Wijzigingsgeschiedenis

Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

100 versions · 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version Tekst op deze datum

Wijzigingen op 2021-04-01

@@ -340,7 +340,7 @@
### 6.6.2. Houders van vreemdelingenpaspoorten aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
@@ -594,7 +594,7 @@
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
@@ -830,3557 +830,3557 @@
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het E&S of (N)SIS.
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS- onderscheiden:
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het E&S of (N)SIS.
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS onderscheiden:
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland.
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.7. Opheffing van signaleringen
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.7.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
### 2. Zelfstandig vertrek
### A3. Vertrek en uitzetting
### 12.8. Toegang verlenen ondanks signalering
### 1. Inleiding
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 2. Zelfstandig vertrek
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### A3. Vertrek en uitzetting
### 1. Inleiding
### A3. Vertrek en uitzetting
### 1. Inleiding
### 2. Zelfstandig vertrek
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 2. Zelfstandig vertrek
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Algemeen
### 4. Reisdocumenten
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4. Reisdocumenten
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Algemeen
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Algemeen
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4. Reisdocumenten
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
### 4. Reisdocumenten
### 3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.3. Moment van aanvraag
### 3.6. Proportionaliteit
### 4.3. Moment van aanvraag
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
### 4. Reisdocumenten
### 3.6. Proportionaliteit
### 3.6. Proportionaliteit
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor vreemdelingen waarvan een (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de bevoegdheid tot uitzetting tijdelijk is opgeschort.
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
De DT&V moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DT&V moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DT&V verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DT&V hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd.
De DT&V moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DT&V mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat:
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01)).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
De DT&V is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden.
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn (zie voor adequate opvang [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend)). Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust er geen taak op de Nederlandse overheid in het voorzien van opvang van de Amv in het betreffende land. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn (zie voor adequate opvang [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend)). Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust er geen taak op de Nederlandse overheid in het voorzien van opvang van de Amv in het betreffende land. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 7.1. Algemeen
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Algemeen
### 7.1.6. Mantelzorg
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Algemeen
### 7.1. Algemeen
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
### 7.1.2. Gezinsleden
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 1. Inleiding
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Algemeen
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Algemeen
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling.
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
De IND zal uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van het onderzoek door de DT&V als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5 Vc.
De IND verleent het voorlopige uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in dit geval voor zes maanden vanaf de datum van de artikel 64 beschikking.
Als de IND na de periode waarin uitstel van vertrek is verleend nog geen definitief besluit heeft kunnen nemen in afwachting van het onderzoek van DT&V, dan kan de IND ambtshalve opnieuw uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
Nadat DT&V haar onderzoek heeft afgerond, neemt de IND alsnog een definitief besluit op het verzoek om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Als de DT&V heeft meegedeeld dat zij er in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, beëindigt de IND het eerder verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de DT&V heeft meegedeeld dat men er niet in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, ondanks de bereidwilligheid van de vreemdeling om hieraan mee te werken, dan ontvangt de vreemdeling een definitief besluit dat ertoe strekt dat hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
In de verlengde asielprocedure kan de IND toepassing geven aan hetgeen gesteld is in paragraaf A3/7.3.2.2 Vc.
In de verlengde asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en – stukken.
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen nadat het BMA advies is afgerond.
Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen nadat het BMA advies is afgerond.
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Bijzondere procedures
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc.
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken.
Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
De IND beëindigt het uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd:
In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder BMA-advies als:
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.4. Bijzondere procedures
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.5. Rechtsmiddelen
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
### 7.6. Overgangsrecht
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.4. Procedurele aspecten
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Het Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) (Vw)
## Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) (Vw) aan Dublinclaimanten
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Een vreemdeling is op grond van [Verordening 539/2001](32001R0539) EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
### 2.4. Overname uit strafrecht
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
### 5. Verhoor
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 6. Verlenging en einde ophouding
De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsschouw wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.
### 9. Binnentreden
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of E&S gehandhaafd.
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.3. Moment van aanvraag
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND.
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
### 7.1.2. Gezinsleden
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 7.1.2. Gezinsleden
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar paragraaf [C2/4.1.2 Vc](onbekend). In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.
### 7.3.1. Algemeen
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
De duur van het uitstel van vertrek is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, waarvoor de vreemdeling naar verwachting onder behandeling zal staan, met een maximum van een jaar.
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
Bij de beoordeling of de vreemdeling bereid is om mee te werken aan het realiseren van feitelijke toegang tot de medische zorg, betrekt de DT&V ook de bereidheid van de vreemdeling om mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van een vervangend reisdocumenten, als de vreemdeling daar zelf niet over beschikt.
Bij de beoordeling of de vreemdeling bereid is om mee te werken aan het realiseren van feitelijke toegang tot de medische zorg, betrekt de DT&V ook de bereidheid van de vreemdeling om mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van een vervangend reisdocumenten, als de vreemdeling daar zelf niet over beschikt.
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als:
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.
De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
De IND kan uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling moet hiervoor een opnameverklaring van het ziekenhuis overleggen, die niet ouder mag zijn dan twee weken.
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar. Het verleende uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vervalt van rechtswege twee weken na beëindiging van opname.
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.6. Overgangsrecht
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
Het Europees reisdocument mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in [artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
De procedure in geval van een last minuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in [paragraaf C1/2.7 Vc](onbekend).
De procedure in geval van een last minuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in [paragraaf C1/2.7 Vc](onbekend).
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-04-01&g=2021-04-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De DT&V stelt vast of er sprake is van voldoende medewerking door de vreemdeling.
De DT&V stelt vast of er sprake is van voldoende medewerking door de vreemdeling.
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
De IND wijst een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:
In deze gevallen wordt het inreisverbod opgeschort.
[Artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) is wel van toepassing als:
De IND past in dat geval [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens op uitreis of binnen Nederland
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen ([model M107-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-C&z=2021-04-01&g=2021-04-01)).
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge [artikel 62a, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven. Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming.
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming.
De IND past in dat geval [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schriftelijk in bij de IND. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De IND past artikel [64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
In afwijking van de [richtlijn 2008/115/EG](32008L0115) wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
Bij de beoordeling of de vreemdeling een daadwerkelijk en actueel gevaar vormt voor de openbare orde betrekt de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
Dit is van belang in die gevallen waarin het BMA in het medisch advies:
Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. De IND kan een aanvraag tot uitstel van vertrek of de aanvraag om medische behandeling afwijzen als wegens het ontbreken van documenten niet beoordeeld kan worden of de medische behandeling in het land van herkomst niet toegankelijk is.
Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe.
Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document.
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
### 7.6. Overgangsrecht
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
### Overwegingen:
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### Artikel 2 – alternatief
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de [paragrafen B7/3.8](onbekend) en [B9/14 Vc](onbekend), voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
### Artikel 2 – alternatief
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### Hoe vult u dit formulier in?
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de [paragrafen B7/3.8](onbekend) en [B9/14 Vc](onbekend), voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
### Artikel 1 – weekindeling
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### Hoe verloopt de procedure?
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op. De IND verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
### 8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
### 12.8. Opheffing van signaleringen
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
Als een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen zoals bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen. Opname in E&S volgt totdat zekerheid is omtrent de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat; na intrekking van het verblijfsrecht volgt signalering in (N)SIS.
Daarbij wordt gedacht aan de vreemdeling met een vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning vanwege subsidiaire bescherming in een andere lidstaat.
De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar over te volgen handelwijze.
De hulpmiddelen kunnen worden ingezet om de veiligheid te borgen in en om het vervoermiddel. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit dienen te allen tijde in acht te worden genomen bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting. Deze inschatting dient te worden gemaakt tijdens of vlak voor de daadwerkelijke uitzetting. Uitgangspunt van de Koninklijke Marechaussee blijft dat de uitzetting op een zo humaan en profesioneel mogelijke wijze gebeurt. Dit betekent dat hulpmiddelen alleen worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is, en dat gedurende het vervoer continu wordt bekeken of met de inzet van minder vergaande hulpmiddelen kan worden volstaan.
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2021-04-01&g=2021-04-01)), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:
Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid.
Als de vreemdeling heeft gereageerd op het verzoek van de IND en daarbij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg voor hem niet toegankelijk is, dan vraagt de IND in beginsel aan de DT&V te onderzoeken of de vreemdeling direct aansluitend op zijn terugkeer feitelijke toegang tot medische zorg zal kunnen krijgen.
De IND zal in een dergelijk geval in het besluit opnemen dat uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt verleend in afwachting van het uitvoeren van de in dat besluit genoemde voorwaarden (zie verder paragraaf A3/7.3.2.2 Vc.)
Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De IND past [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.
De IND past [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de [Rva](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959).
De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- of gezinsleven dan wel privéleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen de tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### A. Inwilliging
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
### C. Nader onderzoek
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.
### 6.1. Algemeen
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
### 4.2.3.1. Reisdoel
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
### 5.3. Terugkeervisa
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
### 4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.
### 6.7.2.3. Anderen
De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst.
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van afgenomen vingerafdrukken alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Signalering (of het laten voortduren van signalering) in het E&S kan wel.
Het vertrek uit Nederland houdt op grond van de Terugkeerrichtlijn ook het vertrek in uit de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als hij een daadwerkelijk en actueel gevaar vormt voor de openbare orde.
De DT&V mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DT&V te overhandigen.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-04-01&g=2021-04-01) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2021-04-01&g=2021-04-01) op.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-01-01&g=2021-01-01) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2021-01-01&g=2021-01-01) op.
In [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b) (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.
[Artikel 23a van de Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
Aan het vereiste om middels documenten de identiteit en nationaliteit aan te tonen wordt niet voorbijgegaan om de enkele reden dat de vreemdeling in Nederland een medische behandeling ondergaat.
In de situatie dat de vreemdeling wel zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond middels documenten, legt de IND het medisch advies ter informatie voor aan de vreemdeling en biedt hem daarbij de mogelijkheid om aan de hand van documenten zoals bedoeld in A3/7.1.5 aannemelijk te maken dat de medische zorg voor hem ontoegankelijk is. De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om te reageren.
Van een vreemdeling wordt verwacht dat hij:
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, zendt de IND de beschikking – met de brochure – aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
### Voor wie is dit formulier?
### Artikel 2 – alternatief
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
### Hoe verloopt de procedure?
### B. Afwijzing
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### Overwegingen:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe vult u dit formulier in?
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2021-04-01&g=2021-04-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het E&S staat gesignaleerd als:
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Wanneer het de vreemdeling ingevolge [artikel 7.3 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) juncto [artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel [artikel 6a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
### 5. Verhoor
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding in ieder geval verlengen als:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding ook verlengen als onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om minder dwingende alternatieven dan bewaring toe te passen.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
### 2. Zelfstandig vertrek
### A3. Vertrek en uitzetting
### A3. Vertrek en uitzetting
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie artikel 15 en artikel 16 AVG). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het E&S verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND heft een signalering in het E&S op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden:
Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in [artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden.
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
DT&V verstrekt de volgende informatie aan de IND:
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletsel dat in de weg staat aan het verkrijgen van toegang tot de benodigde zorg.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
De IND stelt het aanvraagformulier en bijlagen beschikbaar via de website www.ind.nl;
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt daarnaast een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die:
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, 7 Vw uit als artikel 66a, zevende lid, Vw van toepassing is.
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf [B7/3.8 Vc](onbekend).
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### Wilt u meer informatie?
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
### Wilt u meer informatie?
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als:
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als:
De IND verleent in dat geval uitstel van vertrek voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt toegepast. Het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt;
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking nagaan bij de IND of de Nederlandse verblijfsvergunning rechtmatig is afgegeven.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 14, eerste lid juncto artikel 6, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SGC is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.
De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.Rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2021-04-01&g=2021-04-01) bevat een standaard reizigerslijst.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in [artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2x) in ieder geval:
Molukkers die op grond van de [Wet betreffende de positie van Molukkers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003052) (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2y), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 6, aanhef, SGC. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied.
Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland
Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in [artikel 2.6 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=2.6).
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01)).
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.
Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2021-04-01&g=2021-04-01) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in [artikel 6:3 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:3). Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in [artikel 94, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie [artikel 77, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77)).
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van [artikel 2.2b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2b) de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van [artikel 4 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten:
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
De DT&V verhaalt de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden, en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de DT&V een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties. De DT&V stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De terugvoerplicht en de geldende procedure rondom het verhalen van kosten staan beschreven op www.terugvoerplicht.nl.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2020-02-01&g=2020-02-01) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-02-01&g=2020-02-01) (zie ook A5/6.12 Vc).
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de vreemdeling zonder asielaanvraag stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren.
De leeftijdsschouw bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben:
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De niet beëdigde tolk moet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) legt vast welke stappen gedurende de verlengde ophouding zijn verricht. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) de opgehouden persoon niet te horen.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01) opmaken, tenzij aansluitend een maatregel van bewaring wordt opgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie[artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
De Korpschef:
Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Voor iedere meldplicht geldt:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS:
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het E&S:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het E&S of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stuurt met het verzoek om signalering de volgende documenten mee:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS:
De signalering van een inreisverbod of ongewenstverklaring wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.
