Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

100 versions · 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más

Wijzigingen op 2024-07-16

@@ -1306,7524 +1306,7524 @@
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De IND neemt aan dat het meerderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM (zie paragraaf B7/3.8.1 Vc).
De IND neemt aan dat het meerderjarige kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van zodanige afhankelijkheid dat het meerderjarige kind om die reden tot het gezin van de referent behoort [(artikel 29, lid 2, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)). Deze zodanige afhankelijkheid moet onafgebroken tijdens meerderjarigheid hebben bestaan. Het is aan het meerderjarige kind om dit aannemelijk te maken. Als niet duidelijk is of een meerderjarig kind nog feitelijk tot het gezin van de referent behoort, dan kan de IND nader onderzoek opstarten (zie paragraaf C2/4.1.2 Vc).
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische meerderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
Het meerderjarige kind:
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 7.2. Veilig land van herkomst
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de referent aan het meerderjarige kind gedurende de meerderjarigheid tot aan het moment van het nareisverzoek onafgebroken in de basisbehoeften heeft voorzien of regelmatig een som geld heeft gegeven welke voor het kind noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Het meerderjarige kind wordt in ieder geval niet daadwerkelijk door de referent materieel ondersteund als:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene tot aan het vertrek van de referent onafgebroken heeft samengewoond en nog steeds met de achterblijvende ouder samenwoont als er een achterblijvende ouder is.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Als een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 8. Buiten behandeling stellen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw. Dit kan alleen als de staatssecretaris het land waaruit de vreemdeling afkomstig is heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Dergelijke landen zijn geplaatst op een lijst die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw. Dit kan alleen als de staatssecretaris het land waaruit de vreemdeling afkomstig is heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Dergelijke landen zijn geplaatst op een lijst die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 8. Buiten behandeling stellen
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen evenals de evenredigheid van het besluit. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert. Ook zal bij de beoordeling het unierechtelijk openbare orde criterium worden getoetst.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling in aanmerking zou komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
### 10.1. Algemeen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen evenals de evenredigheid van het besluit. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert. Ook zal bij de beoordeling het unierechtelijk openbare orde criterium worden getoetst.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) indien de vreemdeling is veroordeeld voor een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ én een ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’.
### 10.1. Algemeen
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, daar waar mogelijk op basis van een door het Openbaar Ministerie opgemaakte strafmaatvergelijking, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap en het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of sprake is van een ‘ernstig misdrijf’.
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare van de lidstaat.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van [artikel 3.77 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en het [eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78) en [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Ad 2
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
Ad 3
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Ad 4
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.3.1. Algemeen
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.4.1. Algemeen
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.24aa). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
### 10.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.8 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.8 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.6.1. Algemeen
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 10.6.3. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
### 1. Inleiding
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
### C3. Moratoria
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Als op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1. Algemeen
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 10.4.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 1. Inleiding
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3. Overgangsrecht
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
### 2.5. Verblijfsdocument
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 4.1.4. De ex nunc toets
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 10.6.4. Overgangsrecht
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 4.2.1. Algemeen
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
### 4.3.1. Algemeen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
### C3. Moratoria
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 2. Besluitmoratorium
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Tijdelijke bescherming
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### C7. Landgebonden beleid
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
### 2.1. Indiening aanvraag
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.3. Overgangsrecht
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.8. Bijzonderheden
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Overgangsrecht
### 3.1. Besluitmoratorium
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Overgangsrecht
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.3.3. Vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 4.2.1. Algemeen
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De Nederlandse ambassade:
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
### C7. Landgebonden beleid
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
In paragraaf C7/1.2 Vc zijn daarnaast de veilige landen van herkomst opgesomd, met vermelding van relevante bijzonderheden. Voor de lijst van veilige landen van herkomst zoals die is opgenomen in paragraaf C7/1.2 Vc geldt het algemene beleid in C2/7.2 Vc.
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.7. Vertrekmoratorium
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Geen
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen
### 4.7. Vertrekmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt daarnaast in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4. Gereserveerd
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 4. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8. Gereserveerd
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
Geen bijzonderheden.
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
### 9.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 9.5. Bescherming
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 11.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.5. Bescherming
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 13.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
Ad b Er is sprake van legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Met het oog op de vraag of sprake is van significante kritiek, beoordeelt de IND in samenhang de aard en inhoud van de kritiek, het bereik van de kritiek en de impact van de kritiek. Hoe meer uitgesproken de kritiek en hoe groter het bereik of de impact van de kritiek, hoe eerder zal worden aangenomen dat sprake is van significante kritiek.
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
Geen bijzonderheden.
### 17.5. Bescherming
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
### 5. Niet in behandeling nemen
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
### 6. Niet-ontvankelijk
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 10.1. Algemeen
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hierbij beoordeelt de IND, daar waar mogelijk op basis van een door het Openbaar Ministerie opgemaakte strafmaatvergelijking, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 10.1.3. De ex tunc toets
De vreemdeling vormt op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde de lidstaat als er een gevangenisstraf van ten minste zes maanden is opgelegd en er sprake is van misdrijven die naar hun aard leiden tot een gevaar voor de gemeenschap. De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
### 10.2.2. 1F
Ad 5
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.4.1. Algemeen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Als een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd. Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie waarbij een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
### 4.1.4. Procedurele regels
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7.2. Veilig land van herkomst
In artikel 3.105ba, tweede lid, Vb is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hierbij beoordeelt de IND, daar waar mogelijk op basis van een door het Openbaar Ministerie opgemaakte strafmaatvergelijking, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
### 10.1. Algemeen
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) is ten aanzien van verjaring van misdrijven van overeenkomstige toepassing.
### 10.1. Algemeen
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 11. Rechtsmiddelen
Indien de asielaanvraag wordt afgewezen vanwege de toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is een strafrechtelijke veroordeling niet noodzakelijk om aan te nemen dat er sprake is van een vreemdeling die op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde vormt. De toepassing van artikel 1F volstaat zelfstandig om aan te nemen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde zoals bedoeld in [artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 10.1.4. De ex nunc toets
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
### 10.2.1. Algemeen
### 10.3.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Bij deze beoordelingen zijn de [artikelen 3.86 eerste tot en met het elfde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) en [3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) van toepassing.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 1. Inleiding
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.3. Overgangsrecht
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.6.1. Algemeen
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 4.1.3. De ex tunc toets
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Inleiding
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
### C7. Landgebonden beleid
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1. Inleiding
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 3.1. Besluitmoratorium
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
Geen
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
### 4.1.3. De ex tunc toets
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 3.8. Bijzonderheden
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 8. Gereserveerd
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 9.1. Besluitmoratorium
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
Geen bijzonderheden.
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor de volgende categorie neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
### 9.4. Bescherming
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
In Congo DRC is sprake van de hoogste mate van willekeurig geweld (meest uitzonderlijke situatie) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 18.1. Besluitmoratorium
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd mondeling toe te lichten.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Is er geen sprake van een authentiek identiteitsdocument, dan weegt de IND de verklaringen van de vreemdeling, andere overgelegde documenten en of de verklaringen van de vreemdeling passen in al datgene wat bij de IND bekend is over de situatie in het land van herkomst, mee.
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
Het forensisch medisch onderzoek kan bestaan uit drie onderdelen:
Bij de vraag of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd zijn met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn aanvraag, geeft de IND een oordeel aan de hand van alles wat de vreemdeling zelf heeft aangedragen, en van alles wat te toetsen is aan de hand van andere bronnen. De IND beoordeelt kenbaar of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn en niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie. Deze beoordeling wordt op objectieve, gestructureerde en transparante wijze uitgevoerd. Hierbij kan de IND onder andere betrekken:
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.5. Ambtshalve toets
De risico-inschatting bestaat uit twee onderdelen, namelijk:
Bij de beoordeling van de gegrondheid van de gestelde vrees wordt door de IND de aannemelijkheid van de aan de geloofwaardige feiten en omstandigheden ontleende vermoedens beoordeeld. Hierbij wordt bekeken of de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer te wachten staat, een aannemelijk gevolg zijn van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, afgezet tegen wat op grond van objectieve bronnen bekend is over de situatie in het land van herkomst. In plaats van ‘vermoedens’ kan ook over ‘vrees’ gesproken worden.
De feiten en omstandigheden over de vrees van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer te wachten staat, moeten tot de conclusie leiden dat sprake is van een reëel en voorzienbaar risico. Hierbij kan de IND de volgende aspecten meewegen:
### 3.1. Algemeen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
[Artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van bescherming. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw indien actoren van bescherming aan de vreemdeling bescherming kunnen of willen bieden.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
Als wel sprake is van nieuwe elementen en bevindingen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Zijn de nieuwe elementen en bevindingen niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag vormen. Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe elementen en bevindingen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
[Artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) bevat de gronden waarop de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan verlenen. De IND toetst de toepasselijkheid van deze gronden in de volgorde waarin deze gronden in de Vreemdelingenwet voorkomen.
### 2.3. Individualiseringsvereiste
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
### 2.5. Afdoeningsgronden
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd. Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
### 4. Nationale bescherming
Bij de beoordeling van de individuele situatie van de vreemdeling geldt het uitgangspunt dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden.
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
[Artikel 3.37 eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) bepaalt wat moet worden verstaan onder de vervolgingsgrond ‘politieke overtuiging’.
De omstandigheid dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze uiting kan geven aan zijn politieke overtuiging als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van de Kwalificatierichtlijn.
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt af te leiden. Het individualiseringsvereiste is van toepassing, ook als een risicoprofiel als bedoeld in paragraaf C2/2.4 Vc van toepassing is.
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
### 4.1.3. Bijzonderheden
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld en de mate van het risico dat een burger loopt hier het slachtoffer van te worden, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
De bewijslast ten aanzien van het gestelde verhoogde risico ligt in beginsel bij de vreemdeling; hij moet het gestelde verhoogde risico onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van objectieve landeninformatie waaruit dit verhoogde risico blijkt.
### 3.3.3.4. Geen of onvoldoende uitzonderlijke situatie
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
De IND beschouwt de volgende organisaties als internationale organisaties in de zin van [artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c):
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Als de dreiging in een bepaald gebied een gevolg is van een situatie van willekeurig geweld vanwege een internationaal gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverminderd van toepassing.
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
De IND toetst de zodanige afhankelijkheid van het meerderjarige kind aan de hand van onderstaande cumulatieve voorwaarden.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Als een meerderjarig kind stelt ten laste te komen van de referent, dan beoordeelt de IND of dit meerderjarige kind in het land van herkomst, dan wel een derde land waar het meerderjarige kind verblijft, materieel wordt ondersteund door de referent. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Als het meerderjarige kind niet daadwerkelijk door de referent materieel wordt ondersteund, moet de referent aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen, gelet op alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
In deze gevallen moet de referent dus aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen. Als de referent dit aannemelijk kan maken neemt de IND aan dat het meerderjarige kind ten laste komt van de referent.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Bij de beoordeling of het pleegkind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent, betrekt de IND:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of sprake is van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ of een ‘gevaar voor de gemeenschap’.
### 10.1.3. De ex tunc toets
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 10.1.4. De ex nunc toets
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 10.2.1. Algemeen
Ad 2
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 10.2.2. 1F
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.1.3. De ex tunc toets
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
### 11. Rechtsmiddelen
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### C3. Moratoria
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
### 1. Inleiding
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 2. Besluitmoratorium
### 1. Inleiding
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 2. Tijdelijke bescherming
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 2.5. Verblijfsdocument
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 1. Inleiding
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.5. Bescherming
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.3. Overgangsrecht
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 1. Inleiding
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 4.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen
### 4.5. Bescherming
### 2.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van Oekraïne als veilig land van herkomst is opgeschort.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 7. Gereserveerd
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 7.8. Bijzonderheden
Ad b.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Bijzonderheden
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.1. Besluitmoratorium
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 11.8. Bijzonderheden
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 13.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.5. Bescherming
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 9.6. Vertrekmoratorium
### 10.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
### 15.5. Bescherming
### 15.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
Verstrekking van het W-document
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
In de grensprocedure kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast. Dit betekent dat de vreemdeling geen rust- en voorbereidingstermijn krijgt en dus evenmin een medisch onderzoek wordt aangeboden. In uitzonderlijke gevallen kan de IND ervoor kiezen toch een medisch onderzoek aan te bieden. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het gehoor als bedoeld in artikel 3.109ca, vierde lid, Vb wordt afgenomen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Als er na de aanmeldfase een Dublingehoor plaatsvindt, dan maakt de IND het rapport van Dublingehoor uiterlijk tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 3.109ca, vierde lid Vb de dag na het gehoor dan wel gelijktijdig met zijn zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
[Artikel 3.117 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.117) regelt het verloop van de asielprocedure vanuit vreemdelingenbewaring. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van dit artikel.
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DT&V, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De aanmeldfase zoals beschreven in [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) is niet van toepassing. Wel vindt voorafgaand aan het nader gehoor een aanmeldgehoor plaats en zijn de artikelen 3.108d, vierde en vijfde lid, Vb van overeenkomstige toepassing.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
Een vreemdeling kan de IND verzoeken door een vrouwelijke of mannelijke ambtenaar van de IND en met behulp van een vrouwelijke of mannelijke tolk gehoord te worden. De IND heeft een inspanningsverplichting met betrekking tot een dergelijk verzoek.
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.1. Algemeen
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het meerjarige kind vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Het meerderjarige kind moet uitleggen waarom hij een beroep doet op materiële ondersteuning.
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het sluiten van een huwelijk, het aangaan van een duurzame relatie of het krijgen van en/of het zorgen voor één of meerdere kinderen.
### 4.1.3. Bijzonderheden
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
De lijst van veilige landen die als bijlage bij het VV is opgenomen, staat ook in paragraaf C7/1.2 Vc. Bovendien zijn in deze lijst per land, indien van toepassing, bijzonderheden opgenomen. Deze kunnen betrekking hebben op uitgezonderde groepen en/of gebieden, maar ook op een opschorting van de aanwijzing van veilig land van herkomst en/of de instelling van een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43). Bij al deze uitzonderingen geldt de aanname van veiligheid niet. Dit betekent dat de IND artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw niet tegenwerpt.
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Ad 1
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.24aa). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND:
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 9.2.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 1. Inleiding
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.11. Commune delicten
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend)).
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 2. Tijdelijke bescherming
### 10.5. Bescherming
### 9.2.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
## Bijlage
Vervallen
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) jo. [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) kan zijn aanvraag op grond van [artikel 30b, eerste lid en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) kennelijk ongegrond worden verklaard wanneer de aanvrager op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3. Internationale bescherming
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 2.4. Risicoprofielen
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.1. Algemeen
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
## Bijlage
Vervallen
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid aanhef en onder a of b, Vb, als:
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108c) zo snel mogelijk in nadat hij op de in [artikel 3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108) voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM/KMar de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De voorwaarden voor het verbreken van de feitelijke gezinsband zijn voor adoptie- en pleegkinderen gelijk aan die van biologische kinderen.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.4. Procedurele regels
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt voor Jemen een hoge mate van willekeurig geweld aan (minder uitzonderlijke situatie). De vreemdeling uit Jemen moet dus op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk maken, waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers.
### 19.5. Bescherming
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 18.1. Besluitmoratorium
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 6. Niet-ontvankelijk
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.7. Vertrekmoratorium
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.8. Bijzonderheden
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.5. Bescherming
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 4.1.4. Procedurele regels
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.2. Zienswijze
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De term ‘minderjarige’ in bovengenoemde definitie moet als volgt worden uitgelegd. Als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een asielaanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, merkt de IND deze vreemdeling tot 3 maanden na inwilliging van die asielaanvraag aan als minderjarige, ook al heeft de vreemdeling op dat moment de leeftijd van 18 jaar bereikt. Het verzoek voor nareis ten behoeve van de ouder(s) van deze vreemdeling moet binnen deze 3 maanden zijn ingediend. De IND beschouwt een minderjarige in ieder geval niet als alleenstaand in de situaties beschreven in [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend).
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
Als een minderjarige onder de begeleiding van een volwassene inreist in een lidstaat van de EU (inclusief Nederland) en vervolgens zonder begeleiding wordt achtergelaten behandelt de IND de minderjarige als een minderjarige die zonder begeleiding van een volwassene Nederland is ingereisd. Uitzondering op deze regel is in ieder geval de situatie waarbij een ouder de minderjarige zelf naar het grondgebied van een lidstaat heeft gebracht en hem daar vervolgens zonder begeleiding heeft achtergelaten.
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
Als de wettelijke beslistermijn van een nareisaanvraag van een referent die minderjarig was ten tijde van de datum van de nareisaanvraag is overschreden, gaat de IND bij de beoordeling van de afhankelijkheid van de referent enkel uit van de omstandigheden ten tijde van de datum van de nareisaanvraag. Alle signalen van onafhankelijkheid die sinds de datum van de nareisaanvraag zijn ontstaan, worden door de IND niet betrokken bij de vraag of de feitelijke gezinsband is verbroken.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
Voor de beoordeling van aanvragen van gezinsleden in relatie tot artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.2.7 Vc (‘gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag’).
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Voor deze beoordeling is van belang dat alleen een echtgenoot of (geregistreerd) partner en de uit dit huwelijk/deze relatie voortgekomen kinderen voor verblijf in aanmerking komt. Als de in Nederland verblijvende referent met een andere man of vrouw duurzaam samenleeft, komen de wettelijke echtgeno(o)t(e) alsmede de eventuele andere gezinsleden niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking.
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 3.3.3.1. Algemeen
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 21.8. Bijzonderheden
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
Geen bijzonderheden.
### 22.5. Bescherming
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND neemt voor Mali in ieder geval een vestigingalternatief in Bamako aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de regio’s Gao, Ménaka en Mopti.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Bamako aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.7. Vertrekmoratorium
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de regio’s Gao, Ménaka of Mopti, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, beziet de IND op individuele basis of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
In Mali is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de regio’s Gao, Ménaka en Mopti.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND kent een sterkere bewijswaarde toe aan documenten, wanneer deze door de autoriteiten van het land van afgifte zijn afgegeven en er voldoende identificerende gegevens (zoals een foto, geboortedata en (achter)namen) van de referent en het gezinslid op het document staan.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
In deze paragraaf wordt gesproken over ‘verzoek om internationale bescherming’, omdat Verordening (EU) nr. 604/2013 deze terminologie gebruikt (zie artikel 2, onder b, Verordening (EU) nr. 604/2013).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kan op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013, altijd een andere lidstaat vragen een vreemdeling over te nemen, zolang de IND nog geen beslissing heeft genomen op de aanvraag. Doel hiervan is om gezins- of familierelaties te herstellen op humanitaire gronden, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, ook wanneer de andere lidstaat niet verantwoordelijk is. De vreemdelingen moeten hiermee schriftelijk instemmen. De IND behandelt een verzoek van een andere lidstaat om een vreemdeling over te nemen op grond van artikel 17, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 terughoudend. De IND willigt een dergelijk verzoek alleen in, indien er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het niet herenigen van de vreemdeling getuigt van een onevenredige hardheid.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Onder ‘wettig verblijven’ in de zin van artikel 16, lid 1, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning van de andere lidstaat, of heeft de nationaliteit van de andere lidstaat.
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling vormt op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde de lidstaat als er een gevangenisstraf van ten minste zes maanden is opgelegd en er sprake is van misdrijven die naar hun aard leiden tot een gevaar voor de gemeenschap. De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder c, Vw indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Indien wordt beslist op een opvolgende aanvraag terwijl het beroep in de eerdere procedure nog niet op zitting is behandeld, zendt de IND het besluit op de opvolgende aanvraag aan de behandelend rechtbank toe met het verzoek dit, indien de vreemdeling ook hiertegen beroep instelt, gezamenlijk te behandelen.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
De IND verklaart een aanvraag voor een asielvergunning door een vreemdeling die al een asielvergunning bezit, niet-ontvankelijk.
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw. Dit kan alleen als de staatssecretaris het land waaruit de vreemdeling afkomstig is heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Dergelijke landen zijn geplaatst op een lijst die als bijlage bij het [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002) is opgenomen.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Bij ‘identiteitsdocumenten’ moet het gaan om documenten die specifiek te herleiden zijn tot de betreffende vreemdeling, hetzij door middel van een pasfoto, hetzij door middel van biometrische gegevens.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
Verder wordt aangesloten bij [artikel 3.1, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1).
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 8. Buiten behandeling stellen
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum. ‘Gezien de omstandigheden bij binnenkomst’ zoals volgt in artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
### 7.10. Openbare orde of nationale veiligheid
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen evenals de evenredigheid van het besluit. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert. Ook zal bij de beoordeling het unierechtelijk openbare orde criterium worden getoetst.
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten:
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND past voorgaande beleidsregels ook toe bij de minderjarige vreemdeling waarbij het volwassenenstrafrecht is toegepast. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee.
### 10.1. Algemeen
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### C4. Tijdelijke bescherming
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of sprake is van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ of een ‘gevaar voor de gemeenschap’.
### 10.1. Algemeen
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of sprake is van een ‘ernstig misdrijf’.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling vormt op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde de lidstaat als er een gevangenisstraf van ten minste zes maanden is opgelegd en er sprake is van misdrijven die naar hun aard leiden tot een gevaar voor de gemeenschap. De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 10.1.4. De ex nunc toets
Indien de asielaanvraag wordt afgewezen vanwege de toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is een strafrechtelijke veroordeling niet noodzakelijk om aan te nemen dat er sprake is van een vreemdeling die op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde vormt. De toepassing van artikel 1F volstaat zelfstandig om aan te nemen dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde zoals bedoeld in [artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 10.1.5. Ambtshalve toets
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND kan ‘misdrijven tegen de vrede’ in ieder geval tegenwerpen aan de hoogste civiele of militaire leidinggevenden in een land.
### 10.1.3. De ex tunc toets
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.1.5. Ambtshalve toets
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.1.4. De ex nunc toets
### 10.2.1. Algemeen
Ad 1
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Ad 2
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
Bij het wegen van de strafmaat is van belang de maximumstraf die volgens het Nederlandse [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) op het misdrijf is gesteld dan wel – als de vreemdeling al is veroordeeld – de hoogte van de opgelegde straf (na strafmaatvergelijking). Uitsluiting op grond van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag gebeurt echter niet slechts op basis van de strafmaat, maar alleen na onderzoek en beoordeling van alle relevante feiten.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
Bij ‘absolute politieke misdrijven’ kan artikel 1F, onder b van het Vluchtelingenverdrag niet worden toegepast. Absolute politieke misdrijven zijn misdrijven met een politiek karakter, waarbij uit de omschrijving van het misdrijf blijkt dat zij zijn gericht tegen de staat. De volgende misdrijven zijn in ieder geval absolute politieke misdrijven:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
De volgende handelingen zijn in ieder geval in strijd met de doelstellingen en beginselen van de VN:
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Indien de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
### 10.3.1. Algemeen
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
Indien de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaar oud was, betrekt de IND alle feiten en omstandigheden bij haar onderzoek om vast te stellen of de vreemdeling weet heeft gehad of had moeten hebben van de misdrijven.
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Indien de vreemdeling aanvoert dat hij gedwongen is tot het plegen van misdrijven, wordt hij niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien sprake is van in ieder geval één van de volgende situaties:
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
### 10.4.1. Algemeen
De IND neemt disproportionaliteit aan indien de vreemdeling aantoont dat hij zich in een uitzonderlijke situatie bevindt.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Zie paragraaf C1/2.3 Vc onder de kopjes beschikbaarheid tijdens de asielprocedure en het niet nakomen van de aanwijzing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Het voornemen geldt als een tweede verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. De IND behandelt de aanvraag conform de in [artikel 3.118b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118b) beschreven procedure, indien de vreemdeling in de zienswijze zijn aanvraag alsnog van de gevraagde informatie voorziet. De aanvraag is compleet indien aan de aanwijzingen in het model M35-0 is voldaan.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
Voor de bepalingen over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verwezen naar [artikel 3.105, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105).
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), plaatsvindt op grond van:
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
De bepalingen van [paragraaf A4](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.6.1. Algemeen
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 10.6.2. Ex tunc toets
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 11. Rechtsmiddelen
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
### 1. Inleiding
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
### C3. Moratoria
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 1. Inleiding
### C3. Moratoria
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 2. Besluitmoratorium
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32). Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
### 3. Vertrekmoratorium
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### C4. Tijdelijke bescherming
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
### 1. Inleiding
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND neemt aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als:
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
### 2.3. Overgangsrecht
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van [artikel 3.106, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) overeenkomstig toe.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
### 2.5. Verblijfsdocument
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
### 10.5.1.1. Ex tunc toets
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond dan beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 10.6.4. Overgangsrecht
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van [artikel 3.106, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106) een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### 4.1.5. Ambtshalve toets
en zich nadien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 4.2.1. Algemeen
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 4.3.1. Algemeen
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
### C3. Moratoria
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### 2. Besluitmoratorium
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De vreemdeling valt niet onder de werking van het vertrekmoratorium als de vreemdeling aantoonbaar uit Nederland is vertrokken na de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### C7. Landgebonden beleid
### C7. Landgebonden beleid
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.3. Overgangsrecht
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 2.5. Bescherming
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.8. Bijzonderheden
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Overgangsrecht
### 3.1. Besluitmoratorium
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 4.1.3. De ex tunc toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende categorieën aan als kwetsbare minderheidsgroep:
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 2.3.3. Vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 2.8. Bijzonderheden
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### C7. Landgebonden beleid
De hoofdregel is dat een enkele in Nederland ontwikkelde westerse levensstijl niet tot vluchtelingschap of subsidiaire bescherming kan leiden. Aanpassing aan de gebruiken van Afghanistan mag worden verlangd. Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk:
### 3.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 3.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 3.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en is conform de volgorde van toetsing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie ook paragraaf C1/4.1 Vc.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
### 3.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 3.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 3.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.7. Vertrekmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4. Het asielbeleid ten aanzien van Armenië
Geen
### 4.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen
### 4.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De aanwijzing van Oekraïne als veilig land van herkomst is opgeschort.
### 4.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
### 4.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 5.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.4. Bijzonderheden
### 2.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de regio’s Gao, Ménaka en Mopti.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Bamako aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
### 4.8. Bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 4. Gereserveerd
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
Geen bijzonderheden.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicogroep:
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
### 25.7. Vertrekmoratorium
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 26.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in veel gevallen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in Gaza niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
### 27.1. Besluitmoratorium
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
## Bijlage
Vervallen
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
Geen bijzonderheden
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.7. Vertrekmoratorium
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt enkel voor Gaza de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie).
### 29.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt enkel voor Gaza de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie).
### 28.4.4. Overig
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de Westelijke Jordaanoever geldt dat er geen of onvoldoende sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 3.1. Algemeen
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Er is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing voor vreemdelingen die terug moeten keren naar de Palestijnse Gebieden (Gaza en de Westelijke Jordaanoever).
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 31.1. Besluitmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
De IND merkt uitsluitend mensenrechtenactivisten en journalisten voor geheel Somalië aan als risicoprofiel.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Er is in Somalië in het algemeen, of in een bepaald gebied van Somalië, geen sprake van een uitzonderlijke situatie, waarin personen louter door hun aanwezigheid, een reëel risico lopen op ernstige schade. Ook is er in Somalië geen sprake van een dermate hoge mate van willekeurig geweld dat individuele omstandigheden er toe zouden kunnen leiden dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat in de zin van artikel 15c.
### 30.5. Bescherming
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Voor vreemdelingen die moeten terugkeren naar Sudan geldt een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.3.3. Dienstweigering
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de overige provincies, te weten Damascus (stad), Damascus (rif/provincie), Latakia, Tartous, Homs, Hama, Quneitra en Suweida, geldt dat er sprake is van geen dan wel een onvoldoende uitzonderlijke situatie. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
De IND neemt voor de provincies Idlib, Aleppo, Daraa, Deir Ez-Zour, Raqqa en Hassaka een hoge mate van willekeurig geweld aan (minder uitzonderlijke situatie). De vreemdeling afkomstig uit deze provincies moet dus op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk maken, waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Syrië geldt in in zijn algemeenheid dat:
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor de overige provincies, te weten Damascus (stad), Damascus (rif/provincie), Latakia, Tartous, Homs, Hama, Quneitra en Suweida, geldt dat er sprake is van geen dan wel een onvoldoende uitzonderlijke situatie. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
### 33.5. Bescherming
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in in zijn algemeenheid dat:
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Geen bijzonderheden.
### 6.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 6.7. Vertrekmoratorium
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 6.8. Bijzonderheden
Tot deze groep rekent de IND journalisten die actief zijn of na 2014 actief zijn geweest voor regeringskritische media.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
Geen bijzonderheden.
### 8.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 9.3.1.1. Toelichting Tibetanen
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 7.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
### 9.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt uitsluitend mensenrechtenactivisten en journalisten voor geheel Somalië aan als risicoprofiel.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Er is in Somalië in het algemeen, of in een bepaald gebied van Somalië, geen sprake van een uitzonderlijke situatie, waarin personen louter door hun aanwezigheid, een reëel risico lopen op ernstige schade. Ook is er in Somalië geen sprake van een dermate hoge mate van willekeurig geweld dat individuele omstandigheden er toe zouden kunnen leiden dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat in de zin van artikel 15c.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 31. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 32.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.3.3. Dienstweigering
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.1. Besluitmoratorium
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 34.1. Besluitmoratorium
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 31. Gereserveerd
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.1. Besluitmoratorium
Voor vreemdelingen afkomstig uit Sudan geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.3. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt voor de provincies Idlib, Aleppo, Daraa, Deir Ez-Zour, Raqqa en Hassaka een hoge mate van willekeurig geweld aan (minder uitzonderlijke situatie). De vreemdeling afkomstig uit deze provincies moet dus op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk maken, waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 30 juni 2023 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Vertrekmoratorium
### 9.2.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.3. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.4.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen vlucht- of vestigingsalternatief bestaat voor:
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Ad b en c.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 9.3.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.3.4. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
In Congo DRC is sprake van de hoogste mate van willekeurig geweld (meest uitzonderlijke situatie) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 9.7. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.5. Bescherming
### 12.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicoprofielen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
De IND merkt voor Egypte de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicogroep:
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Van personen behorend tot een van de hierbovengenoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt niet verlangd dat zij de bescherming van de autoriteiten inroepen.
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 13.4.5. Illegale en legale uitreis
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 12.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 12.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.5. Bescherming
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 31.7. Vertrekmoratorium
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Asielaanvragen van Syrische vreemdelingen worden op individuele merites beoordeeld. De IND neemt daarbij als uitgangspunt dat bij terugkeer naar Syrië vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico bestaat op ernstige schade lopen, en dat een vreemdeling uit Syrië dientengevolge in beginsel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
## Bijlage
Vervallen
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
### 31.4.4. Tamils
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 14.5. Bescherming
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Geen bijzonderheden.
### 12.8. Bijzonderheden
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
Ad b Er is sprake van legale uitreis als iemand Eritrea met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum heeft verlaten. De enkele omstandigheid dat een legaal uitgereisde vreemdeling buiten Eritrea heeft verbleven is onvoldoende aanwijzing dat hij bij terugkeer wordt blootgesteld aan ernstige schade.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 15.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Met het oog op de vraag of sprake is van significante kritiek, beoordeelt de IND in samenhang de aard en inhoud van de kritiek, het bereik van de kritiek en de impact van de kritiek. Hoe meer uitgesproken de kritiek en hoe groter het bereik of de impact van de kritiek, hoe eerder zal worden aangenomen dat sprake is van significante kritiek.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
Geen bijzonderheden.
### 14.8. Bijzonderheden
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 16.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende groepen uit Irak (met uitzondering van de Koerdistan Autonome Regio (KAR)) aan als kwetsbare minderheidsgroep:
De IND weegt bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees het volgende mee:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
De IND werpt aan jezidi’s uit Irak de KAR niet als binnenlands beschermingsalternatief tegen, ook niet als de bovengenoemde aanknopingspunten aanwezig zijn.
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve of op aanvraag.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND behandelt het verzoek om internationale bescherming indien een andere lidstaat hierom verzoekt en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden van artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 604/2013. De Raad voor de Kinderbescherming voert het individueel onderzoek uit waarin wordt vastgesteld dat het gezins- of familielid voor de minderjarige vreemdeling kan zorgen, waarbij ook wordt bezien of dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
De IND onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Met ‘nieuwe elementen of bevindingen’ wordt hetzelfde bedoeld als ‘nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden’ zoals bedoeld in [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6).
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De beoordeling of een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond of ongegrond is, vindt plaats aan de hand van [artikel 31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag kennelijk ongegrond is, zijn beschreven in [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en worden behandeld in paragraaf C2/7.1 t/m C2/7.11 van de Vc. Eerst nadat de IND heeft beoordeeld of een aanvraag ongegrond is, beoordeelt de IND of de aanvraag tevens als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar niet zonder meer van ‘misleiden’ door documenten achter te houden:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De IND verklaart niet zondermeer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of reisdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Indien aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
Bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onderzoekt de IND of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beoordeelt of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf als de vreemdeling in aanmerking zou komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). De IND beoordeelt of er sprake is van een ernstig misdrijf indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt een reëel risico te lopen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. De IND beoordeelt ten aanzien van de aanspraken op artikel 29, tweede lid, Vw niet of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf.
De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van:
### 10.1. Algemeen
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) indien de vreemdeling is veroordeeld voor een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ én een ‘gevaar vormt voor de gemeenschap’.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
Ad 3
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
Een aantal aspecten van de strafprocedure (of de uitkomst ervan) kunnen een rol spelen bij het toepassen van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, indien de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND toetst of er sprake is van een ‘significante uitzondering’ zoals beschreven in de subparagraaf ‘bewijslast en verantwoordelijkheid’ (‘knowing participation’).
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
Als op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND werpt de contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag niet tegen aan een gezinslid, indien de feitelijke gezinsband met de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen feitelijk verbroken is. Van verbreking van de gezinsband wordt niet uitgegaan indien blijkt dat de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen op enige wijze gebruik blijft maken van de voorzieningen van het gezinslid.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
In [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) en paragraaf C1/2.1 is de aanmeldfase beschreven. Onderdeel van de aanmeldfase is het aanmeldgehoor, waarin onder meer gevraagd kan worden naar de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Dit betreffen elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 10.4.1. Algemeen
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekking of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
In het geval van de voornoemde uitzonderingen neemt de IND geen terugkeerbesluit en wijst de IND de vreemdeling erop dat hij een nieuwe asielaanvraag kan indienen. Als de vreemdeling van deze mogelijkheid gebruik maakt, dan neemt de IND deze aanvraag als opvolgende asielaanvraag in behandeling (zie verder paragraaf C1/2.9 Vc). In het geval de vreemdeling zijn verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, terwijl de vreemdeling niet eerder een zelfstandige asielprocedure heeft doorlopen, dan neemt de IND een dergelijke aanvraag als eerste aanvraag in behandeling.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt.
### 10.6.2. Ex tunc toets
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 7.10.1. Openbare orde als afwijzingsgrond
De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval aan dat een derde land niet als veilig kan worden aangemerkt wanneer voor dat land een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) van toepassing is.
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
Wanneer de aanvraag kan worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, maakt de IND hiervan gebruik en wijst de IND niet af op grond van artikel 4:6 Awb.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Er is in ieder geval sprake van ‘knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
### 7.10.2.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen.
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hierbij beoordeelt de IND, daar waar mogelijk op basis van een door het Openbaar Ministerie opgemaakte strafmaatvergelijking, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft.
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, daar waar mogelijk op basis van een door het Openbaar Ministerie opgemaakte strafmaatvergelijking, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De IND beoordeelt het gevaar voor de gemeenschap en het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ op individuele basis en aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens.
### 10.1. Algemeen
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 10.1. Algemeen
Indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) jo. [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) kan zijn aanvraag op grond van [artikel 30b, eerste lid en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) kennelijk ongegrond worden verklaard wanneer de aanvrager op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.
### 11. Rechtsmiddelen
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
### 10.1.4. De ex nunc toets
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
### 10.1.5. Ambtshalve toets
Ad 4
### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.2.5. Vc).
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
Zoals volgt uit paragraaf C1/2.9 Vc dient een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag in door middel van het [model M35-0](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M35-O). Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag. De IND geeft een kortere termijn voor het completeren van de aanvraag als:
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
### 10.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.8 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.8 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
### 10.2.1. Algemeen
### 10.3.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
### C3. Moratoria
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
[Artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) geeft het wettelijk kader met betrekking tot het instellen van een besluitmoratorium voor bepaalde categorieën vreemdelingen. De Staatssecretaris publiceert het besluit tot instelling van een besluitmoratorium in de Staatscourant.
### C4. Tijdelijke bescherming
### 1. Inleiding
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 1. Inleiding
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.3. Overgangsrecht
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) wordt verwezen naar [paragraaf B1/6.2.1](onbekend) Vc.
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.6.1. Algemeen
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) in samenhang met [artikel 3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 4.1. Algemeen
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.3. De ex tunc toets
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 1. Inleiding
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
### 3. Vertrekmoratorium
Wanneer het vertrekmoratorium eindigt, eindigt het recht op opvang en voorzieningen van rechtswege.
### C4. Tijdelijke bescherming
### C7. Landgebonden beleid
De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=33), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=34), [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=41), [42, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=42), [44, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44), en [45 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), de [artikelen 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a), [3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108), [3.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.116), en [3.118 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.118), en de [artikelen 3.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.41) en [3.47 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.47).
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in [artikel 8, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 3.1. Besluitmoratorium
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als zich op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), handelt de IND conform paragraaf C2/10 Vc.
Geen
### 3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
Geen bijzonderheden.
### 2.1. Besluitmoratorium
### 4.3.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 2.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Afghaanse vreemdeling, die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen voor eerwraak of bloedwraak, als uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat een niet-gewelddadige oplossing onmogelijk is.
### 2.4.5. Alleenstaande vrouwen
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
In paragraaf C7/1.2 Vc zijn daarnaast de veilige landen van herkomst opgesomd, met vermelding van relevante bijzonderheden. Voor de lijst van veilige landen van herkomst zoals die is opgenomen in paragraaf C7/1.2 Vc geldt het algemene beleid in C2/7.2 Vc.
### 3.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen
### 3.5. Bescherming
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 3.8. Bijzonderheden
Geen
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 4.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 4.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 4.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
### 5.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.7. Vertrekmoratorium
Voor Azerbeidzjan geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 7. Het asielbeleid ten aanzien van Bosnië en Herzegovina
Geen bijzonderheden.
### 7.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 8. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 8.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen voor de volgende groepen:
### 8.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Ad b en c.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 9.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 9.3.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Voor de volgende categorie neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 9.2. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicogroep:
### 11. Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
De beoordeling of iemand als politiek activist dan wel dissident kan worden beschouwd vindt plaats overeenkomstig de relevante algemene landeninformatie inzake China. Tot de groep rekent de IND ook journalisten en bloggers indien zij zich in hun publicaties als politiek activist of dissident uiten, bijvoorbeeld door het leveren van significante kritiek op de overheid en/of de Communistische Partij.
Geen bijzonderheden.
### 10.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
### 9.4. Bescherming
### 11.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Congo DRC geldt in zijn algemeenheid dat:
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 11.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 12.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.8. Bijzonderheden
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ten aanzien van personen behorend tot een van de hierboven genoemde risicogroepen, die een gegronde vrees hebben voor vervolging, wordt geen binnenlands beschermingsalternatief aangenomen.
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
Geen bijzonderheden.
### 15.5. Bescherming
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag.
### 17.1. Besluitmoratorium
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 17.5. Bescherming
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat een vreemdeling die aannemelijk heeft gemaakt te vrezen te hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) geen binnenlands beschermingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich in de KAR kan vestigen. De IND neemt in ieder geval aan dat de volgende aanknopingspunten de toepassing van een binnenlands beschermingsalternatief in de KAR kunnen rechtvaardigen:
### 18.1. Besluitmoratorium
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd mondeling toe te lichten.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Is er geen sprake van een authentiek identiteitsdocument, dan weegt de IND de verklaringen van de vreemdeling, andere overgelegde documenten en of de verklaringen van de vreemdeling passen in al datgene wat bij de IND bekend is over de situatie in het land van herkomst, mee.
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
Het forensisch medisch onderzoek kan bestaan uit drie onderdelen:
Bij de vraag of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd zijn met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn aanvraag, geeft de IND een oordeel aan de hand van alles wat de vreemdeling zelf heeft aangedragen, en van alles wat te toetsen is aan de hand van andere bronnen. De IND beoordeelt kenbaar of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn en niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie. Deze beoordeling wordt op objectieve, gestructureerde en transparante wijze uitgevoerd. Hierbij kan de IND onder andere betrekken:
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.5. Ambtshalve toets
De risico-inschatting bestaat uit twee onderdelen, namelijk:
Bij de beoordeling van de gegrondheid van de gestelde vrees wordt door de IND de aannemelijkheid van de aan de geloofwaardige feiten en omstandigheden ontleende vermoedens beoordeeld. Hierbij wordt bekeken of de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer te wachten staat, een aannemelijk gevolg zijn van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, afgezet tegen wat op grond van objectieve bronnen bekend is over de situatie in het land van herkomst. In plaats van ‘vermoedens’ kan ook over ‘vrees’ gesproken worden.
De feiten en omstandigheden over de vrees van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer te wachten staat, moeten tot de conclusie leiden dat sprake is van een reëel en voorzienbaar risico. Hierbij kan de IND de volgende aspecten meewegen:
### 3.1. Algemeen
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.8. Bijzonderheden
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.7. Hervestigingscriteria
[Artikel 3.37c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van bescherming. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw indien actoren van bescherming aan de vreemdeling bescherming kunnen of willen bieden.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
Als wel sprake is van nieuwe elementen en bevindingen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Zijn de nieuwe elementen en bevindingen niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen nieuwe elementen of bevindingen die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag vormen. Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe elementen en bevindingen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
[Artikel 29, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) bevat de gronden waarop de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan verlenen. De IND toetst de toepasselijkheid van deze gronden in de volgorde waarin deze gronden in de Vreemdelingenwet voorkomen.
### 2.3. Individualiseringsvereiste
De IND beoordeelt op individuele basis en op basis van de situatie van de vreemdeling zelf of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit wordt het individualiseringsvereiste genoemd.
### 2.5. Afdoeningsgronden
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval mee dat:
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd. Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
### 4. Nationale bescherming
Bij de beoordeling van de individuele situatie van de vreemdeling geldt het uitgangspunt dat de vreemdeling zijn seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn gerichtheid verborgen heeft gehouden.
Als de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te willen uiten op een wijze die verder gaat dan deze ‘ondergrens’ toetst de IND de geloofwaardigheid van deze uiting en toetst de IND de wijze waarop de vreemdeling voornemens is in zijn land van herkomst zijn seksuele gerichtheid te uiten. In de situatie dat de seksuele gerichtheid wel geloofwaardig geacht wordt maar de verdergaande wijze waarop de vreemdeling deze wil uiten niet, gaat de IND na of het invulling geven aan de seksuele gerichtheid conform de ‘ondergrens’ tot vervolging zou leiden. In die situatie kan de vreemdeling in aanmerking komen voor een asielvergunning, ook als een deel van de verklaring (het uiten van de gerichtheid op een wijze die verder gaat dan de ‘ondergrens’) als niet aannemelijk wordt beschouwd.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
[Artikel 3.37 eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37) bepaalt wat moet worden verstaan onder de vervolgingsgrond ‘politieke overtuiging’.
De omstandigheid dat de vreemdeling in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze uiting kan geven aan zijn politieke overtuiging als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid aanhef en a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 6. Niet-ontvankelijk
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
In aanvulling op deze bepaling wordt een vreemdeling, die in het verleden is geconfronteerd met traumatische gebeurtenissen in zijn directe omgeving en zich op grond van de psychologische problematiek als gevolg van de wandaden in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst, door de IND onder de hieronder gestelde voorwaarden in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit is een gunstigere norm in de zin van artikel 3 van de Kwalificatierichtlijn.
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Ingevolge [artikel 29, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan de vreemdeling die een amv is in de zin van artikel 2, onder f, van [Richtlijn 2003/86/EG](32003L0086), als referent optreden.
De vreemdeling moet specifieke individuele kenmerken (‘special distinguishing features’) naar voren brengen, waaruit het reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt af te leiden. Het individualiseringsvereiste is van toepassing, ook als een risicoprofiel als bedoeld in paragraaf C2/2.4 Vc van toepassing is.
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
### 4.1.3. Bijzonderheden
Bij de beoordeling van de intensiteit van het willekeurig geweld en de mate van het risico dat een burger loopt hier het slachtoffer van te worden, worden in ieder geval de volgende elementen in samenhang gewogen:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Het individualiseringsvereiste van de vreemdeling beperkt zich in deze gevallen tot het afkomstig zijn uit het land of bepaald gebied, waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie.
Voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag mvv nareis dient van elk na te reizen gezinslid bij het aanvraagformulier een recente, goed lijkende pasfoto of een andere recente (kleuren) foto van het gezicht van het gezinslid, te worden overgelegd.
De bewijslast ten aanzien van het gestelde verhoogde risico ligt in beginsel bij de vreemdeling; hij moet het gestelde verhoogde risico onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van objectieve landeninformatie waaruit dit verhoogde risico blijkt.
### 3.3.3.4. Geen of onvoldoende uitzonderlijke situatie
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
De vreemdeling die een beroep doet op [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) moet zijn identiteit en familierechtelijke relatie in beginsel aannemelijk maken door het overleggen van de volgende documenten:
De IND beschouwt de volgende organisaties als internationale organisaties in de zin van [artikel 3.37c, eerste lid, onder b, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c):
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
### 6. Niet-ontvankelijk
Als de dreiging in een bepaald gebied een gevolg is van een situatie van willekeurig geweld vanwege een internationaal gewapend conflict als bedoeld in artikel 15c van [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) en niet gerelateerd is aan individuele, persoonlijke vrees, kan de vreemdeling afkomstig uit dat gebied zich onttrekken aan deze dreiging door zich te vestigen in een plaats gelegen buiten het hier bedoelde gebied. De voorwaarden genoemd onder b en c voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief blijven onverminderd van toepassing.
De IND beoordeelt aan de hand van de over het land van herkomst beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen of een vlucht- of vestigingsalternatief in de individuele zaak van de vreemdeling aanwezig is.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29, tweede lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND hoeft geen voordeel van de twijfel te geven (en dus nader onderzoek aan te bieden), als sprake is van contra-indicaties. Van een contra-indicatie kan onder meer sprake zijn als de referent of zijn gezinslid:
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Als niet duidelijk is of een meerderjarig kind nog feitelijk tot het gezin van de referent behoort, dan kan de IND nader onderzoek opstarten (zie paragraaf C2/4.1.2 Vc). Hierbij is van belang dat in het geval van jongvolwassenen (meerderjarige kinderen in de leeftijd van 18 tot ongeveer 25 jaar oud) niet standaard een gehoor wordt opgestart, maar enkel wanneer de verwachting bestaat dat het van toegevoegde waarde kan zijn voor de beslissing op de aanvraag. Hierbij weegt de IND de volgende elementen mee:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 4.1.3. Bijzonderheden
Voor de beoordeling van niet uit [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) voortvloeiende aspecten (waaronder een gevaar voor de openbare orde) geldt dat het toepasselijke wettelijke kader afhankelijk is van de gekozen procedure (mvv-procedure of asielprocedure).
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
Wanneer een vreemdeling bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, is toegang tot en terugkeer naar de andere lidstaat gegarandeerd.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Het gaat in ieder geval om de volgende situaties:
### 7.10.2.2. Artikel 1F aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
In artikel 3.105ba, tweede lid, Vb is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 10.1. Inleiding
De lijst van veilige landen die als bijlage bij het VV is opgenomen, staat ook in paragraaf C7/1.2 Vc. Bovendien zijn in deze lijst per land, indien van toepassing, bijzonderheden opgenomen. Deze kunnen betrekking hebben op uitgezonderde groepen en/of gebieden, maar ook op een opschorting van de aanwijzing van veilig land van herkomst en/of de instelling van een besluitmoratorium als bedoeld in [artikel 43 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43). Bij al deze uitzonderingen geldt de aanname van veiligheid niet. Dit betekent dat de IND artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw niet tegenwerpt.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
### 7.10.2.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, indien de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt.
[Paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) is ten aanzien van verjaring van misdrijven van overeenkomstige toepassing.
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare van de lidstaat.
### 10.1.3. De ex tunc toets
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van [artikel 3.77 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en het [eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.78) en [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 7.10.2. Artikel 1F, Vluchtelingenverdrag
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 10.2.1. Algemeen
Ad 5
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 10.2.2. 1F
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, indien zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen indien aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.2.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND verleent op grond van de [artikelen 3.77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.77) en [3.107 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107) geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toets beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
### 11. Rechtsmiddelen
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
### C3. Moratoria
Uitspraken van het EHRM zijn juridisch bindend en worden (op)gevolgd.
### 1. Inleiding
[Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) alsmede [artikel 3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) en [paragraaf B1/6.2.2](onbekend) Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 2. Besluitmoratorium
### 1. Inleiding
### 2. Besluitmoratorium
Voor vreemdelingen die onder een geldend besluitmoratorium vallen, worden in beginsel geen inhoudelijke besluiten genomen.
### 2. Tijdelijke bescherming
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 1. Inleiding
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
### 2.1. Indiening aanvraag
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn ontvangt de rechtsbijstandverlener van de vreemdeling van de IND bericht dat het opgelegde terugkeerbesluit gedurende het verzoek van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties voorlopig niet zal worden uitgevoerd en dat de vreemdeling dus gedurende het verzoek niet zal worden uitgezet.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### 1. Inleiding
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
Een staat die partij is bij de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24) kan Nederland informeren dat die staat de verantwoordelijkheid van de vluchtelingenstatus heeft overgenomen en de vreemdeling zich in die staat kan vestigen.
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
### 1.2. Veilige landen van herkomst
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
### 2.7. Vertrekmoratorium
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
### 2.5. Bescherming
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 2.8. Bijzonderheden
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268), omdat de wettelijke grondslag van die vergunningen is vervallen.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
Geen bijzonderheden.
### 4.2.1. Algemeen
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.4. Individuele kenmerken
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 2.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen (Trb 1982, 24). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van deze overeenkomst.
De IND:
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De Nederlandse ambassade:
### 2.8. Bijzonderheden
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 3. Het asielbeleid ten aanzien van Angola
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 3.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 3.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.1. Besluitmoratorium
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 4.5. Bescherming
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 4.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 2.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Azerbeidzjan uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 5.4.4. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In Belarus zijn er opvangvoorzieningen waarvoor de autoriteiten zorg dragen. Dat deze opvang in het algemeen toereikend is, staat niet vast.
### 7.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 7.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 7.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 8.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 8.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 8.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 7.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 7.8. Bijzonderheden
Ad b.
### 8. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt ook anderszins of er aanleiding bestaat een journalist of blogger als politiek activist of dissident te beschouwen.
### 8.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor deze groep wordt vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag aangenomen als iemand aannemelijk heeft gemaakt in de negatieve belangstelling van de autoriteiten te staan vanwege een of meer van de indicaties die in paragraaf 11.6.1 van het algemeen ambtsbericht China december 2022 worden genoemd die aanleiding (kunnen) geven voor detentie in een detentiekamp.
### 9.3. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Tot deze groep rekent de IND vertegenwoordigers van NGO’s of andere organisaties die vanwege de significante rol die deze personen spelen in het maatschappelijk middenveld door de autoriteiten worden gezien als tegenstanders van de regering.
### 9.3.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.5. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In China is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
### 9.7. Bijzonderheden
### 9. Het asielbeleid ten aanzien van China
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ad f.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 9.3.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de volgende categorie neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 11.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 11.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Congo DRC geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van de vreemdeling zelf betreffende omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade.
### 11.1. Besluitmoratorium
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.8. Bijzonderheden
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 13.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Congo DRC is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij:
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 14.5. Bescherming
### 13.4.4. Dienstplichtigen en deserteurs
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Politiek activisten, mensenrechtenactivisten en personen die actief zijn in de journalistiek en die daarbij significante kritiek leveren op de autoriteiten of op de aan de autoriteiten gelieerde milities.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 5.8. Bijzonderheden
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 9.6. Vertrekmoratorium
### 10.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND houdt er bij de behandeling van individuele asielaanvragen van inwoners van Hongkong rekening mee dat verblijf in Hongkong geen belemmering vormt voor vervolging door de Chinese autoriteiten in Peking.
### 10. Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
Geen bijzonderheden.
### 12.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 15.1. Besluitmoratorium
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 16.5. Bescherming
### 17.7. Vertrekmoratorium
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 17.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
### 14.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Deze afweging kan ertoe leiden dat de IND een beperkte indicatie aanneemt.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak (m.u.v. de KAR) in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak (m.u.v. de KAR).
### 17.8. Bijzonderheden
De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Irak geldt in zijn algemeenheid dat:
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 17.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.5. Eerste- en nader gehoor
Verstrekking van het W-document
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
In de grensprocedure kan tevens de procedure als bedoeld in [artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) worden toegepast. Dit betekent dat de vreemdeling geen rust- en voorbereidingstermijn krijgt en dus evenmin een medisch onderzoek wordt aangeboden. In uitzonderlijke gevallen kan de IND ervoor kiezen toch een medisch onderzoek aan te bieden. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het gehoor als bedoeld in artikel 3.109ca, vierde lid, Vb wordt afgenomen.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
Als er na de aanmeldfase een Dublingehoor plaatsvindt, dan maakt de IND het rapport van Dublingehoor uiterlijk tegelijkertijd met het voornemen bekend aan de vreemdeling.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van gehoor in de zin van artikel 3.109ca, vierde lid Vb de dag na het gehoor dan wel gelijktijdig met zijn zienswijze op het voornemen tot afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.
[Artikel 3.117 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.117) regelt het verloop van de asielprocedure vanuit vreemdelingenbewaring. Deze paragraaf bevat een verdere uitwerking van dit artikel.
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DT&V, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De aanmeldfase zoals beschreven in [artikel 3.108d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108d) is niet van toepassing. Wel vindt voorafgaand aan het nader gehoor een aanmeldgehoor plaats en zijn de artikelen 3.108d, vierde en vijfde lid, Vb van overeenkomstige toepassing.
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.13. Het geven van de beschikking
Een vreemdeling kan de IND verzoeken door een vrouwelijke of mannelijke ambtenaar van de IND en met behulp van een vrouwelijke of mannelijke tolk gehoord te worden. De IND heeft een inspanningsverplichting met betrekking tot een dergelijk verzoek.
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.1. Algemeen
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.1. Zonder geldige reden niet beschikbaar gehouden
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND beschouwt een huwelijk als een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als een dergelijk huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten, als rechtsgeldig wordt aangemerkt. Als een huwelijk volgens de wetgeving van het land waar het is gesloten niet als rechtsgeldig wordt aangemerkt, dan toetst de IND of aan de voorwaarden voor partnerschap wordt voldaan.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), indien de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’.
Misdrijven die op grond van vorenstaande doorgaans als ‘ernstig’ kunnen worden aangemerkt zijn (niet-limitatief) moord, verkrachting, brandstichting, het plegen van een gewapende overval, en andere vergrijpen die vergezeld gaan van dodelijke wapens en/of ernstige verwonding van personen.
Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid indien er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
Indien de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens [artikel 3.6b, onder a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van [artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.48) jo [artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.24aa). De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd ([artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.58)).
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die gelden bij toepassing van:
Geen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 10.5. Bescherming
### 13.5. Bescherming
### 14.7. Vertrekmoratorium
### 16.1. Besluitmoratorium
### 14.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1.5. Ambtshalve toets
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
Aan een alleenstaande vrouw uit Afghanistan verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
Geen bijzonderheden.
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in het hoofdgebied van Azerbeidzjan:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.
### 9.2. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 9.2.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 10.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 15.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 1. Inleiding
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.11. Commune delicten
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1](onbekend) Vc).
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
De IND verstaat de bepaling in artikel 30b, eerste lid, onder e, Vw als volgt:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of de daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 10.6.2. Ex tunc toets
### 3. Vertrekmoratorium
### 2. Tijdelijke bescherming
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 9.2.3. Tibetanen die te maken kunnen hebben met repressie
## Bijlage
Vervallen
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 5.1. Een ander land is verantwoordelijk ([artikel 30, eerste lid sub a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 6.2.3. Toerekenbaar geen of onvoldoende documenten overgelegd
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Het daadwerkelijk samenbrengen van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familieleden zal alleen plaatsvinden indien dit in het belang van de minderjarige vreemdeling is. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van de minderjarige vreemdeling is om herenigd te worden met zijn gezins- of familieleden. Bij de vaststelling wat in het belang van de minderjarige vreemdeling is, houdt de IND rekening met de in artikel 6, derde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 genoemde factoren. Indien het samenbrengen van de gezins- of familieleden in de andere lidstaat niet in het belang van de minderjarige vreemdeling is, zal de IND het verzoek om internationale bescherming behandelen.
De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 10.6.2. Ex tunc toets
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.1. Algemeen
### 4. Nationale bescherming
### 3.1. Algemeen
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 3. Internationale bescherming
### 6.2. De specifieke afwijzingsgronden
### 2.4. Risicoprofielen
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.2.6. Verblijfsalternatief
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.1. Algemeen
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
Bij deze beoordelingen zijn de [artikelen 3.86 eerste tot en met het elfde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) en [3.87 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.87) van toepassing.
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
De IND beoordeelt daarnaast in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6.2.2. Niet onverwijld gemeld
### 6.2.4. Veilig land van herkomst en veilig derde land
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
## Bijlage
Vervallen
De IND kan de termijnen van de algemene asielprocedure in ieder geval verlengen op grond van artikel 3.115, eerste lid aanhef en onder a of b, Vb, als:
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.10. Voornemenprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 5. Niet in behandeling nemen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 15.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform [artikel 3.108c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108c) zo snel mogelijk in nadat hij op de in [artikel 3.108 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.108) voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM/KMar de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 5. Niet in behandeling nemen
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
### 4.1.4. Procedurele regels
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad of andere steden, kan vestigen.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5. Bescherming
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 18.1. Besluitmoratorium
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
Geen bijzonderheden.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt aan dat in Jemen geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Jemen kan vestigen.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 4.1.3. Bijzonderheden
### 6. Niet-ontvankelijk
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 18.7. Vertrekmoratorium
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen een hoge mate van willekeurig geweld aan (minder uitzonderlijke situatie). De vreemdeling uit Jemen moet dus op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk maken, waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers.
### 19.5. Bescherming
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.8. Bijzonderheden
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 21.1. Besluitmoratorium
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 18.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 18.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Indien de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.8. Bijzonderheden
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 19.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
## Bijlage
Vervallen
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.8. Bijzonderheden
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
In Kameroen is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 21.5. Bescherming
Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 21.1.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 4.1.4. Procedurele regels
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Jemen geldt in ieder geval dat:
### 22.1. Besluitmoratorium
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
In Jemen is sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) en paragraaf C2/3.3 Vc.
### 19.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.2. Zienswijze
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2.3. De referent is een amv
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 19.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor asielzoekers uit Jemen, gezien de uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in het hele land, geen binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
### 3.3.3.1. Algemeen
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5. Bescherming
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.7. Vertrekmoratorium
Indien de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de provincies North-West en South-West, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon: de situatie van Palestijnen
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Bescherming
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
### 21.2. Terugkeer naar Libanon
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND neemt voor Mali in ieder geval een vestigingalternatief in Bamako aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.1.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 22.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicogroepen aan:
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
## Bijlage
Vervallen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali enkel de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie) in de regio’s Gao, Ménaka en Mopti.
## Bijlage
Vervallen
### 23.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 3. Internationale bescherming
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.3. Veilig derde land
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Bamako aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
In Mali is uitsluitend sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in de regio’s Gao, Ménaka en Mopti.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
### 22.5. Bescherming
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de regio’s Gao, Ménaka of Mopti, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, beziet de IND op individuele basis of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicogroepen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 22.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit de regio Gao, Ménaka of Mopti, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, beziet de IND op individuele basis of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4. Nationale bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4. Nationale bescherming
### 4. Nationale bescherming
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 24.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.1. Besluitmoratorium
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6](onbekend) Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicogroep:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 4.1.1. Algemeen
### 6.3. Veilig derde land
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 26.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
## Bijlage
Vervallen
### 26.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Systematische blootstelling in de zin van C2/3.3
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5. Bescherming
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 27.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicogroepen in de zin van C2/3.2
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicogroepen aan:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
Geen bijzonderheden.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in veel gevallen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in Gaza niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
### 27.1. Besluitmoratorium
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5. Bescherming
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Pakistan geldt in ieder geval dat:
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.4.4. Overig
Op asielaanvragen die door de IND voor 7 oktober 2023 zijn ontvangen, kan worden beslist ondanks het besluitmoratorium, als:
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
## Bijlage
Vervallen
### 27.7. Vertrekmoratorium
Er geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden (Gaza en de Westelijke Jordaanoever).
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 27.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
## Bijlage
Vervallen
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt enkel voor Gaza de hoogste mate van willekeurig geweld aan (meest uitzonderlijke situatie).
### 29.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
## Bijlage
Vervallen
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.5. Bescherming
Voor de Westelijke Jordaanoever geldt dat er geen of onvoldoende sprake is van een uitzonderlijke situatie.
### 28.5. Bescherming
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 28.4.4. Overig
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
## Bijlage
Vervallen
### 28.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 28.7. Vertrekmoratorium
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
ad. a. Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 29.5. Bescherming
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 30.4.3. Alleenstaande vrouwen
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 3.1. Algemeen
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Er is een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) van toepassing voor vreemdelingen die terug moeten keren naar de Palestijnse Gebieden (Gaza en de Westelijke Jordaanoever).
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 30 juni 2023 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 31.1. Besluitmoratorium
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Somalië is geen sprake van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.4.4. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.4.5. Individuele kenmerken
### 30.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND neemt een binnenlands beschermingsalternatief aan als er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst kan vestigen. Bij de beoordeling van de geldende voorwaarden voor het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief uit [artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) dienen in de individuele zaak van de vreemdeling de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
Voor vreemdelingen afkomstig uit Sudan geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 31. Het asielbeleid ten aanzien van Sri Lanka
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 31.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende groepen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 31.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND beoordeelt een verzoek om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van Srilankaanse Tamils ook aan de hand van de door het Europese Hof van de Rechten van de Mens benoemde risicofactoren. De genoemde risicofactoren vormen geen checklist en zijn niet uitputtend bedoeld. Iedere genoemde individuele risicofactor hoeft op zich geen aanleiding te geven om ervan uit te gaan dat er een reëel risico op ernstige schade is bij terugkeer naar Colombo. Een combinatie van twee of meer risicofactoren kan aanleiding zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
### 33.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 31.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.3. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
Asielaanvragen van Syrische vreemdelingen worden op individuele merites beoordeeld. De IND neemt daarbij als uitgangspunt dat bij terugkeer naar Syrië vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico bestaat op ernstige schade lopen, en dat een vreemdeling uit Syrië dientengevolge in beginsel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige provincies, te weten Damascus (stad), Damascus (rif/provincie), Latakia, Tartous, Homs, Hama, Quneitra en Suweida, geldt dat er sprake is van geen dan wel een onvoldoende uitzonderlijke situatie. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
De IND neemt voor de provincies Idlib, Aleppo, Daraa, Deir Ez-Zour, Raqqa en Hassaka een hoge mate van willekeurig geweld aan (minder uitzonderlijke situatie). De vreemdeling afkomstig uit deze provincies moet dus op basis van zijn individuele omstandigheden aannemelijk maken, waarom juist hij specifiek een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van de hoge mate van willekeurig geweld ten opzichte van andere burgers.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Voor Syrië geldt in in zijn algemeenheid dat:
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Voor Syrië geldt in in zijn algemeenheid dat:
### 34.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië uitsluitend aan als risicogroepen:
Geen bijzonderheden.
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend mensenrechtenactivisten en journalisten voor geheel Somalië aan als risicoprofiel.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, AMISOM/ATMIS of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Er is in Somalië in het algemeen, of in een bepaald gebied van Somalië, geen sprake van een uitzonderlijke situatie, waarin personen louter door hun aanwezigheid, een reëel risico lopen op ernstige schade. Ook is er in Somalië geen sprake van een dermate hoge mate van willekeurig geweld dat individuele omstandigheden er toe zouden kunnen leiden dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat in de zin van artikel 15c.
### 30.5. Bescherming
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt uitsluitend de volgende groep aan als kwetsbare minderheidsgroep:
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.3.3. Dienstweigering
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.1. Besluitmoratorium
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.5. Bescherming
Voor de overige provincies, te weten Damascus (stad), Damascus (rif/provincie), Latakia, Tartous, Homs, Hama, Quneitra en Suweida, geldt dat er sprake is van geen dan wel een onvoldoende uitzonderlijke situatie. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
### 33.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 34.1. Besluitmoratorium
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden
### 31. Gereserveerd
Voor vreemdelingen afkomstig uit Sudan geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43).
Tevens neemt de IND in zijn algemeenheid een binnenlands beschermingsalternatief aan, als de vreemdeling onder naar plaatselijke maatstaven gemeten redelijke omstandigheden minstens zes maanden voorafgaand aan zijn vertrek heeft verbleven in:
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 31.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Voor vreemdelingen die moeten terugkeren naar Sudan geldt een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45).
Geen bijzonderheden.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Dit algemene uitgangspunt geldt niet in de volgende gevallen:
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND merkt voor Sudan uitsluitend de volgende groepen aan als risicogroep:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.4.4. Vreemdelingen die vanuit het buitenland terugkeren
De IND neemt aan dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico loopt op ernstige schade. Op grond hiervan komt een vreemdeling uit Syrië in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 35.1. Besluitmoratorium
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBT’s op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.5. Bescherming
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 29.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
Geen bijzonderheden.
### 29.8. Bijzonderheden
De IND merkt voor Zuid- en Centraal- Somalië de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 24.5.2).
### 31.7. Vertrekmoratorium
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 31.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 31.4.4. Tamils
### 31.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen vreemdelingen aan als risicogroep:
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 34.8. Bijzonderheden
### 35.5. Bescherming
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 35.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.3. LHBT’s
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBT’s in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBT’s een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
### 35.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
## Bijlage
Vervallen
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf C2/3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBT’s niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 35.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 36.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBT geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
De IND merkt de volgende groepen aan als risicogroep:
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.8. Bijzonderheden
### 36.8. Bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.1. Algemeen
### 2.2. Land van herkomst
@@ -8839,3 +8839,7 @@
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version Tekst op deze datum