Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
100 versions
· 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
Wijzigingen op 2022-07-07
@@ -1154,7 +1154,7 @@
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1](onbekend) Vc.
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
@@ -1164,7274 +1164,7334 @@
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 4.1.3. Bijzonderheden
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
### 5. Niet in behandeling nemen
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 3. Vertrekmoratorium
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ad 1
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Ad 2
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 8. Buiten behandeling stellen
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Ad 5
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 8. Buiten behandeling stellen
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### C4. Tijdelijke bescherming
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### C3. Moratoria
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.1. Algemeen
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
### 10.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### C4. Tijdelijke bescherming
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 2. Tijdelijke bescherming
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
### C4. Tijdelijke bescherming
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND besluit dat de grond voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gewijzigd moet worden, dan verzoekt de IND de vreemdeling om een verlengingsaanvraag te doen, zodat de grondslag per datum verlengingsaanvraag gewijzigd kan worden in het informatiesysteem van de IND.
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1. Algemeen
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND slechts een ex tunc toets, als:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In alle overige gevallen verricht de IND geen ex tunc toets. Dit geldt voor verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
### 10.2.2. 1F
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1. Algemeen
### 1. Inleiding
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.6.4. Overgangsrecht
### 10.6.4. Overgangsrecht
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### C3. Moratoria
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 1. Inleiding
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
### 2. Besluitmoratorium
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 3.7. Vertrekmoratorium
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.3. Overgangsrecht
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 4.1. Besluitmoratorium
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.5. Verblijfsdocument
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Overgangsrecht
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 4.1. Algemeen
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.2.1. Algemeen
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### C7. Landgebonden beleid
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 2.8. Bijzonderheden
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 3.1. Besluitmoratorium
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 7.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.1. Besluitmoratorium
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.5. Bescherming
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ad b en c.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 9.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
### 9.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.7. Vertrekmoratorium
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 13.5. Bescherming
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 13.5. Bescherming
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.5. Bescherming
### 14.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 14.8. Bijzonderheden
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
De IND merkt voor Irak de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.5. Bescherming
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Irak geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Ad 3
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 2. Besluitmoratorium
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 1. Inleiding
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 10.4.1. Algemeen
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 3.5. Bescherming
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Ad 4
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol kan spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 1. Inleiding
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### C3. Moratoria
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 11. Rechtsmiddelen
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND slechts een ex tunc toets, als:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C3. Moratoria
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C3. Moratoria
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 1. Inleiding
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.1. Indiening aanvraag
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
### 4.1. Algemeen
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.3.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
De IND:
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 3.1. Besluitmoratorium
### 2.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8.5. Bescherming
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 9.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de volgende categorie neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.8. Bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.5. Bescherming
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 13.4.5. Illegale en legale uitreis
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Irak de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Als de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, dan nodigt de IND de vreemdeling opnieuw uit voor een intrekkingsgehoor. De IND merkt de volgende omstandigheden in beginsel niet aan als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
### 4.3. Documenten
Onder gestelde gebeurtenissen worden ook de ‘veronderstellingen’ van de vreemdeling verstaan. Onder ‘veronderstellingen’ verstaat de IND aannames van de vreemdeling die deel uitmaken van de door hem gestelde gebeurtenissen in het verleden.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer zal overkomen, betrekt de IND de volgende aspecten:
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als meerderjarigheid niet kan worden aangetoond, houdt de IND de door de vreemdeling opgegeven geboortedatum aan. De IND kan tussen 12 en 24 maanden na de datum waarop het leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden opnieuw een leeftijdsonderzoek laten verrichten. In het kader van een herhaald leeftijdsonderzoek laat de IND onderzoeken of aangetoond kan worden dat de vreemdeling op de datum van indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd meerder- of minderjarig was.
Als uit het leeftijdsonderzoek blijkt dat de vreemdeling minstens 20 jaar oud is, kent de IND de vreemdeling op basis van het onderzoeksresultaat een geboortedatum toe als:
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
Als wel sprake is van nieuwe elementen en bevindingen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Maken de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming niet aanzienlijk groter, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen nieuwe elementen of bevindingen die de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken vormen. Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe elementen en bevindingen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken.
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
### 3.1. Algemeen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F van het Vluchtelingenverdrag, verder de ‘uitsluitingsgronden’. De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de staatloze Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat valt van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA).
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze vreemdeling wordt aangeduid als ‘refugié sur place’.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND verleent met inachtneming van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als sprake is van ten minste één van de volgende situaties:
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Bij de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
### 4. Nationale bescherming
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
In beide uitzonderingssituaties constateert de IND dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst mogelijk is.
### 4. Nationale bescherming
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND neemt aan dat het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM (zie paragraaf B7/3.8.1 Vc).
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, betrekt de IND:
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 4.1.4. Procedurele regels
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7.2. Veilig land van herkomst
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 8. Buiten behandeling stellen
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 10.1. Inleiding
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.4.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 1. Inleiding
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 3.1. Besluitmoratorium
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 1. Inleiding
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### 3.1. Besluitmoratorium
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Inleiding
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De Nederlandse ambassade:
### 2.1. Besluitmoratorium
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.7. Vertrekmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.5. Bescherming
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 2.8. Bijzonderheden
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 9.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.5. Bescherming
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.1. Besluitmoratorium
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 7.8. Bijzonderheden
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 16.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.8. Bijzonderheden
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Geen bijzonderheden.
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
De vreemdeling geeft in persoon bij de ambtenaar belast met de grensbewaking te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in [artikel 3.107b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107b).
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, terwijl de aanvraag niet binnen de termijn zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid, Vw kan worden afgedaan, stelt de bevoegde ambtenaar van de IND of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, zijnde de hulpofficier van justitie, de vreemdeling aansluitend in bewaring op grond van artikel 59b, Vw. Hiervan is in ieder geval sprake indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd mogelijk met toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag kan worden afgewezen (zie [paragraaf A5/6.3](onbekend) Vc).
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De IND maakt de beschikking bekend door uitreiking aan de vreemdeling of door toezending aan gemachtigde (zie artikel 3.109c, twaalfde lid, Vb).
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 3.109ca, vierde lid Vb de dag na het gehoor dan wel gelijktijdig met zijn zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
De in paragraaf C1/2.3 Vc opgenomen beleidsregels (Verlenging van de algemene asielprocedure voorafgaand aan de start van het onderzoek) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag binnen de in artikel 59b, tweede lid, Vw genoemde termijn moet worden afgedaan.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND neemt bij een alleenstaande minderjarige vreemdeling vanaf zes jaar een nader gehoor af. Dit gebeurt zo veel mogelijk in aanwezigheid van de voogd.
De IND hoort alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een nader gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Als de vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit en de aanvraag niet in de algemene asielprocedure wordt behandeld, overhandigt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen aan de vreemdeling. De reactietermijn op het rapport van nader gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen, te weten twee weken. Paragraaf C1/2.10 Vc is van toepassing op een verzoek om uitstel voor het indienen van een reactie op het rapport van nader gehoor.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 10.5. Bescherming
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.8. Bijzonderheden
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
### C7. Landgebonden beleid
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 7.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
De IND biedt nader onderzoek aan als
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 10. Intrekking en verlenging de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 1. Inleiding
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 4.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
## Bijlage
Vervallen
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
De IND legt echter geen terugkeerbesluit op, op het moment dat de IND uitstel van vertrek verleent op grond van de medische situatie. In dat geval legt de IND pas een terugkeerbesluit op, op het moment dat:
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND kan besluiten de eerdere processtappen van de algemene asielprocedure opnieuw uit te voeren, als de vreemdeling zijn verklaringen op essentiële onderdelen wijzigt of aanvult.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
## Bijlage
Vervallen
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108c) zo snel mogelijk in nadat hij op de in [artikel 3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108) voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM/KMar de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.5. Bescherming
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
### 20.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige onderwerpen is het algemeen geldende beleid van toepassing, als opgenomen in de hoofdstukken C1 Vc tot en met C6 Vc.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor de overige onderwerpen is het algemeen geldende beleid van toepassing, als opgenomen in de hoofdstukken C1 Vc tot en met C6 Vc.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
### 21.1. Bescherming
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22.1. Besluitmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.5. Bescherming
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
In Kameroen is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 21.1. Bescherming
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 21.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 18.8. Bijzonderheden
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 21.1. Bescherming
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Indien de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.5. Bescherming
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.4. Procedurele regels
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.1. Algemeen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.1.2. Zienswijze
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 3. Vertrekmoratorium
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Ad 4
### 8. Buiten behandeling stellen
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol kan spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 2. Besluitmoratorium
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 8. Buiten behandeling stellen
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### C4. Tijdelijke bescherming
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### C3. Moratoria
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### C3. Moratoria
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10.1. Algemeen
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
### C3. Moratoria
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 2. Besluitmoratorium
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
### C4. Tijdelijke bescherming
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de IND besluit dat de grond voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gewijzigd moet worden, dan verzoekt de IND de vreemdeling om een verlengingsaanvraag te doen, zodat de grondslag per datum verlengingsaanvraag gewijzigd kan worden in het informatiesysteem van de IND.
### 10.1.4. De ex nunc toets
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND legt echter geen terugkeerbesluit op, op het moment dat de IND uitstel van vertrek verleent op grond van de medische situatie. In dat geval legt de IND pas een terugkeerbesluit op, op het moment dat:
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND slechts een ex tunc toets, als:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toetst verstaan wordt.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.2.2. 1F
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 1. Inleiding
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 1. Inleiding
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 1. Inleiding
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen ex tunc toets als de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel is komen te vervallen, omdat de vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst.
### 10.4.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND niet toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### 2.5. Bescherming
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 2.1. Besluitmoratorium
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.6.4. Overgangsrecht
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### C3. Moratoria
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 1. Inleiding
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 1. Inleiding
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 3.7. Vertrekmoratorium
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 2.5. Verblijfsdocument
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 2.3. Overgangsrecht
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 4.1. Besluitmoratorium
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.5. Verblijfsdocument
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4.1. Algemeen
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 4.1. Algemeen
### 4.1.4. De ex nunc toets
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
### 4.1.3. De ex tunc toets
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.2.1. Algemeen
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De Nederlandse ambassade:
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND:
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### C7. Landgebonden beleid
De Nederlandse ambassade:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2.1. Besluitmoratorium
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.5. Bescherming
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
## Bijlage
Vervallen
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
## Bijlage
Vervallen
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
De aanwijzing van veilig land van herkomst is opgeschort.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 25.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
### 26.8. Bijzonderheden
De aanwijzing van veilig land van herkomst is opgeschort.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 26.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
## Bijlage
Vervallen
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.5. Individuele kenmerken
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 28.8. Bijzonderheden
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Ambtshalve toets
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.5. Individuele kenmerken
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5. Bescherming
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 8.1. Besluitmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van december 2021 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.4.4. Tamils
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 30.4.4. Tamils
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 30.5. Bescherming
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.1. Besluitmoratorium
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 3. Internationale bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.5. Bescherming
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.4.5. Individuele kenmerken
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 30.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.1. Besluitmoratorium
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 32.5. Bescherming
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 33.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 33.5. Bescherming
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 33.7. Vertrekmoratorium
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
### 33.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 2.8. Bijzonderheden
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.5. Bescherming
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 31.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 33.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 33.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 34.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 32.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 33.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 35.1. Besluitmoratorium
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
Geen bijzonderheden.
### 35.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 35.5. Bescherming
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
## Bijlage
Vervallen
### 30.4.5. Individuele kenmerken
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.8. Bijzonderheden
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 31.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 34.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 33.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8.5. Bescherming
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 12.5. Bescherming
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.5. Bescherming
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.7. Vertrekmoratorium
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 9.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 10.7. Vertrekmoratorium
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 13.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 13.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 13.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.7. Vertrekmoratorium
### 13.5. Bescherming
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.5. Bescherming
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.5. Bescherming
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 14.8. Bijzonderheden
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5. Bescherming
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
Geen bijzonderheden.
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Irak geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.8. Bijzonderheden
Voor Irak geldt in zijn algemeenheid dat:
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.5. Bescherming
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 17.5. Bescherming
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Ad 1
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Ad 5
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 1. Inleiding
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 2. Besluitmoratorium
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de IND besluit dat de grond voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gewijzigd moet worden, dan verzoekt de IND de vreemdeling om een verlengingsaanvraag te doen, zodat de grondslag per datum verlengingsaanvraag gewijzigd kan worden in het informatiesysteem van de IND.
### 10.1.4. De ex nunc toets
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toetst verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND slechts een ex tunc toets, als:
### 10.2.2. 1F
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 10.4.1. Algemeen
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.1. Algemeen
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 3.5. Bescherming
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Ad 2
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 1. Inleiding
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### C3. Moratoria
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 11. Rechtsmiddelen
In alle overige gevallen verricht de IND geen ex tunc toets. Dit geldt voor verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.2.1. Algemeen
In alle overige gevallen verricht de IND geen ex tunc toets. Dit geldt voor verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 10.3.1. Algemeen
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### C3. Moratoria
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
### 4.1. Algemeen
Overgangsrecht
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 4.2.1. Algemeen
### 4.2.1. Algemeen
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 4.3.1. Algemeen
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND:
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 3.1. Besluitmoratorium
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 7.7. Vertrekmoratorium
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
Ad b en c.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.1. Besluitmoratorium
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Ad b en c.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ad b en c.
### 9.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.5. Bescherming
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Irak de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 16.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Als de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, dan nodigt de IND de vreemdeling opnieuw uit voor een intrekkingsgehoor. De IND merkt de volgende omstandigheden in beginsel niet aan als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
### 4.3. Documenten
Onder gestelde gebeurtenissen worden ook de ‘veronderstellingen’ van de vreemdeling verstaan. Onder ‘veronderstellingen’ verstaat de IND aannames van de vreemdeling die deel uitmaken van de door hem gestelde gebeurtenissen in het verleden.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer zal overkomen, betrekt de IND de volgende aspecten:
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als meerderjarigheid niet kan worden aangetoond, houdt de IND de door de vreemdeling opgegeven geboortedatum aan. De IND kan tussen 12 en 24 maanden na de datum waarop het leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden opnieuw een leeftijdsonderzoek laten verrichten. In het kader van een herhaald leeftijdsonderzoek laat de IND onderzoeken of aangetoond kan worden dat de vreemdeling op de datum van indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd meerder- of minderjarig was.
Als uit het leeftijdsonderzoek blijkt dat de vreemdeling minstens 20 jaar oud is, kent de IND de vreemdeling op basis van het onderzoeksresultaat een geboortedatum toe als:
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
Als wel sprake is van nieuwe elementen en bevindingen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Maken de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming niet aanzienlijk groter, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen nieuwe elementen of bevindingen die de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken vormen. Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe elementen en bevindingen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken.
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
### 3.1. Algemeen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F van het Vluchtelingenverdrag, verder de ‘uitsluitingsgronden’. De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de staatloze Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat valt van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA).
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze vreemdeling wordt aangeduid als ‘refugié sur place’.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND verleent met inachtneming van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als sprake is van ten minste één van de volgende situaties:
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Bij de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
### 4. Nationale bescherming
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
In beide uitzonderingssituaties constateert de IND dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst mogelijk is.
### 4. Nationale bescherming
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND neemt aan dat het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM (zie paragraaf B7/3.8.1 Vc).
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, betrekt de IND:
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ad 3
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 10.1. Inleiding
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.3.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 1. Inleiding
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.6.1. Algemeen
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 1. Inleiding
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 3.1. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 2.5. Bescherming
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 1. Inleiding
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### 2. Tijdelijke bescherming
### 3.1. Besluitmoratorium
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Geen bijzonderheden.
### 1. Inleiding
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND:
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### C7. Landgebonden beleid
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 9.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 9.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 9.5. Bescherming
### 9.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.5. Bescherming
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 12.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.7. Vertrekmoratorium
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Irak de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.5. Bescherming
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.8. Bijzonderheden
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor de overige onderwerpen is het algemeen geldende beleid van toepassing, als opgenomen in de hoofdstukken C1 Vc tot en met C6 Vc.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 19.2. Terugkeer naar Libanon
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 21.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
In Kameroen is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
De vreemdeling geeft in persoon bij de ambtenaar belast met de grensbewaking te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in [artikel 3.107b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107b).
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, terwijl de aanvraag niet binnen de termijn zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid, Vw kan worden afgedaan, stelt de bevoegde ambtenaar van de IND of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, zijnde de hulpofficier van justitie, de vreemdeling aansluitend in bewaring op grond van artikel 59b, Vw. Hiervan is in ieder geval sprake indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd mogelijk met toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag kan worden afgewezen (zie [paragraaf A5/6.3](onbekend) Vc).
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De IND maakt de beschikking bekend door uitreiking aan de vreemdeling of door toezending aan gemachtigde (zie artikel 3.109c, twaalfde lid, Vb).
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 3.109ca, vierde lid Vb de dag na het gehoor dan wel gelijktijdig met zijn zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
De in paragraaf C1/2.3 Vc opgenomen beleidsregels (Verlenging van de algemene asielprocedure voorafgaand aan de start van het onderzoek) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag binnen de in artikel 59b, tweede lid, Vw genoemde termijn moet worden afgedaan.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND neemt bij een alleenstaande minderjarige vreemdeling vanaf zes jaar een nader gehoor af. Dit gebeurt zo veel mogelijk in aanwezigheid van de voogd.
De IND hoort alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een nader gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Als de vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit en de aanvraag niet in de algemene asielprocedure wordt behandeld, overhandigt de IND het rapport van nader gehoor tegelijkertijd met het voornemen aan de vreemdeling. De reactietermijn op het rapport van nader gehoor is dan gelijk aan de reactietermijn op het voornemen, te weten twee weken. Paragraaf C1/2.10 Vc is van toepassing op een verzoek om uitstel voor het indienen van een reactie op het rapport van nader gehoor.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.8. Bijzonderheden
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### C7. Landgebonden beleid
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 7.1. Besluitmoratorium
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 7.7. Vertrekmoratorium
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 10. Intrekking en verlenging de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C3. Moratoria
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
## Bijlage
Vervallen
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.3. Veilig derde land
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.3. Veilig derde land
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
Vervallen
De IND kan besluiten de eerdere processtappen van de algemene asielprocedure opnieuw uit te voeren, als de vreemdeling zijn verklaringen op essentiële onderdelen wijzigt of aanvult.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
## Bijlage
Vervallen
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108c) zo snel mogelijk in nadat hij op de in [artikel 3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108) voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM/KMar de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
### 20.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.2. Terugkeer naar Libanon
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 20.5. Bescherming
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
In Kameroen is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 21.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige onderwerpen is het algemeen geldende beleid van toepassing, als opgenomen in de hoofdstukken C1 Vc tot en met C6 Vc.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 18.5. Bescherming
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Indien de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 21.5. Bescherming
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Indien de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.1. Bescherming
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Bescherming
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.5. Bescherming
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.1. Besluitmoratorium
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.4. Procedurele regels
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.1. Algemeen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 24.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.1.2. Zienswijze
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 25.5. Bescherming
De aanwijzing van veilig land van herkomst is opgeschort.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 25.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 25.7. Vertrekmoratorium
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 26.8. Bijzonderheden
De aanwijzing van veilig land van herkomst is opgeschort.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van asielzoekers met de Oekraïense nationaliteit is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
## Bijlage
Vervallen
### 26.8. Bijzonderheden
De aanwijzing van veilig land van herkomst is opgeschort.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 27.5. Bescherming
### 27.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
### 28.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.5. Individuele kenmerken
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 28.8. Bijzonderheden
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Ambtshalve toets
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 29.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 29.7. Vertrekmoratorium
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.5. Individuele kenmerken
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5. Bescherming
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van december 2021 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 29.4.5. Individuele kenmerken
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van december 2021 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.4.4. Tamils
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 30.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.4. Tamils
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.1. Besluitmoratorium
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 3. Internationale bescherming
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.5. Individuele kenmerken
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
### 30.5. Bescherming
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.1. Besluitmoratorium
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 31.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 32.5. Bescherming
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 32.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 33.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 33.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 33.7. Vertrekmoratorium
### 33.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 34.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 31.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 31.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 33.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 33.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 33.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 34.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die politieke activiteiten hebben verricht tegen de Sudanese autoriteiten (ongeacht of deze activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging) is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.1. Besluitmoratorium
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 32.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 33.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
Geen bijzonderheden.
### 34.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 34.7. Vertrekmoratorium
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 35.1. Besluitmoratorium
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 30.5. Bescherming
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.8. Bijzonderheden
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.3. LHBT’s
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.4.4. Tamils
### 33.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 33.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version
Tekst op deze datum