Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

100 versions · 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2012-10-01

@@ -288,7 +288,7 @@
In daarvoor in aanmerking komende gevallen kan tevens een meldplicht worden opgelegd met toepassing van [artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.24).
Kennisgeving aan de Korpschef van de toegangsverlening onder voorwaarden geschiedt door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Zie voor toegang onder voorwaarden ook A2/5.4.
Kennisgeving aan de Korpschef van de toegangsverlening onder voorwaarden geschiedt door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Zie voor toegang onder voorwaarden ook A2/5.4.
Aan de vreemdeling kan worden verzocht een in zijn bezit zijnde retourpassagebiljet te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourpassagebiljet te laten printen. Indien de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met de grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. De geldigheid van het retourpassagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden.
@@ -2118,7 +2118,7 @@
### 7.1.6. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
In [artikel 65, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is opgenomen dat de vervoersonderneming op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling vervoert naar een plaats buiten Nederland en daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging vindt. Hiervoor worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). Om het terugvoeren naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, wordt indien nodig door de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik gemaakt van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
In [artikel 65, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is opgenomen dat de vervoersonderneming op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling vervoert naar een plaats buiten Nederland en daartoe zo nodig een ander middel voor terugbrenging vindt. Hiervoor worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). Om het terugvoeren naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, wordt indien nodig door de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik gemaakt van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
Gedurende de gehele periode, vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland tot aan het moment dat de vreemdeling door de vervoersonderneming daadwerkelijk naar een plaats buiten Nederland, wordt gevoerd, is de vervoerder verantwoordelijk voor de vreemdeling. Dit betekent allereerst dat de vervoerder verantwoordelijk is voor de zorg van een vreemdeling wanneer deze bijvoorbeeld in de internationale lounge van de luchthaven verblijft in afwachting van zijn vertrek. Het betekent voorts dat alle kosten die door de overheid worden gemaakt en voortkomen uit het (feitelijk) verblijf van de vreemdeling in Nederland, ook ten laste kunnen komen van de vervoerder (zie A2/7.1.7).
@@ -2238,7 +2238,7 @@
### 3.6.3. Onderzoek verblijfsstatus
Zie [artikelen 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.19) en [4.20 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.20). Indien er nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, bijvoorbeeld als er nog steeds twijfel is over de identiteit, kan de termijn van ophouding door de Korpschef of door de Commandant der KMar, bevoegd ter plaatse waar de persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek naar de identiteit of het rechtmatig verblijf met ten hoogste achtenveertig uren verlengd worden. Voor de verlenging van de ophouding dient gebruik gemaakt te worden van [model M111-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-D&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Zie [artikelen 4.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.19) en [4.20 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.20). Indien er nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, bijvoorbeeld als er nog steeds twijfel is over de identiteit, kan de termijn van ophouding door de Korpschef of door de Commandant der KMar, bevoegd ter plaatse waar de persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek naar de identiteit of het rechtmatig verblijf met ten hoogste achtenveertig uren verlengd worden. Voor de verlenging van de ophouding dient gebruik gemaakt te worden van [model M111-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-D&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
### 3.10.2. Kennisgeving aan derden
@@ -2256,7 +2256,7 @@
De gelegenheid om Nederland te verlaten bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding en vlieg- of reistickets (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bij het opheffen van de maatregel dient gebruik gemaakt te worden van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Bij het opheffen van de maatregel dient gebruik gemaakt te worden van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
Met [artikel 51 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=51) is beoogd ambtenaren belast met grensbewaking en ambtenaren belast met het toezicht in staat te stellen personen te controleren met betrekking tot wie zij een toezichthoudende taak hebben en die zich in een vervoermiddel bevinden. Van deze bevoegdheid mag gebruik worden gemaakt indien de toezichthouder op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden heeft dat met het te controleren vervoermiddel zo’n persoon wordt vervoerd. Het is daarbij niet noodzakelijk dat de ambtenaar een redelijk vermoeden moet hebben dat de te controleren persoon illegaal in Nederland verblijft. De toezichthoudende taak van de ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht beperkt zich daartoe immers niet. Voor wat betreft het operationele toezicht in het binnenland zal het gebruik van deze bevoegdheid zich echter veelal beperken tot personen van wie een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestaat.
@@ -2272,7 +2272,7 @@
Het in bewaring nemen van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument kan op grond van [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) in de onderstaande gevallen plaatsvinden:
In bepaalde gevallen zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument van een persoon in bewaring te nemen. Bij inname van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
In bepaalde gevallen zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument van een persoon in bewaring te nemen. Bij inname van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
Het in bewaring nemen van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument kan op grond van [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) in de onderstaande gevallen plaatsvinden:
@@ -2992,7 +2992,7 @@
Van belang is dat bij de eerdere verwijdering om redenen van openbare orde of nationale veiligheid is geoordeeld dat sprake was van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde of openbare veiligheid. De vreemdeling die eerder om redenen van openbare orde of openbare veiligheid is verwijderd kan na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen. Gelet op het feit dat verblijfsbeëindiging persoonlijk gedrag vereist dat een actuele, werkelijke en (voldoende) ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, ligt het voor de hand dat de vreemdeling tevens ongewenst zal zijn verklaard (zie A5/6). In die gevallen betreft het in de Nederlandse situatie derhalve een aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
Zoals is aangegeven in A2/5.5.1, dient bij de vreemdeling die onderdaan is (of stelt te zijn) van de EU, de EER of Zwitserland, voorafgaand aan toegangsweigering de IND te worden geraadpleegd (zie ook [artikel 8.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8), juncto [artikel 8.7, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7)). Indien wordt overgegaan tot toegangsweigering moet een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt (zie artikel 8.8, tweede lid, Vb). Hiervoor kan [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-07-01&g=2012-07-01) worden gebruikt. De toegang wordt geweigerd ingevolge [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb. De motivering moet concreet zijn; er mag niet worden volstaan met de enkele mededeling dat de betrokkene een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet worden vermeld dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De behandeling van het administratief beroepschrift mag niet in Nederland worden afgewacht. Betrokkene dient Nederland ingevolge [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk te verlaten, tenzij er sprake is van een (eerste) verzoek om een voorlopige voorziening. Het aanbrengen van een (toegangs)weigeringsstempel is van toepassing op onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en op hun familieleden.
Zoals is aangegeven in A2/5.5.1, dient bij de vreemdeling die onderdaan is (of stelt te zijn) van de EU, de EER of Zwitserland, voorafgaand aan toegangsweigering de IND te worden geraadpleegd (zie ook [artikel 8.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8), juncto [artikel 8.7, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7)). Indien wordt overgegaan tot toegangsweigering moet een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt (zie artikel 8.8, tweede lid, Vb). Hiervoor kan [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-10-01&g=2012-10-01) worden gebruikt. De toegang wordt geweigerd ingevolge [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb. De motivering moet concreet zijn; er mag niet worden volstaan met de enkele mededeling dat de betrokkene een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet worden vermeld dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De behandeling van het administratief beroepschrift mag niet in Nederland worden afgewacht. Betrokkene dient Nederland ingevolge [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk te verlaten, tenzij er sprake is van een (eerste) verzoek om een voorlopige voorziening. Het aanbrengen van een (toegangs)weigeringsstempel is van toepassing op onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en op hun familieleden.
Zoals aangegeven in A2/4.4.1, wordt sedert de implementatie op 29 april 2006 van Richtlijn 2004/38, ten aanzien van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland niet langer onderscheid gemaakt tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan. Ingevolge [artikel 8.11, eerste lid, onder a en b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.11) heeft een vreemdeling (EU/EER onderdaan en onderdaan van Zwitserland) rechtmatig verblijf gedurende een periode van drie maanden na inreis indien hij:
@@ -3006,7 +3006,7 @@
Onderdanen van België en Luxemburg mogen Nederland voor kortere of langere duur binnenkomen, ongeacht het doel van hun verblijf, indien zij in het bezit zijn van een paspoort of identiteitsbewijs.
Op onderdanen van België en Luxemburg die geen gebruik maken van het recht op vrij verkeer van personen geldt dat artikel 8.8, eerste en tweede lid, VV niet van toepassing zijn. Op deze vreemdelingen is [artikel 8.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5) van toepassing. Uit dat artikel volgt dat aan deze onderdanen van België en Luxemburg, indien zij het vereiste document van grensoverschrijding bezitten, de toegang tot Nederland alleen kan worden geweigerd als zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid vormen. Net als bij andere onderdanen van de EU/EER, dient voorafgaand aan toegangsweigering de IND te worden geraadpleegd (zie A2/5.5.1). Indien wordt overgegaan tot toegangsweigering moet een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt. Hiervoor kan [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-07-01&g=2012-07-01) worden gebruikt.
Op onderdanen van België en Luxemburg die geen gebruik maken van het recht op vrij verkeer van personen geldt dat artikel 8.8, eerste en tweede lid, VV niet van toepassing zijn. Op deze vreemdelingen is [artikel 8.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5) van toepassing. Uit dat artikel volgt dat aan deze onderdanen van België en Luxemburg, indien zij het vereiste document van grensoverschrijding bezitten, de toegang tot Nederland alleen kan worden geweigerd als zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid vormen. Net als bij andere onderdanen van de EU/EER, dient voorafgaand aan toegangsweigering de IND te worden geraadpleegd (zie A2/5.5.1). Indien wordt overgegaan tot toegangsweigering moet een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt. Hiervoor kan [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-10-01&g=2012-10-01) worden gebruikt.
BO Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden;
@@ -3236,7 +3236,7 @@
In bepaalde gevallen kan toegang worden verkregen met andere documenten voor grensoverschrijding. Deze staan vermeld in het overzicht van de door de lidstaten erkende reisdocumenten, welke recht geven op overschrijding van de buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht. Op grond van [artikel 2.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.3) is in voorkomende gevallen vereist dat de vreemdeling in het bezit is van een geldige mvv of een visum waarin wordt verwezen naar het document dat de vreemdeling bij zich heeft (zie voor visa A2/4.3).
Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor het visumvereiste zie A2/4.3.1) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor het visumvereiste zie A2/4.3.1) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd om zelfstandig een bijzonder doorlaatbewijs af te geven aan een niet-visumplichtige vreemdeling. Voor afgifte dient steeds aan elk van de volgende voorwaarden te worden voldaan:
@@ -3306,7 +3306,7 @@
In een aantal gevallen dienen visumaanvragen te worden voorgelegd aan een nationale dienst. In Nederland wordt deze machtiging ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen gegeven door de directie Consulaire zaken en Migratiebeleid van het ministerie van BuZa. Voor andere categorieën vreemdelingen wordt de machtiging gegeven door de Visadienst.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Bij dit besluit is een standaard gemeenschappelijk formulier toegevoegd van een reizigerslijst. De reizigerslijst is opgenomen in [model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Bij dit besluit is een standaard gemeenschappelijk formulier toegevoegd van een reizigerslijst. De reizigerslijst is opgenomen in [model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
Met de reizigerslijst kunnen scholieren uit derde landen die rechtmatig verblijf hebben in een van de lidstaten in de eerste plaats visumvrij reizen tussen de lidstaten, maar zij moeten wel nog voldoen aan de overige voorwaarden voor toegang. Lidstaten kunnen dan ook scholieren, die niet aan de nationale voorwaarden voor toegang voldoen, de toegang weigeren.
@@ -3366,7 +3366,7 @@
In artikel 33 Visumcode is bepaald in welke gevallen de geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf van een afgegeven visum kan worden verlengd. Dit is mogelijk in gevallen van overmacht of humanitaire redenen en vanwege zwaarwegende persoonlijke redenen. Wanneer een visum wordt verlengd vanwege overmacht of humanitaire redenen, gebeurt dit kosteloos. Wanneer een visum wordt verlengd vanwege zwaarwegende persoonlijke redenen kost dit 30 euro.
Het verblijf op basis van een Schengenvisum kan in geen geval de termijn van drie maanden overschrijden. Ook bij verlenging is die maximale termijn van drie maanden relevant, dat wil zeggen de duur van het oorspronkelijke visum met inbegrip van de verlenging. Dit is alleen anders bij een nationale verlenging (zie hieronder). Voor de in te vullen aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum, wordt verwezen naar model [M5-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M5-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Voor de beschikking waarmee een dergelijke aanvraag wordt afgewezen, wordt verwezen naar model [M5-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M5-C&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Het verblijf op basis van een Schengenvisum kan in geen geval de termijn van drie maanden overschrijden. Ook bij verlenging is die maximale termijn van drie maanden relevant, dat wil zeggen de duur van het oorspronkelijke visum met inbegrip van de verlenging. Dit is alleen anders bij een nationale verlenging (zie hieronder). Voor de in te vullen aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum, wordt verwezen naar model [M5-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M5-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Voor de beschikking waarmee een dergelijke aanvraag wordt afgewezen, wordt verwezen naar model [M5-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M5-C&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
Verlenging van een visum dient achterwege te blijven in geval de vreemdeling niet (of niet meer) voldoet of zal kunnen voldoen aan de voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn (zie [artikel 12, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12)). Een visumverlenging mag nimmer leiden tot oneigenlijk gebruik van het visum.
@@ -3446,13 +3446,13 @@
Gedetailleerde voorschriften inzake weigering van toegang zijn opgenomen in bijlage V, deel A, SGC.
In het standaard weigeringsformulier zoals opgenomen in [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-07-01&g=2012-07-01) worden de redenen aangekruist op grond waarvan de toegang tot Nederland is geweigerd. De toepasselijke bepaling van de vigerende nationale wetgeving (in casu [artikel 3 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3), alsmede de eerdergenoemde nationale wetsbepalingen en procedure betreffende het recht van beroep).
In het standaard weigeringsformulier zoals opgenomen in [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-10-01&g=2012-10-01) worden de redenen aangekruist op grond waarvan de toegang tot Nederland is geweigerd. De toepasselijke bepaling van de vigerende nationale wetgeving (in casu [artikel 3 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3), alsmede de eerdergenoemde nationale wetsbepalingen en procedure betreffende het recht van beroep).
Voor de wijze waarop gehandeld dient te worden bij toegangsweigering aan onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (inclusief familieleden) wordt verwezen naar A2/6.2.2.2. Voor de wijze waarop gehandeld dient te worden bij toegangsweigering aan onderdanen van België en Luxemburg wordt verwezen naar A2/6.2.2.3.
Indien de ziekte behandeling in een ziekenhuis verlangt of ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine, wordt de toegang geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking en wordt een maatregel ingevolge [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opgelegd met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-04-01&g=2012-04-01) en [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-04-01&g=2012-04-01)).
Indien de ziekte behandeling in een ziekenhuis verlangt of ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine, wordt de toegang geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking en wordt een maatregel ingevolge [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opgelegd met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
Indien de ziekte behandeling in een ziekenhuis verlangt of ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine, wordt de toegang geweigerd door de ambtenaar belast met de grensbewaking en wordt een maatregel ingevolge [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opgelegd met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
Na behandeling van de ziekte of na de periode van quarantaine, wordt door de ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeeld of aan de betrokken vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend.
@@ -3474,7 +3474,7 @@
Tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging dienen geweigerde vreemdelingen zich op te houden in de hun daartoe door een met de grensbewaking belaste ambtenaar aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit. Dit teneinde illegale binnenkomst te verhinderen.
Indien de uitzetting van een vreemdeling aan wie ten tijde van de uitzetting de toegang was geweigerd, mislukt en hij terugkeert nadat hij aan boord van een vliegtuig of schip het Nederlands grondgebied had verlaten, dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland opnieuw moeten worden geweigerd. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie [M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
Indien de uitzetting van een vreemdeling aan wie ten tijde van de uitzetting de toegang was geweigerd, mislukt en hij terugkeert nadat hij aan boord van een vliegtuig of schip het Nederlands grondgebied had verlaten, dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland opnieuw moeten worden geweigerd. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling om niet terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie [M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De situatie is anders bij de vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden. De vreemdeling dient bij terugkomst in Nederland wel te voldoen aan de voorwaarden voor toegang, en als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, zal de toegang tot Nederland worden geweigerd, maar de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd kan in dat geval niet de verplichting van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) worden opgelegd tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
@@ -3534,7 +3534,7 @@
De vreemdelingen van de categorie waarop de bepalingen van dit onderdeel betrekking hebben, dienen te worden onderscheiden in drie groepen:
Op vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, hun gezinsleden en hun personeel, is de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) niet van toepassing indien zij niet-duurzaam in Nederland verblijven. Op grond van de Weense Verdragen inzake het Diplomatiek Verkeer en de Consulaire Betrekkingen komt hen een bijzondere status toe. Zij zijn door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van het geprivilegieerdendocument (zie [model M81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M81&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
Op vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, hun gezinsleden en hun personeel, is de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) niet van toepassing indien zij niet-duurzaam in Nederland verblijven. Op grond van de Weense Verdragen inzake het Diplomatiek Verkeer en de Consulaire Betrekkingen komt hen een bijzondere status toe. Zij zijn door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van het geprivilegieerdendocument (zie [model M81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M81&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
De bijzondere status houdt onder meer in dat de maatregelen van uitzetting krachtens de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) op hen niet kunnen worden toegepast. Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht.
@@ -3550,7 +3550,7 @@
Zolang niet duidelijk is geworden dat de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) niet van toepassing is, kan gebruik worden gemaakt van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid tot het overbrengen naar en het zich ophouden op een plaats bestemd voor verhoor. Daarbij dient wel met enige voorzichtigheid te worden gehandeld.
Naast hetgeen hieromtrent is opgenomen in bepaling 4.4. Bijlage VII, SCG, geldt dat de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) in het algemeen niet van toepassing is op vreemdelingen die een bijzondere status bezitten krachtens een zetelovereenkomst gesloten met een internationale organisatie waarin is bepaald dat de zetel, dat wil zeggen hoofdkantoor, in Nederland is gevestigd en waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Zij zijn in het bezit van het eerdergenoemde geprivilegieerdendocument (zie [model M81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M81&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). Voor deze categorie geldt hetgeen hierboven bij a (niet-duurzaam verblijf) is opgemerkt over de bijzondere status (zie ook [B12/3.2](onbekend)).
Naast hetgeen hieromtrent is opgenomen in bepaling 4.4. Bijlage VII, SCG, geldt dat de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) in het algemeen niet van toepassing is op vreemdelingen die een bijzondere status bezitten krachtens een zetelovereenkomst gesloten met een internationale organisatie waarin is bepaald dat de zetel, dat wil zeggen hoofdkantoor, in Nederland is gevestigd en waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Zij zijn in het bezit van het eerdergenoemde geprivilegieerdendocument (zie [model M81](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M81&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). Voor deze categorie geldt hetgeen hierboven bij a (niet-duurzaam verblijf) is opgemerkt over de bijzondere status (zie ook [B12/3.2](onbekend)).
In de laatstgenoemde situatie zal een reisbiljet soms de bijzondere status aannemelijk kunnen maken. In deze gevallen – of indien anderszins twijfel bestaat of de vreemdeling een bijzondere status bezit – dient aanstonds contact te worden opgenomen met het ministerie van BuZa dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is.
@@ -3566,7 +3566,7 @@
Indien de deelnemers niet in het bezit zijn van een individueel document voor grensoverschrijding, kan de reizigerslijst bovendien als (collectief) document voor grensoverschrijding dienen. In A2/4.3.3.1 staat aangegeven aan welke voorwaarden in dit geval moet zijn voldaan.
De vorm van de reizigerslijst is vastgesteld (zie [M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
De vorm van de reizigerslijst is vastgesteld (zie [M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
De groepsleider, of begeleidende leerkracht in het geval van schoolreizen, dient altijd te beschikken over een individueel geldig document voor grensoverschrijding en aan het geheel van voorwaarden voor toegang te voldoen. De groepsleider of leerkracht houdt het collectief document onder zich, is verantwoordelijk voor het vervullen van de grensformaliteiten en draagt er zorg voor dat de deelnemers van het gezelschap gedurende het verblijf bij elkaar blijven. Voorts informeert de groepsleider terstond de bevoegde autoriteiten omtrent het niet kunnen of willen voortzetten van de groepsreis door een van de deelnemers.
@@ -3646,7 +3646,7 @@
De vervoerder heeft de verplichting om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd terug te brengen naar een plaats buiten Nederland (zie artikel 26 SUO en [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) juncto [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65)).
In afwachting van het daadwerkelijke vertrek van de verstekeling blijft de verantwoordelijkheid voor de verstekeling bij de vervoerder liggen. In overleg met de vervoerder kan de ambtenaar belast met de grensbewaking evenwel besluiten de verstekeling tijdelijk van boord te halen en de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw op te leggen (zie model [M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en model [M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). De vervoerder blijft echter gehouden de verstekeling zo snel als mogelijk te laten vertrekken van het Nederlands grondgebied. De vervoerder wordt tijdig geïnformeerd omtrent de plaatsing aan boord van de verstekeling ter uitvoering van zijn verplichting.
In afwachting van het daadwerkelijke vertrek van de verstekeling blijft de verantwoordelijkheid voor de verstekeling bij de vervoerder liggen. In overleg met de vervoerder kan de ambtenaar belast met de grensbewaking evenwel besluiten de verstekeling tijdelijk van boord te halen en de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6 Vw op te leggen (zie model [M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en model [M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). De vervoerder blijft echter gehouden de verstekeling zo snel als mogelijk te laten vertrekken van het Nederlands grondgebied. De vervoerder wordt tijdig geïnformeerd omtrent de plaatsing aan boord van de verstekeling ter uitvoering van zijn verplichting.
In plaats van terugplaatsing aan boord kan de verstekeling, eveneens op kosten van de vervoerder, op een andere wijze worden terugvervoerd naar het land waar hij aan boord is gegaan, dan wel worden vervoerd naar het derde land dat het document voor grensoverschrijding waarmee de vreemdeling heeft gereisd, heeft afgegeven, of een ander land waar zijn toelating is gewaarborgd. Een dergelijke wijze van terugvervoeren is alleen mogelijk als deze praktisch uitvoerbaar is. Hiertoe dient de verstekeling in beginsel voldoende gedocumenteerd te zijn. Indien dit niet het geval is, dient de identiteit en/ of nationaliteit vastgesteld te worden en aan de verstekeling een vervangend reisdocument te worden verstrekt door de diplomatieke/ consulaire vertegenwoordiging van het land van bestemming. De vaststelling van de nationaliteit en identiteit en de afgifte van de vervangende reisdocumenten dient te geschieden alvorens het schip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag evenwel niet ten koste gaan van een unieke verwijdermogelijkheid.
@@ -3674,7 +3674,7 @@
De doorgeleiding dient binnen de kortst mogelijke tijdspanne plaats te vinden, en maximaal binnen 24 uur. Dit betekent dat de vreemdeling de luchthaven binnen 24 uur weer moet hebben verlaten. Deze termijn kan, op verzoek van en in overleg met de verzoekende lidstaat, worden verlengd tot maximaal 48 uur in gevallen waarin de voltooiing van de doorgeleiding niet kan worden gewaarborgd. Tijdens de gehele doorgeleiding dient de KMar bereikbaar te zijn voor de betrokken autoriteiten van de verzoekende lidstaat.
De ambtenaren van de KMar die (tevens) zijn aangewezen als ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht, beschikken in het kader van ondersteuning van doorgeleiding bij verwijdering door de lucht, indien noodzakelijk, over de bevoegdheden tot vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming op grond van [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Voor zover de betrokken vreemdeling de toegang is geweigerd door de verzoekende lidstaat, kan [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden toegepast (zie model [M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M119&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en model [M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). Voor toepassing van maatregelen van vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming wordt verwezen naar A6. Bevoegdheden kunnen ook zijn gerelateerd aan de algemene politietaak van de KMar op Schiphol op grond van [artikel 2 Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=2).
De ambtenaren van de KMar die (tevens) zijn aangewezen als ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht, beschikken in het kader van ondersteuning van doorgeleiding bij verwijdering door de lucht, indien noodzakelijk, over de bevoegdheden tot vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming op grond van [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Voor zover de betrokken vreemdeling de toegang is geweigerd door de verzoekende lidstaat, kan [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden toegepast (zie model [M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M119&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en model [M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). Voor toepassing van maatregelen van vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming wordt verwezen naar A6. Bevoegdheden kunnen ook zijn gerelateerd aan de algemene politietaak van de KMar op Schiphol op grond van [artikel 2 Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=2).
Ten aanzien van het gebruik van hulpmiddelen om de vreemdeling in zijn bewegingsvrijheid te beperken, wordt verwezen naar A4. De bepalingen van deze paragraaf zijn hier onverkort van toepassing.
@@ -3988,7 +3988,7 @@
De signaleringen zijn aan termijnen gebonden, die automatisch beëindigd worden, tenzij zich in die periode wijzigingen hebben voorgedaan die leiden tot een nieuwe signalering of (voortijdige) vervallenverklaring.
Voor een voorstel tot signalering zoals bedoeld onder 9.2.3 (OVR) of een vervallenverklaring dient gebruik te worden gemaakt van het standaardformulier (zie model [M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). Dit formulier dient verzonden te worden aan de IND. Bij het model M93 dienen vingerafdrukken en, indien aanwezig, kopieën van identiteitsdocumenten te worden meegezonden. Tevens dient het nummer van het proces-verbaal, het proces-verbaal zelf of de registratiekaart te worden meegezonden. Indien geen sprake is van een proces-verbaal dienen andere stukken die de signaleringsgrond ondersteunen, te worden meegezonden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bericht van vertrek (zie A4/6.10), een proces-verbaal of een ambtsbericht.
Voor een voorstel tot signalering zoals bedoeld onder 9.2.3 (OVR) of een vervallenverklaring dient gebruik te worden gemaakt van het standaardformulier (zie model [M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). Dit formulier dient verzonden te worden aan de IND. Bij het model M93 dienen vingerafdrukken en, indien aanwezig, kopieën van identiteitsdocumenten te worden meegezonden. Tevens dient het nummer van het proces-verbaal, het proces-verbaal zelf of de registratiekaart te worden meegezonden. Indien geen sprake is van een proces-verbaal dienen andere stukken die de signaleringsgrond ondersteunen, te worden meegezonden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bericht van vertrek (zie A4/6.10), een proces-verbaal of een ambtsbericht.
### 9.6.2. Opnemen van signaleringen
@@ -4174,7 +4174,7 @@
In de gevallen waarin onmiddellijke uitzetting door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is (zie A4/8) zal in beginsel geen (vervangend) reisdocument en de eventueel benodigde (transit)visa en re-entry permit bij de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging worden aangevraagd. Indien de uitzetting van een vreemdeling als hier bedoeld niet op de voorgeschreven wijze kan worden geëffectueerd, dient contact te worden opgenomen met de DT&V.
Voor het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument wordt veelal door de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging verlangd dat de vreemdeling in persoon bij haar verschijnt. Ten behoeve van een presentatie aan de betreffende diplomatieke vertegenwoordiging kan de vreemdeling door de DT&V worden uitgenodigd, dan wel door de vreemdelingenpolitie of KMar worden gevorderd te verschijnen (zie [M90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). Met deze presentatie wordt beoogd de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling vast te stellen en een (vervangend) reisdocument te verkrijgen. Op grond van [artikel 63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is de vreemdeling gehouden medewerking te verlenen aan de presentatie en het interview met de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
Voor het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument wordt veelal door de betreffende buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging verlangd dat de vreemdeling in persoon bij haar verschijnt. Ten behoeve van een presentatie aan de betreffende diplomatieke vertegenwoordiging kan de vreemdeling door de DT&V worden uitgenodigd, dan wel door de vreemdelingenpolitie of KMar worden gevorderd te verschijnen (zie [M90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). Met deze presentatie wordt beoogd de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling vast te stellen en een (vervangend) reisdocument te verkrijgen. Op grond van [artikel 63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is de vreemdeling gehouden medewerking te verlenen aan de presentatie en het interview met de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging.
De diplomatieke vertegenwoordiging wordt, evenals andere autoriteiten van het (vermoedelijke land van herkomst), nimmer op de hoogte gesteld van het feit dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Nederland of in enig ander land. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en om die reden Nederland dient te verlaten dan wel dat hij gehouden is om medewerking te verlenen aan de voorbereiding van zijn vertrek. Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging zal de vreemdeling in een vertrekgesprek met de DT&V en door middel van een informatiebulletin worden geïnformeerd omtrent het feit dat hij niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de reden van zijn verblijf hier te lande. Aan de vreemdeling zal een kopie worden verstrekt van de aanvraag om een (vervangend) reisdocument, zoals deze is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging.
@@ -4202,13 +4202,13 @@
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
In voorkomende gevallen kan het vertrek uit Nederland plaatsvinden met behulp van een EU-staat als bedoeld in de Aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 betreffende de aanneming van een standaard-reisdocument voor de verwijdering van onderdanen van derde landen (Publicatieblad Nr. C 274 van 19/09/1996 blz. 18-19, zie [model M80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M80&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). Dit document wordt afgegeven door de Nederlandse overheid indien de nationaliteit van de vreemdeling voldoende aannemelijk is. De EU-staat kan worden gebruikt bij terugkeer naar het land van herkomst, maar in voorkomende gevallen ook bij de terugkeer naar een ander land. Tevens kan het document worden gebruikt als ondersteunend reisdocument bij overdracht naar andere Europese landen.
In voorkomende gevallen kan het vertrek uit Nederland plaatsvinden met behulp van een EU-staat als bedoeld in de Aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 betreffende de aanneming van een standaard-reisdocument voor de verwijdering van onderdanen van derde landen (Publicatieblad Nr. C 274 van 19/09/1996 blz. 18-19, zie [model M80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M80&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). Dit document wordt afgegeven door de Nederlandse overheid indien de nationaliteit van de vreemdeling voldoende aannemelijk is. De EU-staat kan worden gebruikt bij terugkeer naar het land van herkomst, maar in voorkomende gevallen ook bij de terugkeer naar een ander land. Tevens kan het document worden gebruikt als ondersteunend reisdocument bij overdracht naar andere Europese landen.
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 4.3. Het inhouden van documenten
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
@@ -4230,7 +4230,7 @@
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Het hoofd van de desbetreffende grensdoorlaatpost of het overgaveovernamepunt geeft het reisdocument aan de vreemdeling terug nadat deze het ontvangstbewijs voor terugontvangst (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) heeft ondertekend en controleert of de vreemdeling inderdaad het land verlaat. Vervolgens stelt het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt op het ingehouden ontvangstbewijs een verklaring waaruit blijkt dat het vertrek van de vreemdeling is gecontroleerd en zendt hij het ontvangstbewijs terug aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het heeft afgegeven.
Het hoofd van de desbetreffende grensdoorlaatpost of het overgaveovernamepunt geeft het reisdocument aan de vreemdeling terug nadat deze het ontvangstbewijs voor terugontvangst (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) heeft ondertekend en controleert of de vreemdeling inderdaad het land verlaat. Vervolgens stelt het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt op het ingehouden ontvangstbewijs een verklaring waaruit blijkt dat het vertrek van de vreemdeling is gecontroleerd en zendt hij het ontvangstbewijs terug aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het heeft afgegeven.
Indien de vreemdeling zich niet op de afgesproken tijd en plaats bij het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt heeft vervoegd, of indien de uitreis van de vreemdeling vertraging ondervindt, dan wel op moeilijkheden stuit, geeft het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt aanstonds kennis aan de betrokken vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar, teneinde overleg te plegen omtrent de ter zake te volgen gedragslijn.
@@ -4294,7 +4294,7 @@
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
@@ -4304,7 +4304,7 @@
### 6.11. Bericht van ontruiming
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
@@ -4344,13 +4344,13 @@
Het onder begeleiding uit Nederland doen vertrekken van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling, die zich zelfstandig heeft gemeld bij de KMar of de ZHP op een luchthaven of zeehaven voor het verkrijgen van reisdocumenten.
Verwijderde vreemdelingen kunnen worden gesignaleerd in het (N)SIS of het OPS, zie hiervoor A3/9. De vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar dient hiertoe een voorstel tot signalering in bij de IND (model [M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
Verwijderde vreemdelingen kunnen worden gesignaleerd in het (N)SIS of het OPS, zie hiervoor A3/9. De vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar dient hiertoe een voorstel tot signalering in bij de IND (model [M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
Het met de sterke arm in persoon overdragen aan de autoriteiten van het aangrenzende Schengenland (Duitsland of België) van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling die bij een MTV-controle is aangetroffen.
De vreemdelingenpolitie (in de hieronder genoemde gevallen onder g t/m i) of de KMar (in de hieronder genoemde gevallen onder a t/m g en j) dient het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland door toezending van een bericht (zie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) aan de IND en de DT&V en, indien van toepassing, aan de opvangverlenende instantie, te melden. Indien het vertrek is gefaciliteerd door de IOM, blijft toezending van dit bericht achterwege (zie A4/5). De IND verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte moeten worden gesteld.
Bij toezending van het formulier Bericht van vertrek (zie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) dient te worden aangegeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. De vertrekcategorieën zijn:
De vreemdelingenpolitie (in de hieronder genoemde gevallen onder g t/m i) of de KMar (in de hieronder genoemde gevallen onder a t/m g en j) dient het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland door toezending van een bericht (zie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) aan de IND en de DT&V en, indien van toepassing, aan de opvangverlenende instantie, te melden. Indien het vertrek is gefaciliteerd door de IOM, blijft toezending van dit bericht achterwege (zie A4/5). De IND verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte moeten worden gesteld.
Bij toezending van het formulier Bericht van vertrek (zie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) dient te worden aangegeven op welke wijze de vreemdeling is vertrokken. De vertrekcategorieën zijn:
Verwijdering met de sterke arm uit Nederland van een niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling (inclusief Dublinclaimanten en personen vallende onder andere overdrachtsovereenkomsten). Naast de IND en de DT&V ontvangt, indien van toepassing, ook de opvangverlenende instantie deze informatie.
@@ -4374,11 +4374,11 @@
Als gezinsleden worden in dit verband aangemerkt:
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft. Wanneer dit na een adrescontrole of op andere wijze duidelijk is gebleken, dient de vreemdelingenpolitie een bericht te zenden aan de IND en de DT&V (zie model [M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-07-01&g=2012-07-01)). De in dit formulier opgenomen rubrieken dienen zo volledig mogelijk te worden ingevuld. De vreemdelingenpolitie doet hierbij een voorstel tot signalering (zie A3/9). Hierbij is van belang dat nagegaan wordt door de IND of de vreemdeling inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen.
In een aantal gevallen is uitzetting niet mogelijk, omdat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft. Wanneer dit na een adrescontrole of op andere wijze duidelijk is gebleken, dient de vreemdelingenpolitie een bericht te zenden aan de IND en de DT&V (zie model [M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-10-01&g=2012-10-01)). De in dit formulier opgenomen rubrieken dienen zo volledig mogelijk te worden ingevuld. De vreemdelingenpolitie doet hierbij een voorstel tot signalering (zie A3/9). Hierbij is van belang dat nagegaan wordt door de IND of de vreemdeling inmiddels rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onvoldoende vast is komen te staan vraagt de IND, uitsluitend met het oog op de bepaling in [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), slechts een gedeeltelijk advies op bij de medisch adviseur van BMA. De IND stelt aan de medisch adviseur slechts de vraag of de vreemdeling kan reizen en of er bij terugkeer in het land een medische noodsituatie ontstaat. De medisch adviseur zal in die gevallen geen advies worden gevraagd omtrent de vraag of medische behandeling in het land van herkomst mogelijk is. Aangezien het onderzoek naar de behandelmogelijkheden wordt gefrustreerd, door het niet kunnen aantonen van de identiteit en nationaliteit, wordt uitgegaan van het bestaan van behandelmogelijkheden.
@@ -4432,7 +4432,7 @@
Met uitsluitend mededelingen van de vreemdeling zelf wordt in beginsel geen genoegen genomen. Dit is slechts anders indien bij de DT&V of bij de ambtenaar belast met de uitzetting, dan wel ontruiming, reeds aanstonds en wegens concrete aanwijzingen het vermoeden rijst dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. In dat geval zal de ambtenaar belast met de uitzetting dan wel de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zich ervan moeten vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en hiertoe bij de IND een onderzoek (laten) instellen. In de meeste gevallen zal de medisch adviseur van het BMA door de IND om een advies worden gevraagd (zie B8/3).
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
@@ -4444,7 +4444,7 @@
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een beslissing op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) krijgen, waardoor ingevolge de Rva recht op opvang ontstaat, indien door de vreemdeling, in afwijking van paragraaf 7.2.1.1, onderstaande procedure wordt gevolgd.
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
### 6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
@@ -4456,7 +4456,7 @@
Als gevolg van het medische advies dat in de rust en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Dit kan ook gelden voor medische omstandigheden die later in de procedure tot uiting komen, indien dit is onderbouwd. Bij een afwijzing van de asielaanvraag wordt in de meeromvattende beschikking beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
De IND toetst ambtshalve [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) parallel aan de asielprocedure wanneer hier aan de hand van voornoemd medisch advies danwel andere medisch relevante gegevens, die later in de procedure ingebracht worden, aanwijzingen voor zijn. Hierbij is het wel noodzakelijk dat de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) en bijvoorkeur een kopie van een geldig grensoverschrijdingsdocument heeft overgelegd. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig grensoverschrijdingsdocument te overleggen dan dient de vreemdeling (op andere wijze) voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit te verschaffen middels aanvullende gegevens en bescheiden.
De IND toetst ambtshalve [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) parallel aan de asielprocedure wanneer hier aan de hand van voornoemd medisch advies danwel andere medisch relevante gegevens, die later in de procedure ingebracht worden, aanwijzingen voor zijn. Hierbij is het wel noodzakelijk dat de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) en bijvoorkeur een kopie van een geldig grensoverschrijdingsdocument heeft overgelegd. Indien het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig grensoverschrijdingsdocument te overleggen dan dient de vreemdeling (op andere wijze) voldoende inzicht in zijn identiteit en nationaliteit te verschaffen middels aanvullende gegevens en bescheiden.
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)).
@@ -4746,7 +4746,7 @@
In de volgende gevallen vaardigt de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar een inreisverbod uit:
De vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar en IND zijn bevoegd om een inreisverbod uit te vaardigen, tenzij zij van oordeel zijn dat er gronden aanwezig zijn om een inreisverbod te geven onder toepassing van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). In dat laatste geval wordt dat onmiddellijk na constatering daarvan kenbaar gemaakt aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-07-01&g=2012-07-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven.
De vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar en IND zijn bevoegd om een inreisverbod uit te vaardigen, tenzij zij van oordeel zijn dat er gronden aanwezig zijn om een inreisverbod te geven onder toepassing van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). In dat laatste geval wordt dat onmiddellijk na constatering daarvan kenbaar gemaakt aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-10-01&g=2012-10-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven.
In de volgende gevallen vaardigt de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar een inreisverbod uit:
@@ -4784,7 +4784,7 @@
Nadat de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar de vreemdeling heeft geïnformeerd over het voornemen om een inreisverbod uit te vaardigen, wordt de vreemdeling overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
Uit de door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is de vreemdeling mondeling gehoord en is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het mogelijke inreisverbod en eventueel de verblijfsbeëindiging zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
Uit de door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is de vreemdeling mondeling gehoord en is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het mogelijke inreisverbod en eventueel de verblijfsbeëindiging zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
Naast de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar kan ook de IND uitvoering geven aan de hoorplicht. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat een inreisverbod ex [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
@@ -4980,7 +4980,7 @@
### 10.3.4. Bezwaar en beroep
Door de vreemdeling genoemde personen, die volgens zijn verklaring iets in zijn voordeel zouden kunnen aanvoeren, moeten zoveel mogelijk (schriftelijk) worden gehoord. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies tot verblijfsbeëindiging tevens aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de mogelijke ongewenstverklaring zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-07-01&g=2012-07-01)).
Door de vreemdeling genoemde personen, die volgens zijn verklaring iets in zijn voordeel zouden kunnen aanvoeren, moeten zoveel mogelijk (schriftelijk) worden gehoord. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies tot verblijfsbeëindiging tevens aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de mogelijke ongewenstverklaring zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-10-01&g=2012-10-01)).
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
@@ -5200,7 +5200,7 @@
Als de bewaring voortduurt, wordt het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden groter. In de jurisprudentie van de rechtbanken wordt er doorgaans van uitgegaan dat na zes maanden bewaring het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden in het algemeen zwaarder weegt dan het algemeen belang om de vreemdeling ter fine van uitzetting in bewaring te houden. Onder omstandigheden kan die termijn evenwel langer dan wel korter zijn. De termijn van zes maanden kan onder meer overschreden worden, indien er bijvoorbeeld sprake is van:
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
Indien sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar van onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Desalniettemin kan het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, ongeacht of sprake is van een één- of tweeoudergezin, in geval het gezin de toegang tot Nederland – en daarmee het Schengengebied – is geweigerd, dit in het belang van een effectieve grensbewaking. Vrijheidsontneming van het gehele gezin blijft verder beperkt tot die situaties waarin gedwongen vertrek op korte termijn kan worden gerealiseerd. De beschikbaarheid van het gezin kan in dat geval noodzakelijk worden geacht en kan grond vormen om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. In de regel wordt aangenomen dat het gedwongen vertrek op korte termijn realiseerbaar is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn.
@@ -5258,7 +5258,7 @@
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
Het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geschiedt bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-07-01&g=2012-07-01). De bevoegde ambtenaar dient een afschrift daarvan uit te reiken aan de vreemdeling, waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem moeten worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats dient steeds een nieuwe beschikking te worden gemaakt. Als echter om redenen die voortvloeien uit de toepassing van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zoals het afnemen van een gehoor of om medische redenen, tijdelijke overplaatsing (afhankelijk van feiten of omstandigheden, in beginsel ten hoogste 48 uur) van de vreemdeling vanuit de justitiële inrichting of een andere plaats van onderbrenging naar een andere ruimte of plaats nodig is (bijvoorbeeld van een grenslogies naar het AC), dan is de geldende plaatsingsbeschikking van toepassing. Ook het transport naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder de gegeven beschikking. In deze gevallen hoeft geen nieuwe plaatsingsbeschikking gemaakt te worden.
Het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geschiedt bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-10-01&g=2012-10-01). De bevoegde ambtenaar dient een afschrift daarvan uit te reiken aan de vreemdeling, waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem moeten worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats dient steeds een nieuwe beschikking te worden gemaakt. Als echter om redenen die voortvloeien uit de toepassing van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zoals het afnemen van een gehoor of om medische redenen, tijdelijke overplaatsing (afhankelijk van feiten of omstandigheden, in beginsel ten hoogste 48 uur) van de vreemdeling vanuit de justitiële inrichting of een andere plaats van onderbrenging naar een andere ruimte of plaats nodig is (bijvoorbeeld van een grenslogies naar het AC), dan is de geldende plaatsingsbeschikking van toepassing. Ook het transport naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder de gegeven beschikking. In deze gevallen hoeft geen nieuwe plaatsingsbeschikking gemaakt te worden.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
@@ -5296,7 +5296,7 @@
Aan een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indient en de beslissing daarvan op grond van deze wet in Nederland mag afwachten, kan de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd worden. De maatregel houdt in dat de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet op grond van [artikel 8, aanhef en onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) een plaats aangewezen krijgt waar hij zich gedurende het onderzoek naar de inwilligbaarheid van die aanvraag dient op de houden, overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen. De aanwijzingen, die betrekking kunnen hebben op het gehoor, het fotograferen of dactyloscoperen, en het verstrekken van gegevens, maken deel uit van de beschikbaarheidsverplichting. Het wél verblijven op de aangewezen plaats maar niet handelen overeenkomstig de gegeven aanwijzingen betekent dat de vreemdeling zich niet overeenkomstig [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) beschikbaar houdt op de aangewezen plaats. Daartegenover staat dat ook de beschikbaarheid noodzakelijk dient te zijn ten behoeve van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. Het ontbreken van dergelijk verband maakt de maatregel onrechtmatig.
Voorzover de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning een aanvraag van een asielzoeker betreft, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvanglocatie zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet ophouden. Hij doet dit zowel mondeling als schriftelijk. Hiertoe wordt het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) gebruikt. De aanwijzingen betreffen in ieder geval datum, tijdstip en plaats van aanwijzing. Daarnaast kunnen vervolgaanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het verschaffen van extra informatie, het uitreiken van het rapport van gehoor of de beschikking. Het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking.
Voorzover de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning een aanvraag van een asielzoeker betreft, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvanglocatie zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet ophouden. Hij doet dit zowel mondeling als schriftelijk. Hiertoe wordt het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) gebruikt. De aanwijzingen betreffen in ieder geval datum, tijdstip en plaats van aanwijzing. Daarnaast kunnen vervolgaanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het verschaffen van extra informatie, het uitreiken van het rapport van gehoor of de beschikking. Het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking.
De asielzoeker wordt erop gewezen dat het niet nakomen van de aanwijzingen consequenties heeft voor de afhandeling van zijn aanvraag. Deze omstandigheid wordt mede betrokken bij het onderzoek naar de aanvraag en kan op grond van [artikel 31, tweede lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31) reden zijn de aanvraag af te wijzen.
@@ -5320,11 +5320,11 @@
### 3.5. De vorm
De beschikbaarheidsverplichting wordt opgelegd door de Korpschef. Hij maakt daarbij gebruik van [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. De daarbij gegeven aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het gehoor, het fotograferen, dactyloscoperen en het verstrekken van gegevens en/of informatie. De vreemdeling wordt daarbij tevens gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van een rechtsmiddel.
De beschikbaarheidsverplichting wordt opgelegd door de Korpschef. Hij maakt daarbij gebruik van [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. De daarbij gegeven aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het gehoor, het fotograferen, dactyloscoperen en het verstrekken van gegevens en/of informatie. De vreemdeling wordt daarbij tevens gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van een rechtsmiddel.
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-07-01&g=2012-07-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2012-10-01&g=2012-10-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4.3.2. De bevoegdheid
@@ -5542,7 +5542,7 @@
Ten aanzien van deze vorm van rechtsbijstand kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Op verzoek van de raadsman wordt hem een afschrift verstrekt van het besluit tot bewaring [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) en van het proces-verbaal van gehoor [M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2012-07-01&g=2012-07-01). De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge [artikel 104 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=104) tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
Op verzoek van de raadsman wordt hem een afschrift verstrekt van het besluit tot bewaring [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) en van het proces-verbaal van gehoor [M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2012-10-01&g=2012-10-01). De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge [artikel 104 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=104) tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
@@ -5552,7 +5552,7 @@
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
Indien de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een reguliere aanvraag of een asielaanvraag indient, komt aan de beslissing op de reguliere aanvraag ingevolge [artikel 73, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=73) en aan de beslissing op de asielaanvraag ingevolge [artikel 82, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) geen opschortende werking toe. Voor de procedure betreffende de indiening van een reguliere aanvraag wordt verwezen naar [B1/9.1.1](onbekend).
@@ -6752,7 +6752,7 @@
### 5.1. Algemeen
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) alsmede een informatiefolder.
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder.
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
@@ -7060,7 +7060,7 @@
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-07-01&g=2012-07-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2012-10-01&g=2012-10-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 3.4. De toepassing
@@ -7180,7 +7180,7 @@
### 1.2.1. Mededeling aan de IND
De ambtenaar belast met grensbewaking, de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, dient de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-07-01&g=2012-07-01) of [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) daarvan op de eerste dag van het opleggen van de maatregel op de hoogte te brengen (zie [artikel 5.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.6)). Deze mededeling aan de IND dient ook plaats te vinden indien een dergelijke maatregel inmiddels is opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking, de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, dient de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2012-10-01&g=2012-10-01) of [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) daarvan op de eerste dag van het opleggen van de maatregel op de hoogte te brengen (zie [artikel 5.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.6)). Deze mededeling aan de IND dient ook plaats te vinden indien een dergelijke maatregel inmiddels is opgeheven.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
@@ -7236,7 +7236,7 @@
### 2.8. De beëindiging
Indien de rechtbank de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) beveelt (zie A6/6) betekent dat niet dat ook de weigering van de toegang ex [artikel 3 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) wordt opgeheven. In die gevallen kan nog steeds op grond van artikel 6, eerste lid, Vw (vrijheidsbeperking) een ruimte of plaats worden aangewezen waar de vreemdeling zich dient op te houden. Indien de toegangsweigering wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat aan de vreemdeling alsnog rechtmatig verblijf toekomt op grond van [artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) of de rechtbank de beschikking van weigering toegang vernietigt, wordt de maatregel van artikel 6 Vw eveneens opgeheven. Voor het opheffen van de maatregel dient gebruik te worden gemaakt van Model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
Indien de rechtbank de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) beveelt (zie A6/6) betekent dat niet dat ook de weigering van de toegang ex [artikel 3 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) wordt opgeheven. In die gevallen kan nog steeds op grond van artikel 6, eerste lid, Vw (vrijheidsbeperking) een ruimte of plaats worden aangewezen waar de vreemdeling zich dient op te houden. Indien de toegangsweigering wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat aan de vreemdeling alsnog rechtmatig verblijf toekomt op grond van [artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) of de rechtbank de beschikking van weigering toegang vernietigt, wordt de maatregel van artikel 6 Vw eveneens opgeheven. Voor het opheffen van de maatregel dient gebruik te worden gemaakt van Model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
### 3. Verblijf
@@ -7348,7 +7348,7 @@
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Van het gehoor wordt een proces-verbaal [M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2012-07-01&g=2012-07-01) opgemaakt (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)).
Van het gehoor wordt een proces-verbaal [M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2012-10-01&g=2012-10-01) opgemaakt (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)).
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
@@ -7454,9 +7454,9 @@
Een derdelander die lang verblijf wenst, dat wil zeggen langer dan drie maanden in Nederland of het Schengengebied wil verblijven, wordt de toegang tot Nederland geweigerd op basis van [artikel 3 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3). Tot deze laatste categorie horen ook asielzoekers, die per definitie voor een lange tijd beroep doen op bescherming door de overheid.
In het weigeringsformulier conform het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2012-07-01&g=2012-07-01) overgenomen als bijlage van de Vc, worden de redenen aangekruist op grond waarvan de toegang wordt geweigerd. Verder dient op het weigeringsformulier melding te worden gemaakt van:
Voor het schriftelijk weigeren van de toegang tot Nederland van EU-onderdanen, burgers van de EER en Zwitserland en hun familieleden wordt eveneens gebruik gemaakt van het standaardformulier [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-07-01&g=2012-07-01).
In het weigeringsformulier conform het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2012-10-01&g=2012-10-01) overgenomen als bijlage van de Vc, worden de redenen aangekruist op grond waarvan de toegang wordt geweigerd. Verder dient op het weigeringsformulier melding te worden gemaakt van:
Voor het schriftelijk weigeren van de toegang tot Nederland van EU-onderdanen, burgers van de EER en Zwitserland en hun familieleden wordt eveneens gebruik gemaakt van het standaardformulier [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2012-10-01&g=2012-10-01).
Vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd, zijn verplicht onverwijld te vertrekken met inachtneming van de aanwijzingen van de grensbewakingsambtenaar (zie [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5)).
@@ -7494,7 +7494,7 @@
Periodieke aanmelding bij de Korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente van verblijf van de vreemdeling is gelegen, is verplicht voor de vreemdeling:
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning dient de vreemdeling er door de Korpschef op te worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). Bij asielzoekers geschiedt het vorenstaande door middel van het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. Het gaat hier in beginsel om een op grond van [artikel 4.51, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) wekelijkse meldplicht.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning dient de vreemdeling er door de Korpschef op te worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). Bij asielzoekers geschiedt het vorenstaande door middel van het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. Het gaat hier in beginsel om een op grond van [artikel 4.51, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) wekelijkse meldplicht.
### 7.7.1.1. Algemeen
@@ -7632,7 +7632,7 @@
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens TBC is geen advies van het BMA nodig en is evenmin een toestemmingsverklaring [M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01) vereist. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens TBC is geen advies van het BMA nodig en is evenmin een toestemmingsverklaring [M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01) vereist. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
@@ -10768,7 +10768,7 @@
### 6. Categorie voorzieningen
De maatregel waarbij de bewaring opgelegd wordt, wordt gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt (zie [artikel 5.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Deze vereisten gelden ook bij de voortzetting van de bewaring op een andere grond, zie A6/5.3.4.5. Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling eveneens een terugkeerbesluit, inclusief een eventueel inreisverbod (zie A5/1), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de inbewaringstelling. De vreemdeling moet daarbij schriftelijk en mondeling (in een voor hem begrijpelijke taal) worden gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van het rechtsmiddel genoemd in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) (zie A6/6). Voor het opleggen van de maatregel van bewaring dient gebruik te worden gemaakt van een formulier [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Dit model is zodanig ingericht dat daarin, overeenkomstig [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), steeds de gronden voor de inbewaringstelling worden aangegeven.
De maatregel waarbij de bewaring opgelegd wordt, wordt gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt (zie [artikel 5.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Deze vereisten gelden ook bij de voortzetting van de bewaring op een andere grond, zie A6/5.3.4.5. Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling eveneens een terugkeerbesluit, inclusief een eventueel inreisverbod (zie A5/1), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de inbewaringstelling. De vreemdeling moet daarbij schriftelijk en mondeling (in een voor hem begrijpelijke taal) worden gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van het rechtsmiddel genoemd in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) (zie A6/6). Voor het opleggen van de maatregel van bewaring dient gebruik te worden gemaakt van een formulier [M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Dit model is zodanig ingericht dat daarin, overeenkomstig [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), steeds de gronden voor de inbewaringstelling worden aangegeven.
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
@@ -10816,7 +10816,7 @@
### 3. Verblijfadres aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) opgemaakt te worden.
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) opgemaakt te worden.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-04-01&g=2012-04-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2012-04-01&g=2012-04-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
@@ -10838,7 +10838,7 @@
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) en [96 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=96)) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-07-01&g=2012-07-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
@@ -11066,13 +11066,13 @@
### Opmerkingen
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2012-07-01&g=2012-07-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2012-10-01&g=2012-10-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-07-01&g=2012-07-01) te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01) te worden verzonden.
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
@@ -11090,7 +11090,7 @@
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-07-01&g=2012-07-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
@@ -11838,7 +11838,7 @@
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-07-01&g=2012-07-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)