Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat voor vakbekwaamheid in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende.

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig werken met een kleine funderingsmachine. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld middels een statische verwijzing in de Arboregeling. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van funderingswerkzaamheden op bouwplaatsen met een funderingsmachine:

Het betreft hier:

Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist kleine funderingsmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een machinist mobiele kraan. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een mobiele kraan met een capaciteit boven de 10tm.

7. Onderwerp van certificatie

Theorie

Dit WSCS-VT Machinist Verreiker Met Hijsfunctie is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van veilig hijsen door een machinist verreiker. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een verreiker met een bedrijfslastmoment van tenminste 10tm. Het betreft hier:

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist verreiker volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

Praktijk

9. Eindtermen

Praktijk

Theorie

Verklaring van codes:

10.2. Beoordelingsmethode

Het theorie-examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen op basis van de toetstermen zoals omschreven in punt 10.1. Het theorie-examen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De maximale tijd om het theorie-examen af te leggen bedraagt 90 minuten. De maximale waardering voor de meerkeuzevragen is 50 punten (1 punt per goed antwoord). Een kandidaat is geslaagd indien hij 42 punten of meer heeft behaald. Het resultaat wordt in een voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht.

10.1. Toetstermen

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

De examinator moet altijd een proces verbaal invullen, ook als er geen bijzonderheden te vermelden zijn. De CKI neemt geen verzoeken tot verstrekking van het certificaat van vakbekwaamheid in ontvangst zonder een bijgaand proces-verbaal. Op het proces-verbaal staat ook de tijdsduur van het afgenomen examen. Indien het examen 30 minuten of eerder gereed is dan de aangegeven tijd, dient de reden hiervan expliciet in het proces verbaal te worden opgenomen.

4.7.4. Beslissing op het bezwaarschrift

10.3. Cesuur

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen.

Geldigheidsduur van het resultaat van het examen

10.2. Beoordelingsmethode

Bij het praktijkexamen dient voor alle onderdelen een voldoende gehaald te worden. Elk onderdeel wordt beoordeeld aan de hand van een beoordelingsprotocol.

11. Hercertificatie

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

11. Hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

Hercertificatie kan als volgt worden ingevuld:

6.2. Frequentie van toezicht

De examinator moet altijd een proces verbaal invullen, ook als er geen bijzonderheden te vermelden zijn. De CKI neemt geen verzoeken tot verstrekking van het certificaat van vakbekwaamheid in ontvangst zonder een bijgaand proces-verbaal. Op het proces-verbaal staat ook de tijdsduur van het afgenomen examen. Indien het examen 30 minuten of eerder gereed is dan de aangegeven tijd, dient de reden hiervan expliciet in het proces verbaal te worden opgenomen.

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje. De certificatie-instelling controleert de registraties en toetst of voldaan wordt aan de vereiste praktijkervaring en bericht de aanvrager binnen een kalenderweek over het resultaat.

Bovendien zal de certificatie-instelling ongeacht of het een machinist als werknemer of als zelfstandige machinist betreft, bij de aanvraag voor hercertificatie, onaangekondigd een 5%-steekproefsgewijze controle uitvoeren op de betrouwbaarheid van de invulling van praktijkervaring. Voor de registratie van de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie gevoerd te worden. Deze dient minimaal 5 jaar beschikbaar te blijven.

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2

6.4. Verslag van bevindingen

Bij het praktijkexamen dient voor alle onderdelen een voldoende gehaald te worden. Elk onderdeel wordt beoordeeld aan de hand van een beoordelingsprotocol.

Gedurende de looptijd gelden de volgende condities waar de certificaathouder zich aan moet houden. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat. Na een positief certificatie besluit ontvangt de kandidaat binnen 4 weken een TCVT-certificaat en een TCPR-boekje. Beide documenten zijn wettig bewijsmiddel. De gegevens (inclusief intrekking van het certificaat) van de deelnemer worden geregistreerd in het TCVT personenregister.

Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister. Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

12. Het certificaat

Een praktijktoets wordt afgenomen conform de eisen zoals vastgelegd in dit schema.

De CKI dient in ieder geval een onderzoek in te stellen na indiening van een klacht inzake de werkwijze van de certificaathouder:

Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende

INHOUD

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt.

7. Onderwerp van certificatie

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van funderings- en/of hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een funderingsmachine:

Het certificatiesysteem van de certificatie-instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de WDAT-VT-Personen in het kader van verticaal transport.

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist autolaadkraan volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Hijsen is een risicovolle beroepsactiviteit. Om het maatschappelijke belang -veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid- te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de vakbekwaamheid van machinist mobile kraan.

3.1. Beschrijvingschema

Het WSCS-VT Machinist Grote Funderingsmachine is door TCVT voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico

Het uitvoeren van funderingswerken is een risicovolle activiteit. Er zijn in het proces van werkzaamheden met grote funderingsmachines verschillende omstandigheden te onderscheiden met daarbij behorende specifieke risico’s: Het uitvoeren van funderingswerken is een risicovolle activiteit. Er zijn in het proces van werkzaamheden met funderingsmachines verschillende omstandigheden te onderscheiden met daarbij behorende specifieke risico’s:

Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister.

3.2. Actieve partijen

Tijdens het oprichten en strijken

Tijdens het oprichten en strijken van de machine mogen geen andere werkende machines noch andere dan bij het funderingswerk betrokken personen binnen het valbereik van de machine aanwezig zijn.

De houder van het certificaat machinist verticaal transport is verplicht veranderingen van woonplaats en huisadres schriftelijk te melden aan de certificatie-instelling.

Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten mogen zich geen personeel en machines binnen de draaicirkel van de machine en de last bevinden. Alleen degene die aanwijzingen geeft aan de machinist bevindt zich nabij de last en in het zichtveld van de machinist. De machine heeft een hoger risico, daar zowel versnellings- en vertragingsmomenten als schuine reeptrek kunnen optreden. Overige personen en machines dienen te worden gewaarschuwd. Het is aan te bevelen deze werkzaamheden uit te voeren als (de) andere machine(s) stil staan of onder optimaal veilige werkomstandigheden opereren.

10.2. Beoordeling

Het theorie-examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen op basis van de toetstermen zoals omschreven in punt 10.1. Het theorie-examen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De maximale tijd om het theorie-examen af te leggen bedraagt 90 minuten. De maximale waardering voor de meerkeuzevragen is 50 punten (1 punt per goed antwoord). Een kandidaat is geslaagd indien hij 42 punten of meer heeft behaald. Het resultaat wordt in een voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Het praktijkexamen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De examenopdrachten moeten binnen 240 minuten worden uitgevoerd. De TCVT examinatoren-instructie bepaald de beoordeling van het praktijkexamen. De volgende zaken komen op het praktijkexamen aan de orde:

Voor het verplaatsen van de machine naar een werklocatie (ook van paal naar paal) geldt in principe hetzelfde als voor het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en draglineschotten.

Bij het in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen

Bij in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen moet eveneens worden gehandeld als bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en draglineschotten. Het hijsen van funderingselementen zoals palen, buizen, damwanden, wapeningskorven enz., welke meestal een grote lengte hebben, mag alleen geschieden als niet bij het funderingswerk betrokken personen en machines buiten het valbereik van het funderingelement blijven. Ook mogen andere funderingsmachines binnen het valbereik van de machines niet tegelijkertijd funderingselementen hijsen.

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van veilig werken door een machinist met een kleine funderingsmachine. Door het ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

4. Certificatiereglement

Het certificatiesysteem van de certificatie-instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de WDAT-VT-Personen.

2. Definities

Volgens artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit dient bij iedere montage van een arbeidsmiddel, dus ook voor alle demontabele funderingsmachines, op een nieuwe locatie een (opstellings-)keuring uitgevoerd te worden door een deskundige. Een opstellingskeuring dient uitgevoerd te worden na iedere montage op een nieuwe locatie. Uitgangspunt daarbij is dat de machine, het hulpmaterieel en de uit te voeren werkzaamheden alsmede de bouwlocatie worden beoordeeld op een veilige uitvoering binnen de gestelde capaciteitseisen. Deze keuring kan worden uitgevoerd door een door de gebruiker aan te wijzen deskundige.

Een deskundige is een voldoende opgeleid en ter zake kundig persoon, die bevoegd is inspectie-, beproevings- of keuringswerkzaamheden te verrichten. Als deskundige kan worden aangemerkt de machinist van de funderingsmachine, in bezit van het certificaat machinist grote funderingsmachine.

3.1. Beschrijving schema

4.2. Certificatieprocedure

Een deskundige is een voldoende opgeleid en ter zake kundig persoon, die bevoegd is inspectie-, beproevings- of keuringswerkzaamheden te verrichten. Als deskundige kan worden aangemerkt de machinist van de funderingsmachine, in bezit van het certificaat machinist grote funderingsmachine.

4.5. Geldigheidscondities

De machine (en de giek) worden instabiel door het uitvoeren van de funderingswerkzaamheden, het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de machine. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de machine. Een van de oplossingen is het werken op goede schotten. Daarnaast zorgen overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.

11.3. Censuur bij hercertificatie

Als de machine niet als hijskraan is ingericht, is hijsen alleen toegestaan voor:

4.6. Klachtenregeling

Hijs- en hefgereedschappen

Gekeurde en gecertificeerde middelen waarmee een last aan een hijs- of hefwerktuig wordt bevestigd voor het hijsen of heffen van lasten. Voorbeelden van hijsgereedschappen zijn: sluitingen, kettingen, staaldraadstroppen, hijsbanden, hijsbalken en klemmen. Hijsbanden mogen worden toegepast in die gevallen waarbij voldoende afronding aanwezig is (zoals buizen) en waarbij voldoende wordt aangetoond dat geen overbelasting optreedt.

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

Voor het hijsen van stalen buizen, staalprofielen en damwanden zijn uitsluitend de onderstaande methoden toegestaan:

Op het certificaat dient vermeld te worden, dat de CKI verklaard dat de betreffende persoon voldoet aan de eisen uit het werkveldspecifieke certificatieschema en indien relevant of het ging om een hercertificatie.

13. Geldigheidscondities

De paaltakel moet het gewicht van de paal plus het gewicht van het heiblok en muts kunnen opnemen, tenzij er voorzieningen zijn die het optreden van deze belastingen voorkomen. In dat geval kan het heiblok op de paal worden afgezet en kan het gezamenlijke gewicht met de paaltakel worden beheerst. De wijze van stroppen en aanslaan luistert zeer nauw. Voor het vanuit de horizontale toestand hijsen van palen enz. naar de verticale positie onder het heiblok, het trilblok enz. is het gebruik van kettingen niet toegestaan.

In de regel wordt een paal/langwerpig funderingselement met twee takels (resp. paaltakel en punttakel) gehesen. Bij het hijsen moet worden voorkomen dat schuine reeptrek optreedt.

Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

Doordat funderingsmachines vaak op draglineschotten staan, kunnen deze schotten verzakken in de grond. De hijsogen zijn daardoor moeilijk bereikbaar. Het hijsen met haken met veiligheidskleppen kan problematisch zijn. Daarom is het hijsen met open haken in deze gevallen toegestaan, mits niet hoger dan 1 meter boven maaiveld.

8.4.2. Opleidingscurriculum A2(SCUBA tot en met een diepte van 15 meter/maximale duiktijd van 60 minuten)

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is, tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

De risico’s moeten worden onderkend, vastgelegd in een TRA (taak-/risicoanalyse), besproken met betrokkenen en dienovereenkomstige maatregelen (m.n. draagkrachtig werkniveau) worden genomen dat het risico van omvallen, aanstoten etc. tot bijna nihil wordt teruggebracht. Het funderingsbedrijf dient zijn personeel duidelijk te instrueren en de hiervoor genoemde risico’s en aanbevelingen ter voorkoming van gevaren vast te leggen in werkinstructies.

Document: WSCS-VT Machinist Verreiker Met Hijsfunctie

De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

De maximale geldigheidsduur van een persoonscertificaat is 5 jaar. Eerdere intrekking is mogelijk indien de certificaathouder tussentijds niet voldaan heeft aan de eisen t.a.v. de beheersing van de onder 9. genoemde eindtermen (zie voor de voorwaarden 4.5).

De kandidaat machinist grote funderingsmachine dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in voor het persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine. Vervolgens verstrekt de CKI alle relevante informatie over de gang van zaken bij het gehele certificatieproces.

Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

De maximale geldigheidsduur van een persoonscertificaat is 5 jaar.

Eerdere intrekking is mogelijk indien de certificaathouder tussentijds niet voldaan heeft aan de eisen t.a.v. de beheersing van de onder 9. genoemde eindtermen (zie voor de voorwaarden 4.5).

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

Klachten over het bedrijf of de persoon

De CKI is bevoegd het certificaat te schorsen en/of in te trekken. De condities en de wijze waarop daarop door de CKI toegezien dient te worden, worden opgesteld door de CCvD en vastgelegd in het TCVT protocol ‘schorsing/intrekking’.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

5. Examenreglement

Een openbaar toegankelijke klachtenprocedure dient aanwezig te zijn.

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze. Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij. De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident. Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

4.7. Bezwaarprocedure

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

8.4.8. Opleidingscurriculum C (Gesloten duikklok met mengselgas)

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

5.4. Eisen te stellen aan het examen

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

4.7. Bezwaarprocedure

Inleiding

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Algemeen:

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten. Het selectieproces moet garanderen dat examenpersoneel dat (een deel van) een examen afneemt ten minste voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in het TCVT examenprotocol. Het examenpersoneel wordt door de exameninstelling voorgedragen en door de CI benoemd op basis van toetsing aan onderstaande criteria en de voor examinatoren geldende procedure.

Voor het theorie-examen wordt door de exameninstelling een toezichthouder aangesteld.

Deze functionaris heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De toezichthouder beschikt wel over:

6.2. Frequentie van toezicht

Een toezichthouder verricht de volgende taken:

4.7. Bezwaarprocedure

5. Examenreglement

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine

5.1. Doelstelling

Van de examinator wordt verwacht dat hij:

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Indien de exameninstelling geen organisatorisch onderdeel is van de CKI, hebben beide zich aan elkaar verbonden door middel van een overeenkomst. De CKI dient zich hierbij te houden aan artikel 4.5 ‘subcontracting’ van NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012. De CKI is verplicht aan de BHST te melden dat examens worden afgenomen door een externe exameninstelling en welke instelling het betreft.

Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Het selectieproces moet garanderen dat examenpersoneel dat (een deel van) een examen afneemt ten minste voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in het TCVT examenprotocol (www.tcvt.nl).

5. Examenreglement

Deze functionaris heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De toezichthouder beschikt wel over:

5.1. Doelstelling

Een toezichthouder verricht de volgende taken:

Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van de open vragen van het theorie-examen wordt door de exameninstelling een corrector aangesteld. De corrector voldoet aan de volgende kwalificatiecriteria:

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in het betreffende TCVT-certificatieschema.

8. Entreecriteria

De examinator is belast met de beoordeling of, en in welke mate, kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het behalen van het examen. Hiertoe past de examinator de TCVT examinatoreninstructie toe bij de beoordeling. Bij een examen met meer dan één examinator, is een van de examinatoren aangewezen als voorzitter e vanuit die hoedanigheid verantwoordelijk voor een ordentelijk verloop van het examen en de afwikkeling daarvan.

De examinator beschikt over:

Van de examinator wordt verwacht dat hij:

9. Eindtermen

Het examenpersoneel is onafhankelijk. Al het examenpersoneel tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid worden gegarandeerd en waarin zij verklaart geen werkzaamheden bij c.q. voor een opleider te verrichten. Zij verklaart zich onafhankelijk van de kandidaat en de eventuele opleider/werkgever van de kandidaat. Mocht tijdens het examen blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en het betreffende examenpersoneelslid, dan dient de examinator dit tijdig aan de exameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende examinator deze kandidaat examineert op straffe van ongeldigheid van het examen.

Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.

De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.

5.4.1. Beslotenheid van examens

Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.

Voor het praktijkexamen wordt door de exameninstelling een examinator aangesteld.

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten.

6.4. Verslag van bevindingen

Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.

Van de examinator wordt verwacht dat hij:

Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.

Mogelijke maatregelen zijn het weigeren, schorsen of intrekken van het certificaat. Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht. Indien er sprake is van een sanctie wordt dit aan de certificaathouder kenbaar gemaakt. Relevante informatie over de sanctie dient door de CKI ingebracht te worden in een centraal registratiesysteem. Deze meldingsplicht dient nauwkeurig uitgewerkt te worden, in verband met de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en de contractuele relatie tussen CKI en klant.

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

De maximale tijd om het theorie-examen af te leggen bedraagt 90 minuten.

5.4.1. Beslotenheid van examens

Daarnaast voert de CKI, onaangekondigd, een 5% steekproef uit op de betrouwbaarheid van de invulling van de scholing en de praktijkervaring. Voor de registratie van de scholing en de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie te worden gevoerd door de CKI. Deze administratie moet minimaal vijf jaar beschikbaar blijven.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

11.3. Cesuur van de beoordeling

Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.

6. Toezicht

Het betreft hier:

Indien blijkt dat een certificaathouder niet voldoet aan de eisen of normen in het werkveldspecifieke certificatieschema heeft dit op zo kort mogelijke termijn maatregelen door de CKI tot gevolg. Mogelijke maatregelen zijn het weigeren, schorsen of intrekken van het certificaat.

Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht.

6.2. Frequentie van toezicht

De CKI dient in ieder geval een onderzoek in te stellen na indiening van een klacht inzake de werkwijze van de certificaathouder:

11.1. Toetstermen hercertificatie

Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat voor vakbekwaamheid in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die aansluitend een besluit neemt over de (her-)verlening van het persoonscertificaat.

10.1. Toetstermen

Het betreft hier:

Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

In de tabel is een overzicht gegeven van de verdeling van de eindtermen over de activiteiten van de praktijkexamens machinist kleine funderingsmachine. Doordat eindtermen onderverdeeld zijn in toetstermen, is een eindterm vaak over meerdere activiteiten verdeeld. Daardoor is een eindterm meestal niet door een activiteit afgedekt.

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

Praktijk

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

10.3. Cesuur

In de tabel is een overzicht gegeven van de verdeling van de eindtermen over de activiteiten van de praktijkexamens machinist grote funderingsmachine. Doordat eindtermen onderverdeeld zijn in toetstermen, is een eindterm vaak over meerdere activiteiten verdeeld. Daardoor is een eindterm meestal niet door een activiteit afgedekt.

Verklaring van codes:

10.2. Beoordelingsmethode

Theorie

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

11.1. Toetstermen hercertificatie

Het praktijkexamen betreft de volgende onderdelen:

10.3. Cesuur

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2

1. Inleiding

Bij het praktijkexamen dient voor alle onderdelen een voldoende gehaald te worden. Elk onderdeel wordt beoordeeld aan de hand van een beoordelingsprotocol.

In de tabel is een overzicht gegeven van de verdeling van de eindtermen over de activiteiten van de praktijkexamens machinist verreiker. Doordat eindtermen onderverdeeld zijn in toetstermen, is een eindterm vaak over meerdere activiteiten verdeeld. Daardoor is een eindterm meestal niet door een activiteit afgedekt.

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje. De certificatie-instelling controleert de registraties en toetst of voldaan wordt aan de vereiste praktijkervaring en bericht de aanvrager binnen een kalenderweek over het resultaat.

Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

Indien de houder niet kan aantonen over voldoende praktijkervaring te beschikken in de laatste vijf jaar, dan kan hij via een praktijktoets aantonen nog steeds voldoende vakbekwaam te zijn. Een praktijktoets wordt afgenomen conform de eisen zoals vastgelegd in dit schema.

11.2. Beoordelingsmethode

13. Geldigheidscondities

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die een aansluitend besluit neemt over de (her-) verlening van het persoonscertificaat.

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje. De certificatie-instelling controleert de registraties en toetst of voldaan wordt aan de vereiste praktijkervaring en bericht de aanvrager binnen een kalenderweek over het resultaat.

3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico

Bij een vermoeden van onvoldoende kennis bij de kandidaat moet de examinator de kandidaat bevragen naar de motivatie van zijn keuzes.

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grote Funderingsmachine

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat

Op het certificaat dient vermeld te worden, dat de CKI verklaard dat de betreffende persoon voldoet aan de eisen uit het werkveldspecifieke certificatieschema en indien relevant of het ging om een hercertificatie.

13. Geldigheidscondities

4.1. Doelstelling

Na een positief certificatie besluit ontvangt de kandidaat binnen 4 weken een TCVT-certificaat en een TCPR-boekje. Beide documenten zijn wettig bewijsmiddel.

De gegevens (inclusief intrekking van het certificaat) van de deelnemer worden geregistreerd in het TCVT personenregister.

2. Definities

Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

Deze condities dienen te zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst tussen certificatie instelling en certificaathouder.

De houder van het certificaat dient misbruik van het certificaat door derden tegen te gaan en vermissing van dit certificaat schriftelijk binnen 10 dagen aan de certificatie-instelling te melden.

11.2. Beoordelingsmethode

De houder van het certificaat machinist verticaal transport dient door derden tegen hem/haar ingediende klachten, die met de strekking van dit certificaat verband houden, te melden aan de certificatie-instelling die het betreffende certificaat heeft afgegeven.

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt.

Het uitvoeren van funderingswerken is een risicovolle activiteit. Er zijn in het proces van werkzaamheden met grote funderingsmachines verschillende omstandigheden te onderscheiden met daarbij behorende specifieke risico’s: Het uitvoeren van funderingswerken is een risicovolle activiteit. Er zijn in het proces van werkzaamheden met funderingsmachines verschillende omstandigheden te onderscheiden met daarbij behorende specifieke risico’s:

de certificaathouder mag geen handelingen verrichten in strijd met de voorschriften;

Tijdens het monteren en demonteren wordt in het algemeen gewerkt zijdelings van de bouwplaats of op de bouwstraat. Er wordt vaak gebruik gemaakt van een mobiele kraan, autokraan of wiellader. Ook wordt de basismachine gebruikt voor laden, lossen en uitleggen van de te monteren makelaar en/of giekdelen. Er zijn geen extra risico’s voor het personeel en de machines welke met deze werkzaamheden bezig zijn. Als wordt gewerkt binnen het valbereik van een andere funderingsmachine moet het uitvoerende personeel van deze machine steeds bij een verhoogd risico de personen bij de op te bouwen machine hiervan in kennis stellen.

Bovendien zal de certificatie-instelling ongeacht of het een machinist als werknemer of als zelfstandige machinist betreft, bij de aanvraag voor hercertificatie, onaangekondigd een 5%-steekproefsgewijze controle uitvoeren op de betrouwbaarheid van de invulling van praktijkervaring. Voor de registratie van de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie gevoerd te worden. Deze dient minimaal 5 jaar beschikbaar te blijven.

Tijdens het oprichten en strijken van de machine mogen geen andere werkende machines noch andere dan bij het funderingswerk betrokken personen binnen het valbereik van de machine aanwezig zijn.

Gegevens:

Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten mogen zich geen personeel en machines binnen de draaicirkel van de machine en de last bevinden. Alleen degene die aanwijzingen geeft aan de machinist bevindt zich nabij de last en in het zichtveld van de machinist. De machine heeft een hoger risico, daar zowel versnellings- en vertragingsmomenten als schuine reeptrek kunnen optreden. Overige personen en machines dienen te worden gewaarschuwd. Het is aan te bevelen deze werkzaamheden uit te voeren als (de) andere machine(s) stil staan of onder optimaal veilige werkomstandigheden opereren.

In verband met de stabiliteit van de machine en de beloopbaarheid door het personeel dienen de draglineschotten bij voorkeur aaneengesloten te liggen.

Bij het verplaatsen van de machine naar een (andere) werklocatie (ook van paal naar paal)

13. Geldigheidscondities

Gedurende de looptijd gelden de volgende condities waar de certificaathouder zich aan moet houden. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

Klachten over het bedrijf of de persoon

De gegevens (inclusief intrekking van het certificaat) van de deelnemer worden geregistreerd in het TCVT personenregister.

In het algemeen is dit de veiligste situatie. Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen staat de funderingsmachine in principe in ruststand. Het heiblok, de boormotor of de vibrator is in de regel geleid langs een makelaar of leider welke is afgesteund op de grond (of een schot). De makelaar of leider dient alleen voor het geleiden van het heiblok enz. De krachten op de machine welke de stabiliteit beïnvloeden zijn stabiel en minimaal (geen versnellings- en vertragingsmomenten, geen schuine reeptrek enz.). Het kantelmoment is voor de gekozen werksituatie berekend en als veilig te beschouwen, er treden immers geen dynamische belastingen uit beweging(en) van de machine zelf op. De machine ondervindt, afgezien van de windbelasting, nagenoeg alleen statische belastingen.

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.

Inleiding

4.7. Bezwaarprocedure

Inleiding

Een vlak en draagkrachtig bouwterrein is van groot belang voor de begaanbaarheid en beloopbaarheid. De conditie van het bouwterrein is direct van invloed op de stabiliteit van het in te zetten materieel, maar ook op de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeel. Helaas komen er nog elk jaar ongelukken voor door omvallend materieel, soms zelfs met dodelijke afloop. Verder leiden slechte arbeidsomstandigheden tot onder andere nek- en rugklachten en klachten aan het bewegingsapparaat.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Een deskundige is een voldoende opgeleid en ter zake kundig persoon, die bevoegd is inspectie-, beproevings- of keuringswerkzaamheden te verrichten. Als deskundige kan worden aangemerkt de machinist van de funderingsmachine, in bezit van het certificaat machinist grote funderingsmachine.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

De machine (en de giek) worden instabiel door het uitvoeren van de funderingswerkzaamheden, het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de machine. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de machine. Een van de oplossingen is het werken op goede schotten. Daarnaast zorgen overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.

Voor het dagelijks gebruik (waaronder hijsen), onderhoud en het opbouwen en afbreken van de funderingsmachine zijn de instructieboeken van de desbetreffende machine maatgevend. De aanwijzingen die hierin vermeld staan dienen te allen tijde opgevolgd te worden, tenzij er aanvullende of alternatieve instructies zijn opgesteld door het funderingsbedrijf. Hijsen met de funderingsmachine is alleen toegestaan als de machine als hijskraan is ingericht, beveiligd en gekeurd.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5. Examenreglement

Het certificatiesysteem van de certificatie-instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de WDAT-VT-Personen.

Gekeurde en gecertificeerde middelen waarmee een last aan een hijs- of hefwerktuig wordt bevestigd voor het hijsen of heffen van lasten. Voorbeelden van hijsgereedschappen zijn: sluitingen, kettingen, staaldraadstroppen, hijsbanden, hijsbalken en klemmen. Hijsbanden mogen worden toegepast in die gevallen waarbij voldoende afronding aanwezig is (zoals buizen) en waarbij voldoende wordt aangetoond dat geen overbelasting optreedt.

De examinering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de certificatie-instelling en bestaat uit de volgende delen:

5.2. De exameninstelling

De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:

5.2. De exameninstelling

De paaltakel moet het gewicht van de paal plus het gewicht van het heiblok en muts kunnen opnemen, tenzij er voorzieningen zijn die het optreden van deze belastingen voorkomen. In dat geval kan het heiblok op de paal worden afgezet en kan het gezamenlijke gewicht met de paaltakel worden beheerst. De wijze van stroppen en aanslaan luistert zeer nauw. Voor het vanuit de horizontale toestand hijsen van palen enz. naar de verticale positie onder het heiblok, het trilblok enz. is het gebruik van kettingen niet toegestaan.

In de regel wordt een paal/langwerpig funderingselement met twee takels (resp. paaltakel en punttakel) gehesen. Bij het hijsen moet worden voorkomen dat schuine reeptrek optreedt.

Hijsen van draglineschotten

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

Het werken van machines en personen in elkaars directe omgeving leidt altijd tot een verhoogd risico. Het is altijd veiliger als deze situaties worden vermeden. Toch kan niet altijd worden voorkomen dat economische en/of planmatige omstandigheden leiden tot de keuze van een werkwijze, waarbij zulke situaties noodzakelijk of zelfs onvermijdelijk zijn.

5.4. Eisen te stellen aan het examen

De risico’s moeten worden onderkend, vastgelegd in een TRA (taak-/risicoanalyse), besproken met betrokkenen en dienovereenkomstige maatregelen (m.n. draagkrachtig werkniveau) worden genomen dat het risico van omvallen, aanstoten etc. tot bijna nihil wordt teruggebracht. Het funderingsbedrijf dient zijn personeel duidelijk te instrueren en de hiervoor genoemde risico’s en aanbevelingen ter voorkoming van gevaren vast te leggen in werkinstructies.

Een ander kenmerk van het gebruik van kleine funderingsmachines is dat er vaak een (beschermende) cabine op de machine ontbreekt. De bediening vindt dan plaats vanaf de zijkant of vanaf de achterzijde. De machinist staat in dat geval naast of achter de machine. Hij is niet beschermd tegen vallende voorwerpen. Veel werkzaamheden met kleine funderingsmachines worden inpandig verricht. Het gevaar van losrakende zolderbalken of omvallende wanden is dan ook groot.

Voor het praktijkexamen wordt door de exameninstelling een examinator aangesteld. De examinator is belast met de beoordeling of, en in welke mate, kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het behalen van het examen. Hiertoe past de examinator de TCVT examinatoreninstructie toe bij de beoordeling. Bij een examen met meer dan één examinator, is een van de examinatoren aangewezen als voorzitter e vanuit die hoedanigheid verantwoordelijk voor een ordentelijk verloop van het examen en de afwikkeling daarvan.

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedures van aanvraag, de examinering, de wijze waarop de uitslag bekend gemaakt wordt en condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van een verzoek om herziening.

4.2. Certificatieprocedure

De kandidaat machinist grote funderingsmachine dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in voor het persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine. Vervolgens verstrekt de CKI alle relevante informatie over de gang van zaken bij het gehele certificatieproces.

Het examenpersoneel is onafhankelijk. Al het examenpersoneel tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid worden gegarandeerd en waarin zij verklaart geen werkzaamheden bij c.q. voor een opleider te verrichten. Zij verklaart zich onafhankelijk van de kandidaat en de eventuele opleider/werkgever van de kandidaat. Mocht tijdens het examen blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en het betreffende examenpersoneelslid, dan dient de examinator dit tijdig aan de exameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende examinator deze kandidaat examineert op straffe van ongeldigheid van het examen.

De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

4.1. Doelstelling

Eerdere intrekking is mogelijk indien de certificaathouder tussentijds niet voldaan heeft aan de eisen t.a.v. de beheersing van de onder 9. genoemde eindtermen (zie voor de voorwaarden 4.5).

Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.

6. Toezicht

Deze condities zijn:

De CKI is bevoegd het certificaat te schorsen en/of in te trekken. De condities en de wijze waarop daarop door de CKI toegezien dient te worden, worden opgesteld door de CCvD en vastgelegd in het TCVT protocol ‘schorsing/intrekking’.

4.6. Klachtenregeling

Klachten over de CKI

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Een openbaar toegankelijke klachtenprocedure dient aanwezig te zijn.

Klachten over het bedrijf of de persoon

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Criteria

6.5. Maatregelen

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

Deel II: Normen

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een Machinist Autolaadkraan. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.

Inleiding

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Algemeen:

9. Eindtermen

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Procedure

De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.

Er geldt geen specifieke vooropleidingseis.

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine

Het praktijkexamen bestaat uit de volgende activiteiten:

De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:

10.1.1. Duikploegleider

Indien de exameninstelling geen organisatorisch onderdeel is van de CKI, hebben beide zich aan elkaar verbonden door middel van een overeenkomst. De CKI dient zich hierbij te houden aan artikel 4.5 ‘subcontracting’ van NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012. De CKI is verplicht aan de BHST te melden dat examens worden afgenomen door een externe exameninstelling en welke instelling het betreft.

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten. Het selectieproces moet garanderen dat examenpersoneel dat (een deel van) een examen afneemt ten minste voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in het TCVT examenprotocol. Het examenpersoneel wordt door de exameninstelling voorgedragen en door de CI benoemd op basis van toetsing aan onderstaande criteria en de voor examinatoren geldende procedure.

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten.

10.2. Beoordeling

Voor het theorie-examen wordt door de exameninstelling een toezichthouder aangesteld.

10.3. Cesuur Examen

Van de toezichthouder wordt verwacht dat hij:

Een toezichthouder verricht de volgende taken:

Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van de open vragen van het theorie-examen wordt door de exameninstelling een corrector aangesteld. De corrector voldoet aan de volgende kwalificatiecriteria:

11.1. Toetstermen hercertificatie

Voor het praktijkexamen wordt door de exameninstelling een examinator aangesteld.

De examinator is belast met de beoordeling of, en in welke mate, kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het behalen van het examen. Hiertoe past de examinator de TCVT examinatoreninstructie toe bij de beoordeling. Bij een examen met meer dan één examinator, is een van de examinatoren aangewezen als voorzitter e vanuit die hoedanigheid verantwoordelijk voor een ordentelijk verloop van het examen en de afwikkeling daarvan.

De examinator beschikt over:

Van de examinator wordt verwacht dat hij:

De examinator moet per certificatieschema een door de exameninstelling voorgedragen en door de certificatie-instelling geaccepteerde deskundige zijn.

5.4.1. Beslotenheid van examens

Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.

5.4. Eisen te stellen aan het examen

5.4.1. Beslotenheid van examens

Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.

Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC.

12. Het certificaat

13. Geldigheidscondities

Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.

Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.

6.1. Medewerking aan toezicht

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het originele TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring en de scholing te worden voorgelegd aan de CKI. De ontvangst wordt binnen één kalenderweek bevestigd (deze bevestiging is een bewijs richting opdrachtgevers inzake de afwezigheid van het TCPR-boekje).

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Verreiker Met Hijsfunctie

Daarnaast voert de CKI, onaangekondigd, een 5% steekproef uit op de betrouwbaarheid van de invulling van de scholing en de praktijkervaring. Voor de registratie van de scholing en de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie te worden gevoerd door de CKI. Deze administratie moet minimaal vijf jaar beschikbaar blijven.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

Het TCVT erkende opleidingsinstituut beoordeelt op het moment van scholing (2 maal in een periode van 5 jaar) elk TCPR-boekje ten aanzien van de scholing en de praktijkervaring. Indien een certificaathouder niet meer voldoet aan de eisen, wordt de CKI hiervan binnen drie werkdagen in kennis gesteld.

Het TCVT erkende opleidingsinstituut beoordeelt op het moment van scholing (2 maal in een periode van 5 jaar) elk TCPR-boekje ten aanzien van de scholing en de praktijkervaring. Indien een certificaathouder niet meer voldoet aan de eisen, wordt de CKI hiervan binnen drie werkdagen in kennis gesteld.

De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Indien blijkt dat een certificaathouder niet voldoet aan de eisen of normen in het werkveldspecifieke certificatieschema heeft dit op zo kort mogelijke termijn maatregelen door de CKI tot gevolg. Mogelijke maatregelen zijn het weigeren, schorsen of intrekken van het certificaat.

Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht.

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVII. behorend bij artikel 6.7

Vervallen

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd
Artikel 1.9. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 1.9a. Erkenning EU-beroepskwalificaties
1.

Het verzoek om registratie of herregistratie, bedoeld in artikel 1.5j, vijfde lid, van het besluit, dan wel om een certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 1.5h van het besluit, wordt ingediend bij de minister, of indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5a van het besluit heeft aangewezen, bij die instelling, onder verstrekking van de volgende documenten:

  • b. een gewaarmerkte kopie van een in een betrokken staat verkregen opleidingstitel of bekwaamheidsattest waarop de aanvrager zich beroept;
  • c. in voorkomend geval een bewijs van zijn beroepservaring, waarbij in ieder geval inzicht wordt verschaft in de duur van deze beroepservaring en de onderdelen en inhoud waaruit de beroepswerkzaamheden hebben bestaan;
  • d. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of een met die verklaring overeenkomend document als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet, of een attest waaruit blijkt van een verklaring onder ede of plechtige verklaring als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet indien een dergelijke verklaring ook van eigen onderdanen wordt vereist;
  • e. een document inzake gezondheid als bedoeld in artikel 15 van de wet indien een dergelijk document ook van eigen onderdanen wordt vereist; en
  • f. indien het verzoek en de in de onderdelen b, c, d en e bedoelde documenten in een andere dan de Nederlandse taal zijn gesteld, wordt op verzoek van de minister, dan wel de door hem aangewezen instelling, bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, zo nodig een vertaling in het Nederlands overlegd die is opgesteld door een beëdigd vertaler. Indien de minister of hiervoor genoemde instelling daarmee instemt, kan een vertaling van de documenten in een andere taal dan het Nederlands worden overlegd.
2.

De minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, stelt in het kader van de erkenning van beroepskwalificaties vast of de verzoeker beschikt over het beroepskwalificatieniveau, bedoeld in de artikelen 6 en 9 van de wet en met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 19 van de wet.

3.

Met inachtneming van artikel 11 van de wet stelt de minister of indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, de verzoeker op de hoogte van de eis van het met goed gevolg afleggen van een compenserende maatregel.

4.

De kosten verbonden aan het in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, en aan het afleggen van een compenserende maatregel als bedoeld in artikel 11 van de wet, worden doorberekend aan de verzoeker. Deze kosten worden bij de verzoek voldaan overeenkomstig de aanwijzingen van de certificerende instelling.

5.

In geval op grond van artikel 11 van de wet aan de verzoeker de eis wordt gesteld dat hij een aanpassingsstage volgt:

  • a. wordt de verzoeker geïnformeerd over:
  • 1°. de ontbrekende kennis, vaardigheden en competenties waarop de aanpassingsstage betrekking heeft;
  • 2°. de duur van de aanpassingsstage;
  • 3°. overige eisen die het kader van de aanpassingsstage worden gesteld; en
  • b. verricht de verzoeker tijdens deze periode werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en begeleiding van een deskundige die is geregistreerd of geherregistreerd in het voor het desbetreffende vakgebied wettelijk verplicht gestelde register dan wel, in de overige gevallen, die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid op het desbetreffende vakgebied.
6.

In geval op grond van artikel 11 van de wet aan de verzoeker de eis wordt gesteld dat hij een proeve van bekwaamheid aflegt, wordt de verzoeker geïnformeerd over:

  • a. de ontbrekende kennis, vaardigheden en competenties waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft;
  • b. de kosten; en
  • c. overige eisen die in het kader van de proeve van bekwaamheid worden gesteld.
Artikel 1.9b. Meldingsplicht en te verstrekken documenten bij tijdelijke en incidentele dienstverrichting
1.

Een dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de wet die:

doet voorafgaand aan de eerste dienstverrichting melding aan de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, en verstrekt daarbij de documenten, genoemd in het tweede lid.

2.

De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

  • a. een schriftelijke verklaring waaruit blijkt welk gereglementeerd beroep de meldingsplichtige dienstverrichter in Nederland komt verrichten en waarin gegevens zijn opgenomen betreffende de verzekeringsdekking of soortgelijke bescherming tegen financiële risico’s van beroepsaansprakelijkheid;
  • c. een bewijs van beroepskwalificaties;
  • d. een bewijs dat de meldingsplichtige dienstverrichter gerechtigd is om het betreffende beroep uit te oefenen in een andere betrokken staat dan Nederland;
  • e. een document dat niet ouder dan drie maanden is, waaruit blijkt dat ten aanzien van de aanvrager geen maatregel berustend op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan de rechten op de uitoefening van het betreffende beroep in het land waar de beslissing is gegeven, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend zijn verloren;
  • f. indien de aanvrager houder is van een opleidingstitel die is afgegeven in een ander land dan de betrokken staat van vestiging, een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de opleidingstitel door het daarvoor bevoegd gezag van de betrokken staat van vestiging is erkend;
  • g. indien het beroep dat of de opleiding van de aanvrager die leidt tot toegang tot of tot uitoefening van het beroep, niet is gereglementeerd in de betrokken staat van vestiging, een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager in de tien jaar voorafgaand aan de dienstverrichting in Nederland gedurende ten minste een jaar het betreffende beroep heeft uitgeoefend in de betrokken staat van vestiging; en
  • h. een document inzake gezondheid als bedoeld in artikel 15 van de wet indien een dergelijk document ook van eigen onderdanen wordt vereist.
3.

De meldingsplichtige dienstverrichter verstrekt de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde verklaring een maal per jaar indien hij voornemens is gedurende dat jaar in Nederland diensten te verrichten. Daarbij verstrekt de meldingsplichtige dienstverrichter opnieuw de documenten, genoemd in het tweede lid, voor zover zich daarin een wijziging heeft voorgedaan.

4.

Indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, c, d, e, f, g en h, in een andere taal dan de Nederlandse taal zijn gesteld, wordt op verzoek van de minister, dan wel de door hem aangewezen instelling, bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, zo nodig een vertaling in het Nederlands overlegd die is opgesteld door een beëdigd vertaler. Indien de minister of de hiervoor genoemde instelling daarmee instemt, kan een vertaling van de documenten in een andere taal dan het Nederlands worden overlegd. Afschriften van deze documenten zijn gewaarmerkt.

Artikel 1.9c. Controle beroepskwalificaties bij tijdelijke en incidentele dienstverrichting voor beroepen die verband houden met de volksgezondheid of openbare veiligheid
1.

Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting controleert de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, op grond van artikel 27 van de wet de beroepskwalificaties van de meldingsplichtige dienstverrichter.

2.

In aanvulling op de documenten, genoemd in artikel 1.9b, tweede lid, verstrekt de meldingsplichtige dienstverrichter de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, desgevraagd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.9b, vierde lid, de volgende documenten:

  • a. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken, afkomstig van de instelling waarbij de meldingsplichtige dienstverrichter de opleidingstitel heeft behaald;
  • b. cijferlijsten en beoordelingen van studieresultaten, praktijkperiode of stages van de meldingsplichtige dienstverrichter; en
  • c. bewijsstukken van eventuele beroepservaring en aanvullend onderwijs.
3.

De minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, beslist met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 28 van de wet.

4.

In geval van constatering van wezenlijke verschillen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet, biedt de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft aangewezen, die instelling, de meldingsplichtige dienstverrichter de mogelijkheid om door middel van een proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 1.9d, aan te tonen dat hij over de ontbrekende kennis, vaardigheden of competenties beschikt.

5.

De meldingsplichtige dienstverrichter ontvangt van de minister of, indien de minister een certificerende instelling als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit heeft aangewezen, die instelling, een schriftelijke verklaring in de vorm van een bewijs van toetsing indien op grond van de controle de beroepskwalificaties voldoende zijn voor tijdelijke en incidentele dienstverrichting in Nederland.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)