldaan is aan de vereisten van artikel 133, tweede lid, wordt voor het benoemen van een gemachtigde en het indienen van de volmacht dezelfde termijn vastgesteld.
Een algemene volmacht op grond waarvan een gemachtigde wordt gemachtigd om op te treden in alle octrooizaken van een partij kan worden ingediend.
De President van het Europees Octrooibureau kan de vorm en inhoud vaststellen van:
- a. een volmacht ter zake van de vertegenwoordiging van personen ingevolge artikel 133, tweede lid;
- b. een algemene volmacht.
Indien de vereiste volmacht niet tijdig wordt ingediend, worden de door de gemachtigde verrichte handelingen, met uitzondering van de indiening van een Europese octrooiaanvrage, geacht niet te hebben plaatsgevonden, onverminderd andere rechtsgevolgen voorzien in het Verdrag.
Het tweede en vierde lid zijn van toepassing op de intrekking van een volmacht.
Een gemachtigde wordt als gemachtigd beschouwd, zolang het Europees Octrooibureau niet op de hoogte is gesteld van de beëindiging van de volmacht.
Tenzij in de volmacht uitdrukkelijk anders is bepaald, eindigt een volmacht ten opzichte van het Europees Octrooibureau niet bij het overlijden van de volmachtgever.
Indien een partij meerdere gemachtigden aanwijst, kunnen deze zowel gemeenschappelijk als afzonderlijk optreden, ook wanneer anders is bepaald in de mededeling omtrent hun benoeming of in de volmacht.
De volmacht van een samenwerkingsverband van gemachtigden wordt geacht een volmacht te zijn van elke gemachtigde die kan aantonen dat deze binnen dat samenwerkingsverband werkzaamheden verricht.
Regel 153. Bescherming van het beroepsgeheim
Indien van een erkende gemachtigde in deze hoedanigheid advies is gevraagd, is alle communicatie tussen de erkende gemachtigde en diens cliënt of een derde, waarop artikel 2 van de disciplinaire voorschriften voor erkende gemachtigden van toepassing is, blijvend gevrijwaard van bekendmaking in procedures voor het Europees Octrooibureau, tenzij de cliënt daarvan uitdrukkelijk afstand heeft gedaan.
Deze vrijwaring van bekendmaking is in het bijzonder van toepassing op elke mededeling die of elk stuk dat betrekking heeft op:
- a. de beoordeling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding;
- b. de voorbereiding van of de procedure ter zake van een Europese octrooiaanvrage;
- c. elk oordeel ter zake van de geldigheid, reikwijdte van de bescherming of inbreuk op een Europees octrooi of een Europese octrooiaanvrage.
Regel 154. Wijziging van de lijst van erkende gemachtigden
De inschrijving van een erkende gemachtigde op de lijst van erkende gemachtigden wordt doorgehaald indien hij daarom verzoekt of indien hij, ondanks een aanmaning, de van toepassing zijnde jaarlijkse contributie aan het Instituut niet heeft betaald binnen vijf maanden te rekenen vanaf hetzij:
- a. 1 januari voor de leden die op die datum op de lijst staan; of
- b. de datum van inschrijving voor leden die op de lijst zijn ingeschreven na 1 januari van het jaar waarvoor de contributie verschuldigd is.
Onverminderd op grond van artikel 134a, eerste lid, onderdeel c, genomen disciplinaire maatregelen, kan de inschrijving van een erkende gemachtigde slechts ambtshalve worden doorgehaald:
- a. in geval van overlijden of handelingsonbekwaamheid;
- b. indien de erkende gemachtigde niet meer de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit, tenzij een ontheffing is verleend op grond van artikel 134, zevende lid, onderdeel a;
- c. indien het kantoor of de plaats van tewerkstelling van de erkende gemachtigde zich niet meer op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Staten bevindt.
