Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

100 versions · 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más

Wijzigingen op 2026-01-01

@@ -860,8199 +860,8305 @@
De beoordeling of een te hervestigen vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vindt plaats voor zijn komst naar Nederland. De hoofdstukken C1 en C2 van de Vc zijn voor deze beoordeling niet van toepassing.
Bij de toetsing of een vreemdeling voor hervestiging in aanmerking komt, maakt de IND een beoordeling op grond van een weging van de volgende factoren:
Hervestiging vindt plaats overeenkomstig [Verordening (EU) 2024/1350](32024R1350) tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van [Verordening (EU) 2021/1147](32021R1147) (hierna: Hervestigingsverordening).
De IND betrekt bij die beoordeling ook of sprake is van de uitsluitingsgronden en contra-indicaties die van toepassing zijn op de internationale beschermingsgronden.
Als onderdeel van het aankomstproces van hervestiging meldt de vreemdeling zich na aankomst in Nederland bij de IND voor het indienen van de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, om in aanmerking te komen voor het verblijfsdocument.
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In uitzondering op bovengenoemde regels trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4Vc in combinatie met [artikel 32, eerste lid, sub c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege zijn vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst aan de hand van paragraaf C2/10.4.5 Vc.
De beoordeling of een vreemdeling in aanmerking komt voor hervestiging wordt gedaan door de IND. In deze procedure wordt het advies van het COA en/of BMA betrokken. Deze beoordeling vindt plaats voor de komst van de vreemdeling naar Nederland.
Op basis van de door de UNHCR verstrekte informatie besluit de IND of er een toelatingsprocedure wordt gevoerd ten aanzien van een vreemdeling. Indien hiertoe besloten wordt, beoordeelt de IND of de vreemdeling – gelet op het bepaalde in artikel 9, zesde lid, in combinatie met artikel 5, Hervestigingsverordening – te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade en hij daarmee voor een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in [artikel 29, eerste lid aanhef en onder a of b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt.
De IND betrekt bij die beoordeling of de toelating op grond van artikel 6, eerste lid Hervestigingsverordening geweigerd moet worden. De IND kan de toelating weigeren indien sprake is van situaties zoals beschreven in artikel 6, tweede lid, Hervestigingsverordening. Voor de beoordeling van de omstandigheden zoals neergelegd in artikel 6, tweede lid, onder c en d Hervestigingsverordening, wordt het advies van het COA en/of het BMA betrokken.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege zijn vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst aan de hand van paragraaf C2/10.4.5 Vc.
Na de conclusie van de IND, verzorgt het COA een Culturele Oriëntatie training als een verplicht onderdeel van het hervestigingsproces.
De IND stopt de toelatingsprocedure alsnog na een positieve conclusie indien de vreemdeling zijn instemming intrekt (artikel 9, elfde lid Hervestigingsverordening). In de overige gevallen genoemd in het elfde lid kan de IND de toelatingsprocedure alsnog stoppen.
Indien nieuwe informatie of gewijzigde omstandigheden na de conclusie bekend worden bij de IND, kan ook dan overgegaan worden tot weigering. Gewijzigde omstandigheden van de vreemdeling die ertoe leiden dat het niet langer mogelijk is om passende steun te verlenen bij aankomst in Nederland kunnen leiden tot stopzetting of weigering van de toelatingsprocedure. Wanneer relevante informatie ten aanzien van de toelatingsprocedure op een later moment bekend wordt, met name wanneer de vreemdeling dit heeft achtergehouden, kan de toelatingsprocedure ook stopgezet of geweigerd worden, overeenkomstig artikel 6 Hervestigingsverordening.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in:
De vreemdeling, en indien van toepassing, diens gelijktijdig voor hervestiging geaccepteerde familieleden, melden zich na aankomst in Nederland bij de IND voor de formele indiening van de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vreemdeling zal daarbij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 29, eerste lid aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De familieleden, indien zij zelf niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en a of b, Vw, zullen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, tweede lid Vw. Hiermee is de toelatingsprocedure in het kader van de Hervestigingsverordening geëindigd.
De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is beschreven in de paragraaf C1/4 Vc.
### 2.2. Land van herkomst
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst. De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege deze vrijwillige terugkeer aan de hand vanparagraaf C2/10.4.5 Vc.
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in:
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
De staatssecretaris kan op basis van informatie over een land van herkomst risicoprofielen aanwijzen. Dit wordt in het landenbeleid neergelegd. De staatssecretaris kan een groep als risicoprofiel aanwijzen, als sprake is van een meer structurele en minder incidentele wijze waarop een groep in de negatieve aandacht staat van de autoriteiten dan wel derden tegen wie geen (doeltreffende) bescherming door de autoriteiten van het land van herkomst of door internationale organisaties kan worden geboden.
[Artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) bevat de gronden waarop de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan verlenen. De IND toetst de toepasselijkheid van deze gronden in de volgorde waarin deze gronden in de Vreemdelingenwet voorkomen.
### 3. Internationale bescherming
Het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, is op zichzelf dan ook niet voldoende voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt de IND de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheidssituatie) in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt de IND of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen.
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst. De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als geen enkel land de vreemdeling als onderdaan erkent, merkt de IND de vreemdeling aan als staatloze vreemdeling.
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op verschillende gronden afwijzen. Deze gronden worden behandeld in de paragrafen C2/5, C2/6, C2/7 en C2/8 van de Vc.
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
[Artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) beschrijft wat wordt verstaan onder daden van vervolging.
De staatssecretaris kan op basis van informatie over een land van herkomst risicoprofielen aanwijzen. Dit wordt in het landenbeleid neergelegd. De staatssecretaris kan een groep als risicoprofiel aanwijzen, als sprake is van een meer structurele en minder incidentele wijze waarop een groep in de negatieve aandacht staat van de autoriteiten dan wel derden tegen wie geen (doeltreffende) bescherming door de autoriteiten van het land van herkomst of door internationale organisaties kan worden geboden.
Het aanwijzen als risicoprofiel gebeurt niet op basis van vaste criteria aangezien elk land, elke groep en situatie zijn eigen dynamiek en bijzonderheden kent. In algemene zin kunnen in ieder geval de volgende elementen in onderlinge samenhang worden betrokken:
Voor de vreemdeling die behoort tot een groep, waarvoor in algemene zin een risicoprofiel is aangewezen, blijft het individualiseringsvereiste gelden en geldt er geen aangepaste bewijslastverdeling (zie paragraaf C2/2.3 Vc).
Het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, is op zichzelf dan ook niet voldoende voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt de IND de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheidssituatie) in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt de IND of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen.
### 2.5. Afdoeningsgronden
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op verschillende gronden afwijzen. Deze gronden worden behandeld in de paragrafen C2/5, C2/6, C2/7 en C2/8 van de Vc.
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met in achtneming van [artikel 31, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31).
[Artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) beschrijft wat wordt verstaan onder daden van vervolging.
[Artikel 3.37a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37a) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van vervolging.
[Artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van bescherming. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als actoren van bescherming aan de vreemdeling bescherming kunnen of willen bieden.
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
De UNRWA is nog altijd operationeel in haar vijf mandaatgebieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats. Daarbij worden de levensomstandigheden van de (staatloze) Palestijn betrokken, zijn hulpvraag aan de UNRWA en de mate waarin de UNRWA in zijn individuele geval desgevraagd bescherming en bijstand heeft verleend. Als er aanknopingspunten zijn dat de UNRWA ten aanzien van de individuele (staatloze) Palestijn wél voldoende bijstand of bescherming kon bieden werpt de IND dat tegen en is het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing.
Een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid kan voortvloeien uit de algemene veiligheidssituatie, met name als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Van een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid is daarnaast sprake als de (staatloze) Palestijn te vrezen heeft voor vervolging of artikel 3 EVRM risico en de UNRWA hem niet kan beschermen. Daarbij is van belang dat de UNRWA niet beschikt over een veiligheidsapparaat en daarmee niet kan worden aangemerkt als een actor van bescherming in de zin van artikel 7 van de Kwalificatierichtlijn.
Artikel 1A Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Artikel 24 van de Kwalificatierichtlijn bepaalt wel dat een verblijfstitel moet worden verleend. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
De omstandigheid dat een (staatloze) Palestijn mogelijk geen toegang kan krijgen tot de sector van het werkgebied van de UNRWA waaruit hij eerder is vertrokken, maakt niet dat hij aanspraak kan maken op een vluchtelingenstatus, als er sprake was van vrijwillig vertrek.
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F Vluchtelingenverdrag (verder de ‘uitsluitingsgronden’). De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de (staatloze) Palestijnse vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als hij onder de reikwijdte van artikel 1D Vluchtelingenverdrag valt.
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de (staatloze) Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA) valt. Als deze vreemdeling daadwerkelijk bescherming of bijstand ontving van deze VN-organisatie kort voor of direct voorafgaand aan de indiening van zijn asielaanvraag, wordt hij uitgesloten van artikel 1A Vluchtelingenverdrag. Dit vloeit direct voort uit de werking van het Verdrag. Wel toetst de IND dan nog altijd door aan artikel 29, eerste lid aanhef en onder b, Vw.
De (staatloze) Palestijn kan onder artikel 1A Vluchtelingenverdrag vallen als zijn vertrek uit het UNRWA-mandaatgebied gerechtvaardigd wordt door redenen buiten zijn invloed en onafhankelijk van zijn wil die hem dwingen dat gebied te verlaten. In dit geval zal hij zonder verdere toetsing moeten worden toegelaten als vluchteling. De IND neemt dit onvrijwillig vertrek in twee situaties aan:
De UNRWA is nog altijd operationeel in haar vijf mandaatgebieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats. Daarbij worden de levensomstandigheden van de (staatloze) Palestijn betrokken, zijn hulpvraag aan de UNRWA en de mate waarin de UNRWA in zijn individuele geval desgevraagd bescherming en bijstand heeft verleend. Als er aanknopingspunten zijn dat de UNRWA ten aanzien van de individuele (staatloze) Palestijn wél voldoende bijstand of bescherming kon bieden werpt de IND dat tegen en is het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing.
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
Als één van de hierboven genoemde situaties zich voordoet in het werkgebied van de UNRWA waar de (staatloze) Palestijn vandaan komt, maar er een concrete mogelijkheid bestaat om toegang te krijgen tot een ander werkgebied van de UNRWA en daar veilig te verblijven, kan de IND artikel 1D alsnog tegenwerpen.
De IND oordeelt dat er géén sprake is van opgehouden bescherming of bijstand:
De omstandigheid dat een (staatloze) Palestijn mogelijk geen toegang kan krijgen tot de sector van het werkgebied van de UNRWA waaruit hij eerder is vertrokken, maakt niet dat hij aanspraak kan maken op een vluchtelingenstatus, als er sprake was van vrijwillig vertrek.
De IND past dan de uitsluitingsgrond artikel 1D toe.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de (staatloze) Palestijnse vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Zoals in paragraaf C2/2 Vc is opgenomen kan de staatssecretaris in verband met de situatie in een land risicoprofielen aanwijzen.
De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als uitsluitingsgrond.
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van [artikel 3.37 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37). Artikel 3.37 VV noemt de volgende gronden:
Als er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd, dan zijn op grond van artikel 1F de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag niet op deze vreemdeling van toepassing.
De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/7.10.2 Vc).
De omstandigheid dat de vreemdeling zijn godsdienst in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uitoefenen als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Er is sprake van groepsvervolging, als in een land van herkomst een groep vreemdelingen systematisch wordt blootgesteld aan vervolging wegens een van de gronden van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
De staatssecretaris kan een groep aanwijzen, waarvoor sprake is van groepsvervolging. Situaties waarin sprake is van groepsvervolging worden opgenomen in het landgebonden beleid.
Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
Ook als de vreemdeling aannemelijk maaktdat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloof terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die hij anders loopt kan sprake zijn van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Zoals in paragraaf C2/2 Vc is opgenomen kan de staatssecretaris in verband met de situatie in een land risicoprofielen aanwijzen.
Zoals in [artikel 3.37, eerste lid, aanhef en onder d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) is opgenomen, wordt bij de beoordeling van de gronden in de zin van het Vluchtelingenverdrag rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van een sociale groep. Een groep wordt geacht een sociale groep te vormen als leden van een groep in ieder geval aan twee cumulatieve voorwaarden voldoen.
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van [artikel 3.37 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37). Artikel 3.37 VV noemt de volgende gronden:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als sprake is van daden van vervolging als bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36).
Het individualiseringsvereiste als opgenomen in paragraaf C2/2.3 Vc is van toepassing. Daarnaast is ook paragraaf C1/4 Vc (beoordelen van de asielaanvraag) van toepassing.