De IND neemt signaleringen op in het E&S of het (N)SIS:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het verzoek tot signalering aan de IND ten minste één van de volgende redenen voor signalering aan:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stuurt met het verzoek om signalering de volgende documenten mee:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdeling draagt er zorg voor dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV voorhanden zijn. Indien dit niet mogelijk is moet de reden hiervan worden vermeld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding:
Een licht inreisverbod wordt alleen opgelegd door de IND, KMAR, politie of ZHP als het verblijfsrecht in de andere lidstaat is ingetrokken.
Als een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een licht inreisverbod inhoudt, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van het verblijfsrecht in de andere lidstaat.
Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen en de vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS te signaleren.
Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan een SIS signalering.
Als uit (de aard van) het verleende verblijfsrecht elders blijkt dat het uitvoeren van het terugkeerbesluit, strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt in het besluit vermeld door de IND, KMar, politie of ZHP dat het terugkeerbesluit niet zal worden geëffectueerd dan wel ten aanzien van welke landen het niet zal worden geëffectueerd.
Daarbij wordt gedacht aan de vreemdeling met een vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning vanwege subsidiaire bescherming in een andere lidstaat.
In afwijking van de [richtlijn 2008/115](32008L0115) wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van [artikel 62, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62).
In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn.
In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn.
In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van [artikel 62, tweede lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) als tenminste twee van de gronden als genoemd in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) van toepassing zijn.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb.
Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in [artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in [artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in [artikel 3.74 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en [paragraaf B1/4.3.3 Vc](onbekend).
De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen:
Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard.
De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf [B1/4.4 Vc](onbekend). De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling ook aanmerken als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf.
Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de vertrektermijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde.
Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de termijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde.
De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van [artikel 30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), [30b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), [30c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c) of [31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31) op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van [artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62):
Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van [artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62). Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing.
Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van [artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62). Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in [artikel 6.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=6.3). De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten:
Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc.
De DT&V stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door de DT&V georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens:
De DT&V laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens.
De DT&V is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden.
In de hier genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
Indien de vreemdeling uit eigen beweging wil vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. De IND vervat deze termijn in het ambtshalve genomen overdrachtsbesluit. Wanneer de IND reeds een overdrachtsbesluit heeft genomen, kan de DT&V de vreemdeling op diens initiatief ook nadien nog de gelegenheid tot zelfstandig vertrek bieden. De DT&V kan de vreemdeling daartoe een termijn stellen van ten hoogste vijf werkdagen.
Als een vreemdeling een verzoek tot een voorlopige voorziening indient, kan de DT&V een nieuwe termijn van vijf werkdagen toekennen na uitspraak op deze voorlopige voorziening. Daarbij geldt dat deze termijn niet tot gevolg mag hebben dat de uiterste overdrachtsdatum daarmee overschreden wordt.
De IND biedt de vreemdeling die op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring is gesteld en ten behoeve waarvan een terug- of overnameverzoek wordt ingediend bij een andere lidstaat niet meer de gelegenheid om uit eigen beweging te vertrekken naar de betreffende lidstaat na accordering van het terug- of overnameverzoek door de andere lidstaat.
De DT&V maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingsautoriteiten overhandigt.
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-01-01&g=2021-01-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als:
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als:
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM:
De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
De documenten met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moeten officiële, door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven documenten zijn met daarin tenminste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de vreemdeling.
De omstandigheid dat een vreemdeling enkel aangeeft dat de kosten voor een medische behandeling hoog zijn of dat de plek, waar de medische behandeling kan plaatsvinden, ver weg is van de woonplaats van de vreemdeling, vormt onvoldoende reden om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan te nemen.
Als er sprake is van een vertrek moratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is.
Het BMA kan in het medisch advies opnemen dat mantelzorg noodzakelijk wordt geacht, als mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling.
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn.
Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:
Als de vreemdeling in Nederland geen mantelzorg ontvangt van gezins- of familieleden, maar mantelzorg wordt verleend door een andere derde (niet zijnde een medisch professional) dan kan de IND overwegen dat deze in het land van herkomst ook door een derde verleend kan worden.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. Ook legt de vreemdeling de bijlage ‘Verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ over.
De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. Ook legt de vreemdeling de bijlage ‘Verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ over.
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
De IND toetst op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen.
In verband met de ambtshalve toets op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.2.4 Vc.
De IND past de ambtshalve toets ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning. De IND toetst in dat geval uitsluitend ambtshalve als de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
De IND past de ambtshalve toets niet toe als [artikel 6.1e, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) van toepassing is.
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar [paragraaf B1/3.4.1.1 Vc](onbekend).
Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar [paragraaf B1/3.4.1.1 Vc](onbekend).
De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
Het BMA beoordeelt in dit kader of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Als het BMA oordeelt dat de vreemdeling niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd, dan meldt het BMA dit bij de IND.
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling aan, welke gegevens ontbreken. De eerder ingestuurde medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen. Als deze medische stukken ouder zijn geworden dan drie maanden dan moet de vreemdeling zorgen voor een actualisering van de medische stukken en deze naar de IND zenden.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.
[Paragraaf B1/3.4.1.3 Vc](onbekend) is van overeenkomstige toepassing.
[Paragraaf B1/3.4.1.3 Vc](onbekend) is van overeenkomstige toepassing.
Bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen, als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Afkomstig uit een land van herkomst ziet niet alleen op personen met de nationaliteit van een van de betrokken landen, maar ook op vreemdelingen die een verblijfsrecht hebben verkregen in de genoemde landen.
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Uitzondering hierop is de situatie dat:
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van het uitstel van vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit. Er is geen nieuw besluit nodig.
De IND trekt het verleende uitstel van vertrek in, als de vreemdeling onvoldoende actief heeft gewerkt aan:
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek, als de IND vaststelt dat:
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) aan de vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als:
De andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend, wordt geconsulteerd met de vraag of het betreffende land aanleiding ziet om het verblijfsrecht in te trekken.
In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
De IND, de politie, KMAR en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge [artikel 66a, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling ‘Nederland’ daadwerkelijk heeft verlaten. Onder ‘Nederland’ wordt verstaan de lidstaten van de EU aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (verder: de lidstaten). Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor een bepaalde termijn verboden.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit voor zover mogelijk voor de maximale duur zoals die in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden.
De IND, de politie, KMAR en ZHP maken bij het bepalen van de duur van een inreisverbod geen gebruik van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb. Uit de jurisprudentie van de Raad van State volgt dat gezien de huidige formulering van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb als aanvullende eis wordt gesteld dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Als hier sprake van is, is tevens sprake van aanvullende omstandigheden en kan de duur van het inreisverbod onder meer aan de hand van artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, worden bepaald.
De IND vaardigt een inreisverbod uit in beginsel voor de duur van tien jaar als er sprake is van één van de in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb genoemde omstandigheden en sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
De IND kan ook buiten de gevallen als bedoeld in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, in beginsel een inreisverbod uitvaardigen voor de duur van tien jaar als er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Daarbij kan worden gedacht aan een verdenking van een misdrijf of de omstandigheid dat de persoonlijke gedraging van een vreemdeling leidt tot een ernstige bedreiging van de openbare orde.
Ingevolge artikel 6.5a, zesde lid, Vb vaardigt de IND een inreisverbod uit voor de duur van twintig jaar als de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of als zwaarwegende belangen nopen tot een duur van meer dan tien jaar.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
In [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.
De ambtenaar belast met de grensbewaking biedt de vreemdeling in het kader van het voornemen de gelegenheid zijn adresgegevens in het buitenland kenbaar te maken.
Indien het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan dient deze ambtenaar een voornemenprocedure te starten.
Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen.
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het voornemen kenbaar:
De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt:
De hulpofficier van justitie betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
De hulpofficier van justitie besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Indien een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven adres is gezonden.
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
### 3.5.1. Inleiding
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
### 3.2. Procedurele aspecten
In paragraaf A4/2.1 staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd.
Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in [artikel 61, eerste lid, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=61), uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten.
Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij:
Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin:
Artikel 6.5b, tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont:
### 3. Ongewenstverklaring
tenzij,
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod.
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
[Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Paragraaf A4/2.5.5 Vreemdelingencirculaire 2000 komt geheel te vervallen.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
[Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3. Ongewenstverklaring
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt de vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van tenminste één van de onderstaande gevallen:
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn.
Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid', zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 3.5.1. Inleiding
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 6, vijfde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Toezicht omvat alle mogelijke vormen van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en de toezichthouders als bedoeld in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=46) en [47 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=47) in het kader van de uitoefening van hun taken. Een alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt voor het eerst in het toezicht aangetroffen als er niet eerder sprake is geweest van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en een toezichthouder in de hiervoor bedoelde zin. Er is in ieder geval sprake van een situatie waarin de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen als er bij de toezichthouders geen gegevens van de vreemdeling bekend zijn. Omdat van de alleenstaande minderjarige vreemdeling die voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen vaak weinig gegevens bekend zijn waardoor vertrek in veel gevallen niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd, geldt voor hen dat bewaring mogelijk is indien vertrek binnen vier weken kan worden gerealiseerd. Voor een alleenstaande minderjarige vreemdeling die al wel eerder in het toezicht is aangetroffen of die bijvoorbeeld in de opvang verblijft, geldt dat bewaring slechts mogelijk is indien het vertrek binnen een termijn van twee weken kan worden gerealiseerd, tenzij sprake is van de onder a of b bedoelde situatie.
Voor de ongewenstverklaring van:
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3):
### 1. Inleiding
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 2. Zelfstandig vertrek
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4. Reisdocumenten
### A3. Vertrek en uitzetting
### 1. Inleiding
### 4. Reisdocumenten
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 2. Zelfstandig vertrek
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Algemeen
### 4. Reisdocumenten
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4. Reisdocumenten
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Algemeen
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4. Reisdocumenten
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4. Reisdocumenten
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 3.3. Kennelijk ongegrondheid
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.3. Moment van aanvraag
### 3.6. Proportionaliteit
### 4.3. Moment van aanvraag
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
### 3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
### 4. Reisdocumenten
### 3.6. Proportionaliteit
### 3.6. Proportionaliteit
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 3.7. Verlenging van de vertrektermijn
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor vreemdelingen waarvan een (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de bevoegdheid tot uitzetting tijdelijk is opgeschort.
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De DT&V moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DT&V moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DT&V verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DT&V hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd.
De DT&V moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DT&V mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat:
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2020-10-01&g=2020-10-01)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01)).
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
De DT&V is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden.
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn (zie voor adequate opvang [paragraaf B8/6.1 Vc](onbekend)). Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust er geen taak op de Nederlandse overheid in het voorzien van opvang van de Amv in het betreffende land. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 7.1. Algemeen
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
DT&V verstrekt de volgende informatie aan de IND:
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Algemeen
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7.1.2. Gezinsleden
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Algemeen
### 7.2. De aanvraagprocedure
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
### 7.1.2. Gezinsleden
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.1.6. Mantelzorg
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2. De aanvraagprocedure
### 7.2.1. De schriftelijke aanvraag
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
### 1. Inleiding
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.2.4. Bewijsmiddelen
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.2.5. Herstel verzuim
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Algemeen
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.2.6. Raadplegen BMA
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.3.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van (definitieve) besluitvorming
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.
De IND zal uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van het onderzoek door de DT&V als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5 Vc.
De IND verleent het voorlopige uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in dit geval voor zes maanden vanaf de datum van de artikel 64 beschikking.
Als de IND na de periode waarin uitstel van vertrek is verleend nog geen definitief besluit heeft kunnen nemen in afwachting van het onderzoek van DT&V, dan kan de IND ambtshalve opnieuw uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Overgangsrecht
### 7.3.2.3. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
In de verlengde asielprocedure kan de IND toepassing geven aan hetgeen gesteld is in paragraaf A3/7.3.2.2 Vc.
In de verlengde asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en – stukken.
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen nadat het BMA advies is afgerond.
### 7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Bijzondere procedures
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc.
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken.
Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
De IND beëindigt het uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd:
In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
De IND kan uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling moet hiervoor een opnameverklaring van het ziekenhuis overleggen, die niet ouder mag zijn dan twee weken.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 7.4. Bijzondere procedures
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 1. Inleiding
### 7.4.4. Verzoek toepassing [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
### 7.6. Overgangsrecht
### 7.5. Rechtsmiddelen
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
### 7.6. Overgangsrecht
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) aan de vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als:
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.4. Procedurele aspecten
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Het Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) (Vw)
## Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) (Vw) aan Dublinclaimanten
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Een vreemdeling is op grond van [Verordening 539/2001](32001R0539) EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
### 2.4. Overname uit strafrecht
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
### 5. Verhoor
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 6. Verlenging en einde ophouding
De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsschouw wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.
### 9. Binnentreden
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of E&S gehandhaafd.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen ([model M107-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-C&z=2021-01-01&g=2021-01-01)).
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
De DT&V mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DT&V te overhandigen.
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.3. Moment van aanvraag
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND.
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
### 7.1.2. Gezinsleden
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
### 7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
### 7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
### 7.3.1. Algemeen
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
Uitzondering hierop is de situatie dat:
De duur van het uitstel van vertrek is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, waarvoor de vreemdeling naar verwachting onder behandeling zal staan, met een maximum van een jaar.
### 7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
Nadat DT&V haar onderzoek heeft afgerond, neemt de IND alsnog een definitief besluit op het verzoek om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Als de DT&V heeft meegedeeld dat zij er in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, beëindigt de IND het eerder verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de DT&V heeft meegedeeld dat men er niet in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, ondanks de bereidwilligheid van de vreemdeling om hieraan mee te werken, dan ontvangt de vreemdeling een definitief besluit dat ertoe strekt dat hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
Bij de beoordeling of de vreemdeling bereid is om mee te werken aan het realiseren van feitelijke toegang tot de medische zorg, betrekt de DT&V ook de bereidheid van de vreemdeling om mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van een vervangend reisdocumenten, als de vreemdeling daar zelf niet over beschikt.
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc.
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
### 7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
### 7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder BMA-advies als:
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64).
### 2. Het inreisverbod
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
Het Europees reisdocument mag worden gebruikt:
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in [artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in [artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
De procedure in geval van een last minuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in [paragraaf C1/2.7 Vc](onbekend).
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM:
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
Van een vreemdeling wordt verwacht dat hij:
De DT&V stelt vast of er sprake is van voldoende medewerking door de vreemdeling.
### 7.3.2.4. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
### 7.3.2.7. Procedure bij tbc
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.4. Bijzondere procedures
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar. Het verleende uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vervalt van rechtswege twee weken na beëindiging van opname.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
De IND past artikel [64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De IND wijst een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:
In deze gevallen wordt het inreisverbod opgeschort.
De IND past in dat geval [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens op uitreis of binnen Nederland
### 12.8. Opheffing van signaleringen
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
### 6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:
Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe.
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming.
[Artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) is wel van toepassing als:
De IND past artikel [64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven.
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schriftelijk in bij de IND. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Als uit (de aard van) het verleende verblijfsrecht elders blijkt dat het uitvoeren van het terugkeerbesluit, strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt in het besluit vermeld door de IND, KMar, politie en ZHP dat het terugkeerbesluit niet zal worden geëffectueerd dan wel ten aanzien van welke landen het niet zal worden geëffectueerd.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [B1/4.4](onbekend) Vc. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling ook aanmerken als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf.
Bij de beoordeling of de vreemdeling een daadwerkelijk en actueel gevaar vormt voor de openbare orde betrekt de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.
Dit is van belang in die gevallen waarin het BMA in het medisch advies:
De IND verleent in dat geval uitstel van vertrek voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt toegepast. Het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt;
Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe.
### 7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
### 7.6. Overgangsrecht
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
### Overwegingen:
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### Artikel 2 – alternatief
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de [paragrafen B7/3.8](onbekend) en [B9/14 Vc](onbekend), voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
### Artikel 2 – alternatief
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### Hoe vult u dit formulier in?
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de [paragrafen B7/3.8](onbekend) en [B9/14 Vc](onbekend), voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
### Artikel 1 – weekindeling
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### Hoe verloopt de procedure?
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op. De IND verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105c), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
### 8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
### 12.8. Opheffing van signaleringen
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding:
Daarbij wordt gedacht aan de vreemdeling met een vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning vanwege subsidiaire bescherming in een andere lidstaat.
Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
[Artikel 23a van de Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
De hulpmiddelen kunnen worden ingezet om de veiligheid te borgen in en om het vervoermiddel. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit dienen te allen tijde in acht te worden genomen bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting. Deze inschatting dient te worden gemaakt tijdens of vlak voor de daadwerkelijke uitzetting. Uitgangspunt van de Koninklijke Marechaussee blijft dat de uitzetting op een zo humaan en profesioneel mogelijke wijze gebeurt. Dit betekent dat hulpmiddelen alleen worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is, en dat gedurende het vervoer continu wordt bekeken of met de inzet van minder vergaande hulpmiddelen kan worden volstaan.
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2021-01-01&g=2021-01-01)), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletsel dat in de weg staat aan het verkrijgen van toegang tot de benodigde zorg.
Als de vreemdeling heeft gereageerd op het verzoek van de IND en daarbij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg voor hem niet toegankelijk is, dan vraagt de IND in beginsel aan de DT&V te onderzoeken of de vreemdeling direct aansluitend op zijn terugkeer feitelijke toegang tot medische zorg zal kunnen krijgen.
Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De IND past [artikel 64](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.
De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de [Rva](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959).
De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
De IND toetst in het kader van een inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) of artikel 3 EVRM zich tegen het opleggen van dat inreisverbod verzet.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt daarnaast een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, 7 Vw uit als artikel 66a, zevende lid, Vw van toepassing is.
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3):
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken.
Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie paragraaf A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de [artikelen 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden.
Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken.
De bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling mag in deze gevallen uitsluitend langer dan twee of vier weken duren als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gebonden aan de wettelijke termijnen van de [artikelen 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de alleenstaande minderjarige vreemdeling in bewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de alleenstaande minderjarige vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. De alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt aansluitend opnieuw op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld op het moment dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling opnieuw verwijderbaar is geworden. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Zie voor het beleid omtrent het uitstellen van de toegangsweigering van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen paragraaf A1/7.3 Vc.
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- of gezinsleven dan wel privéleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen de tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### A. Inwilliging
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
### C. Nader onderzoek
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.
### 6.1. Algemeen
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
### 4.2.3.1. Reisdoel
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
### 5.3. Terugkeervisa
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
### 4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.
### 6.7.2.3. Anderen
De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst.
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van afgenomen vingerafdrukken alle volgende handelingen verrichten:
Een licht inreisverbod wordt alleen opgelegd door de IND, KMAR, politie of ZHP als het verblijfsrecht in de andere lidstaat is ingetrokken.
Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om overeenkomstig A4/2.1 een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen en de vreemdeling overeenkomstig A2/12.2 in het SIS te signaleren.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor vreemdelingen waarvan een (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de bevoegdheid tot uitzetting tijdelijk is opgeschort.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-01-01&g=2021-01-01) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2021-01-01&g=2021-01-01) op.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
In [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b) (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar [paragraaf C1/4.4.6 Vc](onbekend). In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Het ontbreken van documenten ter staving van de identiteit en nationaliteit valt de vreemdeling niet toe te rekenen, indien:
Aan het vereiste om middels documenten de identiteit en nationaliteit aan te tonen wordt niet voorbijgegaan om de enkele reden dat de vreemdeling in Nederland een medische behandeling ondergaat.
De IND trekt het verleende uitstel van vertrek in, als de vreemdeling onvoldoende actief heeft gewerkt aan:
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de [Rva](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, zendt de IND de beschikking – met de brochure – aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
### Voor wie is dit formulier?
### Artikel 2 – alternatief
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
### Hoe verloopt de procedure?
### B. Afwijzing
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### Overwegingen:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe vult u dit formulier in?
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2021-01-01&g=2021-01-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het E&S staat gesignaleerd als:
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
Wanneer het de vreemdeling ingevolge [artikel 7.3 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) juncto [artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel [artikel 6a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
### 5. Verhoor
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding in ieder geval verlengen als:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding ook verlengen als onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om minder dwingende alternatieven dan bewaring toe te passen.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.8. Opheffing van signaleringen
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het E&S verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND heft een signalering in het E&S op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van [artikel 62, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62).
Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in [artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden.
De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten:
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
De DT&V maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingsautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
De omstandigheid dat een vreemdeling enkel aangeeft dat de kosten voor een medische behandeling hoog zijn of dat de plek, waar de medische behandeling kan plaatsvinden, ver weg is van de woonplaats van de vreemdeling, vormt onvoldoende reden om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan te nemen.
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt daarnaast een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die:
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
De IND, de politie, KMAR en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge [artikel 66a, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling ‘Nederland’ daadwerkelijk heeft verlaten. Onder ‘Nederland’ wordt verstaan de lidstaten van de EU aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (verder: de lidstaten). Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor een bepaalde termijn verboden.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### Wilt u meer informatie?
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
### Wilt u meer informatie?
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid.
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
Als er sprake is van een vertrek moratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als:
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek, als de IND vaststelt dat:
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking nagaan bij de IND of de Nederlandse verblijfsvergunning rechtmatig is afgegeven.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 14, eerste lid juncto artikel 6, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SGC is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.
De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.Rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2021-01-01&g=2021-01-01) bevat een standaard reizigerslijst.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in [artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2x) in ieder geval:
Molukkers die op grond van de [Wet betreffende de positie van Molukkers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003052) (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2y), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 6, aanhef, SGC. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied.
Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland
Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in [artikel 2.6 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=2.6).
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01)).
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.
Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2021-01-01&g=2021-01-01) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in [artikel 6:3 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:3). Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in [artikel 94, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie [artikel 77, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77)).
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van [artikel 2.2b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2b) de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van [artikel 4 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten:
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
De DT&V verhaalt de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden, en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de DT&V een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties. De DT&V stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De terugvoerplicht en de geldende procedure rondom het verhalen van kosten staan beschreven op www.terugvoerplicht.nl.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2020-02-01&g=2020-02-01) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-02-01&g=2020-02-01) (zie ook A5/6.12 Vc).
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de vreemdeling zonder asielaanvraag stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren.
De leeftijdsschouw bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben:
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De niet beëdigde tolk moet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) legt vast welke stappen gedurende de verlengde ophouding zijn verricht. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) de opgehouden persoon niet te horen.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01) opmaken, tenzij aansluitend een maatregel van bewaring wordt opgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie[artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
De Korpschef:
Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Voor iedere meldplicht geldt:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS:
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het E&S:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het E&S of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stuurt met het verzoek om signalering de volgende documenten mee:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS:
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
De IND neemt signaleringen op in het E&S of het (N)SIS:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het verzoek tot signalering aan de IND ten minste één van de volgende redenen voor signalering aan:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stuurt met het verzoek om signalering de volgende documenten mee:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdeling draagt er zorg voor dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV voorhanden zijn. Indien dit niet mogelijk is moet hiervan de reden worden vermeld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Onder lidstaten wordt tevens verstaan de niet bij de Europese Unie, maar wel bij de Terugkeerrichtlijn aangesloten lidstaten, zijnde Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. Ingevolge [artikel 62a, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven. Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig A4/2.2 kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen zoals bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen.
Een licht inreisverbod wordt alleen opgelegd door de IND, KMAR, politie of ZHP als het verblijfsrecht in de andere lidstaat is ingetrokken.
Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een licht inreisverbod inhoudt, moet de IND, politie, KMar en ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Dit kan onder meer via Bureau Sirene; Bureau Sirene kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van het verblijfsrecht in de andere lidstaat.
Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig A4/2.2 een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan (het laten voortduren van) een SIS signalering.
Signalering in E&S kan wel plaatsvinden.
In afwijking van de [richtlijn 2008/115](32008L0115) wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.
In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden:
In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn.
In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn.
Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van [artikel 62, tweede lid, onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) als tenminste twee van de gronden als genoemd in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) van toepassing zijn.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in [artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in [artikel 3.74 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en [paragraaf B1/4.3.3 Vc](onbekend).
De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van [artikel 30b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b).
De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM bepaalt dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten als hij een daadwerkelijk en actueel gevaar vormt voor de openbare orde.
De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de termijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde.
De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van [artikel 30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), [30b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), [30c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c) of [31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31) op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van [artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62):
De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van [artikel 30a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30a), [30b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30b), [30c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30c) of [31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31) op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van [artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62):
Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van [artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62). Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in [artikel 6.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=6.3). De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in [artikel 6.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=6.3). De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc.
De DT&V stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door de DT&V georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens:
De DT&V laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling.
Indien de vreemdeling uit eigen beweging wil vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. De IND vervat deze termijn in het ambtshalve genomen overdrachtsbesluit. Wanneer de IND reeds een overdrachtsbesluit heeft genomen, kan de DT&V de vreemdeling op diens initiatief ook nadien nog de gelegenheid tot zelfstandig vertrek bieden. De DT&V kan de vreemdeling daartoe een termijn stellen van ten hoogste vijf werkdagen.
Als een vreemdeling een verzoek tot een voorlopige voorziening indient, kan de DT&V een nieuwe termijn van vijf werkdagen toekennen na uitspraak op deze voorlopige voorziening. Daarbij geldt dat deze termijn niet tot gevolg mag hebben dat de uiterste overdrachtsdatum daarmee overschreden wordt.
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-01-01&g=2021-01-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als:
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletsel dat in de weg staat aan het verkrijgen van toegang tot de benodigde zorg.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
Het ontbreken van documenten ter staving van de identiteit en nationaliteit valt de vreemdeling niet toe te rekenen, indien:
Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. De IND kan een aanvraag tot uitstel van vertrek of de aanvraag om medische behandeling afwijzen als wegens het ontbreken van documenten niet beoordeeld kan worden of de medische behandeling in het land van herkomst niet toegankelijk is.
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
In de situatie dat de vreemdeling wel zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond middels documenten, legt de IND het medisch advies ter informatie voor aan de vreemdeling en biedt hem daarbij de mogelijkheid om aan de hand van documenten zoals bedoeld in A3/7.1.5 aannemelijk te maken dat de medische zorg voor hem ontoegankelijk is. De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om te reageren.
De IND zal in een dergelijk geval in het besluit opnemen dat uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt verleend in afwachting van het uitvoeren van de in dat besluit genoemde voorwaarden (zie verder paragraaf A3/7.3.2.2 Vc.)
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
Het BMA kan in het medisch advies opnemen dat mantelzorg noodzakelijk wordt geacht, als mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling.
Indien in een land van herkomst of bestendig verblijf professionele (thuis)zorg beschikbaar is, dan kan zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend worden door medewerkers van deze professionele (thuis)zorg. Het BMA zal in het medisch advies opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg beschikbaar is.
Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
De IND stelt het aanvraagformulier en bijlagen beschikbaar via de website www.ind.nl;
De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. Ook legt de vreemdeling de bijlage ‘Verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ over.
De IND toetst op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen.
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
De IND toetst op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen.
In verband met de ambtshalve toets op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.2.4 Vc.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de ambtshalve toets niet.
De IND past de ambtshalve toets niet toe als [artikel 6.1e, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) van toepassing is.
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar [paragraaf B1/3.4.1.1 Vc](onbekend).
Het BMA beoordeelt in dit kader of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Als het BMA oordeelt dat de vreemdeling niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd, dan meldt het BMA dit bij de IND.
De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
Het BMA beoordeelt in dit kader of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Als het BMA oordeelt dat de vreemdeling niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd, dan meldt het BMA dit bij de IND.
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling aan, welke gegevens ontbreken. De eerder ingestuurde medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen. Als deze medische stukken ouder zijn geworden dan drie maanden dan moet de vreemdeling zorgen voor een actualisering van de medische stukken en deze naar de IND zenden.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.
[Paragraaf B1/3.4.1.3 Vc](onbekend) is van overeenkomstige toepassing.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling.
Bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen, als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling.
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van het uitstel van vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit. Er is geen nieuw besluit nodig.
De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als:
De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend, wordt geconsulteerd met de vraag of het betreffende land aanleiding ziet om het verblijfsrecht in te trekken.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
De IND, de politie, KMAR en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge [artikel 66a, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling ‘Nederland’ daadwerkelijk heeft verlaten. Onder ‘Nederland’ wordt verstaan de lidstaten van de EU aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (verder: de lidstaten). Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor een bepaalde termijn verboden.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit voor zover mogelijk voor de maximale duur zoals die in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden.
De IND, de politie, KMAR en ZHP maken bij het bepalen van de duur van een inreisverbod geen gebruik van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb. Uit de jurisprudentie van de Raad van State volgt dat gezien de huidige formulering van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb als aanvullende eis wordt gesteld dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Als hier sprake van is, is tevens sprake van aanvullende omstandigheden en kan de duur van het inreisverbod onder meer aan de hand van artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, worden bepaald.
De IND vaardigt een inreisverbod uit in beginsel voor de duur van tien jaar als er sprake is van één van de in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb genoemde omstandigheden en sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
De IND kan ook buiten de gevallen als bedoeld in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, in beginsel een inreisverbod uitvaardigen voor de duur van tien jaar als er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Daarbij kan worden gedacht aan een verdenking van een misdrijf of de omstandigheid dat de persoonlijke gedraging van een vreemdeling leidt tot een ernstige bedreiging van de openbare orde.
Ingevolge artikel 6.5a, zesde lid, Vb vaardigt de IND een inreisverbod uit voor de duur van twintig jaar als de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of als zwaarwegende belangen nopen tot een duur van meer dan tien jaar.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
In [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.
De ambtenaar belast met de grensbewaking biedt de vreemdeling in het kader van het voornemen de gelegenheid zijn adresgegevens in het buitenland kenbaar te maken.
Indien het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan dient deze ambtenaar een voornemenprocedure te starten.
Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen.
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het voornemen kenbaar:
De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt:
De hulpofficier van justitie betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
De hulpofficier van justitie besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Indien een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven adres is gezonden.
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
### 3.5.1. Inleiding
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
### 3.2. Procedurele aspecten
In paragraaf A4/2.1 staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd.
Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in [artikel 61, eerste lid, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=61), uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten.
Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij:
Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin:
Artikel 6.5b, tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont:
### 3. Ongewenstverklaring
tenzij,
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a, zesde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod.
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
[Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
Paragraaf A4/2.5.5 Vreemdelingencirculaire 2000 komt geheel te vervallen.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
[Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3. Ongewenstverklaring
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt de vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van tenminste één van de onderstaande gevallen:
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn.
Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid', zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 3.5.1. Inleiding
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 6, vijfde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Toezicht omvat alle mogelijke vormen van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en de toezichthouders als bedoeld in de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=46) en [47 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=47) in het kader van de uitoefening van hun taken. Een alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt voor het eerst in het toezicht aangetroffen als er niet eerder sprake is geweest van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en een toezichthouder in de hiervoor bedoelde zin. Er is in ieder geval sprake van een situatie waarin de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen als er bij de toezichthouders geen gegevens van de vreemdeling bekend zijn. Omdat van de alleenstaande minderjarige vreemdeling die voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen vaak weinig gegevens bekend zijn waardoor vertrek in veel gevallen niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd, geldt voor hen dat bewaring mogelijk is indien vertrek binnen vier weken kan worden gerealiseerd. Voor een alleenstaande minderjarige vreemdeling die al wel eerder in het toezicht is aangetroffen of die bijvoorbeeld in de opvang verblijft, geldt dat bewaring slechts mogelijk is indien het vertrek binnen een termijn van twee weken kan worden gerealiseerd, tenzij sprake is van de onder a of b bedoelde situatie.
Voor de ongewenstverklaring van:
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3):
### 1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht indien verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Indien er sprake is van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet een maatregel als bedoeld in [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) worden opgelegd (zie paragraaf A5/6.3 Vc). De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring als bedoeld in artikel 59b Vw op indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de behandeling van het beroep in Nederland afgewacht mag worden. Indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen, en de behandeling van het beroep niet in Nederland afgewacht mag worden, wordt de maatregel van bewaring voortgezet op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Indien bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2021-04-01&g=2021-04-01). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Ad c.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, eerste lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) schorsende werking heeft.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a).
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het [model M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A&z=2021-04-01&g=2021-04-01)(zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3):
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken.
Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie paragraaf A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de [artikelen 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden.
Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken.
De bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling mag in deze gevallen uitsluitend langer dan twee of vier weken duren als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gebonden aan de wettelijke termijnen van de [artikelen 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de alleenstaande minderjarige vreemdeling in bewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de alleenstaande minderjarige vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. De alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt aansluitend opnieuw op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld op het moment dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling opnieuw verwijderbaar is geworden. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Zie voor het beleid omtrent het uitstellen van de toegangsweigering van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen paragraaf A1/7.3 Vc.
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht indien verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Indien er sprake is van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet een maatregel als bedoeld in [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) worden opgelegd (zie paragraaf A5/6.3 Vc). De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring als bedoeld in artikel 59b Vw op indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de behandeling van het beroep in Nederland afgewacht mag worden. Indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen, en de behandeling van het beroep niet in Nederland afgewacht mag worden, wordt de maatregel van bewaring voortgezet op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Indien bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2021-01-01&g=2021-01-01). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2020-10-01&g=2020-10-01). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-10-01&g=2020-10-01). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) gebruikt.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-04-01&g=2021-04-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2021-04-01&g=2021-04-01). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 6.9. Voorlopige voorziening
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-10-01&g=2020-10-01). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Ad c.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, eerste lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) schorsende werking heeft.
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2021-04-01&g=2021-04-01). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6 Vc](onbekend))
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
### 6.8. De duur
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Model M109-B bevat in ieder geval:
De bewaring van een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, of wenst in te dienen, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Bewaring op grond van artikel 59b Vw mag uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV neemt over de belangenafweging contact op met de IND. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In model M109-B wordt gemotiveerd aangegeven waarom de vreemdeling in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b Vw, ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.4. Gehoor
### 6.8. De duur
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a).
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het [model M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A&z=2021-01-01&g=2021-01-01)(zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2020-10-01&g=2020-10-01). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-10-01&g=2020-10-01). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01) gebruikt.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2021-01-01&g=2021-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2021-01-01&g=2021-01-01). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
### 6.9. Voorlopige voorziening
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-10-01&g=2020-10-01). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2021-01-01&g=2021-01-01). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6 Vc](onbekend))
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
### 6.8. De duur
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Model M109-B bevat in ieder geval:
De bewaring van een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, of wenst in te dienen, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Bewaring op grond van artikel 59b Vw mag uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV neemt over de belangenafweging contact op met de IND. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In model M109-B wordt gemotiveerd aangegeven waarom de vreemdeling in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b Vw, ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Indien de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst, worden de piketcentrale of de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. In geval van hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2021-04-01&g=2021-04-01), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) geven.
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2021-04-01&g=2021-04-01) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.4. Gehoor
### 6.8. De duur
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.5. Bijstand van een advocaat
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Indien de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst, worden de piketcentrale of de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. In geval van hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
### 4.1. Aanvragen reisdocumenten
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) geven.
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2021-01-01&g=2021-01-01) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
### 4.1. Aanvragen reisdocumenten
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2021-04-01&g=2021-04-01), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01)) opmaken.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2021-01-01&g=2021-01-01), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01)) opmaken.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01) moet altijd:
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
@@ -6692,31 +6692,31 @@
In de hier genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat.
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
De IND biedt de vreemdeling die op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring is gesteld en ten behoeve waarvan een terug- of overnameverzoek wordt ingediend bij een andere lidstaat niet meer de gelegenheid om uit eigen beweging te vertrekken naar de betreffende lidstaat na accordering van het terug- of overnameverzoek door de andere lidstaat.
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2020-10-01&g=2020-10-01).
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling.
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01).
De documenten met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moeten officiële, door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven documenten zijn met daarin tenminste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de vreemdeling.
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn.
Als de vreemdeling in Nederland geen mantelzorg ontvangt van gezins- of familieleden, maar mantelzorg wordt verleend door een andere derde (niet zijnde een medisch professional) dan kan de IND overwegen dat deze in het land van herkomst ook door een derde verleend kan worden.
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
De IND past de ambtshalve toets ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning. De IND toetst in dat geval uitsluitend ambtshalve als de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Het ontbreken van documenten ter staving van de identiteit en nationaliteit valt de vreemdeling niet toe te rekenen, indien:
Indien in een land van herkomst of bestendig verblijf professionele (thuis)zorg beschikbaar is, dan kan zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend worden door medewerkers van deze professionele (thuis)zorg. Het BMA zal in het medisch advies opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg beschikbaar is.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de ambtshalve toets niet.
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
Afkomstig uit een land van herkomst ziet niet alleen op personen met de nationaliteit van een van de betrokken landen, maar ook op vreemdelingen die een verblijfsrecht hebben verkregen in de genoemde landen.
Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document.
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
Vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat
@@ -6814,7 +6814,7 @@
### 2. Algemeen
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2021-01-01&g=2021-01-01) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2021-04-01&g=2021-04-01) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
@@ -6918,11 +6918,11 @@
### A6. Registratie en identificatie
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2021-01-01&g=2021-01-01) naar de IND.
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2021-04-01&g=2021-04-01) naar de IND.
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
@@ -7654,14 +7654,14 @@
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
Het indienen van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva niet op.
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
Als de vreemdeling een verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat en aan hem een inreisverbod is uitgevaardigd, begint de termijn voor de duur van het inreisverbod te lopen als de vreemdeling:
Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in [artikel 61, eerste lid, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=61), uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten.
@@ -7714,7 +7714,7 @@
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-01-01&g=2021-01-01). Van model M113 moet altijd:
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2021-04-01&g=2021-04-01). Van model M113 moet altijd:
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
@@ -9350,15 +9350,15 @@
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2021-01-01&g=2021-01-01) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-01-01&g=2021-01-01) (zie ook A5/6.12 Vc).
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2021-04-01&g=2021-04-01) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2021-04-01&g=2021-04-01) (zie ook A5/6.12 Vc).
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 62, tweede lid, onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62) is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen