Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

100 versions · 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más

Wijzigingen op 2020-07-01

@@ -18,9 +18,7 @@
### 2.1. Algemeen
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in [artikel 3.107b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107b).
De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de AVIM in het aanmeldcentrum Ter Apel dan wel op een andere door de IND aangewezen locatie. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107b) zo snel mogelijk in nadat de AVIM de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit heeft verricht.
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in [artikel 3.107b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107b) Vb. De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger ingediend in het aanmeldcentrum Ter Apel, tenzij de IND in een individueel geval één van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum aanwijst. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108c) Vb zo snel mogelijk in nadat de AVIM de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit heeft verricht.
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
@@ -30,6 +28,8 @@
De vreemdeling vult na aanmelding bij de aanmeldunit van de AVIM een aanmeldformulier in. De IND maakt aan de hand van het onderzoek van AVIM en de gegevens op het aanmeldformulier een inschatting van de procedure die voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden gevolgd:
Waar in het Vreemdelingenbesluit wordt gesproken over het ‘Aanmeldcentrum′ wordt gedoeld op de volgende locaties die door de IND zijn ingericht als aanmeldcentrum:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de asielprocedure nog langer nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als de IND geen processtappen meer voorziet waarvoor de aanwezigheid van de vreemdeling noodzakelijk is.
@@ -52,7 +52,7 @@
Wanneer de IND indicaties heeft dat de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst of in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet, neemt de IND na het indienen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een gehoor als bedoeld in [artikel 3.109ca, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) af. Zie paragraaf C1/2.7 Vc voor de verdere procedure.
Wanneer de IND inschat dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden behandeld in de algemene asielprocedure, neemt de IND een aanmeldgehoor af. Dit aanmeldgehoor is een onderzoek als bedoeld in [artikel 3.109, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c). Tijdens het aanmeldgehoor doet de IND onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit van de vreemdeling, als ook naar de overgelegde bescheiden en documenten.
Wanneer de IND inschat dat de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden behandeld in de algemene asielprocedure, neemt de IND een aanmeldgehoor af. Dit aanmeldgehoor is een onderzoek als bedoeld in [artikel 3.109, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109). Tijdens het aanmeldgehoor doet de IND onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit van de vreemdeling, als ook naar de overgelegde bescheiden en documenten.
De vragen die de IND tijdens het aanmeldgehoor stelt, betreffen vragen over:
@@ -944,16 +944,14 @@
Uit artikel 3.37 c, tweede lid, VV volgt niet dat de bescherming van de vreemdeling een volledige garantie moet bieden tegen de dreiging.
De vreemdeling moet in eerste instantie zelf aannemelijk maken dat hem geen bescherming kan worden geboden. Afhankelijk van de individuele situatie van de vreemdeling en de algehele situatie in het land van herkomst kan de bewijslast meer naar de zijde van de Nederlandse overheid verschuiven.
De IND onderzoekt eerst of bescherming in zijn algemeenheid mogelijk is. De IND maakt hierbij gebruik van algemene informatie uit objectieve bron over het land van herkomst.
Indien de IND heeft vastgesteld dat bescherming mogelijk is, is het vervolgens aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een verzoek om bescherming bij de autoriteiten in het land van herkomst in zijn individuele geval bij voorbaat zinloos of zelfs gevaarlijk moet worden geacht. Indien de vreemdeling dat laatste niet aannemelijk maakt, kan slechts het tevergeefs door hem inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
De vreemdeling hoeft niet aannemelijk te maken dat hem geen bescherming kan worden geboden, als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
Uitzondering op deze regel is de omstandigheid dat uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren bescherming te bieden aan de vreemdeling.
Als uit algemene informatie over het land van herkomst blijkt dat bescherming niet eenvoudig kan worden verkregen, moet de vreemdeling aannemelijk maken dat bescherming in zijn geval in het geheel niet kan worden verkregen. Wel kan in dat geval de algemene informatie aanleiding zijn eerder te oordelen dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat bescherming niet mogelijk is.
Als de vreemdeling stelt dat het inroepen van bescherming gevaarlijk zou zijn, terwijl dit niet uit openbare, objectieve bron blijkt, moet de vreemdeling dit voor zijn individuele situatie aannemelijk maken.
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
@@ -966,5946 +964,5960 @@
De IND neemt aan dat een ander gebied in het land van herkomst op grond van artikel 3.37d VV voldoet als vlucht- of vestigingsalternatief als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
De vreemdeling moet zich in het gebied kunnen vestigen en een leven kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. De vreemdeling mag in het betreffende gebied niet achtergesteld worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. Daarnaast mogen de levensomstandigheden in het betreffende gebied in zijn algemeenheid niet zodanig zijn dat dit op zichzelf al kan leiden tot een humanitaire noodsituatie.
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
In het landgebonden asielbeleid kan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bestaan van een vlucht- of vestigingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De termijn van drie maanden, zoals die in [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, is veiliggesteld als:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
De referent in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband nadien niet is verbroken. In deze paragraaf zijn de beleidsregels die toezien op de feitelijke gezinsband per gezinslid neergelegd.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
Als sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin, tenzij het kind zelfstandig woont en in eigen levensonderhoud voorziet.
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
Indien de vreemdeling en de referent de gestelde gezinssituatie niet aannemelijk maken, neemt de IND geen gezinsleven aan.
Als referent kan ingevolge [artikel 29, tweede lid onder c van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), de vreemdeling optreden die een alleenstaande minderjarige is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086). De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken:
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis indien er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
### 7. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29 tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
### 6. Niet-ontvankelijk
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND biedt nader onderzoek aan als
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in [artikel 3.45b, eerste lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b). Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1. Inleiding
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### C4. Tijdelijke bescherming
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### 2. Besluitmoratorium
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 11. Rechtsmiddelen
### 2. Besluitmoratorium
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 2. Besluitmoratorium
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C3. Moratoria
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C3. Moratoria
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
### 11. Rechtsmiddelen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 1. Inleiding
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
### C4. Tijdelijke bescherming
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### C4. Tijdelijke bescherming
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 1. Inleiding
### C4. Tijdelijke bescherming
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C3. Moratoria
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C3. Moratoria
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 1. Inleiding
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 2. Tijdelijke bescherming
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### 1. Inleiding
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
Overgangsrecht
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.1. Besluitmoratorium
De Nederlandse ambassade:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C7. Landgebonden beleid
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
**Verwesterde vrouwen**
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.5. Bescherming
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in Nagorny Karabach voor:
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
De IND neemt aan dat een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië aanwezig is voor etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan, tenzij in ieder geval één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 7.5. Bescherming
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ad b en c.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.1. Besluitmoratorium
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.1. Besluitmoratorium
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 11.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die Eritrea op legale wijze (bijvoorbeeld met geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum) heeft verlaten, uitsluitend als de vreemdeling individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die aannemelijk maken dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is hiervoor onvoldoende.
### 11.5. Bescherming
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Guinee geldt in ieder geval dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 13.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 13.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in andere delen van Irak:
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen vlucht- of vestigingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een vlucht- en vestigingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Iran geldt in ieder geval dat:
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.8. Bijzonderheden
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beschouwt in ieder geval als stammen waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gadaffi:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Libië aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de volgende groepen niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten of internationale organisatie te verkrijgen:
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21.1. Besluitmoratorium
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND acht voor LHBT geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in ieder geval dat:
### 20.7. Vertrekmoratorium
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een vlucht- vestigingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
## Bijlage
### Aanvraag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 1. Inleiding
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 1. Inleiding
### C4. Tijdelijke bescherming
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Besluitmoratorium
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 3. Vertrekmoratorium
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 3. Vertrekmoratorium
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 1. Inleiding
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. Bescherming
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.1. Besluitmoratorium
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
Hierbij kan gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.1. Inleiding
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1. Inleiding
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
### 11. Rechtsmiddelen
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 3. Vertrekmoratorium
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### C3. Moratoria
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### C4. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C7. Landgebonden beleid
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### C7. Landgebonden beleid
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 12.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 13.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 14.1. Besluitmoratorium
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 15.7. Vertrekmoratorium
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 17.8. Bijzonderheden
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor vrouwen danwel meisjes kan een vestigingsalternatief aanwezig zijn. Of vrouwen dan wel meisjes zich kunnen onttrekken aan genitale verminking door zich elders (buiten de eigen leefgemeenschap) te vestigen kan per geval verschillen. Dit is afhankelijk van de vraag in hoeverre vrouwen of de ouders van de meisjes elders een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Hierbij speelt het sociale netwerk een belangrijke rol. De IND verstaat onder het sociaal netwerk niet alleen het kerngezin, maar ook andere familieleden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Nigeria geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
### 21.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 21.7. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
Als de IND een relevant element niet als geloofwaardig beoordeelt, kan de vreemdeling op basis van dit element geen aanspraak maken op de beschermingsgronden als genoemd in [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
Voor zover daar op grond van artikel 3.6ba Vb en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND beoordeelt bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, tenzij de aanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid onder g, j of k Vw. [Paragraaf A3/7 Vc](onbekend) is van overeenkomstige toepassing.
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
Situaties waarin sprake is van groepsvervolging worden opgenomen in het landgebonden beleid. Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND verlangt in het geval van fundamentele politieke overtuiging geen terughoudendheid indien de (voorgenomen) activiteiten samenhangen met deze fundamentele politieke overtuiging. Is geen sprake van een fundamentele politieke overtuiging, dan verlangt de IND wel terughoudendheid.
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
Het enkele feit dat een vreemdeling, die weigert zijn militaire dienst te vervullen, bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger is op zich onvoldoende om dit als vervolging aan te merken.
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen niet tot wat de vreemdeling persoonlijk heeft ondervonden. De IND weegt op basis van de verklaringen van de vreemdeling mee wat personen, die behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep, in de naaste omgeving van de vreemdeling aan mensenrechtenschendingen hebben ondervonden. De vreemdeling hoeft in dit geval niet aannemelijk te maken dat de mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep. Deze mensenrechtenschendingen kunnen ook hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst, nadat de vreemdeling al uit het land was vertrokken.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
In afwijking van het voorgaande verleent de IND bij een beroep op vrees voor genitale verminking in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan:
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Als de dreiging een gevolg is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van [richtlijn 2011/95](32011L0095)/EU in een bepaald gebied en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverminderd van toepassing.
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
De vreemdeling moet zich in het gebied kunnen vestigen en een leven kunnen leiden onder omstandigheden, die naar plaatselijke maatstaven gemeten als normaal zijn aan te merken. De vreemdeling mag in het betreffende gebied niet achtergesteld worden in de uitoefening van essentiële rechten ten opzichte van de overige bevolking. Daarnaast mogen de levensomstandigheden in het betreffende gebied in zijn algemeenheid niet zodanig zijn dat dit op zichzelf al kan leiden tot een humanitaire noodsituatie.
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
In het landgebonden asielbeleid kan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bestaan van een vlucht- of vestigingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
De IND verleent geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw als er concrete aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling na indiening van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar zijn land van herkomst terug is geweest.
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden staat beschreven in [artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, en vierde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
De wettelijke termijn van drie maanden, die in [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De termijn van drie maanden, zoals die in [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, is veiliggesteld als:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
De referent in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband nadien niet is verbroken. In deze paragraaf zijn de beleidsregels die toezien op de feitelijke gezinsband per gezinslid neergelegd.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
Als sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), wordt aangenomen dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin, tenzij het kind zelfstandig woont en in eigen levensonderhoud voorziet.
De IND beoordeelt of zich na binnenkomst van de referent in Nederland omstandigheden hebben voorgedaan waardoor kan worden aangenomen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
Indien de vreemdeling en de referent de gestelde gezinssituatie niet aannemelijk maken, neemt de IND geen gezinsleven aan.
Als referent kan ingevolge [artikel 29, tweede lid onder c van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), de vreemdeling optreden die een alleenstaande minderjarige is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086). De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, wordt onder meer betrokken:
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis indien er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
### 4. Nationale bescherming
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
### 5. Niet in behandeling nemen
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
### 7. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29 tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve of op aanvraag.
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### C3. Moratoria
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 3. Vertrekmoratorium
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 11. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### C4. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 1. Inleiding
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND:
### 2.1. Besluitmoratorium
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
### 4.8. Bijzonderheden
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 5.8. Bijzonderheden
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
De IND neemt aan dat een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië aanwezig is voor etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan, tenzij in ieder geval één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 8.5. Bescherming
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.7. Vertrekmoratorium
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die Eritrea op legale wijze (bijvoorbeeld met geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum) heeft verlaten, uitsluitend als de vreemdeling individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die aannemelijk maken dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is hiervoor onvoldoende.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.1. Besluitmoratorium
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Guinee geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Vlucht- en vestigingsalternatief in Irak (m.u.v. de KAR).
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen vlucht- of vestigingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een vlucht- en vestigingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt in ieder geval als stammen waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gadaffi:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Libië aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 20.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor de volgende groepen niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten of internationale organisatie te verkrijgen:
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Nigeria, in beginsel, een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is. De IND beoordeelt of een vlucht- en vestigingsalternatief individueel kan worden tegengeworpen. Voor de volgende categorie gelden echter bijzondere voorwaarden:
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND acht voor LHBT geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een vlucht- vestigingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociaal netwerk voldoende bescherming biedt ook de hulp die andere netwerken kunnen bieden. Onder andere netwerken verstaat de IND in ieder geval NGO’s, verenigingen en kerkgenootschappen.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.8. Bijzonderheden
### 24.1. Besluitmoratorium
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.5. Individuele kenmerken
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
## Bijlage
### Aanvraag
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.5. Bescherming
### 22.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.4. Tamils
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 25.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
De IND moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure voortvarend behandelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
De IND verleent geen uitstel indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling moet onderbouwen dat discrepanties tussen zijn verklaringen in de vervolgprocedure en het eerdere rapport van gehoor het gevolg zijn van fouten, onvolkomenheden of misverstanden in het rapport van gehoor en dat daarvoor verschoonbare redenen zijn. De IND neemt minder snel aan dat sprake is van geloofwaardige verschoonbare redenen, als het aspecten betreft waarover de vreemdeling tijdens de eerdere asielprocedure uitgebreid en consistent heeft verklaard.
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
De IND start na ontvangst van het volledig ingevulde en complete model M35-O op basis van de daarmee verstrekte informatie en bewijsmiddelen met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag.
Als de IND er niet in slaagt het voornemen aan de vreemdeling bekend te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om het voornemen aan de vreemdeling kenbaar te maken.
Voor het indienen van de zienswijze verleent de IND:
De vreemdeling moet een schriftelijke verklaring van het tolkencentrum overleggen waarin staat:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND neemt binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag voor verlening of verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een beslissing op de aanvraag. Deze termijn kan op grond van [artikel 42 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42) worden verlengd.
Met de inwerkingtreding van WBV 2020/12 maakt de IND gebruik van de in artikel 42, vierde lid, onder b, Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de termijn met 6 maanden te verlengen. Dat betekent dat van alle aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken op datum inwerkingtreding van WBV 2020/12 de wettelijke beslistermijn met 6 maanden wordt verlengd. Blijkens de op 16 april 2020 gepubliceerde Richtsnoeren Asiel en Migratie van de Europese Commissie is een dergelijke verlenging gerechtvaardigd.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
De IND neemt in de verlengde asielprocedure in ieder geval aan dat de vertraging van de behandeling van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te schrijven als bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder c, Vw, wanneer:
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.1. Algemeen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve of op aanvraag.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21.8. Bijzonderheden
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Geen bijzonderheden.
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.8. Bijzonderheden
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4. Nationale bescherming
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Iran geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.3.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder d, Vb, als de IND door de gewijzigde verklaringen van de vreemdeling:
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6. Niet-ontvankelijk
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND biedt nader onderzoek aan als
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.3. Veilig derde land
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND verstrekt aan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de asielprocedure (inclusief de Dublinprocedure) een aanwijzing door middel van [model M117-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-C), waarin staat aangegeven in welke plaats of locatie hij zich gedurende die periode dient op te houden. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND neemt een kopie van deze bewijsmiddelen op in het dossier van de vreemdeling.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 24.8. Bijzonderheden
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend aan als risicogroep:
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt een vreemdeling in ieder geval aan als (vermeend) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep, als de vreemdeling behoort tot:
In Sudan is niet langer sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Sudan is niet langer sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.5. Individuele kenmerken
### 24.4.5. Individuele kenmerken
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
In Sudan is sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voor uitsluitend:
### 26.1. Besluitmoratorium
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Uitzondering hierop is dat de IND voor Sudan wel een vestigingsalternatief aanneemt in een ander deel van Sudan als:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Sudan geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.8. Bijzonderheden
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt een vreemdeling in ieder geval aan als (vermeend) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep, als de vreemdeling behoort tot:
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.5. Ambtshalve toets
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.3. Documenten
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.8. Bijzonderheden
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### C7. Landgebonden beleid
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 8. Buiten behandeling stellen
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Hierbij kan gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Hierbij kan gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1. Inleiding
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 2. Besluitmoratorium
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
### 2. Besluitmoratorium
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 2. Besluitmoratorium
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### C3. Moratoria
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### C3. Moratoria
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### 11. Rechtsmiddelen
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 11. Rechtsmiddelen
### 11. Rechtsmiddelen
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### C4. Tijdelijke bescherming
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 1. Inleiding
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### C3. Moratoria
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### C3. Moratoria
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 2. Besluitmoratorium
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 1. Inleiding
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 3. Vertrekmoratorium
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C4. Tijdelijke bescherming
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.5.1. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 2.8. Bijzonderheden
**Verwesterde vrouwen**
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
**Verwesterde vrouwen**
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.4.4. Bijzonderheden
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
De IND neemt aan dat een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië aanwezig is voor etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan, tenzij in ieder geval één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.8. Bijzonderheden
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
De IND neemt aan dat een buitenlands vestigingsalternatief in Armenië aanwezig is voor etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan, tenzij in ieder geval één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 7.5. Bescherming
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 7.5. Bescherming
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.1. Besluitmoratorium
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 11.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 13.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5. Bescherming
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen vlucht- of vestigingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een vlucht- en vestigingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.1. Algemeen
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beschouwt in ieder geval als stammen waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gadaffi:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Libië aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 20.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de volgende groepen niet mogelijk is om bescherming van de autoriteiten of internationale organisatie te verkrijgen:
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21.1. Besluitmoratorium
Voor vrouwen danwel meisjes kan een vestigingsalternatief aanwezig zijn. Of vrouwen dan wel meisjes zich kunnen onttrekken aan genitale verminking door zich elders (buiten de eigen leefgemeenschap) te vestigen kan per geval verschillen. Dit is afhankelijk van de vraag in hoeverre vrouwen of de ouders van de meisjes elders een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Hierbij speelt het sociale netwerk een belangrijke rol. De IND verstaat onder het sociaal netwerk niet alleen het kerngezin, maar ook andere familieleden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociaal netwerk voldoende bescherming biedt ook de hulp die andere netwerken kunnen bieden. Onder andere netwerken verstaat de IND in ieder geval NGO’s, verenigingen en kerkgenootschappen.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.8. Bijzonderheden
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 21.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een vlucht- vestigingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een vlucht- vestigingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.1. Inleiding
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
### 1. Inleiding
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### 1. Inleiding
### C4. Tijdelijke bescherming
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 2. Besluitmoratorium
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 3. Vertrekmoratorium
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 1. Inleiding
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 1. Inleiding
De IND:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.1. Besluitmoratorium
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in [artikel 3.45b, eerste lid, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b). Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 10.1. Inleiding
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1. Inleiding
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 11. Rechtsmiddelen
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 3. Vertrekmoratorium
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C3. Moratoria
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 1. Inleiding
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Overgangsrecht
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
### C7. Landgebonden beleid
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De Nederlandse ambassade:
### C7. Landgebonden beleid
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 5.5. Bescherming
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.5.3. Buitenlands vestigingsalternatief in Armenië
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.8. Bijzonderheden
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd.
### 11.8. Bijzonderheden
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 13.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Vlucht- en vestigingsalternatief in Irak (m.u.v. de KAR).
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 14.5. Bescherming
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 15.7. Vertrekmoratorium
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 17.5. Bescherming
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Libië geldt een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 17.8. Bijzonderheden
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 20.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Nigeria, in beginsel, een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is. De IND beoordeelt of een vlucht- en vestigingsalternatief individueel kan worden tegengeworpen. Voor de volgende categorie gelden echter bijzondere voorwaarden:
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Nigeria geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 21.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.8. Bijzonderheden
### 21.7. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een vlucht- of vestigingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een vlucht- vestigingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië zal in beginsel geen beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 24.4.5. Individuele kenmerken
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
## Bijlage
### Aanvraag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Als de IND een relevant element niet als geloofwaardig beoordeelt, kan de vreemdeling op basis van dit element geen aanspraak maken op de beschermingsgronden als genoemd in [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
Voor zover daar op grond van artikel 3.6ba Vb en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND beoordeelt bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, tenzij de aanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid onder g, j of k Vw. [Paragraaf A3/7 Vc](onbekend) is van overeenkomstige toepassing.
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in combinatie met [artikel 3.105c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c).
De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR.
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
Situaties waarin sprake is van groepsvervolging worden opgenomen in het landgebonden beleid. Ook voor de vreemdeling die zich beroept op groepsvervolging geldt het individualiseringsvereiste. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij behoort tot de groep vreemdelingen voor wie groepsvervolging wordt aangenomen.
De vreemdeling die behoort tot een bevolkingsgroep die in het landgebonden beleid door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is aangewezen als een risicogroep, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Het individualiseringsvereiste blijft van toepassing op de vreemdeling, die behoort tot een risicogroep.
De IND merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND verlangt in het geval van fundamentele politieke overtuiging geen terughoudendheid indien de (voorgenomen) activiteiten samenhangen met deze fundamentele politieke overtuiging. Is geen sprake van een fundamentele politieke overtuiging, dan verlangt de IND wel terughoudendheid.
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
Het enkele feit dat een vreemdeling, die weigert zijn militaire dienst te vervullen, bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger is op zich onvoldoende om dit als vervolging aan te merken.
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In het landgebonden beleid is opgenomen of er in een bepaald land sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen niet tot wat de vreemdeling persoonlijk heeft ondervonden. De IND weegt op basis van de verklaringen van de vreemdeling mee wat personen, die behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep, in de naaste omgeving van de vreemdeling aan mensenrechtenschendingen hebben ondervonden. De vreemdeling hoeft in dit geval niet aannemelijk te maken dat de mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep. Deze mensenrechtenschendingen kunnen ook hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst, nadat de vreemdeling al uit het land was vertrokken.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
In afwijking van het voorgaande verleent de IND bij een beroep op vrees voor genitale verminking in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan:
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 4. Nationale bescherming
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### C3. Moratoria
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
### 3. Vertrekmoratorium
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### C4. Tijdelijke bescherming
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 1. Inleiding
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.1. Besluitmoratorium
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
### 4.8. Bijzonderheden
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 5.5. Bescherming
### 5.8. Bijzonderheden
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ad b en c.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5. Bescherming
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 9.8. Bijzonderheden
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij zijn gedeserteerd.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die Eritrea op legale wijze (bijvoorbeeld met geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum) heeft verlaten, uitsluitend als de vreemdeling individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die aannemelijk maken dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is hiervoor onvoldoende.
### 11.5. Bescherming
### 11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Guinee geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in andere delen van Irak:
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in andere delen van Irak:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 20.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat in Nigeria, in beginsel, een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is. De IND beoordeelt of een vlucht- en vestigingsalternatief individueel kan worden tegengeworpen. Voor de volgende categorie gelden echter bijzondere voorwaarden:
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5. Bescherming
Voor Nigeria geldt in ieder geval dat:
De IND neemt aan dat in Nigeria, in beginsel, een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is. De IND beoordeelt of een vlucht- en vestigingsalternatief individueel kan worden tegengeworpen. Voor de volgende categorie gelden echter bijzondere voorwaarden:
### 20.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND acht voor LHBT geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 21.5. Bescherming
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.5. Bescherming
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.5. Bescherming
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Libië aanwezig is voor de volgende categorieën:
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
### 21.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 22.5. Bescherming
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 24.1. Besluitmoratorium
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 24.4.5. Individuele kenmerken
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 24.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.5. Individuele kenmerken
### 24.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 24.8. Bijzonderheden
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
## Bijlage
### Aanvraag
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
De IND moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure voortvarend behandelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
De IND verleent geen uitstel indien aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, of indien de vreemdeling in bewaring is gesteld.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling moet onderbouwen dat discrepanties tussen zijn verklaringen in de vervolgprocedure en het eerdere rapport van gehoor het gevolg zijn van fouten, onvolkomenheden of misverstanden in het rapport van gehoor en dat daarvoor verschoonbare redenen zijn. De IND neemt minder snel aan dat sprake is van geloofwaardige verschoonbare redenen, als het aspecten betreft waarover de vreemdeling tijdens de eerdere asielprocedure uitgebreid en consistent heeft verklaard.
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
De IND start na ontvangst van het volledig ingevulde en complete model M35-O op basis van de daarmee verstrekte informatie en bewijsmiddelen met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag.
Als de IND er niet in slaagt het voornemen aan de vreemdeling bekend te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om het voornemen aan de vreemdeling kenbaar te maken.
Voor het indienen van de zienswijze verleent de IND:
De vreemdeling moet een schriftelijke verklaring van het tolkencentrum overleggen waarin staat:
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND neemt binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag voor verlening of verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een beslissing op de aanvraag. Deze termijn kan op grond van [artikel 42 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42) worden verlengd.
Met de inwerkingtreding van WBV 2020/12 maakt de IND gebruik van de in artikel 42, vierde lid, onder b, Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de termijn met 6 maanden te verlengen. Dat betekent dat van alle aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken op datum inwerkingtreding van WBV 2020/12 de wettelijke beslistermijn met 6 maanden wordt verlengd. Blijkens de op 16 april 2020 gepubliceerde Richtsnoeren Asiel en Migratie van de Europese Commissie is een dergelijke verlenging gerechtvaardigd.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
De IND neemt in de verlengde asielprocedure in ieder geval aan dat de vertraging van de behandeling van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te schrijven als bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder c, Vw, wanneer:
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.1. Algemeen
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die aannemelijk maakt illegaal Eritrea uitgereisd te zijn.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.8. Bijzonderheden
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.5. Bescherming
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
### 1. Inleiding
### 3. Vertrekmoratorium
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in Nagorny Karabach voor:
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4. Nationale bescherming
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Iran geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.3.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder d, Vb, als de IND door de gewijzigde verklaringen van de vreemdeling:
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND verstrekt aan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de asielprocedure (inclusief de Dublinprocedure) een aanwijzing door middel van [model M117-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-C), waarin staat aangegeven in welke plaats of locatie hij zich gedurende die periode dient op te houden. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND neemt een kopie van deze bewijsmiddelen op in het dossier van de vreemdeling.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 24.8. Bijzonderheden
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.4.4. Tamils
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 25.5. Bescherming
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 25.5. Bescherming
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan uitsluitend aan als risicogroep:
### 26.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt een vreemdeling in ieder geval aan als (vermeend) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep, als de vreemdeling behoort tot:
In Sudan is niet langer sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.5. Individuele kenmerken
### 24.5. Bescherming
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 25.8. Bijzonderheden
De IND merkt voor Sudan uitsluitend aan als risicogroep:
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Sudan is sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voor uitsluitend:
### 26.1. Besluitmoratorium
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
## Bijlage
Vervallen
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 25.1. Besluitmoratorium
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 25.4.4. Tamils
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Uitzondering hierop is dat de IND voor Sudan wel een vestigingsalternatief aanneemt in een ander deel van Sudan als:
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND merkt uitsluitend aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.5. Bescherming
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
De IND merkt voor Sudan uitsluitend aan als risicogroep:
In Sudan is niet langer sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.5. Ambtshalve toets
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Vreemdelingen die geen actieve aanhanger zijn van het regime
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.3. Documenten
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt aan dat vreemdelingen uit Syrië die vanuit het buitenland terugkeren, bij of na inreis een reëel risico lopen op ernstige schade. Een vreemdeling uit Syrië komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als de vreemdeling geen actieve aanhanger is van het regime.
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 28.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.3.3. LHBT’s
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.1. Algemeen
### 29.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version Tekst op deze datum