De omstandigheid dat de vreemdeling zijn godsdienst in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uitoefenen als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid zal dan ook een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag vormen. Bij de beoordeling of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging vormt, moet de IND, gelet op de persoonlijke situatie van de vreemdeling tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is, onderzoeken of deze om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen indien hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst bepaalde – voor zijn godsdienstige identiteit bijzondere belangrijke – handelingen verricht voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
Ook als de vreemdeling aannemelijk maaktdat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloof terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die hij anders loopt kan sprake zijn van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Voor zover (een specifieke groep) vrouwen behoren tot een sociale groep, dan kan onder andere gendergerelateerd geweld tegen deze vrouwen leiden tot de conclusie dat sprake is van vluchtelingschap als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, als dat geweld kan worden aangemerkt als daad van vervolging zoals bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36). Op de vraag of een vrouw als lid van een sociale groep in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2.3 Vc onverkort van toepassing. Op individuele basis zal beoordeeld moeten worden of zij daadwerkelijk te vrezen heeft voor daden van vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep.
Zoals in [artikel 3.37, eerste lid, aanhef en onder d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) is opgenomen, wordt bij de beoordeling van de gronden in de zin van het Vluchtelingenverdrag rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van een sociale groep. Een groep wordt geacht een sociale groep te vormen als leden van een groep in ieder geval aan twee cumulatieve voorwaarden voldoen.
Ten eerste moeten de leden van een sociale groep, aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen:
Daarnaast moet de sociale groep in het land van herkomst een eigen identiteit hebben, omdat zij – in haar directe omgeving – als afwijkend wordt beschouwd.
Het individualiseringsvereiste als opgenomen in paragraaf C2/2.3 Vc is van toepassing. Daarnaast is ook paragraaf C1/4 Vc (beoordelen van de asielaanvraag) van toepassing.
Bij de vraag of sprake is van vereenzelviging valt te denken aan het maken van zelfstandige en onafhankelijke keuzes die bepalend zijn voor haar identiteit op gebied van onderwijs en beroepsloopbaan, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze.
Vrouwen in het algemeen, als ook een beperkte groep vrouwen, die een bepaald gemeenschappelijk kenmerk delen, kunnen, afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dat land, aangemerkt worden als sociale groep.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Daarbij zal worden beoordeeld of de groep waar de vrouw toe behoort in het land van herkomst een eigen identiteit heeft, omdat deze groep in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd.
### 7. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor zover (een specifieke groep) vrouwen behoren tot een sociale groep, dan kan onder andere gendergerelateerd geweld tegen deze vrouwen leiden tot de conclusie dat sprake is van vluchtelingschap als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, als dat geweld kan worden aangemerkt als daad van vervolging zoals bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36). Op de vraag of een vrouw als lid van een sociale groep in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2.3 Vc onverkort van toepassing. Op individuele basis zal beoordeeld moeten worden of zij daadwerkelijk te vrezen heeft voor daden van vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep.
Vrouwen, die zich daadwerkelijk vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen (verder: vereenzelviging) kunnen al naar gelang de omstandigheden in het land van herkomst behoren tot een ‘sociale groep’. Daarbij is van belang dat het gestelde in paragraaf C2/3.2.5.2 Vc ook van toepassing is op de vraag of een vrouw die een beroep doet op vereenzelviging behoort tot een sociale groep.
Het behoren tot deze sociale groep kan een grond zijn om aan te nemen dat er sprake is van vluchtelingschap als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Het is aan de vrouw die een beroep doet op vereenzelviging om aannemelijk te maken dat hier in haar persoonlijke situatie sprake van is.
De IND toetst aan de hand van een ‘drietrapsbeoordeling’ of een vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging door het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging:
De IND moet eerst vaststellen of de vrouw in haar individuele geval aannemelijk heeft gemaakt dat de vereenzelviging is te herleiden naar de fundamentele waarde, die de vrouw hecht aan de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Daarbij geldt dat als de vrouw nog weinig tot geen invulling aan de vereenzelviging geeft of heeft gegeven van de vrouw verwacht mag worden dat zij kan uitleggen waarom dit het geval is en waarom de vereenzelviging desondanks fundamenteel is voor haar identiteit.
Voor de vrouw die een beroep doet op vereenzelviging geldt dat de gestelde vereenzelviging niet uit politieke of religieuze motieven hoeft voort te komen. Voor zover hier in de praktijk wel sprake van is, wordt verwezen naar paragrafen C2/3.2.5.1 en C2/3.2.5.3 Vc.
Als de IND heeft geoordeeld dat van een geloofwaardige vereenzelviging sprake is, wordt overgegaan tot de volgende stap in de beoordeling.
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Dit met name als gevolg van de sociale, morele of juridische normen die in het land van herkomst gelden.
De IND beoordeelt de aannemelijkheid van de verklaringen van de vrouw over waarom de groep als afwijkend wordt beschouwd, in samenhang met de beschikbare landeninformatie.
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Dat een reden om vanwege vereenzelviging te worden vervolgd kan worden vermeden door zich terughoudend op te stellen, wordt in dit verband niet aan de vrouw tegengeworpen. Van de vrouw mag namelijk niet worden verlangd dat zij een vereenzelviging die fundamenteel is opgeeft.
Nadat de IND heeft vastgesteld dat er sprake is van vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep, beoordeelt de IND ook of er een binnenlands beschermingsalternatief of bescherming door de autoriteiten aanwezig is in het land van herkomst.
De IND verleent een vrouw, die zich beroept op een vrees voor genitale verminking, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt op basis van de individuele verklaringen van de vreemdeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) vanwege een gegronde vrees op genitale verminking bij vrouwen.
De IND weegt daarbij de algemene informatie over genitale verminking bij vrouwen in het land van herkomst mee. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken.
De IND verleent bij een gegronde vrees voor genitale verminking de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uitsluitend aan:
In afwijking van het voorgaande verleent de IND in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vanwege een beroep op een vrees voor genitale verminking aan:
Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid.
De IND merkt een vreemdeling aan als lid van een sociale groep als hij behoort tot de groep die als gemeenschappelijk kenmerk (toegedichte) seksuele gerichtheid heeft. Onder de seksuele gerichtheid verstaat de IND:
In verband met de gendergerelateerde aspecten worden ook transgenders tot deze sociale groep gerekend. Een vreemdeling die behoort tot deze sociale groep wordt hierna LHBTI genoemd.
De omstandigheid dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uiten als in Nederland vormt op zichzelf onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Niet elke aantasting van het recht op het uiten van de seksuele gerichtheid vormt een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag.
Voor de beoordeling of een aantasting van dit recht een daad van vervolging vormt, moet de IND onderzoeken of de vreemdeling in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.
De IND verleent met inachtneming van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als sprake is van ten minste één van de volgende situaties:
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
Bij de beoordeling van de individuele situatie van de vreemdeling geldt het uitgangspunt dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden.
De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere ‘ondergrens’. De ondergrens houdt in het feitelijk uiten van de eigen geaardheid en relaties aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. De IND verwacht in die uiting geen terughoudendheid. De IND beoordeelt vervolgens of de uiting conform de ondergrens tot vervolging zou leiden.
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd.
Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid.
De IND betrekt bij de beoordeling of in het land van herkomst sprake is van discriminatoire behandeling vanwege de seksuele gerichtheid, de aldaar voor zowel hetero- als homoseksuelen geldende normen en zeden. Indien in het land van herkomst sprake is van strafbaarstelling van seksuele gerichtheid of seksuele handelingen beoordeelt de IND hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en zet dit af tegen de persoonlijke situatie van de vreemdeling.
Bij deze beoordeling betrekt de IND in ieder geval:
Als de seksuele gerichtheid of seksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst hoeft de vreemdeling geen bescherming conform [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) in te roepen.
De IND betrekt bij de beoordeling of de vreemdeling vanwege zijn (toegedichte) seksuele gerichtheid vervolgd wordt bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de vreemdeling, in ieder geval:
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
[Artikel 3.37 eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) bepaalt wat moet worden verstaan onder de vervolgingsgrond ‘politieke overtuiging’.
De eerste vraag die de IND moet beantwoorden als een vreemdeling zijn politieke overtuiging als asielmotief naar voren brengt, is of er daadwerkelijk sprake is van een politieke overtuiging. Een politieke overtuiging kan bestaan uit een opvatting, gedachte of mening, gericht tegen de autoriteiten van het land van herkomst. Het hoeft hier niet te gaan om een diepgewortelde politieke overtuiging.
De IND neemt bij de beoordeling van de gegrondheid en de zwaarwegendheid van de gestelde vrees vanwege een politieke overtuiging de aannemelijk gemaakte sterkte van en de mate waarin deze overtuiging wordt geuit of eventueel door de vreemdeling zal worden geuit, mee als een relevante persoonlijke omstandigheid, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn. De IND beoordeelt of de sterkte van de politieke overtuiging al dan niet in combinatie met door de vreemdeling verrichte activiteiten om die overtuiging uit te dragen ertoe heeft geleid dat de vreemdeling de negatieve belangstelling van de autoriteiten van het land van herkomst heeft gewekt of kan wekken en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de individuele verklaringen van de vreemdeling in combinatie met de beschikbare algemene informatie over de situatie in het land van herkomst.
Verder betrekt de IND bij de beoordeling van de vrees welke door de gestelde politieke overtuiging gemotiveerde en aannemelijk bevonden activiteiten de vreemdeling bij terugkeer zou willen verrichten of hoe de vreemdeling anderszins zijn opvatting, mening of gedachte zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden zijn.
De omstandigheid dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze uiting kan geven aan zijn politieke overtuiging als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee:
De IND beoordeelt, ook als er geen sprake is van een politieke overtuiging, of de door de vreemdeling in zijn land van herkomst, Nederland of elders verrichte politieke activiteiten of uitingen bij de autoriteiten bekend zijn geraakt of zullen geraken en daarmee vanwege een toegedichte politieke overtuiging voldoende aanleiding vormen om gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer aan te nemen.
### 3.2.8. Refugié sur place
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn, als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
Discriminatie van de vreemdeling in het land van herkomst kan leiden tot uitsluiting van medische zorg. De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), op grond van uitsluiting van medische zorg, aan de vreemdeling die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
Als de vreemdeling stelt te vrezen te hebben voor vervolging wegens dienstweigering of desertie toetst de IND eerst of de vreemdeling dienst heeft geweigerd of is gedeserteerd omdat hij vreesde anders te moeten deelnemen aan oorlogsmisdrijven (zie [artikel 3.36, tweede lid, onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36)). Pas als daarvan geen sprake is, toetst de IND of dienstweigering of desertie leidt tot onevenredige of discriminatoire bestraffing dan wel of deze voortkomt uit onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienst of andere diepgewortelde overtuiging. Het feit dat die vreemdeling weigert zijn militaire dienst te vervullen of is gedeserteerd en in verband hiermee bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger, is voor de IND op zichzelf onvoldoende om als daad van vervolging aan te merken.
De IND verleent, onder toepassing van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) en overeenkomstig vorenstaande, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling die zich beroept op dienstweigering of desertie, als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn:
De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze vreemdeling wordt aangeduid als ‘refugié sur place’.
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, door de vreemdeling afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging dan wel als een reëel risico op ernstige schade. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hierboven gesteld is ten aanzien van politieke overtuiging, godsdienst en seksuele gerichtheid.
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn, als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel en op basis van het toepasselijke asielbeleid, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR op individuele gronden is erkend als Verdragsvluchteling.
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
In [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 1° tot en met 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) staat opgenomen, waar ernstige schade uit kan bestaan, namelijk:
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.
Dat betekent dat een vreemdeling eerst door middel van zijn verklaringen en documentatie alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren brengt. De IND moet vervolgens de in samenwerking met de vreemdeling verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen.
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
Voor wat betreft het individualiseringsvereiste bij [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3 Vc.
In paragraaf C2/3.3.2 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG). Daaronder staan beschreven de onderwerpen:
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
Het reëel risico op ernstige schade kan aanwezig zijn op het moment van het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst, maar kan ook ontstaan na vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als [artikel 3.105e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e) van toepassing is.
In [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 1° tot en met 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) staat opgenomen, waar ernstige schade uit kan bestaan, namelijk:
Bij de beoordeling in verband met verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is paragraaf C1/4.2.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
Bij de beoordeling is het van belang dat eerst gekeken wordt naar alle relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, voordat wordt vastgesteld of het risico onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 1°, 2° of 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
Voor het vaststellen van een reëel risico op ernstige schade op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is een volledig individuele beoordeling vereist. Landeninformatie kan aanleiding geven om ten aanzien van een groep systematische blootstelling aan te nemen dan wel om groepen aan te merken als een risicoprofiel zoals in paragraaf C2/2.4 Vc is opgenomen.
Voor wat betreft het individualiseringsvereiste bij [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3 Vc.
In paragraaf C2/3.3.2 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG). Daaronder staan beschreven de onderwerpen:
In paragraaf C2/3.3.3 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG).
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) te verlenen:
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.3.3. Minder uitzonderlijke situatie
De staatssecretaris beoordeelt op grond van de situatie in een land van herkomst of sprake is van systematische blootstelling aan ernstige schade als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land ten aanzien van een groep sprake is van systematische blootstelling.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
Als de vreemdeling in het land van herkomst is blootgesteld aan ernstige schade als bedoeld in [artikel 29, eerste lid onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt allereerst verwezen naar [artikel 31, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31).
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van de Kwalificatierichtlijn.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd enkel op grond van de omstandigheid dat een vreemdeling een medische verklaring over zijn trauma heeft overgelegd.
De vreemdeling moet aan alle volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c).
### 3.3.3. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)(artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
Uitzondering hierop is de situatie dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband is tussen de traumatische gebeurtenis en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling buiten zijn schuld niet in staat is geweest om het land van herkomst binnen de termijn van zes maanden te verlaten.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in dit kader ook indien er vóór het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling heeft plaatsgevonden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als sprake is van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling (zie paragraaf C2/3.4 Vc). [Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) is van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) indien sprake is van:
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt af te leiden. Het individualiseringsvereiste is van toepassing, ook als een risicoprofiel als bedoeld in paragraaf C2/2.4 Vc van toepassing is.
De minister kan bij zijn beoordeling gradaties van willekeurig geweld vaststellen:
Uitzetting kan in verband met de medische situatie onder bijzondere omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De IND toetst de vraag of sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen in het kader van de ambtshalve toets of uitstel van vertrek verleend moet worden op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Er zal in deze situatie geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleend worden, behoudens de situaties zoals omschreven in het in [A3/7.6](onbekend) neergelegde overgangsrecht. Voor de geldende beleidsregels en het overgangsrecht, zie [paragraaf A3/7 Vc](onbekend). Indien er geen ambtshalve toets plaatsvindt, maar het meeromvattend asielbesluit ook als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt, toetst de IND – in het kader van dat terugkeerbesluit – eveneens of er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen.
Er is sprake van een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld als de algehele geweldssituatie in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dit land zodanig is dat wordt aangenomen dat een vreemdeling enkel en alleen al door zijn aanwezigheid op dat grondgebied een reëel risico loopt op een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waar sprake is van deze uitzonderlijke mate van willekeurig geweld.
Als er is sprake van een relatief hoger niveau of een relatief lager niveau van willekeurig geweld, dan is de enkele aanwezigheid van de vreemdeling in het betreffende gebied op zichzelf niet meer voldoende om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel verlenen op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (implementatie van artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn) als sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Als de minister heeft vastgesteld dat er sprake is van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in de zin van artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn, stelt de minister op basis van de beschikbare landeninformatie vast of dit conflict leidt tot willekeurig geweld en op welke schaal dit willekeurig geweld plaatsvindt.
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
Daarbij maakt de IND een gemotiveerde beoordeling en betrekt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de relevante elementen ook daadwerkelijk zorgen voor een verhoogd risico op ernstige schade én dat juist de vreemdeling als gevolg van deze omstandigheden een reëel risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
De minister kan bij zijn beoordeling gradaties van willekeurig geweld vaststellen:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Er is sprake van een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld als de algehele geweldssituatie in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dit land zodanig is dat wordt aangenomen dat een vreemdeling enkel en alleen al door zijn aanwezigheid op dat grondgebied een reëel risico loopt op een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waar sprake is van deze uitzonderlijke mate van willekeurig geweld.
Als er is sprake van een relatief hoger niveau of een relatief lager niveau van willekeurig geweld, dan is de enkele aanwezigheid van de vreemdeling in het betreffende gebied op zichzelf niet meer voldoende om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
De vreemdeling moet in dat geval aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk maken dat:
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Nadat een vreemdeling zijn persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht en waar nodig aannemelijk heeft gemaakt, beoordeelt de IND die omstandigheden in het licht van de veiligheidssituatie in het gebied waar de vreemdeling vandaan komt.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Daarbij maakt de IND een gemotiveerde beoordeling en betrekt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de relevante elementen ook daadwerkelijk zorgen voor een verhoogd risico op ernstige schade én dat juist de vreemdeling als gevolg van deze omstandigheden een reëel risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
Bij de beoordeling van het risico bij terugkeer kan de IND, afhankelijk van het individuele geval, meewegen of de vreemdeling bij terugkeer schade kan ontlopen.
De hiervoor geschetste gradaties zijn enkel bedoeld als indicatief hulpmiddel voor de IND. Deze gradaties geven in grote lijnen aan, hoe de situatie van willekeurig geweld in een (deel van een) land van herkomst wordt ingeschat. Het voor de diverse landen beleidsmatig vaststellen van de gradatie van het geweld heeft daarmee ten doel er voor te zorgen dat de IND op uniforme wijze het in een land heersende geweldsniveau bij de beoordeling betrekt. Bij die beoordeling staan echter de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden voorop bij de vraag of aannemelijk is gemaakt dat die omstandigheden het risico verhogen slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
Daarnaast moet de IND meewegen dat de vreemdeling vóór zijn vertrek uit zijn land eerder al geweld heeft ondervonden. Daarbij doet het niet ter zake of het eerder ondervonden geweld het gevolg was van willekeurig geweld of van gericht geweld. De IND beoordeelt in dit verband of het eerder ondervonden geweld in combinatie met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van een vreemdeling en in het licht van de veiligheidssituatie, tot een verhoogd risico op willekeurig geweld kan leiden.
De IND kan vaststellen dat sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief (zie paragraaf C2/3.3.4 Vc), nadat de IND heeft vastgesteld dat de vreemdeling een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
In het landgebonden beleid in hoofdstuk C7 Vc kan worden vastgesteld of een van de gradaties aan de orde is in het betreffende land of gebied.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
In beide uitzonderingssituaties constateert de IND dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst mogelijk is.
De IND beschouwt de volgende organisaties als internationale organisaties in de zin van [artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c):
De IND beschouwt de bescherming van de vreemdeling als bedoeld in [artikel 3.37c, tweede lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) in ieder geval van niet-tijdelijke aard, als er geen concrete aanwijzingen zijn dat de doeltreffende bescherming van de vreemdeling door de internationale organisatie binnen de voorzienbare toekomst zal eindigen.
Uit [artikel 3.37 c, tweede lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) volgt niet dat de bescherming van de vreemdeling een volledige garantie moet bieden tegen de dreiging.
### 4.1.1. Algemeen
Indien de IND heeft vastgesteld dat bescherming mogelijk is, is het vervolgens aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een verzoek om bescherming bij de autoriteiten in het land van herkomst in zijn individuele geval bij voorbaat zinloos of zelfs gevaarlijk moet worden geacht. Indien de vreemdeling dat laatste niet aannemelijk maakt, kan slechts het tevergeefs door hem inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
Als de vreemdeling stelt dat het inroepen van bescherming gevaarlijk zou zijn, terwijl dit niet uit openbare, objectieve bron blijkt, moet de vreemdeling dit voor zijn individuele situatie aannemelijk maken.
### 4. Nationale bescherming
De term beschermingsalternatief is een verzamelterm voor het vlucht- of vestigingsalternatief. Bepalend voor het gebruik van deze termen is de dreiging waartegen deze alternatieven voor de vreemdeling bescherming bieden.
### 4.1.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
De IND neemt aan dat een ander gebied in het land van herkomst op grond van [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Als de dreiging in een bepaald gebied een gevolg is van een situatie van willekeurig geweld vanwege een internationaal gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverminderd van toepassing.
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.1. Algemeen
De vreemdeling moet zich in het gebied kunnen vestigen en een leven kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. De vreemdeling mag in het betreffende gebied niet achtergesteld worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. Daarnaast mogen de levensomstandigheden in het betreffende gebied in zijn algemeenheid niet zodanig zijn dat dit op zichzelf al kan leiden tot een humanitaire noodsituatie.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als er geen voordeel van de twijfel en geen nader onderzoek wordt aangeboden, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar.
Mogelijke vormen van nader onderzoek worden hieronder in deze paragraaf beschreven.
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De houder van een verblijfsvergunning asiel, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beoordeelt vervolgens of de referent met alle overgelegde documenten en/of afgelegde verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, de identiteit van de betrokkenen en hun onderlinge gezinsband aannemelijk heeft gemaakt. Hierbij wordt onder andere het volgende betrokken:
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Mogelijke vormen van nader onderzoek worden hieronder in deze paragraaf beschreven.
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Nader onderzoek kan onder andere bestaan uit:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Als de referent en/of zijn gezinslid om welke reden dan ook niet in de gelegenheid is om gebruik te maken van het aanbod van de IND om nader onderzoek te verrichten, dan zal veelal het gevolg zijn dat de nareisaanvraag wordt afgewezen.
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de referent aan het meerderjarige kind gedurende de meerderjarigheid tot aan het moment van het nareisverzoek onafgebroken in de basisbehoeften heeft voorzien of regelmatig een som geld heeft gegeven welke voor het kind noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de vreemdeling meerderjarig is geworden conform het beleid voor meerderjarige biologische kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND neemt aan dat het meerderjarige kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van zodanige afhankelijkheid dat het meerderjarige kind om die reden tot het gezin van de referent behoort [(artikel 29, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)). Deze zodanige afhankelijkheid moet onafgebroken tijdens meerderjarigheid hebben bestaan. Het is aan het meerderjarige kind om dit aannemelijk te maken. Als niet duidelijk is of een meerderjarig kind nog feitelijk tot het gezin van de referent behoort, dan kan de IND nader onderzoek opstarten (zie paragraaf C2/4.1.2 Vc).
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Als een meerderjarig kind stelt ten laste te komen van de referent, dan beoordeelt de IND of dit meerderjarige kind in het land van herkomst, dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft, materieel wordt ondersteund door de referent. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de referent aan het meerderjarige kind gedurende de meerderjarigheid tot aan het moment van het nareisverzoek onafgebroken in de basisbehoeften heeft voorzien of regelmatig een som geld heeft gegeven welke voor het kind noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft.
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In deze gevallen moet de referent dus aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen. Als de referent dit aannemelijk kan maken neemt de IND aan dat het meerderjarige kind ten laste komt van de referent.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene tot aan het vertrek van de referent onafgebroken heeft samengewoond en nog steeds met de achterblijvende ouder samenwoont als er een achterblijvende ouder is.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, betrekt de IND:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
### 4.1.3. Bijzonderheden
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Als een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
### 4.1.4. Procedurele regels
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
### 4.1.4. Procedurele regels
Als een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd. Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie waarbij een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
### 4.1.4. Procedurele regels
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
### 6. Niet-ontvankelijk
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6. Niet-ontvankelijk
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 6.3. Veilig derde land
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
### 7.2. Veilig land van herkomst
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b). Dit kan alleen als de staatssecretaris het land waaruit de vreemdeling afkomstig is heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Dergelijke landen zijn geplaatst op een lijst die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen. De toepassing van deze lijst is tijdelijk opgeschort.
### 10.1. Algemeen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.10. Openbare orde, nationale veiligheid
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 7.10.1. Inleiding
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.10.2. Algemene uitgangspunten
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde, nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
### 7.10.1. Inleiding
De IND onderzoekt op de volgende wijze of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde:
### 7.10.2. Algemene uitgangspunten
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
### 7.10.3. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
### 7.10.3. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) als de vreemdeling is veroordeeld voor minstens een misdrijf dat op zichzelf een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ is én de vreemdeling een ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’ vormt, zoals bedoeld in [artikel 3.105c, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
Er kan sprake zijn van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ als de vreemdeling voor tenminste één misdrijf is veroordeeld bij onherroepelijk rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, zoals:
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.5.1. Evenredigheidstoets
Als de IND de asielaanvraag afwijst op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, toetst de IND aan het evenredigheidsbeginsel en aan artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het strafbare feit waarvoor de vreemdeling is veroordeeld moet zo ernstig zijn of van dien aard dat het noodzakelijk is om het verblijf van die vreemdeling uit te sluiten.
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.5.1. Evenredigheidstoets
Als de IND de asielaanvraag afwijst op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, toetst de IND aan het evenredigheidsbeginsel en aan artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het strafbare feit waarvoor de vreemdeling is veroordeeld moet zo ernstig zijn of van dien aard dat het noodzakelijk is om het verblijf van die vreemdeling uit te sluiten.
