Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
100 versions
· 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2013-10-01
@@ -68,7 +68,7 @@
### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2013-09-20&g=2013-09-20)) af aan een vreemdeling die:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) af aan een vreemdeling die:
### 2.2.2. Verplichtingen voor de vervoerder
@@ -110,7 +110,7 @@
### 5. Klachten
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
### 6. Registratie en Identificatie
@@ -352,7 +352,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2013-09-20&g=2013-09-20)) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
### 4.3.3.2. Nationale visa
@@ -374,13 +374,13 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2013-09-20&g=2013-09-20) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2013-10-01&g=2013-10-01) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-09-20&g=2013-09-20) en [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-09-20&g=2013-09-20)).
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-10-01&g=2013-10-01)).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
@@ -1080,2782 +1080,2782 @@
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.10.2. Vreemdelingen die een beslissing over verblijf mogen afwachten
De vreemdeling neemt telefonisch contact op met de IND over de te volgen werkwijze. Voordat de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend stuurt de vreemdeling of medisch behandelaar alle volgende bewijsmiddelen aan de IND:
Als de IND de ontvangen bewijsmiddelen compleet beoordeelt, stuurt de IND de gesloten envelop met de medische gegevens naar het BMA. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND. Deze periode is nodig voor BMA om te kunnen vaststellen of de overgelegde medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een besluit op de aanvraag. Als de verstrekte medische gegevens compleet zijn wordt het adviestraject van BMA gestart. Als deze niet compleet zijn informeert de IND de vreemdeling hierover mondeling en/of schriftelijk.
Als aan de voorwaarden is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend op grond van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND moet vaststellen of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies aan te vragen voor een definitieve beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw.
Als aan de voorwaarden is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend op grond van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND moet vaststellen of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies aan te vragen voor een definitieve beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw.
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 6.2.10.2. Vreemdelingen die een beslissing over verblijf mogen afwachten
Als de IND de ontvangen bewijsmiddelen compleet beoordeelt, stuurt de IND de gesloten envelop met de medische gegevens naar het BMA. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND. Deze periode is nodig voor BMA om te kunnen vaststellen of de overgelegde medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een besluit op de aanvraag. Als de verstrekte medische gegevens compleet zijn wordt het adviestraject van BMA gestart. Als deze niet compleet zijn informeert de IND de vreemdeling hierover mondeling en/of schriftelijk.
Als aan de voorwaarden is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend op grond van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND moet vaststellen of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies aan te vragen voor een definitieve beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw.
Als aan de voorwaarden is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend op grond van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming. De IND moet vaststellen of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies aan te vragen voor een definitieve beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw.
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 6.2.11. Vluchtelingen
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.3.1. Inwilliging
### 6.2.11.2. Uitgenodigde vluchtelingen
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.1.1. Inleiding
### 7.1.2. De zorgplicht
### 7.1.2. De zorgplicht
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.1.1. Inleiding
### 7.1.3. De afschriftplicht
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 7.1.3. De afschriftplicht
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11.3.6.2. Verwijdering van derde landers naar Bulgarije (artikel 3 van de overeenkomst)
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 1.3. Opsporing van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 7.1.7. Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 7.2. Verplichtingen voor bestuurders en gezagvoerders
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 8. Ondersteuning van doorgeleiding bij verwijdering door de lucht
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 3. Ongewenstverklaring
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.2. Procedurele aspecten
### 1.1. Algemeen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 1.3. Opsporing van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.2. Procedurele aspecten
### 2.1. Inleiding
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2. Operationeel vreemdelingentoezicht
### 2.3. Operationeel toezicht in het binnenland
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 2.4. Operationeel toezicht ter bestrijding van illegale immigratie
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.3. De toepassing
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. De bevoegdheid
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
### 3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
### 3.7. Rechtsbijstand
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht.
Voor de ongewenstverklaring van:
Voor de ongewenstverklaring van:
In aanvulling op [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), [artikel 8.18, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.18) en [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in [hoofdstuk B10/2.3 Vc](onbekend).
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
### 2. Algemeen
### 2. Algemeen
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.10.2. Kennisgeving aan derden
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.10. Regime waaraan de opgehouden persoon is onderworpen
### 4. Onderzoek van vervoermiddelen
### 3.11. Beëindiging van de vrijheidsontneming
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 5. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 5.2.1. Algemeen
### 5.2. Stellen van aantekeningen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 5.1. Algemeen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden opgelegd.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen nieuwe beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-10-01&g=2013-10-01) te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik maken van [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01). Van model M113 moet altijd:
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geldt geen regime.
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) gebruikt.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.2.3. Aantekeningen door toezichtsambtenaren
### 6. Binnentreden
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Algemeen
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.4. Gehoor
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.5. Bijstand van een raadsman
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M18A. Beschikking ontzegging verdere toegang van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier verstrekkingen RvA 1997
## Model M55. Kennisgeving aangifte mensenhandel en beroep op regeling B9 Vc2000
## Model M56
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel of aanvraag bijzondere aanwijzing
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen opname ter adoptie
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
### 5. Verhoor
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
### 4.4.7. De duur van de vrije termijn
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in de [artikelen 4.39 tot en met 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.39), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in de [artikelen 4.39 tot en met 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.39) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
### 6.2.7.2. Zieke zeelieden
### 6.2.8. Werknemers van een boorplatform en suppliers
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn. Professionele (thuis)zorg is geen mantelzorg. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
### 6.2.7.5. Werkzoekende zeelieden
Een vreemdeling die niet bekend is bij de IND en die een schriftelijke aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij de IND indient, moet deze aanvraag aan het IND-loket aanvullen door het laten vaststellen van zijn verblijfplaats in Nederland door de IND. De IND stelt de verblijfplaats vast door een afschrift uit het GBA of een ander bewijsmiddel waaruit de verblijfplaats van de vreemdeling blijkt. Het niet in persoon aan het IND-loket verschijnen is grond voor afwijzing.
Als de vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen:
moet hij telefonisch contact opnemen met de IND over de te volgen werkwijze (zie paragraaf A3/7.2 Vc).
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in dit geval verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een besluit op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt nadat de drie maanden zijn verstreken of na de bekendmaking van het besluit op de aanvraag. Als na drie maanden nog geen besluit is genomen, verleent de IND opnieuw artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden.
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 6.2.11. Vluchtelingen
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 6.2.11. Vluchtelingen
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.3.1. Inwilliging
### 2.4. Operationeel toezicht ter bestrijding van illegale immigratie
### 6.2.11.2. Uitgenodigde vluchtelingen
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.1.1. Inleiding
### 7.1.2. De zorgplicht
### 7.1.2. De zorgplicht
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.1. Verplichtingen voor vervoerders
### 7.1.1. Inleiding
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.2 Vc gevolgd. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een besluit op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt genomen.
Als [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van de definitieve besluitvorming van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw geldt na afloop van de periode van de opschorting van het vertrek de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit.
### 7.1.3. De afschriftplicht
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 2.4. Operationeel toezicht ter bestrijding van illegale immigratie
### 7.1.3. De afschriftplicht
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-07-13&g=2013-07-13) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-07-13&g=2013-07-13) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 5.2. Stellen van aantekeningen
### 5.2.2. Aantekeningen door grensbewakingsambtenaren
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) gebruikt.
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) - in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) - op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 7.1. Inleiding
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.8.1. Algemene beleidsregels
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Als de vreemdeling een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient bij de DT&V, de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar of het COA, wordt de aanvraag doorgezonden aan de IND.
De vreemdeling onderbouwt een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in ieder geval met:
De IND stelt de bijlagen ‘toestemmingsverklaring’ en ‘bewijs omtrent medische situatie vreemdeling’ beschikbaar via zijn website. Ook zijn deze bijlagen bij de IND-loketten verkrijgbaar.
Als het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig document voor grensoverschrijding te verstrekken, moet de vreemdeling op andere wijze inzicht in zijn identiteit en nationaliteit verschaffen door middel van bewijsmiddelen.
De IND beschouwt als bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding:
Als er geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, mag de aanvraag worden afgewezen. De redelijke termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting eerder gepland is.
### 6.2.10.3. In de overige Schengenstaten voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen
Ten behoeve van de parallelle procedure moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de algemene asielprocedure worden afgewezen geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de verlengde procedure worden behandeld, kan de parallelle procedure worden toegepast als de onder paragraaf A3/7.2 Vc genoemde bewijsmiddelen zijn overgelegd. Zie ook [paragraaf C1/2.4 Vc](onbekend).
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt niet toegepast als de vreemdeling op grond van de Verordening 343/2003 wordt overgedragen aan een bij de Verordening 343/2003 aangesloten lidstaat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor [paragraaf C2/4 Vc](onbekend)).
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a lid 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
### 3.10.2. Kennisgeving aan derden
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.10. Regime waaraan de opgehouden persoon is onderworpen
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-06-01&g=2013-07-01) wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet model M118 worden aangepast.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-07-13&g=2013-07-13)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt uitsluitend verstrekt aan:
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 5.3. Tijdelijk in bewaring nemen van reis- en identiteitspapieren
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-10-01&g=2013-10-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) - in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) - op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in een vrijheidsbeperkende locatie wordt in beginsel twaalf weken opgelegd met [model M102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M102&z=2013-10-01&g=2013-10-01). Als de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, mag de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel te laten voortduren of op een andere plaats op te leggen. Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats wordt opgelegd, wordt model M102 opnieuw opgemaakt.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in:
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.8. De duur
### 6.8. De duur
### 7.2. Verplichting tot opgave van verhuizing
### 6.9. Voorlopige voorziening
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01)).
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
De beslistermijn op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) mag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek bij derden moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
Het indienen van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-10-01&g=2013-10-01)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stuurt het formulier terug aan de Korpschef die voor de vrijheidsbeneming verantwoordelijk was, nadat de uitzetting heeft plaatsgevonden.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan in beginsel in ieder geval in de volgende situaties worden opgelegd aan de vreemdeling:
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.10. Tenuitvoerlegging
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
## Model M93. Bericht omtrent signalering
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend), is opgetreden.
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet model M118 worden aangepast.
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) mag voor vreemdelingen waarvan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeld deze in model M110a of een proces-verbaal.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
De IND verzendt de informatie naar de ontvangende lidstaat conform de termijnen genoemd in de [Verordening 343/2003](32003R0343).
De DT&V draagt alle bewijsmiddelen over aan de ontvangende lidstaat door tussenkomst van de ambtenaar of autoriteit die feitelijk uitvoering geeft aan de overdracht. Als de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de bewijsmiddelen door de ambtenaar belast met grensbewaking afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig. De gezagvoerder van het vliegtuig moet de bewijsmiddelen overhandigen aan de grensbewakingautoriteiten van de ontvangende lidstaat.
De IND is niet verplicht om onderzoek te doen naar niet of onvoldoende onderbouwde stellingen.
In beginsel zal geen gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling door de DT&V, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
Het indienen van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort niet de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva op.
Als de IND op basis van het BMA advies de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling van het besluit onder verwijzing naar het medisch advies schriftelijk op de hoogte.
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
In de verlengde asielprocedure wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet eerder af dan nadat het BMA-advies afgerond is. Dit geldt bij voorkeur ook wanneer de medische problematiek van de vreemdeling zich gedurende de verlengde asielprocedure openbaart. In de verlengde asielprocedure zal in beginsel geen [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden verleend in afwachting van een definitief besluit op grond van artikel 64 Vw.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### 3.8. Het verhoor
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing:
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) mag voor vreemdelingen waarvan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeld deze in model M110a of een proces-verbaal.
Bij Dublinclaimanten bestaat de mogelijkheid dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht aan een lidstaat uitgevoerd wordt. Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging voor bewaring gegeven in de volgende situaties:
### 7.3. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.2. Verplichting tot opgave van verhuizing
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht verwijdering
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Verzoek tot doorgeleiding met het oog op verwijdering door de lucht (overeenkomstig art. 4 van [Richtlijn 2003/110/EG](32003L0110) van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 (PB L321 van 6.12.2003, blz.26)
## Model M103-M109
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### Overwegingen:
Omtrent het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 4.29, eerste lid, onder e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, met dien verstande dat in de gevallen, omschreven in het derde lid van [artikel 4.29 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29), de aantekening geschiedt op een afzonderlijk inlegblad.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Zie [artikel 4.52 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.52). In de volgende gevallen is de vreemdeling verplicht het document als bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) in persoon in te leveren bij de Korpschef van het regionale politiekorps waar hij verblijft:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### Artikel 2 – alternatief
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Voorts dient in alle gevallen waarin wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met door de Nederlandse overheid afgegeven reisdocumenten, daarvan bericht te worden gezonden aan het ministerie van BZK.
De afgifte van documenten als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), geschiedt door de IND.
Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, van het Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22) kunnen worden gezonden naar de IND. De aanvrager kan daartoe een aanvraagformulier aanvragen.
De afgifte van documenten als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), geschiedt door de IND.
Documenten worden vervangen indien de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven overeenkomstig [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van het document.
Wordt niet aanstonds tot afgifte van een nieuw document aan de vreemdeling overgegaan dan verdient het aanbeveling een verklaring af te geven waaruit de aangifte blijkt.
### Artikel 2 – alternatief
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van [artikel 50, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) dient de vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend zich beschikbaar te houden conform de aanwijzingen door de bevoegde autoriteit. Zie A6/3.1.
