Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

100 versions · 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más

Wijzigingen op 2022-01-01

@@ -68,7 +68,7 @@
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de asielprocedure nog langer nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als de IND geen processtappen meer voorziet waarvoor de aanwezigheid van de vreemdeling noodzakelijk is.
De IND vraagt aan elke vreemdeling van 12 jaar en ouder om bij zijn asielaanvraag de antecedentenverklaring (conform [bijlage 12 VV 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=12)) in te vullen en te ondertekenen. De vreemdeling verklaart daarin onder meer of hij voor een strafbaar feit is veroordeeld en of hij op het moment van zijn aanvraag niet aan een strafvervolging is onderworpen. Daarnaast dient de vreemdeling te verklaren zich niet schuldig te hebben gemaakt aan gedragingen zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, en dat er in een andere Europese lidstaat nooit een inreisverbod aan hem is opgelegd. Als de vreemdeling deze vragen niet wil beantwoorden, zal de IND hier gevolgen aan verbinden. Hier zal de vreemdeling dan onder meer uitvoerig over bevraagd worden. Als blijkt dat de vreemdeling de verklaring feitelijk onjuist heeft ingevuld, doordat hij bijvoorbeeld ooit is veroordeeld, of schuldig is aan gedragingen zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, terwijl hij daar op de antecedentenverklaring geen melding van heeft gemaakt, dan staat vast dat hij deze verklaring onjuist heeft ingevuld en daarmee onjuiste gegevens heeft verstrekt (zie ook C1/4.2 Vc inzake het verstrekken van onjuiste gegevens).
De IND vraagt aan elke vreemdeling van 12 jaar en ouder om bij zijn asielaanvraag de antecedentenverklaring (conform [bijlage 12 VV 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=12)) in te vullen en te ondertekenen. De vreemdeling verklaart daarin onder meer of hij voor een strafbaar feit is veroordeeld en of hij op het moment van zijn aanvraag niet aan een strafvervolging is onderworpen. Daarnaast dient de vreemdeling te verklaren zich niet schuldig te hebben gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, en dat er in een andere Europese lidstaat nooit een inreisverbod aan hem is opgelegd. Als de vreemdeling deze vragen niet wil beantwoorden, zal de IND hier gevolgen aan verbinden. Hier zal de vreemdeling dan onder meer uitvoerig over bevraagd worden. Als blijkt dat de vreemdeling de verklaring feitelijk onjuist heeft ingevuld, doordat hij bijvoorbeeld ooit is veroordeeld, of schuldig is aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, terwijl hij daar op de antecedentenverklaring geen melding van heeft gemaakt, dan staat vast dat hij deze verklaring onjuist heeft ingevuld en daarmee onjuiste gegevens heeft verstrekt (zie ook C1/4.2 Vc inzake het verstrekken van onjuiste gegevens).
Na indiening van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd start de IND conform artikel 20, eerste lid van Verordening (EU) 604/2013 met het onderzoek welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die aanvraag.
@@ -122,7 +122,7 @@
Het betreft vreemdelingen die bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste informatie of valse dan wel vervalste documenten met betrekking tot hun identiteit, nationaliteit, herkomst of etniciteit hebben verstrekt. Ook betreft het vreemdelingen die informatie of documenten hebben achtergehouden of vernietigd welke informatie of documenten een negatieve invloed op de beslissing op de aanvraag zouden hebben gehad.
De grensprocedure en last minute aanvragen kennen afwijkende regels, die beschreven worden in de paragrafen C1/2.5 en C1/2.9 Vc.
De grensprocedure en lastminuteaanvragen kennen afwijkende regels, die beschreven worden in de paragrafen C1/2.5 en C1/2.9 Vc.
De IND biedt een alleenstaande minderjarige vreemdeling uitsluitend een leeftijdsonderzoek als bedoeld in [artikel 3.109d, tweede lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109d) aan als:
@@ -368,11 +368,11 @@
De vreemdeling die een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen, dient daarvoor, behoudens de in artikel 3.50 VV genoemde gevallen, gebruik te maken van het [model M35-O](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). De vreemdeling geeft op het model M35-O aan op grond van welke nieuwe feiten en omstandigheden hij een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen, onderbouwt dit en voegt bewijsmiddelen als bijlage bij. Indien het model M35-O niet of niet volledig is ingevuld, of als informatie ontbreekt die relevant is voor de beslissing op de aanvraag, handelt de IND overeenkomstig de in paragraaf C2/8 Vc beschreven werkwijze.
