Wet van 30 september 2020, houdende regels over het voortgezet onderwijs (Wet voortgezet onderwijs 2020)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 560
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9.3a. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • doorstroom: de overgang van leerlingen van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening naar een school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs;
  • tijdelijke nieuwkomersvoorziening: een tijdelijke uitbreiding van een school, niet zijnde een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 9.3g.

Artikel 9.3b. Reikwijdte

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder nieuwkomer tevens verstaan een jongere in de zin van de Leerplichtwet 1969 die vier jaren of korter in Nederland is en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om in het voortgezet onderwijs in te stromen.

Artikel 9.3c. Overlegplicht voldoende onderwijs voor nieuwkomers

1.

Het college van burgemeester en wethouders voert ten minste jaarlijks overleg met de bevoegde gezagen van alle scholen in de gemeente en draagt zorg voor het maken van afspraken over de wijze waarop:

  • a. wordt voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers;
  • b. wordt verzekerd dat nieuwkomers op een school worden ingeschreven;
  • c. een doorlopende leerlijn voor nieuwkomers wordt georganiseerd.
2.

Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken en de uitvoering hiervan.

Artikel 9.3d. Verzoek inrichting tijdelijke nieuwkomersvoorziening

1.

Onze Minister kan op verzoek van het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen voor de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening door de bevoegde gezagen van de scholen in de gemeente.

2.

De toestemming wordt alleen verleend indien aannemelijk is dat:

  • a. in de gemeente niet voor iedere nieuwkomer in voortgezet onderwijs kan worden voorzien; of
  • b. door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening op doelmatigere wijze kan worden voorzien in het onderwijs aan nieuwkomers in een aangrenzende gemeente.
3.

De toestemming vervalt indien niet binnen acht weken melding is gemaakt van de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.

4.

Onze Minister verbindt een termijn aan het bestaan van de tijdelijke nieuwkomersvoorziening. Onze Minister kan deze termijn verlengen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot verlenging.

Artikel 9.3e. Ambtshalve besluit minister inrichting tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen

1.

Onze Minister kan besluiten dat de bevoegde gezagen van de scholen in een gemeente binnen vier weken voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.

2.

Het besluit tot inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening wordt uitsluitend genomen, indien:

  • a. vaststaat dat in de gemeente niet voor iedere nieuwkomer in voortgezet onderwijs kan worden voorzien; en
  • b. alleen nadat Onze Minister over het voornemen tot het nemen van het besluit overleg heeft gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in het eerste lid.
3.

Het besluit tot inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan ook betrekking hebben op het bevoegd gezag van een school in een aangrenzende gemeente:

  • a. indien door de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening in de aangrenzende gemeente op een meer doelmatige wijze kan worden voorzien in de vraag naar onderwijs van nieuwkomers in de gemeente bedoeld in het eerste lid; en
  • b. Onze Minister over het voornemen tot het nemen van het besluit overleg heeft gevoerd met het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente.
4.

Artikel 9.3d, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Het besluit tot inrichting van tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 9.3f. Regierol en taak college burgemeester en wethouders

1.

Het college van burgemeester en wethouders maakt ter uitvoering van het besluit bedoeld in artikel 9.3e, eerste lid onverwijld afspraken met de bevoegde gezagen van alle scholen voor voortgezet onderwijs in de gemeente over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.

2.

Indien op grond van artikel 9.3e, derde lid, het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs in een aangrenzende gemeente is aangewezen, maakt:

  • a. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 9.3e, eerste lid, onverwijld afspraken met het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente en met alle betrokken bevoegde gezagen over de verdeling van de leerlingen tussen de gemeenten en tussen de scholen;
  • b. het college van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeente onverwijld afspraken met het bevoegd gezag van de aangewezen school voor voortgezet onderwijs in die gemeente over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de afspraken, bedoeld in onderdeel a.
3.

In het geval de afspraken, bedoeld in het eerste en tweede lid, onderdeel b niet tot stand komen, wijst het college van burgemeester en wethouders een bevoegd gezag aan, niet zijnde het college van burgermeester en wethouders, dat onverwijld een tijdelijke nieuwkomersvoorziening inricht voor een school voor voortgezet onderwijs die het bevoegd gezag in die gemeente in stand houdt.

4.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de toestemming, bedoeld in artikel 9.3d, eerste lid.

5.

Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan niet worden verbonden aan een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid.

6.

Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de uitvoering van de afspraken.

Artikel 9.3g. Tijdelijke nieuwkomersvoorziening

1.

Het onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening is gericht op de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerling.

2.

Een leerling volgt niet langer dan twee jaren onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening of een tijdelijke onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 9.5.

3.

Het bevoegd gezag plaatst een leerling alleen in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening als:

  • a. de leerling een nieuwkomer is; en
  • b. de leerling niet eerder was ingeschreven op een basisschool of een school voor voortgezet onderwijs.
4.

In afwijking van het tweede of derde lid kan het bevoegd gezag een nieuwkomer onderwijs laten volgen aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening indien:

  • a. de nieuwkomer anders geen onderwijs zou kunnen volgen;
  • b. het belang van de nieuwkomer zich niet verzet tegen het volgen van onderwijs aan een tijdelijke nieuwkomersvoorziening; en
  • c. de nieuwkomer onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening woonachtig was in een andere gemeente.
5.

Het bevoegd gezag meldt de afwijking, bedoeld in het vierde lid, onverwijld aan Onze Minister.

Artikel 9.3h. Inrichting en melding van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening

1.

Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening onverwijld aan Onze Minister.

2.

Na een melding als bedoeld in het eerste lid, zendt het bevoegd gezag binnen acht weken een inrichtingsplan aan Onze Minister.

3.

Het inrichtingsplan, bedoeld in het tweede lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:

  • a. de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden ingericht;
  • b. de wijze waarop de tijdelijke nieuwkomersvoorziening toewerkt naar de zo spoedig mogelijke doorstroom van de leerlingen;
  • c. de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 3.40;
  • d. het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 2.90 voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke nieuwkomersvoorziening;
  • e. de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 9.3i.
4.

Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.

5.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het eerste lid, en over het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid.

Artikel 9.3i. Onderwijsprogramma

1.

Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke nieuwkomersvoorziening de inhoud van het onderwijs vast in een onderwijsprogramma waarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk 2, paragrafen 1 tot en met 3, met dien verstande dat het onderwijsprogramma in ieder geval:

  • a. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en de zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen borgt;
  • b. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert als bedoeld in artikel 2.2;
  • c. zo veel mogelijk gericht is op de kerndoelen, bedoeld in artikel 2.13, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan:
  • 1°. Nederlandse taal;
  • 2°. wiskunde;
  • 3°. lichamelijke opvoeding;
  • d. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.
2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aantal uren dat ten minste aan het onderwijsprogramma moet worden besteed.

Artikel 9.3j. Tijdelijke nieuwkomersvoorziening als tijdelijke nevenvestiging

1.

Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan geen nevenvestiging zijn als bedoeld in artikel 4.14.

2.

Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening kan een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, zijn, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 4.16:

  • a. de tijdelijke nevenvestiging gelegen kan zijn op een afstand van meer dan drie kilometer van de hoofdvestiging of nevenvestiging;
  • b. het bevoegd gezag van een school binnen vier weken na de ingebruikname van de tijdelijke nevenvestiging voor een tijdelijke nieuwkomersvoorziening van die ingebruikname kennis dient te geven aan Onze Minister.
3.

In afwijking van artikel 4.17 blijft de aanspraak op bekostiging van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening die tevens een tijdelijke nevenvestiging is ook bestaan als de afstand als bedoeld in dit artikel groter is dan drie kilometer.

Artikel 9.3k. Onderwijspersoneel

1.

Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 7.9, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk, in afwijking van paragraaf 2 van hoofdstuk 7, ook worden gegeven door iemand die voor dat onderwijs niet bevoegd is.

2.

Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt vastgelegd op welke wijze het bevoegd gezag betrokkene ondersteunt om zo snel mogelijk te voldoen aan de eisen opgenomen in hoofdstuk 7, paragrafen 2 en 3.

3.

Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die benoemd wordt beschikt.

Artikel 9.3l. Regels over de inrichting

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, voor een tijdelijke nieuwkomersvoorziening regels worden gesteld over:

  • a. het doorstroomperspectief;
  • c. de plaatsing van leerlingen op een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.

Artikel 9.3m. Regels over de opheffing

1.

Het bevoegd gezag voorziet in de doorstroom van leerlingen voordat de termijn voor het inrichten van nieuwkomersvoorzieningen, bedoeld in artikel 9.3d, vierde lid, is verstreken.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een tijdelijke nieuwkomersvoorziening wordt opgeheven.

Artikel 9.3n. Horizonbepaling tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen

2.

Bij koninklijk besluit kan de in het eerste lid genoemde termijn van vijf jaar worden verlengd.

3.

De voordracht voor een koninklijk besluit als bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der Kamers der Staten-Generaal binnen die termijn besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt ten aanzien van dat ontwerp geen voordracht gedaan. Een besluit als bedoeld in de vorige zin kan worden genomen op voorstel van een of meer leden van een der Kamers der Staten-Generaal.

Paragraaf 3. Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Hoofdstuk 10. Sancties

Hoofdstuk 10. Sancties

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2

Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3

Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5

Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5

Paragraaf 7. Wijze van toepassing hoofdstuk 7

Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8

Paragraaf 8a. Wijze van toepassing van hoofdstuk 9

Artikel 11.98a

De paragrafen 2a en 3 van hoofdstuk 9 zijn niet van toepassing.

Paragraaf 8a. Wijze van toepassing van hoofdstuk 9

Hoofdstuk 12. Invoerings- en overgangsrecht

Paragraaf 9. Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES

Paragraaf 5. Overgangsrecht Wet op de beroepen in het onderwijs

Paragraaf 6. Overgangsrecht Wet van 29 mei 2006 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO) (Stb. 2006, 281)

Paragraaf 7. Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)

Paragraaf 8. Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)

Paragraaf 9. Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)

Paragraaf 11. Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)

Paragraaf 12. Overgangsrecht Wet van 1 april 2015 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs (integratie lwoo en pro in passend onderwijs) (Stb. 2015, 149)

Paragraaf 11. Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)

Paragraaf 16. Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)

Paragraaf 16. Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)

Hoofdstuk 13. Voorhang en evaluaties

Hoofdstuk 14. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.47a. Ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband

1.

Het samenwerkingsverband zorgt voor een steunpunt dat uitsluitend in het belang van de leerling:

  • a. ouders en leerlingen informeert over het onderwijs voor leerlingen als bedoeld in artikel 2.41 en over het aanbod van ondersteuningsvoorzieningen binnen het samenwerkingsverband;
  • b. ouders en leerlingen advies, steun en begeleiding biedt bij het onderwijs en bij de extra ondersteuning, voor zover het gaat om leerlingen als bedoeld in artikel 2.41.
2.

Het steunpunt signaleert relevante ontwikkelingen met het oog op beleidsontwikkeling en informeert het samenwerkingsverband hierover.

Paragraaf 5. Toetsen en eindexamens

Paragraaf 6. Aanwijzing als school met examenbevoegdheid

Paragraaf 7. Staatsexamens

Paragraaf 8. Andere vormen van voortgezet onderwijs

Paragraaf 8. Andere vormen van voortgezet onderwijs

Artikel 2.92a. Inspraak ondersteuningsaanbod

Voorafgaand aan de vaststelling van de schoolgids stelt het bevoegd gezag leerlingen in de gelegenheid op een door hen te bepalen wijze vrijelijk hun mening naar voren te brengen over de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. Het bevoegd gezag biedt leerlingen daartoe de ondersteuning die zij nodig hebben. Het bevoegd gezag beschrijft in de schoolgids op algemene wijze de inbreng van de leerlingen en de mate van invloed op de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school.

Paragraaf 10. Onderwijskundige verbanden en samenwerking

Paragraaf 11. Beschikbaar stellen van lesmateriaal aan leerlingen

Hoofdstuk 3. Bestuur

Paragraaf 1. Bestuur en intern toezicht

Paragraaf 2. Openbare rechtspersoon voor openbaar onderwijs

Paragraaf 3. Stichting voor openbaar onderwijs

Paragraaf 4. Stichting voor openbaar en bijzonder onderwijs

Paragraaf 5. Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool

Paragraaf 6. Niet bekostigd onderwijs

Paragraaf 8. Centrale diensten

Paragraaf 10. Veiligheid

Hoofdstuk 4. Voorzieningenplanning

Paragraaf 1. Aanspraak op bekostiging

Paragraaf 2. Vestigingen

Paragraaf 3. Regionale samenwerking voorzieningenplanning

Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging

Hoofdstuk 5. Bekostiging en verantwoording

Paragraaf 2. Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen

Paragraaf 3. Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden

Paragraaf 4. Rol gemeente

Paragraaf 5. Vaststellen, verstrekken en betalen

Paragraaf 6. Overige voorschriften bekostiging

Paragraaf 7. Verantwoording

Hoofdstuk 6. Huisvesting

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Bekostigingsplafond; programma huisvestingsvoorzieningen; overzicht

Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen gebruik

Paragraaf 6. Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie

Hoofdstuk 7. Personeel

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren

Paragraaf 3. Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar

Paragraaf 4. Voorwaarden voor benoeming van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel

Paragraaf 6. Zij-instroom in het beroep

Paragraaf 7. Rechtspositie personeel

Paragraaf 8. Stages

Paragraaf 11. Registervoorportaal

Hoofdstuk 8. Deelname

Paragraaf 11. Registervoorportaal

Paragraaf 2. Gebruik persoonsgebonden nummer

Paragraaf 2. Gebruik persoonsgebonden nummer

Paragraaf 4. Overige regels

Hoofdstuk 9. Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden

Paragraaf 1. Experimenten

Paragraaf 2a. Nieuwkomersonderwijs

Paragraaf 3. Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Hoofdstuk 11. Caribisch Nederland

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2

Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3

Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5

Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6

Paragraaf 7. Wijze van toepassing hoofdstuk 7

Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8

Paragraaf 9. Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES

Hoofdstuk 12. Invoerings- en overgangsrecht

Paragraaf 10. Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)

Paragraaf 14. Overgangsrecht Wet van 19 augustus 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool) (Stb. 2017, 327)

Paragraaf 12. Overgangsrecht Wet van 1 april 2015 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs (integratie lwoo en pro in passend onderwijs) (Stb. 2015, 149)

Paragraaf 15. Overgangsrecht Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160)

Paragraaf 17. Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)

Hoofdstuk 13. Voorhang en evaluaties

Hoofdstuk 14. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 7.3.a. Verklaring omtrent het gedrag in het aanvullend onderwijs

1.

Het bevoegd gezag bewaart een afschrift van de verklaring omtrent het gedrag van een persoon die:

  • a. werkzaam is als of voor een particuliere onderwijsaanbieder; en
  • b. werkzaamheden verricht die een bijdrage leveren aan het onderwijsleerproces en die plaatsvinden:
  • 1°. in het schoolgebouw tijdens of aansluitend op de onderwijstijd; of
  • 2°. onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
2.

Het bevoegd gezag bewaart het afschrift, bedoeld in het eerste lid, gedurende het schooljaar waarin de werkzaamheden worden verricht.

3.

Het bevoegd gezag controleert ieder schooljaar voorafgaand aan de eerste keer dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, werkzaamheden verricht of de verklaring omtrent het gedrag waarvan een afschrift wordt verstrekt niet ouder is dan zes maanden.

Paragraaf 2. Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren

Paragraaf 3. Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar

Paragraaf 5. Bijzondere regels voor scholengemeenschappen

Paragraaf 5. Bijzondere regels voor scholengemeenschappen

Paragraaf 7. Rechtspositie personeel

Paragraaf 9. Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel niet uit ’s Rijks kas bekostigde scholen

Paragraaf 9. Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel niet uit ’s Rijks kas bekostigde scholen

Hoofdstuk 8. Deelname

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten en volgen van jongeren in een kwetsbare positie

Paragraaf 4. Overige regels

Hoofdstuk 9. Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden

Paragraaf 2. Bijzondere inrichting

Paragraaf 2. Bijzondere inrichting

Paragraaf 3. Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Hoofdstuk 10. Sancties

Hoofdstuk 10. Sancties

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2

Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3

Paragraaf 4. Wijze van toepassing hoofdstuk 4

Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5

Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6

Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8

Paragraaf 8a. Wijze van toepassing van hoofdstuk 9

Hoofdstuk 12. Invoerings- en overgangsrecht

Paragraaf 9. Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES

Paragraaf 2. Overgangsrecht Wet voortgezet onderwijs BES

Paragraaf 7. Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)

Paragraaf 8. Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)

Paragraaf 9. Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)

Paragraaf 10. Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)

Paragraaf 13. Overgangsrecht Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88)

Paragraaf 16. Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)

Hoofdstuk 13. Voorhang en evaluaties

Hoofdstuk 14. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.31a. Loopbaanbegeleiding praktijkonderwijs

1.

Loopbaanbegeleiding als bedoeld in dit artikel en de daarop berustende bepalingen omvat advisering en ondersteuning bij de overstap naar de arbeidsmarkt.

2.

Het bevoegd gezag biedt loopbaanbegeleiding aan gedurende de inschrijving op de school en tot twee jaar na het verlaten van de school.

3.

Het bevoegd gezag doet een aanbod van loopbaanbegeleiding aan de leerling, met uitzondering van de leerling met een aansluitende inschrijving voor vervolgonderwijs.

4.

Het bevoegd gezag stelt beleid vast met betrekking tot de loopbaanbegeleiding. Het bevoegd gezag houdt bij het vaststellen van het beleid rekening met de afspraken uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel b, van de WEB.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het beleid, bedoeld in het vierde lid, en de invulling van de loopbaanbegeleiding.

6.

Van de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan worden afgeweken indien daar gerechtvaardigde belangen voor zijn.

7.

Indien in het eerste jaar na het verlaten van de school de leerling geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod tot loopbaanbegeleiding, doet het bevoegd gezag in het tweede jaar opnieuw een aanbod tot loopbaanbegeleiding.

Artikel 2.31b. Samenwerking tussen bevoegd gezag en college van burgemeester en wethouders

1.

Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, betrekken bij de loopbaanbegeleiding, bedoeld in artikel 2.31a, om de leerling ondersteuning te bieden op grond van artikel 7a van de Participatiewet.

2.

Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, verzoeken de ondersteuning van een leerling na het verlaten van de school voort te zetten op grond van artikel 7a van de Participatiewet, mits de betrokkene die meerderjarig en handelingsbekwaam is, dan wel de ouders, daarmee instemt.

3.

Indien de ondersteuning met toepassing van het tweede lid wordt voortgezet door het college van burgemeester en wethouders, stelt het bevoegd gezag een overgangsdocument op overeenkomstig artikel 14e van de WEC en verstrekt dit document aan het college van burgemeester en wethouders.

Paragraaf 3. Onderwijstijd, vakanties

Paragraaf 4. Extra begeleiding en ondersteuning van leerlingen

Paragraaf 5. Toetsen en eindexamens

Paragraaf 6. Aanwijzing als school met examenbevoegdheid

Paragraaf 7. Staatsexamens

Paragraaf 9. Kwaliteitszorg en communicatie

Paragraaf 10. Onderwijskundige verbanden en samenwerking

Paragraaf 12. Beleidsinhoudelijke informatie

Hoofdstuk 3. Bestuur

Paragraaf 2. Openbare rechtspersoon voor openbaar onderwijs

Paragraaf 3. Stichting voor openbaar onderwijs

Paragraaf 4. Stichting voor openbaar en bijzonder onderwijs

Paragraaf 5. Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool

Paragraaf 7. Fusies

Paragraaf 9. Klachten, maatregelen en aanwijzingen

Hoofdstuk 4. Voorzieningenplanning

Paragraaf 1. Aanspraak op bekostiging

Paragraaf 2. Vestigingen

Paragraaf 3. Regionale samenwerking voorzieningenplanning

Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging

Hoofdstuk 5. Bekostiging en verantwoording

Paragraaf 2. Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen

Paragraaf 3. Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden

Paragraaf 4. Rol gemeente

Paragraaf 6. Overige voorschriften bekostiging

Paragraaf 8. Overige uitvoeringsregels

Hoofdstuk 6. Huisvesting

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Bekostigingsplafond; programma huisvestingsvoorzieningen; overzicht

Paragraaf 6. Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie

Hoofdstuk 7. Personeel

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren

Paragraaf 3. Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar

Paragraaf 6. Zij-instroom in het beroep

Paragraaf 7. Rechtspositie personeel

Hoofdstuk 8. Deelname

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3. Begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie

Hoofdstuk 9. Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden

Paragraaf 2a. Nieuwkomersonderwijs

Paragraaf 3. Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Hoofdstuk 11. Caribisch Nederland

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2

Artikel 11.8a. Toepassing loopbaanbegeleiding praktijkonderwijs

Artikel 2.31a, vierde lid, tweede volzin, en artikel 2.31b zijn niet van toepassing.

Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3

Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6

Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8

Paragraaf 8a. Wijze van toepassing van hoofdstuk 9

Hoofdstuk 12. Invoerings- en overgangsrecht

Paragraaf 1. Invoeringsrecht WVO 2020

Paragraaf 14. Overgangsrecht Wet van 19 augustus 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen (Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool) (Stb. 2017, 327)

Paragraaf 17. Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)

Hoofdstuk 13. Voorhang en evaluaties

Hoofdstuk 14. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)