Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grote Funderingsmachine

Bij het verplaatsen van de machine naar een (andere) werklocatie (ook van paal naar paal)

In het algemeen is dit de veiligste situatie. Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen staat de funderingsmachine in principe in ruststand. Het heiblok, de boormotor of de vibrator is in de regel geleid langs een makelaar of leider welke is afgesteund op de grond (of een schot). De makelaar of leider dient alleen voor het geleiden van het heiblok enz. De krachten op de machine welke de stabiliteit beïnvloeden zijn stabiel en minimaal (geen versnellings- en vertragingsmomenten, geen schuine reeptrek enz.). Het kantelmoment is voor de gekozen werksituatie berekend en als veilig te beschouwen, er treden immers geen dynamische belastingen uit beweging(en) van de machine zelf op. De machine ondervindt, afgezien van de windbelasting, nagenoeg alleen statische belastingen.

Een vlak en draagkrachtig bouwterrein is van groot belang voor de begaanbaarheid en beloopbaarheid. De conditie van het bouwterrein is direct van invloed op de stabiliteit van het in te zetten materieel, maar ook op de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeel. Helaas komen er nog elk jaar ongelukken voor door omvallend materieel, soms zelfs met dodelijke afloop. Verder leiden slechte arbeidsomstandigheden tot onder andere nek- en rugklachten en klachten aan het bewegingsapparaat.

4.1.4. Ontwikkeling en onderhoud van een certificatieschema

Een deskundige is een voldoende opgeleid en ter zake kundig persoon, die bevoegd is inspectie-, beproevings- of keuringswerkzaamheden te verrichten. Als deskundige kan worden aangemerkt de machinist van de funderingsmachine, in bezit van het certificaat machinist grote funderingsmachine.

4.1.5. Onderaanneming

Als de machine niet als hijskraan is ingericht, is hijsen alleen toegestaan voor:

Voor alle configuraties van de machine, waarbij hijsen mogelijk is, dienen capaciteitstabellen aanwezig te zijn.

Stalen buizen, staalprofielen en damwanden hijsen

Hijsen van draglineschotten

4. Certificatiereglement

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

Deze condities zijn:

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Klachten over het bedrijf of de persoon

4.7. Bezwaarprocedure

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten.

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

4.1. Theorie-examen

4. Eisen t.a.v. de locatie

De examinator moet per certificatieschema een door de exameninstelling voorgedragen en door de certificatie-instelling geaccepteerde deskundige zijn.

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten.

6.1. Medewerking aan toezicht

Daarnaast voert de CKI, onaangekondigd, een 5% steekproef uit op de betrouwbaarheid van de invulling van de scholing en de praktijkervaring. Voor de registratie van de scholing en de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie te worden gevoerd door de CKI. Deze administratie moet minimaal vijf jaar beschikbaar blijven.

6.4. Verslag van bevindingen

7. Onderwerp van certificatie

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

8. Entreecriteria

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

Praktijk

6.1. Examenpersoneel

Een kandidaat kan tot uiterlijk 6 maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor zijn praktijk- of theorietoets, herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk. In dit geval kan de kandidaat, binnen de gestelde termijn van 6 maanden, maximaal twee maal een herexamen aanvragen. Hierna, of na het verstrijken van de termijn, moet een volledig examen (zowel theorie als praktijk) worden afgelegd. Er is geen maximum verbonden aan het aantal gecombineerde praktijk- en theorie-examens.

11.1. Toetstermen hercertificatie

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die een aansluitend besluit neemt over de (her-) verlening van het persoonscertificaat.

12. Het certificaat

12. Het certificaat

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

13. Geldigheidscondities

13. Geldigheidscondities

5.4. Eisen te stellen aan het examen

7.2. Dekking eind- en toetstermen

De houder van het certificaat machinist verticaal transport dient door derden tegen hem/haar ingediende klachten, die met de strekking van dit certificaat verband houden, te melden aan de certificatie-instelling die het betreffende certificaat heeft afgegeven.

6.1. Medewerking aan toezicht

Het resultaat van zowel het theorie- als praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht.

Hierna, of na het verstrijken van de termijn, zullen zowel het theorie- als het praktijkexamen afgelegd dienen te worden.

2. Definities

Dit reglement omschrijft de algemene werkwijze bij de certificatie, de beoordeling van de geldigheidscondities en de hercertificatie-eisen.

8. Diversen

Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

Kranen en giek worden instabiel door het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de kraan. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de kraan. Goed stempelen op goede schotten is de oplossing. Daarnaast zorgt overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.

4. Certificatiereglement

4.1. Doelstelling

4.6. Klachtenregeling

4.6. Klachtenregeling

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Klachten over het bedrijf of de persoon

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

Bestuursrechter

4.7. Bezwaarprocedure

Procedure

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

De examinering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de certificatie-instelling en bestaat uit de volgende delen:

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4.1. Beslotenheid van examens

Deze functionaris heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De toezichthouder beschikt wel over:

6.1. Medewerking aan toezicht

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten. Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.

Deel II: Normen

Verklaring van codes:

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm. Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

Het praktijkexamen bestaat uit de volgende activiteiten:

5.4. Eisen te stellen aan het examen

11. Hercertificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

11.2. Beoordelingsmethode

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

1. Inleiding

13. Geldigheidscondities

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.1. Beschrijving schema

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Torenkraan

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van veilig hijsen door een machinist met een torenkraan. Door het ministerie van SZW is het schema. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een torenkraan. Het certificatiesysteem van de Certificatie Instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit het WDAT-VT-Personen.

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Dit WSCS-VT Machinist Torenkraan is door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

4.2. Certificatieprocedure

In de bouw hijsen kraanmachinisten vaak onbekende en onstabiele lasten over grote groepen bouwvakkers heen en lossen ze de last in de directe nabijheid van personen die niets met de hijsactiviteit te maken hebben. De last wordt vaak aangeslagen door niet-deskundigen. De machinist draagt echter wel de verantwoordelijkheid voor het hijsen van de last. Met het hijsen op zich gaat vervolgens weinig fout, maar wel met de last (schuiven, vallen, haakbreuk etc.). Oorzaak van dit risico is het werken met onveilig materieel, ondeskundig personeel, tijdgebrek en het ontbreken van een hijsplan.

4.3. Certificatiebeslissing

4.5. Geldigheidscondities

4.7. Bezwaarprocedure

Bestuursrechter

4.8. Register voor vakbekwaamheid

4.7. Bezwaarprocedure

4.7. Bezwaarprocedure

Beslissing op het bezwaarschrift

5. Examenreglement

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

Van de toezichthouder wordt verwacht dat hij:

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Het examenpersoneel is onafhankelijk. Al het examenpersoneel tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid worden gegarandeerd en waarin zij verklaart geen werkzaamheden bij c.q. voor een opleider te verrichten. Zij verklaart zich onafhankelijk van de kandidaat en de eventuele opleider/werkgever van de kandidaat. Mocht tijdens het examen blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en het betreffende examenpersoneelslid, dan dient de examinator dit tijdig aan de exameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende examinator deze kandidaat examineert op straffe van ongeldigheid van het examen.

Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

6.1. Medewerking aan toezicht

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

8. Entreecriteria

7. Onderwerp van certificatie

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een machinist torenkraan. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een torenkraan met een capaciteit boven de 10tm of waarvan de giek 20 meter of hoger boven het vlak van de ondersteuning van de kraan bevestigd is.

Theorie

9. Eindtermen

Praktijk

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

4.1.6. Deskundigheid personeel

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

11. Hercertificatie

11. Hercertificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een CKI. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die een aansluitend een besluit neemt over de (her-) verlening van het persoonscertificaat.

De certificatie-instelling controleert de registraties en toetst of voldaan wordt aan de vereiste praktijkervaring en bericht de aanvrager binnen een kalenderweek over het resultaat.

Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4. Certificatiereglement

4.3. Certificatiebeslissing

4.3. Certificatiebeslissing

Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

4.6. Klachtenregeling

4.7. Bezwaarprocedure

5.2. De exameninstelling

5.2.7. specifiek materieel machinist verreiker W4-07

6. Toezicht

6.1. Medewerking aan toezicht

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

De volgende zaken komen op het praktijkexamen aan de orde:

11.2. Beoordelingsmethode

12. Het certificaat

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

1. Inleiding

Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister.

1. Inleiding

INHOUD

1. Inleiding

2. Definities

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

4.2. Certificatieprocedure

4.5. Geldigheidscondities

Kranen worden intensief gebruikt en zijn onderhevig aan slijtage. Ook de opstelling en afbouw van de kraan heeft direct gevolgen voor het gebruik. Regelmatig keuren van de kraan is de oplossing.

4.1. Doelstelling

4.2. Certificatieprocedure

4.5. Geldigheidscondities

4.6. Klachtenregeling

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

4.7. Bezwaarprocedure

Beslissing op het bezwaarschrift

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Van de toezichthouder wordt verwacht dat hij:

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in dit TCVT-certificatieschema.

Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten.

Theorie

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist grondverzetmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een machinist grondverzetmachine. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld middels een statische verwijzing in de Arboregeling. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een grondverzetmachine met een bedrijflastmoment van tenminste 10tm. Het betreft hier:

8. Entreecriteria

9. Eindtermen

Theorie

Praktijk

Een kandidaat is geslaagd indien hij 42 punten of meer heeft behaald. Het resultaat wordt in een voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht.

10.3. Cesuur

6.4. Verslag van bevindingen

10.3. Cesuur

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2.

11.1. Toetstermen hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die aansluitend een besluit neemt over de (her-)verlening van het persoonscertificaat.

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die aansluitend een besluit neemt over de (her-)verlening van het persoonscertificaat.

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Autolaadkraan

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Autolaadkraan

Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot.

4.1. Doelstelling

4.1. Doelstelling

4.3. Certificatiebeslissing

Klachten over het bedrijf of de persoon

4.9. Norminterpretatie

Inleiding

Inleiding

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.1. Doelstelling

De examinering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de certificatie-instelling en bestaat uit de volgende delen:

Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van de open vragen van het theorie-examen wordt door de exameninstelling een corrector aangesteld. De corrector voldoet aan de volgende kwalificatiecriteria:

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in het betreffende TCVT-certificatieschema.

De examinator beschikt over:

6. Toezicht

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Het examenpersoneel is onafhankelijk. Al het examenpersoneel tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid worden gegarandeerd en waarin zij verklaart geen werkzaamheden bij c.q. voor een opleider te verrichten. Zij verklaart zich onafhankelijk van de kandidaat en de eventuele opleider/werkgever van de kandidaat. Mocht tijdens het examen blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en het betreffende examenpersoneelslid, dan dient de examinator dit tijdig aan de exameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende examinator deze kandidaat examineert op straffe van ongeldigheid van het examen.

Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.

Criteria

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor personen is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een Machinist Autolaadkraan. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

9. Eindtermen

Theorie

10.2. Beoordeling

Een kandidaat kan tot uiterlijk 6 maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor zijn praktijk- of theorietoets, herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk. In dit geval kan de kandidaat, binnen de gestelde termijn van 6 maanden, maximaal twee maal een herexamen aanvragen. Hierna, of na het verstrijken van de termijn, moet een volledig examen (zowel theorie als praktijk) worden afgelegd. Er is geen maximum verbonden aan het aantal gecombineerde praktijk- en theorie-examens.

11.2. Beoordelingsmethode

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

13. Geldigheidscondities

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

1. Inleiding

3.2. Actieve partijen

4.5. Geldigheidscondities

4. Certificatiereglement

De kandidaat machinist verreiker dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in voor het persoonscertificaat machinist verreiker. Vervolgens verstrekt de CKI alle relevante informatie over de gang van zaken bij het gehele certificatieproces.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

4.6. Klachtenregeling

Klachten over de CKI

Inleiding

4.8. Register voor vakbekwaamheid

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Inleiding

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.

Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het WSCS-VT Machinist Verreiker Met Hijsfunctie.

Een toezichthouder verricht de volgende taken:

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten. Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.

6. Toezicht

6. Toezicht

7. Onderwerp van certificatie

10.1. Toetstermen

Verklaring van vraagcode:

10.3. Cesuur

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2

11. Hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

de vervaldatum, dan is de datum van de certificatiebeslissing de ingangsdatum van het hernieuwde certificaat.

Criteria

Minimaal dienen de volgende gegevens op het certificaat vermeld te zijn:

13. Geldigheidscondities

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Document: WSCS-VT Machinist Kleine Funderingsmachine

2. Definities

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Omvalgevaar van kleine funderingsmachines verschilt sterk van het ene tot het andere type. De stabiliteit is tijdens de uitvoering in principe hoog. Het omvalrisico is door de compactheid gering. De stabiliteit tijdens het manoeuvreren is daarentegen relatief laag. De stabiliteit van de ondergrond is van groot belang. Tevens is er doorgaans gevaar voor aanrijden en voor beknelling. Het risico van omvallen wordt vergroot door het gebruik van een afzonderlijke of externe power pack en soms door beperkte afstempelmogelijkheden in de gegeven ruimte. Een (schroefpaal-)boormachine dient bij grote boormomenten goed te worden verankerd.

5. Stabiliteit ondergrond en toegankelijkheid bouwterrein

4. Blootstelling schadelijke stoffen/geluid

4.3. Certificatiebeslissing

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

4.9. Norminterpretatie

4.8. Register voor vakbekwaamheid

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend. De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

5.2. De exameninstelling

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.1. Doelstelling

5.2. De exameninstelling

6. Toezicht

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Indien examenpersoneel een potentieel belangenconflict heeft bij het examineren van een kandidaat, dient de CKI maatregelen te nemen om te garanderen dat de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van het examen niet in diskrediet worden gebracht. Deze maatregelen dienen vastgelegd te worden.

Praktijk

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

10.1. Toetstermen

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

10.3. Cesuur

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Tijdens het monteren en demonteren

Het certificatiesysteem van de certificatie-instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de WDAT-VT-Personen in het kader van verticaal transport.

Hijsen is een risicovolle beroepsactiviteit. Om het maatschappelijke belang -veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid- te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de vakbekwaamheid van machinist mobile kraan.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico

Tijdens het oprichten en strijken

Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.

In het algemeen is dit de veiligste situatie. Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen staat de funderingsmachine in principe in ruststand. Het heiblok, de boormotor of de vibrator is in de regel geleid langs een makelaar of leider welke is afgesteund op de grond (of een schot). De makelaar of leider dient alleen voor het geleiden van het heiblok enz. De krachten op de machine welke de stabiliteit beïnvloeden zijn stabiel en minimaal (geen versnellings- en vertragingsmomenten, geen schuine reeptrek enz.). Het kantelmoment is voor de gekozen werksituatie berekend en als veilig te beschouwen, er treden immers geen dynamische belastingen uit beweging(en) van de machine zelf op. De machine ondervindt, afgezien van de windbelasting, nagenoeg alleen statische belastingen.

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.

Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine

Hijsen van draglineschotten

Stalen buizen, staalprofielen en damwanden hijsen

Het werken van machines en personen in elkaars directe omgeving leidt altijd tot een verhoogd risico. Het is altijd veiliger als deze situaties worden vermeden. Toch kan niet altijd worden voorkomen dat economische en/of planmatige omstandigheden leiden tot de keuze van een werkwijze, waarbij zulke situaties noodzakelijk of zelfs onvermijdelijk zijn.

4.3. Certificatiebeslissing

Klachten over het bedrijf of de persoon

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Werkwijze

Algemeen:

Beslissing op het bezwaarschrift

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten.

Beslissing op het bezwaarschrift

5.1. Doelstelling

Deze functionaris heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De toezichthouder beschikt wel over:

5.2. De exameninstelling

5.2. De exameninstelling

Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4. Eisen te stellen aan het examen

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in het betreffende TCVT-certificatieschema.

De examinator beschikt over:

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4.1. Beslotenheid van examens

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten.

6.4. Verslag van bevindingen

Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende.

Praktijk

Dit WSCS voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een machinist grote funderingsmachine. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van funderings- en/of hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een funderingsmachine:

7. Onderwerp van certificatie

In de tabel is een overzicht gegeven van de verdeling van de eindtermen over de activiteiten van de praktijkexamens machinist grote funderingsmachine. Doordat eindtermen onderverdeeld zijn in toetstermen, is een eindterm vaak over meerdere activiteiten verdeeld. Daardoor is een eindterm meestal niet door een activiteit afgedekt.

Praktijk

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

10.3. Cesuur

11.1. Toetstermen hercertificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

13. Geldigheidscondities

13. Geldigheidscondities

Gedurende de looptijd gelden de volgende condities waar de certificaathouder zich aan moet houden. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

Klachten over de CKI

Er geldt geen specifieke vooropleidingseis.

3990 DD Houten

INHOUD

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

4.7. Bezwaarprocedure

10.2. Beoordelingsmethode

De maximale waardering voor de meerkeuzevragen is 50 punten (1 punt per goed antwoord). Een kandidaat is geslaagd indien hij 42 punten of meer heeft behaald. Het resultaat wordt in een voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht.

4. Certificatiereglement

5.2. De exameninstelling

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

4.7. Bezwaarprocedure

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

2. Definities

7. Onderwerp van certificatie

8. Entreecriteria

8. Entreecriteria

Voor het praktijkexamen wordt door de exameninstelling een examinator aangesteld.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

11.1. Toetstermen hercertificatie

Dit WSCS-VT Machinist Verreiker Met Hijsfunctie is door het CCvD TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van veilig hijsen door een machinist verreiker. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het uitvoeren van hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een verreiker met een bedrijfslastmoment van tenminste 10tm. Het betreft hier:

4.9. Norminterpretatie

5. Examenreglement

Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van de open vragen van het theorie-examen wordt door de exameninstelling een corrector aangesteld. De corrector voldoet aan de volgende kwalificatiecriteria:

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine

De examinator moet per certificatieschema een door de exameninstelling voorgedragen en door de certificatie-instelling geaccepteerde deskundige zijn.

1. Inleiding

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

6.1. Medewerking aan toezicht

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine

1. Inleiding

Praktijk

2. Definities

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist kleine funderingsmachine

5.1. Doelstelling

Wanneer door omstandigheden het persoonscertificaat van de machinist is verlopen zonder tijdige hercertificatie en de machinist alsnog in het bezit wil komen van een persoonscertificaat is er een dispensatieregeling mogelijk. Daartoe dient de machinist een aanvraag in bij een certificatie-instelling. Deze aanvraag wordt vervolgens voorgelegd aan TCVT Werkkamer 4 Vakbekwaamheid die een advies opstelt. Dit advies wordt vervolgens voorgelegd aan de certificatie-instelling die aansluitend een besluit neemt over de (her-)verlening van het persoonscertificaat.

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

13. Geldigheidscondities

Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister. Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

2. Definities

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.1. Beschrijvingschema

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist kleine funderingsmachine

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Criteria

Stalen buizen, staalprofielen en damwanden hijsen

10.1. Toetstermen

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is, tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

4.5. Geldigheidscondities

Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

Bestuursrechter

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

5. Examenreglement

11.1. Toetstermen hercertificatie

Tijdens het oprichten en strijken

Deze functionaris heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De toezichthouder beschikt wel over:

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.

5.4. Eisen te stellen aan het examen

Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.

Het certificatiesysteem van de certificatie-instelling (CKI) moet zijn gestructureerd in overeenstemming met de eisen uit de WDAT-VT-Personen in het kader van verticaal transport.

Het betreft certificatie van vakbekwaamheid op het gebied van veilig werken door een machinist met een grote funderingsmachine. Door het ministerie van SZW is het schema vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.

Stalen buizen, staalprofielen en damwanden hijsen

Daarnaast voert de CKI, onaangekondigd, een 5% steekproef uit op de betrouwbaarheid van de invulling van de scholing en de praktijkervaring. Voor de registratie van de scholing en de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie te worden gevoerd door de CKI. Deze administratie moet minimaal vijf jaar beschikbaar blijven.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

Het TCVT erkende opleidingsinstituut beoordeelt op het moment van scholing (2 maal in een periode van 5 jaar) elk TCPR-boekje ten aanzien van de scholing en de praktijkervaring. Indien een certificaathouder niet meer voldoet aan de eisen, wordt de CKI hiervan binnen drie werkdagen in kennis gesteld.

6.4. Verslag van bevindingen

De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.

Indien blijkt dat een certificaathouder niet voldoet aan de eisen of normen in het werkveldspecifieke certificatieschema heeft dit op zo kort mogelijke termijn maatregelen door de CKI tot gevolg. Mogelijke maatregelen zijn het weigeren, schorsen of intrekken van het certificaat.

Hijsen van draglineschotten

Indien er sprake is van een sanctie wordt dit aan de certificaathouder kenbaar gemaakt. Relevante informatie over de sanctie dient door de CKI ingebracht te worden in een centraal registratiesysteem. Deze meldingsplicht dient nauwkeurig uitgewerkt te worden, in verband met de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en de contractuele relatie tussen CKI en klant. Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.

Tijdens het monteren en demonteren wordt in het algemeen gewerkt zijdelings van de bouwplaats of op de bouwstraat. Er wordt vaak gebruik gemaakt van een mobiele kraan, autokraan of wiellader. Ook wordt de basismachine gebruikt voor laden, lossen en uitleggen van de te monteren makelaar en/of giekdelen. Er zijn geen extra risico’s voor het personeel en de machines welke met deze werkzaamheden bezig zijn. Als wordt gewerkt binnen het valbereik van een andere funderingsmachine moet het uitvoerende personeel van deze machine steeds bij een verhoogd risico de personen bij de op te bouwen machine hiervan in kennis stellen.

Tijdens het oprichten en strijken

9. Eindtermen

Praktijk

4.6. Klachtenregeling

Klachten over de CKI

In de tabel is een overzicht gegeven van de verdeling van de eindtermen over de activiteiten van de praktijkexamens machinist grote funderingsmachine. Doordat eindtermen onderverdeeld zijn in toetstermen, is een eindterm vaak over meerdere activiteiten verdeeld. Daardoor is een eindterm meestal niet door een activiteit afgedekt.

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2

Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

Indien de houder niet kan aantonen over voldoende praktijkervaring te beschikken in de laatste vijf jaar, dan kan hij via een praktijktoets aantonen nog steeds voldoende vakbekwaam te zijn. Een praktijktoets wordt afgenomen conform de eisen zoals vastgelegd in dit schema.

Hercertificatie kan als volgt worden ingevuld:

4.7. Bezwaarprocedure

4.3. Certificatiebeslissing

4.5. Geldigheidscondities

13. Geldigheidscondities

Gedurende de looptijd gelden de volgende condities waar de certificaathouder zich aan moet houden. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

Klachten over de CKI

4.6. Klachtenregeling

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.

Werkwijze

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Procedure

Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.

Bestuursrechter

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

5.2. De exameninstelling

De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:

5.1. Doelstelling

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

7. Onderwerp van certificatie

7. Onderwerp van certificatie

De examinator is belast met de beoordeling of, en in welke mate, kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het behalen van het examen. Hiertoe past de examinator de TCVT examinatoreninstructie toe bij de beoordeling. Bij een examen met meer dan één examinator, is een van de examinatoren aangewezen als voorzitter e vanuit die hoedanigheid verantwoordelijk voor een ordentelijk verloop van het examen en de afwikkeling daarvan.

De examinator moet per certificatieschema een door de exameninstelling voorgedragen en door de certificatie-instelling geaccepteerde deskundige zijn.

Theorie

5.4. Eisen te stellen aan het examen

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.

Verklaring van codes:

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het originele TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring en de scholing te worden voorgelegd aan de CKI. De ontvangst wordt binnen één kalenderweek bevestigd (deze bevestiging is een bewijs richting opdrachtgevers inzake de afwezigheid van het TCPR-boekje). De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.

10.3. Cesuur

11. Hercertificatie

Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht.

11.2. Beoordelingsmethode

Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende.

Deel II: Normen

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

12. Het certificaat

Het betreft hier:

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

9. Eindtermen

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd
Artikel 1.9da. Geldigheidsduur opname in register, certificaat van vakbekwaamheid en bewijs van toetsing
1.

Registratie of herregistratie als bedoeld in artikel 1.5j, vijfde lid, van het besluit, een certificaat dat op grond van artikel 1.5h van het besluit is afgegeven, en een bewijs van toetsing dat op grond van de artikelen 1.9c of 1.9d is afgegeven, ten behoeve van tijdelijke en incidentele dienstverrichting, hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de geldigheidsduur van de registratie of herregistratie in het register, genoemd in artikel 1.5j, eerste lid, van het besluit, dan wel van het persoonscertificaat dat op grond van artikel 20 van de wet, bedoeld in artikel 1.5f van het besluit, vereist is voor de uitoefening van hetzelfde beroep.

2.

De geldigheid van het bewijs van toetsing, bedoeld in het eerste lid, kan door de minister worden beperkt of beëindigd naar aanleiding van controles die zijn uitgevoerd in het kader van toezicht.

Hoofdstuk 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, deskundigen en arbodiensten

Paragraaf 2.3. Certificatie

Hoofdstuk 3. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Paragraaf 2.5. Vrijstelling

Paragraaf 3.2. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen

Paragraaf 3.3. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen

Paragraaf 4.7. Bijzondere voorschriften asbest

Paragraaf 4.4b. Kankerverwekkende processen

Paragraaf 4.7. Bijzondere voorschriften asbest

Hoofdstuk 6. Arbeid onder overdruk

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen

Paragraaf 6.2. Opleidingen

Paragraaf 6.2. Opleidingen

Hoofdstuk 8. Veiligheids- en Gezondheidssignalering

Hoofdstuk 8a. Overtredingen en maatregelen

Hoofdstuk 8a. Overtredingen en maatregelen

5. TOEZICHT

Bijlage VI. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i

Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of iedere vast opgestelde mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b betreft ten aanzien van:

  • A. het voorontwerprapport:
  • I. het identificeren en evalueren van gevaren en de daarmee samenhangende risico's van de verschillende overwogen ontwerpopties;
  • II. van het gekozen ontwerp:
  • het vaststellen van beheersmaatregelen die risico's uitsluiten of verminderen;
  • het evalueren van risicoverminderende systemen;
  • het vaststellen van noodzakelijke beheerssystemen, en
  • het evalueren van voorlopige berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies.
  • B. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het voorontwerprapport;
  • het vaststellen van de soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
  • het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
  • het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
  • het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
  • het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
  • het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
  • het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten;
  • het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
  • het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen van het boorwerk of de vast opgestelde mijnbouwinstallatie.
  • C. het addendum gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
  • het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
  • het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
  • D. het addendum grote wijzigingen:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten; en
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
  • E. het addendum verlaten en verwijderen:
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de verwijderingsmethoden en -technieken;
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen; en
  • het aantonen dat de hoeveelheid koolwaterstoffen, toxische stoffen en chemische stoffen geminimaliseerd is.

Bijlage IIc. behorend bij Artikel 2.14

Bijlage IId. behorend bij Artikel 2.15

10.3.5. Beperkt toepassingsgebied (toetstermen 1.1 t/m 3.4.2)

Respirabele vezels

Bijlage b:. overgangsregeling

C (Ceilingwaarde)

Respirabele vezels

Protocol Informatieuitwisseling ASBESTverwijdering Nederlandse Arbeidsinspectie – Certificerende Instellingen

Artikel 1:. begripsomschrijvingen

Artikel 2:. aanwijzen van contactpersonen

Artikel 4:. melding door de Certificerende Instelling aan de Nederlandse Arbeidsinspectie van overige categorie II afwijkingen (bijlage B van dit protocol)

Artikel 12:. geldigheid

1. Inleiding

3.3. Risicoanalyse

4.1. Persoonscertificatie bij werken onder overdruk

4.1.6. Vermeldingen op het certificaat

4.1.7. Toezicht op de certificaathouder

3.3. Actieve partijen

4.5. Geldigheidscondities

Bijlage IIe. behorend bij Artikel 2.16

4.6.1. Klachten over de CKI

4.7.2. Werkwijze

4.7. Bezwaarprocedure

4.7.5. Bestuursrechter

4.9. Norminterpretatie

5.1. Algemeen

5.4. Eisen te stellen aan het examen

5.4.1. Beslotenheid

6.2. Frequentie van het toezicht

6.3. Uitvoering van het toezicht

11.3. Cesuur van de beoordeling

Inhoudsopgave

3.3. Actieve partijen

4. Certificatiereglement

4.3. Certificatiebeslissing

4.5. Geldigheidscondities

4.6.. Klachtenregeling

Klachten over de CKI

4.7.1. Inleiding

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.1. Algemeen

6.5.3. Weigering

Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17

8.1. Duikploegleider

10.2. Beoordelingsmethode

10.2.4. Portfoliobeoordeling

10.2.2. Entreecriteria

10.2.5. Theorie-examen voor duikploegleider

10.2.4. Portfoliobeoordeling

10.2.5. Theorie-examen voor duikploegleider

10.2.5. Theorie-examen voor duikploegleider

10.2.6. Praktijkexamen

11.2. Beoordelingsmethode

11.2. Beoordelingsmethode

13. Geldigheidscondities

11.3. Uitslagregel van de beoordeling

Hoofdstuk 1. Definities

Paragraaf 8.4. Eisen aan het opleidingscurriculum

Paragraaf 8.4.4. Opleidingscurriculum B0 SSE (geconditioneerde omstandigheden)

Paragraaf 8.4.5. Opleidingscurriculum B1 SSE (tot en met 15 meter)

Paragraaf 8.4.7. Opleidingscurriculum B3 SSE (tot 50 meter)

Paragraaf 10.1. Toetscriteria

4. Certificatiereglement

6.1. Medewerking aan toezicht

Bijlage VII. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i

Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot iedere als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c en iedere andere verplaatsbare installatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in of aan een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d betreft ten aanzien van:

  • A. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
  • het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
  • het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
  • het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
  • het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
  • het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
  • het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
  • het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
  • het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)