Als de IND de bijlage met bewijsmiddelen heeft ontvangen, verstrekt de IND aan de vreemdeling een bewijs van ontvangst, waarin staat beschreven welke bewijsmiddelen de IND heeft ontvangen. Voor wat betreft de teruggave van bewijsmiddelen door de IND zijn de beleidsregels in paragraaf C1/2.2 Vc onder het kopje ‘Onderzoek in de rust- en voorbereidingstermijn’ van overeenkomstige toepassing.
Als de IND de bijlage met bewijsmiddelen heeft ontvangen, verstrekt de IND aan de vreemdeling een bewijs van ontvangst, waarin staat beschreven welke bewijsmiddelen de IND heeft ontvangen. Voor wat betreft de teruggave van bewijsmiddelen door de IND zijn de beleidsregels in paragraaf C1/2.2 Vc onder het kopje **‘Onderzoek in de rust- en voorbereidingstermijn’** van overeenkomstige toepassing.
De IND start na ontvangst van het volledig ingevulde en complete model M35-O op basis van de daarmee verstrekte informatie en bewijsmiddelen met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag na ontvangst van het model M35-O een onderzoek starten. Paragraaf C1/2.1 Vc onder ‘Onderzoek in de aanmeldfase’ is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag na ontvangst van het model M35-O een onderzoek starten. Paragraaf C1/2.1 Vc onder **‘Onderzoek in de aanmeldfase’** is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
De IND beslist na ontvangst van een volledige aanvraag en, indien nodig, na overleg met de Raad voor Rechtsbijstand en het COA op welke datum de ééndagstoets asiel van de vreemdeling start. De ééndagstoets asiel vangt aan met het gehoor als bedoeld in artikel 3.118b, tweede lid, aanhef en onder a, Vb, tenzij de IND de kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen die nodig is voor het kunnen nemen van de beschikking, kan vergaren zonder gehoor. In de gevallen waarin de IND afziet van het houden van een gehoor, vangt de ééndagstoets asiel aan met het voornemen als bedoeld in artikel 3.118b, tweede lid, aanhef en onder c, Vb. De IND kan onder meer besluiten om af te zien van een gehoor in de situatie dat de vreemdeling:
@@ -382,7 +382,7 @@
Als de vreemdeling zonder voorafgaande mededeling niet verschijnt voor het gehoor als bedoeld in artikel 3.118b, tweede lid, aanhef en onder a, Vb wordt gehandeld overeenkomstig [artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c) en paragraaf C2/8 Vc.
Voor de termijnen in de ééndagstoets asiel zijn de beleidsregels in C1/2.3 Vc onder Termijnen in de algemene asielprocedure van overeenkomstige toepassing.
Voor de termijnen in de ééndagstoets asiel zijn de beleidsregels in C1/2.3 Vc onder **Termijnen in de algemene asielprocedure** van overeenkomstige toepassing.
De IND behandelt de tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de procedure als beschreven in artikel 3.118b, zesde lid, Vb, of in de Dublinprocedure als het voornemen tot afwijzing niet volgens artikel 3.118b, tweede lid, aanhef en onder onder c, Vb, op de eerste dag aan de vreemdeling is toegezonden of uitgereikt.
@@ -396,9 +396,9 @@
De IND zendt het voornemen en de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling. Indien bij de IND geen gemachtigde bekend is en de vreemdeling aanwezig is op het aanmeldcentrum reikt de IND het voornemen en de beschikking in persoon uit aan de vreemdeling. Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is en de vreemdeling is niet aanwezig op het aanmeldcentrum dan is de laatste alinea van paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘De beschikking in de algemene asielprocedure’ van overeenkomstige toepassing.
Als de vreemdeling aangeeft een opvolgende aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen, pas nadat er concrete handelingen zijn verricht in het kader van het effectueren van zijn vertrek, zoals dat hij door de DT&V is geïnformeerd over de datum van de vlucht ten fine van zijn verwijdering (zie artikel 3.50 VV), merkt de IND deze aanvraag aan als een last minuteaanvraag.
Zodra de vreemdeling aangeeft een last minuteaanvraag te willen indienen, beoordeelt de IND of het mogelijk is deze aanvraag vóór de geplande uitzetting of overdracht te behandelen binnen de termijnen van de algemene asielprocedure, de ééndagstoets asiel of de Dublinprocedure. De IND betrekt bij die beoordeling mede de tijd die nodig is om de vreemdeling over te kunnen brengen naar Aanmeldcentrum Schiphol.
Als de vreemdeling aangeeft een opvolgende aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te willen dienen, pas nadat er concrete handelingen zijn verricht in het kader van het effectueren van zijn vertrek, zoals dat hij door de DT&V is geïnformeerd over de datum van de vlucht ten fine van zijn verwijdering (zie [artikel 3.50 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.50)), merkt de IND deze aanvraag aan als een lastminuteaanvraag.
Zodra de vreemdeling aangeeft een lastminuteaanvraag te willen indienen, beoordeelt de IND of het mogelijk is deze aanvraag vóór de geplande uitzetting of overdracht te behandelen binnen de termijnen van de algemene asielprocedure, de ééndagstoets asiel of de Dublinprocedure. De IND betrekt bij die beoordeling mede de tijd die nodig is om de vreemdeling over te kunnen brengen naar Aanmeldcentrum Schiphol.
Als het niet mogelijk is om de opvolgende aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te behandelen vóór de geplande uitzetting of overdracht, dan beoordeelt de IND eerst of het indienen van die aanvraag tot gevolg heeft dat de uitzetting of overdracht volgens [artikel 3.1 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) achterwege blijft, of dat de uitzetting of overdracht op grond een van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, tweede lid, Vb doorgang kan vinden.
@@ -1052,6390 +1052,6432 @@
### 6. Niet-ontvankelijk
De houder van een verblijfsvergunning asiel, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De termijn van drie maanden, zoals die in artikel 29 tweede lid, Vw wordt genoemd, is veiliggesteld als:
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
De referent in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband nadien niet is verbroken. In deze paragraaf zijn de beleidsregels die toezien op de feitelijke gezinsband per gezinslid neergelegd.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie paragraaf B7/3.8.1 Vc, als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
Indien de vreemdeling en de referent de gestelde gezinssituatie niet aannemelijk maken, neemt de IND geen gezinsleven aan.
Als referent kan ingevolge artikel 29, tweede lid, onder c, Vw de vreemdeling optreden die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086).
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Dat de volwassene ook in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor de amv kan bijvoorbeeld blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf. Dit kan bijvoorbeeld blijken, als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Het komt ook voor dat een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten. In dat geval behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd.
Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie als een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw, geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis indien er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit artikel 29 tweede lid Vw voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND biedt nader onderzoek aan als
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 7.2. Veilig land van herkomst
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Ad 4
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Ad 5
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 3. Vertrekmoratorium
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 2. Besluitmoratorium
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### C3. Moratoria
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### C3. Moratoria
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### C3. Moratoria
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 2. Besluitmoratorium
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Besluitmoratorium
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C4. Tijdelijke bescherming
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2. Tijdelijke bescherming
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Besluitmoratorium
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 11. Rechtsmiddelen
### C3. Moratoria
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### 2. Besluitmoratorium
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 2. Besluitmoratorium
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 1. Inleiding
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 2. Tijdelijke bescherming
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 1. Inleiding
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 1. Inleiding
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 1. Inleiding
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C7. Landgebonden beleid
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.1. Besluitmoratorium
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C7. Landgebonden beleid
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 1. Inleiding
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
### 3.1. Besluitmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7.7. Vertrekmoratorium
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5. Bescherming
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 13.1. Besluitmoratorium
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.5. Bescherming
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Geen bijzonderheden.
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.7. Vertrekmoratorium
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 14.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Bescherming
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.2. Terugkeer naar Libanon
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor personen behorend tot de bovengenoemde in paragraaf 17.4.3 genoemde kwetsbare minderheidsgroep en de in paragraaf 17.3.2 genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 8. Buiten behandeling stellen
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Ad 1
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 1. Inleiding
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 2. Besluitmoratorium
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
### 1. Inleiding
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### C3. Moratoria
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 1. Inleiding
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3. Vertrekmoratorium
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### C7. Landgebonden beleid
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
Overgangsrecht
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### C7. Landgebonden beleid
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De Nederlandse ambassade:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Ad 2
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 1. Inleiding
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### C3. Moratoria
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
### 11. Rechtsmiddelen
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### C3. Moratoria
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 3. Vertrekmoratorium
### C3. Moratoria
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De Nederlandse ambassade:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 4.5. Bescherming
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 6.1. Besluitmoratorium
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 7.5. Bescherming
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.5. Bescherming
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.7. Vertrekmoratorium
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorie aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 14.4.4. Alleenstaande vrouwen
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 15.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.8. Bijzonderheden
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 19.5. Bescherming
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
Gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling zijn in ieder geval:
### 4.3. Documenten
De IND beoordeelt of de vermoedens van de vreemdeling over wat er met hem zal gebeuren als hij terugkeert naar zijn land van herkomst, aannemelijk zijn.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer zal overkomen, betrekt de IND de volgende aspecten:
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ook al is strikt genomen geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
In weerwil van het gestelde onder a tot en met d, wordt de aanvraag als niet-ontvankelijk afgewezen, indien op voorhand vaststaat dat hetgeen de vreemdeling aanvoert niet kan afdoen aan het in de voorgaande procedure genomen besluit.
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
[Artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) bevat de gronden, waarop de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan verlenen. De IND toetst de toepasselijkheid van deze gronden in de volgorde waarin deze gronden in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) voorkomen.
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst. De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als geen enkel land de vreemdeling als onderdaan erkent, merkt de IND de vreemdeling aan als staatloze vreemdeling.
### 3.1. Algemeen
### 3.1. Algemeen
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de kwalificatierichtlijn. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hieronder gesteld is ten aanzien van godsdienst, seksuele gerichtheid en politieke overtuiging.
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere ‘ondergrens’. De ondergrens houdt in het feitelijk uiten van de eigen geaardheid en relaties aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. De IND verwacht in die uiting geen terughoudendheid. De IND beoordeelt vervolgens of de uiting conform de ondergrens tot vervolging zou leiden.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel en op basis van het toepasselijke asielbeleid, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR op individuele gronden is erkend als Verdragsvluchteling.
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
Er is sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3EVRM (en artikel 15c van de [richtlijn 2011/95](32011L0095)/EU) indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade (in de woorden van het EHRM: most extreme cases of general violence). De Minister is bevoegd een situatie in een land van herkomst aan te merken als uitzonderlijke situatie.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c).
### 4. Nationale bescherming
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4. Nationale bescherming
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, Vw, als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Als sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin, tenzij het kind zelfstandig woont en in eigen levensonderhoud voorziet.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6. Niet-ontvankelijk
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol kan spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.1. Inleiding
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 11. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
### 11. Rechtsmiddelen
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C4. Tijdelijke bescherming
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 2.1. Besluitmoratorium
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 2.8. Bijzonderheden
### 3.1. Besluitmoratorium
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Ad b en c.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ad b en c.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ad b en c.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 15.1. Besluitmoratorium
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.5. Bescherming
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 14.8. Bijzonderheden
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
### 17.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
Geen bijzonderheden.
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 20.7. Vertrekmoratorium
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.5. Bescherming
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
### 20.5. Bescherming
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.1. Besluitmoratorium
### 23.5. Bescherming
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 25.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26.1. Besluitmoratorium
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
## Bijlage
### Aanvraag
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid, Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
[Artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en [artikel 3.109c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) regelen het verloop van de Dublinprocedure. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van deze artikelen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder Het geven van de beschikking is van overeenkomstige toepassing.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
Een minderjarig kind vanaf vijftien jaar dat begeleid wordt door een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger, dient een eigen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in en krijgt een eigen nader gehoor. Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als de vreemdeling aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen.
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
In [artikel 3.113, vijfde en zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.113) is opgenomen dat de vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de vierde dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Deze termijn wordt in het verslag van het nader gehoor vermeld. Aan de vreemdeling wordt een formulier verzonden, waarin wordt gevraagd of hij kan bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Indien de vreemdeling weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het nader gehoor vormt, kan hij redenen aangeven waarom hij dit weigert. De redenen voor deze weigering worden in zijn dossier opgenomen, samen met de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Die weigering belet de IND niet om een beslissing op de aanvraag te nemen. De IND gaat in het besluit in op de door de vreemdeling aangevoerde redenen voor zijn weigering.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De termijn van drie maanden, zoals die in artikel 29 tweede lid, Vw wordt genoemd, is veiliggesteld als:
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.7. Vertrekmoratorium
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.1. Besluitmoratorium
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17.5. Bescherming
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
De referent in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband nadien niet is verbroken. In deze paragraaf zijn de beleidsregels die toezien op de feitelijke gezinsband per gezinslid neergelegd.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.8. Bijzonderheden
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie paragraaf B7/3.8.1 Vc, als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
Indien de vreemdeling en de referent de gestelde gezinssituatie niet aannemelijk maken, neemt de IND geen gezinsleven aan.
Als referent kan ingevolge artikel 29, tweede lid, onder c, Vw de vreemdeling optreden die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086).
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Dat de volwassene ook in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor de amv kan bijvoorbeeld blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf. Dit kan bijvoorbeeld blijken, als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Het komt ook voor dat een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten. In dat geval behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd.
Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie als een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw, geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis indien er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw, als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit artikel 29 tweede lid Vw voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Ad 3
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND biedt nader onderzoek aan als
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND mag de termijnen in de algemene asielprocedure meerdere keren verlengen, zolang de IND het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens artikel 3.115, negende lid, Vb uiterlijk op de achttiende, twintigste of zesentwintigste dag van de algemene asielprocedure uitreikt aan de vreemdeling.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
## Bijlage
Vervallen
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND verstrekt de vreemdeling, van wie bewijsmiddelen worden ingenomen:
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 25.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
## Bijlage
Vervallen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
### 26.4.5. Individuele kenmerken
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 26.8. Bijzonderheden
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.5. Bescherming
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 26.8. Bijzonderheden
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 27.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 25.7. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 26.8. Bijzonderheden
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Geen bijzonderheden.
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 7.2. Veilig land van herkomst
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.4.4. Tamils
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 3. Vertrekmoratorium
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2. Besluitmoratorium
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### C3. Moratoria
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### C4. Tijdelijke bescherming
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
### 11. Rechtsmiddelen
### C4. Tijdelijke bescherming
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### C3. Moratoria
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### C3. Moratoria
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 2. Besluitmoratorium
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
### 1. Inleiding
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 2. Besluitmoratorium
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### C4. Tijdelijke bescherming
### C4. Tijdelijke bescherming
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
### 2. Tijdelijke bescherming
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 1. Inleiding
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Besluitmoratorium
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 1. Inleiding
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 1. Inleiding
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 1. Inleiding
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### C7. Landgebonden beleid
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 2.1. Besluitmoratorium
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Overgangsrecht
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
De IND:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Geen bijzonderheden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 30.1. Besluitmoratorium
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.3. Documenten
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 2.8. Bijzonderheden
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.7. Vertrekmoratorium
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ad b en c.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5. Bescherming
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 13.1. Besluitmoratorium
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Geen bijzonderheden.
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.7. Vertrekmoratorium
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
Geen bijzonderheden.
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 30.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 31.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 30.5. Bescherming
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 31.5. Bescherming
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Bescherming
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.1. Bescherming
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.2. Terugkeer naar Libanon
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31.1. Besluitmoratorium
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.3. LHBT’s
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 22.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 31.7. Vertrekmoratorium
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 32.5. Bescherming
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 8. Buiten behandeling stellen
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 1. Inleiding
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### C4. Tijdelijke bescherming
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
### 2. Besluitmoratorium
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 1. Inleiding
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### C3. Moratoria
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 1. Inleiding
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 3. Vertrekmoratorium
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### C7. Landgebonden beleid
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
De IND:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### C7. Landgebonden beleid
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### 3. Vertrekmoratorium
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 1. Inleiding
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
### C3. Moratoria
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
### 2. Besluitmoratorium
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 11. Rechtsmiddelen
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### C3. Moratoria
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
De Nederlandse ambassade:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 6.1. Besluitmoratorium
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorie aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 15.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 18.1. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.2. Terugkeer naar Libanon
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor personen behorend tot de bovengenoemde in paragraaf 17.4.3 genoemde kwetsbare minderheidsgroep en de in paragraaf 17.3.2 genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Vervallen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 24.1. Besluitmoratorium
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
Gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling zijn in ieder geval:
### 4.3. Documenten
De IND beoordeelt of de vermoedens van de vreemdeling over wat er met hem zal gebeuren als hij terugkeert naar zijn land van herkomst, aannemelijk zijn.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer zal overkomen, betrekt de IND de volgende aspecten:
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ook al is strikt genomen geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
In weerwil van het gestelde onder a tot en met d, wordt de aanvraag als niet-ontvankelijk afgewezen, indien op voorhand vaststaat dat hetgeen de vreemdeling aanvoert niet kan afdoen aan het in de voorgaande procedure genomen besluit.
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
[Artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) bevat de gronden, waarop de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan verlenen. De IND toetst de toepasselijkheid van deze gronden in de volgorde waarin deze gronden in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) voorkomen.
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst, De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als geen enkel land de vreemdeling als onderdaan erkent, merkt de IND de vreemdeling aan als staatloze vreemdeling.
### 3.1. Algemeen
### 3.1. Algemeen
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de kwalificatierichtlijn. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hieronder gesteld is ten aanzien van godsdienst, seksuele gerichtheid en politieke overtuiging.
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere ‘ondergrens’. De ondergrens houdt in het feitelijk uiten van de eigen geaardheid en relaties aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. De IND verwacht in die uiting geen terughoudendheid. De IND beoordeelt vervolgens of de uiting conform de ondergrens tot vervolging zou leiden.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel en op basis van het toepasselijke asielbeleid, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR op individuele gronden is erkend als Verdragsvluchteling.
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
Er is sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3EVRM (en artikel 15c van de [richtlijn 2011/95](32011L0095)/EU) indien de algehele gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst, of in een bepaald gebied in dit land zo uitzonderlijk slecht is dat voor elke vreemdeling, ongeacht de individuele omstandigheden bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade (in de woorden van het EHRM: most extreme cases of general violence). De Minister is bevoegd een situatie in een land van herkomst aan te merken als uitzonderlijke situatie.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c).
### 4. Nationale bescherming
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4. Nationale bescherming
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, Vw, als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Als sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin, tenzij het kind zelfstandig woont en in eigen levensonderhoud voorziet.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6. Niet-ontvankelijk
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 11. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 1. Inleiding
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2.1. Besluitmoratorium
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.5. Bescherming
### 2.7. Vertrekmoratorium
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Ad b en c.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ad b en c.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in het algemeen aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië geldt niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 14.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 15.1. Besluitmoratorium
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 20.7. Vertrekmoratorium
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.5. Bescherming
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.7. Vertrekmoratorium
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.7. Vertrekmoratorium
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.1. Besluitmoratorium
### 23.5. Bescherming
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 25.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26.1. Besluitmoratorium
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
## Bijlage
### Aanvraag
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid, Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
[Artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en [artikel 3.109c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) regelen het verloop van de Dublinprocedure. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van deze artikelen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder Het geven van de beschikking is van overeenkomstige toepassing.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
Een minderjarig kind vanaf vijftien jaar dat begeleid wordt door een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger, dient een eigen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in en krijgt een eigen nader gehoor. Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als de vreemdeling aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen.
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
In [artikel 3.113, vijfde en zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.113) is opgenomen dat de vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de vierde dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Deze termijn wordt in het verslag van het nader gehoor vermeld. Aan de vreemdeling wordt een formulier verzonden, waarin wordt gevraagd of hij kan bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Indien de vreemdeling weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het nader gehoor vormt, kan hij redenen aangeven waarom hij dit weigert. De redenen voor deze weigering worden in zijn dossier opgenomen, samen met de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Die weigering belet de IND niet om een beslissing op de aanvraag te nemen. De IND gaat in het besluit in op de door de vreemdeling aangevoerde redenen voor zijn weigering.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 6.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 17.5. Bescherming
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1. Besluitmoratorium
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 15.8. Bijzonderheden
### 15.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND mag de termijnen in de algemene asielprocedure meerdere keren verlengen, zolang de IND het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens artikel 3.115, negende lid, Vb uiterlijk op de achttiende, twintigste of zesentwintigste dag van de algemene asielprocedure uitreikt aan de vreemdeling.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
## Bijlage
Vervallen
### 23.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND verstrekt de vreemdeling, van wie bewijsmiddelen worden ingenomen:
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 25.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
## Bijlage
Vervallen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.5. Individuele kenmerken
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.5. Bescherming
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 26.8. Bijzonderheden
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 26.8. Bijzonderheden
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 27.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 26.4.5. Individuele kenmerken
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 26.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.4.4. Tamils
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 28.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 29.5. Bescherming
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 30.1. Besluitmoratorium
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.3. Documenten
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Geen bijzonderheden.
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.7. Vertrekmoratorium
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 30.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 31.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 31.7. Vertrekmoratorium
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 32.7. Vertrekmoratorium
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 32.5. Bescherming
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version Tekst op deze datum