Een ieder, wiens inschrijving op de lijst van erkende gemachtigden ingevolge artikel 134, tweede of derde lid, is doorgehaald, wordt op verzoek opnieuw ingeschreven op die lijst indien de redenen voor de doorhaling niet meer bestaan.
Regel 155. Indiening en verzending van verzoeken tot omzetting
Het verzoek tot omzetting bedoeld in artikel 135, eerste lid, onderdeel a of b, dient te worden ingediend binnen drie maanden na de intrekking van de Europese octrooiaanvrage of de mededeling dat de aanvrage geacht wordt te zijn ingetrokken of van de beslissing tot afwijzing van de aanvrage of herroeping van het Europees octrooi. De in artikel 66 bedoelde gevolgen van de Europese octrooiaanvrage vervallen indien het verzoek niet tijdig is ingediend.
Bij de verzending van het verzoek tot omzetting aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de in het verzoek aangegeven Verdragsluitende Staten, voegt de desbetreffende centrale dienst of het Europees Octrooibureau een afschrift van het dossier ter zake van de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi bij het verzoek.
Artikel 135, vierde lid, is van toepassing indien het verzoek tot omzetting bedoeld in artikel 135, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, niet voor het verstrijken van een termijn van twintig maanden na de datum van indiening of, indien beroep is gedaan op een recht van voorrang, na de voorrangsdatum, wordt verzonden.
Regel 156. Informatie aan het publiek in geval van omzetting
De stukken die overeenkomstig regel 155, tweede lid, zijn gevoegd bij het verzoek tot omzetting, worden door de centrale dienst voor de industriële eigendom beschikbaar gesteld aan het publiek onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde grenzen als de stukken die betrekking hebben op de nationale procedure.
Het octrooischrift van het nationale octrooi dat voortvloeit uit de omzetting van een Europese octrooiaanvrage dient melding te maken van deze aanvrage.
DEEL IX. UITVOERINGSBEPALINGEN VAN DEEL X VAN HET VERDRAG
Regel 157. Het Europees Octrooibureau als ontvangend bureau
Het Europees Octrooibureau is bevoegd op te treden als ontvangend bureau in de zin van het PCT, indien de aanvrager inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat bij dit Verdrag en bij het PCT. Indien de aanvrager het Europees Octrooibureau kiest als ontvangend bureau, wordt de internationale aanvrage onverminderd het derde lid rechtstreeks bij het Europees Octrooibureau ingediend. Artikel 75, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien het Europees Octrooibureau als ontvangend bureau op grond van het PCT optreedt, wordt de internationale aanvrage in de Duitse, de Engelse of de Franse taal ingediend. De President van het Europees Octrooibureau kan bepalen dat van de internationale aanvrage en elk stuk dat daarmee verband houdt, meer dan een afschrift wordt ingediend.
Indien een internationale aanvrage bij een autoriteit van een Verdragsluitende Staat wordt ingediend voor doorzending naar het Europees Octrooibureau als ontvangend bureau, ziet de Verdragsluitende Staat erop toe dat de aanvrage het Europees Octrooibureau uiterlijk twee weken voor het eind van de dertiende maand na de indiening, of indien een beroep op voorrang wordt gedaan, na de voorrangsdatum bereikt.
De taks voor verzending van de internationale aanvrage dient binnen een maand na de indiening van de aanvrage te worden betaald.
Regel 158. Het Europees Octrooibureau als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling
In het geval van artikel 17, derde lid, onderdeel a, van het PCT dient voor elke verdere uitvinding waarvoor een internationaal nieuwheidsonderzoek wordt verricht een aanvullende taks voor het internationaal nieuwheidsonderzoek te worden betaald.
In het geval van artikel 34, derde lid, onderdeel a, van het PCT dient voor elke verdere uitvinding waarvoor de internationale voorlopige beoordeling wordt verricht een aanvullende taks voor de internationale voorlopige beoordeling te worden betaald.
Indien een aanvullende taks onder bezwaar is betaald, onderzoekt het Europees Octrooibureau het bezwaar in overeenstemming met regel 40, tweede lid, onderdelen c tot en met e, of regel 68, derde lid, onderdelen c tot en met e van het PCT, onder de voorwaarde dat de voorgeschreven taks voor het indienen van bezwaar wordt betaald. De nadere bijzonderheden met betrekking tot de procedure worden door de President van het Europees Octrooibureau bepaald.
Regel 159. Het Europees Octrooibureau als aangewezen of gekozen bureau – Vereisten voor ingaan van de Europese fase
Ter zake van een internationale aanvrage ingevolge artikel 153 dient de aanvrager binnen eenendertig maanden na de datum van indiening van de aanvrage, of indien een beroep op voorrang is gedaan, vanaf de voorrangsdatum het volgende te verrichten:
- a. indien van toepassing verschaffen van de ingevolge artikel 153, vierde lid, vereiste vertaling van de internationale aanvrage;
- b. aangeven op welke stukken de Europese verleningsprocedure dient te worden gebaseerd, de oorspronkelijk ingediende of de gewijzigde stukken;
- c. betalen van de indieningstaks voorzien in artikel 78, tweede lid;
- d. betalen van de aanwijzingstaks, indien de termijn bedoeld in regel 39, eerste lid, eerder is verstreken;
- e. betalen van de taks voor het nieuwheidsonderzoek, indien een aanvullend verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek dient te worden opgesteld;
- f. indienen van het in artikel 94 voorziene verzoek om onderzoek, indien de termijn ingevolge regel 70, eerste lid, eerder is verstreken;
- g. betalen van de in artikel 86, eerste lid, voorziene jaartaks voor het derde jaar, indien de taks eerder verschuldigd is ingevolge regel 51, eerste lid;
- h. indien van toepassing, het indienen van het tentoonstellingsbewijs als bedoeld in artikel 55, tweede lid, en regel 25.
Tot het nemen van beslissingen namens het Europees Octrooibureau ingevolge artikel 25, tweede lid, onderdeel a, van het PCT zijn de onderzoeksafdelingen bevoegd.
Regel 160. Gevolgen van niet-naleving van bepaalde vereisten en geachte intrekking3)Redactionele opmerking: op grond van het besluit van de Raad van Bestuur CA/D 13/24 van 10 december 2024 is de sinds 16 december 2024 luidt de geldende versie van regel 160 tot de datum waarop artikel 5s, derde lid, van Verordening (EU) nr. 833/2014 geen effect meer heeft, als volgt:
Indien de vertaling van de internationale aanvrage of het verzoek om onderzoek niet tijdig wordt ingediend, of indien de indieningstaks, de taks voor het nieuwheidsonderzoek of de aanwijzingstaks niet tijdig wordt betaald, wordt de Europese octrooiaanvrage geacht te zijn ingetrokken.
Indien het Europees Octrooibureau vaststelt dat de aanvrage geacht wordt te zijn ingetrokken ingevolge het eerste lid, deelt het dit mee aan de aanvrager. Regel 112, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Zodra een Euro-PCT-aanvrage in de Europese fase komt, wordt de aanwijzing van de Verdragsluitende Staten die lidstaten van de Europese Unie zijn, geacht te zijn ingetrokken in overeenstemming met regel 39, lid 2a.
Regel 161. Wijziging van de aanvrage
Indien het Europees Octrooibureau is opgetreden als instantie voor het internationaal nieuwheidsonderzoek en indien een verzoek ingevolge artikel 31 van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien isingediend, tevens als instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor een Euro-PCT-aanvrage, stelt het de aanvrager in de gelegenheid te reageren op de schriftelijke opinie van de instantie voor het internationaal nieuwheidsonderzoek of op het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, en verzoekt de aanvrager, indien van toepassing, eventuele in de schriftelijke opinie of in het verslag van de internationale voorlopige beoordeling geconstateerde gebreken te herstellen en de beschrijving, conclusies en tekeningen binnen een termijn van zes maanden na de datum van de desbetreffende mededeling te wijzigen. Indien het Europees Octrooibureau een verslag van het aanvullend internationaal nieuwheidsonderzoek heeft opgesteld, wordt een verzoek in overeenstemming met de eerste volzin gedaan ter zake van de toelichtingen verstrekt in overeenstemming met regel 45bis, zevende lid, onderdeel e, van Verdrag tot samenwerking inzake octrooien. Indien de aanvrager geen gehoor geeft aan of niet reageert op de verzoeken uit hoofde van de eerste of tweede volzin, wordt de aanvrage geacht te zijn ingetrokken.
Indien het Europees Octrooibureau een verslag van het aanvullend Europees nieuwheidsonderzoek inzake een Euro-PCT-aanvrage opstelt, kan de aanvrage binnen een termijn van zes maanden na de desbetreffende mededeling aan de aanvrager worden gewijzigd. De gewijzigde aanvrage dient als basis voor het aanvullend Europees nieuwheidsonderzoek.
Regel 162. Conclusies waarvoor taksen dienen te worden betaald
Indien de stukken van de aanvrage waarop de Europese verleningsprocedure dient te worden gebaseerd meer dan vijftien conclusies bevatten, dient binnen de termijn bedoeld in regel 159, eerste lid, voor de zestiende en iedere daaropvolgende conclusie een conclusietaks te worden betaald zoals vervat in het Taksenreglement.
Indien de conclusietaksen niet tijdig zijn voldaan, kunnen zij alsnog worden betaald binnen de termijn ingevolge regel 161, eerste of tweede lid, naargelang van het geval. Indien binnen deze termijn gewijzigde conclusies worden ingediend, worden de verschuldigde conclusietaksen berekend op basis van deze gewijzigde conclusies en moeten binnen deze termijn worden betaald.
Binnen de termijn bedoeld in het eerste lid betaalde conclusietaksen boven de overeenkomstig het tweede lid, tweede volzin, verschuldigde taksen worden terugbetaald.
Indien een conclusietaks niet tijdig is betaald, wordt de desbetreffende conclusie geacht te zijn ingetrokken.
Regel 163. Onderzoek van bepaalde vormvereisten door het Europees Octrooibureau
Indien de aanwijzing van de uitvinder ingevolge regel 19, eerste lid, niet binnen de termijn ingevolge regel 159, eerste lid, is geschied, verzoekt het Europees Octrooibureau de aanvrager de aanwijzing binnen twee maanden te verrichten.
Indien een beroep op de voorrang van een eerdere aanvrage wordt gedaan en het dossiernummer van de eerdere aanvrage of een afschrift daarvan zoals voorzien in regel 52, eerste lid, en regel 53 niet binnen de termijn ingevolge regel 159, eerste lid, is ingediend, verzoekt het Europees Octrooibureau de aanvrager dat nummer of afschrift binnen twee maanden te verstrekken. Regel 53, tweede lid, is van toepassing.
Indien na het verstrijken van de termijn ingevolge regel 159, eerste lid, geen sequentie-opsomming die voldoet aan de normen voorzien in de Administratieve Instructies bij het PCT beschikbaar is voor het Europees Octrooibureau, wordt de aanvrager verzocht binnen twee maanden een sequentie-opsomming in te dienen die voldoet aan de regels vastgesteld door de President van het Europees Octrooibureau. Regel 30, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien na het verstrijken van de termijn ingevolge regel 159, eerste lid, het adres, de nationaliteit of de Staat waarin een aanvrager woont of de zetel heeft ontbreekt, verzoekt het Europees Octrooibureau de aanvrager deze gegevens binnen twee maanden te verstrekken.
Indien na het verstrijken van de termijn ingevolge regel 159, eerste lid, niet is voldaan aan de vereisten van artikel 133, tweede lid, verzoekt het Europees Octrooibureau de aanvrager binnen twee maanden een erkend gemachtigde te benoemen.
Indien de in het eerste, vierde of vijfde lid geconstateerde gebreken niet binnen de gestelde termijn zijn hersteld, wordt de Europese octrooiaanvrage afgewezen. Indien het ingevolge het tweede lid geconstateerde gebrek niet tijdig wordt opgeheven, gaat het recht van voorrang voor de aanvrage verloren.
Regel 164. Eenheid van uitvinding en aanvullende nieuwheidsonderzoeken
Indien het Europees Octrooibureau meent dat de stukken van de aanvrage, die als basis voor het aanvullend Europees nieuwheidsonderzoek moeten dienen, niet voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding:
- a. stelt het bureau een gedeeltelijk aanvullend verslag van het nieuwheidsonderzoek op voor die delen van de aanvrage die betrekking hebben op de uitvinding, of op de groep van uitvindingen in de zin van artikel 82, die als eerste in de conclusies wordt genoemd;
- b. deelt het bureau de aanvrager mee dat indien het aanvullend verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek de andere uitvindingen dient te bestrijken, voor elke betrokken uitvinding een volgende taks voor het nieuwheidsonderzoek dient te worden betaald binnen een termijn van twee maanden; en
- c. stelt het bureau het aanvullend verslag van het Europees nieuwheidsonderzoek op voor die delen van de aanvrage die betrekking hebben op de uitvindingen waarvoor taksen voor het nieuwheidsonderzoek zijn betaald.
Indien van een aanvullend verslag van een Europees nieuwheidsonderzoek wordt afgezien en de onderzoeksafdeling meent dat in de stukken van de aanvrage die als basis voor onderzoek moeten dienen, een uitvinding of groep van uitvindingen in de zin van artikel 82, waar bescherming voor wordt gevraagd, niet is onderzocht door het Europees Octrooibureau in zijn hoedanigheid van instantie voor het internationaal nieuwheidsonderzoek of van voor het aanvullende internationale nieuwheidsonderzoek aangezochte instantie:
- a. deelt de onderzoeksafdeling de aanvrager mee, dat er een nieuwheidsonderzoek wordt uitgevoerd ter zake van iedere uitvinding waarvoor binnen een termijn van twee maanden een taks voor nieuwheidsonderzoek wordt betaald;
- b. maakt de onderzoeksafdeling de resultaten bekend van elk nieuwheidsonderzoek dat is uitgevoerd in overeenstemming met onderdeel a, tezamen met: een mededeling ingevolge artikel 94, derde lid, en regel 71, eerste en tweede lid, waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld te reageren op deze resultaten en de beschrijving, de conclusies en de tekeningen te wijzigen, of een mededeling ingevolge regel 71, derde lid, en
- c. indien van toepassing, nodigt de onderzoeksafdeling in de mededeling die ingevolge onderdeel b is uitgegaan, de aanvrager uit de aanvrage te beperken tot één uitvinding, of groep van uitvindingen in de zin van artikel 82, waarvoor een verslag van het nieuwheidsonderzoek is opgesteld door het Europees Octrooibureau in zijn hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of van voor het aanvullende internationale nieuwheidsonderzoek aangezochte instantie, of waarvoor een nieuwheidsonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de in onderdeel a bedoelde procedure.
Regel 62 en regel 70, tweede lid, zijn niet van toepassing op de resultaten van een nieuwheidsonderzoek dat is uitgevoerd in overeenstemming met het tweede lid.
Een ingevolge het eerste of tweede lid betaalde taks voor nieuwheidsonderzoek wordt terugbetaald indien de aanvrager daarom verzoekt en de onderzoeksafdeling vaststelt dat de in het eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel a, bedoelde mededeling niet gerechtvaardigd was.
Regel 165. De Euro-PCT-aanvrage als colliderende aanvrage in de zin van artikel 54, derde lid
Een Euro-PCT-aanvrage wordt geacht tot de stand van de techniek in de zin van artikel 54, derde lid, te behoren, indien voldaan is aan de voorwaarden vervat in artikel 153, derde of vierde lid, en de indieningstaks ingevolge regel 159, eerste lid, onderdeel c, is betaald.
Artikel 1
(1). Voor rechtsvorderingen, die zijn ingesteld tegen de aanvrager van een Europees octrooi en zijn gericht op het doen gelden van de aanspraak op verlening van het Europees octrooi voor een of meer in de Europese octrooiaanvrage aangewezen Verdragsluitende Staten, wordt de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staten bepaald overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 6.
(2). In de zin van dit Protocol worden met de rechterlijke instanties gelijkgesteld de autoriteiten die volgens het nationale recht van een Verdragsluitende Staat bevoegd zijn te beslissen over rechtsvorderingen als in het eerste lid bedoeld. De Verdragsluitende Staten delen het Europees Octrooibureau mede aan welke autoriteiten een dergelijke bevoegdheid is verleend; het Europees Octrooibureau doet hiervan mededeling aan de andere Verdragsluitende Staten.
(3). In de zin van dit Protocol wordt onder de Verdragsluitende Staten verstaan de Staten die Partij zijn bij het Verdrag en die de toepassing van dit Protocol niet hebben uitgesloten op grond van artikel 167 van het Verdrag.
Artikel 2
Behoudens het bepaalde in de artikelen 4 en 5, wordt een rechtsvordering tegen de aanvrager van een Europees octrooi, die zijn woonplaats of zetel heeft in een van de Verdragsluitende Staten, ingesteld door de rechterlijke instanties van bedoelde Verdragsluitende Staat.
Artikel 3
Behoudens het bepaalde in de artikelen 4 en 5 zijn, indien de aanvrager van een Europees octrooi noch zijn woonplaats noch zijn zetel in een van de Verdragsluitende Staten heeft en indien de persoon die de aanspraak op verlening van het Europees octrooi doet gelden zijn woonplaats of zetel wel in een van de Verdragsluitende Staten heeft, alleen de rechterlijke instanties van laatstbedoelde Staat bevoegd.
Artikel 4
Indien de Europese octrooiaanvrage een uitvinding van een werknemer betreft, zijn voor rechtsvorderingen, waar de werkgever en de werknemer tegenover elkaar staan, behoudens het bepaalde in artikel 5, alleen de rechterlijke instanties van die Verdragsluitende Staat bevoegd, volgens het recht waarvan het recht op het Europees octrooi wordt bepaald overeenkomstig artikel 60, eerste lid, tweede volzin, van het Verdrag.
Artikel 5
(1). Indien de partijen bij een geschil omtrent de aanspraak op verlening van het Europees octrooi, door middel van een schriftelijke overeenkomst of van een mondelinge overeenkomst die schriftelijk is bevestigd een rechterlijke instantie of de rechterlijke instanties van een bepaalde Verdragsluitende Staat hebben aangewezen om inzake dit geschil een beslissing te nemen, is alleen deze rechterlijke instantie of zijn alleen deze rechterlijke instanties van die Staat bevoegd.
(2). Indien de partijen een werknemer en zijn werkgever betreffen, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke nationale recht een dergelijke overeenkomst toestaat.
Artikel 6
Voor de gevallen waarin de artikelen 2 tot en met 4 en artikel 5, eerste lid, niet van toepassing zijn, zijn alleen de rechterlijke instanties van de Duitse Bondsrepubliek bevoegd.
Artikel 7
De rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staten, waarvoor rechtsvorderingen als bedoeld in artikel 1 aanhangig worden gemaakt, toetsen ambtshalve of zij bevoegd zijn overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 6.
Artikel 8
(1). Wanneer voor rechterlijke instanties van verschillende Verdragsluitende Staten tussen dezelfde partijen vorderingen aanhangig zijn welke hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, moet de rechterlijke instantie waarbij de zaak later is aangebracht, zelfs ambtshalve, de partijen verwijzen naar de rechterlijke instantie, waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt.
(2). De rechterlijke instantie, die tot verwijzing zou moeten overgaan op grond van het eerste lid, houdt haar uitspraak aan tot de beslissing van de rechterlijke instantie, waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt, in kracht van gewijsde is gegaan, indien de bevoegdheid van laatstbedoelde instantie wordt betwist.
AFDELING II. ERKENNING
Artikel 1
De kantoorruimten van de Organisatie zijn onschendbaar.
De autoriteiten van de Staten op het grondgebied waarvan de Organisatie haar kantoorruimten heeft, kunnen deze ruimten slechts betreden met toestemming van de Voorzitter van het Europees Octrooibureau. Deze toestemming wordt geacht te zijn verkregen bij brand of bij enig ander ongeval waarbij onmiddellijk maatregelen ter bescherming dienen te worden genomen.
Het betekenen ten kantore van de Organisatie van processtukken welke betrekking hebben op een tegen de Organisatie gerichte rechtsvordering, vormt geen inbreuk op de onschendbaarheid.
Artikel 2
Het archief van de Organisatie alsmede de documenten die haar toebehoren of die zij onder zich houdt, zijn onschendbaar.
Artikel 3
In het kader van haar officiële werkzaamheden, geniet de Organisatie immuniteit van rechtsmacht en van executie behoudens:
- a). voor zover de Organisatie in een bijzonder geval uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van deze immuniteit;
- b). met betrekking tot een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade, die voortvloeit uit een ongeval dat is veroorzaakt door een aan de Organisatie toebehorend of namens haar gebruikt motorvoertuig, of met betrekking tot een verkeersovertreding waarbij een zodanig voertuig is betrokken;
- c). met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een ingevolge artikel 23 gedane scheidsrechterlijke uitspraak.
Eigendommen en activa van de Organisatie, ongeacht waar deze zich bevinden, zijn vrij van vordering, inbeslagneming, onteigening en beslaglegging.
Eigendommen en activa van de Organisatie zijn eveneens vrij van elke vorm van administratieve of voorlopige gerechtelijke dwang, behalve voor zover deze tijdelijk geboden zou zijn in verband met het voorkomen van ongevallen waarbij motorvoertuigen zijn betrokken, die toebehoren aan de Organisatie of namens deze worden gebruikt, en het instellen van een onderzoek naar de toedracht van die ongevallen.
In de zin van dit Protocol wordt onder officiële werkzaamheden van de Organisatie die werkzaamheden verstaan welke strikt noodzakelijk zijn voor de administratieve en technische uitvoering van haar taken zoals die zijn vastgesteld in het Verdrag.
Artikel 4
Binnen het raam van haar officiële werkzaamheden zijn de Organisatie, haar bezittingen en haar inkomsten vrijgesteld van alle directe belastingen.
Wanneer de Organisatie voor het verrichten van haar officiële werkzaamheden belangrijke aankopen doet in de prijs waarvan belastingen of rechten zijn begrepen, worden door de Verdragsluitende Staten zo mogelijk passende maatregelen genomen om het met deze belastingen of rechten gemoeide bedrag terug te betalen of de Organisatie van de verplichting tot betaling daarvan te ontheffen.
Geen vrijstelling wordt verleend ten aanzien van belastingen en rechten, die in feite niet anders zijn dan een vergoeding voor openbare diensten verleend door openbare nutsbedrijven.
Artikel 5
Goederen die door de Organisatie worden ingevoerd of uitgevoerd voor het verrichten van haar officiële werkzaamheden, zijn vrijgesteld van alle in- en uitvoerrechten en andere heffingen, andere dan rechten of heffingen die betrekking hebben op verleende diensten, alsmede van alle in- en uitvoerverboden en -beperkingen.
Artikel 6
Geen vrijstelling op grond van de artikelen 4 en 5 wordt verleend ten aanzien van goederen die worden aangekocht en ingevoerd ten gerieve van de personeelsleden van het Europees Octrooibureau persoonlijk.
Artikel 7
De overdracht van goederen en het verlenen van diensten tussen de verschillende gebouwen van de Organisatie zijn vrij van alle heffingen of beperkingen; in voorkomende gevallen nemen de Verdragsluitende Staten alle passende maatregelen om het met deze heffingen gemoeide bedrag terug te betalen of de betrokkenen van de verplichting tot betaling daarvan te ontheffen, of om deze beperkingen op te heffen.
Artikel 8
De doorzending van geschriften en ander voorlichtingsmateriaal dat door of aan de Organisatie wordt verzonden, wordt op geen enkele wijze beperkt.
Artikel 9
De Verdragsluitende Staten verlenen de Organisatie de voor het verrichten van haar officiële werkzaamheden benodigde vrijstellingen op het gebied van het deviezenverkeer.
Artikel 10
Met betrekking tot officiële berichtgeving en het overbrengen van al haar documenten geniet de Organisatie in elke Verdragsluitende Staat de meest gunstige behandeling, die deze Staat elke andere internationale organisatie doet genieten.
Er wordt geen censuur uitgeoefend op de officiële berichtgeving van de Organisatie, ongeacht de middelen waarmee bedoelde berichtgeving geschiedt.
Artikel 11
De Lid-Staten nemen alle gepaste maatregelen waardoor het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van alle personeelsleden van het Europees Octrooibureau wordt vergemakkelijkt.
Artikel 12
De vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten, hun plaatsvervangers, hun adviseurs of deskundigen genieten, bij de vergaderingen van de Raad van Bestuur of ieder orgaan dat door deze Raad is ingesteld alsmede op hun reizen naar de plaats van samenkomst en terug, de volgende voorrechten en immuniteiten:
- a). immuniteit van arrestatie en gevangenhouding, alsmede van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage, behalve wanneer zij op heterdaad betrapt worden;
- b). vrijstelling van rechtsvervolging, ook na beëindiging van hun missie, met betrekking tot handelingen, waaronder begrepen gesproken en geschreven woorden, door hen in de uitoefening van hun functie verricht; deze vrijstelling geldt evenwel niet in geval van een door een van de hierboven bedoelde personen begane verkeersovertreding of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat hem toebehoort of dat door hem werd bestuurd;
- c). onschendbaarheid van al hun officiële papieren en documenten;
- d). het recht codes te gebruiken en documenten of correspondentie te ontvangen per speciale koerier of in een verzegelde tas;
- e). vrijstelling voor henzelf en hun echtgenoten van alle maatregelen die de binnenkomst van vreemdelingen beperken alsmede van de aan de registratie van vreemdelingen verbonden formaliteiten;
- f). dezelfde faciliteiten ter zake van valuta- en deviezenbepalingen als die welke worden verleend aan de vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen die met een tijdelijke officiële missie zijn belast.
Voorrechten en immuniteiten worden aan de in het eerste lid bedoelde personen niet verleend in hun persoonlijk belang, doch met het doel hun volledige onafhankelijkheid te waarborgen bij de uitoefening van hun functie in verband met de Organisatie. Derhalve heeft een Verdragsluitende Staat de plicht de immuniteit op te heffen telkens wanneer, naar het oordeel van die Staat, de immuniteit aan de loop van het recht in de weg zou staan, en er afstand van kan worden gedaan, zonder de doeleinden waarvoor zij was toegekend, in gevaar te brengen.
Artikel 13
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)