Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
100 versions
· 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2020-05-14
@@ -340,7 +340,7 @@
### 6.6.2. Houders van vreemdelingenpaspoorten aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
@@ -426,7 +426,7 @@
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2020-04-02&g=2020-04-02) ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
### 8. Bijzondere categorieën
@@ -438,7 +438,7 @@
### 8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
@@ -594,7 +594,7 @@
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
@@ -830,7 +830,7 @@
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen ([model M107-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-C&z=2020-04-02&g=2020-04-02)).
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen ([model M107-C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-C&z=2020-05-14&g=2020-05-14)).
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
@@ -2504,7 +2504,7 @@
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-02-01&g=2020-02-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
@@ -3022,7 +3022,7 @@
### B. Afwijzing
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-05-14&g=2020-05-14) of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
@@ -3072,7 +3072,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2020-04-02&g=2020-04-02). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor [model M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2020-05-14&g=2020-05-14). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
@@ -3118,11 +3118,11 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
Het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt als toegangsweigering als bedoeld in artikel 14 SGC als deze in de grensprocedure:
De ambtenaar van de IND die werkt:
is bevoegd dit besluit te nemen en treedt daarbij op als grenswachter (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
Wanneer het de vreemdeling ingevolge [artikel 7.3 tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=7.3) juncto [artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.1) niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel [artikel 6a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
@@ -3138,7 +3138,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het [model M105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105&z=2020-05-14&g=2020-05-14) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M105-D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-D&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
### 5. Verhoor
@@ -3148,7 +3148,7 @@
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02) opmaken, tenzij aansluitend een maatregel van bewaring wordt opgelegd.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14) opmaken, tenzij aansluitend een maatregel van bewaring wordt opgelegd.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
@@ -3214,7 +3214,7 @@
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-04-02&g=2020-04-02) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2020-04-02&g=2020-04-02) op.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-05-14&g=2020-05-14) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2020-05-14&g=2020-05-14) op.
De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.
@@ -3334,7 +3334,7 @@
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) af aan een vreemdeling die:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
@@ -3366,7 +3366,7 @@
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
@@ -3446,7 +3446,7 @@
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2020-04-02&g=2020-04-02) bevat een standaard reizigerslijst.
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). [Model M7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M7&z=2020-05-14&g=2020-05-14) bevat een standaard reizigerslijst.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
@@ -3488,7 +3488,7 @@
Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in [artikel 2.6 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=2.6).
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02)).
([Model 21A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=21-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14)).
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
@@ -3500,23 +3500,23 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2020-04-02&g=2020-04-02) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2020-05-14&g=2020-05-14) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-04-02&g=2020-04-02) en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in [artikel 6:3 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:3). Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure wordt afgewezen als kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt krachtens [artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat niet van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is opgenomen in het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tegen beide besluiten dient apart beroep te worden ingesteld. Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure niet in behandeling wordt genomen, wordt geen nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, maar wordt de vrijheidsontnemende maatregel krachtens [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) voortgezet.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in [artikel 6:3 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:3). Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in [artikel 94, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie [artikel 77, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77)).
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
@@ -3574,7 +3574,7 @@
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
@@ -3588,7 +3588,7 @@
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen ([model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
@@ -3640,7 +3640,7 @@
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie[artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie[artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
@@ -3776,7 +3776,7 @@
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2020-02-01&g=2020-02-01)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14)).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
@@ -3808,7 +3808,7 @@
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-04-02&g=2020-04-02) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-05-14&g=2020-05-14) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM:
@@ -4112,15 +4112,15 @@
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-02-01&g=2020-02-01). Van model M113 moet altijd:
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-04-02&g=2020-04-02). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-04-02&g=2020-04-02) te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2020-05-14&g=2020-05-14). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking model M19 te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
@@ -4128,19 +4128,33 @@
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Op grond van [artikel 6, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) wordt behandeld in de grensprocedure. De toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw tijdens de grensprocedure is uitgewerkt in paragraaf C1/2.5 Vc.
Op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) kan aan een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure is afgewezen een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd. Dit betreft een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel welke door de bevoegde ambtenaar van de IND wordt opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Op grond van [artikel 6a Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) mag de maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) alleen voortgezet worden met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wanneer er sprake is van een “significant risico op onttrekken aan het toezicht”.
Wanneer er sprake is van een “significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Ad c.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van [artikel 82, eerste lid, van de Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=82) schorsende werking heeft.
Ad d.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-02-01&g=2020-02-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-02-01&g=2020-02-01). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a).
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het [model M17A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17A&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook [paragraaf C1/2.5 Vc](onbekend)).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
@@ -4148,23 +4162,23 @@
Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan worden opgelegd. De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de handhavings- en toezichtlocatie (HTL). Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden, alsmede de belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar dienen te worden meegewogen in deze maatregel.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14) gebruikt.