### Artikel 1 – weekindeling
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend door de ambtenaren belast met grensbewaking of met toezicht op vreemdelingen ten aanzien van asielzoekers aan wie de maatregel van artikel 55, eerste lid, Vw opgelegd is, of ten aanzien van de vreemdeling die zich in een vertrekcentrum bevindt. De bevoegdheid heeft tot doel de veiligheid van de vreemdeling zelf, de in een centrum verblijvende asielzoekers en het daar aanwezige personeel te waarborgen. Bij de beoordeling in welke gevallen zal worden gefouilleerd, bijvoorbeeld bij het van buiten naar binnen komen van een asielzoeker, dient te worden nagegaan of deze fouillering in verhouding staat tot het doel. Dit betekent dat een asielzoeker die in een centrum verblijft niet op ieder moment kan worden onderworpen aan een veiligheidsfouillering, met andere woorden, er moet een reden of aanleiding voor zijn.
De bevoegdheden van documentzoeking en veiligheidsfouillering mogen slechts uitgeoefend worden met inachtneming van de volgende algemene uitgangspunten:
### Artikel 5 – geldigheid
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van [artikel 50, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde.
Een signalering is geen zelfstandige maatregel maar een bijzondere aanwijzing van de Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
Vreemdelingennummer.....
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor (art. 59 Vw 2000 jo. art. 5.2 Vb 2000)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal art. 50 Vw (mobiel toezicht vreemdelingen)
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding art. 50, vierde lid van de Vw
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/maatregel als bedoeld in artikel 6, 50, 55, 56, 57, 58 of 59* Vw
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3](onbekend) van de Vreemdelingencirculaire (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De vervoerder moet ten minste controleren of:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
### 3. Vertrektermijnen
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding en de kennisgeving van overdracht de ontvangende lidstaat waar de vreemdeling naar toe gaat.
Het komt voor dat BMA in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, maar dat dit onder voorwaarden moet. De DT&V ziet erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier betreft een verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De vreemdeling of zijn gemachtigde wordt hierop gewezen door de DT&V.
Bij de beoordeling van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Bij de beoordeling van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij zwangerschap of tuberculose (zie paragraaf A3/7.4 en 7.5 Vc).
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Tbc wordt aangenomen door de IND nadat de vreemdeling een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts overlegt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. Na het verstrijken van de behandeltermijn van de tbc gaat de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling over.
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc.
Als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er geen besmettingsgevaar aanwezig is, is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vw. Als sprake is van verdenking van tbc, zal de uitzetting van de vreemdeling in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Als er een uitzondering wordt gemaakt op een van de voorwaarden vindt overleg tussen de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook hulpofficier van justitie is en de DT&V plaats.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Bewaring op grond van [artikel 59, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is bij gezinnen met minderjarigen beperkt tot een termijn van twee weken. Deze termijn kan slechts worden overschreden als de geplande uitzetting niet plaats kan vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar op onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Als uitzondering wordt in het belang van grensbewaking het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als het gezin de toegang tot Nederland - en daarmee het Schengengebied - is geweigerd, ongeacht of sprake is van een gezin met één- of twee ouders.
De maximale termijn van twee weken voor vrijheidsontneming is niet van toepassing als aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige familie- of gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geldt geen regime.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6).
Een vreemdeling kan uitsluitend op grond van de nationale veiligheid in bewaring worden gesteld door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als de minister daartoe een bijzondere aanwijzing geeft.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2013-07-13&g=2013-07-13) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7.3.2. Op vordering verstrekken van gegevens
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
Een signalering is geen zelfstandige maatregel maar een bijzondere aanwijzing van de Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
.....
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
### Artikel 7 – geschillenclausule
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Vreemdelingennummer.....
.....
Vreemdelingennummer.....
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, vergoedt geen rente over gedeponeerde garantiesommen.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, neemt bij teruggave van de garantiesom of het retourticket aan de vreemdeling of de derde het ontvangstbewijs in.
### 6.1. Algemeen
In het geval dat een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking aanvullende voorwaarden stellen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag verlangen dat de solvabele derde een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere gescheiden garantverklaringen overlegt. De solvabele derde moet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikken voor elke aanvullend aangedragen vreemdeling voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de GBA van de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst merkt in dit verband als zeer bijzondere gevallen aan:
### 4.2.3.1. Reisdoel
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.2.5. Gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7) en de website van de IND).
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang tot het Beneluxgebied in uitsluitend de volgende situaties:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking bij de aantekening aan voor welk(e) Beneluxlidsta(a)t(en) deze geldig is.
### 6.7.2.3. Anderen
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
### 6.13. Toegang voor transitpassagiers van vliegtuigen
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses met betrekking tot illegale immigratie ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) zullen worden gevorderd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat dat behandeling van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling behandelt het geldige document voor grensoverschrijding. Als de vreemdeling onder begeleiding reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken kan plaatsvinden in één van de volgende gevallen:
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de [Verordening 343/2003](32003R0343) of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de [Verordening 343/2003](32003R0343) aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.3 Vc.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de [Verordening 343/2003](32003R0343) of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de [Verordening 343/2003](32003R0343) aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.3 Vc.
Als open tbc is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de uitzetting opgeschort ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing:
De vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid vanwege criminele antecedenten en een (herhaalde) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indient of heeft ingediend, zal in beginsel in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of artikel 59 eerste en tweede lid Vw. Voor die toepassing moet een belangenafweging plaatsvinden door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is. De bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in willen dienen of ingediend hebben, moet zo beperkt mogelijk geschieden.
Bij Dublinclaimanten bestaat de mogelijkheid dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht aan een lidstaat uitgevoerd wordt. Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging voor bewaring gegeven in de volgende situaties:
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 1 – weekindeling
### Artikel 2 – alternatief
Voorts dient in alle gevallen waarin wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met door de Nederlandse overheid afgegeven reisdocumenten, daarvan bericht te worden gezonden aan het ministerie van BZK.
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 7 – geschillenclausule
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
### Overwegingen:
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
Bij de toepassing van deze maatregel geeft de Minister terzake een beschikking af. Op grond van [artikel 75, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) kan tegen deze beschikking geen bezwaar worden gemaakt. De vreemdeling kan tegen deze beschikking rechtstreeks in beroep gaan bij de rechtbank.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Van de aangifte dient proces-verbaal te worden opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal dient te worden gezonden aan de IND. De IND zal verder zorgdragen dat het betreffende documentnummer wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van de DNRI.
### Overwegingen:
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7), mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ook in dat geval aan de hand van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vaststellen dat sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-10-01&g=2013-10-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-04-01&g=2013-04-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het OPS staat gesignaleerd als:
Tevens kan een vreemdeling voor weigering van toegang tot Nederland dan wel het Schengengebied in het (N)SIS geregistreerd staan. Ook kan er sprake zijn van een inreisverbod.
De IND mag een terugkeervisum verstrekken aan de vreemdeling die in het bezit is of was van een verblijfsvergunning, indien de vreemdeling binnen de daarvoor gestelde termijn verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning heeft gevraagd. In deze gevallen hoeft de vreemdeling geen dringende reden aan te voeren als bedoeld onder ad a onder het kopje ‘vreemdelingen in procedure’. De overige voorwaarden zoals eerder vermeld onder b tot en met f onder het kopje ‘vreemdelingen in procedure’ blijven gelden.
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef van het regionale politiekorps waarin het ziekenhuis is gelegen over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [model M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de GBA.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 6.2.3.1. Diplomatieke en consulaire ambtenaren
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De EU-staat mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een EU-staat in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Een uitzondering op het niet aantonen van de medische situatie is als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit onvoldoende aantoont. Aangezien het onderzoek naar de behandelmogelijkheden wordt gefrustreerd door de vreemdeling door het niet aantonen van de identiteit en nationaliteit, wordt uitgegaan van het bestaan van behandelmogelijkheden.
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege wordt gelaten. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Een forensisch geneeskundige van de GG&GD moet altijd worden ingeschakeld door de IND of DT&V wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar van tbc.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de IND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)) geplaatst, met vermelding van de duur van de opschorting van het vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van de opschorting van het vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit.
Er is geen nieuw besluit nodig tenzij de uitzetting achterwege blijft zonder dat daarbij een eindtermijn van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) word gesteld. Als geen eindtermijn aan artikel 64 Vw wordt gesteld, stelt de IND per besluit een van de volgende voorwaarden vast:
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt afgewezen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 7.1.5. Terugvoerplicht
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11.3.6.2. Verwijdering van derde landers naar Bulgarije (artikel 3 van de overeenkomst)
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 1.3. Opsporing van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2013-10-01&g=2013-10-01) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13).
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
De bewaring duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 7. De behandeling van het beroep
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
### Artikel 4 – zakgeld
### 1. Aanvrager
### 1. Aanvrager
.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Een vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.2 Vc.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 13, eerste lid juncto artikel 5, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling die niet wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van de Schengenstaten.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 5, eerste lid, onder a van de Schengengrenscode staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. De geldigheidsduur van het geldig document voor grensoverschrijding moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan drie maanden beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
Een vreemdeling die zelfstandig reist, moet in staat zijn te voorzien in de kosten van zijn verblijf en onderdak. Voor Nederland geldt een bedrag van ten minste € 34 per persoon per dag. Het bedrag van € 34 is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang van de vreemdeling is gewaarborgd.
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag in ieder geval in de volgende situaties gebruik maken van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](onbekend), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
Het terugkeervisum van de vreemdeling is in deze gevallen geldig voor één reis, tenzij het gaat om een vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen. De IND mag aan de vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen een terugkeervisum voor meerdere reizen afgeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de termijn van 90 dagen aan de hand van het tijdvak van 180 dagen te rekenen vanaf datum eerste binnenkomst. In dit tijdvak van 180 dagen – en elk van de hierop volgende tijdvakken van 180 dagen – mag de vreemdeling niet meer dan 90 dagen in het Schengengebied verblijven.
Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
Bij toegang onder voorwaarden stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt het voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
Indien na de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, (vrijwel)gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
De IND stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De IND schort de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag op, als een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel indient. De IND verhaalt kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model [M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De niet beëdigde tolk moet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgehouden persoon niet te horen.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van [artikel 52, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=52), het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het bewijsmiddel komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het bewijsmiddel zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
De Korpschef van de verblijfplaats van de vreemdeling informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef:
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het OPS controleren.
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2013-10-01&g=2013-10-01) verzenden aan de IND, samen met:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering ‘OVR (ongewenst vreemdeling)’ doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108). De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 197 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197).
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS- onderscheiden:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of OPS gehandhaafd.
Als sprake is van een claim op basis van de [verordening 343/2003](32003R0343) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking verricht de volgende handelingen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLOS (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLOS stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het OPS verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het OPS opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND heft een signalering in het OPS op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
Het bezit van de Nederlandse nationaliteit mag onder meer worden aangenomen op grond van onderstaande documenten:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND of de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet aan een vreemdeling een nieuw terugkeerbesluit uitreiken als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Aan een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod verstrekt. Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een inreisverbod inhoudt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen via Bureau Sirene contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling een inreisverbod opleggen. Als het verstrekken van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), verstrekt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geen terugkeerbesluit.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. De Korpschef moet een verdenking van een misdrijf gepleegd door een vreemdeling bevestigen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt aangenomen als tenminste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) op de vreemdeling van toepassing zijn.
Als de IND, KMar of politie besluit om de vertrektermijn aan de vreemdeling te onthouden moet altijd in het besluit worden toegelicht waaruit blijkt dat aannemelijk is dat het risico op onttrekken aan het toezicht zich voordoet. De feiten of omstandigheden zoals genoemd onder [artikel 5.1b, eerste lid, onder a, c, d, f, g, h, m Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) brengen naar hun aard direct een risico op onttrekken aan toezicht met zich mee. Ook dan geldt dat zich twee gronden moeten voordoen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet aangenomen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel tegengeworpen:
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IOM moet ten aanzien van het REAN-prgramma alle volgende handelingen verrichten:
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie [paragraaf B8/6 Vc](onbekend)), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
Uitzettingen vinden plaats via één van de uitzetcentra. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de uitzetcentra. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzetting via een uitzetcentrum kan op twee manieren plaatsvinden:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-07-13&g=2013-07-13) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-10-01&g=2013-10-01) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2013-10-01&g=2013-10-01) op.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Zie ook [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b).
Als in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343) een claim is gehonoreerd en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 30, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) wordt afgewezen door de IND, verricht de IND in ieder geval de volgende handelingen:
Als in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343) een claim is gehonoreerd en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 30, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) wordt afgewezen door de IND, verricht de IND in ieder geval de volgende handelingen:
DT&V verstrekt in ieder geval de volgende informatie aan de IND:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-07-13&g=2013-07-13) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-10-01&g=2013-10-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar.
De IND wijst in ieder geval de aanvraag van de vreemdeling af zonder advies aan het BMA te vragen als de vreemdeling:
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt afgewezen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan worden ingewilligd als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a).
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een besluit op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) krijgen. Door de aanvraag ontstaat volgens de Rva recht op opvang, als door de vreemdeling de volgende werkwijze wordt gevolgd.
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een besluit op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) krijgen. Door de aanvraag ontstaat volgens de Rva recht op opvang, als door de vreemdeling de volgende werkwijze wordt gevolgd.
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
### 2. Het inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 7.1.7. Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 7.2. Verplichtingen voor bestuurders en gezagvoerders
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 8. Ondersteuning van doorgeleiding bij verwijdering door de lucht
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 3. Ongewenstverklaring
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.2. Procedurele aspecten
### 1.1. Algemeen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 1.3. Opsporing van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.2. Procedurele aspecten
### 2.1. Inleiding
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2. Operationeel vreemdelingentoezicht
### 2.3. Operationeel toezicht in het binnenland
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in [artikel 3.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3), met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als:
De IND heft het inreisverbod – in afwijking van [artikel 6.5 lid 1 tot en met lid 3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b) – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Paragraaf A4/3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
De IND heft een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
De IND heft een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
De IND heft een inreisverbod dat aan de vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND rekent tot vrijheidsontnemende maatregelen:
Bij een veroordeling van een vreemdeling tot een taakstraf neemt de IND de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt bij de beoordeling of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 2.4. Operationeel toezicht ter bestrijding van illegale immigratie
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.3. De toepassing
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. De bevoegdheid
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.5. Overbrenging naar een plaats bestemd voor verhoor
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
### 3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
### 3.7. Rechtsbijstand
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht.
Voor de ongewenstverklaring van:
Voor de ongewenstverklaring van:
In aanvulling op [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), [artikel 8.18, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.18) en [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in [hoofdstuk B10/2.3 Vc](onbekend).
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
### 2. Algemeen
### 2. Algemeen
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.10.2. Kennisgeving aan derden
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.10. Regime waaraan de opgehouden persoon is onderworpen
### 4. Onderzoek van vervoermiddelen
### 3.11. Beëindiging van de vrijheidsontneming
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 5. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 5.2.1. Algemeen
### 5.2. Stellen van aantekeningen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 5.1. Algemeen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden opgelegd.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen nieuwe beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-09-20&g=2013-09-20) te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik maken van [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20). Van model M113 moet altijd:
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geldt geen regime.
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) gebruikt.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.2.3. Aantekeningen door toezichtsambtenaren
### 6. Binnentreden
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Algemeen
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.4. Gehoor
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.5. Bijstand van een raadsman
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M18A. Beschikking ontzegging verdere toegang van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier verstrekkingen RvA 1997
## Model M55. Kennisgeving aangifte mensenhandel en beroep op regeling B9 Vc2000
## Model M56
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel of aanvraag bijzondere aanwijzing
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen opname ter adoptie
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
### 5. Verhoor
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
### 4.4.7. De duur van de vrije termijn
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in de [artikelen 4.39 tot en met 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.39), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in de [artikelen 4.39 tot en met 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.39) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
### 6.2.7.2. Zieke zeelieden
### 6.2.8. Werknemers van een boorplatform en suppliers
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn. Professionele (thuis)zorg is geen mantelzorg. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
### 6.2.7.5. Werkzoekende zeelieden
Een vreemdeling die niet bekend is bij de IND en die een schriftelijke aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij de IND indient, moet deze aanvraag aan het IND-loket aanvullen door het laten vaststellen van zijn verblijfplaats in Nederland door de IND. De IND stelt de verblijfplaats vast door een afschrift uit het GBA of een ander bewijsmiddel waaruit de verblijfplaats van de vreemdeling blijkt. Het niet in persoon aan het IND-loket verschijnen is grond voor afwijzing.
Als de vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen:
moet hij telefonisch contact opnemen met de IND over de te volgen werkwijze (zie paragraaf A3/7.2 Vc).
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
### 6.2.11.1. Houders van reisdocumenten voor vluchtelingen
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.2 Vc gevolgd. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt genomen.
Als [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van de definitieve besluitvorming van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw geldt na afloop van de periode van de opschorting van het vertrek een vertrektermijn van vier weken.
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
### 7.1.3. De afschriftplicht
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-07-13&g=2013-07-13) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-07-13&g=2013-07-13) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 5.2. Stellen van aantekeningen
### 5.2.2. Aantekeningen door grensbewakingsambtenaren
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) gebruikt.
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) - in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) - op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 7.1. Inleiding
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.8.1. Algemene beleidsregels
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Als de vreemdeling een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient bij de DT&V, de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar of het COA, wordt de aanvraag doorgezonden aan de IND.
De vreemdeling onderbouwt een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in ieder geval met:
De IND stelt de bijlagen ‘toestemmingsverklaring’ en ‘bewijs omtrent medische situatie vreemdeling’ beschikbaar via zijn website. Ook zijn deze bijlagen bij de IND-loketten verkrijgbaar.
Als het voor de vreemdeling niet mogelijk is een geldig document voor grensoverschrijding te verstrekken, moet de vreemdeling op andere wijze inzicht in zijn identiteit en nationaliteit verschaffen door middel van bewijsmiddelen.
De IND beschouwt als bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding:
Als er geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, mag de aanvraag worden afgewezen. De redelijke termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting eerder gepland is.
### 6.2.10.3. In de overige Schengenstaten voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de algemene asielprocedure worden afgewezen geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de verlengde procedure worden behandeld, kan de parallelle procedure worden toegepast als de onder paragraaf A3/7.2 Vc genoemde bewijsmiddelen zijn overgelegd. Zie ook [paragraaf C1/2.4 Vc](onbekend).
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt niet toegepast als de vreemdeling op grond van de Verordening 343/2003 wordt overgedragen aan een bij de Verordening 343/2003 aangesloten lidstaat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor [paragraaf C2/4 Vc](onbekend)).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a lid 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
### 3.10.2. Kennisgeving aan derden
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.10. Regime waaraan de opgehouden persoon is onderworpen
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-06-01&g=2013-07-01) wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet model M118 worden aangepast.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-07-13&g=2013-07-13)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-09-20&g=2013-09-20) wordt uitsluitend verstrekt aan:
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 5.3. Tijdelijk in bewaring nemen van reis- en identiteitspapieren
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-09-20&g=2013-09-20) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) - in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) - op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in een vrijheidsbeperkende locatie wordt in beginsel twaalf weken opgelegd met [model M102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M102&z=2013-09-20&g=2013-09-20). Als de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, mag de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel te laten voortduren of op een andere plaats op te leggen. Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats wordt opgelegd, wordt model M102 opnieuw opgemaakt.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in:
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.8. De duur
### 6.8. De duur
### 7.2. Verplichting tot opgave van verhuizing
### 6.9. Voorlopige voorziening
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20)).
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
De beslistermijn op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) mag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek bij derden moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
Het indienen van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-09-20&g=2013-09-20)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stuurt het formulier terug aan de Korpschef die voor de vrijheidsbeneming verantwoordelijk was, nadat de uitzetting heeft plaatsgevonden.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan in beginsel in ieder geval in de volgende situaties worden opgelegd aan de vreemdeling:
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.10. Tenuitvoerlegging
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
## Model M93. Bericht omtrent signalering
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend), is opgetreden.
[Model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-09-20&g=2013-09-20) wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en moet de vreemdeling begeleiden van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet model M118 worden aangepast.
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) mag voor vreemdelingen waarvan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeld deze in model M110a of een proces-verbaal.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
De IND verzendt de informatie naar de ontvangende lidstaat conform de termijnen genoemd in de [Verordening 343/2003](32003R0343).
De DT&V draagt alle bewijsmiddelen over aan de ontvangende lidstaat door tussenkomst van de ambtenaar of autoriteit die feitelijk uitvoering geeft aan de overdracht. Als de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de bewijsmiddelen door de ambtenaar belast met grensbewaking afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig. De gezagvoerder van het vliegtuig moet de bewijsmiddelen overhandigen aan de grensbewakingautoriteiten van de ontvangende lidstaat.
De IND is niet verplicht om onderzoek te doen naar niet of onvoldoende onderbouwde stellingen.
In beginsel zal geen gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling door de DT&V, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
Het indienen van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort niet de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva op.
Als de IND op basis van het BMA advies de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling van het besluit onder verwijzing naar het medisch advies schriftelijk op de hoogte.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
In de verlengde asielprocedure wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet eerder af dan nadat het BMA-advies afgerond is. Dit geldt bij voorkeur ook wanneer de medische problematiek van de vreemdeling zich gedurende de verlengde asielprocedure openbaart. In de verlengde asielprocedure zal in beginsel geen [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden verleend in afwachting van een definitief besluit op grond van artikel 64 Vw.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### 3.8. Het verhoor
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing:
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) mag voor vreemdelingen waarvan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeld deze in model M110a of een proces-verbaal.
Bij Dublinclaimanten bestaat de mogelijkheid dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht aan een lidstaat uitgevoerd wordt. Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging voor bewaring gegeven in de volgende situaties:
### 7.3. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.2. Verplichting tot opgave van verhuizing
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht verwijdering
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Verzoek tot doorgeleiding met het oog op verwijdering door de lucht (overeenkomstig art. 4 van [Richtlijn 2003/110/EG](32003L0110) van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 (PB L321 van 6.12.2003, blz.26)
## Model M103-M109
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### Overwegingen:
Omtrent het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 4.29, eerste lid, onder e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, met dien verstande dat in de gevallen, omschreven in het derde lid van [artikel 4.29 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29), de aantekening geschiedt op een afzonderlijk inlegblad.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Zie [artikel 4.52 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.52). In de volgende gevallen is de vreemdeling verplicht het document als bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) in persoon in te leveren bij de Korpschef van het regionale politiekorps waar hij verblijft:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### Artikel 2 – alternatief
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Voorts dient in alle gevallen waarin wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met door de Nederlandse overheid afgegeven reisdocumenten, daarvan bericht te worden gezonden aan het ministerie van BZK.
De afgifte van documenten als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), geschiedt door de IND.
Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, van het Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22) kunnen worden gezonden naar de IND. De aanvrager kan daartoe een aanvraagformulier aanvragen.
De afgifte van documenten als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), geschiedt door de IND.
Documenten worden vervangen indien de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven overeenkomstig [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van het document.
Wordt niet aanstonds tot afgifte van een nieuw document aan de vreemdeling overgegaan dan verdient het aanbeveling een verklaring af te geven waaruit de aangifte blijkt.
### Artikel 2 – alternatief
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van [artikel 50, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) dient de vreemdeling die een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend zich beschikbaar te houden conform de aanwijzingen door de bevoegde autoriteit. Zie A6/3.1.
### Artikel 1 – weekindeling
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Deze bevoegdheid kan worden uitgeoefend door de ambtenaren belast met grensbewaking of met toezicht op vreemdelingen ten aanzien van asielzoekers aan wie de maatregel van artikel 55, eerste lid, Vw opgelegd is, of ten aanzien van de vreemdeling die zich in een vertrekcentrum bevindt. De bevoegdheid heeft tot doel de veiligheid van de vreemdeling zelf, de in een centrum verblijvende asielzoekers en het daar aanwezige personeel te waarborgen. Bij de beoordeling in welke gevallen zal worden gefouilleerd, bijvoorbeeld bij het van buiten naar binnen komen van een asielzoeker, dient te worden nagegaan of deze fouillering in verhouding staat tot het doel. Dit betekent dat een asielzoeker die in een centrum verblijft niet op ieder moment kan worden onderworpen aan een veiligheidsfouillering, met andere woorden, er moet een reden of aanleiding voor zijn.
De bevoegdheden van documentzoeking en veiligheidsfouillering mogen slechts uitgeoefend worden met inachtneming van de volgende algemene uitgangspunten:
### Artikel 5 – geldigheid
Een vreemdeling die, bij aanmelding of bij aantreffen, niet (meer) in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding, dient op grond van [artikel 50, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) te worden staande gehouden en te worden gehoord. Zie ook A3/3. Zijn identiteit dient te worden vastgelegd aan de hand van naamsopgave, foto’s en dactyloscopisch signalement met handtekening van de gedactyloscopeerde.
Een signalering is geen zelfstandige maatregel maar een bijzondere aanwijzing van de Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
Vreemdelingennummer.....
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor (art. 59 Vw 2000 jo. art. 5.2 Vb 2000)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal art. 50 Vw (mobiel toezicht vreemdelingen)
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding art. 50, vierde lid van de Vw
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/maatregel als bedoeld in artikel 6, 50, 55, 56, 57, 58 of 59* Vw
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3](onbekend) van de Vreemdelingencirculaire (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De vervoerder moet ten minste controleren of:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
### 3. Vertrektermijnen
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding en de kennisgeving van overdracht de ontvangende lidstaat waar de vreemdeling naar toe gaat.
Het komt voor dat BMA in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, maar dat dit onder voorwaarden moet. De DT&V ziet erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier betreft een verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De vreemdeling of zijn gemachtigde wordt hierop gewezen door de DT&V.
Bij de beoordeling van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Bij de beoordeling van een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij zwangerschap of tuberculose (zie paragraaf A3/7.4 en 7.5 Vc).
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc.
Als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er geen besmettingsgevaar aanwezig is, is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vw. Als sprake is van verdenking van tbc, zal de uitzetting van de vreemdeling in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Als er een uitzondering wordt gemaakt op een van de voorwaarden vindt overleg tussen de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook hulpofficier van justitie is en de DT&V plaats.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Bewaring op grond van [artikel 59, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is bij gezinnen met minderjarigen beperkt tot een termijn van twee weken. Deze termijn kan slechts worden overschreden als de geplande uitzetting niet plaats kan vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar op onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Als uitzondering wordt in het belang van grensbewaking het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als het gezin de toegang tot Nederland - en daarmee het Schengengebied - is geweigerd, ongeacht of sprake is van een gezin met één- of twee ouders.
De maximale termijn van twee weken voor vrijheidsontneming is niet van toepassing als aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige familie- of gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geldt geen regime.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6).
Een vreemdeling kan uitsluitend op grond van de nationale veiligheid in bewaring worden gesteld door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als de minister daartoe een bijzondere aanwijzing geeft.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2013-07-13&g=2013-07-13) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7.3.2. Op vordering verstrekken van gegevens
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
Een signalering is geen zelfstandige maatregel maar een bijzondere aanwijzing van de Minister aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en het toezicht op vreemdelingen, die gegeven wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
.....
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
### Artikel 7 – geschillenclausule
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Vreemdelingennummer.....
.....
Vreemdelingennummer.....
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, vergoedt geen rente over gedeponeerde garantiesommen.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, neemt bij teruggave van de garantiesom of het retourticket aan de vreemdeling of de derde het ontvangstbewijs in.
### 6.1. Algemeen
In het geval dat een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking aanvullende voorwaarden stellen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag verlangen dat de solvabele derde een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere gescheiden garantverklaringen overlegt. De solvabele derde moet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikken voor elke aanvullend aangedragen vreemdeling voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de GBA van de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst merkt in dit verband als zeer bijzondere gevallen aan:
### 4.2.3.1. Reisdoel
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.2.5. Gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7) en de website van de IND).
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang tot het Beneluxgebied in uitsluitend de volgende situaties:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking bij de aantekening aan voor welk(e) Beneluxlidsta(a)t(en) deze geldig is.
### 6.7.2.3. Anderen
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
### 6.13. Toegang voor transitpassagiers van vliegtuigen
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses met betrekking tot illegale immigratie ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) zullen worden gevorderd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat dat behandeling van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling behandelt het geldige document voor grensoverschrijding. Als de vreemdeling onder begeleiding reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken kan plaatsvinden in één van de volgende gevallen:
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de [Verordening 343/2003](32003R0343) of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de [Verordening 343/2003](32003R0343) aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.3 Vc.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de [Verordening 343/2003](32003R0343) of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de [Verordening 343/2003](32003R0343) aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.3 Vc.
Als open tbc is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de uitzetting opgeschort ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Tbc wordt aangenomen door de IND nadat de vreemdeling een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts overlegt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. Na het verstrijken van de behandeltermijn van de tbc gaat de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling over.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing:
De vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid vanwege criminele antecedenten en een (herhaalde) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indient of heeft ingediend, zal in beginsel in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of artikel 59 eerste en tweede lid Vw. Voor die toepassing moet een belangenafweging plaatsvinden door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is. De bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in willen dienen of ingediend hebben, moet zo beperkt mogelijk geschieden.
Bij Dublinclaimanten bestaat de mogelijkheid dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht aan een lidstaat uitgevoerd wordt. Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging voor bewaring gegeven in de volgende situaties:
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 1 – weekindeling
### Artikel 2 – alternatief
Voorts dient in alle gevallen waarin wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met door de Nederlandse overheid afgegeven reisdocumenten, daarvan bericht te worden gezonden aan het ministerie van BZK.
In [artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de mogelijkheid tot documentzoeking opgenomen met betrekking tot asielzoekers. Deze bevoegdheid is ook van toepassing op hen die een afspraak willen maken voor het indienen van een asielaanvraag (zie [C9/2.1.1.1](onbekend)).
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 7 – geschillenclausule
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
### Overwegingen:
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
Bij de toepassing van deze maatregel geeft de Minister terzake een beschikking af. Op grond van [artikel 75, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) kan tegen deze beschikking geen bezwaar worden gemaakt. De vreemdeling kan tegen deze beschikking rechtstreeks in beroep gaan bij de rechtbank.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Van de aangifte dient proces-verbaal te worden opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal dient te worden gezonden aan de IND. De IND zal verder zorgdragen dat het betreffende documentnummer wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van de DNRI.
### Overwegingen:
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7), mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ook in dat geval aan de hand van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vaststellen dat sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-09-20&g=2013-09-20). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-04-01&g=2013-04-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het OPS staat gesignaleerd als:
Tevens kan een vreemdeling voor weigering van toegang tot Nederland dan wel het Schengengebied in het (N)SIS geregistreerd staan. Ook kan er sprake zijn van een inreisverbod.
De IND mag een terugkeervisum verstrekken aan de vreemdeling die in het bezit is of was van een verblijfsvergunning, indien de vreemdeling binnen de daarvoor gestelde termijn verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning heeft gevraagd. In deze gevallen hoeft de vreemdeling geen dringende reden aan te voeren als bedoeld onder ad a onder het kopje ‘vreemdelingen in procedure’. De overige voorwaarden zoals eerder vermeld onder b tot en met f onder het kopje ‘vreemdelingen in procedure’ blijven gelden.
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef van het regionale politiekorps waarin het ziekenhuis is gelegen over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [model M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2013-09-20&g=2013-09-20) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de GBA.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 6.2.3.1. Diplomatieke en consulaire ambtenaren
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De EU-staat mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een EU-staat in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Een uitzondering op het niet aantonen van de medische situatie is als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit onvoldoende aantoont. Aangezien het onderzoek naar de behandelmogelijkheden wordt gefrustreerd door de vreemdeling door het niet aantonen van de identiteit en nationaliteit, wordt uitgegaan van het bestaan van behandelmogelijkheden.
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege wordt gelaten. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Een forensisch geneeskundige van de GG&GD moet altijd worden ingeschakeld door de IND of DT&V wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar van tbc.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt daarin door de IND een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)) geplaatst, met vermelding van de duur van de opschorting van het vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van de opschorting van het vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland binnen vier weken te verlaten en de bevoegdheid van de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling. Er is geen nieuw besluit nodig tenzij de uitzetting achterwege blijft zonder dat daarbij een eindtermijn van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) word gesteld. Als geen eindtermijn aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt gesteld, stelt de IND per besluit een van de volgende voorwaarden vast:
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt afgewezen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt afgewezen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2013-09-20&g=2013-09-20) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13).
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De ambtenaar belast met grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-10-01&g=2013-10-01). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
De bewaring duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.3.3. Melding door de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 7. De behandeling van het beroep
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
### Artikel 4 – zakgeld
### 1. Aanvrager
### 1. Aanvrager
.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Een vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.2 Vc.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 13, eerste lid juncto artikel 5, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling die niet wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van de Schengenstaten.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 5, eerste lid, onder a van de Schengengrenscode staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. De geldigheidsduur van het geldig document voor grensoverschrijding moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan drie maanden beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
Een vreemdeling die zelfstandig reist, moet in staat zijn te voorzien in de kosten van zijn verblijf en onderdak. Voor Nederland geldt een bedrag van ten minste € 34 per persoon per dag. Het bedrag van € 34 is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang van de vreemdeling is gewaarborgd.