De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.7. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling vormt in ieder geval op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde van de lidstaat als:
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.7. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Als de IND een asielaanvraag afwijst op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is een strafrechtelijke veroordeling niet noodzakelijk om aan te nemen dat een vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde. De toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag volstaat zelfstandig om aan te nemen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 10.1.4. De ex nunc toets
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse Wetboek van Strafrecht op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 7.10.7.5.2. Dwang
Als de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 7.10.7.5.2. Dwang
Als de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, als de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan als blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.1. Algemeen
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.3. De ex tunc toets
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 10.1.4. De ex nunc toets
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.8 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.8 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Bij deze beoordelingen zijn de [artikelen 3.86 eerste tot en met het elfde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) en [3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) van toepassing.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit of een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel en legt eventueel een besluit tot signalering en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Als vanwege een terugkeerbeletsel geen terugkeerbesluit en daarmee geen inreisverbod kan worden gegeven, beoordeelt de IND of een besluit tot signalering kan worden opgelegd. In [A4/4](onbekend) staan de voorwaarden vermeld om wegens een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid een besluit tot signalering op te leggen.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.5.1. Algemeen
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6.1. Algemeen
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.6.3. Ex nunc toets
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.4. Overgangsrecht
### 11. Rechtsmiddelen
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
### 10.6.4. Overgangsrecht
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 1. Inleiding
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### C3. Moratoria
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 2. Besluitmoratorium
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 1. Inleiding
### 4.1.3. De ex tunc toets
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 3. Vertrekmoratorium
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 1. Inleiding
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.1. Indiening aanvraag
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Inleiding
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.3. Overgangsrecht
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2.5. Verblijfsdocument
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.5. Verblijfsdocument
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1. Algemeen
Overgangsrecht
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 4.1. Algemeen
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
### 4.1.3. De ex tunc toets
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.1. Algemeen
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
De IND:
### 1.2. Veilige landen van herkomst
De Nederlandse ambassade:
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
### C7. Landgebonden beleid
Geen
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In paragraaf C7/1.2 Vc zijn daarnaast de veilige landen van herkomst opgesomd, met vermelding van relevante bijzonderheden. Voor de lijst van veilige landen van herkomst zoals die is opgenomen in paragraaf C7/1.2 Vc geldt het algemene beleid in C2/7.2 Vc.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 3. Gereserveerd
### 4. Gereserveerd
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen
### 6.5. Bescherming
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van Oekraïne als veilig land van herkomst is opgeschort.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND beoordeelt daarnaast in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 2.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 4. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Gereserveerd
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 7. Gereserveerd
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
Geen bijzonderheden.
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
### 9.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 9.8. Bijzonderheden
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
### 10.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 12.1. Besluitmoratorium
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend)).
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND toetst de zodanige afhankelijkheid van het meerderjarige kind aan de hand van onderstaande cumulatieve voorwaarden.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Het meerderjarige kind wordt in ieder geval niet daadwerkelijk door de referent materieel ondersteund als:
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 6. Niet-ontvankelijk
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 3.105ba, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba). De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, zoals:
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De referent moet de feitelijke gezinsband tussen hem en zijn gezinslid op het moment van binnenkomst met documenten en verklaringen zoals omschreven in paragraaf C2/4.1.5 Vc onderbouwen. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of met plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aannemelijk maken dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Ook moet hij een verklaring geven voor het ontbreken van relevante documenten.
Als de IND oordeelt dat de verklaringen over de identiteit en de gezinsband van de referent en/of het gezinslid in grote lijnen als aannemelijk kunnen worden beschouwd, dan betrekt de IND of er aanleiding bestaat het voordeel van de twijfel te gunnen (zie ook [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)).
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Het meerderjarige kind:
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het meerjarige kind vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Het meerderjarige kind moet uitleggen waarom hij een beroep doet op materiële ondersteuning.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het sluiten van een huwelijk, het aangaan van een duurzame relatie of het krijgen van en/of het zorgen voor één of meerdere kinderen.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.1. Inleiding
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
Er kan sprake zijn van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ als de vreemdeling voor tenminste één misdrijf is veroordeeld bij onherroepelijk rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Als de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, als de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
**Ad a.**
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.4. De ex nunc toets
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.2.1. Algemeen
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 3. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 11. Rechtsmiddelen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 2. Besluitmoratorium
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 1. Inleiding
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.1. Indiening aanvraag
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.3. Overgangsrecht
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8. Gereserveerd
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5. Bescherming
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betrekt de IND alle documenten die zien op de volgende onderdelen:
De IND acht al deze documenten in beginsel relevant voor het beoordelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
Ook als een vreemdeling in het kader van de Dublinprocedure in de nationale procedure is opgenomen en aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt of heeft achtergehouden (al dan niet in de andere lidstaat) betrekt de IND dit bij de beoordeling of een vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.
Aan het eind van de beoordeling van de verschillende feiten en omstandigheden trekt de IND een conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid per asielmotief. Als het asielmotief onvoldoende is onderbouwd met bewijsmateriaal en de vreemdeling voldoet niet aan alle voorwaarden uit [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31), is het asielmotief niet geloofwaardig. De IND geeft gemotiveerd aan waarom het asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht.
Nadat de geloofwaardigheid van de feiten en omstandigheden die aan het asielmotief ten grondslag zijn gelegd is vastgesteld, beoordeelt de IND aan de hand van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, of de gestelde vrees over wat de vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst te wachten staat, aannemelijk is. Als er geen geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden zijn, wordt aan een inschatting van de risico’s van wat de vreemdeling bij terugkeer zal overkomen niet toegekomen.
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.6a, eerste lid onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a), past de IND [paragraaf B8/3.1 Vc](onbekend) onder het kopje Ambtshalve verlening in de asielprocedure toe.
Voor zover daar op grond van [artikel 3.6ba Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6ba) en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) achterwege, wanneer aan de vreemdeling al eerder een zwaar inreisverbod ([artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)) of een ongewenstverklaring is opgelegd of wanneer met de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel een zwaar inreisverbod of ongewenstverklaring wordt opgelegd.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
Hierna volgt een conclusie van de IND over hervestiging van de vreemdeling, en indien van toepassing, de in artikel 5, vierde lid, Hervestigingsverordening genoemde gelijktijdig voor hervestiging voorgedragen familieleden.
### 4.10.4. Intrekking verblijfsvergunning asiel
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In de regel trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4 Vc in combinatie met [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is beschreven in de paragraaf C1/4 Vc.
### 3.1. Algemeen
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
Een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid kan voortvloeien uit de algemene veiligheidssituatie, met name als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Van een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid is daarnaast sprake als de (staatloze) Palestijn te vrezen heeft voor vervolging of artikel 3 EVRM risico en de UNRWA hem niet kan beschermen. Daarbij is van belang dat de UNRWA niet beschikt over een veiligheidsapparaat en daarmee niet kan worden aangemerkt als een actor van bescherming in de zin van artikel 7 van de Kwalificatierichtlijn.
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
De volgende elementen kunnen met name van belang zijn voor de beoordeling of bij vrouwen sprake is van een sociale groep:
De minister kan in de context van specifiek landenbeleid vaststellen of (een groep) vrouwen behoort/behoren tot een sociale groep. Als hiervan sprake is kan dat ook opgenomen worden in het landenbeleid van hoofdstuk C7 Vc.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Bij de beoordeling of sprake is van vereenzelviging betrekt de IND in ieder geval:
Vervolgens beoordeelt de IND of de vrouw als gevolg van de vereenzelviging kan behoren tot een sociale groep. Om als sociale groep aangemerkt te worden, moet de vrouw aannemelijk maken dat zij behoort tot een groep die als gevolg van de vereenzelviging een eigen identiteit heeft, omdat zij als afwijkend wordt beschouwd in de directe omgeving in het land van herkomst.
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Vervolgens beoordeelt de IND of sprake is van een gegronde (toegedichte) vrees voor vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging. De IND beoordeelt de vrees voor vervolging aan de hand van door de vrouw verstrekte verklaringen en bewijsmiddelen over wat zij bij terugkeer naar het land van herkomst stelt te vrezen te hebben.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het beoordelen van de geloofwaardigheid betrekt de IND de verklaringen van de vreemdeling zelf, en eventueel aanvullend bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld verklaringen van partners en niet-seksueel getint (beeld)materiaal.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 3.3.1. Algemeen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn:
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
Dat betekent dat een vreemdeling eerst door middel van zijn verklaringen en documentatie alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren brengt. De IND moet vervolgens de in samenwerking met de vreemdeling verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Als de vreemdeling behoort tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beperkt het individualiseringsvereiste zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de groep. Bij systematische blootstelling moet sprake zijn van gericht geweld tegen de betreffende groep.
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De minister kan op basis van de beschikbare landeninformatie vaststellen of in een bepaald land of gebied sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Er is sprake van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, als de reguliere strijdkrachten van een staat tegenover een of meer gewapende groepen staan of wanneer twee of meer gewapende groepen tegenover elkaar staan.
Los van deze gradaties bestaat de situatie, waarin er geen 15c beoordeling plaatsvindt, omdat er geen gewapend conflict is of er geen willekeurig geweld is als gevolg van een gewapend conflict. In dat geval kan de vreemdeling alleen daarom al niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.
Naarmate het niveau van willekeurig geweld lager is zullen er relatief gewichtigere individuele omstandigheden vereist zijn om een reëel risico aan te nemen. Bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zullen de door de vreemdeling naar voren gebrachte risico verhogende omstandigheden daarom meer gewicht moeten hebben om een reëel risico aan te kunnen nemen.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Dat betekent dat pas na het naar voren brengen door de vreemdeling van de relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, door de IND wordt vastgesteld dat het risico mogelijk onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in [artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 4. Nationale bescherming
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 4.1.1. Algemeen
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
In het landgebonden asielbeleid kan de staatssecretaris het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als er geen voordeel van de twijfel en geen nader onderzoek wordt aangeboden, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 6. Niet-ontvankelijk
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
In [artikel 3.105ba, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba) is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’, zoals bedoeld in [artikel 3.105e, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e).
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, als de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 8. Buiten behandeling stellen
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.1.3. De ex tunc toets
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.5. Ambtshalve toets
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst, intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid of met toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, kan er eveneens sprake zijn van een terugkeerbeletsel. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit of een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel en legt eventueel een besluit tot signalering en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.3.1 en C2/7.10.3.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 1. Inleiding
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.6.1. Algemeen
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C3. Moratoria
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 3. Vertrekmoratorium
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Overgangsrecht
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen
### 5.5. Bescherming
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3. Gereserveerd
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.7. Vertrekmoratorium
Voor de volgende categorieën neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.1. Besluitmoratorium
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Ethiopië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
### 4.2.1. Algemeen
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 8. Gereserveerd
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.1. Besluitmoratorium
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.4. De verlengde asielprocedure
De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum heeft toegekend. De vreemdeling moet het oude W-document bij de IND inleveren.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC ([model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17)). Na het nemen van dit besluit, legt de bevoegde ambtenaar middels beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19) of [M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel op krachtens [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) dan wel [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent weigering van de toegang en het opleggen van deze nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen na intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van Dublin gehoor gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook [3.109c, achtste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c)). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van overeenkomstige toepassing.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
[Artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) regelt het verloop van de procedure wanneer de vreemdeling vermoedelijk:
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DTenV, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in afwijking van C1/2.12, onder a tot en met e, Vc geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
De IND verstrekt een rapport van nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben. Dit geldt ook voor het rapport van het aanmeldgehoor, het rapport van het Dublin gehoor dan wel, indien van toepassing, voor het rapport van aanvullend gehoor in zin van [artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30).
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen. Het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger doet het verzoek om dit minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar nader te horen in ieder geval voor het einde van de rust- en voorbereidingstermijn. De ouder(s) van het minderjarige kind tussen de twaalf en vijftien jaar wordt in zijn aanmeldgehoor op de mogelijkheid gewezen om via de gemachtigde tot een nader gehoor van het kind te verzoeken Dit is bij zowel nader horen vanwege zelfstandige asielmotieven als overige door de vreemdeling aangevoerde redenen van toepassing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestiging
### 1. Inleiding
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.3. Groepsvervolging
Bij de vraag of sprake is van vereenzelviging valt te denken aan het maken van zelfstandige en onafhankelijke keuzes die bepalend zijn voor haar identiteit op gebied van onderwijs en beroepsloopbaan, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.1. Algemeen
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vestigingsalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Als het meerderjarige kind niet daadwerkelijk door de referent materieel wordt ondersteund, moet de referent aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen, gelet op alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten.
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
De IND beoordeelt de evenredigheid van de afwijzing in drie stappen. Ten eerste beoordeelt de IND de geschiktheid, daarna de noodzakelijkheid en als laatste de evenwichtigheid van de afwijzing. Los van de evenredigheidstoets betrekt de IND ook de rechten die worden genoemd in artikel 14 lid 6 van de [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) (Kwalificatierichtlijn). Als de vreemdeling, bij een afwijzing op de aanvraag vanwege de openbare orde aspecten nog wordt aangemerkt als vluchteling, kan hij van deze rechten gebruik maken.
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.5. Bescherming
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 12.5. Bescherming
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 4.10.1. Inleiding
### 4.10.2. Toelatingsprocedure
### 2.1. Algemeen
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.6. Discriminatie
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) te verlenen:
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.3. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)(artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4. Nationale bescherming
De IND onderzoekt eerst of bescherming in zijn algemeenheid mogelijk is. De IND maakt hierbij gebruik van algemene informatie uit objectieve bron over het land van herkomst.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.7.5. Vc).
Als aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.1. Algemeen
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
## Bijlage
Vervallen
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 10.3.1. Algemeen
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4.8. Ambtshalve toets
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.1. Algemeen
### 4.10.5. Vrijwillige terugkeer land van herkomst
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.11. Commune delicten
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.2. Land van herkomst
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst. De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als geen enkel land de vreemdeling als onderdaan erkent, merkt de IND de vreemdeling aan als staatloze vreemdeling.
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
De staatssecretaris kan op basis van informatie over een land van herkomst risicoprofielen aanwijzen. Dit wordt in het landenbeleid neergelegd. De staatssecretaris kan een groep als risicoprofiel aanwijzen, als sprake is van een meer structurele en minder incidentele wijze waarop een groep in de negatieve aandacht staat van de autoriteiten dan wel derden tegen wie geen (doeltreffende) bescherming door de autoriteiten van het land van herkomst of door internationale organisaties kan worden geboden.
Het aanwijzen als risicoprofiel gebeurt niet op basis van vaste criteria aangezien elk land, elke groep en situatie zijn eigen dynamiek en bijzonderheden kent. In algemene zin kunnen in ieder geval de volgende elementen in onderlinge samenhang worden betrokken:
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
## Bijlage
Vervallen
Bij de beslissing over het op voorhand verlengen van de algemene asielprocedure kan zowel informatie uit de aanmeldfase (bijvoorbeeld de verklaringen tijdens het aanmeldgehoor) als de rust- en voorbereidingstermijn (bijvoorbeeld het medisch advies) worden betrokken. De vreemdeling wordt geïnformeerd over de reden van de verlenging en het einde van de termijn van de algemene asielprocedure.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.4. Procedurele regels
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.5. Bescherming
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 6. Niet-ontvankelijk
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.3. Groepsvervolging
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.10.3. Aanvraag verblijfsvergunning asiel
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.
### 19.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
Het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, is op zichzelf dan ook niet voldoende voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt de IND de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheidssituatie) in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt de IND of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen.
Het behoren tot een groep, aangemerkt als risicoprofiel, is op zichzelf dan ook niet voldoende voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming. Als een vreemdeling binnen een risicoprofiel valt, dan beoordeelt de IND de individuele omstandigheden van het geval, afgezet tegen de positie van de groep en algemene (veiligheidssituatie) in het land van herkomst. Aan de hand van de individuele omstandigheden zoals de persoonlijke omstandigheden, de verrichte activiteiten en eventuele eerdere gebeurtenissen, beoordeelt de IND of de vreemdeling een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt of heeft gelopen.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op verschillende gronden afwijzen. Deze gronden worden behandeld in de paragrafen C2/5, C2/6, C2/7 en C2/8 van de Vc.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op verschillende gronden afwijzen. Deze gronden worden behandeld in de paragrafen C2/5, C2/6, C2/7 en C2/8 van de Vc.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op verschillende gronden afwijzen. Deze gronden worden behandeld in de paragrafen C2/5, C2/6, C2/7 en C2/8 van de Vc.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met in achtneming van [artikel 31, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31).
[Artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) beschrijft wat wordt verstaan onder daden van vervolging.
[Artikel 3.37a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37a) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van vervolging.
[Artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van bescherming. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als actoren van bescherming aan de vreemdeling bescherming kunnen of willen bieden.
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 3.3.1. Algemeen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.2.1. Algemeen
Artikel 1A Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Artikel 24 van de Kwalificatierichtlijn bepaalt wel dat een verblijfstitel moet worden verleend. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F Vluchtelingenverdrag (verder de ‘uitsluitingsgronden’). De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
Het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing op personen, zoals beschreven in de artikelen 1D tot en met 1F Vluchtelingenverdrag (verder de ‘uitsluitingsgronden’). De IND verleent aan de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als één van deze uitsluitingsgronden zich voordoet.
De IND verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als hij onder de reikwijdte van artikel 1D Vluchtelingenverdrag valt.
Artikel 1D Vluchtelingenverdrag is in de huidige praktijk van toepassing op de (staatloze) Palestijnse vreemdeling die onder het mandaat van de United Nations Relief and Works Agency (verder: UNRWA) valt. Als deze vreemdeling daadwerkelijk bescherming of bijstand ontving van deze VN-organisatie kort voor of direct voorafgaand aan de indiening van zijn asielaanvraag, wordt hij uitgesloten van artikel 1A Vluchtelingenverdrag. Dit vloeit direct voort uit de werking van het Verdrag. Wel toetst de IND dan nog altijd door aan artikel 29, eerste lid aanhef en onder b, Vw.
De (staatloze) Palestijn kan onder artikel 1A Vluchtelingenverdrag vallen als zijn vertrek uit het UNRWA-mandaatgebied gerechtvaardigd wordt door redenen buiten zijn invloed en onafhankelijk van zijn wil die hem dwingen dat gebied te verlaten. In dit geval zal hij zonder verdere toetsing moeten worden toegelaten als vluchteling. De IND neemt dit onvrijwillig vertrek in twee situaties aan:
De UNRWA is nog altijd operationeel in haar vijf mandaatgebieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats. Daarbij worden de levensomstandigheden van de (staatloze) Palestijn betrokken, zijn hulpvraag aan de UNRWA en de mate waarin de UNRWA in zijn individuele geval desgevraagd bescherming en bijstand heeft verleend. Als er aanknopingspunten zijn dat de UNRWA ten aanzien van de individuele (staatloze) Palestijn wél voldoende bijstand of bescherming kon bieden werpt de IND dat tegen en is het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing.
Een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid kan voortvloeien uit de algemene veiligheidssituatie, met name als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Van een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid is daarnaast sprake als de (staatloze) Palestijn te vrezen heeft voor vervolging of artikel 3 EVRM risico en de UNRWA hem niet kan beschermen. Daarbij is van belang dat de UNRWA niet beschikt over een veiligheidsapparaat en daarmee niet kan worden aangemerkt als een actor van bescherming in de zin van artikel 7 van de Kwalificatierichtlijn.
Als één van de hierboven genoemde situaties zich voordoet in het werkgebied van de UNRWA waar de (staatloze) Palestijn vandaan komt, maar er een concrete mogelijkheid bestaat om toegang te krijgen tot een ander werkgebied van de UNRWA en daar veilig te verblijven, kan de IND artikel 1D alsnog tegenwerpen.
De IND oordeelt dat er géén sprake is van opgehouden bescherming of bijstand:
De omstandigheid dat een (staatloze) Palestijn mogelijk geen toegang kan krijgen tot de sector van het werkgebied van de UNRWA waaruit hij eerder is vertrokken, maakt niet dat hij aanspraak kan maken op een vluchtelingenstatus, als er sprake was van vrijwillig vertrek.
De IND past dan de uitsluitingsgrond artikel 1D toe.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de (staatloze) Palestijnse vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de (staatloze) Palestijnse vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen als bedoeld in de uitsluitingsgrond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als uitsluitingsgrond.
De IND past artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag niet toe als uitsluitingsgrond.
Als er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd, dan zijn op grond van artikel 1F de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag niet op deze vreemdeling van toepassing.
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C7/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/7.10.2 Vc).
Er is sprake van groepsvervolging, als in een land van herkomst een groep vreemdelingen systematisch wordt blootgesteld aan vervolging wegens een van de gronden van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
De staatssecretaris kan een groep aanwijzen, waarvoor sprake is van groepsvervolging. Situaties waarin sprake is van groepsvervolging worden opgenomen in het landgebonden beleid.
Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
Zoals in paragraaf C2/2 Vc is opgenomen kan de staatssecretaris in verband met de situatie in een land risicoprofielen aanwijzen.
Zoals in paragraaf C2/2 Vc is opgenomen kan de staatssecretaris in verband met de situatie in een land risicoprofielen aanwijzen.
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van [artikel 3.37 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37). Artikel 3.37 VV noemt de volgende gronden:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als sprake is van daden van vervolging als bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36).
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als sprake is van daden van vervolging als bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36).
De omstandigheid dat de vreemdeling zijn godsdienst in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uitoefenen als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid zal dan ook een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag vormen. Bij de beoordeling of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging vormt, moet de IND, gelet op de persoonlijke situatie van de vreemdeling tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is, onderzoeken of deze om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen indien hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst bepaalde – voor zijn godsdienstige identiteit bijzondere belangrijke – handelingen verricht voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
Ook als de vreemdeling aannemelijk maaktdat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloof terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die hij anders loopt kan sprake zijn van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Ook als de vreemdeling aannemelijk maaktdat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloof terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die hij anders loopt kan sprake zijn van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
Zoals in [artikel 3.37, eerste lid, aanhef en onder d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) is opgenomen, wordt bij de beoordeling van de gronden in de zin van het Vluchtelingenverdrag rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake is van een sociale groep. Een groep wordt geacht een sociale groep te vormen als leden van een groep in ieder geval aan twee cumulatieve voorwaarden voldoen.
Ten eerste moeten de leden van een sociale groep, aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen:
Daarnaast moet de sociale groep in het land van herkomst een eigen identiteit hebben, omdat zij – in haar directe omgeving – als afwijkend wordt beschouwd.
Het individualiseringsvereiste als opgenomen in paragraaf C2/2.3 Vc is van toepassing. Daarnaast is ook paragraaf C1/4 Vc (beoordelen van de asielaanvraag) van toepassing.
Het individualiseringsvereiste als opgenomen in paragraaf C2/2.3 Vc is van toepassing. Daarnaast is ook paragraaf C1/4 Vc (beoordelen van de asielaanvraag) van toepassing.
Vrouwen in het algemeen, als ook een beperkte groep vrouwen, die een bepaald gemeenschappelijk kenmerk delen, kunnen, afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dat land, aangemerkt worden als sociale groep.
De volgende elementen kunnen met name van belang zijn voor de beoordeling of bij vrouwen sprake is van een sociale groep:
Daarbij zal worden beoordeeld of de groep waar de vrouw toe behoort in het land van herkomst een eigen identiteit heeft, omdat deze groep in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd.
De minister kan in de context van specifiek landenbeleid vaststellen of (een groep) vrouwen behoort/behoren tot een sociale groep. Als hiervan sprake is kan dat ook opgenomen worden in het landenbeleid van hoofdstuk C7 Vc.
Voor zover (een specifieke groep) vrouwen behoren tot een sociale groep, dan kan onder andere gendergerelateerd geweld tegen deze vrouwen leiden tot de conclusie dat sprake is van vluchtelingschap als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, als dat geweld kan worden aangemerkt als daad van vervolging zoals bedoeld in [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36). Op de vraag of een vrouw als lid van een sociale groep in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2.3 Vc onverkort van toepassing. Op individuele basis zal beoordeeld moeten worden of zij daadwerkelijk te vrezen heeft voor daden van vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep.
Vrouwen, die zich daadwerkelijk vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen (verder: vereenzelviging) kunnen al naar gelang de omstandigheden in het land van herkomst behoren tot een ‘sociale groep’. Daarbij is van belang dat het gestelde in paragraaf C2/3.2.5.2 Vc ook van toepassing is op de vraag of een vrouw die een beroep doet op vereenzelviging behoort tot een sociale groep.
Het behoren tot deze sociale groep kan een grond zijn om aan te nemen dat er sprake is van vluchtelingschap als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Het is aan de vrouw die een beroep doet op vereenzelviging om aannemelijk te maken dat hier in haar persoonlijke situatie sprake van is.
De IND toetst aan de hand van een ‘drietrapsbeoordeling’ of een vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging door het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging:
De IND moet eerst vaststellen of de vrouw in haar individuele geval aannemelijk heeft gemaakt dat de vereenzelviging is te herleiden naar de fundamentele waarde, die de vrouw hecht aan de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.
Bij de vraag of sprake is van vereenzelviging valt te denken aan het maken van zelfstandige en onafhankelijke keuzes die bepalend zijn voor haar identiteit op gebied van onderwijs en beroepsloopbaan, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze.
Bij de beoordeling of sprake is van vereenzelviging betrekt de IND in ieder geval:
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
## Bijlage
Vervallen
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.5. Bescherming
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.8. Refugié sur place
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.5. Bescherming
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 23.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
### 23.5. Bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Voor de vrouw die een beroep doet op vereenzelviging geldt dat de gestelde vereenzelviging niet uit politieke of religieuze motieven hoeft voort te komen. Voor zover hier in de praktijk wel sprake van is, wordt verwezen naar paragrafen C2/3.2.5.1 en C2/3.2.5.3 Vc.
### 7. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervolgens beoordeelt de IND of de vrouw als gevolg van de vereenzelviging kan behoren tot een sociale groep. Om als sociale groep aangemerkt te worden, moet de vrouw aannemelijk maken dat zij behoort tot een groep die als gevolg van de vereenzelviging een eigen identiteit heeft, omdat zij als afwijkend wordt beschouwd in de directe omgeving in het land van herkomst.
Dit met name als gevolg van de sociale, morele of juridische normen die in het land van herkomst gelden.
De IND beoordeelt de aannemelijkheid van de verklaringen van de vrouw over waarom de groep als afwijkend wordt beschouwd, in samenhang met de beschikbare landeninformatie.
Vervolgens beoordeelt de IND of sprake is van een gegronde (toegedichte) vrees voor vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging. De IND beoordeelt de vrees voor vervolging aan de hand van door de vrouw verstrekte verklaringen en bewijsmiddelen over wat zij bij terugkeer naar het land van herkomst stelt te vrezen te hebben.
Dat een reden om vanwege vereenzelviging te worden vervolgd kan worden vermeden door zich terughoudend op te stellen, wordt in dit verband niet aan de vrouw tegengeworpen. Van de vrouw mag namelijk niet worden verlangd dat zij een vereenzelviging die fundamenteel is opgeeft.
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
De IND beoordeelt op basis van de individuele verklaringen van de vreemdeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) vanwege een gegronde vrees op genitale verminking bij vrouwen.
De IND weegt daarbij de algemene informatie over genitale verminking bij vrouwen in het land van herkomst mee. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken.
De IND verleent bij een gegronde vrees voor genitale verminking de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uitsluitend aan:
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
In afwijking van het voorgaande verleent de IND in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vanwege een beroep op een vrees voor genitale verminking aan:
De IND merkt een vreemdeling aan als lid van een sociale groep als hij behoort tot de groep die als gemeenschappelijk kenmerk (toegedichte) seksuele gerichtheid heeft. Onder de seksuele gerichtheid verstaat de IND:
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
De omstandigheid dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uiten als in Nederland vormt op zichzelf onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Niet elke aantasting van het recht op het uiten van de seksuele gerichtheid vormt een daad van vervolging in de zin het Vluchtelingenverdrag.
Voor de beoordeling of een aantasting van dit recht een daad van vervolging vormt, moet de IND onderzoeken of de vreemdeling in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.
De IND verleent met inachtneming van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een vreemdeling op grond van zijn seksuele gerichtheid, in ieder geval als sprake is van ten minste één van de volgende situaties:
Bij het beoordelen van de geloofwaardigheid betrekt de IND de verklaringen van de vreemdeling zelf, en eventueel aanvullend bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld verklaringen van partners en niet-seksueel getint (beeld)materiaal.
Bij de beoordeling van de individuele situatie van de vreemdeling geldt het uitgangspunt dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden.
De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere ‘ondergrens’. De ondergrens houdt in het feitelijk uiten van de eigen geaardheid en relaties aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. De IND verwacht in die uiting geen terughoudendheid. De IND beoordeelt vervolgens of de uiting conform de ondergrens tot vervolging zou leiden.
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd.
Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid.
De IND betrekt bij de beoordeling of in het land van herkomst sprake is van discriminatoire behandeling vanwege de seksuele gerichtheid, de aldaar voor zowel hetero- als homoseksuelen geldende normen en zeden. Indien in het land van herkomst sprake is van strafbaarstelling van seksuele gerichtheid of seksuele handelingen beoordeelt de IND hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en zet dit af tegen de persoonlijke situatie van de vreemdeling.
Bij deze beoordeling betrekt de IND in ieder geval:
Als de seksuele gerichtheid of seksuele handelingen strafbaar zijn in het land van herkomst hoeft de vreemdeling geen bescherming conform [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) in te roepen.
De IND betrekt bij de beoordeling of de vreemdeling vanwege zijn (toegedichte) seksuele gerichtheid vervolgd wordt bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de vreemdeling, in ieder geval:
De IND betrekt bij de beoordeling of de vreemdeling vanwege zijn (toegedichte) seksuele gerichtheid vervolgd wordt bij het bekend zijn of worden van de seksuele gerichtheid in de directe (leef)omgeving van de vreemdeling, in ieder geval:
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
De eerste vraag die de IND moet beantwoorden als een vreemdeling zijn politieke overtuiging als asielmotief naar voren brengt, is of er daadwerkelijk sprake is van een politieke overtuiging. Een politieke overtuiging kan bestaan uit een opvatting, gedachte of mening, gericht tegen de autoriteiten van het land van herkomst. Het hoeft hier niet te gaan om een diepgewortelde politieke overtuiging.
De IND neemt bij de beoordeling van de gegrondheid en de zwaarwegendheid van de gestelde vrees vanwege een politieke overtuiging de aannemelijk gemaakte sterkte van en de mate waarin deze overtuiging wordt geuit of eventueel door de vreemdeling zal worden geuit, mee als een relevante persoonlijke omstandigheid, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Kwalificatierichtlijn. De IND beoordeelt of de sterkte van de politieke overtuiging al dan niet in combinatie met door de vreemdeling verrichte activiteiten om die overtuiging uit te dragen ertoe heeft geleid dat de vreemdeling de negatieve belangstelling van de autoriteiten van het land van herkomst heeft gewekt of kan wekken en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de individuele verklaringen van de vreemdeling in combinatie met de beschikbare algemene informatie over de situatie in het land van herkomst.
Verder betrekt de IND bij de beoordeling van de vrees welke door de gestelde politieke overtuiging gemotiveerde en aannemelijk bevonden activiteiten de vreemdeling bij terugkeer zou willen verrichten of hoe de vreemdeling anderszins zijn opvatting, mening of gedachte zou willen uiten, en wat de gevolgen daarvan zouden zijn.
De omstandigheid dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze uiting kan geven aan zijn politieke overtuiging als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee:
De IND beoordeelt, ook als er geen sprake is van een politieke overtuiging, of de door de vreemdeling in zijn land van herkomst, Nederland of elders verrichte politieke activiteiten of uitingen bij de autoriteiten bekend zijn geraakt of zullen geraken en daarmee vanwege een toegedichte politieke overtuiging voldoende aanleiding vormen om gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer aan te nemen.
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
Discriminatie van de vreemdeling in het land van herkomst kan leiden tot uitsluiting van medische zorg. De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), op grond van uitsluiting van medische zorg, aan de vreemdeling die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
Als de vreemdeling stelt te vrezen te hebben voor vervolging wegens dienstweigering of desertie toetst de IND eerst of de vreemdeling dienst heeft geweigerd of is gedeserteerd omdat hij vreesde anders te moeten deelnemen aan oorlogsmisdrijven (zie [artikel 3.36, tweede lid, onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36)). Pas als daarvan geen sprake is, toetst de IND of dienstweigering of desertie leidt tot onevenredige of discriminatoire bestraffing dan wel of deze voortkomt uit onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege een godsdienst of andere diepgewortelde overtuiging. Het feit dat die vreemdeling weigert zijn militaire dienst te vervullen of is gedeserteerd en in verband hiermee bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger, is voor de IND op zichzelf onvoldoende om als daad van vervolging aan te merken.
De IND verleent, onder toepassing van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) en overeenkomstig vorenstaande, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling die zich beroept op dienstweigering of desertie, als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden:
De IND verleent, onder toepassing van [artikel 3.36 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.36) en overeenkomstig vorenstaande, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling die zich beroept op dienstweigering of desertie, als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden:
De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze vreemdeling wordt aangeduid als ‘refugié sur place’.
### 3.2.8. Refugié sur place
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn, als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn, als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel en op basis van het toepasselijke asielbeleid, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR op individuele gronden is erkend als Verdragsvluchteling.
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn:
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
Het reëel risico op ernstige schade kan aanwezig zijn op het moment van het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst, maar kan ook ontstaan na vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als [artikel 3.105e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e) van toepassing is.
In [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 1° tot en met 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) staat opgenomen, waar ernstige schade uit kan bestaan, namelijk:
Bij de beoordeling in verband met verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is paragraaf C1/4.2.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
Dat betekent dat een vreemdeling eerst door middel van zijn verklaringen en documentatie alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren brengt. De IND moet vervolgens de in samenwerking met de vreemdeling verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen.
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
Voor wat betreft het individualiseringsvereiste bij [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3 Vc.
In paragraaf C2/3.3.2 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG). Daaronder staan beschreven de onderwerpen:
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
In paragraaf C2/3.3.3 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG).
In paragraaf C2/3.3.3 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG).
Als de vreemdeling behoort tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beperkt het individualiseringsvereiste zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de groep. Bij systematische blootstelling moet sprake zijn van gericht geweld tegen de betreffende groep.
De staatssecretaris beoordeelt op grond van de situatie in een land van herkomst of sprake is van systematische blootstelling aan ernstige schade als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land ten aanzien van een groep sprake is van systematische blootstelling.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
Als de vreemdeling in het land van herkomst is blootgesteld aan ernstige schade als bedoeld in [artikel 29, eerste lid onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt allereerst verwezen naar [artikel 31, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31).
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van de Kwalificatierichtlijn.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd enkel op grond van de omstandigheid dat een vreemdeling een medische verklaring over zijn trauma heeft overgelegd.
De vreemdeling moet aan alle volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) te verlenen:
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.3.3. Minder uitzonderlijke situatie
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Uitzondering hierop is de situatie dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband is tussen de traumatische gebeurtenis en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling buiten zijn schuld niet in staat is geweest om het land van herkomst binnen de termijn van zes maanden te verlaten.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in dit kader ook indien er vóór het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst een regimewisseling in het land van herkomst van de vreemdeling heeft plaatsgevonden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als sprake is van een vestigingsalternatief voor de vreemdeling (zie paragraaf C2/3.4 Vc). [Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) is van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) indien sprake is van:
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt af te leiden. Het individualiseringsvereiste is van toepassing, ook als een risicoprofiel als bedoeld in paragraaf C2/2.4 Vc van toepassing is.
Uitzetting kan in verband met de medische situatie onder bijzondere omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De IND toetst de vraag of sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen in het kader van de ambtshalve toets of uitstel van vertrek verleend moet worden op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Er zal in deze situatie geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleend worden, behoudens de situaties zoals omschreven in het in [A3/7.6](onbekend) neergelegde overgangsrecht. Voor de geldende beleidsregels en het overgangsrecht, zie [paragraaf A3/7 Vc](onbekend). Indien er geen ambtshalve toets plaatsvindt, maar het meeromvattend asielbesluit ook als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt, toetst de IND – in het kader van dat terugkeerbesluit – eveneens of er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen.
### 3.3.3. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)(artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
Uitzetting kan in verband met de medische situatie onder bijzondere omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De IND toetst de vraag of sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen in het kader van de ambtshalve toets of uitstel van vertrek verleend moet worden op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Er zal in deze situatie geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleend worden, behoudens de situaties zoals omschreven in het in [A3/7.6](onbekend) neergelegde overgangsrecht. Voor de geldende beleidsregels en het overgangsrecht, zie [paragraaf A3/7 Vc](onbekend). Indien er geen ambtshalve toets plaatsvindt, maar het meeromvattend asielbesluit ook als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt, toetst de IND – in het kader van dat terugkeerbesluit – eveneens of er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel verlenen op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (implementatie van artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn) als sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel verlenen op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (implementatie van artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn) als sprake is van een reëel risico op ernstige schade vanwege een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
De minister kan op basis van de beschikbare landeninformatie vaststellen of in een bepaald land of gebied sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Er is sprake van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, als de reguliere strijdkrachten van een staat tegenover een of meer gewapende groepen staan of wanneer twee of meer gewapende groepen tegenover elkaar staan.
Als de minister heeft vastgesteld dat er sprake is van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in de zin van artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn, stelt de minister op basis van de beschikbare landeninformatie vast of dit conflict leidt tot willekeurig geweld en op welke schaal dit willekeurig geweld plaatsvindt.
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
De minister kan bij zijn beoordeling gradaties van willekeurig geweld vaststellen:
Los van deze gradaties bestaat de situatie, waarin er geen 15c beoordeling plaatsvindt, omdat er geen gewapend conflict is of er geen willekeurig geweld is als gevolg van een gewapend conflict. In dat geval kan de vreemdeling alleen daarom al niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Er is sprake van een uitzonderlijke mate van willekeurig geweld als de algehele geweldssituatie in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict in het land van herkomst of in een bepaald gebied in dit land zodanig is dat wordt aangenomen dat een vreemdeling enkel en alleen al door zijn aanwezigheid op dat grondgebied een reëel risico loopt op een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waar sprake is van deze uitzonderlijke mate van willekeurig geweld.
Als er is sprake van een relatief hoger niveau of een relatief lager niveau van willekeurig geweld, dan is de enkele aanwezigheid van de vreemdeling in het betreffende gebied op zichzelf niet meer voldoende om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
De vreemdeling moet in dat geval aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk maken dat:
Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Nadat een vreemdeling zijn persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht en waar nodig aannemelijk heeft gemaakt, beoordeelt de IND die omstandigheden in het licht van de veiligheidssituatie in het gebied waar de vreemdeling vandaan komt.
Dat betekent dat pas na het naar voren brengen door de vreemdeling van de relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, door de IND wordt vastgesteld dat het risico mogelijk onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
Daarbij maakt de IND een gemotiveerde beoordeling en betrekt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de relevante elementen ook daadwerkelijk zorgen voor een verhoogd risico op ernstige schade én dat juist de vreemdeling als gevolg van deze omstandigheden een reëel risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
Bij de beoordeling van het risico bij terugkeer kan de IND, afhankelijk van het individuele geval, meewegen of de vreemdeling bij terugkeer schade kan ontlopen.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Daarnaast moet de IND meewegen dat de vreemdeling vóór zijn vertrek uit zijn land eerder al geweld heeft ondervonden. Daarbij doet het niet ter zake of het eerder ondervonden geweld het gevolg was van willekeurig geweld of van gericht geweld. De IND beoordeelt in dit verband of het eerder ondervonden geweld in combinatie met de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van een vreemdeling en in het licht van de veiligheidssituatie, tot een verhoogd risico op willekeurig geweld kan leiden.
De IND kan vaststellen dat sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief (zie paragraaf C2/3.3.4 Vc), nadat de IND heeft vastgesteld dat de vreemdeling een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
In het landgebonden beleid in hoofdstuk C7 Vc kan worden vastgesteld of een van de gradaties aan de orde is in het betreffende land of gebied.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in [artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beschouwt de volgende organisaties als internationale organisaties in de zin van [artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c):
De IND beschouwt de bescherming van de vreemdeling als bedoeld in [artikel 3.37c, tweede lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) in ieder geval van niet-tijdelijke aard, als er geen concrete aanwijzingen zijn dat de doeltreffende bescherming van de vreemdeling door de internationale organisatie binnen de voorzienbare toekomst zal eindigen.
Uit [artikel 3.37 c, tweede lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) volgt niet dat de bescherming van de vreemdeling een volledige garantie moet bieden tegen de dreiging.
De IND onderzoekt eerst of bescherming in zijn algemeenheid mogelijk is. De IND maakt hierbij gebruik van algemene informatie uit objectieve bron over het land van herkomst.
Indien de IND heeft vastgesteld dat bescherming mogelijk is, is het vervolgens aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een verzoek om bescherming bij de autoriteiten in het land van herkomst in zijn individuele geval bij voorbaat zinloos of zelfs gevaarlijk moet worden geacht. Indien de vreemdeling dat laatste niet aannemelijk maakt, kan slechts het tevergeefs door hem inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De term beschermingsalternatief is een verzamelterm voor het vlucht- of vestigingsalternatief. Bepalend voor het gebruik van deze termen is de dreiging waartegen deze alternatieven voor de vreemdeling bescherming bieden.
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
De IND gebruikt de term vestigingsalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND neemt aan dat een ander gebied in het land van herkomst op grond van [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 4.1.1. Algemeen
Als de dreiging in een bepaald gebied een gevolg is van een situatie van willekeurig geweld vanwege een internationaal gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverminderd van toepassing.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De vreemdeling moet zich in het gebied kunnen vestigen en een leven kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. De vreemdeling mag in het betreffende gebied niet achtergesteld worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. Daarnaast mogen de levensomstandigheden in het betreffende gebied in zijn algemeenheid niet zodanig zijn dat dit op zichzelf al kan leiden tot een humanitaire noodsituatie.
### 4. Nationale bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
### 4.1.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De houder van een verblijfsvergunning asiel, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.1. Algemeen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De referent moet de feitelijke gezinsband tussen hem en zijn gezinslid op het moment van binnenkomst met documenten en verklaringen zoals omschreven in paragraaf C2/4.1.5 Vc onderbouwen. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of met plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aannemelijk maken dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Ook moet hij een verklaring geven voor het ontbreken van relevante documenten.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Als de IND oordeelt dat de verklaringen over de identiteit en de gezinsband van de referent en/of het gezinslid in grote lijnen als aannemelijk kunnen worden beschouwd, dan betrekt de IND of er aanleiding bestaat het voordeel van de twijfel te gunnen (zie ook [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)).
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als er geen voordeel van de twijfel en geen nader onderzoek wordt aangeboden, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar.
Mogelijke vormen van nader onderzoek worden hieronder in deze paragraaf beschreven.
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
Nader onderzoek kan onder andere bestaan uit:
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
Als de referent en/of zijn gezinslid om welke reden dan ook niet in de gelegenheid is om gebruik te maken van het aanbod van de IND om nader onderzoek te verrichten, dan zal veelal het gevolg zijn dat de nareisaanvraag wordt afgewezen.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend)).
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
De IND neemt aan dat het meerderjarige kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van zodanige afhankelijkheid dat het meerderjarige kind om die reden tot het gezin van de referent behoort [(artikel 29, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)). Deze zodanige afhankelijkheid moet onafgebroken tijdens meerderjarigheid hebben bestaan. Het is aan het meerderjarige kind om dit aannemelijk te maken. Als niet duidelijk is of een meerderjarig kind nog feitelijk tot het gezin van de referent behoort, dan kan de IND nader onderzoek opstarten (zie paragraaf C2/4.1.2 Vc).
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Het meerderjarige kind:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het meerjarige kind vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Het meerderjarige kind moet uitleggen waarom hij een beroep doet op materiële ondersteuning.
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de referent aan het meerderjarige kind gedurende de meerderjarigheid tot aan het moment van het nareisverzoek onafgebroken in de basisbehoeften heeft voorzien of regelmatig een som geld heeft gegeven welke voor het kind noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het meerderjarige kind wordt in ieder geval niet daadwerkelijk door de referent materieel ondersteund als:
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene tot aan het vertrek van de referent onafgebroken heeft samengewoond en nog steeds met de achterblijvende ouder samenwoont als er een achterblijvende ouder is.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, betrekt de IND:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 4.1.3. Bijzonderheden
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 4.1.4. Procedurele regels
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
### 4.1.4. Procedurele regels
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 6. Niet-ontvankelijk
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
### 6. Niet-ontvankelijk
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 6.3. Veilig derde land
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw. Dit kan alleen als de staatssecretaris het land waaruit de vreemdeling afkomstig is heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Dergelijke landen zijn geplaatst op een lijst die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
In artikel 3.105ba, tweede lid, Vb is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 8. Buiten behandeling stellen
De lijst van veilige landen die als bijlage bij het VV is opgenomen, staat ook in paragraaf C7/1.2 Vc. Bovendien zijn in deze lijst per land, indien van toepassing, bijzonderheden opgenomen. Deze kunnen betrekking hebben op uitgezonderde groepen en/of gebieden, maar ook op een opschorting van de aanwijzing van veilig land van herkomst en/of de instelling van een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43). Bij al deze uitzonderingen geldt de aanname van veiligheid niet. Dit betekent dat de IND artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw niet tegenwerpt.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 10.1. Algemeen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde, nationale veiligheid
### 7.10. Openbare orde, nationale veiligheid
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 7.10.1. Inleiding
De IND onderzoekt op de volgende wijze of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde:
### 7.10.2. Algemene uitgangspunten
### 7.10.2. Algemene uitgangspunten
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
### 7.10.3. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 7.10.3. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) als de vreemdeling is veroordeeld voor minstens een misdrijf dat op zichzelf een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ is én de vreemdeling een ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’ vormt, zoals bedoeld in [artikel 3.105c, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
De IND beoordeelt de evenredigheid van de afwijzing in drie stappen. Ten eerste beoordeelt de IND de geschiktheid, daarna de noodzakelijkheid en als laatste de evenwichtigheid van de afwijzing. Los van de evenredigheidstoets betrekt de IND ook de rechten die worden genoemd in artikel 14 lid 6 van de [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) (Kwalificatierichtlijn). Als de vreemdeling, bij een afwijzing op de aanvraag vanwege de openbare orde aspecten nog wordt aangemerkt als vluchteling, kan hij van deze rechten gebruik maken.
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’, zoals bedoeld in [artikel 3.105e, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e).
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.5.1. Evenredigheidstoets
Als de IND de asielaanvraag afwijst op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, toetst de IND aan het evenredigheidsbeginsel en aan artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het strafbare feit waarvoor de vreemdeling is veroordeeld moet zo ernstig zijn of van dien aard dat het noodzakelijk is om het verblijf van die vreemdeling uit te sluiten.
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
De vreemdeling vormt in ieder geval op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde van de lidstaat als:
De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.7. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Als de IND een asielaanvraag afwijst op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is een strafrechtelijke veroordeling niet noodzakelijk om aan te nemen dat een vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde. De toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag volstaat zelfstandig om aan te nemen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.7.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 10.1.4. De ex nunc toets
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse Wetboek van Strafrecht op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.7.5. Vc).
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.7.5. Vc).
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Als de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, als de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, als de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.7.5.2. Dwang
Als de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, als de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan als blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
**Ad a.**
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.1. Algemeen
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.3. De ex tunc toets
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 10.1.4. De ex nunc toets
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.8 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.8 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.2.2. 1F
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3.1. Algemeen
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Bij deze beoordelingen zijn de [artikelen 3.86 eerste tot en met het elfde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) en [3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) van toepassing.
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst, intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid of met toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, kan er eveneens sprake zijn van een terugkeerbeletsel. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als vanwege een terugkeerbeletsel geen terugkeerbesluit en daarmee geen inreisverbod kan worden gegeven, beoordeelt de IND of een besluit tot signalering kan worden opgelegd. In [A4/4](onbekend) staan de voorwaarden vermeld om wegens een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid een besluit tot signalering op te leggen.
Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit of een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel en legt eventueel een besluit tot signalering en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.3.1 en C2/7.10.3.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.5.1. Algemeen
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.6.2. Ex tunc toets
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 10.6.2. Ex tunc toets
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.6.3. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.6.4. Overgangsrecht
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 11. Rechtsmiddelen
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### 2.5. Verblijfsdocument
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 28.1. Besluitmoratorium
Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 31. Gereserveerd
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 31. Gereserveerd
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
Geen bijzonderheden
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.5. Bescherming
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
## Bijlage
Vervallen
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
Geen bijzonderheden.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 33.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
## Bijlage
Vervallen
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 2. Besluitmoratorium
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.2.5.2. Sociale groep
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 37. Het asielbeleid ten aanzien van Gambia
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 1. Inleiding
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C3. Moratoria
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 1. Inleiding
### 4.1.3. De ex tunc toets
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 3. Vertrekmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### 1. Inleiding
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.3. Overgangsrecht
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.5. Verblijfsdocument
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.5. Verblijfsdocument
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1. Algemeen
Overgangsrecht
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 4.1. Algemeen
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
### C7. Landgebonden beleid
De Nederlandse ambassade:
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Geen
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.7. Vertrekmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 3. Gereserveerd
### 4. Gereserveerd
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen
### 6.5. Bescherming
De aanwijzing van Oekraïne als veilig land van herkomst is opgeschort.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3. Gereserveerd
### 4. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6.7. Vertrekmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 9.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 9.8. Bijzonderheden
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor de volgende categorieën neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Ethiopië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND toetst de zodanige afhankelijkheid van het meerderjarige kind aan de hand van onderstaande cumulatieve voorwaarden.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Als een meerderjarig kind stelt ten laste te komen van de referent, dan beoordeelt de IND of dit meerderjarige kind in het land van herkomst, dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft, materieel wordt ondersteund door de referent. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Als het meerderjarige kind niet daadwerkelijk door de referent materieel wordt ondersteund, moet de referent aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen, gelet op alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
In deze gevallen moet de referent dus aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen. Als de referent dit aannemelijk kan maken neemt de IND aan dat het meerderjarige kind ten laste komt van de referent.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene tot aan het vertrek van de referent onafgebroken heeft samengewoond en nog steeds met de achterblijvende ouder samenwoont als er een achterblijvende ouder is.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Als een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
### 4.1.3. Bijzonderheden
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 6.3. Veilig derde land
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
### 7.10. Openbare orde, nationale veiligheid
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) als de vreemdeling is veroordeeld voor minstens een misdrijf dat op zichzelf een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ is én de vreemdeling een ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’ vormt, zoals bedoeld in [artikel 3.105c, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, zoals:
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
Als de IND een asielaanvraag afwijst op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is een strafrechtelijke veroordeling niet noodzakelijk om aan te nemen dat een vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde. De toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag volstaat zelfstandig om aan te nemen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.7.4.1. ‘Knowing participation’
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Als de referent en/of zijn gezinslid om welke reden dan ook niet in de gelegenheid is om gebruik te maken van het aanbod van de IND om nader onderzoek te verrichten, dan zal veelal het gevolg zijn dat de nareisaanvraag wordt afgewezen.
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de vreemdeling meerderjarig is geworden conform het beleid voor meerderjarige biologische kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
### 4.1.4. Procedurele regels
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het sluiten van een huwelijk, het aangaan van een duurzame relatie of het krijgen van en/of het zorgen voor één of meerdere kinderen.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Als een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd. Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie waarbij een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 7.10.1. Inleiding
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
Er kan sprake zijn van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ als de vreemdeling voor tenminste één misdrijf is veroordeeld bij onherroepelijk rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
De IND beoordeelt de evenredigheid van de afwijzing in drie stappen. Ten eerste beoordeelt de IND de geschiktheid, daarna de noodzakelijkheid en als laatste de evenwichtigheid van de afwijzing. Los van de evenredigheidstoets betrekt de IND ook de rechten die worden genoemd in artikel 14 lid 6 van de [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) (Kwalificatierichtlijn). Als de vreemdeling, bij een afwijzing op de aanvraag vanwege de openbare orde aspecten nog wordt aangemerkt als vluchteling, kan hij van deze rechten gebruik maken.
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.5.1. Evenredigheidstoets
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
### 10.1.4. De ex nunc toets
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.8 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.8 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.2.1. Algemeen
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.3.1 en C2/7.10.3.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 3. Vertrekmoratorium
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### 2. Besluitmoratorium
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 3. Vertrekmoratorium
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.1. Indiening aanvraag
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.3. Overgangsrecht
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2.1. Algemeen
### 4.3.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
In paragraaf C7/1.2 Vc zijn daarnaast de veilige landen van herkomst opgesomd, met vermelding van relevante bijzonderheden. Voor de lijst van veilige landen van herkomst zoals die is opgenomen in paragraaf C7/1.2 Vc geldt het algemene beleid in C2/7.2 Vc.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 14.5. Bescherming
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betrekt de IND alle documenten die zien op de volgende onderdelen:
De IND acht al deze documenten in beginsel relevant voor het beoordelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
Ook als een vreemdeling in het kader van de Dublinprocedure in de nationale procedure is opgenomen en aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt of heeft achtergehouden (al dan niet in de andere lidstaat) betrekt de IND dit bij de beoordeling of een vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.
Aan het eind van de beoordeling van de verschillende feiten en omstandigheden trekt de IND een conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid per asielmotief. Als het asielmotief onvoldoende is onderbouwd met bewijsmateriaal en de vreemdeling voldoet niet aan alle voorwaarden uit [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31), is het asielmotief niet geloofwaardig. De IND geeft gemotiveerd aan waarom het asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht.
Nadat de geloofwaardigheid van de feiten en omstandigheden die aan het asielmotief ten grondslag zijn gelegd is vastgesteld, beoordeelt de IND aan de hand van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, of de gestelde vrees over wat de vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst te wachten staat, aannemelijk is. Als er geen geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden zijn, wordt aan een inschatting van de risico’s van wat de vreemdeling bij terugkeer zal overkomen niet toegekomen.
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.6a, eerste lid onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a), past de IND [paragraaf B8/3.1 Vc](onbekend) onder het kopje Ambtshalve verlening in de asielprocedure toe.
Voor zover daar op grond van [artikel 3.6ba Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6ba) en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) achterwege, wanneer aan de vreemdeling al eerder een zwaar inreisverbod ([artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)) of een ongewenstverklaring is opgelegd of wanneer met de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel een zwaar inreisverbod of ongewenstverklaring wordt opgelegd.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege zijn vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst aan de hand van paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 2.1. Algemeen
De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is beschreven in de paragraaf C1/4 Vc.
### 2.4. Risicoprofielen
Voor de vreemdeling die behoort tot een groep, waarvoor in algemene zin een risicoprofiel is aangewezen, blijft het individualiseringsvereiste gelden en geldt er geen aangepaste bewijslastverdeling (zie paragraaf C2/2.3 Vc).
### 3.1. Algemeen
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie paragraaf C2/7.10.2 Vc).
### 3.2.4. Risicoprofielen
Daarbij geldt dat als de vrouw nog weinig tot geen invulling aan de vereenzelviging geeft of heeft gegeven van de vrouw verwacht mag worden dat zij kan uitleggen waarom dit het geval is en waarom de vereenzelviging desondanks fundamenteel is voor haar identiteit.
Als de IND heeft geoordeeld dat van een geloofwaardige vereenzelviging sprake is, wordt overgegaan tot de volgende stap in de beoordeling.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND verleent een vrouw, die zich beroept op een vrees voor genitale verminking, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
In afwijking van het voorgaande verleent de IND in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vanwege een beroep op een vrees voor genitale verminking aan:
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
In verband met de gendergerelateerde aspecten worden ook transgenders tot deze sociale groep gerekend. Een vreemdeling die behoort tot deze sociale groep wordt hierna LHBTI genoemd.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
[Artikel 3.37 eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) bepaalt wat moet worden verstaan onder de vervolgingsgrond ‘politieke overtuiging’.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, door de vreemdeling afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging dan wel als een reëel risico op ernstige schade. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hierboven gesteld is ten aanzien van politieke overtuiging, godsdienst en seksuele gerichtheid.
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 3.3.1. Algemeen
Bij de beoordeling is het van belang dat eerst gekeken wordt naar alle relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, voordat wordt vastgesteld of het risico onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 1°, 2° of 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
Voor het vaststellen van een reëel risico op ernstige schade op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is een volledig individuele beoordeling vereist. Landeninformatie kan aanleiding geven om ten aanzien van een groep systematische blootstelling aan te nemen dan wel om groepen aan te merken als een risicoprofiel zoals in paragraaf C2/2.4 Vc is opgenomen.
In paragraaf C2/3.3.3 Vc staat ernstige schade beschreven als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG).
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
De staatssecretaris beoordeelt op grond van de situatie in een land van herkomst of sprake is van systematische blootstelling aan ernstige schade als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land ten aanzien van een groep sprake is van systematische blootstelling.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND onderzoekt bij de toets aan de beleidsregel met voornoemde voorwaarden of plegers van de wandaden in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst. Voor de beoordeling van dit criterium wordt verwezen naar [artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c).
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) indien sprake is van:
Uitzetting kan in verband met de medische situatie onder bijzondere omstandigheden leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De IND toetst de vraag of sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen in het kader van de ambtshalve toets of uitstel van vertrek verleend moet worden op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Er zal in deze situatie geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleend worden, behoudens de situaties zoals omschreven in het in [A3/7.6](onbekend) neergelegde overgangsrecht. Voor de geldende beleidsregels en het overgangsrecht, zie [paragraaf A3/7 Vc](onbekend). Indien er geen ambtshalve toets plaatsvindt, maar het meeromvattend asielbesluit ook als terugkeerbesluit moet worden aangemerkt, toetst de IND – in het kader van dat terugkeerbesluit – eveneens of er sprake is van schending van artikel 3 EVRM vanwege medische redenen.
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
Naarmate het niveau van willekeurig geweld lager is zullen er relatief gewichtigere individuele omstandigheden vereist zijn om een reëel risico aan te nemen. Bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zullen de door de vreemdeling naar voren gebrachte risico verhogende omstandigheden daarom meer gewicht moeten hebben om een reëel risico aan te kunnen nemen.
De hiervoor geschetste gradaties zijn enkel bedoeld als indicatief hulpmiddel voor de IND. Deze gradaties geven in grote lijnen aan, hoe de situatie van willekeurig geweld in een (deel van een) land van herkomst wordt ingeschat. Het voor de diverse landen beleidsmatig vaststellen van de gradatie van het geweld heeft daarmee ten doel er voor te zorgen dat de IND op uniforme wijze het in een land heersende geweldsniveau bij de beoordeling betrekt. Bij die beoordeling staan echter de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden voorop bij de vraag of aannemelijk is gemaakt dat die omstandigheden het risico verhogen slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
In het landgebonden beleid in hoofdstuk C7 Vc kan worden vastgesteld of een van de gradaties aan de orde is in het betreffende land of gebied.
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
In beide uitzonderingssituaties constateert de IND dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst mogelijk is.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Als de vreemdeling stelt dat het inroepen van bescherming gevaarlijk zou zijn, terwijl dit niet uit openbare, objectieve bron blijkt, moet de vreemdeling dit voor zijn individuele situatie aannemelijk maken.
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
In het landgebonden asielbeleid kan de staatssecretaris het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 4. Nationale bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
### 4.1.1. Algemeen
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De houder van een verblijfsvergunning asiel, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De IND beoordeelt vervolgens of de referent met alle overgelegde documenten en/of afgelegde verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, de identiteit van de betrokkenen en hun onderlinge gezinsband aannemelijk heeft gemaakt. Hierbij wordt onder andere het volgende betrokken:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
### 4.1.4. Procedurele regels
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND onderzoekt op de volgende wijze of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde:
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Als de IND de asielaanvraag afwijst op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, toetst de IND aan het evenredigheidsbeginsel en aan artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het strafbare feit waarvoor de vreemdeling is veroordeeld moet zo ernstig zijn of van dien aard dat het noodzakelijk is om het verblijf van die vreemdeling uit te sluiten.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, als de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.7.5.2. Dwang
Als de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 8. Buiten behandeling stellen
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 2. Tijdelijke bescherming
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
Bij deze beoordelingen zijn de [artikelen 3.86 eerste tot en met het elfde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) en [3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) van toepassing.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 1. Inleiding
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.6.1. Algemeen
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### C3. Moratoria
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.1.4. De ex nunc toets
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 2. Besluitmoratorium
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### C4. Tijdelijke bescherming
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 1. Inleiding
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.3. Overgangsrecht
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND:
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 6.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.5. Bescherming
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND beoordeelt daarnaast in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 5.5. Bescherming
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 9.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Colombia aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de departementen Antioquia, Arauca, Bolivar, Cauca, Choco, Magdalena Valle del Cauca, Nariño en Putumayo.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.5. Bescherming
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 2.5. Bescherming
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 8. Gereserveerd
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.4. De verlengde asielprocedure
De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum heeft toegekend. De vreemdeling moet het oude W-document bij de IND inleveren.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC ([model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17)). Na het nemen van dit besluit, legt de bevoegde ambtenaar middels beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19) of [M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel op krachtens [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) dan wel [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent weigering van de toegang en het opleggen van deze nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen na intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van Dublin gehoor gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook [3.109c, achtste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c)). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van overeenkomstige toepassing.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
[Artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) regelt het verloop van de procedure wanneer de vreemdeling vermoedelijk:
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DTenV, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in afwijking van C1/2.12, onder a tot en met e, Vc geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
De IND verstrekt een rapport van nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben. Dit geldt ook voor het rapport van het aanmeldgehoor, het rapport van het Dublin gehoor dan wel, indien van toepassing, voor het rapport van aanvullend gehoor in zin van [artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30).
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen. Het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger doet het verzoek om dit minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar nader te horen in ieder geval voor het einde van de rust- en voorbereidingstermijn. De ouder(s) van het minderjarige kind tussen de twaalf en vijftien jaar wordt in zijn aanmeldgehoor op de mogelijkheid gewezen om via de gemachtigde tot een nader gehoor van het kind te verzoeken Dit is bij zowel nader horen vanwege zelfstandige asielmotieven als overige door de vreemdeling aangevoerde redenen van toepassing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
Nadat de IND heeft vastgesteld dat er sprake is van vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep, beoordeelt de IND ook of er een binnenlands beschermingsalternatief of bescherming door de autoriteiten aanwezig is in het land van herkomst.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’, zoals bedoeld in [artikel 3.105e, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e).
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 5.7. Vertrekmoratorium
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 4.10. Hervestigingscriteria
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.1. Algemeen
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt af te leiden. Het individualiseringsvereiste is van toepassing, ook als een risicoprofiel als bedoeld in paragraaf C2/2.4 Vc van toepassing is.
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.3.3.4. Geen of onvoldoende uitzonderlijke situatie
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 4. Nationale bescherming
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
Als aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10.1. Algemeen
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
## Bijlage
Vervallen
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
### 10.3.1. Algemeen
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4.8. Ambtshalve toets
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Land van herkomst
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
Geen
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.6. Discriminatie
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.1. Algemeen
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
## Bijlage
Vervallen
Bij de beslissing over het op voorhand verlengen van de algemene asielprocedure kan zowel informatie uit de aanmeldfase (bijvoorbeeld de verklaringen tijdens het aanmeldgehoor) als de rust- en voorbereidingstermijn (bijvoorbeeld het medisch advies) worden betrokken. De vreemdeling wordt geïnformeerd over de reden van de verlenging en het einde van de termijn van de algemene asielprocedure.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.4. Procedurele regels
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 16.5. Bescherming
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 6. Niet-ontvankelijk
### 14.7. Vertrekmoratorium
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.3. Groepsvervolging
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.3.1. Algemeen
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.1. Algemeen
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.
### 19.5. Bescherming
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 19.5. Bescherming
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.3.1. Algemeen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.2.1. Algemeen
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5. Bescherming
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C7/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.7. Vertrekmoratorium
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C7/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
## Bijlage
Vervallen
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
## Bijlage
Vervallen
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
### 21.5. Bescherming
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22.1. Besluitmoratorium
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.11. Commune delicten
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.1. Besluitmoratorium
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
### 23.5. Bescherming
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.5. Bescherming
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.1. Besluitmoratorium
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 27.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.5. Bescherming
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31. Gereserveerd
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 32.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31. Gereserveerd
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
De IND merkt voor gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.5. Bescherming
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 33.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.7. Vertrekmoratorium
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
## Bijlage
Vervallen
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.1. Algemeen
### 3.2.5.2. Sociale groep
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
@@ -9060,80 +9166,48 @@
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 37. Het asielbeleid ten aanzien van Gambia
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 1. Inleiding
## Bijlage
Vervallen
### 37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Gambia is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 37.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5. Bescherming
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
@@ -9142,40 +9216,6 @@
Geen bijzonderheden.
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5. Bescherming
### 37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Gambia is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version Tekst op deze datum