Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels
Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het originele TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring en de scholing te worden voorgelegd aan de CKI. De ontvangst wordt binnen één kalenderweek bevestigd (deze bevestiging is een bewijs richting opdrachtgevers inzake de afwezigheid van het TCPR-boekje). De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.
De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.
9. Eindtermen
9. Eindtermen
1. Inleiding
5.2.4. specifiek materieel machinist autolaadkraan W4-04
3.2. Actieve partijen
10.3. Cesuur
10.3. Cesuur
11.1. Toetstermen hercertificatie
Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:
4. Certificatiereglement
Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
Klachten over de CKI
Klachten over het bedrijf of de persoon
4.5. Geldigheidscondities
5.2. De exameninstelling
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
6.2. Frequentie van toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
Praktijk
10.3. Cesuur
10.2. Beoordelingsmethode
10.2. Beoordelingsmethode
12. Het certificaat
12. Het certificaat
Klachten over de CKI
Deze condities dienen te zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst tussen certificatie instelling en certificaathouder.
Document: WSCS-VT Machinist Autolaadkraan
3.1. Beschrijving schema
Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling
4.6. Klachtenregeling
4.6. Klachtenregeling
Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze. Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij. De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident. Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.
4.5. Geldigheidscondities
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
6.1. Medewerking aan toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
6.5. Maatregelen
7. Onderwerp van certificatie
11.1. Toetstermen hercertificatie
10.3. Cesuur Examen
10.3. Cesuur Examen
13. Geldigheidscondities
3. Werkveldspecifieke kenmerken
3.1. Beschrijving schema
2. Definities
4.1. Doelstelling
4.3. Certificatiebeslissing
Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling
Inleiding
4.9. Norminterpretatie
5.2. De exameninstelling
De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:
4.2. Certificatieprocedure
Voor het theorie-examen wordt door de exameninstelling een toezichthouder aangesteld.
4.1. Doelstelling
5.4. Eisen te stellen aan het examen
6. Toezicht
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
6. Toezicht
De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.
Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het originele TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring en de scholing te worden voorgelegd aan de CKI. De ontvangst wordt binnen één kalenderweek bevestigd (deze bevestiging is een bewijs richting opdrachtgevers inzake de afwezigheid van het TCPR-boekje). De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.
De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.
6.5. Maatregelen
7. Onderwerp van certificatie
5.5. Beheer itembank en examenversies
11.1. Toetstermen hercertificatie
10.3. Cesuur
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
4.7. Bezwaarprocedure
13. Geldigheidscondities
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine
Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
1. Stabiliteit funderingsmachine
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Inleiding
Klachten over de CKI
5.4.1. Beslotenheid van examens
Van de examinator wordt verwacht dat hij:
Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.
5. Examenreglement
6.4. Verslag van bevindingen
Deel II: Normen
11. Hercertificatie
4.7. Bezwaarprocedure
12. Het certificaat
13. Geldigheidscondities
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grote Funderingsmachine
Bij het in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen
Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Autolaadkraan
Hijsen van draglineschotten
De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.
De maximale geldigheidsduur van een persoonscertificaat is 5 jaar.
Klachten over het bedrijf of de persoon
Klachten over het bedrijf of de persoon
4.3. Certificatiebeslissing
4.7. Bezwaarprocedure
Werkwijze
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
6.1. Medewerking aan toezicht
6.2. Frequentie van toezicht
8. Entreecriteria
Deel II: Normen
Deel II: Normen
Theorie
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
6.1. Medewerking aan toezicht
12. Het certificaat
Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling
Deel II: Normen
Praktijk
4. Certificatiereglement
4.1. Doelstelling
10.3. Cesuur
Klachten over de CKI
4.6. Klachtenregeling
Inleiding
4.9. Norminterpretatie
5. Examenreglement
5.5. Beheer itembank en examenversies
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
Theorie
Praktijk
10.3. Cesuur
11.1. Toetstermen hercertificatie
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
13. Geldigheidscondities
Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.
Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling
CCvD-TCVT
4.3. Certificatiebeslissing
4.6. Klachtenregeling
5.4. Eisen te stellen aan het examen
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
4. Certificatiereglement
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
7. Onderwerp van certificatie
9. Eindtermen
10.2. Beoordelingsmethode
13. Geldigheidscondities
Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling
1. Inleiding
Hijs- en hefgereedschappen
Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine
Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:
Na een positief certificatie besluit ontvangt de kandidaat binnen 4 weken een TCVT-certificaat en een TCPR-boekje. Beide documenten zijn wettig bewijsmiddel.
4.5. Geldigheidscondities
4.7. Bezwaarprocedure
Algemeen:
De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.
4.9. Norminterpretatie
Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.
6. Toezicht
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
10.1. Toetstermen
10.2. Beoordelingsmethode
Verklaring van codes:
10.3. Cesuur
De examinator moet altijd een proces verbaal invullen, ook als er geen bijzonderheden te vermelden zijn. De CKI neemt geen verzoeken tot verstrekking van het certificaat van vakbekwaamheid in ontvangst zonder een bijgaand proces-verbaal. Op het proces-verbaal staat ook de tijdsduur van het afgenomen examen. Indien het examen 30 minuten of eerder gereed is dan de aangegeven tijd, dient de reden hiervan expliciet in het proces verbaal te worden opgenomen.
Het praktijkexamen betreft de volgende onderdelen:
10.3. Cesuur
11.1. Toetstermen hercertificatie
Een kandidaat kan tot uiterlijk 6 maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor zijn praktijk- of theorietoets, herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk. In dit geval kan de kandidaat, binnen de gestelde termijn van 6 maanden, maximaal twee maal een herexamen aanvragen. Hierna, of na het verstrijken van de termijn, moet een volledig examen (zowel theorie als praktijk) worden afgelegd. Er is geen maximum verbonden aan het aantal gecombineerde praktijk- en theorie-examens.
11. Hercertificatie
Hercertificatie kan als volgt worden ingevuld:
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje. De certificatie-instelling controleert de registraties en toetst of voldaan wordt aan de vereiste praktijkervaring en bericht de aanvrager binnen een kalenderweek over het resultaat.
12. Het certificaat
Bovendien zal de certificatie-instelling ongeacht of het een machinist als werknemer of als zelfstandige machinist betreft, bij de aanvraag voor hercertificatie, onaangekondigd een 5%-steekproefsgewijze controle uitvoeren op de betrouwbaarheid van de invulling van praktijkervaring. Voor de registratie van de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie gevoerd te worden. Deze dient minimaal 5 jaar beschikbaar te blijven.
13. Geldigheidscondities
Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister.
Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:
Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- driehoekig;
- zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26
| A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren |
|---|---|---|
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| BEGIN Pas op! Begin van commando | Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven | |
| STOP Onderbreking Einde van de beweging | De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden | |
| EINDE Einde van de werkzaamheden | Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd | |
| B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| HIJSEN | Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VIEREN | Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VERTICALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| VOORUIT | Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt | |
| ACHTERUIT | Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt | |
| NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt | |
| NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt | |
| HORIZONTALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| D. Gevaar | D. Gevaar | D. Gevaar |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| GEVAAR | Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren | |
| SNELLE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd | |
| TRAGE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd |
Bijlage IX. behorend bij artikel 4.1, onder t
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 10
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten.
Ligplaats
Niet aan de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur tenminste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 11
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten en verzegeld.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Echter alleen naar een veilige ligplaats (= een ligplaats waar binnen een afstand van 25 meter van de ladingzone geen vuur aanwezig is of naar redelijke verwachting kan ontstaan).
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is aangemerkt als zijnde veilig voor mensen en veilig voor vuur.
In het laatste geval is de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 een voorloper van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2.
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is zowel veilig voor mensen als veilig voor vuur.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien gebleken is dat de ruimten waarin met vuur moet worden gewerkt veilig voor mensen en veilig voor vuur zijn gebleven, terwijl ook in de toestand van de andere ruimten binnen de ladingzone geen wijziging mag zijn opgetreden.
Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk boven of buiten de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Aangezien echter de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 de voorloper is van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 zal men er voor zorg moeten dragen dat de gehele ladingzone veilig voor vuur is. De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Deze vastgestelde toestand is ongewijzigd gebleven na de uitreiking van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1. Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven en buiten de gehele ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 20
Toestand van de ladingzone
- De ladingzone is geheel of gedeeltelijk veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in besloten ruimten buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur boven en buiten de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in de gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 31
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 32
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Het resterende gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 33
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven of buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30
Toestand van de ladingzone
- De K3-ruimten buiten de ladingzone zijn veilig voor vuur.
De toestand van de ruimten binnen de ladingzone wordt op deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring niet opgenomen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in K3-ruimten buiten de ladingzone.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 is een zogenaamde “Combinatie Veiligheids- en gezondheidsverklaring”. Dat betekent, dat een Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 nooit alleen afgegeven mag worden. Altijd zal dit moeten gebeuren in combinatie met een Veiligheids- en gezondheidsverklaring, welke de toestand van de ladingzone aangeeft.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring is bedoeld om een Veiligheids- en gezondheidsverklaring welke zijn geldigheid heeft verloren weer geldig te maken
Toestand van de ladingzone
De toestand van de ladingzone is gelijk aan de toestand zoals die vermeld wordt op de Veiligheids- en gezondheidsverklaring die door het uitreiken van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4 zijn geldigheid herkrijgt.
De modellen, bedoeld in deze bijlage, liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage IIc. behorend bij Artikel 2.14
Bijlage IId. behorend bij Artikel 2.15
Drempelwaarde
11.1. Toetstermen
Werkveldspecifiek document voor aanwijzing en toezicht op certificatie-instellingen belast met: persoonscertificatie op het gebied van Werken onder Overdruk
2. Definities
2. Definities
2. Definities
4.1.6. Vermeldingen op het certificaat
Bijlage IIe. behorend bij Artikel 2.16
4.7. Bezwaarprocedure
10.2. Uitslagregel van het examen
6.5. Maatregelen
8. Entreecriteria
11. Hercertificatie
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikploegleider
4.6.1. Klachten over de CKI
7. Onderwerp van de certificatie
6.5.2. Intrekking
Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17
8. Entreecriteria
8.1. Duikploegleider
Paragraaf 9.3. C. Gesloten duikklok
4.2. Certificatieprocedure
Bijlage VIII. behorend bij artikel 3.14
De informatie met betrekking tot het noodplan, bedoeld in artikel 3.14, betreft:
- a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de werkgever en de en verantwoordelijke personen in geval van nood alsmede een overzicht van hun taken en bevoegdheden;
- b. een beschrijving van de organisatie van de personen belast met het gebruik van en het geoefend zijn in het gebruik van evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen alsmede de personen belast met speciale taken bij het evacueren en redden van personen op een mijnbouwinstallatie;
- c. de wijze van alarmering;
- d. de regeling van de hulpverlening;
- e. het aantal, soort en type evacuatie-, ontsnappings-, en reddingsmiddelen, alsmede de persoonlijke reddingsmiddelen die op de mijnbouwinstallatie in gebruik zijn;
- f. de criteria voor de capaciteit van bijstandschepen en helikopters, inclusief de reactietijd daarvan;
- g. het aantal personen, dat ervaren is in het gebruik van het materieel, bedoeld in onderdeel e en f van deze bijlage;
- h. een schematische overzichtstekening waarop de evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen op de mijnbouwinstallatie zijn aangegeven;
- i. het soort en de frequentie van de te houden oefeningen;
- j. de te nemen maatregelen ter verzekering van de veiligheid en gezondheid van met reddingswerk belaste personen, met name met het oog op de aan het verrichten van reddingswerk in een atmosfeer, waarin verstikkende of giftige gassen aanwezig zijn, of in een met radioactieve stoffen besmette atmosfeer verbonden gevaren.
Bijlage IX. behorend bij artikel 4.1, onder t
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 10
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten.
Ligplaats
Niet aan de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur tenminste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 11
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten en verzegeld.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Echter alleen naar een veilige ligplaats (= een ligplaats waar binnen een afstand van 25 meter van de ladingzone geen vuur aanwezig is of naar redelijke verwachting kan ontstaan).
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is aangemerkt als zijnde veilig voor mensen en veilig voor vuur.
In het laatste geval is de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 een voorloper van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2.
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is zowel veilig voor mensen als veilig voor vuur.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien gebleken is dat de ruimten waarin met vuur moet worden gewerkt veilig voor mensen en veilig voor vuur zijn gebleven, terwijl ook in de toestand van de andere ruimten binnen de ladingzone geen wijziging mag zijn opgetreden.
Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk boven of buiten de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Aangezien echter de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 de voorloper is van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 zal men er voor zorg moeten dragen dat de gehele ladingzone veilig voor vuur is. De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Deze vastgestelde toestand is ongewijzigd gebleven na de uitreiking van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1. Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven en buiten de gehele ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 20
Toestand van de ladingzone
- De ladingzone is geheel of gedeeltelijk veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in besloten ruimten buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur boven en buiten de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in de gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 31
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 32
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Het resterende gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 33
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven of buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30
Toestand van de ladingzone
- De K3-ruimten buiten de ladingzone zijn veilig voor vuur.
De toestand van de ruimten binnen de ladingzone wordt op deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring niet opgenomen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in K3-ruimten buiten de ladingzone.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 is een zogenaamde “Combinatie Veiligheids- en gezondheidsverklaring”. Dat betekent, dat een Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 nooit alleen afgegeven mag worden. Altijd zal dit moeten gebeuren in combinatie met een Veiligheids- en gezondheidsverklaring, welke de toestand van de ladingzone aangeeft.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring is bedoeld om een Veiligheids- en gezondheidsverklaring welke zijn geldigheid heeft verloren weer geldig te maken
Toestand van de ladingzone
De toestand van de ladingzone is gelijk aan de toestand zoals die vermeld wordt op de Veiligheids- en gezondheidsverklaring die door het uitreiken van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4 zijn geldigheid herkrijgt.
De modellen, bedoeld in deze bijlage, liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage X. behorend bij artikel 4.16 van de Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e
Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f
10.3. Uitslagregel van het examen
13. Geldigheidscondities
2. Definities
2. Definities
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
4.7.2. Werkwijze
5.2. Uitvoering van het examen
5.4. Eisen te stellen aan het examen
11. Hercertificatie
10.3.2. Toetstermen: Theorie-examen voor duikploegleider
4.6.3. Klachtenregeling
6.3.3. Beoordeling van een praktijkverrichting
Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b
10.2.5. Theorie-examen voor duikploegleider
11.3. Uitslagregel van de beoordeling
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, derde lid
Paragraaf 4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
Paragraaf 6.3.2. Inzage in het duiklogboek
Paragraaf 8.4.6. Opleidingscurriculum B2 SSE (tot en met 30 meter)
Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18
De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.
Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.
Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:
De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:
Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid
Bijlage XIIIa. behorend bij Artikel 4.27
4. Certificatiereglement
4.6.3. Klachtenregeling
11.3. Cesuur van de beoordeling
6.4. Verslag van bevindingen
13. Geldigheidscondities
4.1. Doelstelling
Het toezicht heeft tot doel om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI moet beoordelen of de certificaathouder blijft voldoen aan de gestelde eisen. De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW.
11.1. Toetstermen voor hercertificatie
Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27
4.7. Bezwaarprocedure
4. Onjuist gebruik
4.1. Theorie-examen
6.3. Uitvoering van het toezicht
4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding
6. Toezicht
13. Geldigheidscondities
10.3.2. Toetstermen: Theorie-examen voor duikploegleider
5.2. De exameninstelling
4.7. Bezwaarprocedure
10.1. Toetstermen
5.4.1. Beslotenheid van examens
Deel II: Normen
3.3. Actieve partijen
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
10.1.1. Duikploegleider
4.7.3. Procedure
3.1. Beschrijving document
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
6.6. Melding aan de Inspectie SZW
3.3. Actieve partijen
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
4.6.3. Klachtenregeling
4.6. Klachtenregeling
Bijlage XIIIc. behorend bij Artikel 4.27
Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27
Theorie
6.2. Frequentie van toezicht
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28
2. Definities
Bijlage XIIIf. behorend bij Artikel 4.28
Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a
| Belastende situatie in de gebruiksfase | Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht |
|---|---|
| Beschermingsmaatregel | Maatregelen ter bescherming van de gezondheid |
| Bijzondere belastende omstandigheden | Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting |
| C1–C5 | Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden: |
| C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen. | |
| C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen. | |
| C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie | |
| C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden | |
| C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling | |
| Dauwpunt | De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak |
| Derivaten | Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn |
| Droge ruimte | Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd |
| Enige luchtvervuiling | Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem |
| Hoge luchtvervuiling | Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond |
| NEN 12944 ( NPR 7452) | Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld. |
| Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur | Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt |
| Schone atmosfeer | Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden |
| VOS | Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen. |
Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid
| Groepen | VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel |
|---|---|
| Spuitenreinigers | 850 gr/liter |
| Oppervlaktereinigers | 200 gr/liter |
| Washprimers | 780 gr/liter |
| Primer surfacer, | 540 gr/liter |
| 1 of 2 component | |
| Sealer | 540 gr/liter |
| 1-laags aflaksysteem | 420 gr/liter |
| en chassiscoating | |
| 2-laagsaflaksysteem bestaande uit: | 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter. |
| basiskleurlak en blanke lak | |
| Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. | 840 gr/liter |
| Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. | 150 gr/liter |
Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Tijdens het monteren en demonteren
4.6. Klachtenregeling
4. Certificatiereglement
6. Toezicht
Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid
1. Inleiding
4. Certificatiereglement
Klachten over het bedrijf of de persoon
10.1. Toetstermen
5.1. Algemeen
6. Toezicht
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
12. Het certificaat
Hijs- en hefgereedschappen
4.5. Geldigheidscondities
Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten.
Deel II: Normen
Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid
10.2. Beoordelingsmethode
1. Inleiding
4. Certificatiereglement
zaken bij het gehele certificatieproces.
4.3. Certificatiebeslissing
4.9. Norminterpretatie
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid
Theorie
De examinator moet altijd een proces verbaal invullen, ook als er geen bijzonderheden te vermelden zijn. De CKI neemt geen verzoeken tot verstrekking van het certificaat van vakbekwaamheid in ontvangst zonder een bijgaand proces-verbaal. Op het proces-verbaal staat ook de tijdsduur van het afgenomen examen. Indien het examen 30 minuten of eerder gereed is dan de aangegeven tijd, dient de reden hiervan expliciet in het proces verbaal te worden opgenomen.
12. Het certificaat
2. Definities
3.1. Beschrijving schema
Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van de open vragen van het theorie-examen wordt door de exameninstelling een corrector aangesteld. De corrector voldoet aan de volgende kwalificatiecriteria:
Deel II: Normen
8. Entreecriteria
Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7
Werkveldspecifiek certificatieschema personen: voor het persoonscertificaat Machinist Mobiele Kraan
13. Geldigheidscondities
4.2. Certificatieprocedure
4.6. Klachtenregeling
Klachten over de CKI
5.1. Doelstelling
4.9. Norminterpretatie
5.2. De exameninstelling
6. Toezicht
6.1. Medewerking aan toezicht
7. Onderwerp van certificatie
Theorie
Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling
6.4. Verslag van bevindingen
7. Onderwerp van certificatie
Deel II: Normen
11. Hercertificatie
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Autolaadkraan
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
13. Geldigheidscondities
3. Werkveldspecifieke kenmerken
4.3. Certificatiebeslissing
Kranen en giek worden instabiel door het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de kraan. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de kraan. Goed stempelen op goede schotten is de oplossing. Daarnaast zorgt overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.
4. Certificatiereglement
Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling
8. Entreecriteria
5.4. Eisen te stellen aan het examen
Er geldt geen specifieke vooropleidingseis.
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
11.2. Beoordelingsmethode
11.2. Beoordelingsmethode
11.3. Censuur bij hercertificatie
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Verreiker Met Hijsfunctie
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Verreiker Met Hijsfunctie
Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:
Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling
De examinering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de certificatie-instelling en bestaat uit de volgende delen:
5.4. Eisen te stellen aan het examen
6.2. Frequentie van toezicht
11.2. Beoordelingsmethode
1. Inleiding
2. Vallende voorwerpen
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Klachten over het bedrijf of de persoon
4.7. Bezwaarprocedure
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
Klachten over het bedrijf of de persoon
Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC.
6. Toezicht
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
6.1. Medewerking aan toezicht
10.2. Beoordelingsmethode
12. Het certificaat
1. Inleiding
3. Werkveldspecifieke kenmerken
Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)