Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

100 versions · 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2023-10-01

@@ -284,7 +284,7 @@
### 4.3.1. Het visumvereiste
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2023-10-09&g=2023-09-15) bevat een standaard reizigerslijst.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2023-10-01&g=2023-10-01) bevat een standaard reizigerslijst.
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7) en de website van de IND).
@@ -350,7 +350,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
@@ -594,11 +594,11 @@
### 2.3. Staande houden in verband met uitvoering [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2023-10-09&g=2023-09-15) gebruikt.
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2023-10-01&g=2023-10-01) gebruikt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15) (zie ook A5/6.12 Vc).
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01) (zie ook A5/6.12 Vc).
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
@@ -620,7 +620,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren.
@@ -1194,7 +1194,7 @@
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01)).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
@@ -1372,7 +1372,7 @@
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15) en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01) en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
In [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b) (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.
@@ -2142,7 +2142,7 @@
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
@@ -2956,7 +2956,7 @@
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15)).
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01)).
### 7.3. Weigeren van toegang
@@ -3214,7 +3214,7 @@
De DT&V heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de [verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604).
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
Gedurende het uitstel van vertrek wordt de amv geacht medewerking te verlenen aan het onderzoek naar adequate opvang.
@@ -3344,7 +3344,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) af aan een vreemdeling die:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
@@ -3396,7 +3396,7 @@
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid, Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2023-10-01&g=2023-10-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
@@ -3504,9 +3504,9 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2023-10-09&g=2023-09-15) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2023-10-01&g=2023-10-01) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
Wanneer het de vreemdeling ingevolge [artikel 7.3 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) juncto [artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
@@ -3580,7 +3580,7 @@
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2023-10-09&g=2023-09-15) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2023-10-01&g=2023-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
@@ -3658,7 +3658,7 @@
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het [model M117-A.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15) Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het [model M117-A.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01) Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
@@ -3916,7 +3916,7 @@
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2023-10-09&g=2023-09-15)), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2023-10-01&g=2023-10-01)), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
De documenten met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moeten officiële, door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven documenten zijn met daarin tenminste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de vreemdeling.
@@ -4238,7 +4238,7 @@
### 3.2. Procedurele aspecten
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2023-10-09&g=2023-09-15) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2023-10-01&g=2023-10-01) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
@@ -4250,7 +4250,7 @@
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Hoe het besluit tot ongewenstverklaring bekend wordt gemaakt is afhankelijk van de situatie en welke gegevens bekend zijn (zie [artikel 67a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67a)).
Hoe het besluit tot ongewenstverklaring bekend wordt gemaakt is afhankelijk van de situatie en welke gegevens bekend zijn (zie [artikel 67, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67)).
De IND zendt het besluit tot ongewenstverklaring naar de gemachtigde. Daarnaast doet de IND mededeling van het besluit tot ongewenstverklaring in de Staatscourant.
@@ -4258,7 +4258,7 @@
### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
Is er sprake van een adres in het buitenland dan wordt verwezen naar paragraaf [C1/3.1.7](onbekend)Vc.
Is er sprake van een adres in het buitenland dan wordt verwezen naar [paragraaf C1/3.1.7 Vc](onbekend).
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
@@ -4312,7 +4312,7 @@
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal strafhof of tribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, onder wie een rechter, deze ondertekenen.
De IND kan op grond van [artikel 6.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.7) in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.7.1 t/m A4/3.7.6 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.7.7 Vc.
De IND kan op grond van [artikel 6.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.7) in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.8.3 t/m A4/3.8.4 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.8.7 Vc.
### 3.8.1. Vorm van de aanvraag
@@ -4344,7 +4344,7 @@
Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die om andere redenen dan vanwege nationale veiligheid ongewenst zijn verklaard, maar die op het moment van beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring een gevaar vormen voor de nationale veiligheid.
De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.7.3 Vc.
De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.8.3 Vc.
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
@@ -4504,11 +4504,11 @@
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a).
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking model M19. De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604) en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking model M19 te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
@@ -4516,37 +4516,37 @@
### 7.3. Inwilliging
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Ad c.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) geldt geen regime.
Indien een aan de grens geweigerde vreemdeling tevens verdachte of veroordeelde is van een misdrijf wordt door de ambtenaar belast met de grensbewaking bij het uitreiken van de toegangsweigering model M122-A uitgereikt om de vreemdeling te informeren dat zijn vrijheidsontneming kan worden voortgezet op grond van de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) zodra de vrijheidsontneming op strafrechtelijke gronden is geëindigd. De ambtenaar belast met de grensbewaking is verantwoordelijk voor het opleggen van de vreemdelingrechtelijke maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet.
Op grond van [artikel 6, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 7.2. Procedure
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a).
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2023-10-09&g=2023-09-15). Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het [model M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A&z=2023-10-09&g=2023-09-15)(zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Ad d.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, tweede lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van [artikel 7.3, eerste lid, van het Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3).
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in [artikel 7.3, tweede lid, van het Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3), gelezen in samenhang met [artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1). Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van [artikel 6, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a).
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in [artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) dan wel [artikel 6a, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Op grond van [artikel 6a, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604).
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens [artikel 6a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19A (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Voor toepassing van [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
@@ -4554,195 +4554,195 @@
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15) gebruikt.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01) gebruikt.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA. Bij deze melding wordt een kopie van het model M117-A gevoegd. Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2023-10-01&g=2023-10-01). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan worden opgelegd. De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de handhavings- en toezichtlocatie (HTL). Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden, alsmede de belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar dienen te worden meegewogen in deze maatregel.
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in een gezinslocatie.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604) is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie [artikel 59c, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59c)).
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2023-10-01&g=2023-10-01). In model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6](onbekend) Vc)
Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A.
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6](onbekend) Vc)
Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A.
Als de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
Deze termijn is niet van toepassing als de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-10-09&g=2023-09-15). Model M109-B bevat in ieder geval:
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-10-01&g=2023-10-01). Model M109-B bevat in ieder geval:
Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-B.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-10-09&g=2023-09-15). Model M109-B bevat in ieder geval:
Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-B.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
### 6.8. De duur
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al in bewaring was gesteld op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
### 6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.4. Gehoor
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel zo spoedig als mogelijk te behandelen.
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
De vreemdeling dient voordat hij op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
### 6.4. Gehoor
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2023-06-09&g=2023-06-09), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2023-06-09&g=2023-06-09) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-06-09&g=2023-06-09)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2023-06-09&g=2023-06-09)) geven.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2023-10-01&g=2023-10-01), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2023-10-01&g=2023-10-01) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2023-06-09&g=2023-06-09) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
### 6.8. De duur
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2023-10-09&g=2023-09-15) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2023-10-01&g=2023-10-01) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
### A6. Registratie en identificatie
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Wanneer in de algemene procedure de asielaanvraag kan worden afgewezen maar BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart kan er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist. Aan de vreemdeling zal in afwachting van een beslissing om toepassing van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) worden verleend, ongeacht de mogelijkheid die de vreemdeling heeft tot indienen van beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring komen niet in aanmerking voor toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van de definitieve besluitvorming.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2023-10-09&g=2023-09-15), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) opmaken.
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-06-09&g=2023-06-09) moet altijd:
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2023-10-01&g=2023-10-01), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01)) opmaken.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, wordt voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de Dienst Terugkeer en Vertrek of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, wordt voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de Dienst Terugkeer en Vertrek of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-01&g=2023-10-01) moet altijd:
### 7. De behandeling van het beroep
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
### 7. De behandeling van het beroep
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
### 7. De behandeling van het beroep
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2023-10-09&g=2023-09-15) naar de IND.
### A6. Registratie en identificatie
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-01&g=2023-10-01). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting dient plaats te vinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de zaak. De DT&V zal derhalve steeds per geval moeten beoordelen of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V dient hierover aan de IND een advies uit te brengen, waaraan door de IND bij de besluitvorming zwaarwegende betekenis wordt gegeven.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting dient plaats te vinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de zaak. De DT&V zal derhalve steeds per geval moeten beoordelen of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V dient hierover aan de IND een advies uit te brengen, waaraan door de IND bij de besluitvorming zwaarwegende betekenis wordt gegeven.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
@@ -6950,7 +6950,7 @@
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2023-10-09&g=2023-09-15) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2023-10-01&g=2023-10-01) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-01&g=2023-10-01) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
@@ -6986,825 +6986,825 @@
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15). Van model M113 moet altijd:
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van model M113. Van model M113 moet altijd:
### 6.10. Bericht van vertrek
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, eerste lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) schorsende werking heeft.
Ad c.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604) is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Als de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen.
### 7.2. Procedure
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
### 6.4. Gehoor
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
### 7.5. Rechtsmiddelen
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
### 7. De behandeling van het beroep
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2023-10-01&g=2023-10-01) naar de IND.
