Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)

Type Verdrag
Publication 2025-04-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 522
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Behoudens artikel 6 geniet de Voorzitter van het Europees Octrooibureau de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan diplomatieke functionarissen krachtens het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961.

2.

De vrijstelling van rechtsvordering geldt echter niet in geval van een door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau begane verkeersovertreding of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat hem toebehoort of dat door hem werd bestuurd.

Artikel 14

De personeelsleden van de Organisatie

  • a). genieten, ook nadat zij hun functies beëindigd hebben, vrijstelling van rechtsvervolging met betrekking tot handelingen, waaronder begrepen gesproken en geschreven woorden, door hen in de uitoefening van hun functie verricht; deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding begaan door een personeelslid van de Organisatie, noch in geval van schade die is veroorzaakt door een motorvoertuig dat toebehoort aan of bestuurd werd door een personeelslid;
  • b). zijn vrijgesteld van alle verplichtingen met betrekking tot de militaire dienst;
  • c). genieten onschendbaarheid met betrekking tot al hun officiële papieren en documenten;
  • d). genieten, evenals hun inwonende gezinsleden, dezelfde faciliteiten ten aanzien van vrijstelling van alle maatregelen die de immigratie beperken en de inschrijving van vreemdelingen regelen, als die welke in het algemeen worden toegekend aan personeelsleden van internationale organisaties;
  • e). genieten dezelfde voorrechten met betrekking tot deviezenregelingen als die welke in het algemeen worden toegekend aan de personeelsleden van internationale organisaties;
  • f). genieten bij een internationale crisis, wat terugkeer naar hun vaderland betreft, dezelfde faciliteiten als die welke diplomatieke vertegenwoordigers worden toegekend; hun inwonende gezinsleden genieten dezelfde faciliteiten;
  • g). hebben het recht, wanneer zij voor de eerste maal hun werkzaamheden in de betrokken Staat aanvangen, hun meubelen en persoonlijke bezittingen vrij van rechten in te voeren, en hebben, wanneer zij hun functie in die Staat beëindigen, het recht hun meubelen en persoonlijke bezittingen vrij van rechten uit te voeren, met inachtneming van de voorwaarden die de Regering van de Staat op het grondgebied waarvan dit recht wordt uitgeoefend noodzakelijk acht en met uitzondering van de goederen welke in die Staat zijn aangeschaft en waarvoor aldaar een uitvoerverbod bestaat.

Artikel 15

Deskundigen genieten tijdens het uitoefenen van hun werkzaamheden voor de Organisatie of tijdens het uitvoeren van missies voor de Organisatie, alsook tijdens reizen die zij in verband daarmee maken, de volgende voorrechten en immuniteiten, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functie:

  • a). vrijstelling van rechtsvervolging met betrekking tot door hen tijdens de uitoefening van hun functie verrichte handelingen, waaronder begrepen geschreven of gesproken woorden, behoudens in geval van een door een deskundige begane verkeersovertreding, of in geval van schade veroorzaakt door een hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; ook na beëindiging van hun functie bij de Organisatie genieten de deskundigen deze immuniteit;
  • b). onschendbaarheid ten aanzien van al hun officiële papieren en documenten;
  • c). deviezenfaciliteiten die nodig zijn voor het overmaken van hun vergoedingen.

Artikel 16

1.

Onder de voorwaarden en op de wijze zoals die worden vastgesteld door de Raad van Bestuur binnen een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag, zijn de in de artikelen 13 en 14 bedoelde personen onderworpen aan een belasting ten gunste van de Organisatie op door de Organisatie betaalde salarissen en emolumenten. Van de datum waarop deze belasting ingaat af zijn deze salarissen en emolumenten vrij van nationale inkomstenbelasting. De Verdragsluitende Staten kunnen evenwel met deze salarissen en emolumenten wel rekening houden bij de berekening van de belasting die verschuldigd is over inkomsten uit andere bronnen.

2.

Het vorige lid is niet van toepassing op de pensioenen en lijfrenten die door de Organisatie worden betaald aan voormalige personeelsleden van het Europees Octrooibureau.

Artikel 17

De Raad van Bestuur bepaalt op welke categorieën personeelsleden het bepaalde in artikel 14, geheel of gedeeltelijk, en in artikel 16 van toepassing is, alsmede op welke categorieën deskundigen het bepaalde in artikel 15 van toepassing is. De namen, titels en adressen van de personeelsleden en deskundigen van die categorieën worden op gezette tijden ter kennis gebracht van de Verdragsluitende Staten.

Artikel 18

Indien de Organisatie een eigen systeem voor sociale verzekering instelt, zijn de Organisatie en de personeelsleden van het Europees Octrooibureau vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan de nationale sociale verzekeringsorganen, met inachtneming van de overeenkomsten, die zij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 25, met de Verdragsluitende Staten sluit.

Artikel 19

1.

De in dit Protocol voorziene voorrechten en immuniteiten zijn niet bedoeld om de personeelsleden van het Europees Octrooibureau of de deskundigen, die voor of in opdracht van de Organisatie werkzaam zijn tot persoonlijk voordeel te strekken. Zij beogen uitsluitend het onbelemmerd functioneren van de Organisatie onder alle omstandigheden, zomede de volledige onafhankelijkheid van de personen aan wie zij worden toegekend.

2.

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau heeft de plicht de immuniteit op te heffen, indien hij van oordeel is dat deze immuniteit aan de loop van het recht in de weg staat, en indien het mogelijk is van deze immuniteit afstand te doen zonder de belangen van de Organisatie in gevaar te brengen. De Raad van Bestuur kan op dezelfde gronden een van de aan de Voorzitter toegekende immuniteiten opheffen.

Artikel 20

1.

De Organisatie werkt voortdurend samen met de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten ter bevordering van een goede rechtsbedeling, ter verzekering van de naleving van politievoorschriften en van voorschriften met betrekking tot de volksgezondheid, de arbeidsinspectie, of andere soortgelijke nationale wetten, alsmede ter voorkoming van misbruik van de in dit Protocol bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten.

2.

De procedure te volgen bij de in het voorgaande lid genoemde samenwerking kan worden neergelegd in de in artikel 25 bedoelde aanvullende overeenkomsten.

Artikel 21

Elke Verdragsluitende Staat behoudt zich het recht voor alle voorzorgen te treffen die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.

Artikel 22

Geen enkele Verdragsluitende Staat is verplicht de in de artikelen 12, 13, 14, letters b), e) en g), en 15, letter c), bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan:

  • a). zijn eigen onderdanen;
  • b). personen die bij de aanvang van hun werkzaamheden bij de Organisatie hun vaste woonplaats in die Staat hebben en die niet behoren tot het personeel van een andere intergouvernementele organisatie dat overgaat naar de Organisatie.

Artikel 23

1.

Elke Verdragsluitende Staat kan aan een internationaal scheidsgerecht elk geschil voorleggen waarbij de Organisatie, een personeelslid of een deskundige die voor of in opdracht van de Organisatie werkzaamheden verricht betrokken is, voor zover de Organisatie, het personeelslid of de deskundige zich op een voorrecht of een immuniteit krachtens dit Protocol heeft beroepen, en deze immuniteit niet is opgeheven.

2.

Indien een Verdragsluitende Staat voornemens is een geschil ter arbitrage voor te leggen, doet hij daarvan mededeling aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur, die iedere Verdragsluitende Staat terstond van deze mededeling in kennis stelt.

3.

De procedure neergelegd in het eerste lid is niet van toepassing op geschillen tussen de Organisatie en de personeelsleden of deskundigen met betrekking tot het ambtenarenreglement of de arbeidsvoorwaarden en is evenmin van toepassing op de personeelsleden met betrekking tot het pensioenreglement.

4.

Van een uitspraak van het scheidsgerecht, die definitief en bindend is voor partijen, is geen beroep toegelaten. Zo er onenigheid bestaat ten aanzien van de betekenis of draagwijdte van de uitspraak, is het scheidsgerecht verplicht deze, op verzoek van een der partijen, toe te lichten.

Artikel 24

1.

Het in artikel 23 bedoelde scheidsgerecht bestaat uit drie leden, te weten één scheidsman die wordt benoemd door de Staat of de Staten die partij zijn bij de arbitrage, één scheidsman die door de Raad van Bestuur wordt benoemd en een derde scheidsman, die als voorzitter optreedt en door de twee anderen wordt benoemd.

2.

Deze scheidsmannen worden gekozen uit een lijst van ten hoogste zes scheidsmannen die door elke Verdragsluitende Staat worden aangewezen en zes door de Raad van Bestuur aangewezen scheidsmannen. Deze lijst wordt zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit Protocol opgesteld en vervolgens telkens voor zover nodig aangevuld.

3.

Indien binnen drie maanden, te rekenen van de datum van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde mededeling, een der partijen niet is overgegaan tot de benoeming bedoeld in het eerste lid, wordt, op verzoek van de andere partij, de scheidsman door de President van het Internationale Gerechtshof gekozen uit de personen die op genoemde lijst voorkomen. Dit gebeurt eveneens, zo een der partijen daarom verzoekt, indien binnen één maand na het tijdstip van benoeming van de tweede scheidsman, de eerste twee scheidsmannen geen overeenstemming kunnen bereiken over de aanwijzing van de derde scheidsman. Indien evenwel in beide gevallen de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof verhinderd is of indien hij onderdaan is van een van de Staten die partij zijn bij het geschil, worden de bovenbedoelde benoemingen gedaan door de onder-Voorzitter van het Internationale Hof, tenzij ook deze onderdaan is van een van de Staten die partij zijn bij het geschil; in dat geval dienen de benoemingen te geschieden door het lid van het Internationale Hof dat zelf geen onderdaan is van een van de Staten die partij zijn bij het geschil en die is gekozen door de Voorzitter of door de onder-Voorzitter. Een onderdaan van de verzoekende Staat mag niet worden gekozen om op te treden als de scheidsman die door de Raad van Bestuur moest worden benoemd, zomin als een op de lijst voorkomende en door de Raad van Bestuur aangewezen persoon mag worden gekozen om op te treden als de scheidsman die door de verzoekende Staat moest worden benoemd. Ook mag geen tot een dezer categorieën behorende persoon worden gekozen als voorzitter van het scheidsgerecht.

4.

Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.

Artikel 25

De Organisatie kan, bij besluit van de Raad van Bestuur, met een of meer Verdragsluitende Staten aanvullende overeenkomsten aangaan ten einde uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Protocol met betrekking tot die Staat of die Staten, alsmede andere regelingen treffen ter waarborging van een goede functionering van de Organisatie en ter beveiliging van haar belangen.

Artikel 1. Algemene beginselen

Artikel 69 mag niet worden uitgelegd als zou de beschermingsomvang van het Europees octrooi strikt worden bepaald door de letterlijke tekst van de conclusies en als zouden de beschrijving en de tekeningen slechts mogen dienen om de onduidelijkheden, die in de conclusies zouden kunnen voorkomen, op te heffen. Artikel 69 mag evenmin worden uitgelegd als zouden de conclusies alleen als richtlijn dienen en als zou de beschermingsomvang zich ook uitstrekken tot hetgeen de octrooihouder, naar het oordeel van de vakman die de beschrijving en de tekeningen bestudeert, heeft willen beschermen. De uitleg dient daarentegen tussen deze twee uitersten het midden te houden, waarbij zowel een billijke bescherming aan de octrooihouder als een redelijke mate van rechtszekerheid aan derden wordt geboden.

Artikel 2. Equivalenten

Bij het vaststellen van de beschermingsomvang van het Europees octrooi dient op passende wijze rekening te worden gehouden met elk element dat gelijkwaardig is aan een in de conclusies omschreven element.

IN WITNESS WHEREOF, the Plenipotentiaries authorised thereto, having presented their Full Powers, found to be in good and due form, have signed this Convention.

DONE at Munich this fifth day of October one thousand nine hundred and seventy-three

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)