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2020-04-02&g=2020-04-02). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan worden opgelegd. De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de handhavings- en toezichtlocatie (HTL). Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden, alsmede de belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar dienen te worden meegewogen in deze maatregel.
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2020-05-14&g=2020-05-14) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.2 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.2) legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van [artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het [model M108B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-B&z=2020-05-14&g=2020-05-14). De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14). De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels [model M108A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14), zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in een gezinslocatie.
@@ -4172,175 +4186,161 @@
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-02-01&g=2020-02-01). Model M109-B bevat in ieder geval:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie [artikel 59c, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59c)).
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-04-02&g=2020-04-02). Model M109-B bevat in ieder geval:
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-05-14&g=2020-05-14). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Model M109-B bevat in ieder geval:
De bewaring van een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, of wenst in te dienen, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Bewaring op grond van artikel 59b Vw mag uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV neemt over de belangenafweging contact op met de IND. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In model M109-B wordt gemotiveerd aangegeven waarom de vreemdeling in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b Vw, ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) zich voordoen.
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
### 6.9. Voorlopige voorziening
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2020-04-02&g=2020-04-02), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) geven.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
### 6.5. Bijstand van een advocaat
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Indien de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst, worden de piketcentrale of de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. In geval van hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
### 6.8. De duur
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-04-02&g=2020-04-02) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie [artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-02-01&g=2020-02-01). Model M109-B bevat in ieder geval:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-04-02&g=2020-04-02). In Model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6 Vc](onbekend))
Indien de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen. Deze termijn is niet van toepassing indien de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
Bewaring op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) gebruik van [Model 109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-04-02&g=2020-04-02). Model M109-B bevat in ieder geval:
De bewaring van een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, of wenst in te dienen, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Bewaring op grond van artikel 59b Vw mag uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV neemt over de belangenafweging contact op met de IND. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In model M109-B wordt gemotiveerd aangegeven waarom de vreemdeling in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b Vw, ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in [artikel 5.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1c) van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) zich voordoen.
### 6.4. Gehoor
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al in bewaring was gesteld op grond van artikel 59 Vw.
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
De vreemdeling dient voordat hij op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Indien de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst, worden de piketcentrale of de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. In geval van hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
### 6.9. Voorlopige voorziening
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2020-04-02&g=2020-04-02), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) geven.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-02-01&g=2020-02-01) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.8. De duur
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-05-14&g=2020-05-14) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
### 6.8. De duur
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van [artikel 59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b) buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-04-02&g=2020-04-02) gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
### 3.4. Verlengen van de vrijwillige vertrektermijn
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
### 3.4. Verlengen van de vrijwillige vertrektermijn
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2020-04-02&g=2020-04-02), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02)) opmaken.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2020-05-14&g=2020-05-14), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) opmaken.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-02-01&g=2020-02-01) naar de IND.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02) moet altijd:
### A6. Registratie en identificatie
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-04-02&g=2020-04-02) naar de IND.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Een vreemdeling kan een verzoek in persoon indienen bij één van de loketten van de IND. Voor het maken van een afspraak bij één van deze loketten maakt de vreemdeling een telefonische afspraak via de Afdeling Telefonie van de IND (0900-12345).
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-04-02&g=2020-04-02) naar de IND.
De individuele omstandigheden kunnen gelegen zijn in de verblijfsduur, het feit dat er schoolgaande kinderen zijn en het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden. Hierbij kan worden gedacht aan de begrafenis van een familielid of het vertrek tijdens schoolvakanties. Hierbij dient echter ook voldaan te worden aan het overigens gestelde in deze paragraaf.
### 6. Uitzetting
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
De voorwaarden voor het verlengen van de vrijwillige vertrektermijn staan beschreven in [artikel 6.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=6.3). Het verlengen van de vrijwillige vertrektermijn is bedoeld voor de vreemdeling, die zijn terugkeermogelijkheid in de vrijwillige vertrektermijn heeft gerealiseerd, maar vanwege individuele omstandigheden tijdelijk nog niet kan vertrekken. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn zal daarom ook slechts voor beperkte duur plaatsvinden.
De voorwaarden voor het verlengen van de vrijwillige vertrektermijn staan beschreven in [artikel 6.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=6.3). Het verlengen van de vrijwillige vertrektermijn is bedoeld voor de vreemdeling, die zijn terugkeermogelijkheid in de vrijwillige vertrektermijn heeft gerealiseerd, maar vanwege individuele omstandigheden tijdelijk nog niet kan vertrekken. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn zal daarom ook slechts voor beperkte duur plaatsvinden.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De individuele omstandigheden kunnen gelegen zijn in de verblijfsduur, het feit dat er schoolgaande kinderen zijn en het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden. Hierbij kan worden gedacht aan de begrafenis van een familielid of het vertrek tijdens schoolvakanties. Hierbij dient echter ook voldaan te worden aan het overigens gestelde in deze paragraaf.
### 6. Uitzetting
Een vreemdeling komt in ieder geval niet in aanmerking voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn, indien hem geen termijn voor vrijwillig vertrek is toegestaan.
De vertrektermijn wordt niet verlengd om redenen van medische aard. Indien er een medisch beletsel is om te vertrekken, wordt de procedure inzake [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doorlopen.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
Tegen een besluit tot afwijzing van een verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn staat bezwaar open. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrektermijn niet op. Ook een eventueel in te dienen verzoek om voorlopige voorziening schort de vertrektermijn niet op.
@@ -6744,7 +6744,7 @@
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2020-04-02&g=2020-04-02) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2020-05-14&g=2020-05-14) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
@@ -6814,19 +6814,19 @@
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a).
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-04-02&g=2020-04-02). Van model M113 moet altijd:
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2020-05-14&g=2020-05-14). Van model M113 moet altijd:
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02) gebruikt.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje **Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw** onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het [model M19A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19A&z=2020-05-14&g=2020-05-14)(zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
@@ -6834,915 +6834,915 @@
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) kan worden opgelegd. De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de handhavings- en toezichtlocatie (HTL). Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden, alsmede de belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar dienen te worden meegewogen in deze maatregel.
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en [C1/2.6 Vc](onbekend))
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 6.4. Gehoor
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al in bewaring was gesteld op grond van artikel 59 Vw.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
De vreemdeling dient voordat hij op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
### 6.9. Voorlopige voorziening
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2020-05-14&g=2020-05-14), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-05-14&g=2020-05-14) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2020-05-14&g=2020-05-14)) geven.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3), is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
### 6.9. Voorlopige voorziening
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
### 6.9. Voorlopige voorziening
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
### A6. Registratie en identificatie
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep[model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2020-05-14&g=2020-05-14) naar de IND.
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
Dit betekent in beginsel dat het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit, of identiteitsonderzoek alsook de presentatie (in persoon) van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst, indien het om een asielzoeker gaat, pas dient te geschieden na een uitspraak van de rechter in beroep, of, wanneer het indienen van een rechtsmiddel geen opschortende werking heeft (hoger beroep), tot het moment waarop de rechter heeft geoordeeld over het eventuele verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst.
### 4.3. Het inhouden van documenten
Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument door een diplomatieke vertegenwoordiging en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie [B14/3](onbekend)), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5).
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 5.1. Algemeen
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder.
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
De IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek of hervestiging van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe het REAN-programma aan. Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM-missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals Amv’s, specifieke voorzieningen treffen.
### 5.2. Procedure
IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM, de IND en de DT&V.
### 6.10. Bericht van vertrek
Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten. Indien de DT&V, vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=27), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten.
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De uitzetting van een onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland, die na beëindiging van het verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of gezondheid, tijdig een voorlopige voorziening heeft ingediend blijft achterwege. Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk (zie [artikel 8.24, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.24)):
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Ten aanzien van vreemdelingen die door de KMar in het kader van het MTV zijn aangetroffen, is de Commandant der KMar verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de overdracht aan Duitsland of België via de landsgrenzen. Vreemdelingen die in het kader van het vreemdelingentoezicht worden aangetroffen en die zonder formaliteiten via de landgrenzen met België of Duitsland kunnen worden overgedragen, worden door de politie aan de KMar overgedragen. De KMar zorgt voor de overdracht. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin na toegangsweigering door de ambtenaar belast met de grensbewaking, de KMar of ZHP in staat is binnen afzienbare tijd te realiseren dat de vreemdeling wordt verwijderd. In alle andere gevallen is de DT&V verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de uitzetting.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. Vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht kunnen ook zonder plaatsing in een uitzetcentrum worden uitgezet (zie A4/6.3).
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
[Artikel 23a Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
### 6.7. Uitzetting via transitluchthaven in een EU-lidstaat
[Richtlijn 2003/110](32003L0110) van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat (zie ook A2/8).
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Het verzoek om al dan niet begeleide doorgeleiding door de lucht en de daarmee verbonden ondersteuningsmaatregelen moet door de KMar schriftelijk worden ingediend bij de aangezochte lidstaat. Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat is opgenomen in de bijlage bij [richtlijn 2003/110](32003L0110). Het verzoek moet zo vroeg mogelijk, doch ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding, in de aangezochte lidstaat aankomen. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen mag deze termijn korter zijn. De aangezochte lidstaat dient onmiddellijk, in ieder geval binnen twee dagen, een beslissing op het verzoek bekend te maken. Deze termijn kan, in gemotiveerde gevallen, met ten hoogste 48 uur worden verlengd. Zonder instemming van de aangezochte staat wordt niet met de doorgeleiding door de lucht begonnen. Indien de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn antwoordt, kan met de doorreis worden begonnen door middel van een kennisgeving.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De DT&V dient derhalve de overdracht zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen deze termijn van zes maanden te regelen. Het feit dat een eventuele overdracht nog niet rond is, doet geen (verlengd) recht op opvang ontstaan. De vreemdeling is na een geaccordeerd verzoek immers op de hoogte welke lidstaat zijn asielverzoek in behandeling neemt en kan een beroep doen op de daar geldende faciliteiten.
### 6.10. Bericht van vertrek
Naar het land van bestemming wordt gezonden:
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. De aanzegging dient te worden gegeven na opheffing van de inbewaringstelling aan vreemdelingen die weliswaar Nederland moeten verlaten, maar niet de Unie hoeven te verlaten.
### 7.1. Beleid
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bepaalt dat de uitzetting achterwege dient te blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In de situatie dat ten aanzien van een minderjarig kind sprake is van het achterwege laten van de uitzetting, worden als gezinsleden aangemerkt:
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet uitdrukkelijk worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland stelt te behoeven en om die reden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning (zie [B8/2.1](onbekend)).
### 7.3. Inwilliging
De vraag of op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan de bescherming van artikel 64 Vw niet intreden indien en zolang de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie A4/7.3.2).
### 7.3. Inwilliging
In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. In dit geval gebeurt dit naar de ratio van (en niet ingevolge) [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Het stellen van een aantekening in het grensoverschrijdingsdocument blijft in deze gevallen achterwege.
### 7.2. Procedure
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)).
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Het indienen van een aanvraag om [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe te passen schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van de beslissing op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.2. Voorbereiding
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.1 is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
In deze situatie wordt [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Het komt voor dat de medisch adviseur in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, doch dat dit onder bepaalde voorwaarden dient te geschieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een voorraad aan medicijnen van de vreemdeling tijdens en na de reis of het meenemen van medische gegevens.
### 7.5. Rechtsmiddelen
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
### 7.5.1. Algemeen
Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van [artikel 72 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=72) rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, zijn neergelegd in de Visumcode.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking:
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. Van toegangsweigering is onverminderd sprake indien de toegangsweigering in eerste instantie is uitgesteld of opgeschort omdat de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) stelt vast of de inbewaringstelling van de opgehouden persoon de aangewezen vervolgstap is. De verlenging van de ophouding, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), is in het belang van het onderzoek als deze vaststelling nog niet mogelijk is. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) is niet mogelijk.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding in ieder geval verlengen als:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) de opgehouden persoon niet te horen.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het E&S of (N)SIS.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14).
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
Bij het opleggen van de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), [59a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) of [59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b), tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.4. Gehoor
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
### 6.5. Bijstand van een advocaat
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in [artikel 8, onder h, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
### 6.9. Voorlopige voorziening
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
### 6.9. Voorlopige voorziening
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
### 6.9. Voorlopige voorziening
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### A6. Registratie en identificatie
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
De vreemdeling dient (op korte termijn) te beschikken over documenten, waarmee hij daadwerkelijk Nederland uit kan reizen. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn is niet bedoeld om voor onbepaalde duur te werken aan het verkrijgen van reisdocumenten. Wanneer een (vervangend) reisdocument aanwezig is en de geldigheidsduur van het betreffende document beperkt is, zal de vertrektermijn in beginsel niet langer verlengd worden dan tot enkele dagen voor het aflopen van de geldigheid van dit (vervangende) reisdocument.
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
Uitgangspunt in de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden of bekenden in het land van herkomst.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
Dit betekent in beginsel dat het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit, of identiteitsonderzoek alsook de presentatie (in persoon) van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst, indien het om een asielzoeker gaat, pas dient te geschieden na een uitspraak van de rechter in beroep, of, wanneer het indienen van een rechtsmiddel geen opschortende werking heeft (hoger beroep), tot het moment waarop de rechter heeft geoordeeld over het eventuele verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst.
### 4.3. Het inhouden van documenten
Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument door een diplomatieke vertegenwoordiging en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie [B14/3](onbekend)), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5).
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 5.1. Algemeen
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder.
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
De IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek of hervestiging van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe het REAN-programma aan. Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM-missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals Amv’s, specifieke voorzieningen treffen.
### 5.2. Procedure
IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM, de IND en de DT&V.
### 6.10. Bericht van vertrek
Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten. Indien de DT&V, vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=27), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten.
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De uitzetting van een onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland, die na beëindiging van het verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of gezondheid, tijdig een voorlopige voorziening heeft ingediend blijft achterwege. Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk (zie [artikel 8.24, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.24)):
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Ten aanzien van vreemdelingen die door de KMar in het kader van het MTV zijn aangetroffen, is de Commandant der KMar verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de overdracht aan Duitsland of België via de landsgrenzen. Vreemdelingen die in het kader van het vreemdelingentoezicht worden aangetroffen en die zonder formaliteiten via de landgrenzen met België of Duitsland kunnen worden overgedragen, worden door de politie aan de KMar overgedragen. De KMar zorgt voor de overdracht. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin na toegangsweigering door de ambtenaar belast met de grensbewaking, de KMar of ZHP in staat is binnen afzienbare tijd te realiseren dat de vreemdeling wordt verwijderd. In alle andere gevallen is de DT&V verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de uitzetting.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. Vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht kunnen ook zonder plaatsing in een uitzetcentrum worden uitgezet (zie A4/6.3).
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
[Artikel 23a Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
### 6.7. Uitzetting via transitluchthaven in een EU-lidstaat
[Richtlijn 2003/110](32003L0110) van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat (zie ook A2/8).
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Het verzoek om al dan niet begeleide doorgeleiding door de lucht en de daarmee verbonden ondersteuningsmaatregelen moet door de KMar schriftelijk worden ingediend bij de aangezochte lidstaat. Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat is opgenomen in de bijlage bij [richtlijn 2003/110](32003L0110). Het verzoek moet zo vroeg mogelijk, doch ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding, in de aangezochte lidstaat aankomen. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen mag deze termijn korter zijn. De aangezochte lidstaat dient onmiddellijk, in ieder geval binnen twee dagen, een beslissing op het verzoek bekend te maken. Deze termijn kan, in gemotiveerde gevallen, met ten hoogste 48 uur worden verlengd. Zonder instemming van de aangezochte staat wordt niet met de doorgeleiding door de lucht begonnen. Indien de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn antwoordt, kan met de doorreis worden begonnen door middel van een kennisgeving.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De DT&V dient derhalve de overdracht zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen deze termijn van zes maanden te regelen. Het feit dat een eventuele overdracht nog niet rond is, doet geen (verlengd) recht op opvang ontstaan. De vreemdeling is na een geaccordeerd verzoek immers op de hoogte welke lidstaat zijn asielverzoek in behandeling neemt en kan een beroep doen op de daar geldende faciliteiten.
### 6.10. Bericht van vertrek
Naar het land van bestemming wordt gezonden:
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. De aanzegging dient te worden gegeven na opheffing van de inbewaringstelling aan vreemdelingen die weliswaar Nederland moeten verlaten, maar niet de Unie hoeven te verlaten.
### 7.1. Beleid
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bepaalt dat de uitzetting achterwege dient te blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In de situatie dat ten aanzien van een minderjarig kind sprake is van het achterwege laten van de uitzetting, worden als gezinsleden aangemerkt:
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet uitdrukkelijk worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland stelt te behoeven en om die reden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning (zie [B8/2.1](onbekend)).
### 7.3. Inwilliging
De vraag of op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan de bescherming van artikel 64 Vw niet intreden indien en zolang de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie A4/7.3.2).
### 7.3. Inwilliging
In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. In dit geval gebeurt dit naar de ratio van (en niet ingevolge) [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Het stellen van een aantekening in het grensoverschrijdingsdocument blijft in deze gevallen achterwege.
### 7.2. Procedure
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)).
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Het indienen van een aanvraag om [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe te passen schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van de beslissing op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.2. Voorbereiding
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.1 is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
In deze situatie wordt [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Het komt voor dat de medisch adviseur in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, doch dat dit onder bepaalde voorwaarden dient te geschieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een voorraad aan medicijnen van de vreemdeling tijdens en na de reis of het meenemen van medische gegevens.
### 7.5. Rechtsmiddelen
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
### 7.5.1. Algemeen
Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van [artikel 72 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=72) rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, zijn neergelegd in de Visumcode.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling.
### 7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking:
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. Van toegangsweigering is onverminderd sprake indien de toegangsweigering in eerste instantie is uitgesteld of opgeschort omdat de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) stelt vast of de inbewaringstelling van de opgehouden persoon de aangewezen vervolgstap is. De verlenging van de ophouding, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), is in het belang van het onderzoek als deze vaststelling nog niet mogelijk is. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) is niet mogelijk.
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) kan de ophouding in ieder geval verlengen als:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.1 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.1) de opgehouden persoon niet te horen.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het E&S of (N)SIS.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van [model M107-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M107-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02).
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend).
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 6.5. Bijstand van een advocaat
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) geldt geen regime.
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in [artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie [artikel 59c, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59c)).
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 59b Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59b)
### 6.4. Gehoor
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.8. De duur
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 3.4.1. Inleiding
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### A6. Registratie en identificatie
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
@@ -9350,9 +9350,9 @@
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2020-04-02&g=2020-04-02) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-04-02&g=2020-04-02) (zie ook A5/6.12 Vc).
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden ([artikel 55, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt [model M105-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M015B&z=2020-05-14&g=2020-05-14) gebruikt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in [artikel 50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), dan wel [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a) meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het [model M105-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M105-A&z=2020-05-14&g=2020-05-14) (zie ook A5/6.12 Vc).
De IND neemt signaleringen op in het E&S of het (N)SIS:
@@ -9406,119 +9406,1673 @@
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 6.1. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 3.4.2.2. Voorwaarden
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6. Uitzetting
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn.
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.3. Inwilliging
Alle originele documenten worden aan het ontvangende land ter hand gesteld door tussenkomst van de autoriteit die de feitelijke uitvoering geeft aan de overdracht. Indien de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de documenten in een envelop afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig die ze overhandigt aan de grensbewakingsautoriteiten van het ontvangende land.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Een beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is mogelijk indien de vreemdeling zich in de situatie bevindt waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort dan wel indien de vreemdeling nimmer een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend en geen rechtmatig verblijf heeft. Hierbij is niet van belang of de uitzetting op korte termijn is gepland.
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 3. Procedurele aspecten
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 7.5.1. Algemeen
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
### 7.4. Afwijzing
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of afwijzing van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
## Model M11
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing art. 4.11 Vb
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M46-A. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M46-B. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
Indien er indicaties zijn van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind of indien nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind, dan kan de ambtenaar belast met de grensbewaking van deze regel afwijken. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 2. Algemeen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
De ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3) kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in [paragraaf B1/4.4 Vc](onbekend) en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 3. Ongewenstverklaring
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
### 6.8. De duur
### 3.4.2. Procedure
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### A6. Registratie en identificatie
### 5.1. Algemeen
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 7.1. Beleid
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7.2. Procedure
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 3. Procedurele aspecten
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.5. Bijstand van een advocaat
### 6.9. Voorlopige voorziening
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 7. De behandeling van het beroep
### 5.2. Procedure
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6.1. Algemene uitgangspunten
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Afwijzing
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 7.4. Afwijzing
De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan.
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Ingevolge [artikel 66b, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66b) kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.3. Inwilliging
### 10.1. Protocol VRIS
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 5.3. Inhoud van het verzoek
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
### 2. Toegang
### 2.8. De beëindiging
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.10. Tenuitvoerlegging
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in [artikel 5.3 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&artikel=5.3).
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 3.4.2.2. Voorwaarden
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6. Uitzetting
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn.
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.3. Inwilliging
Alle originele documenten worden aan het ontvangende land ter hand gesteld door tussenkomst van de autoriteit die de feitelijke uitvoering geeft aan de overdracht. Indien de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de documenten in een envelop afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig die ze overhandigt aan de grensbewakingsautoriteiten van het ontvangende land.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
### 6.1. Inleiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.4. Bezwaar en beroep
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie [artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29).
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 5.6. Inreis, toezicht en uitreis
### 3.2. Voorbereiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Een beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is mogelijk indien de vreemdeling zich in de situatie bevindt waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort dan wel indien de vreemdeling nimmer een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend en geen rechtmatig verblijf heeft. Hierbij is niet van belang of de uitzetting op korte termijn is gepland.
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 3. Procedurele aspecten
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 7.5.1. Algemeen
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
### 7.4. Afwijzing
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 10.3. Procedurele aspecten
### 3.5. De vorm
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### 10.4.1. Inleiding
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
### 10.6.2. Ongewenstverklaring
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.1. Inleiding
### 5.3.3. De toepassing
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Zie voor de algemeen toepasselijke regels ter zake van de beslissing op de aanvraag A5/4.4.
### 10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
### 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
### 10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling. Voor vrijheidsontneming volgt dat tevens uit [artikel 15 Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=15) en artikel 5 EVRM. De in artikel 5 EVRM genoemde waarborgen zijn niet van toepassing op vrijheidsbeperkende maatregelen. Het verdragsartikel ziet alleen op vrijheidsontneming.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
### 4.2.1. De diplomatieke vertegenwoordiging wijst de aanvraag af
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### Opmerkingen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 1.2.1. Mededeling aan de IND
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 2.2. Het doel
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 2.4. De toepassing
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
### 2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
### Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 2.5. De vorm
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van [artikel 8, onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie [Richtlijn 2004/38](32004L0038), alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan [artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 1. Aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), niet mogelijk is.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
### 3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bepalingen van [hoofdstuk 8 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) zijn, met uitzondering van de in [artikel 93 tot en met 107 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)genoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). [Artikel 8, eerste lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:1) stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) en [77 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77) kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie [artikel 70 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=70)). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69)).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
@@ -9530,6 +11084,8 @@
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
@@ -9550,13 +11106,1329 @@
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of afwijzing van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### 2.2. Het doel
### 3. Verblijf
### 6. Rechtsmiddelen
### 3.3. De bevoegdheid
### 3.5. De vorm
### 3.2. Het doel
### 4.1. Algemeen
### 4.3.2. De bevoegdheid
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 58, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de [Regeling Politiecellencomplex](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006557), de Penitentiaire beginselenwet en het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848). In [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50). Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 5. Medische verklaring
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van [artikel 8:41 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie [artikel 93, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
In [artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14).
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van [artikel 117, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Toelichting
### 4.1. Algemeen
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 6.4. Schadevergoeding
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van [5.1b, eerste lid onder c Vb 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
### Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) en [96 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=96)) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01) te worden verzonden.
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
### 6. Categorie voorzieningen
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 3.5. De vorm
### 4.3.4. De beëindiging
### 3.5. Wijze van behandeling
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 5. Medische verklaring
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.3. De BVV
### 2.8. De beëindiging
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 4.1. Algemeen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 4.4. Hoger beroep
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 5. Medische verklaring
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.3. De toepassing
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
### 1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 3.2. Het doel
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### 1. Aanvrager
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
### 5.3.4.1. Het gehoor
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.8. De beëindiging
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.8. De beëindiging
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.3. Hoger Beroep
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.1. Inleiding
### 4. Rechtsmiddelen
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.3. Beroep
### 4.3. Beroep
### 4.1. Inleiding
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
### 5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
### 6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard:
### 12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzingingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 5.2.2. De toepassing
### 5.2.3. De tenuitvoerlegging
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3.1. Inleiding
### 7. Overgangsrecht
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.1. Inleiding
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.4. De procedure
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6. Rechtsmiddelen
### 6. Rechtsmiddelen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 4.2. Bezwaar
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
Deze regeling staat open voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden niet verantwoord is te achten;
### 3. Verblijfadres aanvrager
Toelichting.....
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) Op de aanvrager is de situatie van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Naam behandelend ambtenaar.....
### Toelichting
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.2. De bevoegdheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 5.3.5. De duur
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6.2. Beroep bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 7. Overgangsrecht
### 3.2. Aanvragen verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf
### 4.2. Bezwaar
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Vreemdelingennummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### Toelichting
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
### 4. Bewijsmiddelen
### 4.1. Document voor grensoverschrijding
### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
### 4.3. Visum
### B. Afwijzing
### B. Afwijzing
### A. Inwilliging
### C. Nader onderzoek
### Let op!
### Wilt u meer informatie?
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
@@ -9568,29 +12440,27 @@
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing art. 4.11 Vb
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
@@ -9604,13 +12474,17 @@
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M17A. Formulier voor het weigeren van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen na afhandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) (Vw)
## Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) (Vw) aan Dublinclaimanten
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
@@ -9618,2849 +12492,107 @@
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M46-A. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M46-B. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
Indien er indicaties zijn van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind of indien nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind, dan kan de ambtenaar belast met de grensbewaking van deze regel afwijken. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van [artikel 50a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50a). Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 2. Algemeen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring ([model M109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [M109-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109a&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of [M109-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M109b&z=2020-02-01&g=2020-02-01)) en van het proces-verbaal van gehoor ([model M110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110&z=2020-02-01&g=2020-02-01)) geven.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 3. Ongewenstverklaring
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 6. Algemene voorwaarden voor bewaring
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
### 6.8. De duur
### 3.4.2. Procedure
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 5.1. Algemeen
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 7.1. Beleid
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7.2. Procedure
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 3. Procedurele aspecten
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 7. De behandeling van het beroep
### 5.2. Procedure
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6.1. Algemene uitgangspunten
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Afwijzing
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 7.4. Afwijzing
De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan.
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Ingevolge [artikel 66b, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66b) kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.3. Inwilliging
### 10.1. Protocol VRIS
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 5.3. Inhoud van het verzoek
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
### 2. Toegang
### 2.8. De beëindiging
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 9.6.1. Inleiding
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
### 6.1. Inleiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.4. Bezwaar en beroep
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie [artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29).
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 5.6. Inreis, toezicht en uitreis
### 3.2. Voorbereiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 10.3. Procedurele aspecten
### 3.5. De vorm
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### 10.4.1. Inleiding
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
### 10.6.2. Ongewenstverklaring
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.1. Inleiding
### 5.3.3. De toepassing
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Zie voor de algemeen toepasselijke regels ter zake van de beslissing op de aanvraag A5/4.4.
### 10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
### 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
### 10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling. Voor vrijheidsontneming volgt dat tevens uit [artikel 15 Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=15) en artikel 5 EVRM. De in artikel 5 EVRM genoemde waarborgen zijn niet van toepassing op vrijheidsbeperkende maatregelen. Het verdragsartikel ziet alleen op vrijheidsontneming.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
### 4.2.1. De diplomatieke vertegenwoordiging wijst de aanvraag af
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### Opmerkingen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 1.2.1. Mededeling aan de IND
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 2.2. Het doel
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 2.4. De toepassing
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
### 2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
### Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 2.5. De vorm
### Opmerkingen
### A. Inwilliging
### Voor wie is dit formulier?
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### 6. Categorie voorzieningen
### Wilt u meer informatie?
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### C. Nader onderzoek
### B. Afwijzing
### C. Nader onderzoek
### Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van [artikel 8, onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie [Richtlijn 2004/38](32004L0038), alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Hoe verloopt de procedure?
### Hoe verloopt de procedure?
### Let op!
### 1. Aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Let op!
### A. Inwilliging
### B. Afwijzing
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan [artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 1. Aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), niet mogelijk is.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
### 3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bepalingen van [hoofdstuk 8 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) zijn, met uitzondering van de in [artikel 93 tot en met 107 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)genoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). [Artikel 8, eerste lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:1) stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) en [77 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77) kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie [artikel 70 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=70)). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69)).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### 2.2. Het doel
### 3. Verblijf
### 6. Rechtsmiddelen
### 3.3. De bevoegdheid
### 3.5. De vorm
### 3.2. Het doel
### 4.1. Algemeen
### 4.3.2. De bevoegdheid
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 58, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de [Regeling Politiecellencomplex](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006557), de Penitentiaire beginselenwet en het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848). In [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50). Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 5. Medische verklaring
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van [artikel 8:41 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie [artikel 93, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
In [artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14).
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van [artikel 117, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Toelichting
### 4.1. Algemeen
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 6.4. Schadevergoeding
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van [5.1b, eerste lid onder c Vb 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
### Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) en [96 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=96)) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01) te worden verzonden.
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
### 6. Categorie voorzieningen
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 3.5. De vorm
### 4.3.4. De beëindiging
### 3.5. Wijze van behandeling
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 5. Medische verklaring
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.3. De BVV
### 2.8. De beëindiging
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 4.1. Algemeen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 4.4. Hoger beroep
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 5. Medische verklaring
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.3. De toepassing
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
### 1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 3.2. Het doel
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### 1. Aanvrager
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
### 5.3.4.1. Het gehoor
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.8. De beëindiging
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.8. De beëindiging
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.3. Hoger Beroep
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.1. Inleiding
### 4. Rechtsmiddelen
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.3. Beroep
### 4.3. Beroep
### 4.1. Inleiding
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
### 5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
### 6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard:
### 12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzingingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 5.2.2. De toepassing
### 5.2.3. De tenuitvoerlegging
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3.1. Inleiding
### 7. Overgangsrecht
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.1. Inleiding
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.4. De procedure
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6. Rechtsmiddelen
### 6. Rechtsmiddelen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 4.2. Bezwaar
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
Deze regeling staat open voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden niet verantwoord is te achten;
### 3. Verblijfadres aanvrager
Toelichting.....
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) Op de aanvrager is de situatie van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Naam behandelend ambtenaar.....
### Toelichting
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.2. De bevoegdheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 5.3.5. De duur
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6.2. Beroep bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 7. Overgangsrecht
### 3.2. Aanvragen verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf
### 4.2. Bezwaar
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Vreemdelingennummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### Toelichting
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
### 4. Bewijsmiddelen
### 4.1. Document voor grensoverschrijding
### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
### 4.3. Visum
### B. Afwijzing
### B. Afwijzing
### A. Inwilliging
### C. Nader onderzoek
### Let op!
### Wilt u meer informatie?
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Het Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6 derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) (Vw) aan Dublinclaimanten
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model 21-A. Verklaring ex. art. 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode
@@ -12536,207 +12668,143 @@
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Aanvraagformulier M35-O. Tweede of volgende asielaanvraag
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Voor wie is dit formulier?
### Voor wie is dit formulier?
### B. Afwijzing
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### A. Inwilliging
### Voor wie is dit formulier?
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### 6. Categorie voorzieningen
### Wilt u meer informatie?
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### C. Nader onderzoek
### B. Afwijzing
### C. Nader onderzoek
### Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 1. Aanvrager
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Hoe verloopt de procedure?
### Hoe verloopt de procedure?
### Let op!
### 1. Aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Let op!
### A. Inwilliging
### B. Afwijzing
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Aanvraagformulier M35-O. Tweede of volgende asielaanvraag
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
## Model M40. Vragenlijst China
@@ -12768,44 +12836,6 @@
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Voor wie is dit formulier?
### Voor wie is dit formulier?
### B. Afwijzing
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe verloopt de procedure?
### A. Inwilliging
### Voor wie is dit formulier?
### C. Nader onderzoek
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](onbekend)
Vervallen
@@ -13138,6 +13168,8 @@
Vervallen
### 7.3. Weigeren van toegang
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) gegevens met betrekking tot uitzetting
@@ -13162,8 +13194,6 @@
Vervallen
### 7.3. Weigeren van toegang
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen