Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen en het verwijderen van de als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c of andere verplaatsbare mijnbouwinstallatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d;
- B. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- C. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van de procedure en de beheersmaatregelen gedurende de constructieactiviteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
4.7.2. Werkwijze
4.7.3. Procedure
5.2. Uitvoering van het examen
5.4.2. Algemene regels
6.3.1. Uitvoeringsplan
Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f
9. Eindtermen
9. Eindtermen
10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie
11.1. Toetstermen voor hercertificatie
Inhoudsopgave
6.3.2. Inzage in het duikploegleiderlogboek
4.7.3. Procedure
4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding
5.2. Uitvoering van het examen
6.3.1. Uitvoeringsplan
6.3.4. Beoordeling naar aanleiding van klachten
6.5.1. Schorsing
8. Entreecriteria
9.1. Algemeen
10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie
8. Entreecriteria
9. Eindtermen
11.1. Toetstermen voor hercertificatie
11.2.2. Hercertificatie met aantekening
12. Certificaat
13. Geldigheidscondities
Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b
6. Toezicht
6.3.3. Beoordeling van een praktijkverrichting
9. Eindtermen
Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid
C
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikarbeid (WSCS-WOD-D)
Paragraaf 8.4.3. Opleidingscurriculum A3 SCUBA (tot en met 30 meter)
Paragraaf 8.4.3. Opleidingscurriculum A3 SCUBA (tot en met 30 meter)
Paragraaf 8.4.4. Opleidingscurriculum B0 SSE (geconditioneerde omstandigheden)
10.3.1. Algemene toetstermen (1.1 t/m 3.4.2)
Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid
Bijlage XIIIa. behorend bij Artikel 4.27
4.7. Bezwaarprocedure
4.7.5. Bestuursrechter
9. Eindtermen
10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie
10.2. Beoordelingsmethode
10.3. Uitslagregel van het examen
Inhoudsopgave
4.6.3. Klachtenregeling
Bijlage 1. , behorende bij artikel 23, tweede lid, van de bijlage XIIIe van de Arbeidsomstandighedenregeling
5.2. Uitvoering van het examen
6.3.4. Beoordeling naar aanleiding van klachten
6.5.1. Schorsing
6.5.3. Weigering
10.3. Opbouw van het examen
10.3.2. Toetstermen: Theorie-examen voor duikploegleider
4.3. Certificatiebeslissing
4.5. Geldigheidscondities
Paragraaf 8.4.5. Opleidingscurriculum B1 SSE (tot en met 15 meter)
Paragraaf 8.4.5. Opleidingscurriculum B1 SSE (tot en met 15 meter)
Bij de duikopleiding die toegang geeft tot de certificatie in subcategorie B2 worden in aanvulling op de leerdoelstellingen voor subcategorie B0 en B1 in elk geval de volgende leerdoelstellingen onderscheiden en onderwezen:
Paragraaf 8.4.7. Opleidingscurriculum B3 SSE (tot 50 meter)
Paragraaf 10.2.2. Theorie-examen A. SCUBA
Praktijkexamen A2
Paragraaf 10.2.5. Uitvoering van het theorie-examen
Paragraaf 11.2. Uitgangspunten toetsing
De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de certificerende instelling die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten. Hij is daartoe gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.
Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden nadere condities gesteld. Als niet aan de condities wordt voldaan, dan heeft dat consequenties voor het certificaat. De condities en de wijze van toezicht daarop door de certificerende instelling worden beschreven in deel II van het certificatieschema.
4.7.2. Werkwijze
4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding
5.4.2. Algemene regels
6.3. Uitvoering van het toezicht
De CKI maakt een plan voor de uitvoering van een controle zoals bedoeld in paragraaf 6.2.
6.3.1. Uitvoeringsplan
6.3.2. Beoordeling van een praktijkverrichting
9. Eindtermen
Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden nadere condities gesteld. Als niet aan de condities wordt voldaan, dan heeft dat consequenties voor het certificaat. De condities en de wijze van toezicht daarop door de CKI worden beschreven in deel II van het certificatieschema.
4.7.3. Procedure
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan.
6. Maatregelen
Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27
Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje.
6.1. Medewerking aan toezicht
7.1. Examenreglement
Klachten over het bedrijf of de persoon
Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.
10.1. Toetstermen
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
7. Onderwerp van certificatie
Op het certificaat dient vermeld te worden, dat de CKI verklaard dat de betreffende persoon voldoet aan de eisen uit het werkveldspecifieke certificatieschema en indien relevant of het ging om een hercertificatie.
Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28
10.2. Beoordelingsmethode
13. Geldigheidscondities
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
4.3. Certificatiebeslissing
Bijlage XIIIf. behorend bij Artikel 4.28
4.6.3. Klachtenregeling
10.2. Beoordelingsmethode
11. Hercertificatie
Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling
4.6. Klachtenregeling
Klachten over de CKI
Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a
| Belastende situatie in de gebruiksfase | Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht |
|---|---|
| Beschermingsmaatregel | Maatregelen ter bescherming van de gezondheid |
| Bijzondere belastende omstandigheden | Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting |
| C1–C5 | Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden: |
| C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen. | |
| C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen. | |
| C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie | |
| C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden | |
| C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling | |
| Dauwpunt | De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak |
| Derivaten | Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn |
| Droge ruimte | Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd |
| Enige luchtvervuiling | Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem |
| Hoge luchtvervuiling | Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond |
| NEN 12944 ( NPR 7452) | Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld. |
| Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur | Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt |
| Schone atmosfeer | Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden |
| VOS | Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen. |
Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid
| Groepen | VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel |
|---|---|
| Spuitenreinigers | 850 gr/liter |
| Oppervlaktereinigers | 200 gr/liter |
| Washprimers | 780 gr/liter |
| Primer surfacer, | 540 gr/liter |
| 1 of 2 component | |
| Sealer | 540 gr/liter |
| 1-laags aflaksysteem | 420 gr/liter |
| en chassiscoating | |
| 2-laagsaflaksysteem bestaande uit: | 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter. |
| basiskleurlak en blanke lak | |
| Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. | 840 gr/liter |
| Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. | 150 gr/liter |
5. Examenreglement
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid
9. Eindtermen
Praktijk
1. Inleiding
3.2. Actieve partijen
1. Stabiliteit funderingsmachine
4.2. Certificatieprocedure
Beslissing op het bezwaarschrift
8.4.8. Opleidingscurriculum C (Gesloten duikklok met mengselgas)
5. Examenreglement
Klachten over het bedrijf of de persoon
5.2. De exameninstelling
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
11. Hercertificatie
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
Deel II: Normen
10.1. Toetstermen
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
4.7. Bezwaarprocedure
5.4.1. Beslotenheid van examens
6.2. Frequentie van toezicht
Criteria op basis waarvan de CKI maatregelen moet treffen zijn de volgende
7. Onderwerp van certificatie
10.3. Cesuur Examen
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid
8. Entreecriteria
4. Certificatiereglement
Theorie
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
4.5. Geldigheidscondities
13. Geldigheidscondities
3. Werkveldspecifieke kenmerken
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine
In de regel wordt een paal/langwerpig funderingselement met twee takels (resp. paaltakel en punttakel) gehesen. Bij het hijsen moet worden voorkomen dat schuine reeptrek optreedt.
12. Het certificaat
3. Werken in bestaande gebouwen
Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.
6.1. Medewerking aan toezicht
Een ander risico van het werken in een beperkte ruimte is de lange en/of lastige aanvoer van de machine en van funderingselementen, hulpmiddelen en bouwstoffen. Tevens levert dit een risico op voor vluchtroutes bij gevaren zoals instorting, brand of gevaarlijke stoffen. Het werken met machines met elektromotoren levert het risico op van het raken van kabels. Tenslotte moet worden gelet op de stabiliteit van een machine op oude en onderbroken vloeren.
4.2. Certificatieprocedure
10.2. Beoordelingsmethode
5.2. De exameninstelling
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4. Eisen te stellen aan het examen
Na een positief certificatie besluit ontvangt de kandidaat binnen 4 weken een TCVT-certificaat en een TCPR-boekje. Beide documenten zijn wettig bewijsmiddel.
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
6.2. Frequentie van toezicht
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
Theorie
2. Definities
Volgens artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit dient bij iedere montage van een arbeidsmiddel, dus ook voor alle demontabele funderingsmachines, op een nieuwe locatie een (opstellings-)keuring uitgevoerd te worden door een deskundige. Een opstellingskeuring dient uitgevoerd te worden na iedere montage op een nieuwe locatie. Uitgangspunt daarbij is dat de machine, het hulpmaterieel en de uit te voeren werkzaamheden alsmede de bouwlocatie worden beoordeeld op een veilige uitvoering binnen de gestelde capaciteitseisen. Deze keuring kan worden uitgevoerd door een door de gebruiker aan te wijzen deskundige.
Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden met een hulpkraan, graafmachine, wiellader enz.
4.1.6. Deskundigheid personeel
Hijs- en hefgereedschappen
Het werken van machines en personen in elkaars directe omgeving leidt altijd tot een verhoogd risico. Het is altijd veiliger als deze situaties worden vermeden. Toch kan niet altijd worden voorkomen dat economische en/of planmatige omstandigheden leiden tot de keuze van een werkwijze, waarbij zulke situaties noodzakelijk of zelfs onvermijdelijk zijn.
4. Certificatiereglement
4.5. Geldigheidscondities
Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.
Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.
Beslissing op het bezwaarschrift
Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid
4. Eisen t.a.v. de locatie
5.4.1. Beslotenheid van examens
5.4. Eisen te stellen aan het examen
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
10.2. Beoordelingsmethode
Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
13. Geldigheidscondities
Lijst van persoonlijke beschermingsmiddelen:
4.3. Certificatiebeslissing
4.3. Certificatiebeslissing
De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de CKI heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.
De CKI is bevoegd het certificaat te schorsen en/of in te trekken. De condities en de wijze waarop daarop door de CKI toegezien dient te worden, worden opgesteld door de CCvD en vastgelegd in het TCVT protocol ‘schorsing/intrekking’.
Inleiding
5.1. Doelstelling
Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:
Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist mobiele torenkraan.
Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid
6. Toezicht
6.2. Frequentie van toezicht
7. Onderwerp van certificatie
10.1. Toetstermen
Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist mobiele torenkraan volgt onderstaand een opsomming van de eisen.
10.3. Cesuur
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
13. Geldigheidscondities
1. Inleiding
4. Certificatiereglement
4.3. Certificatiebeslissing
Werkwijze
Werkwijze
Algemeen:
12. Certificaat
5. Examenreglement
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4.1. Beslotenheid van examens
Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
Theorie
10.1. Toetstermen
10.2. Beoordelingsmethode
Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
12. Het certificaat
3. Werkveldspecifieke kenmerken
4. Certificatiereglement
4.1. Doelstelling
4.9. Norminterpretatie
5.1. Doelstelling
Criteria
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.
11.1. Toetstermen hercertificatie
11. Hercertificatie
11.2. Beoordelingsmethode
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grondverzetmachine met Hijsfunctie
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
Klachten over de CKI
Procedure
5.1. Doelstelling
6.1. Medewerking aan toezicht
10.3. Cesuur
10.1. Toetstermen
11. Hercertificatie
11.1. Toetstermen hercertificatie
Zo niet dan geen examen afnemen!
4.1. Doelstelling
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
4.7. Bezwaarprocedure
Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.
5.1. Doelstelling
6.1. Medewerking aan toezicht
Criteria
Deel II: Normen
10.1. Toetstermen
11.1. Toetstermen hercertificatie
11.1. Toetstermen hercertificatie
13. Geldigheidscondities
Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
4.3. Certificatiebeslissing
De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de CKI heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.
4.9. Norminterpretatie
8. Entreecriteria
Praktijk
10.3. Cesuur
Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
13. Geldigheidscondities
11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie
Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling
1. Inleiding
4. Blootstelling schadelijke stoffen/geluid
3. Werken in bestaande gebouwen
4.2. Certificatieprocedure
4.6. Klachtenregeling
4.8. Register voor vakbekwaamheid
4.9. Norminterpretatie
De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.
4.7. Bezwaarprocedure
Algemeen:
Voor de overige eisen aan het examen (locatie, middelen, etc) wordt verwezen naar het TCVT examenprotocol.
6. Toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:
Praktijk
10.2. Beoordelingsmethode
10.3. Cesuur
Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen.
11. Hercertificatie
Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
Hijs- en hefgereedschappen
Hijs- en hefgereedschappen
4. Certificatiereglement
Klachten over de CKI
Procedure
De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.
Inleiding
5.2. De exameninstelling
5.4.1. Beslotenheid van examens
6.4. Verslag van bevindingen
Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht.
7. Onderwerp van certificatie
Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling
Praktijk
11. Hercertificatie
8. Entreecriteria
Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist verreiker volgt onderstaand een opsomming van de eisen.
4.7. Bezwaarprocedure
Zo niet dan geen examen afnemen!
5. Examenreglement
4.3. Certificatiebeslissing
Met betrekking tot de geldigheid van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.
5.4.1. Beslotenheid van examens
4.7. Bezwaarprocedure
Deel II: Normen
4. Blootstelling schadelijke stoffen/geluid
In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.
7. Onderwerp van certificatie
11.1. Toetstermen hercertificatie
4.8. Register voor vakbekwaamheid
Praktijk
10.2. Beoordelingsmethode
Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling
Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Kleine Funderingsmachine
11. Hercertificatie
Criteria
10.1. Toetstermen
4.7. Bezwaarprocedure
Om als certificaathouder voor hercertificatie in aanmerking te komen, dient te worden aangetoond dat in die vijf (5) jaar door de certificaathouder aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
4. Certificatiereglement
Deel II: Normen
Hijs- en hefgereedschappen
5.4.1. Beslotenheid van examens
Praktijk
Doordat funderingsmachines vaak op draglineschotten staan, kunnen deze schotten verzakken in de grond. De hijsogen zijn daardoor moeilijk bereikbaar. Het hijsen met haken met veiligheidskleppen kan problematisch zijn. Daarom is het hijsen met open haken in deze gevallen toegestaan, mits niet hoger dan 1 meter boven maaiveld.
Criteria
Deel II: Normen
Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling
12. Het certificaat
2. Definities
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
Tijdens het monteren en demonteren
4.5. Geldigheidscondities
10.1. Toetstermen
Klachten over de CKI
De machine (en de giek) worden instabiel door het uitvoeren van de funderingswerkzaamheden, het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de machine. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de machine. Een van de oplossingen is het werken op goede schotten. Daarnaast zorgen overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.
11.2. Beoordelingsmethode
Bovendien zal de certificatie-instelling ongeacht of het een machinist als werknemer of als zelfstandige machinist betreft, bij de aanvraag voor hercertificatie, onaangekondigd een 5%-steekproefsgewijze controle uitvoeren op de betrouwbaarheid van de invulling van praktijkervaring. Voor de registratie van de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie gevoerd te worden. Deze dient minimaal 5 jaar beschikbaar te blijven.
12. Het certificaat
4.2. Certificatieprocedure
5.2. De exameninstelling
Deze condities dienen te zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst tussen certificatie instelling en certificaathouder.
Klachten over de CKI
5.4.1. Beslotenheid van examens
Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.
Bestuursrechter
Deel II: Normen
8. Entreecriteria
De examinator beschikt over:
5.4. Eisen te stellen aan het examen
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.
10.2. Beoordelingsmethode
Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.
6.2. Frequentie van toezicht
11. Hercertificatie
6.4. Verslag van bevindingen
De CKI dient in ieder geval een onderzoek in te stellen na indiening van een klacht inzake de werkwijze van de certificaathouder:
11.2. Beoordelingsmethode
7. Onderwerp van certificatie
8. Entreecriteria
Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- driehoekig;
- zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26
| A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren |
|---|---|---|
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| BEGIN Pas op! Begin van commando | Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven | |
| STOP Onderbreking Einde van de beweging | De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden | |
| EINDE Einde van de werkzaamheden | Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd | |
| B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| HIJSEN | Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VIEREN | Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VERTICALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| VOORUIT | Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt | |
| ACHTERUIT | Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt | |
| NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt | |
| NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt | |
| HORIZONTALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| D. Gevaar | D. Gevaar | D. Gevaar |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| GEVAAR | Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren | |
| SNELLE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd | |
| TRAGE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd |
4.7.5. Bestuursrechter
4.9. Norminterpretatie
4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding
5. Examenreglement
Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e
6. Toezicht
6.5. Maatregelen
8. Entreecriteria
2. Definities
Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f
10.3. Uitslagregel van het examen
3.2. Beschrijving van het schema
6.2. Frequentie van het toezicht
4.7.1. Inleiding
6. Toezicht
5.4.2. Algemene regels
6.1. Medewerking aan toezicht
6.3.4. Beoordeling naar aanleiding van klachten
10.1. Toetstermen
4.7.1. Inleiding
5.4. Eisen te stellen aan het examen
6.3. Uitvoering van het toezicht
6.5.1. Schorsing
8.1. Duikploegleider
Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28
Vervallen
Hoofdstuk 4. Certificatieprocedure
Paragraaf 10.1.3. C. Gesloten duikklok
4.2. Certificatieprocedure
Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18
De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.
Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.
Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:
De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:
Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid
Certificatieschema
Bijlage XIIIa. behorend bij Artikel 4.27
6.2. Frequentie van het toezicht
4.7.4. Beslissing op het bezwaarschrift
6.4. Verslag van bevindingen
6.5.2. Intrekking
7. Onderwerp van de certificatie
4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding
Paragraaf 11.5. Ingangsdatum van hercertificatie
Hoofdstuk 12. Certificaat
4.4. Geldigheidsduur van het certificaat
10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie
4.5. Geldigheidscondities
4.6.2. Klachten over het bedrijf of de persoon
6.2. Frequentie van het toezicht
6.3. Uitvoering van het toezicht
6.3. Uitvoering van het toezicht
11.2.2. Beoordeling duikploegleiderlogboek en toetskaart
Het plan beschrijft ten minste:
3. Werkveldspecifieke kenmerken
4.1.7. Certificaat
Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27
8.4.7. Opleidingscurriculum B4 (SSE met open duikklok)
Bijlage 2. TCVT examenprotocol persoonscertificering w4 (11-055)
4.3.3. Beperkte duur toelatingsbeoordeling
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
5.4. Eisen te stellen aan het examen
10.2.4. Theorie-examen Gesloten duikklok
6.2. Frequentie van het toezicht
6.3. Uitvoering van het toezicht
10.3. Opbouw van het examen
3.1. Algemeen
4.6.2. Klachten over het bedrijf of de persoon
4.1.2. Bezwaarprocedure
Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:
1. Inleiding
Kranen en giek worden instabiel door het hijsen en zwenken. Er is dan sprake van grote drukverplaatsingen door de kraan. Instabiliteit kan leiden tot het wegzakken c.q. omvallen van de kraan. Goed stempelen op goede schotten is de oplossing. Daarnaast zorgt overbelasting en het werken bij zware wind voor problemen.
Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedures van aanvraag, de examinering, de wijze waarop de uitslag bekend gemaakt wordt en condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van een verzoek om herziening.
4.3. Certificatiebeslissing
Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:
4. Onjuist gebruik
6. Toezicht
Torenkraan (W4-02): 1000m2 met een kleinste lengtemaat van tenminste 20 m.
6. Toezicht
5.2. Praktijkexamen
3.2. Beschrijving van het schema
11. Hercertificatie
8. Entreecriteria
4.7. Bezwaarprocedure
3.1. Beschrijving schema
3.2. Actieve partijen
6. Maatregelen
6.5.2. Intrekking
8. Entreecriteria
De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.
10.3. Opbouw van het examen
3. Definities
2. Opzet werkplan
Bijlage XIIIc. behorend bij Artikel 4.27
3. Werkveldspecifieke kenmerken
4. Certificatiereglement
4.2. Aanwijzingscriteria
4.5. Geldigheidscondities
3.1. Beschrijving schema
Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27
5.4.1. Beslotenheid van examens
7. Onderwerp van de certificatie
10.3. Cesuur
Dit WSCS-VT Machinist Verreiker Met Hijsfunctie is door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28
Kranen worden intensief gebruikt en zijn onderhevig aan slijtage. Ook de opstelling en afbouw van de kraan heeft direct gevolgen voor het gebruik. Regelmatig keuren van de kraan is de oplossing.
6.4. Verslag van bevindingen
Bijlage XIIIf. behorend bij Artikel 4.28
9. Eindtermen
Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.
4.8. Register voor vakbekwaamheid
Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling
Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a
| Belastende situatie in de gebruiksfase | Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht |
|---|---|
| Beschermingsmaatregel | Maatregelen ter bescherming van de gezondheid |
| Bijzondere belastende omstandigheden | Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting |
| C1–C5 | Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden: |
| C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen. | |
| C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen. | |
| C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie | |
| C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden | |
| C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling | |
| Dauwpunt | De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak |
| Derivaten | Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn |
| Droge ruimte | Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd |
| Enige luchtvervuiling | Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem |
| Hoge luchtvervuiling | Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond |
| NEN 12944 ( NPR 7452) | Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld. |
| Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur | Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt |
| Schone atmosfeer | Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden |
| VOS | Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen. |
Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid
| Groepen | VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel |
|---|---|
| Spuitenreinigers | 850 gr/liter |
| Oppervlaktereinigers | 200 gr/liter |
| Washprimers | 780 gr/liter |
| Primer surfacer, | 540 gr/liter |
| 1 of 2 component | |
| Sealer | 540 gr/liter |
| 1-laags aflaksysteem | 420 gr/liter |
| en chassiscoating | |
| 2-laagsaflaksysteem bestaande uit: | 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter. |
| basiskleurlak en blanke lak | |
| Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. | 840 gr/liter |
| Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. | 150 gr/liter |
Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid
12. Het certificaat
Deze condities dienen te zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst tussen certificatie instelling en certificaathouder.
Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid
4.6. Klachtenregeling
Werkwijze
4.9. Norminterpretatie
Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling
6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht
Deel II: Normen
4.7. Bezwaarprocedure
11.1. Toetstermen hercertificatie
6.1. Medewerking aan toezicht
7. Onderwerp van certificatie
Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid
2. Definities
9. Eindtermen
11. Hercertificatie
11.3. Uitslagregel van de beoordeling
3.1. Beschrijving schema
5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens
2. Vallende voorwerpen
6. Toezicht
5. Stabiliteit ondergrond en toegankelijkheid bouwterrein
5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel
8. Entreecriteria
10.1. Toetstermen
9. Eindtermen
Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid
10.3. Cesuur
Inleiding
9. Eindtermen
3.2. Beschrijving van het schema
6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)
Indien er sprake is van een sanctie wordt dit aan de certificaathouder kenbaar gemaakt. Relevante informatie over de sanctie dient door de CKI ingebracht te worden in een centraal registratiesysteem. Deze meldingsplicht dient nauwkeurig uitgewerkt te worden, in verband met de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en de contractuele relatie tussen CKI en klant. Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.
Deel II: Normen
Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat voor vakbekwaamheid in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:
Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid
9. Eindtermen
10.1. Toetstermen
6. Eisen t.a.v. de exameninstelling
2. Definities
3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico
1. Inleiding
5.2. De exameninstelling
9.2. Duikploegleider
5.4. Eisen te stellen aan het examen
De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.
6.2. Frequentie van toezicht
6.4. Verslag van bevindingen
De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.
8. Entreecriteria
Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.
Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid
Praktijk
10. toetsmethodiek bij initiële certificatie
4.5. Geldigheidscondities
4. Certificatiereglement
Inleiding
Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.
4.8. Register voor vakbekwaamheid
4.9. Norminterpretatie
5.2. De exameninstelling
6.2. Frequentie van toezicht
Deel II: Normen
Het betreft hier:
9. Eindtermen
9. Eindtermen
12. Certificaat
Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7
10.2. Beoordelingsmethode
De examenopdracht wordt in het bijzijn van de kandidaat bekend gemaakt (uit de verzegelde envelop gehaald).
10.3. Cesuur
13. Geldigheidscondities
4. Certificatiereglement
5. Examenreglement
De examinator beschikt over:
5.4.1. Beslotenheid van examens
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)