Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
100 versions
· 2026-04-04
2026-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
Wijzigingen op 2026-04-04
@@ -3018,7 +3018,7 @@
### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
@@ -3026,7 +3026,7 @@
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 13.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
@@ -3034,6025 +3034,6131 @@
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend)).
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND toetst de zodanige afhankelijkheid van het meerderjarige kind aan de hand van onderstaande cumulatieve voorwaarden.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Het meerderjarige kind wordt in ieder geval niet daadwerkelijk door de referent materieel ondersteund als:
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 6. Niet-ontvankelijk
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 3.105ba, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba). De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, zoals:
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De referent moet de feitelijke gezinsband tussen hem en zijn gezinslid op het moment van binnenkomst met documenten en verklaringen zoals omschreven in paragraaf C2/4.1.5 Vc onderbouwen. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of met plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aannemelijk maken dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Ook moet hij een verklaring geven voor het ontbreken van relevante documenten.
Als de IND oordeelt dat de verklaringen over de identiteit en de gezinsband van de referent en/of het gezinslid in grote lijnen als aannemelijk kunnen worden beschouwd, dan betrekt de IND of er aanleiding bestaat het voordeel van de twijfel te gunnen (zie ook [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)).
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Het meerderjarige kind:
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het meerjarige kind vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Het meerderjarige kind moet uitleggen waarom hij een beroep doet op materiële ondersteuning.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het sluiten van een huwelijk, het aangaan van een duurzame relatie of het krijgen van en/of het zorgen voor één of meerdere kinderen.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.1. Inleiding
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
Er kan sprake zijn van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ als de vreemdeling voor tenminste één misdrijf is veroordeeld bij onherroepelijk rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Als de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, als de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
**Ad a.**
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.4. De ex nunc toets
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.2.1. Algemeen
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 3. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 11. Rechtsmiddelen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 1. Inleiding
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 2. Besluitmoratorium
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 1. Inleiding
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.1. Indiening aanvraag
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.3. Overgangsrecht
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8. Gereserveerd
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5. Bescherming
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betrekt de IND alle documenten die zien op de volgende onderdelen:
De IND acht al deze documenten in beginsel relevant voor het beoordelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
Ook als een vreemdeling in het kader van de Dublinprocedure in de nationale procedure is opgenomen en aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt of heeft achtergehouden (al dan niet in de andere lidstaat) betrekt de IND dit bij de beoordeling of een vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.
Aan het eind van de beoordeling van de verschillende feiten en omstandigheden trekt de IND een conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid per asielmotief. Als het asielmotief onvoldoende is onderbouwd met bewijsmateriaal en de vreemdeling voldoet niet aan alle voorwaarden uit [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31), is het asielmotief niet geloofwaardig. De IND geeft gemotiveerd aan waarom het asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht.
Nadat de geloofwaardigheid van de feiten en omstandigheden die aan het asielmotief ten grondslag zijn gelegd is vastgesteld, beoordeelt de IND aan de hand van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, of de gestelde vrees over wat de vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst te wachten staat, aannemelijk is. Als er geen geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden zijn, wordt aan een inschatting van de risico’s van wat de vreemdeling bij terugkeer zal overkomen niet toegekomen.
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.6a, eerste lid onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a), past de IND [paragraaf B8/3.1 Vc](onbekend) onder het kopje Ambtshalve verlening in de asielprocedure toe.
Voor zover daar op grond van [artikel 3.6ba Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6ba) en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) achterwege, wanneer aan de vreemdeling al eerder een zwaar inreisverbod ([artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)) of een ongewenstverklaring is opgelegd of wanneer met de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel een zwaar inreisverbod of ongewenstverklaring wordt opgelegd.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
Hierna volgt een conclusie van de IND over hervestiging van de vreemdeling, en indien van toepassing, de in artikel 5, vierde lid, Hervestigingsverordening genoemde gelijktijdig voor hervestiging voorgedragen familieleden.
### 4.10.4. Intrekking verblijfsvergunning asiel
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In de regel trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4 Vc in combinatie met [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is beschreven in de paragraaf C1/4 Vc.
### 3.1. Algemeen
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
Een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid kan voortvloeien uit de algemene veiligheidssituatie, met name als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Van een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid is daarnaast sprake als de (staatloze) Palestijn te vrezen heeft voor vervolging of artikel 3 EVRM risico en de UNRWA hem niet kan beschermen. Daarbij is van belang dat de UNRWA niet beschikt over een veiligheidsapparaat en daarmee niet kan worden aangemerkt als een actor van bescherming in de zin van artikel 7 van de Kwalificatierichtlijn.
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
De volgende elementen kunnen met name van belang zijn voor de beoordeling of bij vrouwen sprake is van een sociale groep:
De minister kan in de context van specifiek landenbeleid vaststellen of (een groep) vrouwen behoort/behoren tot een sociale groep. Als hiervan sprake is kan dat ook opgenomen worden in het landenbeleid van hoofdstuk C7 Vc.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Bij de beoordeling of sprake is van vereenzelviging betrekt de IND in ieder geval:
Vervolgens beoordeelt de IND of de vrouw als gevolg van de vereenzelviging kan behoren tot een sociale groep. Om als sociale groep aangemerkt te worden, moet de vrouw aannemelijk maken dat zij behoort tot een groep die als gevolg van de vereenzelviging een eigen identiteit heeft, omdat zij als afwijkend wordt beschouwd in de directe omgeving in het land van herkomst.
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Vervolgens beoordeelt de IND of sprake is van een gegronde (toegedichte) vrees voor vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging. De IND beoordeelt de vrees voor vervolging aan de hand van door de vrouw verstrekte verklaringen en bewijsmiddelen over wat zij bij terugkeer naar het land van herkomst stelt te vrezen te hebben.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het beoordelen van de geloofwaardigheid betrekt de IND de verklaringen van de vreemdeling zelf, en eventueel aanvullend bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld verklaringen van partners en niet-seksueel getint (beeld)materiaal.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 3.3.1. Algemeen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn:
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
Dat betekent dat een vreemdeling eerst door middel van zijn verklaringen en documentatie alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren brengt. De IND moet vervolgens de in samenwerking met de vreemdeling verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Als de vreemdeling behoort tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beperkt het individualiseringsvereiste zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de groep. Bij systematische blootstelling moet sprake zijn van gericht geweld tegen de betreffende groep.
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De minister kan op basis van de beschikbare landeninformatie vaststellen of in een bepaald land of gebied sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Er is sprake van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, als de reguliere strijdkrachten van een staat tegenover een of meer gewapende groepen staan of wanneer twee of meer gewapende groepen tegenover elkaar staan.
Los van deze gradaties bestaat de situatie, waarin er geen 15c beoordeling plaatsvindt, omdat er geen gewapend conflict is of er geen willekeurig geweld is als gevolg van een gewapend conflict. In dat geval kan de vreemdeling alleen daarom al niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.
Naarmate het niveau van willekeurig geweld lager is zullen er relatief gewichtigere individuele omstandigheden vereist zijn om een reëel risico aan te nemen. Bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zullen de door de vreemdeling naar voren gebrachte risico verhogende omstandigheden daarom meer gewicht moeten hebben om een reëel risico aan te kunnen nemen.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Dat betekent dat pas na het naar voren brengen door de vreemdeling van de relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, door de IND wordt vastgesteld dat het risico mogelijk onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in [artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 4. Nationale bescherming
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 4.1.1. Algemeen
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
In het landgebonden asielbeleid kan de staatssecretaris het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als er geen voordeel van de twijfel en geen nader onderzoek wordt aangeboden, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 6. Niet-ontvankelijk
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
In [artikel 3.105ba, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba) is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’, zoals bedoeld in [artikel 3.105e, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e).
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, als de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 8. Buiten behandeling stellen
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.1.3. De ex tunc toets
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.5. Ambtshalve toets
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst, intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid of met toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, kan er eveneens sprake zijn van een terugkeerbeletsel. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit of een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel en legt eventueel een besluit tot signalering en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.3.1 en C2/7.10.3.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 1. Inleiding
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.6.1. Algemeen
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C3. Moratoria
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 3. Vertrekmoratorium
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Overgangsrecht
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen
### 5.5. Bescherming
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3. Gereserveerd
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.7. Vertrekmoratorium
Voor de volgende categorieën neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.1. Besluitmoratorium
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29):
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Ethiopië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
### 4.2.1. Algemeen
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 8. Gereserveerd
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.1. Besluitmoratorium
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.4. De verlengde asielprocedure
De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum heeft toegekend. De vreemdeling moet het oude W-document bij de IND inleveren.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC ([model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17)). Na het nemen van dit besluit, legt de bevoegde ambtenaar middels beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19) of [M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel op krachtens [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) dan wel [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent weigering van de toegang en het opleggen van deze nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen na intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van Dublin gehoor gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook [3.109c, achtste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c)). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van overeenkomstige toepassing.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
[Artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) regelt het verloop van de procedure wanneer de vreemdeling vermoedelijk:
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DTenV, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in afwijking van C1/2.12, onder a tot en met e, Vc geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
De IND verstrekt een rapport van nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben. Dit geldt ook voor het rapport van het aanmeldgehoor, het rapport van het Dublin gehoor dan wel, indien van toepassing, voor het rapport van aanvullend gehoor in zin van [artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30).
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen. Het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger doet het verzoek om dit minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar nader te horen in ieder geval voor het einde van de rust- en voorbereidingstermijn. De ouder(s) van het minderjarige kind tussen de twaalf en vijftien jaar wordt in zijn aanmeldgehoor op de mogelijkheid gewezen om via de gemachtigde tot een nader gehoor van het kind te verzoeken Dit is bij zowel nader horen vanwege zelfstandige asielmotieven als overige door de vreemdeling aangevoerde redenen van toepassing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestiging
### 1. Inleiding
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.3. Groepsvervolging
Bij de vraag of sprake is van vereenzelviging valt te denken aan het maken van zelfstandige en onafhankelijke keuzes die bepalend zijn voor haar identiteit op gebied van onderwijs en beroepsloopbaan, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.1. Algemeen
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vestigingsalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Als het meerderjarige kind niet daadwerkelijk door de referent materieel wordt ondersteund, moet de referent aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen, gelet op alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten.
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
De IND beoordeelt de evenredigheid van de afwijzing in drie stappen. Ten eerste beoordeelt de IND de geschiktheid, daarna de noodzakelijkheid en als laatste de evenwichtigheid van de afwijzing. Los van de evenredigheidstoets betrekt de IND ook de rechten die worden genoemd in artikel 14 lid 6 van de [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) (Kwalificatierichtlijn). Als de vreemdeling, bij een afwijzing op de aanvraag vanwege de openbare orde aspecten nog wordt aangemerkt als vluchteling, kan hij van deze rechten gebruik maken.
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.5. Bescherming
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 12.5. Bescherming
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 4.10.1. Inleiding
### 4.10.2. Toelatingsprocedure
### 2.1. Algemeen
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.6. Discriminatie
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) te verlenen:
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.3. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)(artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4. Nationale bescherming
De IND onderzoekt eerst of bescherming in zijn algemeenheid mogelijk is. De IND maakt hierbij gebruik van algemene informatie uit objectieve bron over het land van herkomst.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.7.5. Vc).
Als aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.1. Algemeen
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
## Bijlage
Vervallen
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 10.3.1. Algemeen
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4.8. Ambtshalve toets
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.1. Algemeen
### 4.10.5. Vrijwillige terugkeer land van herkomst
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.11. Commune delicten
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
## Bijlage
Vervallen
Bij de beslissing over het op voorhand verlengen van de algemene asielprocedure kan zowel informatie uit de aanmeldfase (bijvoorbeeld de verklaringen tijdens het aanmeldgehoor) als de rust- en voorbereidingstermijn (bijvoorbeeld het medisch advies) worden betrokken. De vreemdeling wordt geïnformeerd over de reden van de verlenging en het einde van de termijn van de algemene asielprocedure.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.4. Procedurele regels
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.5. Bescherming
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.1. Besluitmoratorium
Er geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) voor vreemdelingen afkomstig uit Iran. De beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van aanvragen die tijdens het besluitmoratorium worden ontvangen, worden verlengd met 12 maanden. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 6. Niet-ontvankelijk
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Er geldt een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) voor vreemdelingen afkomstig uit Iran.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.3. Groepsvervolging
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.10.3. Aanvraag verblijfsvergunning asiel
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.
### 19.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 13.7. Vertrekmoratorium
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
### 13.8. Bijzonderheden
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
### 3.3.1. Algemeen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.2.1. Algemeen
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C7/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
## Bijlage
Vervallen
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.5. Bescherming
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.8. Refugié sur place
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.5. Bescherming
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 23.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
### 23.5. Bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 14.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
Ook als zich een contra-indicatie voordoet, betrekt de IND de overige verklaringen of bewijsmiddelen bij de beoordeling of nader onderzoek wordt aangeboden.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
De IND kan afzien van het aanbieden van nader onderzoek, als de IND oordeelt dat identiteit en/of de feitelijke gezinsband voldoende aannemelijk is gemaakt.
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
De IND neemt aan dat het minderjarige biologische kind feitelijk behoort tot het gezin van de referent als er sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Uitzondering hierop is de situatie dat het minderjarig kind zelfstandig woont en in zijn eigen levensonderhoud voorziet (zie [paragraaf B7/3.8.1 Vc](onbekend)).
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Bij het ontbreken van documenten die de identiteit en/of de familierechtelijke relatie tussen de referent en het biologische minderjarige kind moeten aantonen, zal de IND de aanvraag in beginsel niet afwijzen, maar nader onderzoek opstarten. Zie ook paragraaf C2/4.1.2 Vc.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
De IND toetst de zodanige afhankelijkheid van het meerderjarige kind aan de hand van onderstaande cumulatieve voorwaarden.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Het meerderjarige kind wordt in ieder geval niet daadwerkelijk door de referent materieel ondersteund als:
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Anders dan bij biologische kinderen kan bij adoptie- en pleegkinderen niet door middel van een DNA-onderzoek worden aangetoond dat de referent en het kind tot elkaar in relatie staan. In deze gevallen moet op een andere manier worden getoetst of er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen de referent en het pleegkind. De referent en de vreemdeling moeten dit aannemelijk maken. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
### 6. Niet-ontvankelijk
Als sprake is van een polygame situatie is de vraag van belang of het gezinslid onder de doelgroep van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt. Als dat het geval is, wordt de aanvraag geacht onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure te vallen. Als dat niet het geval is, wordt de aanvrager doorverwezen naar (een) reguliere procedure(s). Als de aanvraag onder het toepassingsbereik van de nareisprocedure valt is de IND verplicht een individuele beoordeling te maken, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle factoren die in artikelen 5, vijfde lid, en 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de artikelen 7 en 24 van het EU Handvest zijn genoemd.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Hoewel voor mvv- dan wel asielprocedures een ander wettelijk kader geldt, gelden wel dezelfde (materiële) beleidsregels, zoals opgenomen in de paragrafen C2/7.10 en C2/10.3 Vc.
### 7.10.2.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw op aanvraag aan het gezinslid van een referent indien:
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
Bij het toekennen van bewijswaarde aan deze documenten beziet de IND de manier van afgifte van het document, waarbij van belang is of het document op basis van (eigen) verklaringen of op basis van nader onderzoek door (welke) autoriteiten, is opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de referent en het gezinslid en de administratieve praktijken van het land van herkomst of in het land van afgifte.
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr.604/2013, als Nederland daartoe op grond van in de verordening neergelegde criteria niet is verplicht.
De IND gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming te behandelen in ieder geval in de volgende situaties:
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND wijkt alleen in uitzonderlijke situaties af van de verplichting om afhankelijke gezins- of familieleden samen te brengen.
### 6. Niet-ontvankelijk
Wanneer het verblijfsdocument van de vreemdeling verlopen is, wil dat niet zeggen dat de vreemdeling geen bescherming meer geniet in de betreffende EU-lidstaat. In dat geval moet worden nagegaan of de bescherming nog steeds van toepassing is.
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, vormt het relaas van de vreemdeling het uitgangspunt. De IND weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. De IND kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 3.105ba, derde lid, Vb. De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
Onder aangelegenheden die niet ter zake doen verstaat de IND alle aangelegenheden die geen betrekking hebben op voor de beoordeling van het asielverzoek relevante informatie. Deze aangelegenheden raken niet aan Vluchtelingschap of artikel 3 EVRM.
### 7.2. Veilig land van herkomst
Dit gebruik van bronnen geldt ook bij een herbeoordeling als bedoeld in [artikel 3.105ba, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba). De staatssecretaris herbeoordeelt in ieder geval elke twee jaar of een land nog steeds aangemerkt kan worden als veilig land van herkomst. Deze termijn van twee jaar is een streeftermijn, een beperkte overschrijding daarvan kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in afwachting van een op korte termijn te verschijnen rapport van een relevante bron. Als er tussentijds signalen zijn die duiden op aanmerkelijke wijzigingen in de algemene situatie, of in de positie van een specifieke groep in een land, kan een eerdere herbeoordeling aangewezen zijn. Naar aanleiding van een herbeoordeling kan de staatssecretaris besluiten de aanwijzing van een veilig land van herkomst voort te zetten (met eventueel uitgezonderde groepen en/of gebieden), te schrappen of tijdelijk op te schorten.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Van misleiden is in ieder geval sprake indien:
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat er sprake is van dwang, dan is er geen sprake van te kwader trouw handelen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Bij alle categorieën genoemd in paragraaf C2/7.10.1 Vc gelden de volgende algemene uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.1. Individuele beoordeling
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend). De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.2. Gevaar voor de gemeenschap
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, zoals:
### 7.10.3.4. Evenredigheidstoets
Voor het uitvaardigen van een besluit tot signalering wordt verwezen naar [paragraaf A4/4 Vc](onbekend). Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar [paragraaf A3/1.1 Vc](onbekend). Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar [paragraaf A4/2 Vc](onbekend).
### 7.10.3.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Er kan sprake zijn van een ‘ernstig misdrijf’ als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.10.4.1. Ernstig misdrijf
De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen een ‘gevaar voor de gemeenschap’ aannemen:
### 7.10.4.3. EU openbare orde criterium
De IND beoordeelt aan de hand van het EU openbare orde criterium of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.6. Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
### 7.10.5.2. Ambtshalve toets
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op ernstige gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven kunnen in ieder geval een politiek karakter hebben:
Het is afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden welke elementen – al dan niet in samenhang – relevant zijn en moeten worden betrokken in de beoordeling.
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
Bij omvang van de schade wordt onder meer meegewogen of sprake is van:
### 7.10.7.2.5. Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Het gegeven dat een bepaalde praktijk in het land van herkomst of in het land waar de handeling is gepleegd als zodanig niet strafbaar is, sluit niet uit dat deze handeling volgens internationale standaarden wel gekwalificeerd dient te worden als een ernstig, niet-politiek misdrijf.
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om de vreemdeling verantwoordelijk te kunnen houden voor misdrijven die vallen onder artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag beoordeelt de IND:
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, onderzoekt de IND of de vreemdeling weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (personal participation).
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Onder de doelstellingen van de VN wordt verstaan: de preambule en artikel 1 van het Handvest van de VN van 1945. Onder de beginselen van de VN wordt verstaan: artikel 2 van het Handvest van de VN van 1945.
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
De referent moet de feitelijke gezinsband tussen hem en zijn gezinslid op het moment van binnenkomst met documenten en verklaringen zoals omschreven in paragraaf C2/4.1.5 Vc onderbouwen. Als de referent de feitelijke gezinsband niet met documenten kan onderbouwen, moet de referent met aanvullende gegevens en/of met plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen aannemelijk maken dat het gezinslid feitelijk behoort tot zijn gezin. Ook moet hij een verklaring geven voor het ontbreken van relevante documenten.
Als de IND oordeelt dat de verklaringen over de identiteit en de gezinsband van de referent en/of het gezinslid in grote lijnen als aannemelijk kunnen worden beschouwd, dan betrekt de IND of er aanleiding bestaat het voordeel van de twijfel te gunnen (zie ook [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)).
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als:
Het meerderjarige kind:
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het meerjarige kind vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Het meerderjarige kind moet uitleggen waarom hij een beroep doet op materiële ondersteuning.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het meerderjarige kind moet aannemelijk maken dat diegene geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het sluiten van een huwelijk, het aangaan van een duurzame relatie of het krijgen van en/of het zorgen voor één of meerdere kinderen.
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het pleegkind komt niet in aanmerking voor nareis als er een positieve verplichting onder artikel 8 EVRM bestaat om de biologische ouder te herenigingen met het pleegkind in Nederland.
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND vraagt geen eigen bijdrage van de vreemdeling voor het DNA-onderzoek als de vreemdeling een beroep doet op artikel 29, tweede lid, Vw.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het gehoor aanmeldfase vraagt de IND aan de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen of er gezinsleden, broers of zussen of familieleden op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn (zie artikel 6, derde en vierde lid, Verordening (EU) nr. 604/2013). In dit gehoor wijst de IND de minderjarige vreemdeling op de mogelijkheid om herenigd te worden met zijn gezins- of familielid dat zich wettig ophoudt in een andere lidstaat. Onder ‘wettig ophouden’ in een andere lidstaat in de zin van artikel 8, Verordening (EU) nr.604/2013 verstaat de IND: rechtmatig verblijf op grond van een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning of op grond van een verleende verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
De IND neemt, conform [artikel 30, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30), de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling indien een andere lidstaat verantwoordelijk is voor behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De IND stelt op grond van overgelegde medische stukken, verklaringen van medici en van de vreemdeling vast dat de vreemdeling zorg nodig heeft en daarin afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder die wettig in Nederland verblijft. De IND beoordeelt op grond van de overgelegde informatie of een in Nederland verblijvend kind, broer, zus of ouder voor de in een andere lidstaat verblijvende vreemdeling kan zorgen. Voorwaarde is dat zij schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
De omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat een aanvraag niet-ontvankelijk is, zijn beschreven in [artikel 30a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) en worden behandeld in deze paragraaf.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
De IND neemt in de volgende gevallen in ieder geval aan dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 7.1. Aangelegenheden die niet ter zake doen
Een aanvraag wordt als een opvolgende aanvraag beschouwd, wanneer er geen beroep in eerste aanleg meer open staat tegen de afwijzing van de vorige aanvraag, hetzij omdat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken, hetzij omdat er een uitspraak in beroep is gedaan.
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
Er worden geen categorieën van ‘verhoogde aandacht’ meer aangewezen met betrekking tot veilige landen van herkomst. Er zal worden volstaan met de aanwijzing van uitgezonderde groepen en/of gebieden, als daar aanleiding toe is. In meerdere brieven aan de Tweede Kamer inzake de aanwijzing en (her)beoordeling van veilige landen van herkomst worden nog groepen genoemd waarvoor ‘verhoogde aandacht’ wordt gevraagd. Voor deze groepen geldt dat zij zijn uitgezonderd van de aanwijzing van veilig land van herkomst.
In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
### 7.3. Misleiden omtrent identiteit of nationaliteit en/of informatie achterhouden
De IND verklaart niet zonder meer een aanvraag kennelijk ongegrond wanneer identiteits- of nationaliteitsdocumenten (toerekenbaar) ontbreken. Er moet sprake zijn van een zekere ‘opzettelijkheid’.
### 7.5. Kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen
In de volgende gevallen is wel sprake van het toerekenbaar ontbreken van documenten, maar staat niet zonder meer vast dat dit (waarschijnlijk) te kwader trouw gebeurde:
### 7.7. Opvolgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard
Het gaat in [artikel 30b, eerste lid, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) om de situatie dat:
### 7.10.1. Inleiding
De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de gemeenschap op individuele basis, aan de hand van alle relevante feitelijke en juridische gegevens. De IND weegt alle strafrechtelijke veroordelingen mee in de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Hieronder kunnen ook veroordelingen die in het verleden volgens het jeugdstrafrecht zijn opgelegd vallen. De IND betrekt daarbij in ieder geval de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere feiten en omstandigheden, die zien op de aard en de ernst van het delict en het tijdsverloop dat is verstreken sinds het delict. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van het delict dat een gevaar voor de gemeenschap vormt evenals de evenredigheid van het besluit.
### 7.10.2.2. Verjaringstermijnen
De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en een gevaar voor de openbare orde.
### 7.10.2.3. In het buitenland gepleegde strafbare feiten
Er kan sprake zijn van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ als de vreemdeling voor tenminste één misdrijf is veroordeeld bij onherroepelijk rechterlijk vonnis tot een gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel.
### 7.10.3.1. Bijzonder ernstig misdrijf
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.3.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen als de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden.
### 7.10.4.2. Gevaar voor de gemeenschap
Hierbij kan onder meer rekening worden gehouden met het volgende:
### 7.10.4.4. Evenredigheidstoets
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
### 7.10.5. Openbare orde en artikel 29, tweede lid, onder a, b en c, Vw
### 7.10.5.3. Terugkeerbesluit en besluit inreisverbod
Voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt verwezen naar paragraaf A3/1.1 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod wordt verwezen naar paragraaf A4/2 Vc.
De vreemdeling vormt ook op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.
### 7.10.7.1. Artikel 1F aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.2.2. Niet-politieke misdrijven
De volgende misdrijven moeten op grond van het bovenstaande in ieder geval worden aangemerkt als ernstig niet-politiek misdrijf in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag:
Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling of een misdrijf ‘ernstig’ is in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag, betreft een individuele beoordeling aan de hand van de individuele omstandigheden. De volgende elementen kunnen daarbij van belang zijn:
### 7.10.7.2.4. Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
### 7.10.7.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid
Voor tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, moet de IND aantonen dat er ‘ernstige redenen’ zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling verantwoordelijk gehouden kan worden voor één van de misdrijven zoals bedoeld in dit artikel. Als de IND ‘ernstige redenen’ heeft aangetoond, moet de vreemdeling dit gemotiveerd weerleggen, om toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag te voorkomen.
De IND neemt geen ‘knowing participation’ aan voor misdrijven als genoemd in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, als de vreemdeling tijdens het plegen van de misdrijven nog niet de leeftijd van vijftien jaren had bereikt.
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
### 7.10.7.6. Duurzaamheid en proportionaliteit
Als de vreemdeling disproportionaliteit heeft aangetoond en de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleent de IND krachtens artikel 3.6b, onder a, Vb ambtshalve een verblijfsvergunning onder de beperking humanitair tijdelijk op grond van artikel 3.48, tweede lid aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder e, VV. De verblijfsvergunning wordt in dat geval voor maximaal een jaar verleend en kan telkens met maximaal een jaar worden verlengd (artikel 3.58, eerste lid onder q, Vb).
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
**Ad a.**
Voor de gezinsleden binnen één gezin waarbinnen de feitelijke gezinsband niet is verbroken, geldt voor alle gezinsleden de datum van eerste aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van het hier langst verblijvende gezinslid als aanvang van de termijn. De aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen telt hiervoor niet mee.
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 10. Intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij het beoordelen van de toerekenbaarheid betrekt de IND of de vreemdeling een geldige reden heeft voor het niet verschijnen of zonder toestemming (tijdelijk) vertrekken.
Indien één van bovengenoemde situaties leidt tot de conclusie dat de vreemdeling onvoldoende informatie heeft verstrekt, dan wel dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, wordt de aanvraag in ieder geval buiten behandeling gesteld.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) en de [artikelen 3.105d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d), [3.105f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) en [3.106 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.106).
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.4. De ex nunc toets
### 10.1.3. De ex tunc toets
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten. De IND kan in de uitzonderingsgevallen genoemd in paragrafen C2/10.2.1.2, C2/10.3.1.2 en C2/10.6.3 Vc de verblijfsvergunning wel intrekken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel afwijzen.
### 10.2.1. Algemeen
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit. Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
### 10.2.1.2. Ex nunc toets
Als de vreemdeling op grond van de juiste gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.2.2. 1F
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
### 10.3.1. Algemeen
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
### 10.3.1.2. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toets plaatsvindt.
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden)
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen inhoudelijke toets zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.1 tot en met paragraaf C2/10.1.5 Vc, in de situaties genoemd in paragraaf C2/10.4.3 tot en met paragraaf C2/10.4.5 Vc.
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268).
### 10.4.1.2. Ex nunc toets
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g).
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 3. Vertrekmoratorium
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.5.1. Algemeen
### 10.5.1.2. Ex nunc toets
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND toetst in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in [paragrafen B7/3.1](onbekend) Vc en [B7/3.2.1](onbekend) Vc.
### 10.6.3. Ex nunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.3. Ex nunc toets
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 11. Rechtsmiddelen
Bij de volgende internationale instanties kan de vreemdeling een individuele klacht indienen als hij van mening is dat zijn rechten onder de betreffende verdragen zijn geschonden:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 25.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet (deels) onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied (deels) controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 28.1. Besluitmoratorium
Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 31. Gereserveerd
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 31. Gereserveerd
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
Geen bijzonderheden
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.5. Bescherming
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de staten Oost-Darfur, Blauwe Nijl, Witte Nijl en Sennar.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
## Bijlage
Vervallen
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de staten Khartoum, Noord-, Zuid-, West- en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
Geen bijzonderheden.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 33.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
## Bijlage
Vervallen
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan aan dat in de staten Abyei, Noordelijke Staat, Nijl, Rode Zee, Gedaref en Kassala sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
Indien hiervan sprake is, geldt één van de volgende aanvullende voorwaarden:
De vreemdeling kan (gedwongen) worden uitgezet als het EHRM geen voorlopige maatregel treft.
### 2. Besluitmoratorium
Als het mensenrechtenverdragsorgaan van de Verenigde Naties als eindoordeel geeft dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met de bepalingen van het Verdrag waar het orgaan op toeziet, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning aan de vreemdeling:
### C3. Moratoria
De IND verstrekt een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ aan de vreemdeling.
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.2.5.2. Sociale groep
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 37. Het asielbeleid ten aanzien van Gambia
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 1. Inleiding
De vreemdeling die onder de werking van het vertrekmoratorium valt, maar geen opvang of voorzieningen meer heeft, kan deze verkrijgen door zich in persoon te melden bij AC Ter Apel. De vreemdeling hoeft geen aanvraag in te dienen voor opvang of voorzieningen. Evenmin hoeft de vreemdeling een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2. Tijdelijke bescherming
De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder [Richtlijn 2001/55](32001L0055) valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.
### 2.1. Indiening aanvraag
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
### 2.3. Overgangsrecht
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ter overbrugging van de periode zonder kennelijk verblijfsrecht, als:
### 2.3. Overgangsrecht
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt een aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in [artikel 29, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) van toepassing waren.
### 4.1.4. De ex nunc toets
### 4.3.1. Algemeen
Op grond van [artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6b) beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
### C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, stelt de IND in het dossier zowel elektronisch als fysiek een aantekening dat de vreemdeling Verdragsvluchteling is.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De IND zendt de beschikking in drievoud naar de Nederlandse ambassade in de Staat die de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling overneemt.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid in de hoofdstukken C1 tot en met C6 Vc en betreft geen uitzonderingsregeling.
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 2.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 2.5. Bescherming
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 5.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 5.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 5.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
Geen bijzonderheden.
### 6.5. Bescherming
### 6.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc geldt het volgende.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 8. Gereserveerd
Door de Chinese autoriteiten als **xie jiao** aangemerkt zijn in ieder geval de groepen die in bijlage 13.2 van het algemeen ambtsbericht China juli 2020 worden genoemd.
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
De IND merkt voor China de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 9.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van met name Oeigoeren de vraag of Turkije of een ander land als eerste land van asiel of veilig derde land kan worden aangemerkt zoals beschreven in paragraaf C2/6 Vc.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 10.5. Bescherming
Voor Colombia geldt in ieder geval dat algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 11.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 11.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 11.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 12.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden.
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 12.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Egypte geldt in zijn algemeenheid dat:
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
Geen bijzonderheden.
### 13.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Eritrese vreemdeling die:
### 13.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
### 14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 14.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 14.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betrekt de IND alle documenten die zien op de volgende onderdelen:
De IND acht al deze documenten in beginsel relevant voor het beoordelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
Ook als een vreemdeling in het kader van de Dublinprocedure in de nationale procedure is opgenomen en aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt of heeft achtergehouden (al dan niet in de andere lidstaat) betrekt de IND dit bij de beoordeling of een vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.
Aan het eind van de beoordeling van de verschillende feiten en omstandigheden trekt de IND een conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid per asielmotief. Als het asielmotief onvoldoende is onderbouwd met bewijsmateriaal en de vreemdeling voldoet niet aan alle voorwaarden uit [artikel 31, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31), is het asielmotief niet geloofwaardig. De IND geeft gemotiveerd aan waarom het asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht.
Nadat de geloofwaardigheid van de feiten en omstandigheden die aan het asielmotief ten grondslag zijn gelegd is vastgesteld, beoordeelt de IND aan de hand van de geloofwaardige feiten en omstandigheden, of de gestelde vrees over wat de vreemdeling bij terugkeer naar zijn land van herkomst te wachten staat, aannemelijk is. Als er geen geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden zijn, wordt aan een inschatting van de risico’s van wat de vreemdeling bij terugkeer zal overkomen niet toegekomen.
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
Bij de ambtshalve beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.6a, eerste lid onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a), past de IND [paragraaf B8/3.1 Vc](onbekend) onder het kopje Ambtshalve verlening in de asielprocedure toe.
Voor zover daar op grond van [artikel 3.6ba Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6ba) en [paragraaf B11/2.5 Vc](onbekend) aanleiding toe bestaat, beoordeelt de IND bij een eerste asielaanvraag of er op grond van artikel 3.6ba Vb aanleiding bestaat ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen.
De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in [artikel 3.6a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.6a) achterwege, wanneer aan de vreemdeling al eerder een zwaar inreisverbod ([artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)) of een ongewenstverklaring is opgelegd of wanneer met de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel een zwaar inreisverbod of ongewenstverklaring wordt opgelegd.
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van [artikel 30a, eerste lid onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a). Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestigingscriteria
Hierna volgt een conclusie van de IND over hervestiging van de vreemdeling, en indien van toepassing, de in artikel 5, vierde lid, Hervestigingsverordening genoemde gelijktijdig voor hervestiging voorgedragen familieleden.
### 4.10.4. Intrekking verblijfsvergunning asiel
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In de regel trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4 Vc in combinatie met [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32)).
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is beschreven in de paragraaf C1/4 Vc.
### 3.1. Algemeen
[Artikel 3.37d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) beschrijft wat wordt verstaan onder een binnenlands beschermingsalternatief. De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing.
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
Een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid kan voortvloeien uit de algemene veiligheidssituatie, met name als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Van een persoonlijke situatie van ernstige onveiligheid is daarnaast sprake als de (staatloze) Palestijn te vrezen heeft voor vervolging of artikel 3 EVRM risico en de UNRWA hem niet kan beschermen. Daarbij is van belang dat de UNRWA niet beschikt over een veiligheidsapparaat en daarmee niet kan worden aangemerkt als een actor van bescherming in de zin van artikel 7 van de Kwalificatierichtlijn.
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
De volgende elementen kunnen met name van belang zijn voor de beoordeling of bij vrouwen sprake is van een sociale groep:
De minister kan in de context van specifiek landenbeleid vaststellen of (een groep) vrouwen behoort/behoren tot een sociale groep. Als hiervan sprake is kan dat ook opgenomen worden in het landenbeleid van hoofdstuk C7 Vc.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Bij de beoordeling of sprake is van vereenzelviging betrekt de IND in ieder geval:
Vervolgens beoordeelt de IND of de vrouw als gevolg van de vereenzelviging kan behoren tot een sociale groep. Om als sociale groep aangemerkt te worden, moet de vrouw aannemelijk maken dat zij behoort tot een groep die als gevolg van de vereenzelviging een eigen identiteit heeft, omdat zij als afwijkend wordt beschouwd in de directe omgeving in het land van herkomst.
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
Vervolgens beoordeelt de IND of sprake is van een gegronde (toegedichte) vrees voor vervolging vanwege het behoren tot een sociale groep vanwege vereenzelviging. De IND beoordeelt de vrees voor vervolging aan de hand van door de vrouw verstrekte verklaringen en bewijsmiddelen over wat zij bij terugkeer naar het land van herkomst stelt te vrezen te hebben.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 5. Niet in behandeling nemen
Bij het beoordelen van de geloofwaardigheid betrekt de IND de verklaringen van de vreemdeling zelf, en eventueel aanvullend bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld verklaringen van partners en niet-seksueel getint (beeld)materiaal.
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, als de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend een vrouw is en de vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag in het land van herkomst plaatsvindt:
De IND geeft de vreemdeling gelegenheid om informatie inzake de UNHCR erkenning gedurende de procedure in te brengen en betrekt deze informatie kenbaar bij de besluitvorming.
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 3.3.1. Algemeen
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn:
Een commuun delict is een delict dat niet kan worden herleid tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, en zonder dat daarbij sprake is van een onevenredige of discriminatoire maatregel vanwege een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bij de verwijdering van de vreemdeling uit Nederland sprake is van een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en [artikel 3.37b VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37b).
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
Dat betekent dat een vreemdeling eerst door middel van zijn verklaringen en documentatie alle elementen ter staving van zijn verzoek om internationale bescherming naar voren brengt. De IND moet vervolgens de in samenwerking met de vreemdeling verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen.
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Als de vreemdeling behoort tot een groep die systematisch blootgesteld wordt aan een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, onder 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beperkt het individualiseringsvereiste zich tot het aannemelijk maken van het behoren tot de groep. Bij systematische blootstelling moet sprake zijn van gericht geweld tegen de betreffende groep.
Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
Het betreft uitsluitend daden die zijn veroorzaakt door:
De vreemdeling moet zelf in zijn verklaringen aannemelijk maken dat sprake is geweest van een traumatische gebeurtenis en dat die traumatische gebeurtenis in relatie tot de feitelijke situatie in het land van herkomst reden is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst. De bewijslast hiervoor berust bij de vreemdeling.
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
De minister kan op basis van de beschikbare landeninformatie vaststellen of in een bepaald land of gebied sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Er is sprake van een internationaal of binnenlands gewapend conflict, als de reguliere strijdkrachten van een staat tegenover een of meer gewapende groepen staan of wanneer twee of meer gewapende groepen tegenover elkaar staan.
Los van deze gradaties bestaat de situatie, waarin er geen 15c beoordeling plaatsvindt, omdat er geen gewapend conflict is of er geen willekeurig geweld is als gevolg van een gewapend conflict. In dat geval kan de vreemdeling alleen daarom al niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 3, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
Deze omstandigheden kunnen met name zien op het privé, beroeps- of familieleven. Dit betekent overigens niet dat alleen al door de aanwezigheid van risico verhogende factoren een reëel risico op ernstige schade aannemelijk is.
Naarmate het niveau van willekeurig geweld lager is zullen er relatief gewichtigere individuele omstandigheden vereist zijn om een reëel risico aan te nemen. Bij een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zullen de door de vreemdeling naar voren gebrachte risico verhogende omstandigheden daarom meer gewicht moeten hebben om een reëel risico aan te kunnen nemen.
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
Dat betekent dat pas na het naar voren brengen door de vreemdeling van de relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst, door de IND wordt vastgesteld dat het risico mogelijk onder [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) valt.
### 6.3. Veilig derde land
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
De IND beoordeelt de bescherming van de vreemdeling in de zin van [artikel 3.37c,VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) en [artikel 3.37d, VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37d) nadat is vastgesteld dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of daden als bedoeld in artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw. De IND beoordeelt de vraag of deze bescherming van de vreemdeling mogelijk is, op het moment waarop het besluit op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt genomen.
De IND gaat ervan uit dat bescherming van de vreemdeling door de autoriteiten in het land van herkomst zoals bedoeld in [artikel 3.37c, eerste lid, onder a VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37c) niet mogelijk is, als de dreiging voor de vreemdeling afkomstig is van de autoriteiten in het land van herkomst. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel:
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Indien de IND heeft vastgesteld dat er in zijn algemeenheid geen bescherming mogelijk is maar uit de verklaringen van de vreemdeling is gebleken dat de autoriteiten in zijn geval wel bescherming hebben geboden of bereid waren deze te bieden, dan kan dit worden tegengeworpen aan de vreemdeling.
De IND betrekt bij de beoordeling of de autoriteiten in het land van herkomst in staat of bereid zijn effectieve bescherming te bieden in ieder geval:
Bij de beantwoording van de vraag of een vreemdeling bescherming in Nederland nodig heeft tegen dreigende vervolging of daden als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), beoordeelt de IND of de vreemdeling in het land van herkomst een beschermingsalternatief heeft om zich in een ander gebied in het land van herkomst aan deze dreiging te onttrekken.
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vluchtalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen dreigende vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
### 4. Nationale bescherming
Naast het vereiste dat de dreiging in het andere gebied niet mag bestaan, is het ook van belang dat de vreemdeling in het andere gebied geen nieuwe dreiging zal ondervinden. Als het aannemelijk is dat de vreemdeling in het andere gebied ook heeft te vrezen voor vervolging of voor daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan beoordeelt de IND of de vreemdeling bescherming kan inroepen tegen de dreiging in dat gebied.
### 4.1.1. Algemeen
Het gebied moet vanuit Nederland daadwerkelijk bereikbaar zijn. Daarnaast moet het gebied op legale en veilige wijze kunnen worden bereikt.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
Dat de omstandigheden in het gebied minder gunstig zijn dan in het oorspronkelijke woongebied van de vreemdeling is voor de IND onvoldoende reden om geen vlucht- of vestigingsalternatief tegen te werpen.
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
In het landgebonden asielbeleid kan de staatssecretaris het bestaan van een binnenlands beschermingsalternatief op basis van de beschikbare nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen met inachtneming van de genoemde voorwaarden van tevoren vaststellen dan wel uitsluiten voor:
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
### 4. Nationale bescherming
### 4.1.1. Algemeen
### 4.1.2.3. De referent is een amv
Het geven van het voordeel van de twijfel kan leiden tot het aanbieden van nader onderzoek of een inwilliging van de aanvraag. Als er geen voordeel van de twijfel en geen nader onderzoek wordt aangeboden, maakt de IND de relevante overwegingen kenbaar.
### 4.1.3. Bijzonderheden
Als op basis van de door de referent en/of het gezinslid overgelegde documenten de feitelijke gezinsband aannemelijk is gemaakt stelt de IND in beginsel geen nader onderzoek ik. Paragraaf C2/4.1.2 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Of een volwassene in het land van herkomst of bestendig verblijf al de zorg had voor een amv kan onder andere blijken uit de wet of het gewoonterecht van dat land van herkomst of bestendig verblijf of als de minderjarige in het land van herkomst of bestendig verblijf langdurig onder de feitelijke zorg en verantwoordelijkheid van deze volwassene is geweest.
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND wijst een verzoek van een minderjarige om nareis van zijn ouders af, als de minderjarige zelf in het kader van nareis Nederland is ingereisd. In dat geval heeft de IND in een eerdere procedure vastgesteld dat deze minderjarige feitelijk tot een ander gezin behoort. Daarmee valt deze ook niet onder de zorg en verantwoordelijkheid van degenen, voor wie de minderjarige om nareis verzoekt.
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
Bij het indienen van de aanvraag dient elke nareiziger van 12 jaar en ouder een ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring over te leggen.
### 4.1.5. Bewijsmiddelen
In geval van het niet verlenen of het intrekken van een mvv, geldt het reguliere kader van [artikel 16 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=16) en de daaruit voortvloeiende regelgeving (zoals genoemd in [hoofdstuk B1](onbekend) Vc). In geval van het niet verlenen of intrekken van een asielvergunning geldt het asielkader van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b) en het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk C1 Vc.
### 7.10.2.3. Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
Documenten die niet zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteiten, en documenten met weinig identificerende gegevens, hebben in de regel een zwakkere bewijswaarde.
Verordening (EU) nr. 604/2013 maakt een onderscheid tussen een verzoek om internationale bescherming en de (formele) indiening daarvan. Een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), kan alleen schriftelijk met een vastgesteld model worden ingediend.
### 6.5. Reeds in bezit van verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw
Aan de hand van de door de minderjarige vreemdeling verstrekte informatie neemt de IND contact op met de bevoegde instantie in de andere lidstaat met als doel de minderjarige vreemdeling met zijn gezins- of familielid te herenigen. De IND start het onderzoek naar gezins- of familieleden van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling op het moment dat er concrete aanknopingspunten zijn waaruit het verblijf van het gezins- of familielid in een lidstaat blijkt. De IND wijst de minderjarige op de hulp die hij kan inroepen bij internationale organisaties bij het traceren van zijn gezins- of familieleden.
### 6. Niet-ontvankelijk
Waar mogelijk zet de IND DNA-onderzoek in om de gezins- of familieband vast te stellen. De IND stelt de gezins- of familieband vast met behulp van identificerende vragen, indien DNA-onderzoek niet kan plaatsvinden omdat er geen afstammingsrelatie is.
### 6. Niet-ontvankelijk
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
Enkel het bezit van een geldig visum voor een derde land is in dit kader onvoldoende om te spreken van ‘bescherming’ in de zin van [artikel 30a, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a).
### 6.3. Veilig derde land
### 7.2. Veilig land van herkomst
Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:
In [artikel 3.105ba, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105ba) is opgenomen op basis van welke bronnen de staatssecretaris een land kan aanmerken als veilig land van herkomst. Als deze bronnen niet actueel, bruikbaar of beschikbaar zijn, maakt de staatssecretaris gebruik van andere relevante informatie van meerdere gezaghebbende (internationale) organisaties.
### 7.4. Waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument vernietigd of zich daarvan ontdaan
‘Te kwader trouw’ betekent dat de vreemdeling bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden of vernietigd, met als doel daardoor in een gunstiger positie te komen. ‘Waarschijnlijk’ betekent dat de IND dit bedrog niet hoeft aan te tonen of bewijzen, maar dat er sprake moet zijn van een zekere ‘aannemelijkheid’ dat de vreemdeling te kwader trouw heeft gehandeld. Die aannemelijkheid kan zien op twee onderdelen:
Hieronder valt in ieder geval een opvolgende aanvraag waarbij nieuwe elementen en bevindingen zijn ingebracht die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag, maar waar dit niet leidt tot een inwilliging van de aanvraag.
### 7.8. Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld
Het gaat om duidelijke vormen van ongeloofwaardigheid, waarvan in redelijkheid kan worden aangenomen dat hierover geen twijfel bestaat en waardoor de verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen.
### 7.6. Uitzetting of overdracht uitstellen of verijdelen
Bij de beoordeling of sprake is van het uitstellen of verijdelen van de uitzetting of overdracht betrekt de IND het moment waarop de vreemdeling zijn asielwens kenbaar maakt. Situaties waarbij dit van toepassing kan zijn, zijn bijvoorbeeld:
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen.
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
De IND kan één of meerdere veroordelingen in het kader van het jeugdstrafrecht betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde. Ook in het geval de minderjarige vreemdeling opnieuw voor een misdrijf of meerdere misdrijven (recidive) wordt veroordeeld, heeft de IND als uitgangspunt alle strafrechtelijke veroordelingen mee te wegen in de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde, zoals bedoeld in 7.10.2.1. Individuele beoordeling. Hierbij wegen het karakter van het jeugdstrafrecht en de individuele omstandigheden mee.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
### 7.10.2.4. Minderjarige vreemdelingen
### 7.10.3.3. EU openbare orde criterium
Bij de beoordeling van het ‘bijzonder ernstig misdrijf’ dient in ieder geval rekening te worden gehouden met het volgende:
De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap als bedoeld in [artikel 3.105c, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c):
### 7.10.4. Openbare orde en [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond verklaren op grond van [artikel 30b, eerste lid onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), als de vreemdeling veroordeeld is voor een ‘ernstig misdrijf’, zoals bedoeld in [artikel 3.105e, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e).
Als de IND een asielaanvraag afwijst omdat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormt, toets de IND of deze afwijzing evenredig is. Zie hiervoor paragraaf C2/7.10.3.3 Vc.
### 7.10.4.5. Ambtshalve toets
De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:
### 7.10.4.6. Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Voor de ambtshalve toets bij asielaanvragen wordt verwezen naar paragraaf C1/4.8 Vc.
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
### 7.10.7.2.1. Politieke misdrijven
### 7.10.7.2.3. Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag
De ernst van een misdrijf wordt bepaald door:
De internationale standaard en consensus of een bepaald misdrijf als ‘ernstig’ is aan te merken in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag kan worden afgeleid uit bronnen als:
### 7.10.7.5.3. Zelfverdediging
### 7.10.7.5. Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
In het geval van situatie a. of b. toetst de IND of de vreemdeling een uitzondering vormt op de regel dat de vreemdeling wetenschap gehad heeft of had moeten hebben van het plegen van de misdrijven. De IND spreekt dan van een ‘significante uitzondering’.
Als de vreemdeling bij het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag tussen de vijftien en achttien jaren oud was en als soldaat in een leger heeft gediend, worden in ieder geval de volgende omstandigheden door de IND meegewogen:
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
Er is sprake van ‘personal participation’ bij de vreemdeling in tenminste één van de volgende situaties:
### 7.10.7.5.1. Handelen op bevel
De IND toetst aan artikel 33 van het Statuut van Rome, inzake het Internationaal Strafhof voor de beoordeling van de individuele verantwoordelijkheid van de vreemdeling, als de vreemdeling heeft gehandeld op bevel van een regering of meerdere.
### 7.10.7.7. Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De contra-indicatie artikel 1F Vluchtelingenverdrag wordt niet langer tegengeworpen aan het gezinslid van de vreemdeling aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 8. Buiten behandeling stellen
De term ‘duurzaam’ houdt in dat sprake moet zijn van alle volgende omstandigheden:
### 7.11. Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
### 8. Buiten behandeling stellen
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
De IND verstaat hieronder de vreemdeling die, anders dan onder [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), op een eerder moment op grond van de openbare orde of nationale veiligheid de toegang tot Nederland (en daarmee het Schengengebied) is geweigerd en derhalve, zonder dat het gepleegde feit heeft geleid tot een inreisverbod of ongewenstverklaring zoals bedoeld in [artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is uitgezet naar het land van herkomst.
### 8. Buiten behandeling stellen
De IND kan een aanvraag op alle momenten na de indiening daarvan buiten behandeling stellen, indien:
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen.
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
### 10.1.3. De ex tunc toets
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 10.1.5. Ambtshalve toets
### 10.1.6. Terugkeerbesluit
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
### 10.1.4. De ex nunc toets
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Het uitvoeren van de ex nunc toets hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
### 10.2.1.1. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), verricht de IND een ex tunc toets.
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van [artikel 32, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) op het moment van de herbeoordeling of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van [artikel 29, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 10.3.1.1. Ex tunc toets
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties en er is geen ander land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, neemt de IND geen terugkeerbesluit. De IND neemt dan in het besluit op dat de vreemdeling zelfstandig uit Nederland moet vertrekken, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. De IND noemt in het besluit geen uiterste vertrektermijn.
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is en tijdens de ex nunc toets blijkt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), en het gepleegde misdrijf niet als (bijzonder) ernstig kan worden aangemerkt, dan kan de IND overgaan tot intrekking van de verleende verblijfsvergunning. In dat geval komt de vreemdeling (mogelijk) in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en dient de werkwijze zoals beschreven in paragraaf C2/10.1.4 Vc te worden aangehouden.
### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst, intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid of met toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, kan er eveneens sprake zijn van een terugkeerbeletsel. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
Als op een later moment wordt vastgesteld dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging of dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling, neemt de IND een terugkeerbesluit of een besluit waaruit blijkt dat er niet langer sprake is van een terugkeerbeletsel en legt eventueel een besluit tot signalering en/of inreisverbod op. De IND maakt dit besluit kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105d) wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.3.1 en C2/7.10.3.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
### 10.4.1.1. Ex tunc toets
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.4 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toets verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in [artikel 3.37g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.37g) kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV de hieronder genoemde voorwaarden:
### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32).
### 1. Inleiding
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) is verlopen en er is geen aanvraag om verlenging of aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) ten grondslag lag, zijn bestraft.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd ([artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32))
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in [artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a) achterwege.
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268)
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de [wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268) intrekt op grond van [artikel 32, eerste lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32), dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.5.1. Algemeen
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
### 10.6.1. Algemeen
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
### 10.6.2. Ex tunc toets
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
### 10.6.4. Overgangsrecht
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
### 2.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf C2/3.3 Vc
De IND staat de vreemdeling toe een verzoek om een voorlopige voorziening, dat connex is aan een rechtsmiddel dat is gericht tegen een overdrachtsbesluit in de zin van Verordening (EU) nr. 604/2013, in Nederland af te wachten, tenzij:
### C3. Moratoria
Als de vreemdeling op grond van deze gegevens (mogelijk) in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan kan de werkwijze zoals beschreven in C2/10.1.4 Vc worden gevolgd.
Als het EHRM een voorlopige maatregel (interim measure) treft op grond van Regel (Rule) 39 van het procesreglement van het EHRM en de Nederlandse Staat verzoekt om de uitzetting van de vreemdeling op te schorten, mag de vreemdeling gedurende de periode dat de voorlopige maatregel van kracht is niet worden uitgezet. Een voorlopige maatregel van het EHRM wordt gelijk gesteld met een door de nationale rechter toegewezen voorlopige voorziening en levert in beginsel rechtmatig verblijf op als bedoeld in [artikel 8 onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 4.1.4. De ex nunc toets
De IND staat de vreemdeling op grond van artikel 7.3, tweede lid, Vb, in ieder geval niet toe zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten in de volgende situaties:
### C3. Moratoria
### C3. Moratoria
In het navolgende zullen de laatste vier organen worden aangeduid als ‘de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties’.
### C3. Moratoria
Als een vreemdeling in vreemdelingenbewaring zit, vindt naar aanleiding van de door het EHRM getroffen voorlopige maatregel een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
Een verzoek om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties zijn, evenals de uiteindelijke zienswijze, niet juridisch bindend. Aan een dergelijk verzoek wordt in beginsel voldaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om niet te voldoen aan een dergelijk verzoek, bijvoorbeeld vanwege de omstandigheid dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Verzoeken om opschorting van de uitzetting van de mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties die door de Nederlandse staat worden gehonoreerd, doen geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder h, Vw ontstaan.
### 2. Besluitmoratorium
Als het verzoek om opschorting van de uitzetting van de vreemdeling wordt gehonoreerd door de Nederlandse Staat, vindt ten aanzien van de eventuele vreemdelingenbewaring een belangenafweging plaats inzake het voortduren van de bewaring. Bij deze afweging van belangen kan onder meer worden betrokken:
### 3. Vertrekmoratorium
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43), [artikel 45, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45), [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=71), [artikel 79, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=79) en [artikel 82, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82).
### C4. Tijdelijke bescherming
De IND kan ondanks het besluitmoratorium in ieder geval een beslissing nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de volgende situaties:
### C4. Tijdelijke bescherming
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
De vreemdeling heeft in ieder geval geen recht op opvang en andere voorzieningen als [artikel 30a, eerste lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), of [artikel 30b, eerste lid, onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), van toepassing is.
### 1. Inleiding
Aantoonbaar vertrek uit Nederland kan in ieder geval blijken uit de volgende situaties:
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### 1. Inleiding
De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.
### C5. De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.1. Indiening aanvraag
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in [artikel 3.107a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.107a) is [paragraaf B9/8.1.2](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is [paragraaf B9/20.1](onbekend) Vc van overeenkomstige toepassing.
### 3. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
### 2.5. Verblijfsdocument
De IND reikt op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in [artikel 4.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22). De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, als de verleningsgrond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd was vervallen, maar zich op het moment van behandeling van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw voordoet.
### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
Overgangsrecht
### 4.1. Algemeen
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op [artikel 35 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure geen inhoudelijke toets als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met C5/4.1.5 Vc plaats.
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
### 4.1.5. Ambtshalve toets
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) of een oorspronkelijke verblijfsvergunning verleend voor invoering van de [Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823)
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van [artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86), als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de [wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034268). Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
[Paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
### 2. Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling die een beroep doet op de Overeenkomst en nog niet in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel of regulier, kan een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd indienen op de wijze als bedoeld in paragrafen C1 en [B1/3.3 Vc](onbekend). De IND stelt de ambassade in Nederland van de staat waar de vreemdeling heeft verbleven op de hoogte van het overnemen van verantwoordelijkheid over de vreemdeling als de IND de vreemdeling in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of regulier voor bepaalde tijd.
### 1.2. Veilige landen van herkomst
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
Het landgebonden asielbeleid bevat beleidsregels ten aanzien van het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Als een algemeen ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in een land beschikbaar is, dan wordt dat betrokken bij het asielbeleid ten aanzien van dat land.
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen
### 5.5. Bescherming
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 6.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 5.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
Geen
### 2.1. Besluitmoratorium
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
### 2.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen
### 2. Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 2.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 2.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 2.3.2.1. Toelichting vrouwen
Een Afghaanse vrouw kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij:
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Op de vraag of een Afghaanse vrouw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw op grond van de in deze paragraaf beschreven voorwaarden is het individualiseringsvereiste zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc van toepassing.
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
### 2.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
## Bijlage
Vervallen
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 3. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 2.7. Vertrekmoratorium
### 3. Gereserveerd
### 5.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 5.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 6. Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
### 5.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
De IND merkt voor Belarus de volgende groepen vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 6.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 6.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 6.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 9.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In een voorkomend geval kan – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 6.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:
### 9.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 9.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 9.3.1.2. Toelichting Xie jiao
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden
### 9.4.1.3. Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
De IND verleent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk heeft gemaakt dat hij illegaal China is uitgereisd.
### 9.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 9.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 10.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 10.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 10.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 10.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door:
### 10.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 10.7. Vertrekmoratorium
Voor de volgende categorieën neemt de IND aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 10.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van Colombia in het algemeen een binnenlands beschermingsalternatief aan.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 11.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 11.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties:
Geen bijzonderheden
### 11.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.1. Besluitmoratorium
### 12.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 12.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 13.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 13.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b:
### 13.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor Ethiopië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Ethiopië is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen in paragraaf, die gelden bij de toepassing van [richtlijn 2001/55](32001L0055) (tijdelijke bescherming). Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van [artikel 1, onder n, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1), artikel 1, onder o, Vw, [artikel 45, lid 6, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [artikel 3.1a, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1a).
### 2. Tijdelijke bescherming
### 4.2.1. Algemeen
### 2.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 2.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 5. Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
### 5.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 5.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 7. Gereserveerd
Geen bijzonderheden.
### 8. Gereserveerd
Ten aanzien van ‘actieve’ aanhangers: het gaat hierbij nadrukkelijk niet alleen om leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook om actieve beoefenaars en actieve ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een als **xie jiao** aangemerkte beweging.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 11.5. Bescherming
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
### 11.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 11.7. Vertrekmoratorium
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 12.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Eritrea de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 13.4.1.3. Illegale uitreis
Geen bijzonderheden.
### 13.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 13.8. Bijzonderheden
### 14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 14.1. Besluitmoratorium
### 14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND toetst conform paragraaf C2/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
### 14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 15.1. Besluitmoratorium
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
### Aanvraag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.5. Bescherming
### 12.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 12.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 12.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 12.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
### 16.1. Besluitmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
Geen bijzonderheden.
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.1. Besluitmoratorium
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:
### 16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
## Bijlage
### Aanvraag
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
## Bijlage
### Aanvraag
### 2.4. De verlengde asielprocedure
De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieuwe geboortedatum heeft toegekend. De vreemdeling moet het oude W-document bij de IND inleveren.
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC ([model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17)). Na het nemen van dit besluit, legt de bevoegde ambtenaar middels beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19) of [M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel op krachtens [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) dan wel [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent weigering van de toegang en het opleggen van deze nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen na intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
De vreemdeling kan eventuele correcties en aanvullingen op het rapport van Dublin gehoor gelijk met zijn zienswijze op het voornemen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indienen (zie ook [3.109c, achtste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109c)). Paragraaf C1/2.12 Vc onder Uitstel voor het indienen van de zienswijze is van overeenkomstige toepassing.
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
[Artikel 3.109ca Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109ca) regelt het verloop van de procedure wanneer de vreemdeling vermoedelijk:
Als een vreemdeling van wie op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd aangeeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dient de vreemdeling deze aanvraag in in het aanmeldcentrum Schiphol of op de locatie waar de vrijheidsontnemende maatregel ten uitvoer wordt gelegd. De IND kan besluiten deze aanvraag in de algemene asielprocedure in het aanmeldcentrum Schiphol te behandelen. De IND beoordeelt in overleg met de DTenV, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de vreemdeling voor de behandeling van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de vreemdeling wordt overgeplaatst naar aanmeldcentrum Schiphol voor behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND weegt bij deze beoordeling in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
De IND verleent aan de vreemdeling van wie de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in afwijking van C1/2.12, onder a tot en met e, Vc geen uitstel voor het indienen van de zienswijze.
In [artikel 3.109, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.109) is bepaald dat geen rust- en voorbereidingstermijn wordt gegeven indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59b Vw. Dit betekent dat de vreemdeling geen medisch onderzoek wordt aangeboden. De IND kan er voor kiezen om toch een medisch onderzoek aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer uit het aanmeldgehoor of andere feiten of omstandigheden blijkt dat sprake is van dusdanige (medische) problematiek dat de IND een medisch advies noodzakelijk acht voordat het nader gehoor wordt afgenomen. Verder geldt dat, zoals ook in paragraaf C1/2.2 Vc is opgenomen, de voorbereiding door een rechtsbijstandverlener plaatsvindt op een passend moment voorafgaand aan het nader gehoor.
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
De gemachtigde van de vreemdeling mag als waarnemer bij het nader gehoor aanwezig zijn. De gemachtigde mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
De IND verstrekt een rapport van nader gehoor niet aan de gemachtigde van de vreemdeling als de vreemdeling heeft aangegeven hier bezwaar tegen te hebben. Dit geldt ook voor het rapport van het aanmeldgehoor, het rapport van het Dublin gehoor dan wel, indien van toepassing, voor het rapport van aanvullend gehoor in zin van [artikel 30, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30).
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
Een minderjarig kind tussen twaalf en vijftien jaar namens wie een ouder of wettelijke vertegenwoordiger een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, krijgt in principe geen nader gehoor. De IND maakt hierop een uitzondering als de vreemdeling of een ouder of een wettelijk vertegenwoordiger hierom verzoekt of als er naar het oordeel van de IND een goede reden is om de vreemdeling te horen. Als het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar aangeeft los van zijn ouders zelfstandige asielmotieven te hebben, kan dit voor de IND reden zijn om het kind tussen twaalf en vijftien jaar hierover te horen. Het minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger doet het verzoek om dit minderjarige kind tussen twaalf en vijftien jaar nader te horen in ieder geval voor het einde van de rust- en voorbereidingstermijn. De ouder(s) van het minderjarige kind tussen de twaalf en vijftien jaar wordt in zijn aanmeldgehoor op de mogelijkheid gewezen om via de gemachtigde tot een nader gehoor van het kind te verzoeken Dit is bij zowel nader horen vanwege zelfstandige asielmotieven als overige door de vreemdeling aangevoerde redenen van toepassing.
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 5. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (imperatief)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 4.10. Hervestiging
### 1. Inleiding
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.3. Groepsvervolging
Bij de vraag of sprake is van vereenzelviging valt te denken aan het maken van zelfstandige en onafhankelijke keuzes die bepalend zijn voor haar identiteit op gebied van onderwijs en beroepsloopbaan, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze.
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 6. Niet-ontvankelijk
### 4.1.1. Algemeen
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 3.3.1. Algemeen
### 3.3.2.3. Individuele kenmerken
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.3.2. Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
De IND gebruikt de term vestigingsalternatief bij bescherming van de vreemdeling tegen daden als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
De bescherming die de vreemdeling in het gebied krijgt, hoeft niet dezelfde te zijn als de bescherming die de vreemdeling in Nederland zou hebben gekregen.
### 4.1.2.2. Niet-biologische gezinsbanden
Als het meerderjarige kind niet daadwerkelijk door de referent materieel wordt ondersteund, moet de referent aannemelijk maken kennelijk het gezinslid te zijn dat het best in staat is om de vereiste materiële ondersteuning te verlenen, gelet op alle relevante omstandigheden, zoals graad van verwantschap, aard en hechtheid van andere familiebanden en leeftijd en economische situatie van andere verwanten.
Daarnaast moet de vreemdeling zoveel mogelijk andere bewijsmiddelen overleggen. Als de vreemdeling de hierboven genoemde documenten niet kan overleggen, moet hij de reden(en) hiervoor kenbaar maken. Bij deze beoordeling is paragraaf C2/4.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing.
In de volgende gevallen past de IND artikel 16, eerste lid, Verordening (EU) nr. 604/2013 toe:
Die bescherming van de vreemdeling kan in ieder geval blijken uit:
Onder misleiden wordt verstaan: de vreemdeling probeert in een gunstiger positie te komen door bewust informatie te verstrekken die aantoonbaar onjuist is of informatie achter te houden. Hij probeert als het ware de autoriteiten op het verkeerde been te zetten, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De verklaringen van de vreemdeling omtrent het verlies dan wel de omstandigheden waaronder hij de documenten heeft afgegeven dienen geloofwaardig te zijn.
De IND beoordeelt welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, als die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. De bewijslast voor het onderbouwen van de gepleegde misdrijven in het buitenland ligt in de eerste plaats bij de vreemdeling. Afhankelijk van de bewijsmiddelen die de vreemdeling overlegt, beoordeelt de IND dit als volgt:
De IND beoordeelt de evenredigheid van de afwijzing in drie stappen. Ten eerste beoordeelt de IND de geschiktheid, daarna de noodzakelijkheid en als laatste de evenwichtigheid van de afwijzing. Los van de evenredigheidstoets betrekt de IND ook de rechten die worden genoemd in artikel 14 lid 6 van de [richtlijn 2011/95/EU](32011L0095) (Kwalificatierichtlijn). Als de vreemdeling, bij een afwijzing op de aanvraag vanwege de openbare orde aspecten nog wordt aangemerkt als vluchteling, kan hij van deze rechten gebruik maken.
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, betrekt de IND het EU openbare orde criterium ook in dit kader. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan op grond van artikel 29, tweede lid, Vw door de IND op grond van de openbare orde worden geweigerd overeenkomstig het in paragraaf C2/4.1 Vc opgenomen wettelijke kader. De IND beoordeelt de aanvraag in dat geval aan de hand van artikel 3.77 Vb en het eerste tot en met vierde lid van artikel 3.78 Vb, en paragraaf B1/4.4 Vc.
Bij geweldsmisdrijven kijkt de IND naar de mate van geweld dat toegepast is (of het geweld en/of schade, die het gevolg was van de gedraging), de geweldsmethoden die zijn gebruikt en het gebruik van dodelijke wapens. Misdrijven zonder geweldscomponent, zoals economische misdrijven of handel in drugs, kunnen eveneens onder de reikwijdte van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag vallen. Het is niet relevant of het misdrijf is gepleegd in het herkomstland of een land buiten het land van toevlucht.
De IND verleent op grond van de artikelen 3.77 en 3.107 Vb geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan gezinsleden van een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Dit geldt niet wanneer deze gezinsleden op zelfstandige gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd de arbeidsmarktbeperking: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar, tenzij zich één van de gronden van [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) voordoet, van de vreemdeling die vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad op basis van [artikel 8, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), maar niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning asiel voor bepaalde tijd met vijf jaar geldt tevens als de aanvraag van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd buiten behandeling wordt gesteld vanwege het niet voldoen van het legesbedrag.
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
In aanvulling op [artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105f) wordt verwezen naar C2/7.10.4.1 en C2/7.10.4.2 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. [Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.86) zijn van overeenkomstige toepassing.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform [artikel 44, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=44) als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
Op grond van [artikel 40 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=40) kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Geen bijzonderheden.
### 5.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 12.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 12.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 10.4.1. Algemeen
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
[Artikel 82 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) regelt wanneer de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al dan niet mag afwachten. [Artikel 7.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) regelt wanneer de vreemdeling de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wel of niet mag afwachten.
De IND verlengt de beslistermijn voor de vreemdeling met de in het besluit vermelde termijn tot maximaal eenentwintig maanden. De IND geeft aan de vreemdeling aan op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. In de gevallen waarin het besluitmoratorium in algemene zin voor een kortere periode dan een jaar is vastgesteld, blijft het mogelijk om de individuele beslistermijn voor de vreemdeling tot maximaal eenentwintig maanden te verlengen.
De Raad van de EU kan op grond van [richtlijn 2001/55](32001L0055) besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055), in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform [richtlijn 2001/55](32001L0055) wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van [artikel 29, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35) in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in [artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a), is opgelegd ([artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35))
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van [artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=35).
### C7. Landgebonden beleid
De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling eindigt.
### 1. Landgebonden asielbeleid algemeen
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:
### 2.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 5.5. Bescherming
### 9.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 9.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor een Colombiaanse vreemdeling in het algemeen mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen.
### 12. Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
De IND neemt voor Congo DRC een binnenlands beschermingsalternatief in Kinshasa aan als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 12.5. Bescherming
### 13. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
### 13.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 1. Inleiding
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 4.10.1. Inleiding
### 4.10.2. Toelatingsprocedure
### 2.1. Algemeen
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 6.2.8. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.6. Discriminatie
Uitsluitend de volgende daden kunnen voor de IND aanleiding geven een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) te verlenen:
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 3.3.3. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)(artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4. Nationale bescherming
De IND onderzoekt eerst of bescherming in zijn algemeenheid mogelijk is. De IND maakt hierbij gebruik van algemene informatie uit objectieve bron over het land van herkomst.
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND verleent uitsluitend een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29 tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), als het huwelijk of partnerschap al bestond voordat de referent Nederland is ingereisd. Bij de beoordeling van de leeftijd waarop de IND huwelijkspartners en geregistreerd partners toelaat is [paragraaf B7/3.1.2.](onbekend) Vc van toepassing. Voor ongehuwde partners geldt dat zij de leeftijd van 18 jaar moeten hebben bereikt en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie.
De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties:
### 7.2. Veilig land van herkomst
### 7.9. Weigeren vingerafdrukken
### 7.10.6.1. Terugkeerbesluit en inreisverbod
Let op: als de IND naast de afwijzing op grond van de openbare orde ook een zwaar inreisverbod oplegt, toetst de IND altijd aan het EU openbare orde criterium. Zie paragraaf C2/7.10.4.4 Vc.
Als is vastgesteld dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf, dan is een verdere evenredigheidstoetsing of toetsing aan proportionaliteit, die impliceert dat de ernst van de gestelde daden nogmaals wordt beoordeelt, niet verplicht (zie ook C2/7.10.7.5. Vc).
Als aan de vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, maar tegelijkertijd aannemelijk is dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM beoordeelt de IND alle volgende omstandigheden:
Wanneer de vreemdeling, na daartoe ten minste tweemaal uitgenodigd te zijn, niet op het aanmeldgehoor verschijnt en toerekenbaar heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag (zie [artikel 3.45b, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=3.45b)) kan de IND gebruik maken van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van [artikel 30c, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c). De IND brengt een daartoe strekkend voornemen uit en maakt daarin kenbaar dat is geconstateerd dat de vreemdeling toerekenbaar heeft nagelaten om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
### 10.1. Algemeen
In [artikel 32 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het [Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825), maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
### 10.2.1. Algemeen
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=32) met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
## Bijlage
Vervallen
### 7.10.7.4.2. ‘Personal participation’
### 9. Nadere bepalingen over de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
### 5.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 6.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.2.6. Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
### 1. Inleiding
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 4.10. Hervestigingscriteria
### 1. Inleiding
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 3.3.3.1. Algemeen
### 3.3.3.3. Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
### 7. Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 4.1.2.1. Biologische gezinsbanden
De IND beschouwt in dit kader een minderjarige in ieder geval als alleenstaand als:
Van een polygame situatie is sprake als de vreemdeling of de persoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, tegelijkertijd met een andere persoon (of meerdere andere personen) een huwelijk of een duurzame relatie heeft (inclusief geregistreerd partnerschap).
De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw ambtshalve (conform [artikel 28, eerste lid, onder d, en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28)) als de vreemdeling met een daartoe afgegeven (geldige) mvv is ingereisd en zich vervolgens binnen drie dagen heeft aangemeld (op de manier zoals gecommuniceerd door de IND). De ingangsdatum is de datum als bedoeld in [artikel 3.105a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105a), tenzij de vreemdeling bij de afgifte van de mvv heeft aangegeven de datum als bedoeld in artikel 3.105a, tweede lid, Vb als ingangsdatum te prefereren.
Een vreemdeling werkt in de volgende gevallen onvoldoende mee aan het onderzoek in het kader van de beoordeling van zijn asielaanvraag:
Voor de toepassing van het begrip openbare orde zie verder paragraaf C2/7.10.1 tot en met C2/7.10.6 Vc. Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen B1/4.4 Vc. Voor toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag geldt het specifieke toetsingskader zoals opgenomen in paragraaf C2/7.10.7 Vc.
### 10.3.1. Algemeen
De IND neemt voor Congo DRC aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.3. Documenten
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4. Nationale bescherming
### 4.8. Ambtshalve toets
### 5.2. De vreemdeling is al in procedure ([artikel 30, eerste lid sub c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30))
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.1. Algemeen
### 4.10.5. Vrijwillige terugkeer land van herkomst
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 6.2.5. Land van eerder verblijf
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 6. Niet-ontvankelijk
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.10. Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
De vreemdeling heeft een misdrijf gefaciliteerd, als zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf. De IND concludeert dat de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen als aan beide volgende voorwaarden is voldaan:
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
Als de individuele beslistermijn eindigt, moet de IND een besluit nemen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd naar de stand van zaken op het moment van het nemen van de beslissing, ook als het algemeen afgekondigde besluitmoratorium op dat moment nog van kracht is.
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
**Bijzonderheden en/of uitzonderingen:**
## Bijlage
Vervallen
### 4.7. Hervestigingscriteria
### 2.3. Individualiseringsvereiste
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 4. Nationale bescherming
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.11. Commune delicten
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.5. Leeftijdsonderzoek
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Het (nader) gehoor
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.8. Ambtshalve toets
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.1. Algemeen
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.5.2.1. Vrouwen
### 6.2. Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 4.1.2. Bewijsmiddelen
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.9 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
## Bijlage
Vervallen
Bij de beslissing over het op voorhand verlengen van de algemene asielprocedure kan zowel informatie uit de aanmeldfase (bijvoorbeeld de verklaringen tijdens het aanmeldgehoor) als de rust- en voorbereidingstermijn (bijvoorbeeld het medisch advies) worden betrokken. De vreemdeling wordt geïnformeerd over de reden van de verlenging en het einde van de termijn van de algemene asielprocedure.
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3. Beoordelen van de asielaanvraag
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 5. Niet in behandeling nemen
### 6.3. Veilig derde land
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 6.1. Bescherming in andere EU-lidstaat
### 3.2.5.3. Politieke overtuiging
### 3.2.6. Discriminatie
### 3.2.8. Refugié sur place
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 4.1.2. Integrale beoordeling identiteit en feitelijke gezinsband
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
## Bijlage
Vervallen
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
De IND kan de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aanbieden als uit de leeftijdsschouw niet blijkt dat de vreemdeling evident meerderjarig- of minderjarig is. Zie paragraaf C1/2.2 Vc.
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.11. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2.2. Eerdere confrontatie met wandaden
### 4.1.4. Procedurele regels
### 15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
### 15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 15.7. Vertrekmoratorium
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 16.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.5. Bescherming
### 16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 16.7. Vertrekmoratorium
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 17.1. Besluitmoratorium
Er geldt een besluitmoratorium in de zin van [artikel 43, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=43) voor vreemdelingen afkomstig uit Iran. De beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van aanvragen die tijdens het besluitmoratorium worden ontvangen, worden verlengd met 12 maanden. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden.
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.2.5.2.2. Seksuele gerichtheid
### 3.3.2.1. Systematische blootstelling
### 6. Niet-ontvankelijk
### 14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
### 16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
### 16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
### 16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 16.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 15.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
### 17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 15.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 17.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 17.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Er geldt een vertrekmoratorium in de zin van [artikel 45, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) voor vreemdelingen afkomstig uit Iran.
### 18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 4. Nationale bescherming
### 6.3. Veilig derde land
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.3. Documenten
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op verzoek
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 3.2.3. Groepsvervolging
### 3.2.5.2. Sociale groep
### 4.1.4. Procedurele regels
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
## Bijlage
Vervallen
### 4.1. [Artikel 29, tweede lid, onder a, b of c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), afgeleide verblijfsvergunning
### 3.3.3.2. Meest uitzonderlijke situatie
### 6.3. Veilig derde land
### 16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 17.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 17.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
In Iran is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 3.2.3. Groepsvervolging
## Bijlage
Vervallen
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.12. Voornemenprocedure
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.4.5. Leeftijdsonderzoek
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 3.1.7. Buitenlands adres
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.4. Risicoprofielen
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.1. Samenwerkverplichting
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 3.1. Algemeen
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 3.2.9. Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
Geen bijzonderheden.
### 18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 18.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 18.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.10.3. Aanvraag verblijfsvergunning asiel
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.11. Commune delicten
### 3.3.2. [Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder a en b, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG)
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
### 18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.2.2. Het verzamelen van informatie
### 4.4. De geloofwaardigheid
### 4.4.2. Bewijslast voor de geloofwaardigheid
### 3.2.2.1. Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
### 4. Nationale bescherming
### 5. Niet in behandeling nemen
### 18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
## Bijlage
Vervallen
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8. Bijzondere procedure bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.12. Voornemenprocedure
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.2.2.1. Algemeen
### 4.4.1. De beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
### 3.2.7. Vervolging wegens dienstweigering of desertie
### 19.1. Besluitmoratorium
### 19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 19.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
Geen bijzonderheden.
### 19.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.
### 19.7. Vertrekmoratorium
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 19.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
### 19.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 2.13.1. Beslistermijn algemeen
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.1. Volgorde van toetsing
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.2. Documenten
### 4.2.2.3. Algemene situatie in het land van herkomst
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.8. Ambtshalve toets
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2. De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
### 19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
### 19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Documenten
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 3. Internationale bescherming
### 3.2.2.2. Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag
### 5. Niet in behandeling nemen
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 3.1. Algemeen
## Bijlage
Vervallen
### 19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
## Bijlage
Vervallen
### 3.3.1. Algemeen
### 6.4. Opvolgende aanvraag zonder nieuwe elementen of bevindingen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.1. De procedure bij voorzienbare inwilliging
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.4.3. De zwaarwegendheid
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.2. Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
### 4.4.4. Forensisch medisch onderzoek
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.7. De procedure voor vreemdelingen afkomstig uit een veilig land van herkomst, EU-onderdanen of vreemdelingen die reeds internationale bescherming genieten
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 2.13. Het geven van de beschikking
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.2.3. Vaststelling van het asielmotief
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 3.2.1. Algemeen
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.12. Voornemenprocedure
### 3.1.2. Zienswijze
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 3.3.2.4. Medische omstandigheden
### 20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
### 20.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C7/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 2.13.2. Beslistermijn nareis
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 20.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld inparagraaf C2/3.3.3 Vc
### 20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.6. De Dublinprocedure
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.9. De procedure bij een tweede of volgende aanvraag
### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
### 4.3.1. Het onderzoek naar documenten
### 4.3.2.2. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2. [Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29), vluchtelingschap
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2. Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met documenten
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.2.3. Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag
### 20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 21.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
### 4.3.2.1. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 3.3. Ernstige schade als bedoeld in [artikel 29 eerste lid, aanhef en onder b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
Geen bijzonderheden.
### 21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
## Bijlage
Vervallen
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
### 21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4. Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Geen bijzonderheden.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.7. De procedure veilig land van herkomst of bescherming in een andere EU-lidstaat
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.10. De procedure bij een aanvraag vanuit vreemdelingenbewaring
### 4.2. Verstrekken onjuiste gegevens/fraude
### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
### 21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
### 21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 21.5. Bescherming
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
### 21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 21.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 21.8. Bijzonderheden
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd:
### 22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
## Bijlage
Vervallen
### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure
### 2.11. Eerste- en nader gehoor
### 3.2.5.1. Godsdienst
### 3.2.8. Refugié sur place
Geen bijzonderheden.
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.4. De verlengde asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
### 4.3. Beoordeling van de geloofwaardigheid
### 4.3.2.4. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.4. De risico-inschatting
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 2.5. Afdoeningsgronden
### 22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
### 22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 22.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
## Bijlage
Vervallen
### 22.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
### 22.5. Bescherming
### 22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 22.7. Vertrekmoratorium
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
### 23.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 23.7. Vertrekmoratorium
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
Geen bijzonderheden.
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C2/3.3.3.3 Vc.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/4.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
### 23.5. Bescherming
### 24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 23.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
### 24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
### 24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.3. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 4.6. Forensisch medisch onderzoek
### 3.4. Bescherming autoriteiten en beschermingsalternatief
### 24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
## Bijlage
Vervallen
### 24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
### 24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
### 24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
### 24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 25.1. Besluitmoratorium
### 25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 25.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.1. Besluitmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
### 25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 2.2. De rust- en voorbereidingstermijn
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.8. Bijzondere procedurele bepalingen bij een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 25.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
### 26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
Geen bijzonderheden.
### 26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
### 26.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
Geen bijzonderheden.
### 27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
### 27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade loopt als bedoeld in [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) (artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn, 2011/95/EG) wordt verwezen naar paragraaf C2/3.3.3 Vc.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
### 28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
### 28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
### 28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.1. Besluitmoratorium
### 29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.5. Bescherming
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
### 30.1. Besluitmoratorium
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
De IND merkt gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 30.3.2.1. Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
Een vreemdeling die afkomstig is uit een gebied dat niet onder controle staat van Al-Shabaab (inclusief Mogadishu) en die zich erop beroept dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren moet dit aannemelijk maken. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat juist hij zal worden geconfronteerd met Al-Shabaab. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
### 26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.7. Vertrekmoratorium
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
### 27.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc.
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
### 28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Geen bijzonderheden
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
### 29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 29.1. Besluitmoratorium
### 28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
Geen bijzonderheden.
### 29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
### 30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Geen bijzonderheden
### 28.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](onbekend)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 28.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
Geen bijzonderheden
### 28.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
Geen bijzonderheden.
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
### 29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
### 29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Voor een vreemdeling die afkomstig is uit gebied waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert geldt dat hij aannemelijk moet maken dat hij door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren. De enkele terugkeer uit het Westen is daartoe onvoldoende.
### 30.3.2.2. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 30.7. Vertrekmoratorium
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 30.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
### 32.1. Besluitmoratorium
In de overige gevallen toetst de IND conform paragraaf C2/3.4 Vc of, gelet op de individuele omstandigheden, een binnenlands beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen. Bij deze beoordeling dienen de volgende aanknopingspunten te worden betrokken:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 30.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 26.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 27.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](onbekend) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
### 27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van C2/3.4 Vc
### 28.1. Besluitmoratorium
Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
### 27.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 30.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
### 30.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor gebieden in Somalië die onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 30.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat het voor de volgende categorieën niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
### 30.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt in ieder geval aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Somalië aanwezig is voor:
### 31. Gereserveerd
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 31. Gereserveerd
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Khartoum, Noord-, Zuid-, en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 27.3.1. Groepsvervolging in de zin van C2/3.2.3 Vc
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
Geen bijzonderheden
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
## Bijlage
Vervallen
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 29.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
### 30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29). Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
De IND neemt voor Somalië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Benadir (inclusief de hoofdstad Mogadishu), Galgaduud, Hiraan, Mudug, Lower Juba, Lower Shabelle en Middle Shabelle.
### 30.5. Bescherming
Voor Somalië geldt in zijn algemeenheid dat:
Onder dezelfde voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen aan:
### 30.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 32.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
### 32. Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 32.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 32.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Abyei, Blauwe Nijl, Gedaref, Kassala, Noordelijk, Nijl, Oost-Darfur, Rode Zee, Sennar en Witte Nijl.
### 32.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 32.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de staten Oost-Darfur, Blauwe Nijl, Witte Nijl en Sennar.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
### 32.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
Geen bijzonderheden.
### 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
## Bijlage
Vervallen
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
### 30.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 32.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Sudan de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 32.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 33.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 33.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
### 28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
### 29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio West-Darfur.
### 32.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Sudan de volgende groep aan als risicoprofiel:
### 32.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Sudan aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de staten Khartoum, Noord-, Zuid-, West- en Centraal-Darfur, Kordofan en El Gezira.
### 32.7. Vertrekmoratorium
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 32.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Voor Sudan geldt in zijn algemeenheid dat:
### 33.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 33.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 33.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan geen binnenlands beschermingsalternatief aan als is geconcludeerd dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
De IND merkt voor Syrië de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND beslist asielaanvragen van Syrische mannen die zich beroepen op dienstweigering conform het algemene beleid dat van toepassing is met betrekking tot dienstweigering en desertie (paragraaf C2/3.2.3 van de Vc). De vreemdeling dient individueel aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarbij hanteert de IND onder meer de volgende uitgangspunten:
Geen bijzonderheden.
### 33.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 33.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 33.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
### 34.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 34.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 34.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
Geen bijzonderheden.
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 32.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
### 33.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 34.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Voor Syrië geldt in zijn algemeenheid dat:
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
## Bijlage
Vervallen
### 32.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen, tenzij er individuele aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is.
### 33.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt voor heel Syrië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
### 33.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat in Syrië geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Syrië kan vestigen.
### 33.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND merkt voor Turkije de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 34.3.3. Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
De IND neemt ten aanzien van dienstplichtige Koerden in beginsel niet aan dat zij een gegronde vrees hebben in een conflict te worden ingezet tegen eigen volk of familie.
### 34.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het voor LHBTIQ+ niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 34.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 34.5. Bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.1. Besluitmoratorium
Er is in Turkije sprake van adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
### 34.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35. Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
## Bijlage
Vervallen
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
## Bijlage
Vervallen
De IND neemt voor Sudan aan dat in de staten Abyei, Noordelijke Staat, Nijl, Rode Zee, Gedaref en Kassala sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
De IND neemt aan dat het in Syrië niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 34.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Het algemene beleid in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc is van toepassing.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 34.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 35.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.4.6. Onderzoek naar de gezinsband bij nareizende gezinsleden
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.5. Beoordeling van de zwaarwegendheid
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.11. Het (nader) gehoor
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 4.7. Leeftijdsonderzoek
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 1. Inleiding
### 2.4. Risicoprofielen
### 3.2.5.2. Sociale groep
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
### 35.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
De IND beoordeelt of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot deze groep en dat hij – met in achtneming van het beleid dat volgt uit paragraaf C2/3.2.3 Vc – bij terugkeer wordt blootgesteld aan vervolging.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 35.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 36.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 35.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.1. Besluitmoratorium
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
### 36.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 36.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 35.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 35.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Uganda de volgende categorie vreemdelingen aan als risicoprofiel:
### 35.3.2.1. Toelichting LHBTIQ+
De IND beoordeelt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van Ugandese LHBTIQ+ op basis van de individuele omstandigheden, afgezet tegen de positie van deze groep in Uganda.
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
### 4.3.2.5. [Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31)
### 2. Algemene beleidsregels ten aanzien van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 2.2. Land van herkomst
### 3.2.5. Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag
### 35.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
De IND neemt aan dat het in ieder geval voor LHBTIQ+ niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
Voor Uganda geldt in ieder geval dat:
### 35.7. Vertrekmoratorium
### 36. Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
## Bijlage
Vervallen
### 4.9. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 3. Internationale bescherming
Geen bijzonderheden.
### 35.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, ook als gevolg van de ondertekening van de anti-homoseksualiteitswet, betekent dit dat de IND aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw verleent, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.
### 35.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
### 35.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
### 36.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Venezuela de volgende groepen aan als risicoprofiel:
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
@@ -9060,87 +9166,47 @@
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
Geen bijzonderheden.
### 35.5. Bescherming
De IND neemt ten aanzien van de Ugandese LHBTIQ+ geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief aan in Uganda.
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 36.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 36.5. Bescherming
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
### 36.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
De IND neemt aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is indien de vreemdeling in de negatieve belangstelling staat van de (centrale) autoriteiten, daaraan gelieerde gewapende groepen, colectivos of soortgelijke gewapende groepen, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vreemdeling zich elders in Venezuela kan vestigen.
## Bijlage
Vervallen
## Bijlage
Vervallen
### 2.3. De algemene asielprocedure
### 2.5. De Grensprocedure
### 1. Inleiding
## Bijlage
Vervallen
### 36.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Gambia is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 37.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Voor Venezuela geldt in ieder geval dat:
### 36.7. Vertrekmoratorium
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
### 37.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
### 37.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5. Bescherming
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
@@ -9150,32 +9216,6 @@
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
### 36.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend) of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
### 37.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
### 37. Het asielbeleid ten aanzien van Gambia
Geen bijzonderheden.
### 37.4. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29)
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
### 37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Gambia is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
@@ -9187,43 +9227,3 @@
## Bijlage
Vervallen
### 37.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.4.2. Ernstige schade in de zin van [artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29) als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5. Bescherming
### 37.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc
Geen bijzonderheden.
### 37.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Gambia is adequate opvang in de zin van [paragraaf B8/6 Vc](onbekend).
### 37.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
## Bijlage
Vervallen
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2026-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 98 más
2025-10-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2025-10-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 1 y 22 más
2025-09-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 103 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 120 más
2025-06-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2025-06-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2025-06-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-04-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 98 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 108 más
2025-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2025-02-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 83 más
2025-01-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 66 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 30, 1, 1 y 66 más
2024-12-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 83 más
2024-11-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 2
2024-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-07-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 5, 35 y 30 más
2024-07-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 63 más
2024-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 3, 3 y 85 más
2024-04-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 1 y 8 más
2024-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 67 más
2024-03-28
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 43, 2, 9 y 11 más
2024-02-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 14, 2 y 14 más
2024-01-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2024-01-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2
2024-01-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2023, 42, 41 y 92 más
2023-12-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 16 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 109 más
2023-09-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 8, 8 y 4 más
2023-08-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 14 más
2023-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 35, 2, 2 y 13 más
2023-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1 y 70 más
2023-06-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 5 más
2023-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2023-05-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2023-04-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 2 y 5 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 44, 44 y 75 más
2023-03-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 11 más
2023-02-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8, 8
2023-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 83 más
2023-02-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-11-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 3 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 3, 3 y 42 más
2022-09-29
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 2, 8 y 5 más
2022-09-27
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 27, 2023, 42 y 100 más
2022-08-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-07-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 8, 8 y 14 más
2022-07-21
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 29, 29, 29 y 54 más
2022-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 29, 2 y 57 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 2 y 40 más
2022-06-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 10 más
2022-05-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-05-04
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 64 más
2022-05-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-04-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 3, 3 y 115 más
2022-03-26
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2022-03-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2022-02-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 2, 2, 2 y 14 más
2022-02-05
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 2, 1 y 24 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 12, 1, 3 y 47 más
2021-11-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 2
2021-10-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 3 y 76 más
2021-09-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 3, 3 y 39 más
2021-08-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 8
2021-07-24
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-16
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 8, 8 y 5 más
2021-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8
2021-07-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8, 8 y 2 más
2021-06-25
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 99 más
2021-04-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 9, 2, 5 y 18 más
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 1
2021-02-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 2, 1 y 17 más
2021-01-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 2 y 24 más
2020-10-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 5, 30, 1 y 83 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 12, 3 y 76 más
2020-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-08-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 8, 8
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 1, 3 y 25 más
2020-07-08
Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
2020-07-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — art. 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 3, 1, 1 y 50 más
2020-05-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (C) — arts. 1, 3, 27 y 72 más
original version
Tekst op deze datum