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag in ieder geval in de volgende situaties gebruik maken van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](onbekend), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
Het terugkeervisum van de vreemdeling is in deze gevallen geldig voor één reis, tenzij het gaat om een vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen. De IND mag aan de vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen een terugkeervisum voor meerdere reizen afgeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de termijn van 90 dagen aan de hand van het tijdvak van 180 dagen te rekenen vanaf datum eerste binnenkomst. In dit tijdvak van 180 dagen – en elk van de hierop volgende tijdvakken van 180 dagen – mag de vreemdeling niet meer dan 90 dagen in het Schengengebied verblijven.
Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
Bij toegang onder voorwaarden stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt het voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
Indien na de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, (vrijwel)gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
De IND stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De IND schort de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag op, als een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel indient. De IND verhaalt kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model [M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De niet beëdigde tolk moet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgehouden persoon niet te horen.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van [artikel 52, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=52), het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het bewijsmiddel komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het bewijsmiddel zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
De Korpschef van de verblijfplaats van de vreemdeling informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef:
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het OPS controleren.
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2013-09-20&g=2013-09-20) verzenden aan de IND, samen met:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering ‘OVR (ongewenst vreemdeling)’ doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108). De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 197 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197).
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS- onderscheiden:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of OPS gehandhaafd.
Als sprake is van een claim op basis van de [verordening 343/2003](32003R0343) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking verricht de volgende handelingen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLOS (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLOS stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het OPS verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het OPS opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND heft een signalering in het OPS op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
Het bezit van de Nederlandse nationaliteit mag onder meer worden aangenomen op grond van onderstaande documenten:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND of de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet aan een vreemdeling een nieuw terugkeerbesluit uitreiken als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Aan een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod verstrekt. Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een inreisverbod inhoudt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen via Bureau Sirene contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling een inreisverbod opleggen. Als het verstrekken van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), verstrekt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geen terugkeerbesluit.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. De Korpschef moet een verdenking van een misdrijf gepleegd door een vreemdeling bevestigen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt aangenomen als tenminste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) op de vreemdeling van toepassing zijn.
Als de IND, KMar of politie besluit om de vertrektermijn aan de vreemdeling te onthouden moet altijd in het besluit worden toegelicht waaruit blijkt dat aannemelijk is dat het risico op onttrekken aan het toezicht zich voordoet. De feiten of omstandigheden zoals genoemd onder [artikel 5.1b, eerste lid, onder a, c, d, f, g, h, m Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) brengen naar hun aard direct een risico op onttrekken aan toezicht met zich mee. Ook dan geldt dat zich twee gronden moeten voordoen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet aangenomen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel tegengeworpen:
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IOM moet ten aanzien van het REAN-prgramma alle volgende handelingen verrichten:
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie [paragraaf B8/6 Vc](onbekend)), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
Uitzettingen vinden plaats via één van de uitzetcentra. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de uitzetcentra. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzetting via een uitzetcentrum kan op twee manieren plaatsvinden:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-07-13&g=2013-07-13) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-09-20&g=2013-09-20) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-09-20&g=2013-09-20) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2013-09-20&g=2013-09-20) op.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Zie ook [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b).
Als in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343) een claim is gehonoreerd en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 30, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) wordt afgewezen door de IND, verricht de IND in ieder geval de volgende handelingen:
Als in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343) een claim is gehonoreerd en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 30, eerste lid onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) wordt afgewezen door de IND, verricht de IND in ieder geval de volgende handelingen:
DT&V verstrekt in ieder geval de volgende informatie aan de IND:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-07-13&g=2013-07-13) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-09-20&g=2013-09-20) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar.
De IND wijst in ieder geval de aanvraag van de vreemdeling af zonder advies aan het BMA te vragen als de vreemdeling:
Een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) kan worden ingewilligd als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a).
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een besluit op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) krijgen. Door de aanvraag ontstaat volgens de Rva recht op opvang, als door de vreemdeling de volgende werkwijze wordt gevolgd.
Een uitgeprocedeerde asielzoeker kan in afwachting van een besluit op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) krijgen. Door de aanvraag ontstaat volgens de Rva recht op opvang, als door de vreemdeling de volgende werkwijze wordt gevolgd.
De vreemdeling neemt telefonisch contact op met de IND over de te volgen werkwijze. Voordat de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend stuurt de vreemdeling of medisch behandelaar alle volgende bewijsmiddelen aan de IND:
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit aan een vreemdeling als deze vreemdeling:
Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder a Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als:
De IND heft het inreisverbod – in afwijking van [artikel 6.5 lid 1 tot en met lid 3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b) – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Paragraaf A4/3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
De IND heft een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
De IND heft een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
De IND heft een inreisverbod dat aan de vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij voldoet aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND rekent tot vrijheidsontnemende maatregelen:
Bij een veroordeling van een vreemdeling tot een taakstraf neemt de IND de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt bij de beoordeling of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
De ambtenaar belast met grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2013-09-20&g=2013-09-20). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
De bewaring duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
Als er redenen zijn om de bewaring met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Als een vreemdeling tijdens de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
@@ -3874,15 +3874,15 @@
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-07-13&g=2013-07-13), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-07-13&g=2013-07-13)) opmaken.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-09-20&g=2013-09-20), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20)) opmaken.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-10-01&g=2013-10-01), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) opmaken.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-07-13&g=2013-07-13).
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20) moet altijd:
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend één van de volgende ambtenaren:
@@ -3890,11 +3890,11 @@
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2013-09-20&g=2013-09-20) naar de IND.
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2013-10-01&g=2013-10-01) naar de IND.
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
### 7. De behandeling van het beroep
@@ -6622,17 +6622,17 @@
De IND verleent ook uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen als uit een bewijs blijkt dat de vreemdeling:
Ten behoeve van de parallelle procedure moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden zoveel mogelijk (ambtshalve) meegenomen tijdens de asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
@@ -6750,7 +6750,7 @@
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-09-20&g=2013-09-20)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-10-01&g=2013-10-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 9.5.1. Algemeen
@@ -7536,7 +7536,7 @@
### 4.3.3.1. Schengenvisa
De schriftelijke toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2013-09-20&g=2013-09-20), [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-09-20&g=2013-09-20) of M18A ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
De schriftelijke toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2013-10-01&g=2013-10-01) of M18A ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
@@ -9284,7 +9284,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de hulpofficier van Justitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-09-20&g=2013-09-20) opmaken.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de hulpofficier van Justitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-10-01&g=2013-10-01) opmaken.
De IND moet een nieuw terugkeerbesluit verstrekken aan de vreemdeling aan wie de vertrektermijn wordt onthouden en een inreisverbod wordt opgelegd en die voldoet aan alle volgende voorwaarden: