Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels
Bijlage XIIIc. behorend bij artikel 4.27
Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27
Vervallen
Bijlage XIIIe. behorend bij artikel 4.28
Paragraaf 11.2. Uitgangspunten toetsing
Artikel 1. Definities en afkortingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
- Beheerstichting: Stichting Ascert, zijnde de beheerstichting, bedoeld in artikel 1.5a, eerste lid, onderdeel f, van het besluit;
- DAV: deskundig asbestverwijderaar;
- DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
- DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
- DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
- NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing
Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.
Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
-
- Een instelling die een aanvraag, als bedoeld in artikel 1.5b van het besluit, heeft gedaan om aangewezen te worden als certificerende instelling, wordt beoordeeld op basis van de criteria, bedoeld in artikel 1.5a van het besluit.
-
- Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
- a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
- b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
- c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
- d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
- 1°. een zienswijzeprocedure overeenkomstig afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- 2°. een bezwaarschriftprocedure overeenkomstig de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht, en
- 3°. een klachtenprocedure overeenkomstig titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
-
- Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
-
- Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
-
- De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
-
- Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
-
- Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
-
- Een certificerende instelling sluit een overeenkomst met de beheerstichting overeenkomstig artikel 1.5a, eerste lid, onderdeel f, van het besluit.
-
- De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
-
- Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
-
- Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
-
- De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
- a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
- b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
- c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
- d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
-
- De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
-
- De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
-
- De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
-
- De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
-
- Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
- a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
- b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
- c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
- d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
-
- De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
- a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
- b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
- c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
- d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
-
- Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
- a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
- b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
- c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
-
- Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
- a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
- b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
- c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
- d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
- e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
- f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
-
- Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
- a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
- b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
- c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
- d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
- e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
-
- Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
- a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
- b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
- c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
- d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
-
- De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
-
- De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
- a. een curriculum vitae;
- b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
- c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
-
- De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.
-
- Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
-
- Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
-
- Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
- a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
- b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
-
- Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
-
- De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
-
- De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal
De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.
Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling
De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.
Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
-
- Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
-
- Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
-
- De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
- a. de afhandeling van klachten;
- b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
- c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
- d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
-
- De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, derde lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Inspectie SZW over onder meer de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
-
- De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
-
- De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.
Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a
| Belastende situatie in de gebruiksfase | Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht |
|---|---|
| Beschermingsmaatregel | Maatregelen ter bescherming van de gezondheid |
| Bijzondere belastende omstandigheden | Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting |
| C1–C5 | Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden: |
| C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen. | |
| C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen. | |
| C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie | |
| C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden | |
| C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling | |
| Dauwpunt | De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak |
| Derivaten | Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn |
| Droge ruimte | Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd |
| Enige luchtvervuiling | Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem |
| Hoge luchtvervuiling | Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond |
| NEN 12944 ( NPR 7452) | Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld. |
| Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur | Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt |
| Schone atmosfeer | Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden |
| VOS | Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen. |
Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid
| Groepen | VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel |
|---|---|
| Spuitenreinigers | 850 gr/liter |
| Oppervlaktereinigers | 200 gr/liter |
| Washprimers | 780 gr/liter |
| Primer surfacer, | 540 gr/liter |
| 1 of 2 component | |
| Sealer | 540 gr/liter |
| 1-laags aflaksysteem | 420 gr/liter |
| en chassiscoating | |
| 2-laagsaflaksysteem bestaande uit: | 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter. |
| basiskleurlak en blanke lak | |
| Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. | 840 gr/liter |
| Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. | 150 gr/liter |
Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid
Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, derde lid
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, derde lid
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid
Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid
Vervallen
Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7
Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- driehoekig;
- zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26
| A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren |
|---|---|---|
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| BEGIN Pas op! Begin van commando | Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven | |
| STOP Onderbreking Einde van de beweging | De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden | |
| EINDE Einde van de werkzaamheden | Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd | |
| B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| HIJSEN | Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VIEREN | Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VERTICALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| VOORUIT | Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt | |
| ACHTERUIT | Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt | |
| NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt | |
| NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt | |
| HORIZONTALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| D. Gevaar | D. Gevaar | D. Gevaar |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| GEVAAR | Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren | |
| SNELLE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd | |
| TRAGE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd |
Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27
Vervallen
Bijlage XIIIe. behorend bij artikel 4.28
Vervallen
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, derde lid
Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a
| Belastende situatie in de gebruiksfase | Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht |
|---|---|
| Beschermingsmaatregel | Maatregelen ter bescherming van de gezondheid |
| Bijzondere belastende omstandigheden | Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting |
| C1–C5 | Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden: |
| C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen. | |
| C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen. | |
| C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie | |
| C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden | |
| C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling | |
| Dauwpunt | De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak |
| Derivaten | Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn |
| Droge ruimte | Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd |
| Enige luchtvervuiling | Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem |
| Hoge luchtvervuiling | Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond |
| NEN 12944 ( NPR 7452) | Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld. |
| Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur | Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt |
| Schone atmosfeer | Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden |
| VOS | Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen. |
Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid
| Groepen | VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel |
|---|---|
| Spuitenreinigers | 850 gr/liter |
| Oppervlaktereinigers | 200 gr/liter |
| Washprimers | 780 gr/liter |
| Primer surfacer, | 540 gr/liter |
| 1 of 2 component | |
| Sealer | 540 gr/liter |
| 1-laags aflaksysteem | 420 gr/liter |
| en chassiscoating | |
| 2-laagsaflaksysteem bestaande uit: | 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter. |
| basiskleurlak en blanke lak | |
| Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. | 840 gr/liter |
| Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. | 150 gr/liter |
Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid
Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Vervallen
Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling
Vervallen
Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling
4.1. Doelstelling
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- driehoekig;
- zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26
| A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren |
|---|---|---|
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| BEGIN Pas op! Begin van commando | Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven | |
| STOP Onderbreking Einde van de beweging | De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden | |
| EINDE Einde van de werkzaamheden | Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd | |
| B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| HIJSEN | Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VIEREN | Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VERTICALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| VOORUIT | Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt | |
| ACHTERUIT | Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt | |
| NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt | |
| NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt | |
| HORIZONTALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| D. Gevaar | D. Gevaar | D. Gevaar |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| GEVAAR | Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren | |
| SNELLE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd | |
| TRAGE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd |
Artikel 1.1c. Beheer register en opname verklaring omtrent het gedrag
De verwerker, genoemd in artikel 1.5k, tweede lid, van het besluit, voert een deugdelijk beheer ten aanzien van de registers, genoemd artikel 1.5j, eerste lid, van het besluit.
De registers, genoemd in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit, bevatten tevens het gegeven, bedoeld in artikel 1.5m, eerste lid, onder d, van het besluit.
Artikel 1.1d. Verzoek om registratie of herregistratie
De persoon die zich wil laten registeren of herregistreren in een register, genoemd in artikel 1.5j, eerste lid, van het besluit, verstrekt de gegevens die op grond van artikel 1.5l, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit hiervoor zijn vereist aan de verwerker van het betreffende register. De persoon die zich wil laten registreren of herregisteren in een register als bedoeld in artikel 1.1c, tweede lid, verstrekt daarbij tevens het gegeven bedoeld in artikel 1.5l, eerste lid, onderdeel d, van het besluit.
De verwerker van het register kan bepalen dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, een of meer gegevens als bedoeld in artikel 1.5l, eerste lid, van het besluit in digitale vorm verstrekt. Daartoe zorgt de verwerker voor een permanent bereikbare en volgens de stand van de techniek beveiligde website.
De persoon, bedoeld in het eerste lid, legitimeert zich bij de verwerker zodanig dat deze zijn identiteit kan vaststellen.
De verwerker verstrekt de geregistreerde of geherregistreerde een bewijs van registratie of herregistratie.
Artikel 1.1e. Verzoek om informatie of inzage
De administratie van het register is zodanig ingericht dat op verzoek van:
- a. de geregistreerde of geherregistreerde tijdig aan hem de gegevens, bedoeld in artikel 1.5m, eerste lid, van het besluit worden verstrekt die over hem in het register zijn opgenomen, ten behoeve van controle op juistheid en volledigheid;
- b. de werkgever van een werknemer, de opdrachtgever van een zelfstandige of de door de werkgever of opdrachtgever gemachtigde aan hem tijdig meegedeeld wordt of de door hem in zijn verzoek vermelde persoon in het register is opgenomen, en zo ja met welke status en voor welk werkveld of welke werkvelden;
- c. een andere direct betrokkene tijdig aan hem meegedeeld wordt of de door hem in zijn verzoek vermelde persoon in het register is opgenomen en zo ja met welke status en voor welk werkveld of welke werkvelden; en
- d. de toezichthouder tijdig aan hem de gegevens, bedoeld in artikel 1.5m, eerste lid, van het besluit, worden verstrekt die voor de naleving van de bij en krachtens de wet gegeven voorschriften van belang zijn.
De personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d, legitimeren zich bij de verwerker zodanig dat deze kan vaststellen dat zij geregistreerde of geherregistreerde onderscheidenlijk toezichthouder zijn.
Artikel 1.1f. Aanpassing gegevens op verzoek geregistreerde of geherregistreerde
De geregistreerde of geherregistreerde kan de minister gemotiveerd verzoeken de in het register opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 1.5m, eerste lid, van het besluit en de artikelen 1.9a, eerste, vijfde en zesde lid, en 1.9d, tweede lid, aan te passen of te verwijderen.
In voorkomend geval doet de geregistreerde of geherregistreerde de minister met het verzoek, bedoeld in het eerste lid, nieuwe gegevens toekomen.
Artikel 1.1d, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.1g. Informeren geregistreerde of geherregistreerde
De minister informeert de geregistreerde of geherregistreerde desgevraagd over:
- a. door hem genomen besluiten betreffende een verzoek om informatie of inzage als bedoeld in artikel 1.1e, eerste lid, onder b, c en d; en
- b. door hem anders dan op verzoek van de geregistreerde of geherregistreerde in dat register aangepaste gegevens dan wel uit het register verwijderde gegevens.
Artikel 1.1h. Misbruik of zoekraken van het bewijs van registratie of herregistratie
De geregistreerde of geherregistreerde voorkomt misbruik en het zoekraken van het bewijs van registratie of herregistratie door derden.
De constatering van misbruik en het zoekraken van het bewijs van registratie of herregistratie meldt de geregistreerde of geherregistreerde binnen tien dagen schriftelijk of digitaal aan de minister.
Hoofdstuk 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, deskundigen en arbodiensten
Paragraaf 2.1. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen
Paragraaf 2.3. Certificatie
Hoofdstuk 3. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Paragraaf 3.1. Bouwproces
Paragraaf 3.3. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen
Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen
Paragraaf 4.7. Bijzondere voorschriften asbest
Paragraaf 4.9. Vervallen
Hoofdstuk 5. Beeldschermarbeid
Paragraaf 7.1. Certificatie hijskranen
Bijlage IIe. behorend bij Artikel 2.16
Respirabel/inhaleerbaar stof
3.2. Actieve partijen
1. Inleiding
Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17
9. Eindtermen
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4.2. Algemene regels
Bijlage III. behorend bij artikel 3.1
Vervallen
Bijlage IV. behorend bij artikel 3.9, onderdeel b
De informatie, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel b, betreft voor zover van toepassing:
- a. een locatiekaart waarop de inter- en intrafieldpijpleidingen alsmede de onder water afgewerkte boorgaten zijn aangeduid;
- b. algemene tekeningen van ligging en plattegrond van het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a, of de opbouw en configuratie van de mijnbouwinstallatie, bedoel in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen b, c en d;
- c. voor- en zijaanzichten van het mijnbouwwerk;
- d. een stroomdiagram dat het gehele behandelingsproces van delfstoffen omvat met een massabalans;
- e. tekeningen van pijpen, instrumentatie voor de processystemen en de ondersteunende systemen (deze tekeningen worden alleen op verzoek van een toezichthouder opgestuurd);
- f. tekeningen van gevarenzones;
- g. oorzaak- en gevolgtekeningen die behoren bij de alarm- en insluitsystemen;
- h. tekeningen van de aanleg en situering van brand- en gasdetectiesystemen;
- i. tekeningen van brandbeschermende voorzieningen;
- j. tekeningen van reddingsmiddelen en ontsnappingsroutes;
- k. Heating Ventilation Air Conditioning (HVAC)-tekeningen;
- l. een diagram van alle oproep-, alarmerings- en communicatiesystemen;
- m. tekeningen van de indeling van het oproep- en alarmsysteem;
- n. een beschrijving van het elektrisch systeem aan de hand van een één-lijndiagram waarop de noodsystemen zijn aangegeven;
- p. de locatie en capaciteit van opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen;
- q. de locatie van opslagplaatsen voor chemische stoffen, en
- r. de locatie van opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen.
Bijlage V. behorend bij artikel 3.9, onderdeel c
De informatie met betrekking tot het brandbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel c, betreft:
-
- een plattegrond van het mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, en, voor zover nodig, een situatieschets van elk van de op het mijnbouwwerk aanwezige installaties, verblijven of overige lokalen, waarop zijn aangegeven:
- a. de plaatsen en ruimten waar stoffen, voor welke verhoogd brandgevaar bestaat, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen zomede de plaatsen en ruimten, waar stoffen, die direct of indirect gevaar voor ontploffing kunnen veroorzaken, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen, met de naaste omgeving daarvan;
- b. de plaatsen, waar gas of vloeistof, eventueel ter verbranding, wordt afgevoerd;
- c. de plaatsen waar handbediende en automatische brandmeldinstallaties met bijbehorende alarmsignalen zijn geïnstalleerd; de soort signalering dient te worden vermeld;
- d. de plaatsen, waar brandblusinstallaties of grote blusmiddelen zijn opgesteld, met vermelding van type, soort (handbediend of automatisch) en capaciteit van elk der installaties en middelen;
- e. het globale aantal en de soort handbrandblusapparaten per ruimte; de plaatsen, waar pompen voor de bluswatervoorziening zijn opgesteld, de capaciteit van deze pompen, de plaatsen waar hydranten en brandslangen aanwezig zijn en brandslangen aan de bluswaterleiding kunnen worden aangesloten;
- f. indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a: de aanwezigheid van vijvers en sloten, indien bluswater zonodig aan het oppervlaktewater zal worden onttrokken;
-
- de organisatie van de brandbestrijdingsdienst;
-
- de wijze van brandmelding en van alarmering;
-
- de regeling van de hulpverlening bij brand of ontploffing;
-
- gegevens betreffende ademhalingsbeschermingsmiddelen voor de met het bestrijden van brand belaste personen.
Bijlage VI. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of iedere vast opgestelde mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b betreft ten aanzien van:
- A. het voorontwerprapport:
- I. het identificeren en evalueren van gevaren en de daarmee samenhangende risico's van de verschillende overwogen ontwerpopties;
- II. van het gekozen ontwerp:
- het vaststellen van beheersmaatregelen die risico's uitsluiten of verminderen;
- het evalueren van risicoverminderende systemen;
- het vaststellen van noodzakelijke beheerssystemen, en
- het evalueren van voorlopige berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies.
- B. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het voorontwerprapport;
- het vaststellen van de soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen van het boorwerk of de vast opgestelde mijnbouwinstallatie.
- C. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- D. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
- E. het addendum verlaten en verwijderen:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de verwijderingsmethoden en -technieken;
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen; en
- het aantonen dat de hoeveelheid koolwaterstoffen, toxische stoffen en chemische stoffen geminimaliseerd is.
Bijlage VII. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot iedere als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c en iedere andere verplaatsbare installatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in of aan een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d betreft ten aanzien van:
- A. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen en het verwijderen van de als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c of andere verplaatsbare mijnbouwinstallatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d;
- B. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- C. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van de procedure en de beheersmaatregelen gedurende de constructieactiviteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
Bijlage VIII. behorend bij artikel 3.14
De informatie met betrekking tot het noodplan, bedoeld in artikel 3.14, betreft:
- a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de werkgever en de en verantwoordelijke personen in geval van nood alsmede een overzicht van hun taken en bevoegdheden;
- b. een beschrijving van de organisatie van de personen belast met het gebruik van en het geoefend zijn in het gebruik van evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen alsmede de personen belast met speciale taken bij het evacueren en redden van personen op een mijnbouwinstallatie;
- c. de wijze van alarmering;
- d. de regeling van de hulpverlening;
- e. het aantal, soort en type evacuatie-, ontsnappings-, en reddingsmiddelen, alsmede de persoonlijke reddingsmiddelen die op de mijnbouwinstallatie in gebruik zijn;
- f. de criteria voor de capaciteit van bijstandschepen en helikopters, inclusief de reactietijd daarvan;
- g. het aantal personen, dat ervaren is in het gebruik van het materieel, bedoeld in onderdeel e en f van deze bijlage;
- h. een schematische overzichtstekening waarop de evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen op de mijnbouwinstallatie zijn aangegeven;
- i. het soort en de frequentie van de te houden oefeningen;
- j. de te nemen maatregelen ter verzekering van de veiligheid en gezondheid van met reddingswerk belaste personen, met name met het oog op de aan het verrichten van reddingswerk in een atmosfeer, waarin verstikkende of giftige gassen aanwezig zijn, of in een met radioactieve stoffen besmette atmosfeer verbonden gevaren.
Paragraaf 4.1. Certificatiereglement
Paragraaf 8.4.2. Opleidingscurriculum A2 SCUBA (tot en met een diepte van 15 meter)
Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f
Paragraaf 8.4.8. Opleidingscurriculum B4 SSE (met open duikklok)
Hoofdstuk 12. Certificaat
4.6.2. Klachten over het bedrijf of de persoon
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)