Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
100 versions
· 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
Wijzigingen op 2021-09-23
@@ -1052,9 +1052,9 @@
### 6. Niet-ontvankelijk
De termijn van drie maanden, zoals die in [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, is veiliggesteld als:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
De termijn van drie maanden, zoals die in artikel 29 tweede lid, Vw wordt genoemd, is veiliggesteld als:
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, Vw, als de kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner feitelijk behoren tot het gezin van de referent. De IND verstaat onder kinderen als bedoeld in artikel 29 tweede lid, Vw, ook niet-biologische (adoptie- of pleeg)kinderen van een referent.
De referent in Nederland moet aantonen dat zijn kinderen, ouders, echtgeno(o)t(e) of partner op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland feitelijk tot zijn gezin behoorden en dat die feitelijke gezinsband nadien niet is verbroken. In deze paragraaf zijn de beleidsregels die toezien op de feitelijke gezinsband per gezinslid neergelegd.
@@ -1068,9 +1068,23 @@
Indien de vreemdeling en de referent de gestelde gezinssituatie niet aannemelijk maken, neemt de IND geen gezinsleven aan.
Als referent kan ingevolge [artikel 29, tweede lid onder c van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), de vreemdeling optreden die een alleenstaande minderjarige is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086). De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op [artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
Als referent kan ingevolge artikel 29, tweede lid, onder c, Vw de vreemdeling optreden die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086).
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Dat de volwassene ook in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor de amv kan bijvoorbeeld blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf. Dit kan bijvoorbeeld blijken, als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Het komt ook voor dat een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten. In dat geval behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd.
Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie als een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek om nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend.
Voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.1 Vc onder ‘biologische minderjarige kinderen’ dan wel ‘meerderjarige kinderen’. Mede gelet op artikel 32, eerste lid, aanhef onder e Vw, geldt bij de beoordeling van feiten en omstandigheden die zich na meerderjarigheid hebben voorgedaan het beleid voor meerderjarige kinderen. De IND werpt feiten en omstandigheden die noodgedwongen door de vlucht zijn ingegeven, niet tegen.
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken.
@@ -1078,6326 +1092,6330 @@
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis indien er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw, als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit artikel 29 tweede lid Vw voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND biedt nader onderzoek aan als
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.3. Veilig derde land
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### 11. Rechtsmiddelen
### 2. Besluitmoratorium
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 2. Besluitmoratorium
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### C3. Moratoria
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### C3. Moratoria
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 11. Rechtsmiddelen
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### C3. Moratoria
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### C3. Moratoria
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
### 2. Besluitmoratorium
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2. Besluitmoratorium
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### C4. Tijdelijke bescherming
### C4. Tijdelijke bescherming
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### 2. Tijdelijke bescherming
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 1. Inleiding
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 1. Inleiding
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 1. Inleiding
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C7. Landgebonden beleid
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### C7. Landgebonden beleid
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Overgangsrecht
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De Nederlandse ambassade:
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 2.5. Bescherming
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
De IND:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 2.7. Vertrekmoratorium
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
Geen bijzonderheden.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.1. Besluitmoratorium
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Geen bijzonderheden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.7. Vertrekmoratorium
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.8. Bijzonderheden
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 9.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
Geen bijzonderheden.
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 14.8. Bijzonderheden
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.5. Bescherming
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.1. Besluitmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Bescherming
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.1. Bescherming
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.2. Terugkeer naar Libanon
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 19.5. Bescherming
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor personen behorend tot de bovengenoemde in paragraaf 17.4.3 genoemde kwetsbare minderheidsgroep en de in paragraaf 17.3.2 genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.8. Bijzonderheden
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 8. Buiten behandeling stellen
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### 1. Inleiding
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
### 2. Besluitmoratorium
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 1. Inleiding
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### C3. Moratoria
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 3. Vertrekmoratorium
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### C7. Landgebonden beleid
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
De Nederlandse ambassade:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 10.1. Inleiding
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 3. Vertrekmoratorium
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### C3. Moratoria
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
### 2. Besluitmoratorium
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 11. Rechtsmiddelen
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 6.1. Besluitmoratorium
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
### 8.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorie aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 13.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 14.8. Bijzonderheden
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.5. Bescherming
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 19.5. Bescherming
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 23.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.1. Besluitmoratorium
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
Gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling zijn in ieder geval:
### 4.3. Documenten
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste lid, onder a, Vb (uitzetting in strijd met artikel 8 EVRM), past de IND [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend) (8 EVRM) overeenkomstig toe.
De IND beoordeelt of de vermoedens van de vreemdeling over wat er met hem zal gebeuren als hij terugkeert naar zijn land van herkomst, aannemelijk zijn.
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND de eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft afgewezen op grond van de ongeloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling, moeten de elementen of bevindingen die de vreemdeling in het kader van een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd inbrengt, de ongeloofwaardigheid van de verklaringen wegnemen om te worden aangemerkt als elementen of bevindingen zoals bedoeld in artikel 30a, eerste lid onder d, Vw.
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ook al is strikt genomen geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst, De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND beoordeelt per vreemdeling op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
### 3.1. Algemeen
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Discriminatie van de vreemdeling in het land van herkomst kan leiden tot uitsluiting van medische zorg. De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), op grond van uitsluiting van medische zorg, aan de vreemdeling die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de kwalificatierichtlijn. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hieronder gesteld is ten aanzien van godsdienst, seksuele gerichtheid en politieke overtuiging.
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van [artikel 3.37 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37). Artikel 3.37 VV noemt onder meer de volgende gronden:
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND betrekt bij de beoordeling of in het land van herkomst sprake is van discriminatoire behandeling vanwege de seksuele gerichtheid, de aldaar voor zowel hetero- als homoseksuelen geldende normen en zeden. Indien in het land van herkomst sprake is van strafbaarstelling van seksuele gerichtheid of seksuele handelingen beoordeelt de IND hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en zet dit af tegen de persoonlijke situatie van de vreemdeling.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 4. Nationale bescherming
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
In het landgebonden asielbeleid kan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bestaan van een vlucht- of vestigingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 4.1.1. Algemeen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie paragraaf B7/3.8.1 Vc, als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Daarnaast dient het kind te voldoen aan de overige voorwaarden uit deze paragraaf (C2/4.1.1 Vc).
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2. Vc](onbekend) van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en sprake is van een duurzame, exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk indien een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Indien een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Indien ten tijde van de aanvraag sprake is van een polygame situatie komen slechts een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking. Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking. Ook voor andere casusposities geldt dat zolang sprake is van een polygame situatie, bepaalde gezinsleden niet in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
### 11. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
### C4. Tijdelijke bescherming
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 1. Inleiding
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 1. Inleiding
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
### 2.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.1. Besluitmoratorium
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ad b en c.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
Ad b en c.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ad b en c.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 8.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.5. Bescherming
### 14.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 14.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 15.1. Besluitmoratorium
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
Geen bijzonderheden.
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.8. Bijzonderheden
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.5. Bescherming
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5. Bescherming
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.1. Besluitmoratorium
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 23.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 25.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.5. Bescherming
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26.1. Besluitmoratorium
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 25.8. Bijzonderheden
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid, Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
[Artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en [artikel 3.109c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) regelen het verloop van de Dublinprocedure. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van deze artikelen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder Het geven van de beschikking is van overeenkomstige toepassing.
De in paragraaf C1/2.3 Vc opgenomen beleidsregels (Verlenging van de algemene asielprocedure voorafgaand aan de start van het onderzoek) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag binnen de in artikel 59b, tweede lid, Vw genoemde termijn moet worden afgedaan.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
In [artikel 3.109a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109a) is beschreven dat de vreemdeling gebruik kan maken van de diensten van een tolk tijdens de gehoren en op andere momenten waarop dat noodzakelijk is om zijn zaak voor te leggen, indien een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. In [artikel 38 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=38) staat beschreven dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waaraan de vreemdeling de voorkeur geeft, tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. De IND hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan. Dit geldt ook voor het aanmeldgehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND hoort alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een nader gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing.
Een minderjarig kind vanaf vijftien jaar dat begeleid wordt door een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger, dient een eigen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in en krijgt een eigen nader gehoor. Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als de vreemdeling aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
In [artikel 3.113, vijfde en zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.113) is opgenomen dat de vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de vierde dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Deze termijn wordt in het verslag van het nader gehoor vermeld. Aan de vreemdeling wordt een formulier verzonden, waarin wordt gevraagd of hij kan bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Indien de vreemdeling weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het nader gehoor vormt, kan hij redenen aangeven waarom hij dit weigert. De redenen voor deze weigering worden in zijn dossier opgenomen, samen met de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Die weigering belet de IND niet om een beslissing op de aanvraag te nemen. De IND gaat in het besluit in op de door de vreemdeling aangevoerde redenen voor zijn weigering.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 18.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Voor onderzoek naar de feitelijke gezinsband tussen ouder(s) en biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29 tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1 Vc](onbekend)). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve of op aanvraag.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid onder d en derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven mvv is ingereisd, zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld via het door de IND opgegeven telefoonnummer en de mvv op die datum nog geldig is. De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aantonen door het overleggen van de volgende officiële documenten:
Als de vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) een of meerdere van de hierboven genoemde officiële documenten niet kan overleggen, moet hij of de referent de reden(en) hiervan kenbaar maken. Paragraaf C1/4.3 Vc is van toepassing.
Tevens stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen ten aanzien van zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie te overleggen. Dit kunnen andere, niet- officiële, indicatieve bewijsmiddelen zijn.
Indien de vreemdeling afdoende verklaart waarom het ontbreken van officiële documenten hem niet toe te rekenen is, of substantiële indicatieve documenten overlegt, biedt de IND in beginsel nader onderzoek aan. De IND stelt de vreemdeling daarmee alsnog in de gelegenheid zijn identiteit en/of familierechtelijke relatie aannemelijk te maken. Dit onderzoek kan bestaan uit een gehoor en/of DNA onderzoek.
Indien het ontbreken van officiële documenten niet aan de vreemdeling toe te rekenen is en de vreemdeling substantiële indicatieve documenten overlegt die voor de IND dusdanig overtuigend zijn dat de identiteit en/of familierechtelijke relatie op basis hiervan alsnog aangenomen kan worden, zal nader onderzoek in beginsel niet nodig zijn.
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1. Besluitmoratorium
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 15.8. Bijzonderheden
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, worden overige verklaringen of bewijsmiddelen betrokken bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
In alle gevallen geldt dat zolang de identiteit niet vast staat of niet aannemelijk is gemaakt, niet wordt toegekomen aan de vraag naar de familierechtelijke relatie of de feitelijke gezinsband met referent.
In het gehoor biedt de IND de vreemdeling de gelegenheid om met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen de identiteit of familierechtelijke relatie aan te tonen.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Van schrijnende omstandigheden is in ieder geval geen sprake als het minderjarige kind duurzaam wordt opgevangen in een ander gezin of bij familie.
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 23.5. Bescherming
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND mag de termijnen in de algemene asielprocedure meerdere keren verlengen, zolang de IND het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens artikel 3.115, negende lid, Vb uiterlijk op de achttiende, twintigste of zesentwintigste dag van de algemene asielprocedure uitreikt aan de vreemdeling.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
## Bijlage
Vervallen
### 23.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND verstrekt de vreemdeling, van wie bewijsmiddelen worden ingenomen:
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 25.8. Bijzonderheden
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
## Bijlage
Vervallen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
### 24.8. Bijzonderheden
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 25.7. Vertrekmoratorium
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 26.8. Bijzonderheden
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.7. Vertrekmoratorium
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 26.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
De IND merkt een vreemdeling in ieder geval aan als (vermeend) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep, als de vreemdeling behoort tot:
### 27.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 26.4.5. Individuele kenmerken
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
## Bijlage
Vervallen
### 28.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 30.1. Besluitmoratorium
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
Bij de vraag of een veilig land van herkomst voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig land van herkomst niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
In dat geval verklaart de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw.
De IND kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, als het land voorkomt op een lijst van landen die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
Bij de beantwoording van de vraag of het land van herkomst van de vreemdeling ten aanzien van hem als veilig kan worden aangemerkt, geldt een tussen de IND en de vreemdeling gedeelde bewijslast, namelijk:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling een verdragsvluchteling is. De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap of nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 3.105, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105):
De IND beoordeelt of de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden aannemelijk maken dat in zijn geval geen sprake is van een gevaar voor de gemeenschap.
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling die heeft aangetoond een risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, kan door de IND worden afgewezen, indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag:
### 8. Buiten behandeling stellen
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 11. Rechtsmiddelen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](onbekend). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### C4. Tijdelijke bescherming
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### 11. Rechtsmiddelen
### 2. Besluitmoratorium
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
### 2. Besluitmoratorium
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
### C3. Moratoria
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C3. Moratoria
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Internationale instrumenten zoals bedoeld in [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) zijn onder andere:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [B1/6.2.2 Vc](onbekend) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
### 11. Rechtsmiddelen
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### C3. Moratoria
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### C3. Moratoria
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2. Besluitmoratorium
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 1. Inleiding
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 2. Besluitmoratorium
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 2. Besluitmoratorium
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 3. Vertrekmoratorium
### 3. Vertrekmoratorium
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
### C4. Tijdelijke bescherming
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 2. Tijdelijke bescherming
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in die gelden bij toepassing van:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 1. Inleiding
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
### 2.1. Besluitmoratorium
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform [artikel 44, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C7. Landgebonden beleid
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) voldoet.
### C7. Landgebonden beleid
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 2.1. Besluitmoratorium
Overgangsrecht
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan [artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86). Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De Nederlandse ambassade:
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 2.5. Bescherming
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Bij de beoordeling of een vrouw in Afghanistan als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in deze steden aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.7. Vertrekmoratorium
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 2.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
### 4.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.1. Besluitmoratorium
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
Geen bijzonderheden.
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
### 7.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 7.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Burundi geldt in ieder geval dat:
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 7.8. Bijzonderheden
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ten aanzien van Oeigoeren geldt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan toepasbaarheid van artikel 1F. De IND gaat na of de vreemdeling een veiligheidsrisico vormt in verband met radicalisering of betrokkenheid bij een extremistische of terroristische organisatie.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 9.1. Besluitmoratorium
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.7. Vertrekmoratorium
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 9.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 10.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord- en Zuid-Kivu.
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij vanwege hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 10.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen vlucht- of vestigingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.5. Bescherming
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Congo DRC is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
In Eritrea is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ad b Er is onder andere sprake van een legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
### 11.5. Bescherming
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
### 13.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorie aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 13.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.4.4. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
### 14.1. Besluitmoratorium
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 15.7. Vertrekmoratorium
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 14.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroepen:
In de toepassing van dit beleid wordt rekening gehouden met de algemeen geformuleerde beleidsregels, ondermeer ten aanzien van godsdienst in C2 van de vreemdelingencirculaire.
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.7. Vertrekmoratorium
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
## Bijlage
Vervallen
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.1. Besluitmoratorium
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 16.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 30.5. Bescherming
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 18.2. Terugkeer naar Libanon
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
### 19.5. Bescherming
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 18.8. Bijzonderheden
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor personen behorend tot de bovengenoemde in paragraaf 17.4.3 genoemde kwetsbare minderheidsgroep en de in paragraaf 17.3.2 genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt sinds 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND betrekt bij de beoordeling of het sociale netwerk een rol kan spelen bij het beschermen van de vrouw/het meisje tegen genitale verminking, dat de druk om besneden te worden juist vanuit dit sociale netwerk kan komen. Bij de beoordeling of een vestigingsalternatief tegengeworpen kan worden houdt de IND rekening met de individuele omstandigheden van de vrouw of ouders, waaronder:
Geen bijzonderheden.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 21.5. Bescherming
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 31.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.8. Bijzonderheden
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 24.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicogroep:
### 24.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 11. Rechtsmiddelen
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
### 1. Inleiding
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
### 11. Rechtsmiddelen
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 1. Inleiding
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 2. Besluitmoratorium
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 2. Tijdelijke bescherming
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 1. Inleiding
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2 Vc](onbekend) van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
### C7. Landgebonden beleid
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
Een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land wordt betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 3.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 2.5.1. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Angola is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 3.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde of nationale veiligheid worden geweigerd overeenkomstig het in C2/4.1 opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van de [artikelen 3.77, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77), [artikel 3.78 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78), alsmede [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.1. Inleiding
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
### 3. Vertrekmoratorium
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1 Vc](onbekend).
### 2. Besluitmoratorium
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van [artikel 32, eerste lid, onder e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) juncto [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 3. Vertrekmoratorium
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 11. Rechtsmiddelen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### C7. Landgebonden beleid
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
### C7. Landgebonden beleid
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van Afghanistan een binnenlands beschermingsalternatief aan in Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif. De IND beoordeelt individueel of dit binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen.
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 3.5. Bescherming
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.5. Bescherming
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling tevens voldoet aan alle volgende voorwaarden:
### 5.5. Bescherming
In Armenië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
Voor Azerbeidzjan geldt in ieder geval dat:
### 5.7. Vertrekmoratorium
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd, vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of adequate opvang voor amv’s aanwezig is aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 8.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.8. Bijzonderheden
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat:
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Eritrea is een adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon- of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van vreemdelingen die voorafgaand aan het vertrek hun normale woon-of verblijfplaats in Tigray hadden en vreemdelingen die behoren tot de groep etnisch Tigreeërs afkomstig uit overige gebieden in Ethiopië is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing.
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
### 14.4.4. Alleenstaande vrouwen
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 15.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Iran geldt dat sprake is van opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 16.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 18.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Ten aanzien van Gaddafi-loyalisten geldt dat de IND in ieder geval als stammen, waarvan bekend is dat zij loyaal waren aan het bewind van Gaddafi, beschouwt:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Mongolië
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 19.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 19.7. Vertrekmoratorium
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 21.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 22.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen voor:
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.7. Vertrekmoratorium
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling zijn in ieder geval:
### 4.3. Documenten
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste lid, onder a, Vb (uitzetting in strijd met artikel 8 EVRM), past de IND [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend) (8 EVRM) overeenkomstig toe.
De IND beoordeelt of de vermoedens van de vreemdeling over wat er met hem zal gebeuren als hij terugkeert naar zijn land van herkomst, aannemelijk zijn.
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de IND de eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft afgewezen op grond van de ongeloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling, moeten de elementen of bevindingen die de vreemdeling in het kader van een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd inbrengt, de ongeloofwaardigheid van de verklaringen wegnemen om te worden aangemerkt als elementen of bevindingen zoals bedoeld in artikel 30a, eerste lid onder d, Vw.
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ook al is strikt genomen geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
De IND stelt eerst het land van herkomst van de vreemdeling vast, vóórdat de IND beoordeelt of de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst, De IND verstaat onder ‘land van herkomst’ het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
De IND merkt het land waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de gebruikelijke verblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
De IND beoordeelt per vreemdeling op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
### 3.1. Algemeen
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Discriminatie van de vreemdeling in het land van herkomst kan leiden tot uitsluiting van medische zorg. De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), op grond van uitsluiting van medische zorg, aan de vreemdeling die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt de vraag of sprake is van ernstige medische consequenties aan de hand van de criteria in [hoofdstuk B8 Vc](onbekend). De IND betrekt bij de vraag of sprake is van uitsluiting van medische zorg op basis van één van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag niet:
De IND beoordeelt op basis van algemeen beschikbare informatie, afgelegde verklaringen en eventueel ondersteunend bewijs of de vreemdeling problemen staan te wachten bij terugkeer en of die problemen zo ernstig zijn dat deze moeten worden beschouwd als daden van vervolging als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de kwalificatierichtlijn. Wat betreft de vraag of van de vreemdeling terughoudendheid mag worden verwacht, wordt verwezen naar hetgeen hieronder gesteld is ten aanzien van godsdienst, seksuele gerichtheid en politieke overtuiging.
De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van [artikel 3.37 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37). Artikel 3.37 VV noemt onder meer de volgende gronden:
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND betrekt bij de beoordeling of in het land van herkomst sprake is van discriminatoire behandeling vanwege de seksuele gerichtheid, de aldaar voor zowel hetero- als homoseksuelen geldende normen en zeden. Indien in het land van herkomst sprake is van strafbaarstelling van seksuele gerichtheid of seksuele handelingen beoordeelt de IND hoe daar in de praktijk mee wordt omgegaan en zet dit af tegen de persoonlijke situatie van de vreemdeling.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen bij terugkeer naar zijn land van herkomst vanwege deze uitingen of handelingen die een voortvloeisel zijn van een fundamentele politieke overtuiging voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP.
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
Het individualiseringsvereiste beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 4. Nationale bescherming
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
In het landgebonden asielbeleid kan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bestaan van een vlucht- of vestigingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 4.1.1. Algemeen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt.
De referent onderbouwt de feitelijke gezinsband met documenten en verklaringen conform paragraaf C2/4.1.2 Vc. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aantonen dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Voor de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband betrekt de IND alle feiten en omstandigheden van het geval, onder meer de vraag of er sprake is (geweest) van samenwoning en of de referent de gezinsleden heeft genoemd in de asielprocedure.
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND neemt aan dat sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM, zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend), als het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND beoordeelt of sprake is van minderjarigheid of meerderjarigheid naar Nederlands recht (zie [artikel 1.233 Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=233)).
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND biedt in beginsel geen nader onderzoek aan als er sprake is van een contra-indicatie. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als:
De IND biedt nader onderzoek aan als
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, teneinde in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND neemt in ieder geval aan dat een land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer op dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een gevaar voor de gemeenschap aannemen:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling, die aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
### 3. Vertrekmoratorium
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform [artikel 44, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in [paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc](onbekend) in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond [artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 11. Rechtsmiddelen
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Inleiding
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 1. Inleiding
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [71, lid 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), en [artikel 82, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.1. Besluitmoratorium
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.8. Bijzonderheden
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 4.8. Bijzonderheden
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Bovenstaande beleidsregels gelden ook voor kinderen uit gemengde huwelijken of duurzame relaties. Als het kind verblijft in een gescheiden gezin, toetst de IND de situatie van het kind aan de hand van de bevolkingsgroep van de ouder, bij wie het kind verblijft.
### 4.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Burundi uitsluitend de volgende groepen als risicogroep aan:
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.8. Bijzonderheden
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
### 7.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van oppositiepartijen en andere personen die een significante rol spelen in een van de oppositiepartijen.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ad b en c.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 8.4.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
Ad b en c.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 8.3.4. Oeigoeren afkomstig uit China
Ten aanzien van Oeigoeren uit China geldt dat er rekening gehouden dient te worden met verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren, met name indien zij een asielaanvraag in het buitenland hebben ingediend. Het bestaan van een dergelijk risico kan leiden tot de vaststelling dat betrokkene een verdragsvluchteling is, en daarmee tot verlening van de vluchtelingenstatus. In dergelijke gevallen verleent de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) behoudens de onder C7/8.2 en C7/8.8 genoemde contra-indicaties.
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren, de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in C2/6.
### 8.9. Hongkong
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 9.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Colombia geen vlucht- of vestigingsalternatief aanwezig is.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC een vestigingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen vlucht- en vestigingsalternatief in Eritrea aanwezig is voor vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking.
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 11.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
Geen bijzonderheden.
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 12.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Ten aanzien van Irak geldt geen besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
De IND merkt bij de beoordeling van de asielaanvraag de KAR niet aan als de gebruikelijke woon- of verblijfplaats voor jezidi’s als deze:
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Iran geldt in ieder geval dat:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak (m.u.v. de KAR) verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 14.5. Bescherming
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen sprake is van een binnenlands beschermingsalternatief in andere delen van Irak:
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
Voor Irak geldt in ieder geval dat:
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/6 Vc
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen vlucht- en vestigingsalternatief aan.
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 17.8. Bijzonderheden
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 19.1. Besluitmoratorium
Ten aanzien van Libië geldt vanaf 1 juli 2020 niet langer een besluit in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 20.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 21.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 21.7. Vertrekmoratorium
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 23.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5. Bescherming
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 24.4.3. Alleenstaande vrouwen
Voor de Russische Federatie geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.8. Bijzonderheden
### 12.8. Bijzonderheden
### 14.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.5. Bescherming
### 15.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/6 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor asielzoekers afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
De IND merkt uitsluitend LHBT’s aan als kwetsbare minderheidsgroep.
Geen bijzonderheden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Mongolië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
### 20.7. Vertrekmoratorium
### 21.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.1. Besluitmoratorium
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 25.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 21.8. Bijzonderheden
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND werpt ten aanzien van LHBT’s terughoudend een binnenlands beschermingsalternatief tegen. De IND neemt aan dat er voor LHBT’s uitsluitend een binnenlands beschermingsalternatief is indien wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals neergelegd in C2/3.4 Vc en uit de verklaringen van de vreemdeling blijkt dat hij langere tijd zonder problemen elders in de Russische Federatie heeft verbleven en daar ook thans een goed sociaal netwerk heeft. Aan LHBT’s die afkomstig zijn uit Tsjetsjenië, zal in beginsel geen binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf [B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking.
### 26.1. Besluitmoratorium
Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid, Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
[Artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en [artikel 3.109c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) regelen het verloop van de Dublinprocedure. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van deze artikelen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘Wijze van bekendmaken’ en ‘De beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Paragraaf C1/2.13 Vc onder Het geven van de beschikking is van overeenkomstige toepassing.
De in paragraaf C1/2.3 Vc opgenomen beleidsregels (Verlenging van de algemene asielprocedure voorafgaand aan de start van het onderzoek) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanvraag binnen de in artikel 59b, tweede lid, Vw genoemde termijn moet worden afgedaan.
Bij een asielaanvraag vanuit vreemdelingenbewaring kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c) of [3.109ca, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast.
In [artikel 3.109a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109a) is beschreven dat de vreemdeling gebruik kan maken van de diensten van een tolk tijdens de gehoren en op andere momenten waarop dat noodzakelijk is om zijn zaak voor te leggen, indien een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd. In [artikel 38 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=38) staat beschreven dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waaraan de vreemdeling de voorkeur geeft, tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. De IND hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan. Dit geldt ook voor het aanmeldgehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
De IND hoort alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een nader gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing.
Een minderjarig kind vanaf vijftien jaar dat begeleid wordt door een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger, dient een eigen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in en krijgt een eigen nader gehoor. Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als de vreemdeling aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
In [artikel 3.113, vijfde en zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.113) is opgenomen dat de vreemdeling wordt verzocht uiterlijk op de vierde dag schriftelijk te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Deze termijn wordt in het verslag van het nader gehoor vermeld. Aan de vreemdeling wordt een formulier verzonden, waarin wordt gevraagd of hij kan bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling is van het nader gehoor. Indien de vreemdeling weigert te bevestigen dat de inhoud van het verslag een correcte afspiegeling van het nader gehoor vormt, kan hij redenen aangeven waarom hij dit weigert. De redenen voor deze weigering worden in zijn dossier opgenomen, samen met de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Die weigering belet de IND niet om een beslissing op de aanvraag te nemen. De IND gaat in het besluit in op de door de vreemdeling aangevoerde redenen voor zijn weigering.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 3. Internationale bescherming
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
De IND verklaart de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als sprake is van een ernstig misdrijf, dat een zelfstandige afwijzing van de aanvraag rechtvaardigt.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, VW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing.
De IND:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlenen als de vreemdeling voldoet aan in ieder geval één van de volgende voorwaarden:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 7.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In Bosnië en Herzegovina is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
Geen bijzonderheden.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.1. Besluitmoratorium
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22.1. Besluitmoratorium
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
## Bijlage
Vervallen
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
### 11.7. Vertrekmoratorium
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met toestemming van de Eritrese autoriteiten, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
### 18.8. Bijzonderheden
**[Op termijn wordt deze nieuwe paragraaf aangevuld met specifieke beleidsregels. Tot die tijd is het algemene asielbeleid van toepassing, zoals dat is neergelegd in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc.]**
### 18.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 22.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Paragraaf B1/4.4 Vc ten aanzien van verjaring van misdrijven is hier van overeenkomstige toepassing.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en van de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) en [3.105f Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) en [B7/3.2.1 van de Vc](onbekend).
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1. Besluitmoratorium
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 15.8. Bijzonderheden
### 16.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### 5.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 6. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (facultatief)
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 6.2.7. Openbare orde of nationale veiligheid
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.3. Veilig derde land
### 6. Niet-ontvankelijk
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND mag de termijnen in de algemene asielprocedure meerdere keren verlengen, zolang de IND het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens artikel 3.115, negende lid, Vb uiterlijk op de achttiende, twintigste of zesentwintigste dag van de algemene asielprocedure uitreikt aan de vreemdeling.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. Internationale bescherming
### 6.1. Er is geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 6.2.8.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
## Bijlage
Vervallen
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND verstrekt de vreemdeling, van wie bewijsmiddelen worden ingenomen:
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.3. Veilig derde land
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
### 25.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalternatief aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
### 25.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Zuid- en Centraal Somalië 2016 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 26.1. Besluitmoratorium
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab verdacht wordt van spioneren voor de overheid. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 25.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar. De IND zal pas overgaan tot intrekking, als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 25.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 24.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5. Bescherming
De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt vooralsnog niet de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die aan Somaliërs verleend zijn op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw die heeft gegolden ten aanzien van personen afkomstig uit Mogadishu. De IND zal pas overgaan tot intrekking als is gebleken van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)).
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
ad. g. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab van wordt verdacht te spioneren voor de overheid moet aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In gebieden in Zuid- en Centraal-Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeer een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
## Bijlage
Vervallen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Sierra Leone
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Sierra Leone is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 25.7. Vertrekmoratorium
### 26.5. Bescherming
### 26.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 26.4.5. Individuele kenmerken
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 26.8. Bijzonderheden
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 27.1. Besluitmoratorium
De IND neemt aan dat de vreemdeling zich in het desbetreffende gebied kan handhaven.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
### 26.4.3. Alleenstaande vrouwen
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.8. Bijzonderheden
Voor Somalië geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
De IND merkt een vreemdeling in ieder geval aan als (vermeend) aanhanger van een (gewapende) oppositiegroep, als de vreemdeling behoort tot:
### 27.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 25.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
### 26.4.5. Individuele kenmerken
### 26.5. Bescherming
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND gaat over tot herbeoordeling van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van deze uitzonderlijke situatie, in aanmerking nemend dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft (zie [artikel 3.37e VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37e)). De IND gaat over tot herbeoordeling overeenkomstig paragrafen C2/10.4 en C5/3 in het kader van:
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND wijst om diezelfde reden een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van een vreemdeling die op grond van het behoren tot de Benadiri/Reer Hamar in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet af.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 5. Niet in behandeling nemen
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 1. Inleiding
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
De door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien in het licht van de algemene situatie in Sri Lanka, zijn:
### 27.5. Bescherming
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Sri Lanka geldt in ieder geval dat:
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.4. Tamils
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 27.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 27.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 27.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.5. Ambtshalve toets
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 5. Niet in behandeling nemen
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 28.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 28.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 1. Inleiding
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Geen bijzonderheden.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 28.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 28.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.4. De geloofwaardigheid
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 28.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
## Bijlage
Vervallen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 29.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland een reëel risico loopt op ernstige schade indien hij geen actieve aanhanger is van het regime. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië die geen actieve aanhanger is van het regime in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.7. Vertrekmoratorium
De IND kan van dit algemene uitgangspunt afwijken als uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3. Internationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 29.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 29.8. Bijzonderheden
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Ten aanzien van (toegedichte) Gülen-aanhangers geldt aanvullend dat indien van geringe indicaties niet is gebleken, de IND de risico’s bij terugkeer beoordeelt in het licht van de diffuse en slechte situatie die gekenmerkt wordt door willekeur jegens (toegedichte) Gülen-aanhangers van de zijde van de Turkse autoriteiten.
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Turkije is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 30.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc is van toepassing.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) geldt het volgende.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Turkije uitsluitend de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.7. Vertrekmoratorium
In Turkije zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.5. Ambtshalve toets
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
### 30.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 31.3.3. LHBT’s
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 30.8. Bijzonderheden
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 31.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 31.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 31.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.7. Vertrekmoratorium
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
### 31.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 31.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Geen bijzonderheden.
### 31.8. Bijzonderheden
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 31.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 32.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version
Tekst op deze datum