### A6. Registratie en identificatie
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De IND weigert een terugkeervisum niet op de in [artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2x) genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van [artikel 2.2b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2b) de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van [artikel 4 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 4. Rechtsbijstand
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.
De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.
Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als:
de volgende handeling(en):
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2023-02-22&g=2023-02-22) en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en in beginsel tot 4 september 2023 onder de RTB valt.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als:
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder BMA-advies als:
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.6. Overgangsrecht
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering
### 1. Inleiding
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Als het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.6 en A4/3.7 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.7.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod.
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND kan het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4. Het besluit tot signalering
De vreemdeling toont dit aan bij zijn verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering.
De vreemdeling moet hiervoor een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen. Zie hiervoor paragraaf A4/4.3Vc.
### 4.5. Bekendmaking besluit tot signalering
### 2. Algemeen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht als verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van artikel 59 of artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In afwijking van het voorgaande gelden de volgende voorwaarden bij de weigering en aansluitende detentie van gezinnen met minderjarigen die geen asiel aanvragen. Gezinnen met minderjarigen die landen op luchthaven Schiphol en geen asiel aanvragen worden in de lounge geplaatst in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. Indien het op de luchthaven Schiphol niet mogelijk blijkt het gezin onmiddellijk aansluitend aan de weigering terug te vervoeren en het naar verwachting langer dan 24 uur zal duren voordat terugvervoer mogelijk is zal het gezin geplaatst worden op de Gesloten Gezinsvoorziening met oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). Aan gezinnen die landen op luchthaven Eindhoven en geen asiel aanvragen wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, nu op deze luchthaven geen lounge of vergelijkbare voorziening aanwezig is, met plaatsing in de Gesloten Gezinsvoorziening in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) zich voordoen.
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.4. Gehoor
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie [artikel 59c, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59c)).
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604) is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Deze termijn is niet van toepassing als de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
### 7.2. Procedure
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) zich voordoen.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4](onbekend) Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2023-10-09&g=2023-09-15), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2023-10-09&g=2023-09-15) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2023-10-09&g=2023-09-15)) geven.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
### 7.5. Rechtsmiddelen
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 3.1. Indienen van een voorstel
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
### A6. Registratie en identificatie
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De IND weigert een terugkeervisum niet op de in [artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2x) genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van [artikel 2.2b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2b) de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van [artikel 4 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 4. Rechtsbijstand
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.
De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.
Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als:
de volgende handeling(en):
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2023-02-22&g=2023-02-22) en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en in beginsel tot 4 september 2023 onder de RTB valt.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als:
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder BMA-advies als:
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.6. Overgangsrecht
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering
### 1. Inleiding
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Als het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.6 en A4/3.7 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.7.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod.
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND kan het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 4. Het besluit tot signalering
De vreemdeling toont dit aan bij zijn verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering.
De vreemdeling moet hiervoor een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen. Zie hiervoor paragraaf A4/4.3Vc.
### 4.5. Bekendmaking besluit tot signalering
### 2. Algemeen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht als verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van artikel 59 of artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 7.4. Afwijzing
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.4. Gehoor
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 3.1. Indienen van een voorstel
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.5.1. Algemeen
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
@@ -9450,7 +9450,7 @@
### 7.3. Inwilliging
Ad d.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, eerste lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) schorsende werking heeft.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
@@ -9470,7 +9470,7 @@
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2023-10-09&g=2023-09-15). In model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de [Verordening (EU) nr. 604/2013](32013R0604) is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
@@ -9492,1089 +9492,1087 @@
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B8/3 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
Vervallen
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
Vervallen
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Vervallen
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M104
## Model M105. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) dan wel [artikel 50a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) (Vw)
## M015A. Proces-verbaal staandehouding ter uitvoering van een overdrachtsbesluit
Vervallen
## M015B. Proces-verbaal staandehouding als bedoeld in [artikel 55 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
Vervallen
## Model M105-A. Proces-verbaal ophouding en onderzoek als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a)
## Model M105-B. Proces-verbaal van staandehouding als bedoeld in [artikel 55 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (Vw)
## M105C. Proces-verbaal overbrenging en ophouding
Vervallen
## Model M105-D. Proces-verbaal staandehouding / overbrenging
## Model M105-E. Beschikking verlenging ophouding, [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M106-M108
## Model M106-A. Bevel ingevolge [artikel 62a, 3e lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a); Bevel zich onmiddellijk te begeven naar
## Model M106-B. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf ([artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a))
## M106-C. Intrekking van het bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf
## Model M107-A. Kennisgeving als bedoeld in [artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a), al of niet gepaard met een inreisverbod als bedoeld in [artikel 66a, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)
## Model M107-B. Inreisverbod als bedoeld in [artikel 66a, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)
## M107-C. Intrekking Terugkeerbesluit en/of opheffing Inreisverbod
## M107-D. Kennisgeving als vervolg op en ter aanvulling van een eerder genomen terugkeerbesluit als bedoeld in [artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a)
## Model M108-A. Maatregel ex [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## M108-B. Proces-verbaal van gehoor bij de maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) (Vw)
## M109. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## M109a. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## M109b. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
## Model M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M110. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), [62a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) of [66a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
Vervallen
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
Vervallen
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Vervallen
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) / [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)/[59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/of meldplicht ingevolge [artikel 54 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M117-D. Aanwijzing op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (regulier)
## Model M117-E. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Vervallen
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a)
## Model M122-A. Mededeling mogelijke toepassing [artikel 6, eerste, tweede en/of zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6A van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2. Het inreisverbod
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 3.7.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2023-06-09&g=2023-06-09) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### 3.7. Beoordeling van de aanvraag
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 4.1. Algemeen
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 6.8. De duur
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### A6. Registratie en identificatie
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2023-10-01&g=2023-10-01).
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2.2. Geen inreisverbod
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.8.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
### 4.2.1. Signalering in E&S
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 4.4. Tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering
### 1. Inleiding
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.1. Beleid
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.2. Procedure
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.7. Beoordeling van de aanvraag
### 3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
### 4.2.2. Signalering eerst in E&S, daarna in SIS
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.4. Procedurele aspecten
### 3.7.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 3.6.1. Inleiding
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B8/3 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
Vervallen
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
Vervallen
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Vervallen
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M104
## Model M105. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) dan wel [artikel 50a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) (Vw)
## M015A. Proces-verbaal staandehouding ter uitvoering van een overdrachtsbesluit
Vervallen
## M015B. Proces-verbaal staandehouding als bedoeld in [artikel 55 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
Vervallen
## Model M105-A. Proces-verbaal ophouding en onderzoek als bedoeld in [artikel 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a)
## Model M105-B. Proces-verbaal van staandehouding als bedoeld in [artikel 55 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (Vw)
## M105C. Proces-verbaal overbrenging en ophouding
Vervallen
## Model M105-D. Proces-verbaal staandehouding / overbrenging
## Model M105-E. Beschikking verlenging ophouding, [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M106-M108
## Model M106-A. Bevel ingevolge [artikel 62a, 3e lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a); Bevel zich onmiddellijk te begeven naar
## Model M106-B. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf ([artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a))
## M106-C. Intrekking van het bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf
## Model M107-A. Kennisgeving als bedoeld in [artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a), al of niet gepaard met een inreisverbod als bedoeld in [artikel 66a, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)
## Model M107-B. Inreisverbod als bedoeld in [artikel 66a, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)
## M107-C. Intrekking Terugkeerbesluit en/of opheffing Inreisverbod
## M107-D. Kennisgeving als vervolg op en ter aanvulling van een eerder genomen terugkeerbesluit als bedoeld in [artikel 62a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a)
## Model M108-A. Maatregel ex [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## M108-B. Proces-verbaal van gehoor bij de maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) (Vw)
## M109. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## M109a. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## M109b. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
## Model M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in [artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M110. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), [62a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) of [66a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
Vervallen
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
Vervallen
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Vervallen
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) / [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)/[59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/of meldplicht ingevolge [artikel 54 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M117-D. Aanwijzing op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (regulier)
## Model M117-E. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Vervallen
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2. Het inreisverbod
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 3.7.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2023-06-09&g=2023-06-09) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### 3.7. Beoordeling van de aanvraag
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 4.1. Algemeen
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2023-10-09&g=2023-09-15).
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 2.2. Geen inreisverbod
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.8.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
### 4.2.1. Signalering in E&S
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 4.4. Tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering
### 1. Inleiding
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7.1. Beleid
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 7.2. Procedure
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.7. Beoordeling van de aanvraag
### 3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
### 4.2.2. Signalering eerst in E&S, daarna in SIS
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.4. Procedurele aspecten
### 3.7.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 3.6.1. Inleiding
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 7.4. Afwijzing
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2023-10-09&g=2023-09-15). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 5.2. Vorm van het verzoek
@@ -13234,6 +13232,10 @@
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
@@ -13551,7 +13553,3 @@
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen