Wijzigingsgeschiedenis
Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
100 versions
· 2012-01-01 — 2026-04-03
2026-04-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 64 y 58 más
2025-11-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 36 y 54 más
2025-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 123 más
2025-10-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 94 más
2025-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 67 más
2025-07-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 21 más
2025-05-31
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 17 más
2025-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2004, 67, 8 y 12 más
2025-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 72 más
2024-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 64 y 36 más
2024-08-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 6
2024-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 67 y 15 más
2024-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 47 más
2024-02-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 51 más
2024-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 55 más
2023-10-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 23 y 44 más
2023-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 15 más
2023-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-08-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 5, 6
2023-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 5 y 3 más
2023-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 44 más
2023-06-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 23 y 43 más
2023-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 90, 1 y 3 más
2023-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 1, 64 y 33 más
2023-03-07
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 75 más
2023-02-22
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 31, 23 y 28 más
2023-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 42 más
2022-11-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 31 y 38 más
2022-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 32 más
2022-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 35 más
2022-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 2 y 8 más
2022-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 33 más
2022-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 35 más
2021-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 3 y 39 más
2021-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 6
2021-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 16 más
2021-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2020-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 45 más
2020-07-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6, 2
2020-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2020-05-14
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64 y 14 más
2020-04-02
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 8
2020-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 53 más
2020-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 14, 8, 64
2020-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 52 más
2019-11-30
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64
2019-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 34 más
2019-08-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 8, 64 y 3 más
2019-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 14 y 22 más
2019-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 36 más
2019-03-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 40 más
2019-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 38 más
2018-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 35 más
2018-09-03
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 64 y 17 más
2018-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 46 más
2018-05-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 2 y 2 más
2018-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 3, 3 y 35 más
2018-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 31, 23 y 18 más
2017-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 3 y 30 más
2017-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 3, 31 y 25 más
2017-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 14, 64, 8 y 2 más
2017-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2017-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 32 más
2016-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 2, 36 y 21 más
2016-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 29 y 24 más
2016-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 64, 3, 8 y 3 más
2016-02-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 18 más
2016-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 30 más
2015-11-17
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 2004, 23, 64
2015-07-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 29, 3 y 31 más
2015-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 22 más
2015-05-12
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 6
2015-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 31 y 12 más
2014-12-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 23, 23, 8 y 10 más
2014-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 31 más
2014-09-15
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 8, 8
2014-09-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 3, 31 y 29 más
2014-08-19
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2014-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 8, 5, 64
2014-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 37 más
2014-03-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — art. 3
2014-01-23
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 29, 3 y 15 más
2014-01-11
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 50 más
2014-01-06
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 7 más
2014-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 29, 23, 23 y 39 más
2013-10-18
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 36, 36, 5, 5
2013-10-10
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 29, 3 y 51 más
2013-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 36, 3, 100
2013-09-20
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 45 más
2013-07-13
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 4, 2, 29 y 28 más
2013-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2013-06-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 53 más
2013-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 29 y 58 más
2013-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 6 y 106 más
2012-10-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 3, 5, 5 y 6 más
2012-07-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 160 más
2012-04-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 4, 2 y 137 más
2012-02-09
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 3, 31 y 130 más
2012-01-01
Vreemdelingencirculaire 2000 (A) — arts. 90, 2, 3 y 131 más
original version
Tekst op deze datum
Wijzigingen op 2014-12-23
@@ -372,3749 +372,3769 @@
De IND kan van deze regel afwijken en een aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) geven, indien er indicaties van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn voor het minderjarige kind zijn of nader onderzoek naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind nodig is. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De IND geeft een aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) indien indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in [paragraaf B8/3 Vc](onbekend). In beginsel wordt tot het moment waarop een beslissing genomen wordt in overeenstemming met [paragraaf B8/3 Vc](onbekend) een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opgelegd en tenuitvoergelegd in de Gesloten Gezinsvoorziening.
De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie [paragraaf C1/2.1 Vc](onbekend)).
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 7.3. Weigeren van toegang
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 8. Bijzondere categorieën
### 8. Bijzondere categorieën
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 8. Bijzondere categorieën
### 8. Bijzondere categorieën
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.4. Vrije termijn
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
### 8. Bijzondere categorieën
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 6.13.5. Achtergebleven transitpassagiers
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.8.1. Soorten visa
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
### 4.3.5. Kosten
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.5. Kosten
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
### 4.3.5. Kosten
### 4.3.7. Intrekking van visa
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.4.5. Arbeid verrichten in strijd met de Wav
### 4.3.6. Wijziging van visa
### 4.3.7. Intrekking van visa
### 4.3.6. Wijziging van visa
### 4.3.8.1. Soorten visa
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 4.3.7. Intrekking van visa
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 4.3.8.4. Annulering van visa
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
### 5. Verhoor
### 4.4.3. Het bepaalde bij en krachtens de Vw
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 5. Verhoor
### 5. Verhoor
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 4.3.8.5. Registratie en informatie
### 7. Kennisgeving aan derden
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgehouden persoon niet te horen.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de hulpofficier van Justitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23) opmaken.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 4.4.3. Het bepaalde bij en krachtens de Vw
### 4.4.4. Middelen van bestaan
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 9. Binnentreden
### 9. Binnentreden
### 9. Binnentreden
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van [artikel 52, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=52), het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het bewijsmiddel komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het bewijsmiddel zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
### 9. Binnentreden
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
### 10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 5.2.1. Minimumcontrole
### 5.2.2. Grondige controle
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 5.3. Stempelen
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
### 5.1. Algemene aandachtspunten
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
### 5.5.2. Procedures voor weigering van toegang aan de grens
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.4. Veiligheidsfouillering
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 5.5.3. Weigering vanwege gevaar voor volksgezondheid
### 5.4. Toegangsverlening onder voorwaarden
### 10.4. Borgsom
### 10.4. Borgsom
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 10.5. Veiligheidsfouillering
### 10.5. Veiligheidsfouillering
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 12. Signaleringen
### 12.1. Inleiding
### 5.5.7. Verplichtingen voor geweigerde en vervoerder
### 12. Signaleringen
### 12. Signaleringen
### 12.1. Inleiding
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 6.2.1. Nederlanders en daarmee gelijkgestelde personen
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 6.1. Specifieke voorschriften voor grenscontroles
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### A3. Vertrek en uitzetting
### A3. Vertrek en uitzetting
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 2. Zelfstandig vertrek
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 3. Vertrektermijnen
### A3. Vertrek en uitzetting
### A3. Vertrek en uitzetting
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Zelfstandig vertrek
### 2. Zelfstandig vertrek
### 2. Zelfstandig vertrek
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
De IND of de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet aan een vreemdeling een nieuw terugkeerbesluit uitreiken als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Aan een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod verstrekt. Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een inreisverbod inhoudt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen via Bureau Sirene contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling een inreisverbod opleggen. Als het verstrekken van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), verstrekt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geen terugkeerbesluit.
In afwijking van de [richtlijn 2008/115](32008L0115) wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. De Korpschef moet een verdenking van een misdrijf gepleegd door een vreemdeling bevestigen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet tegengeworpen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel tegengeworpen:
De IND, KMar en politie hoeven zware gronden als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) niet nader toe te lichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
De IND, KMar en politie moeten lichte gronden als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 4, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) nader toelichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 4 onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in [artikel 3.74 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en [paragraaf B1/4.3.3 Vc](onbekend).
### 4. Reisdocumenten
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 6.2.6. Transitpassagiers van vliegtuigen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 6.2.3.2. Diplomatieke en consulaire koeriers
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.2.3.3. Leden van internationale organisaties
### 6. Uitzetting
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6. Uitzetting
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.2.5. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.6. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.2.7. Zeelieden
### 6.7. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.7. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.8. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.8. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.2.7.1. Specifieke voorschriften voor zeelieden
### 6.2.7. Zeelieden
### 6.8. Overdracht in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343)
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
### 6.2.7.2. Zieke zeelieden
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-09-01&g=2014-09-15) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-12-23&g=2014-12-23) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken kan plaatsvinden in één van de volgende gevallen:
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn. Professionele (thuis)zorg is geen mantelzorg. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 6.2.9. Minderjarigen (inclusief adoptie(f)- en pleegkinderen)
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 6.2.8.3. Walverlof
### 6.2.8.4. Vreemdelingen die werkzaam zijn in de offshoresector
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.9.3. Adoptie(f)- en pleegkinderen
### 6.2.9. Minderjarigen (inclusief adoptie(f)- en pleegkinderen)
### 6.2.9.1. Minderjarigen die reizen onder begeleiding
### 6.2.9.1. Minderjarigen die reizen onder begeleiding
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.10.2. Vreemdelingen die een beslissing over verblijf mogen afwachten
### 3.6.2. Onderzoek identiteit
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.3. Inwilliging
### 6.2.10.1. In Nederland voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.1.3. Inwilliging
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.3. Inwilliging
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
De IND of DT&V moet altijd een forensisch geneeskundige GG&GD inschakelen wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar van tbc.
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.1.5. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.1.5. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.5. Procedure bij tbc
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Tbc wordt aangenomen door de IND nadat de vreemdeling een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts overlegt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. Na het verstrijken van de behandeltermijn van de tbc gaat de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling over.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 3. Ongewenstverklaring
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.2. Procedurele aspecten
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als hij wegens een misdrijf:
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend), is opgetreden.
### 3.7. Rechtsbijstand
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 2. Algemeen
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 1. Inleiding
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 1. Inleiding
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 2. Algemeen
### 2. Algemeen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-09-01&g=2014-09-15) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-09-01&g=2014-09-15) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2014-09-01&g=2014-09-15)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van de voorziening TISOV. De voorziening TISOV wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in de voorziening TISOV. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
De voorziening TISOV wordt bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet de voorziening TISOV worden bijgewerkt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stuurt het formulier terug aan de Korpschef die voor de vrijheidsbeneming verantwoordelijk was, nadat de uitzetting heeft plaatsgevonden.
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M18A. Beschikking ontzegging verdere toegang van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M35-O. Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [model M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2014-12-23&g=2014-12-23) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
### 5. Verhoor
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
### 4.4.7. De duur van de vrije termijn
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
### 7. Kennisgeving aan derden
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 9. Binnentreden
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van afgenomen vingerafdrukken alle volgende handelingen verrichten:
### 3. Vertrektermijnen
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
Het is niet mogelijk de vreemdeling de vertrektermijn te onthouden wegens kennelijke ongegrondheid van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.2.8. Werknemers van een boorplatform en suppliers
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
De IND is niet verplicht om onderzoek te doen naar niet of onvoldoende onderbouwde stellingen.
Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling (zie [paragraaf B8/ 9.1.7 Vc](onbekend)).
### 7.1.3. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van de opschorting van het vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van de opschorting van het vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit.
Er is geen nieuw besluit nodig.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2. Het inreisverbod
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
### 3.5.1. Inleiding
### 3.5.1. Inleiding
Bij een veroordeling van een vreemdeling tot een taakstraf neemt de IND de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt bij de beoordeling of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen aan wie de toegang is geweigerd
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar [paragraaf C1/3 Vc](onbekend). In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Het achterwege blijven van uitzetting op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.3.1 Vc).
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, stelt de IND daarvan eerst schriftelijk in kennis met het formulier ‘Kennisgeving aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ (hierna: ‘schriftelijke kennisgeving’) en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, stelt de IND daarvan eerst schriftelijk in kennis met het formulier ‘Kennisgeving aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ (hierna: ‘schriftelijke kennisgeving’) en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
De IND kan een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) inwilligen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a).
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schriftelijk in bij de IND zonder schriftelijke kennisgeving. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2014-09-01&g=2014-09-15) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf.
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4. Alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
Desalniettemin kan kort voor de gedwongen terugkeer het belang van de uitzetting maken dat de alleenstaande minderjarige of het gezin met minderjarigen voor een zo kort mogelijke periode in bewaring worden genomen ten einde de uitzetting zeker te stellen. Dat de in bewaring stellende instantie zich rekenschap heeft gegeven van de individuele omstandigheden van het geval zal middels gedegen motivering eerst en vooral uit het dossier moeten blijken. Hierbij wordt in ieder geval, naast de voorwaarden van [5.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a) en [5.1b van het Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b), de medische achtergrond, de leeftijd van de kinderen en, bij een gezin met minderjarigen, de samenstelling (volledigheid) van het gezin meegewogen.
Zie voor het beleid omtrent het weigeren van toegang van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen A1/7.3 Vc.
Bewaring van een gezin met minderjarigen op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en [artikel 59 a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a), kan slechts dan worden opgelegd indien sprake is van de volgende omstandigheden:
Uiteraard zal ten aanzien van alle familieleden moeten zijn voldaan aan de wettelijke voorwaarden als bedoeld in [artikel 5.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a) en [5.1b van het Vreemdelingenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b). In aanvulling daarop moet uit nalaten, handelen, of uitlatingen van (één van) de gezinsleden blijken dat geen medewerking is verleend aan de vertrekprocedure, waardoor die vertrekprocedure is vermeden of belemmerd dan wel een risico bestaat op onttrekking aan het toezicht. Wanneer één of meerdere leden van het gezin signalen afgeven dat zij niet mee zullen werken aan vertrek, zal dit gevolgen hebben voor het aannemen van een risico dat andere gezinsleden zich ook aan het toezicht zullen onttrekken.
Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Indien bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden.
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim bieden en geeft onmiddellijk een beschikking.
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
De IND stelt de schriftelijke kennisgeving en bijlagen beschikbaar:
De vreemdeling legt bij de schriftelijke kennisgeving als hiervoor bedoeld in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht indien verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), en [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Indien sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a).
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](onbekend)
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van de voorziening TISOV voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-12-23&g=2014-12-23) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2014-12-23&g=2014-12-23) op.
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
De IND start na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving en de verstrekte informatie en bewijsmiddelen de voorbereiding van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de nog in te dienen aanvraag.
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.1 Vc).
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.1 Vc).
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de IND op de datum van de afspraak aan het IND-loket vaststelt dat:
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht.
Voor de ongewenstverklaring van:
In aanvulling op [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), [artikel 8.18, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.18) en [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in [hoofdstuk B10/2.3 Vc](onbekend).
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a).
De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen nieuwe beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-12-23&g=2014-12-23) te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de Vw. Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.9. Voorlopige voorziening
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### Overwegingen:
Omtrent het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 4.29, eerste lid, onder e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, met dien verstande dat in de gevallen, omschreven in het derde lid van [artikel 4.29 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29), de aantekening geschiedt op een afzonderlijk inlegblad.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Zie [artikel 4.52 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.52). In de volgende gevallen is de vreemdeling verplicht het document als bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) in persoon in te leveren bij de Korpschef van het regionale politiekorps waar hij verblijft:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### Artikel 2 – alternatief
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
U vult dit formulier niet in als:
### Artikel 2 – alternatief
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
### Hoe vult u dit formulier in?
Stuur dit formulier pas op als u het samen met uw advocaat heeft ingevuld en de originele documenten en bewijsmiddelen die onder punt 3 van dit formulier worden genoemd heeft verzameld. Heeft u geen advocaat meer? Dan kunt u contact opnemen met de balie van de Raad voor Rechtsbijstand bij voorkeur per mail via Acterapel@rvr.org (in het Nederlands) of door te bellen naar 0599 – 822189. Dit telefoonnummer is bereikbaar op werkdagen van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur. De Raad voor Rechtsbijstand brengt u dan in contact met een advocaat die u kan helpen met het invullen van dit formulier en die u kan bijstaan tijdens uw asielprocedure. De hulp door een advocaat is gratis.
### Artikel 1 – weekindeling
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
Stuur het formulier pas op als deze volledig is ingevuld en u alle gevraagde (originele) documenten en bewijsmiddelen heeft bijgevoegd. Als het formulier niet compleet is, kan de IND de aanvraag die u wilt indienen niet goed voorbereiden en beoordelen.
### Hoe verloopt de procedure?
Op de afgesproken dag en het afgesproken tijdstip meldt u zich met al uw bagage op het afgesproken IND aanmeldcentrum. Daar zal de IND eerst uw identiteit controleren. Dat gebeurt aan de hand van uw documenten en uw vingerafdrukken. Nadat uw identiteit is gecontroleerd, kunt u de asielaanvraag ondertekenen en heeft u een gesprek (gehoor) met een IND-medewerker. Dat gehoor vindt plaats met behulp van een tolk. Tijdens dit gehoor zal niet uw hele asielrelaas opnieuw worden besproken; dat is tijdens uw vorige procedure al gebeurd. Wel zal de IND medewerker vragen stellen over de nieuwe feiten en omstandigheden die voor u reden zijn om opnieuw een asielaanvraag in te dienen.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
### 4.3.5. Kosten
Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
### 7. Kennisgeving aan derden
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het OPS:
### 4. Reisdocumenten
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
De IND beoordeelt of de schriftelijke kennisgeving en de bewijsmiddelen compleet zijn. Het BMA beoordeelt de relevante medische als hiervoor genoemd onder punt 3. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND. Het BMA start het adviestraject en brengt, indien mogelijk binnen de periode van twee weken, een medisch advies uit.
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling door welke gegevens ontbreken. De reeds ontvangen medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen, tenzij deze ouder zijn geworden dan drie maanden.
Op het moment dat de vreemdeling de ontbrekende gegevens aanlevert, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND.
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve meegenomen tijdens de eerste asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Om via de parallelle procedure voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in aanmerking te kunnen komen moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
De IND past de parallelle procedure ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning, met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in [artikel 3.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3), met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a lid 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt de vrijheidsontnemende maatregel met toepassing van [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) voortgezet. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel opgeheven.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23). Van model M113 moet altijd:
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) geldt geen regime.
Op grond van [artikel 6a Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) mag de maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) alleen voortgezet worden met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’.
Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Zoals beschreven in A1/7.3 kan de IND van deze regel afwijken en een aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) geven, indien er indicaties van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn voor het minderjarige kind zijn of nader onderzoek naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind nodig is. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.4. Gehoor
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
U moet dit formulier in het Nederlands invullen.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
U vult dit formulier niet in als:
### A. Inwilliging
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
### C. Nader onderzoek
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.
### 6.1. Algemeen
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
### 4.2.3.1. Reisdoel
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.2.5. Gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid
De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de [artikelen 2k t/m o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2k) en [2w t/m cc Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2aa) en verder de [artikelen 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.24), [1.26 t/m 1.28 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.26) zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
Daarnaast mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang onder voorwaarden tot het Beneluxgebied verlenen aan visumplichtige transitpassagiers van vliegtuigen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten en die:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
‘Toegang tot het Beneluxgebied verleend van … geldig tot … (vermelding relevante artikel en lid).’ De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent een territoriaal beperkt visum met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaats een inreisstempel en handtekening in het document voor grensoverschrijding.
### 6.7.2.3. Anderen
De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een volwassen vreemdeling tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie [paragraaf C1/2.1 Vc](onbekend)).
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt het voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan:
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De vervoerder moet ten minste controleren of:
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het OPS controleren.
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, is de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.3 Vc, met betrekking tot het plaatsen van een sticker Verblijfsaantekening algemeen, van toepassing. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling, in afwijking van paragraaf A3/7.3.1 Vc, in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw heeft genomen.
De vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
De vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve meegenomen tijdens de eerste asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in [artikel 3.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3), met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Voor de ongewenstverklaring van:
De ambtenaar belast met grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-12-23&g=2014-12-23). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
### Voor wie is dit formulier?
### Artikel 2 – alternatief
In deze situaties moet u zich in persoon melden bij de aanmeldunit in Ter Apel.
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
### Hoe verloopt de procedure?
### B. Afwijzing
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
### Overwegingen:
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
Bij de toepassing van deze maatregel geeft de Minister terzake een beschikking af. Op grond van [artikel 75, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) kan tegen deze beschikking geen bezwaar worden gemaakt. De vreemdeling kan tegen deze beschikking rechtstreeks in beroep gaan bij de rechtbank.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe vult u dit formulier in?
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7), mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2014-12-23&g=2014-12-23). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het OPS staat gesignaleerd als:
Tevens kan een vreemdeling voor weigering van toegang tot Nederland dan wel het Schengengebied in het (N)SIS geregistreerd staan. Ook kan er sprake zijn van een inreisverbod.
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2014-12-23&g=2014-12-23) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses met betrekking tot illegale immigratie ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) zullen worden gevorderd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten:
De IND stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef:
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS- onderscheiden:
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De DT&V moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DT&V moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DT&V verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DT&V hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd.
De DT&V moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DT&V mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat:
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23)).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
De procedure als beschreven in [artikel 6.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1c), wordt aangeduid als de ééndagstoets. De IND behandelt de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) binnen de ééndagstoets.
Indien de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet in de ééndagstoets kan worden afgedaan, mag de beslistermijn op de aanvraag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
Het indienen van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
Het indienen van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva niet op.
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
Het komt voor dat BMA in het advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, maar dat dit onder voorwaarden moet plaatsvinden. Het is de verantwoordelijkheid van de vreemdeling om dit regelen. Het uitgangspunt in het vreemdelingenbeleid is namelijk dat de vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft, Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen een bepaalde termijn. Slechts in geval van uitzetting ziet de DT&V erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier is ook de verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De DT&V wijst de vreemdeling of zijn gemachtigde hierop.
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc overlegt en deze, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet heeft aangevuld.
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc overlegt en deze, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet heeft aangevuld.
Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij zwangerschap of tuberculose (zie paragraaf A3/7.4 en 7.5 Vc).
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.1.5 Vc.
Als open tbc is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de uitzetting opgeschort ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.3 Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Uit A1/7.3 volgt dat toegangsweigering aan gezinnen met kinderen die asiel aanvragen een uitzondering zal zijn. De IND geeft immers conform die paragraaf in beginsel geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een volwassen vreemdeling tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. In deze gevallen vindt geen detentie op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) plaats.
De IND geeft een aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) indien indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in [paragraaf B8/3 Vc](onbekend).
De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie [paragraaf C1/2.1 Vc](onbekend)).
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 7.3. Weigeren van toegang
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 8. Bijzondere categorieën
### 8. Bijzondere categorieën
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
### 8. Bijzondere categorieën
### 8. Bijzondere categorieën
### 4.3.3.2. Nationale visa
### 4.4. Vrije termijn
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
### 8. Bijzondere categorieën
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 6.13.5. Achtergebleven transitpassagiers
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.8.1. Soorten visa
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
### 4.3.5. Kosten
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 4.3.5. Kosten
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
### 4.3.5. Kosten
### 4.3.7. Intrekking van visa
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
### 4.3.6.1. Wijziging
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.4.5. Arbeid verrichten in strijd met de Wav
### 4.3.6. Wijziging van visa
### 4.3.7. Intrekking van visa
### 4.3.6. Wijziging van visa
### 4.3.8.1. Soorten visa
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 4.3.7. Intrekking van visa
### A2. Toezicht
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### A2. Toezicht
### 1. Inleiding
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 2. Staande houden, overbrengen en ophouden
### 4.3.8.4. Annulering van visa
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
### 4.4.1. Voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
### 4. Rechtsbijstand
### 4. Rechtsbijstand
Indien na onderzoek door de KMar en de IND in het kader van de asielaanvraag of in het kader van het onderzoek naar de indicaties van mensenhandel wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een gezinsband met de minderjarige met wie zij zijn aangekomen, worden de meerderjarige personen behandeld overeenkomstig het beleid ten aanzien van meerderjarigen aan wie de toegang is geweigerd, met inbegrip van de bepalingen omtrent de tenuitvoerlegging.
In afwijking van het voorgaande gelden de volgende voorwaarden bij de weigering en aansluitende detentie van gezinnen met minderjarigen die geen asiel aanvragen. Gezinnen met minderjarigen die landen op luchthaven Schiphol en geen asiel aanvragen worden in de lounge geplaatst in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. Indien het op de luchthaven Schiphol niet mogelijk blijkt het gezin onmiddellijk aansluitend aan de weigering terug te vervoeren en het naar verwachting langer dan 24 uur zal duren voordat terugvervoer mogelijk is zal het gezin geplaatst worden op de Gesloten Gezinsvoorziening met oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). Aan gezinnen die landen op luchthaven Eindhoven en geen asiel aanvragen wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van [artikel 6, eerste en tweed lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), nu op deze luchthaven geen lounge of vergelijkbare voorziening aanwezig is, met plaatsing in de Gesloten Gezinsvoorziening in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.4. Gehoor
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### Wilt u meer informatie?
U vult dit formulier niet in als:
### Wilt u meer informatie?
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
Stuur dit formulier pas op als u het samen met uw advocaat heeft ingevuld en de originele documenten en bewijsmiddelen die onder punt 3 van dit formulier worden genoemd heeft verzameld. Heeft u geen advocaat meer? Dan kunt u contact opnemen met de balie van de Raad voor Rechtsbijstand bij voorkeur per mail via Acterapel@rvr.org (in het Nederlands) of door te bellen naar 0599 – 822189. Dit telefoonnummer is bereikbaar op werkdagen van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur. De Raad voor Rechtsbijstand brengt u dan in contact met een advocaat die u kan helpen met het invullen van dit formulier en die u kan bijstaan tijdens uw asielprocedure. De hulp door een advocaat is gratis.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
De IND past de parallelle procedure op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) niet toe, wanneer de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst op grond van [artikel 30, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30). Daarbij geldt voor de vreemdeling die op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat, dat hij ook anderszins niet in aanmerking voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor [paragraaf C2/4 Vc](onbekend)).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking nagaan bij de IND of de Nederlandse verblijfsvergunning rechtmatig is afgegeven.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 13, eerste lid juncto artikel 5, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 5, eerste lid, onder a van de Schengengrenscode staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2014-12-23&g=2014-12-23)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan drie maanden beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.
De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.Rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
Molukkers die op grond van de [Wet betreffende de positie van Molukkers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003052) (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2y), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2014-12-23&g=2014-12-23)) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt op grond van [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) een voornemen tot toegangsweigering voor aan het hoofd van de IND in het geval een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. Het hoofd van de IND is bevoegd om in een dergelijke situatie een aanwijzing te geven over het al dan niet ontzeggen van de verdere toegang aan de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-12-23&g=2014-12-23) en de voorziening TISOV, Tijdelijk Informatiesysteem Overdracht Vreemdelingen).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De schriftelijke toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2014-12-23&g=2014-12-23), [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of [M18A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
Indien na de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, (vrijwel)gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
Een vreemdeling is op grond van [Verordening 539/2001](32001R0539) EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland.
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
### 5. Verhoor
### 4.4.3. Het bepaalde bij en krachtens de Vw
### 4.3.8.1. Soorten visa
### 5. Verhoor
### 5. Verhoor
### 4.3.8.3. Praktische handelingen
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 4.3.8.5. Registratie en informatie
### 7. Kennisgeving aan derden
### 6. Verlenging en einde ophouding
### 6. Verlenging en einde ophouding
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgehouden persoon niet te horen.
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de hulpofficier van Justitie of de ambtenaar belast met de grensbewaking het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01) opmaken.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 4.4.3. Het bepaalde bij en krachtens de Vw
### 4.4.4. Middelen van bestaan
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
### 9. Binnentreden
### 9. Binnentreden
### 9. Binnentreden
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van [artikel 52, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=52), het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het bewijsmiddel komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het bewijsmiddel zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
### 9. Binnentreden
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
### 10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 5.2.1. Minimumcontrole
### 5.2.2. Grondige controle
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
### 5.3. Stempelen
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
### 5.1. Algemene aandachtspunten
### 10.3. Meldplicht
### 10.3. Meldplicht
### 10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
### 5.5.2. Procedures voor weigering van toegang aan de grens
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.4. Veiligheidsfouillering
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 10.3.3. Onttrekking meldplicht
### 5.5.3. Weigering vanwege gevaar voor volksgezondheid
### 5.4. Toegangsverlening onder voorwaarden
### 10.4. Borgsom
### 10.4. Borgsom
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 10.5. Veiligheidsfouillering
### 10.5. Veiligheidsfouillering
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
### 12. Signaleringen
### 12.1. Inleiding
### 5.5.7. Verplichtingen voor geweigerde en vervoerder
### 12. Signaleringen
### 12. Signaleringen
### 12.1. Inleiding
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 12.2. Opneming van signaleringen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.3. Aanvang termijn signalering
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 6.2.1. Nederlanders en daarmee gelijkgestelde personen
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 6.1. Specifieke voorschriften voor grenscontroles
### 12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.8. Opheffing van signaleringen
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### 12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
### A3. Vertrek en uitzetting
### A3. Vertrek en uitzetting
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 2. Zelfstandig vertrek
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 3. Vertrektermijnen
### A3. Vertrek en uitzetting
### A3. Vertrek en uitzetting
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Zelfstandig vertrek
### 2. Zelfstandig vertrek
### 2. Zelfstandig vertrek
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
De IND of de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet aan een vreemdeling een nieuw terugkeerbesluit uitreiken als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Aan een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod verstrekt. Voordat een vreemdeling met verblijfsrecht in een andere lidstaat van de Unie een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt dat tevens een inreisverbod inhoudt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen via Bureau Sirene contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een verblijfsvergunning heeft over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling een inreisverbod opleggen. Als het verstrekken van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), verstrekt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geen terugkeerbesluit.
In afwijking van de [richtlijn 2008/115](32008L0115) wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Voor iedere meldplicht geldt:
Voor iedere meldplicht geldt:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het OPS of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het OPS of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
De IND neemt signaleringen op in het OPS of het (N)SIS:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2014-12-23&g=2014-12-23) verzenden aan de IND, samen met:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering ‘OVR (ongewenst vreemdeling)’ doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108). De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 197 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197).
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of OPS gehandhaafd.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen.
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking verricht de volgende handelingen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het OPS verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het OPS opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of veroordeling ter zake van een misdrijf. Ook het aanvaarden van een transactie ter zake van een misdrijf wordt aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde. De Korpschef moet een verdenking van een misdrijf gepleegd door een vreemdeling bevestigen.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt in beginsel niet tegengeworpen bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In alle volgende situaties wordt een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken bij de eerste aanvraag van de vreemdeling voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wel tegengeworpen:
De IND, KMar en politie hoeven zware gronden als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) niet nader toe te lichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
De IND, KMar en politie moeten lichte gronden als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 4, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) nader toelichten om een risico op onttrekken aan toezicht aan te nemen.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in [artikel 5.1b, lid 4 onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in [artikel 3.74 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en [paragraaf B1/4.3.3 Vc](onbekend).
### 4. Reisdocumenten
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4. Reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 6.2.6. Transitpassagiers van vliegtuigen
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.3. Moment van aanvraag
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 4.5. Gebruik van een EU-staat
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
### 6.2.3.2. Diplomatieke en consulaire koeriers
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.2.3.3. Leden van internationale organisaties
### 6. Uitzetting
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 5. Vertrek met behulp van de IOM
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6. Uitzetting
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6. Uitzetting
### 6. Uitzetting
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.2.5. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen
### 6.5. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
### 6.6. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.6. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.2.7. Zeelieden
### 6.7. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.7. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.8. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.8. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
### 6.2.7.1. Specifieke voorschriften voor zeelieden
### 6.2.7. Zeelieden
### 6.8. Overdracht in het kader van de [Verordening 343/2003](32003R0343)
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
### 6.2.7.2. Zieke zeelieden
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het [model M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-09-01&g=2014-09-15) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, moet de politie [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-10-01&g=2014-10-01) invullen en zenden aan de IND en de DT&V. De politie vergezelt het model M100 van een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
De uitzetting blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken kan plaatsvinden in één van de volgende gevallen:
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn. Professionele (thuis)zorg is geen mantelzorg. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 6.2.9. Minderjarigen (inclusief adoptie(f)- en pleegkinderen)
### 6.2.8.2. Vertrek naar een boorinstallatie
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 6.2.8.3. Walverlof
### 6.2.8.4. Vreemdelingen die werkzaam zijn in de offshoresector
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.9.3. Adoptie(f)- en pleegkinderen
### 6.2.9. Minderjarigen (inclusief adoptie(f)- en pleegkinderen)
### 6.2.9.1. Minderjarigen die reizen onder begeleiding
### 6.2.9.1. Minderjarigen die reizen onder begeleiding
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Raadplegen BMA
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 6.2.10.2. Vreemdelingen die een beslissing over verblijf mogen afwachten
### 3.6.2. Onderzoek identiteit
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Inwilliging
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.3. Inwilliging
### 6.2.10.1. In Nederland voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.2. Raadplegen BMA
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.1.3. Handelswijze bij een inreisverbod
### 7.1.3. Inwilliging
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.2. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.1.3. Inwilliging
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
De IND of DT&V moet altijd een forensisch geneeskundige GG&GD inschakelen wanneer sprake is van een acuut besmettingsgevaar van tbc.
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.1.5. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.1.5. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.2. Toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.1. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.3. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.3.1. Inwilliging
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.4. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
### 7.5. Procedure bij tbc
### 7.5. Procedure bij tbc
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Voor de toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Tbc wordt aangenomen door de IND nadat de vreemdeling een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts overlegt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken. Na het verstrijken van de behandeltermijn van de tbc gaat de DT&V tot uitzetting van de vreemdeling over.
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 7.6. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 7.7. Rechtsmiddelen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De DT&V mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DT&V te overhandigen.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De EU-staat mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een EU-staat in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP of KMar over te volgen handelwijze.
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IOM moet ten aanzien van het REAN-prgramma alle volgende handelingen verrichten:
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie [paragraaf B8/6 Vc](onbekend)), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2014-09-01&g=2014-09-15) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Zie ook [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b).
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling.
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
De DT&V maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
DT&V verstrekt de volgende informatie aan de IND:
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
De aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) moet worden voorafgegaan door een schriftelijke kennisgeving als beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc. Na de schriftelijke kennisgeving maakt de IND met de vreemdeling een afspraak om de aanvraag in persoon in te dienen. De vreemdeling moet de aanvraag indienen met het formulier ‘aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’. Dit formulier is verkrijgbaar:
De IND wijst de aanvraag in ieder geval af als de vreemdeling, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, de incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc niet heeft aangevuld.
De IND verleent ook uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen als uit een bewijs blijkt dat de vreemdeling:
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar.
De vreemdeling hoeft zijn medische situatie niet aan te tonen als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet aantoont. In dat geval is niet duidelijk in welk land naar behandelmogelijkheden moet worden gezocht en wordt uitgegaan van het bestaan ervan.
De IND wijst een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) af als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De IND verleent artikel 64 Vw in dit geval voor maximaal drie maanden vanaf de datum van de beschikking waarbij [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt toegepast, of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft genomen. Artikel 64 Vw vervalt nadat de drie maanden zijn verstreken of na het besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de IND na drie maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw ambtshalve toe voor maximaal drie maanden.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
In de verlengde asielprocedure wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet eerder af dan nadat het BMA-advies afgerond is. Dit geldt bij voorkeur ook wanneer de medische problematiek van de vreemdeling zich gedurende de verlengde asielprocedure openbaart. In de verlengde asielprocedure zal in beginsel geen [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden verleend in afwachting van een definitief besluit op grond van artikel 64 Vw.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.1.5 Vc.
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Een vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.2 Vc.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 1. Inleiding
### 2. Het inreisverbod
### 2. Het inreisverbod
### 2.1. Gronden voor het inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.2. Geen inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.3. Duur van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4. Procedurele aspecten
### 2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 1.2. Ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
### 3. Ongewenstverklaring
### 3. Ongewenstverklaring
### 3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.2. Procedurele aspecten
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a) ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als hij wegens een misdrijf:
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.2. Procedurele aspecten
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Bij de toepassing van [artikel 6.6 lid 2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in [artikel 6.6 lid 4 onder d Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend), is opgetreden.
### 3.7. Rechtsbijstand
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van [artikel 3.105b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105b), respectievelijk [artikel 3.105e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.105e), als:
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal straftribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal straftribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, waaronder een rechter, deze ondertekenen.
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.4. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
### 2. Algemeen
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 1. Inleiding
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 1. Inleiding
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 2. Algemeen
### 2. Algemeen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-09-01&g=2014-09-15) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-09-01&g=2014-09-15) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van een aanmeldformulier vreemdeling ([model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2014-09-01&g=2014-09-15)). Model M118 wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen op model M118. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaar van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam is.
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van de voorziening TISOV. De voorziening TISOV wordt ingevuld door of namens de Korpschef die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. De Korpschef is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in de voorziening TISOV. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
De voorziening TISOV wordt bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet de voorziening TISOV worden bijgewerkt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stuurt het formulier terug aan de Korpschef die voor de vrijheidsbeneming verantwoordelijk was, nadat de uitzetting heeft plaatsgevonden.
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](onbekend)
Vervallen
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
## Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M18A. Beschikking ontzegging verdere toegang van asielzoekers
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
## Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
## Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28) tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M35-O. Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
## Model M35-O. Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie [model M30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M30&z=2014-10-01&g=2014-10-01) en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is verwijderd.
De vervoerder mag de in [bijlage 14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14c) en [14d VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=14d) genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
### 5. Verhoor
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
### 4.4.7. De duur van de vrije termijn
### 4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
### 7. Kennisgeving aan derden
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
### 9. Binnentreden
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van afgenomen vingerafdrukken alle volgende handelingen verrichten:
### 3. Vertrektermijnen
### 6.2.2.2. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
Het is niet mogelijk de vreemdeling de vertrektermijn te onthouden wegens kennelijke ongegrondheid van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:
### 6.9. Bericht van vertrek of ontruiming
### 6.2.8. Werknemers van een boorplatform en suppliers
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 6.10. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
De IND is niet verplicht om onderzoek te doen naar niet of onvoldoende onderbouwde stellingen.
Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling (zie [paragraaf B8/ 9.1.7 Vc](onbekend)).
### 7.1.3. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
### 7.2.1. Inwilliging
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen ([bijlage 7g VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7g)), met vermelding van de duur van de opschorting van het vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van de opschorting van het vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit.
Er is geen nieuw besluit nodig.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 2. Het inreisverbod
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
### 3.5.1. Inleiding
### 3.5.1. Inleiding
Bij een veroordeling van een vreemdeling tot een taakstraf neemt de IND de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt bij de beoordeling of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 3.5.1. Inleiding
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
Voor een beschrijving van de term duurzaam onder 1. wordt verwezen naar [paragraaf C2/6.2.8 Vc](onbekend).
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
### 2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van [artikel 5.5 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.5), moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de hulpofficier van justitie:
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Zie voor het beleid omtrent het weigeren van toegang van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen A1/7.3 Vc.
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 4. Beschikbaar houden op grond van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
### 6.4. Gehoor
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
### 7.1. Schriftelijke kennisgeving
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Als gezinsleden in verband met [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden aangemerkt:
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar [paragraaf C1/3 Vc](onbekend). In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Het achterwege blijven van uitzetting op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.3.1 Vc).
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, stelt de IND daarvan eerst schriftelijk in kennis met het formulier ‘Kennisgeving aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ (hierna: ‘schriftelijke kennisgeving’) en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wil indienen, stelt de IND daarvan eerst schriftelijk in kennis met het formulier ‘Kennisgeving aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ (hierna: ‘schriftelijke kennisgeving’) en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
### 7.1.4. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij een inreisverbod
De IND kan een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) inwilligen als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zesde lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a).
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schriftelijk in bij de IND zonder schriftelijke kennisgeving. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2014-09-01&g=2014-09-15) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van [model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf.
### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND willigt in ieder geval in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring in:
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of vreemdelingrechtelijke zaak kan worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
In andere zaken dan civiele of vreemdelingrechtelijke neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
### 2.2. Aanmelding vreemdeling
### 3.2. Gezinnen met minderjarigen
### 2.3. Het lichten van vreemdelingen
### 2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
Als er een uitzondering wordt gemaakt op een van de voorwaarden vindt overleg tussen de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook hulpofficier van justitie is en de DT&V plaats.
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
Bewaring op grond van [artikel 59, eerste en tweede lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is bij gezinnen met minderjarigen beperkt tot een termijn van twee weken. Deze termijn kan slechts worden overschreden als de geplande uitzetting niet plaats kan vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
Als sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar op onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Als uitzondering wordt in het belang van grensbewaking het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als het gezin de toegang tot Nederland – en daarmee het Schengengebied – is geweigerd, ongeacht of sprake is van een gezin met één- of twee ouders.
De ambtenaar belast met grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-08-19&g=2014-08-19). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 5. Vrijheidsbeperking op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, lid 4, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie [C2/6.2.7](onbekend)). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als:
De IND heft het inreisverbod – in afwijking van [artikel 6.5 lid 1 tot en met lid 3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b) – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Paragraaf A4/3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
In aanvulling op [artikel 6.5, lid 2 en 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) heft de IND een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
In aanvulling op [artikel 6.5, lid 2 en 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) heft de IND een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van:
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
De IND rekent tot vrijheidsontnemende maatregelen:
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
In het geval uit de procedure blijkt dat geen sprake is van een daadwerkelijke gezinsband kan sprake zijn van een minderjarige voor wie feitelijk in Nederland geen persoon aanwezig is die met het ouderlijk gezag is bekleed. Indien, naar het oordeel van de IND en de KMar, ernstige vermoedens bestaan dat geen sprake is van een daadwerkelijke familieband, wordt de minderjarige behandeld als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Zoals beschreven in A1/7.3 geeft de IND geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. Hieruit volgt dat in beginsel aan een alleenstaande minderjarige vreemdeling geen detentie op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) wordt opgelegd. In het geval er eerst na onderzoek van wordt uitgegaan dat sprake is van een alleenstaande minderjarige, wordt in het dossier blijk gegeven van een afweging of voorzetting van de opgelegde maatregel bij afweging van de belangen gerechtvaardigd is.
Indien geen sprake is van één van de in de vorige alinea bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) gebruikt.
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in een vrijheidsbeperkende locatie wordt in beginsel twaalf weken opgelegd met [model M102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M102&z=2014-12-23&g=2014-12-23). Als de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, mag de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel te laten voortduren of op een andere plaats op te leggen. Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats wordt opgelegd, wordt model M102 opnieuw opgemaakt.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in:
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Bewaring op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) mag voor vreemdelingen van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeldt deze in model M110-A of een proces-verbaal.
Een vreemdeling kan uitsluitend op grond van de nationale veiligheid in bewaring worden gesteld door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als de minister daartoe een bijzondere aanwijzing geeft.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2014-10-01&g=2014-10-01) geven.
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht. Daarbij dient in het kader van de Verordening nog in acht genomen te worden, dat er sprake moet zijn van een ‘significant risico op onderduiken’.
Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onderduiken’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Tevens dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2014-12-23&g=2014-12-23) geven.
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
### 6.8. De duur
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](onbekend) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](onbekend)
Vervallen
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim bieden en geeft onmiddellijk een beschikking.
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.1. Aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
De IND stelt de schriftelijke kennisgeving en bijlagen beschikbaar:
De vreemdeling legt bij de schriftelijke kennisgeving als hiervoor bedoeld in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
Bij vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen is tenminste een van de volgende situaties van toepassing:
De maximale termijn van twee weken voor vrijheidsontneming is niet van toepassing als aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige familie- of gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd.
De maximale termijn van twee weken voor vrijheidsontneming is niet van toepassing als aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige familie- of gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a).
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in ieder geval in de volgende situaties:
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling, op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. De ambtenaar belast met de grensbewaking hanteert de handelwijze zoals beschreven in paragraaf A2/12 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op bij beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-10-01&g=2014-10-01). De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
### 6. Vrijheidsontneming op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), al dan niet gelezen in samenhang met [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), worden opgelegd.
Als maatregelen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, is de DT&V bevoegd tenminste één van de volgende beslissingen te nemen:
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van de voorziening TISOV voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting [model M24-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M24-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen na een uitzetting [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-10-01&g=2014-10-01) en daar waar dat aangewezen is, [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2014-10-01&g=2014-10-01) op.
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland.
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
De IND start na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving en de verstrekte informatie en bewijsmiddelen de voorbereiding van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de nog in te dienen aanvraag.
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.1 Vc).
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) (zie paragraaf A3/7.1 Vc).
De IND past [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de IND op de datum van de afspraak aan het IND-loket vaststelt dat:
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen als:
### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht.
Voor de ongewenstverklaring van:
In aanvulling op [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), [artikel 8.18, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.18) en [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in [hoofdstuk B10/2.3 Vc](onbekend).
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt de vrijheidsontnemende maatregel met toepassing van [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) voortgezet. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel opgeheven.
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), moet de ambtenaar belast met de grensbewaking gebruik maken van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01). Van model M113 moet altijd:
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.1. Vrijheidsontneming van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 6.5. Bijstand van een raadsman
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
### 6.9. Voorlopige voorziening
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in [paragraaf B8/3 van de Vreemdelingencirculaire](onbekend) (verblijfsregeling Mensenhandel)
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### Overwegingen:
Omtrent het opleggen van de verplichting wordt door de Korpschef de bij [artikel 4.29, eerste lid, onder e, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29) voorgeschreven aantekening in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, met dien verstande dat in de gevallen, omschreven in het derde lid van [artikel 4.29 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29), de aantekening geschiedt op een afzonderlijk inlegblad.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Zie [artikel 4.52 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.52). In de volgende gevallen is de vreemdeling verplicht het document als bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) in persoon in te leveren bij de Korpschef van het regionale politiekorps waar hij verblijft:
### Artikel 2 – alternatief
### Overwegingen:
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### Artikel 2 – alternatief
Het niet voldoen aan de verplichting van [artikel 4.44 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.44) is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit en kan ertoe leiden dat er geen nieuw document wordt afgegeven.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing in bij DJI. Bij het verzoek tot plaatsing in een justitiële inrichting moet het ingevulde model M118 over de in bewaring gestelde vreemdeling aan DJI verstrekt worden. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01) moet altijd:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt de voorziening TISOV bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2014-12-23&g=2014-12-23), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23)) opmaken.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 7.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend één van de volgende ambtenaren:
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Periodieke aanmelding bij de Korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente van verblijf van de vreemdeling is gelegen, is verplicht voor de vreemdeling:
### 7.7.1.1. Algemeen
### 7.6. Aanmelding na binnenkomst in Nederland
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
### A6. Registratie en identificatie
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De Korpschef kan ontheffing van de meldplicht verlenen. Voorts kan hij een andere meldingstermijn dan de wekelijkse aan de meldplicht verbinden. Indien de Korpschef van mening is dat ontheffing niet langer gewenst is, kan hij de ontheffing beëindigen. De vreemdeling dient steeds op hem aangaande wijzigingen betreffende de meldplicht te worden gewezen.
Ten aanzien van asielzoekers geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND. Voorts zijn niet Amv’s beneden de leeftijd van twaalf jaar ontheven van de meldplicht.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Aanleiding om ontheffing te verlenen bestaat in zijn algemeenheid indien het de vreemdeling is toegestaan om de beslissing op zijn aanvraag in eerste aanleg hier in Nederland af te wachten (uitzondering: negatief advies en asielzoekers, zie hierna).
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Aanleiding om een maandelijkse meldplicht op te leggen bestaat in zijn algemeenheid:
De gedachte hierachter is dat een zeker toezichtsregime met betrekking tot de meldplicht wenselijk is, gezien de verwachting dat het de vreemdeling uiteindelijk niet zal worden toegestaan in Nederland te blijven. In verband met de bij bovengenoemde categorieën minder grote noodzaak om de vreemdeling voortdurend nabij te hebben (bijvoorbeeld voor het vragen van nadere informatie voor de afhandeling van zijn aanvraag), kan evenwel een ruimere – lees maandelijkse – meldingstermijn worden gesteld.
Geen aanleiding om (nog langer) ontheffing te verlenen bestaat in zijn algemeenheid indien;
### 7.7.1.1. Algemeen
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie [C12/5.4](onbekend)).
Ten bewijze van het opleggen en het voldoen aan de verplichting tot periodieke aanmelding wordt daarvan in het reisdocument van de vreemdeling een aantekening gesteld als volgt:
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie [C12/5.4](onbekend)).
### 7.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
### 7.9. Toezicht op documenten
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 7.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
### 7.9. Toezicht op documenten
### 9. Signaleringen
### 9.1. Inleiding
### 9. Signaleringen
### 9.1.2. Het OPS
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
### 9.2.2. Signalering IRV op grond van [artikel 66a, zevende lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)’(inreisverbod op grond van artikel 66a, lid 7 Vw)
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
U vult dit formulier niet in als:
### Artikel 2 – alternatief
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
In deze situaties moet u zich in persoon melden bij de aanmeldunit in Ter Apel.
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
### Hoe vult u dit formulier in?
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
Stuur dit formulier pas op als u het samen met uw advocaat heeft ingevuld en de originele documenten en bewijsmiddelen die onder punt 3 van dit formulier worden genoemd heeft verzameld. Heeft u geen advocaat meer? Dan kunt u contact opnemen met de balie van de Raad voor Rechtsbijstand bij voorkeur per mail via Acterapel@rvr.org (in het Nederlands) of door te bellen naar 0599 – 822189. Dit telefoonnummer is bereikbaar op werkdagen van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur. De Raad voor Rechtsbijstand brengt u dan in contact met een advocaat die u kan helpen met het invullen van dit formulier en die u kan bijstaan tijdens uw asielprocedure. De hulp door een advocaat is gratis.
### Artikel 1 – weekindeling
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
U moet dit formulier in het Nederlands invullen.
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Stuur het formulier pas op als deze volledig is ingevuld en u alle gevraagde (originele) documenten en bewijsmiddelen heeft bijgevoegd. Als het formulier niet compleet is, kan de IND de aanvraag die u wilt indienen niet goed voorbereiden en beoordelen.
### Hoe verloopt de procedure?
Op de afgesproken dag en het afgesproken tijdstip meldt u zich met al uw bagage op het afgesproken IND aanmeldcentrum. Daar zal de IND eerst uw identiteit controleren. Dat gebeurt aan de hand van uw documenten en uw vingerafdrukken. Nadat uw identiteit is gecontroleerd, kunt u de asielaanvraag ondertekenen en heeft u een gesprek (gehoor) met een IND-medewerker. Dat gehoor vindt plaats met behulp van een tolk. Tijdens dit gehoor zal niet uw hele asielrelaas opnieuw worden besproken; dat is tijdens uw vorige procedure al gebeurd. Wel zal de IND medewerker vragen stellen over de nieuwe feiten en omstandigheden die voor u reden zijn om opnieuw een asielaanvraag in te dienen.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
### 4.3.5. Kosten
Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De vervoerder die op grond van [artikel 2.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2) verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
### 4.4.4. Middelen van bestaan
De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
### 7. Kennisgeving aan derden
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding, moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mag geen verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het OPS:
### 4. Reisdocumenten
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Als toestemming wordt verleend voor vertrek met de IOM moet de DT&V maatregelen die zijn gestart om het vertrek mogelijk te maken opschorten en krijgt de vreemdeling bericht dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
De IND beoordeelt of de schriftelijke kennisgeving en de bewijsmiddelen compleet zijn. Het BMA beoordeelt de relevante medische als hiervoor genoemd onder punt 3. De IND stelt de vreemdeling in de gelegenheid om ongeveer twee weken later de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND. Het BMA start het adviestraject en brengt, indien mogelijk binnen de periode van twee weken, een medisch advies uit.
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling door welke gegevens ontbreken. De reeds ontvangen medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen, tenzij deze ouder zijn geworden dan drie maanden.
Op het moment dat de vreemdeling de ontbrekende gegevens aanlevert, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in persoon in te dienen bij de IND.
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve meegenomen tijdens de eerste asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
Om via de parallelle procedure voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) in aanmerking te kunnen komen moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc.
De IND past de parallelle procedure ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning, met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de parallelle procedure niet. Voor deze vreemdelingen staat de procedure zoals beschreven in paragraaf A3/7.2 Vc open.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in [artikel 3.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3), met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a lid 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a lid 7 Vw uit als artikel 66a lid 7 Vw van toepassing is.
In aanvulling op [artikel 8.22 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22) geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de [Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het [Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825) en [VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002):
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) oplegt, moet de IND door middel van [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet de IND door middel van model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01) op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
Op grond van [artikel 6a Vw 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) mag de maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) alleen voortgezet worden met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’.
Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.2. Vrijheidsontneming van Dublinclaimanten op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
### 6.4. Gehoor
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.3. Vrijheidsontneming na tweede of volgende asielaanvraag
### 6.4. Gehoor
### 6.4. Gehoor
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### Artikel 4 – zakgeld
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
U moet dit formulier in het Nederlands invullen.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
### Artikel 5 – geldigheid
U vult dit formulier niet in als:
### A. Inwilliging
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
### C. Nader onderzoek
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
Dit formulier is géén bewijs van rechtmatig verblijf.
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
### 4.1.4. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.
### 5. Klachten
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.
### 6.1. Algemeen
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in [artikel 3.73 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.73), [artikel 3.75 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.75) en [artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.74) en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
### 6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van [artikel 4.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.7) om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
### 6.3. De BVV
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
### 3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
### 4.2.3.1. Reisdoel
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland ([artikel 1a, onder c Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=1a)).
### 4.2.5. Gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid
De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de [artikelen 2k t/m o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2k) en [2w t/m cc Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2aa) en verder de [artikelen 1.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.24), [1.26 t/m 1.28 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.26) zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.
### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens
Daarnaast mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang onder voorwaarden tot het Beneluxgebied verlenen aan visumplichtige transitpassagiers van vliegtuigen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten en die:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
‘Toegang tot het Beneluxgebied verleend van … geldig tot … (vermelding relevante artikel en lid).’ De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent een territoriaal beperkt visum met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaats een inreisstempel en handtekening in het document voor grensoverschrijding.
### 6.7.2.3. Anderen
De IND geeft geen aanwijzing als bedoeld in [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) tot het weigeren van de verdere toegang indien een volwassen vreemdeling tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de Vreemdelingenpolitie (zie [paragraaf C1/2.1 Vc](onbekend)).
### 6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt het voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van [artikel 8.8, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8).
### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens
Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan:
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De vervoerder moet ten minste controleren of:
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het OPS controleren.
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, is de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.1.3 Vc, met betrekking tot het plaatsen van een sticker Verblijfsaantekening algemeen, van toepassing. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling, in afwijking van paragraaf A3/7.3.1 Vc, in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw heeft genomen.
De vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
De vreemdeling heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) als hij aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Doordat een medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn kan worden opgesteld, kunnen medische omstandigheden eerder worden onderkend door de IND. Deze omstandigheden worden op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) ambtshalve meegenomen tijdens de eerste asielprocedure. Overige medische omstandigheden die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen, worden ook meegenomen als deze zijn onderbouwd. Bij een afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de meeromvattende beschikking door de IND beoordeeld of de medische omstandigheden grond zijn voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Deze ambtshalve toets op grond van artikel 64 Vw parallel aan de asielprocedure wordt parallelle procedure genoemd.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit op grond van [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) aan onder andere een vreemdeling die de vrije termijn, als bedoeld in [artikel 3.3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3), met meer dan drie dagen heeft overschreden en die Nederland niet onmiddellijk hoeft te verlaten.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Voor de ongewenstverklaring van:
De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen nieuwe beschikking [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-10-01&g=2014-10-01) te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de Vw. Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) geldt geen regime.
Het niet voldoen aan deze verplichting is ingevolge het bepaalde in [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108) een strafbaar feit.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
### Voor wie is dit formulier?
### Artikel 2 – alternatief
In deze situaties moet u zich in persoon melden bij de aanmeldunit in Ter Apel.
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
### Hoe verloopt de procedure?
### B. Afwijzing
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
Met dit formulier kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen.
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
### Overwegingen:
De Minister kan op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de Korpschef opleggen. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd als dat naar het oordeel van de Minister in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig is.
Bij de toepassing van deze maatregel geeft de Minister terzake een beschikking af. Op grond van [artikel 75, aanhef en onder a, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) kan tegen deze beschikking geen bezwaar worden gemaakt. De vreemdeling kan tegen deze beschikking rechtstreeks in beroep gaan bij de rechtbank.
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 1 – weekindeling
De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in [artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en wiens document, bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9), waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen.
### Artikel 3 – culturele uitwisseling
U bevindt zich in Nederland. U heeft eerder een asielaanvraag ingediend in Nederland. Die aanvraag is afgewezen of die aanvraag is ingewilligd, maar de aan u verleende verblijfsvergunning is ingetrokken. Nu wilt u opnieuw een asielaanvraag indienen in Nederland. Bijvoorbeeld omdat uw persoonlijke situatie is gewijzigd of omdat u nieuwe informatie heeft waaruit blijkt dat terugkeer naar uw land van herkomst voor u niet veilig is. Voordat u opnieuw een asielaanvraag kunt indienen, moet u de IND daarvan eerst schriftelijk op de hoogte brengen. Dat doet u met dit formulier.
### Hoe vult u dit formulier in?
### Hoe vult u dit formulier in?
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In de [Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012812) van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in ieder geval aan dat sprake is van een duurzame relatie als de vreemdeling kan aantonen dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer:
Bewijsmiddelen om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding of samenwoning buiten Nederland zijn in ieder geval:
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7), mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen ([artikel 3:4 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=3:4)). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van [artikel 3, eerste lid, onder d, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) juncto [artikel 8.8 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) en gebruikt hiervoor model [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2014-10-01&g=2014-10-01). De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit [artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
### 6.3. Onderdanen van de Beneluxlanden, de lidstaten van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat
### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het OPS staat gesignaleerd als:
Tevens kan een vreemdeling voor weigering van toegang tot Nederland dan wel het Schengengebied in het (N)SIS geregistreerd staan. Ook kan er sprake zijn van een inreisverbod.
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd – als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen – een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
### 4.3.3. Soorten van visa
### 6.7. Adoptie- en pleegkinderen
### 7. Toezicht aan de buitengrens
### 7.1. Controle
### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding
### 6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2014-10-01&g=2014-10-01) overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7):
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in [artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
### 9. Verplichtingen voor vervoerders
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses met betrekking tot illegale immigratie ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens op grond van [artikel 2.2a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=2.2a) zullen worden gevorderd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten:
De IND stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
### 8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef:
Bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS- onderscheiden:
### 6.2.3. Bijzondere categorieën personen
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg
### 6.2.7.4. Zieke zeelieden
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De DT&V moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DT&V moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DT&V verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DT&V hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd.
De DT&V moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DT&V mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat:
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65), niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15)).
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie [model 90A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M90-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01)).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De vreemdeling die een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op. Van een vreemdeling van wie de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven in verband met het vertrek met de IOM, moet de KMar schriftelijk bericht van de IOM ontvangen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
De procedure als beschreven in [artikel 6.1c, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1c), wordt aangeduid als de ééndagstoets. De IND behandelt de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) binnen de ééndagstoets.
Indien de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet in de ééndagstoets kan worden afgedaan, mag de beslistermijn op de aanvraag eenmalig worden verlengd met dertien weken. De verlenging van de beslistermijn is in ieder geval redelijk als BMA onderzoek moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. De IND maakt aan de vreemdeling schriftelijk bekend binnen welke termijn een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw kan worden verwacht.
Het indienen van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) niet is beslist.
Het indienen van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) schort de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva niet op.
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
Het komt voor dat BMA in het advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, maar dat dit onder voorwaarden moet plaatsvinden. Het is de verantwoordelijkheid van de vreemdeling om dit regelen. Het uitgangspunt in het vreemdelingenbeleid is namelijk dat de vreemdeling die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft, Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen een bepaalde termijn. Slechts in geval van uitzetting ziet de DT&V erop toe dat aan deze voorwaarden is voldaan voordat de vreemdeling wordt uitgezet. Het opvragen en meenemen van het medisch dossier is ook de verantwoordelijkheid van de vreemdeling zelf. De DT&V wijst de vreemdeling of zijn gemachtigde hierop.
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc overlegt en deze, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet heeft aangevuld.
Bij de beoordeling van de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen. De IND verzoekt het BMA in ieder geval niet om een advies uit te brengen als de vreemdeling incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc overlegt en deze, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet heeft aangevuld.
Het raadplegen van BMA is niet nodig als het gaat om een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bij zwangerschap of tuberculose (zie paragraaf A3/7.4 en 7.5 Vc).
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.1.5 Vc.
Als open tbc is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de uitzetting opgeschort ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
Wanneer een vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.3 Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in [artikel 66a lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
Als een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [artikel 6a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. De termijn van de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) gebruikt.
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-10-01&g=2014-10-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-09-01&g=2014-09-15) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in:
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 6.8. De duur
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
### Artikel 2 – alternatief
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Voor wie is dit formulier?
### Wilt u meer informatie?
U vult dit formulier niet in als:
### Wilt u meer informatie?
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
Ook vult u dit formulier niet in als u in vreemdelingenbewaring ([artikel 59 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) of grensdetentie ([artikel 6 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)) of strafrechtelijke detentie zit en een tweede of opvolgende asielaanvraag wilt indienen. In dat geval kunt u uw wens om een aanvraag in te dienen kenbaar maken op de locatie waar u verblijft of via uw gemachtigde.
Stuur dit formulier pas op als u het samen met uw advocaat heeft ingevuld en de originele documenten en bewijsmiddelen die onder punt 3 van dit formulier worden genoemd heeft verzameld. Heeft u geen advocaat meer? Dan kunt u contact opnemen met de balie van de Raad voor Rechtsbijstand bij voorkeur per mail via Acterapel@rvr.org (in het Nederlands) of door te bellen naar 0599 – 822189. Dit telefoonnummer is bereikbaar op werkdagen van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur. De Raad voor Rechtsbijstand brengt u dan in contact met een advocaat die u kan helpen met het invullen van dit formulier en die u kan bijstaan tijdens uw asielprocedure. De hulp door een advocaat is gratis.
U moet dit formulier in het Nederlands invullen.
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering OVR
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
De IND past de parallelle procedure op grond van [artikel 6.1e Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.1e) niet toe, wanneer de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst op grond van [artikel 30, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30). Daarbij geldt voor de vreemdeling die op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat, dat hij ook anderszins niet in aanmerking voor toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor [paragraaf C2/4 Vc](onbekend)).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
Als in de algemene asielprocedure de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden afgewezen mag er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist, ook als BMA-onderzoek in het kader van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is opgestart of zal worden opgestart door de IND. Aan de vreemdeling wordt in afwachting van een ambtshalve besluit op grond van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8, aanhef en onder j, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) verleend. Dat betekent dat artikel 64 Vw wordt verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter tot een ambtshalve besluit is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege nadat de termijn is verstreken of na de bekendmaking van het ambtshalve besluit. Als na drie maanden nog geen inhoudelijk besluit is genomen, verleent de IND artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
De invoering van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), het daarbij behorende [Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825)en het [Voorschrift Vreemdelingen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002)op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in [artikel 50, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking nagaan bij de IND of de Nederlandse verblijfsvergunning rechtmatig is afgegeven.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 13, eerste lid juncto artikel 5, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 5, eerste lid, onder a van de Schengengrenscode staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie [Model M6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M6&z=2014-10-01&g=2014-10-01)) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan drie maanden beschikken over een mvv.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SCG is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in [paragraaf B1/4.3.2 Vc](onbekend), voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in [artikel 12 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor [B5 Vc](onbekend). De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.
De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie [bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6a)/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de [Handleiding voor de toepassing van de Rwn](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBW33099).
Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.Rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in [artikel 4.26 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.26).
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de [bijlage 6c VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=6c)) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De in [artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
Molukkers die op grond van de [Wet betreffende de positie van Molukkers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003052) (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Met gebruikmaking van [artikel 2y, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=2y), verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in [bijlage 7 VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=7), of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 5, aanhef, Verordening (EG) nr. 562/2006, zoals gewijzigd in Verordening (EU) nr. 610/2013. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De IND verlengt op grond van [artikel 3.3, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.3) de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag ‘toegang onder voorwaarden’ verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij ‘toegang onder voorwaarden’ geen redenen hebben om:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie [model M20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M20&z=2014-10-01&g=2014-10-01)) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt op grond van [artikel 3, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) een voornemen tot toegangsweigering voor aan het hoofd van de IND in het geval een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen. Het hoofd van de IND is bevoegd om in een dergelijke situatie een aanwijzing te geven over het al dan niet ontzeggen van de verdere toegang aan de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie [model M19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M19&z=2014-10-01&g=2014-10-01) en de voorziening TISOV, Tijdelijk Informatiesysteem Overdracht Vreemdelingen).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De schriftelijke toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het [model M17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M17&z=2014-10-01&g=2014-10-01), [M18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of [M18A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M18A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
Indien na de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, (vrijwel)gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering, dan wel ontzegging van de verdere toegang, eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
Een vreemdeling is op grond van [Verordening 539/2001](32001R0539) EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van [artikel 4 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4).
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in [bijlage 22 van het VV](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012002&bijlage=22). Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21). De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland.
In [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, eveneens Hulpofficier van Justitie, moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38) te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van [artikel 4.41 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.41). De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform [artikel 54, eerste lid onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Voor iedere meldplicht geldt:
Voor iedere meldplicht geldt:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
In [artikel 55, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in [artikel 4.22, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.22), een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het OPS of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het OPS of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
De IND neemt signaleringen op in het OPS of het (N)SIS:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het [model M93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M93&z=2014-10-01&g=2014-10-01) verzenden aan de IND, samen met:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering ‘OVR (ongewenst vreemdeling)’ doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108). De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van [artikel 197 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197).
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het OPS of (N)SIS.
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of OPS gehandhaafd.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen.
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
Als een vreemdeling die in Nederland of een ander Schengenland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
De IND past de in artikel 25 SUO genoemde raadplegingprocedure toe.
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een ander Schengenland geldige verblijfstitel en in het OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking verricht de volgende handelingen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=35) en [artikel 36 Wbp](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=36)). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het OPS verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het OPS opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in [artikel 8.7, tweede en derde, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt.
De DT&V mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DT&V te overhandigen.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst in ieder geval in de volgende situaties starten:
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De EU-staat mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een EU-staat in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP of KMar over te volgen handelwijze.
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IOM moet ten aanzien van het REAN-prgramma alle volgende handelingen verrichten:
De IND verleent of onthoudt in overleg met de DT&V toestemming om de vreemdeling via de IOM te laten vertrekken. De IND informeert de DT&V over de beslissing met betrekking tot de toestemming.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, politie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt in het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling moet in aanwezigheid van de IOM een vertrekverklaring tekenen waarin de vreemdeling verklaart instemming te verlenen voor het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel of het intrekken van de verblijfsvergunning.
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Uitgeprocedeerde Amv’s die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor opvangvoorzieningen in Nederland zolang de Amv minderjarig is en totdat het vertrek van de Amv uit Nederland geëffectueerd wordt:
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie [paragraaf B8/6 Vc](onbekend)), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amv’s, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van het [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2014-09-01&g=2014-09-15) voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen.
Zie ook [artikel 23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) en [23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23b).
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling.
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
De DT&V maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
DT&V verstrekt de volgende informatie aan de IND:
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
De aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) moet worden voorafgegaan door een schriftelijke kennisgeving als beschreven in paragraaf A3/7.1 Vc. Na de schriftelijke kennisgeving maakt de IND met de vreemdeling een afspraak om de aanvraag in persoon in te dienen. De vreemdeling moet de aanvraag indienen met het formulier ‘aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’. Dit formulier is verkrijgbaar:
De IND wijst de aanvraag in ieder geval af als de vreemdeling, nadat de IND hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, de incomplete of ontbrekende bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.1 Vc niet heeft aangevuld.
De IND verleent ook uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen als uit een bewijs blijkt dat de vreemdeling:
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar.
De vreemdeling hoeft zijn medische situatie niet aan te tonen als de DT&V, het COA of de ambtenaar belast met grensbewaking, concrete aanwijzingen heeft dat de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen. De vreemdeling moet onder behandeling staan bij een behandelaar. In dit geval moet de ambtenaar belast met de uitzetting of ontruiming of de ambtenaar van de DT&V ook zonder nadere onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) door de vreemdeling zich ervan vergewissen of de uitzetting achterwege moet blijven en bij de IND een medisch advies (laten) vragen.
De IND vraagt het BMA geen informatie over behandelmogelijkheden in het land van herkomst als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet aantoont. In dat geval is niet duidelijk in welk land naar behandelmogelijkheden moet worden gezocht en wordt uitgegaan van het bestaan ervan.
De IND wijst een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) af als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd op grond van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan wel aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. De IND stelt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
De IND verleent artikel 64 Vw in dit geval voor maximaal drie maanden vanaf de datum van de beschikking waarbij [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt toegepast, of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft genomen. Artikel 64 Vw vervalt nadat de drie maanden zijn verstreken of na het besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de IND na drie maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw ambtshalve toe voor maximaal drie maanden.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in paragraaf A3/7.1.2 Vc. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64), voor een periode van drie maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
In de verlengde asielprocedure wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet eerder af dan nadat het BMA-advies afgerond is. Dit geldt bij voorkeur ook wanneer de medische problematiek van de vreemdeling zich gedurende de verlengde asielprocedure openbaart. In de verlengde asielprocedure zal in beginsel geen [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden verleend in afwachting van een definitief besluit op grond van artikel 64 Vw.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.1.5 Vc.
Als de aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgeheven door de Korpschef, de Commandant der KMar of de DT&V.
Een vreemdeling die een aanvraag op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.2 Vc.
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in [artikel 65, eerste lid, onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit met toepassing van [artikel 6.5a lid 4 onder c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van [artikel 67 lid 1 onder b tot en met e Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van [artikel 66a lid 7 onder a, b, c en d Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
De IND maakt gebruik van de in [artikel 6.5, lid 4, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar [paragraaf B7/3.8 Vc](onbekend).
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie [C2/6.2.7](onbekend)). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd immers niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A4/3.6.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt het inreisverbod uit voor de maximale duur zoals die in de verschillende onderdelen van [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) is genoemd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoogt de duur van het inreisverbod naar vijf jaar als een vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
De IND wijst de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod in ieder geval af als:
De IND heft het inreisverbod – in afwijking van [artikel 6.5 lid 1 tot en met lid 3 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b) – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Paragraaf A4/3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in [artikel 6.5a lid 6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a), uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
In aanvulling op [artikel 6.5, lid 2 en 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) heft de IND een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
In aanvulling op [artikel 6.5, lid 2 en 3, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) heft de IND een inreisverbod dat aan een vreemdeling is uitgevaardigd ambtshalve op als:
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van:
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
De IND rekent tot vrijheidsontnemende maatregelen:
Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling.
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van [artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [artikel 4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) in andere dan de genoemde situaties.
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
De DT&V, de Korpschef of de commandant van de KMar legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van [artikel 54, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid. De vreemdeling moet werken aan zijn vertrek uit Nederland waarbij de DT&V de regie heeft over het vertrektraject.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in een vrijheidsbeperkende locatie wordt in beginsel twaalf weken opgelegd met [model M102](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M102&z=2014-10-01&g=2014-10-01). Als de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, mag de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel te laten voortduren of op een andere plaats op te leggen. Als de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats wordt opgelegd, wordt model M102 opnieuw opgemaakt.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
Bewaring op grond van [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) mag voor vreemdelingen van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog niet is afgewezen, uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, neemt over de belangenafweging contact op met de IND. In [model M110a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of in een proces-verbaal wordt verslag gedaan van dit overleg en de belangenafweging die heeft geleid tot het opleggen of voortduren van de bewaring ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In dat geval maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, zelfstandig deze belangenafweging en vermeldt deze in model M110-A of een proces-verbaal.
De vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid vanwege criminele antecedenten en een (herhaalde) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indient of heeft ingediend, zal in beginsel in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), artikel 59 eerste en tweede lid Vw of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Voor de toepassing van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw worden de [artikelen 5.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [5.1b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) overeenkomstig toegepast. Voor die toepassing moet een belangenafweging plaatsvinden door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is. De bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in willen dienen of ingediend hebben, moet zo beperkt mogelijk geschieden.
Een vreemdeling kan uitsluitend op grond van de nationale veiligheid in bewaring worden gesteld door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als de minister daartoe een bijzondere aanwijzing geeft.
Een vreemdeling kan uitsluitend op grond van de nationale veiligheid in bewaring worden gesteld door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als de minister daartoe een bijzondere aanwijzing geeft.
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht. Daarbij dient in het kader van de Verordening nog in acht genomen te worden, dat er sprake moet zijn van een ‘significant risico op onderduiken’.
Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onderduiken’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Tevens dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Als de opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling op grond van [artikel 4:6 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:6) in de algemene asielprocedure is afgewezen, wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van het besluit van de IND beoordeeld of de vreemdeling op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) in bewaring wordt gesteld. De beoordeling wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2014-10-01&g=2014-10-01) geven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet op verzoek van de gemachtigde van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15) en van het proces-verbaal van gehoor [model M110-B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-B&z=2014-09-01&g=2014-09-15) geven.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen, ook hulpofficier van justitie moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij [artikel 88 van het WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen.
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
### 7.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing in bij DJI. Bij het verzoek tot plaatsing in een justitiële inrichting moet het ingevulde model M118 over de in bewaring gestelde vreemdeling aan DJI verstrekt worden. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2014-10-01&g=2014-10-01), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01)) opmaken.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis of arrest moet ondergaan, wordt voor zover de tenuitvoerlegging van het strafrechtelijk vonnis of arrest is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het OM over de executie van het vonnis.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
Van [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01) moet altijd:
Als de bewaring op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend één van de volgende ambtenaren:
### 7.4.2. Foto’s en vingerafdrukken
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2014-10-01&g=2014-10-01) naar de IND.
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
### 7.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-09-01&g=2014-09-15). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
De verplichting tot aanmelding geldt niet voor EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen en voor de vreemdeling die zijn intrek neemt in een hotel of in een inrichting, waarvan de eigenaar, houder of beheerder bij of krachtens gemeentelijke verordening verplicht is aan de daartoe aangewezen autoriteit kennis te geven van het verschaffen van nachtverblijf aan personen.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
Periodieke aanmelding bij de Korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente van verblijf van de vreemdeling is gelegen, is verplicht voor de vreemdeling:
### 7.7.1.1. Algemeen
### 7.6. Aanmelding na binnenkomst in Nederland
De vreemdeling dient zich wekelijks te melden, tenzij de Korpschef een andere termijn stelt.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
### 7.7. Periodieke aanmeldingen
Ten aanzien van asielzoekers geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND. Voorts zijn niet Amv’s beneden de leeftijd van twaalf jaar ontheven van de meldplicht.
De Korpschef kan ontheffing van de meldplicht verlenen. Voorts kan hij een andere meldingstermijn dan de wekelijkse aan de meldplicht verbinden. Indien de Korpschef van mening is dat ontheffing niet langer gewenst is, kan hij de ontheffing beëindigen. De vreemdeling dient steeds op hem aangaande wijzigingen betreffende de meldplicht te worden gewezen.
Ten aanzien van asielzoekers geldt dat ontheffing van de meldplicht gedurende het afwachten van de beslissing in eerste aanleg alleen wordt verleend in overleg met de IND. Voorts zijn niet Amv’s beneden de leeftijd van twaalf jaar ontheven van de meldplicht.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Aanleiding om ontheffing te verlenen bestaat in zijn algemeenheid indien het de vreemdeling is toegestaan om de beslissing op zijn aanvraag in eerste aanleg hier in Nederland af te wachten (uitzondering: negatief advies en asielzoekers, zie hierna).
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Aanleiding om een maandelijkse meldplicht op te leggen bestaat in zijn algemeenheid:
De gedachte hierachter is dat een zeker toezichtsregime met betrekking tot de meldplicht wenselijk is, gezien de verwachting dat het de vreemdeling uiteindelijk niet zal worden toegestaan in Nederland te blijven. In verband met de bij bovengenoemde categorieën minder grote noodzaak om de vreemdeling voortdurend nabij te hebben (bijvoorbeeld voor het vragen van nadere informatie voor de afhandeling van zijn aanvraag), kan evenwel een ruimere – lees maandelijkse – meldingstermijn worden gesteld.
Geen aanleiding om (nog langer) ontheffing te verlenen bestaat in zijn algemeenheid indien;
### 7.7.1.1. Algemeen
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie [C12/5.4](onbekend)).
Ten bewijze van het opleggen en het voldoen aan de verplichting tot periodieke aanmelding wordt daarvan in het reisdocument van de vreemdeling een aantekening gesteld als volgt:
In afwijking van het bovenstaande wordt een asielzoeker in de opvanglocatie in het bezit gesteld van een registratiekaart meldplicht asielzoekers (zie [C12/5.4](onbekend)).
### 7.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.7.2. Individuele verplichting tot periodieke aanmelding
### 7.9. Toezicht op documenten
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 7.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
### 7.9. Toezicht op documenten
### 9. Signaleringen
### 9.1. Inleiding
### 9. Signaleringen
### 9.1.2. Het OPS
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
### 9.2.2. Signalering IRV op grond van [artikel 66a, zevende lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)’(inreisverbod op grond van artikel 66a, lid 7 Vw)
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Stuur het formulier pas op als deze volledig is ingevuld en u alle gevraagde (originele) documenten en bewijsmiddelen heeft bijgevoegd. Als het formulier niet compleet is, kan de IND de aanvraag die u wilt indienen niet goed voorbereiden en beoordelen.
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Van (originele) documenten en bewijsmiddelen ontvangt u een bewijs van ontvangst. Originele documenten krijgt u terug als het onderzoek naar de authenticiteit ervan is afgerond en de aanvraag is ingewilligd of – als de aanvraag is afgewezen – bij terugkeer. Valse of vervalste documenten worden niet teruggegeven.
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
Nadat de IND dit formulier heeft ontvangen en heeft beoordeeld op volledigheid, ontvangt u van de IND een uitnodiging om de asielaanvraag op een IND aanmeldcentrum te komen indienen. Dit kan zijn in Den Bosch, Ter Apel of Zevenaar. De IND streeft ernaar u een aanvraag te laten indienen binnen twee weken na ontvangst van het formulier, maar kan dit niet garanderen.
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
Op de afgesproken dag en het afgesproken tijdstip meldt u zich met al uw bagage op het afgesproken IND aanmeldcentrum. Daar zal de IND eerst uw identiteit controleren. Dat gebeurt aan de hand van uw documenten en uw vingerafdrukken. Nadat uw identiteit is gecontroleerd, kunt u de asielaanvraag ondertekenen en heeft u een gesprek (gehoor) met een IND-medewerker. Dat gehoor vindt plaats met behulp van een tolk. Tijdens dit gehoor zal niet uw hele asielrelaas opnieuw worden besproken; dat is tijdens uw vorige procedure al gebeurd. Wel zal de IND medewerker vragen stellen over de nieuwe feiten en omstandigheden die voor u reden zijn om opnieuw een asielaanvraag in te dienen.
Als u het formulier niet volledig heeft ingevuld, (originele) documenten of bewijsmiddelen ontbreken of de door u verstrekte informatie niet duidelijk is, kan de IND contact met u opnemen en vragen om aanvullende informatie, documenten of bewijsmiddelen.
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Nadat het gehoor heeft plaatsgevonden wordt op diezelfde dag beoordeeld of uw aanvraag wordt ingewilligd, wordt afgewezen of dat verder onderzoek nodig is.
### 9.2.4. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
De IND beoordeelt bij een tweede of volgende asielaanvraag alleen of u in aanmerking komt voor bescherming op één van de asielgronden. De IND beoordeelt niet of u in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (humanitaire gronden) of uitstel van vertrek op medische gronden ([artikel 64 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)). Als u in aanmerking wilt komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van bijvoorbeeld het buitenschuldbeleid of voor uitstel van vertrek op medische gronden? Dan moet u hiervoor een ander (aanvraag)formulier invullen. U vindt deze formulieren via de klantdienstwijzer op www.ind.nl
Als uw aanvraag wordt ingewilligd, krijgt u diezelfde dag naast het rapport van gehoor een inwilligende beschikking uitgereikt
Als uw aanvraag wordt ingewilligd, krijgt u diezelfde dag naast het rapport van gehoor een inwilligende beschikking uitgereikt
Kijk dan op de website van de IND: www.ind.nl. U kunt ook bellen met de IND. Het telefoonnummer is 0900 1234561 (€ 0,10 p.m. plus eventueel de kosten voor het bellen met een mobiele telefoon), bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur. Vanuit het buitenland belt u +31 20 889 3045 (dit nummer is vanuit Nederland niet bereikbaar).
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
Als uw aanvraag wordt afgewezen, krijgt u diezelfde dag (dag 1) naast het rapport van gehoor een voornemen tot afwijzing uitgereikt. Het rapport van gehoor en het voornemen kunt u de volgende dag (dag 2) bespreken met uw advocaat. Die kan namens u een schriftelijke reactie (zienswijze) geven op het voorgenomen besluit en tevens nadere gegevens verstrekken. Uiterlijk op de derde dag (dag 3) hoort u of de IND uw aanvraag definitief heeft afgewezen, alsnog heeft ingewilligd of dat toch nog nader onderzoek nodig is. Wordt uw aanvraag afgewezen? Dan wordt u geïnformeerd over de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan.
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
Als er nader onderzoek nodig is, dan wordt uw aanvraag verder behandeld in de algemene asielprocedure of de verlengde asielprocedure. Meer informatie hierover ontvangt u in het aanmeldcentrum.
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
Tijdens de algemene of verlengde asielprocedure heeft u recht op opvang tot het moment dat de IND op uw aanvraag heeft beslist. Wordt uw aanvraag ingewilligd, dan houdt u recht op opvang tot het moment dat u een woning toegewezen heeft gekregen. In de uitnodigingsbrief staat aangegeven waar u zich de dag voorafgaand aan uw afspraak kunt melden voor opvang.
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
De IND beoordeelt bij een tweede of volgende asielaanvraag alleen of u in aanmerking komt voor bescherming op één van de asielgronden. De IND beoordeelt niet of u in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (humanitaire gronden) of uitstel van vertrek op medische gronden ([artikel 64 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)). Als u in aanmerking wilt komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van bijvoorbeeld het buitenschuldbeleid of voor uitstel van vertrek op medische gronden? Dan moet u hiervoor een ander (aanvraag)formulier invullen. U vindt deze formulieren via de klantdienstwijzer op www.ind.nl
De IND beoordeelt bij een tweede of volgende asielaanvraag alleen of u in aanmerking komt voor bescherming op één van de asielgronden. De IND beoordeelt niet of u in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (humanitaire gronden) of uitstel van vertrek op medische gronden ([artikel 64 Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)). Als u in aanmerking wilt komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van bijvoorbeeld het buitenschuldbeleid of voor uitstel van vertrek op medische gronden? Dan moet u hiervoor een ander (aanvraag)formulier invullen. U vindt deze formulieren via de klantdienstwijzer op www.ind.nl
### 9.5.2. Asielaanvraag
Kijk dan op de website van de IND: www.ind.nl. U kunt ook bellen met de IND. Het telefoonnummer is 0900 1234561 (€ 0,10 p.m. plus eventueel de kosten voor het bellen met een mobiele telefoon), bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur. Vanuit het buitenland belt u +31 20 889 3045 (dit nummer is vanuit Nederland niet bereikbaar).
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Toelichting.....
### 9.5.2. Asielaanvraag
.....
.....
@@ -6694,11 +6714,11 @@
Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, zendt de IND de beschikking – met de brochure – aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) te voldoen, biedt het COA de vreemdeling vervoer naar de VBL aan. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel kan worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onderduiken’ wordt vermeld in [artikel 5.1a, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1a). Tevens dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Uit de vreemdelingenadministratie moet blijken waarom het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die ook (hulp)officier van justitie is.
De vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid vanwege criminele antecedenten en een (herhaalde) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indient of heeft ingediend, zal in beginsel in bewaring worden gesteld op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), artikel 59 eerste en tweede lid Vw of [artikel 59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a). Voor de toepassing van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw worden de [artikelen 5.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) en [5.1b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) overeenkomstig toegepast. Voor die toepassing moet een belangenafweging plaatsvinden door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is. De bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in willen dienen of ingediend hebben, moet zo beperkt mogelijk geschieden.
Als de bewaring wordt opgeheven door de Korpschef of de Commandant der KMar, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
@@ -6714,939 +6734,939 @@
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
### 6.10. Tenuitvoerlegging
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
### 7.4.2. Foto’s en vingerafdrukken
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die ook hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
### A6. Registratie en identificatie
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep [model M120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M120&z=2014-12-23&g=2014-12-23) naar de IND.
### 7.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
De verplichting geldt niet voor onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, alsmede vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Gezien de wenselijkheid van een uniforme, landelijke toepassing gelden in beginsel de volgende aanwijzingen voor de Korpschef bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht. In bijzondere omstandigheden, te beoordelen door de Korpschef, kan de Korpschef afwijken van het onderstaande.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
De gedachte hierachter is dat daar waar de directe nabijheid van de vreemdeling minder noodzakelijk is (bijvoorbeeld voor het vragen van nadere informatie voor de afhandeling van zijn aanvraag), een minder streng toezichtsregime, met name met betrekking tot de meldplicht, kan worden toegepast.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
De meldplicht voor de laatstgenoemde categorie (definitieve aanzegging tot vertrek) geldt zolang de finale vertrektermijn nog niet is verstreken. Voor asielzoekers geldt daarbij evenwel het volgende: de uitgeprocedeerde asielzoeker wordt, zolang de opvangvoorzieningen nog niet zijn beëindigd, in het bezit gelaten van het W-document. Derhalve blijft voor een dergelijke vreemdeling de wekelijkse meldplicht gelden zolang de ontruimingsprocedure voortduurt.
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.8. Het inleveren van het document bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9)
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 8. Beschikbaar houden en fouillering
### 9.1.3. Het (N)SIS
### 9.2. Soorten signaleringen
In deze situaties moet u zich in persoon melden bij de aanmeldunit in Ter Apel.
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
Dit formulier is géén aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met dit formulier geeft u alleen aan dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Uw aanvraag dient u pas daadwerkelijk in nadat u daarvoor een uitnodiging heeft ontvangen van de IND.
### 9.2.2. Signalering IRV op grond van [artikel 66a, zevende lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)’(inreisverbod op grond van artikel 66a, lid 7 Vw)
U vult dit formulier niet in als:
### 9.1.3. Verhouding OPS en (N)SIS
Als u het formulier niet volledig heeft ingevuld, (originele) documenten of bewijsmiddelen ontbreken of de door u verstrekte informatie niet duidelijk is, kan de IND contact met u opnemen en vragen om aanvullende informatie, documenten of bewijsmiddelen.
### 9.2. Soorten signaleringen
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
Als uw aanvraag wordt afgewezen, krijgt u diezelfde dag (dag 1) naast het rapport van gehoor een voornemen tot afwijzing uitgereikt. Het rapport van gehoor en het voornemen kunt u de volgende dag (dag 2) bespreken met uw advocaat. Die kan namens u een schriftelijke reactie (zienswijze) geven op het voorgenomen besluit en tevens nadere gegevens verstrekken. Uiterlijk op de derde dag (dag 3) hoort u of de IND uw aanvraag definitief heeft afgewezen, alsnog heeft ingewilligd of dat toch nog nader onderzoek nodig is. Wordt uw aanvraag afgewezen? Dan wordt u geïnformeerd over de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan.
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
Op de afgesproken dag en het afgesproken tijdstip meldt u zich met al uw bagage op het afgesproken IND aanmeldcentrum. Daar zal de IND eerst uw identiteit controleren. Dat gebeurt aan de hand van uw documenten en uw vingerafdrukken. Nadat uw identiteit is gecontroleerd, kunt u de asielaanvraag ondertekenen en heeft u een gesprek (gehoor) met een IND-medewerker. Dat gehoor vindt plaats met behulp van een tolk. Tijdens dit gehoor zal niet uw hele asielrelaas opnieuw worden besproken; dat is tijdens uw vorige procedure al gebeurd. Wel zal de IND medewerker vragen stellen over de nieuwe feiten en omstandigheden die voor u reden zijn om opnieuw een asielaanvraag in te dienen.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Als uw aanvraag wordt afgewezen, krijgt u diezelfde dag (dag 1) naast het rapport van gehoor een voornemen tot afwijzing uitgereikt. Het rapport van gehoor en het voornemen kunt u de volgende dag (dag 2) bespreken met uw advocaat. Die kan namens u een schriftelijke reactie (zienswijze) geven op het voorgenomen besluit en tevens nadere gegevens verstrekken. Uiterlijk op de derde dag (dag 3) hoort u of de IND uw aanvraag definitief heeft afgewezen, alsnog heeft ingewilligd of dat toch nog nader onderzoek nodig is. Wordt uw aanvraag afgewezen? Dan wordt u geïnformeerd over de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan.
### 9.5.1. Algemeen
Toelichting.....
### 9.5.2. Asielaanvraag
Vreemdelingennummer.....
### 9.5.3. Bezit geldige verblijfstitel/(N)SIS-signalering
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
### 9.5.4. Bezit geldige verblijfstitel/OPS-signalering
Burgerlijke staat....
### 9.6.1. Inleiding
Documentnummer.....
### 9.6.3. Behandeling van het verzoek om opheffing van signalering
Postcode.....Woonplaats....
### 9.6.3.2. Opheffing van signaleringen in het OPS
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
### 1. Inleiding
.....
### 9.6.4. Toegangsverlening aan een gesignaleerde vreemdeling
.....
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
Vreemdelingennummer.....
### 2. Zelfstandig vertrek
Door huwelijk verkregen naam.....
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
Doel verblijfsaanvraag.....
### 2.2. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
Datum:.....
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
### 3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### 3.4.1. Inleiding
Telefoonnummer.....
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
Met het toekennen van een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn zal terughoudend worden omgegaan. Uitgangspunt van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is immers dat in Nederland verblijvende vreemdelingen na het beëindigen van het rechtmatig verblijf zo snel als mogelijk uit Nederland dienen te vertrekken. De daarvoor gestelde termijn van vier weken is in beginsel redelijk.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
De vreemdeling dient (op korte termijn) te beschikken over documenten, waarmee hij daadwerkelijk Nederland uit kan reizen. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn is niet bedoeld om voor onbepaalde duur te werken aan het verkrijgen van reisdocumenten. Wanneer een (vervangend) reisdocument aanwezig is en de geldigheidsduur van het betreffende document beperkt is, zal de vertrektermijn in beginsel niet langer verlengd worden dan tot enkele dagen voor het aflopen van de geldigheid van dit (vervangende) reisdocument.
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
Uitgangspunt in de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden of bekenden in het land van herkomst.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
Dit betekent in beginsel dat het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit, of identiteitsonderzoek alsook de presentatie (in persoon) van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst, indien het om een asielzoeker gaat, pas dient te geschieden na een uitspraak van de rechter in beroep, of, wanneer het indienen van een rechtsmiddel geen opschortende werking heeft (hoger beroep), tot het moment waarop de rechter heeft geoordeeld over het eventuele verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst.
### 4.3. Het inhouden van documenten
Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument door een diplomatieke vertegenwoordiging en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie [B14/3](onbekend)), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5).
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 5.1. Algemeen
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder.
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
De IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek of hervestiging van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe het REAN-programma aan. Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM-missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals Amv’s, specifieke voorzieningen treffen.
### 5.2. Procedure
IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM, de IND en de DT&V.
### 6.10. Bericht van vertrek
Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten. Indien de DT&V, vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=27), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten.
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De uitzetting van een onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland, die na beëindiging van het verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of gezondheid, tijdig een voorlopige voorziening heeft ingediend blijft achterwege. Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk (zie [artikel 8.24, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.24)):
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Ten aanzien van vreemdelingen die door de KMar in het kader van het MTV zijn aangetroffen, is de Commandant der KMar verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de overdracht aan Duitsland of België via de landsgrenzen. Vreemdelingen die in het kader van het vreemdelingentoezicht worden aangetroffen en die zonder formaliteiten via de landgrenzen met België of Duitsland kunnen worden overgedragen, worden door de politie aan de KMar overgedragen. De KMar zorgt voor de overdracht. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin na toegangsweigering door de ambtenaar belast met de grensbewaking, de KMar of ZHP in staat is binnen afzienbare tijd te realiseren dat de vreemdeling wordt verwijderd. In alle andere gevallen is de DT&V verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de uitzetting.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. Vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht kunnen ook zonder plaatsing in een uitzetcentrum worden uitgezet (zie A4/6.3).
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
[Artikel 23a Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
### 6.7. Uitzetting via transitluchthaven in een EU-lidstaat
[Richtlijn 2003/110](32003L0110) van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat (zie ook A2/8).
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Het verzoek om al dan niet begeleide doorgeleiding door de lucht en de daarmee verbonden ondersteuningsmaatregelen moet door de KMar schriftelijk worden ingediend bij de aangezochte lidstaat. Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat is opgenomen in de bijlage bij [richtlijn 2003/110](32003L0110). Het verzoek moet zo vroeg mogelijk, doch ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding, in de aangezochte lidstaat aankomen. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen mag deze termijn korter zijn. De aangezochte lidstaat dient onmiddellijk, in ieder geval binnen twee dagen, een beslissing op het verzoek bekend te maken. Deze termijn kan, in gemotiveerde gevallen, met ten hoogste 48 uur worden verlengd. Zonder instemming van de aangezochte staat wordt niet met de doorgeleiding door de lucht begonnen. Indien de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn antwoordt, kan met de doorreis worden begonnen door middel van een kennisgeving.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De DT&V dient derhalve de overdracht zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen deze termijn van zes maanden te regelen. Het feit dat een eventuele overdracht nog niet rond is, doet geen (verlengd) recht op opvang ontstaan. De vreemdeling is na een geaccordeerd verzoek immers op de hoogte welke lidstaat zijn asielverzoek in behandeling neemt en kan een beroep doen op de daar geldende faciliteiten.
### 6.10. Bericht van vertrek
Naar het land van bestemming wordt gezonden:
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. De aanzegging dient te worden gegeven na opheffing van de inbewaringstelling aan vreemdelingen die weliswaar Nederland moeten verlaten, maar niet de Unie hoeven te verlaten.
### 7.1. Beleid
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bepaalt dat de uitzetting achterwege dient te blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In de situatie dat ten aanzien van een minderjarig kind sprake is van het achterwege laten van de uitzetting, worden als gezinsleden aangemerkt:
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet uitdrukkelijk worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland stelt te behoeven en om die reden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning (zie [B8/2.1](onbekend)).
### 7.3. Inwilliging
De vraag of op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan de bescherming van artikel 64 Vw niet intreden indien en zolang de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie A4/7.3.2).
### 7.3. Inwilliging
In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. In dit geval gebeurt dit naar de ratio van (en niet ingevolge) [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Het stellen van een aantekening in het grensoverschrijdingsdocument blijft in deze gevallen achterwege.
### 7.2. Procedure
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)).
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Het indienen van een aanvraag om [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe te passen schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van de beslissing op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.2. Voorbereiding
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.1 is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
In deze situatie wordt [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Het komt voor dat de medisch adviseur in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, doch dat dit onder bepaalde voorwaarden dient te geschieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een voorraad aan medicijnen van de vreemdeling tijdens en na de reis of het meenemen van medische gegevens.
### 7.5. Rechtsmiddelen
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
### 7.5.1. Algemeen
Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van [artikel 72 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=72) rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden, zijn neergelegd in de Visumcode.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
Bij toegang onder voorwaarden stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
De IND schort de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag op, als een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel indient. De IND verhaalt kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De Korpschef informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
De IND moet een nieuw terugkeerbesluit verstrekken aan de vreemdeling aan wie de vertrektermijn wordt onthouden en een inreisverbod wordt opgelegd en die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2014-12-23&g=2014-12-23) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23). Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6a), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [59a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a) een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2014-09-01&g=2014-09-15), aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15)) opmaken.
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
### 7.4.2. Foto’s en vingerafdrukken
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V heft de bewaring op met gebruikmaking van het [model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2014-10-01&g=2014-10-01). Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen of van de DT&V zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
### A6. Registratie en identificatie
De vreemdeling dient zich wekelijks te melden, tenzij de Korpschef een andere termijn stelt.
### 7.6.1. Verblijf langer dan drie maanden
De verplichting geldt niet voor onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, alsmede vreemdelingen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
Gezien de wenselijkheid van een uniforme, landelijke toepassing gelden in beginsel de volgende aanwijzingen voor de Korpschef bij de oplegging of ontheffing van de meldplicht. In bijzondere omstandigheden, te beoordelen door de Korpschef, kan de Korpschef afwijken van het onderstaande.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
De gedachte hierachter is dat daar waar de directe nabijheid van de vreemdeling minder noodzakelijk is (bijvoorbeeld voor het vragen van nadere informatie voor de afhandeling van zijn aanvraag), een minder streng toezichtsregime, met name met betrekking tot de meldplicht, kan worden toegepast.
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
De meldplicht voor de laatstgenoemde categorie (definitieve aanzegging tot vertrek) geldt zolang de finale vertrektermijn nog niet is verstreken. Voor asielzoekers geldt daarbij evenwel het volgende: de uitgeprocedeerde asielzoeker wordt, zolang de opvangvoorzieningen nog niet zijn beëindigd, in het bezit gelaten van het W-document. Derhalve blijft voor een dergelijke vreemdeling de wekelijkse meldplicht gelden zolang de ontruimingsprocedure voortduurt.
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
De verplichting kan worden opgelegd aan alle hier te lande verblijvende vreemdelingen, dus ook hen, die hier te lande rechtmatig verblijven op grond van [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.8. Het inleveren van het document bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9)
### 7.7.1.3. Stellen van aantekeningen
### 7.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 8. Beschikbaar houden en fouillering
### 9.1.3. Het (N)SIS
### 9.2. Soorten signaleringen
In deze situaties moet u zich in persoon melden bij de aanmeldunit in Ter Apel.
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
Maakt u deel uit van een gezin en willen meerdere gezinsleden opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen? Dan moet ieder gezinslid van 15 jaar of ouder een eigen formulier invullen. Voor kinderen jonger dan 15 jaar hoeft geen apart formulier ingevuld te worden, tenzij zij zelfstandige asielmotieven hebben. Wel moeten de persoonsgegevens van kinderen jonger dan 15 jaar vermeld worden in bijlage I bij het formulier van één van de ouders.
### 9.2.2. Signalering IRV op grond van [artikel 66a, zevende lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)’(inreisverbod op grond van artikel 66a, lid 7 Vw)
Van (originele) documenten en bewijsmiddelen ontvangt u een bewijs van ontvangst. Originele documenten krijgt u terug als het onderzoek naar de authenticiteit ervan is afgerond en de aanvraag is ingewilligd of – als de aanvraag is afgewezen – bij terugkeer. Valse of vervalste documenten worden niet teruggegeven.
### 9.1.3. Verhouding OPS en (N)SIS
Als u het formulier niet volledig heeft ingevuld, (originele) documenten of bewijsmiddelen ontbreken of de door u verstrekte informatie niet duidelijk is, kan de IND contact met u opnemen en vragen om aanvullende informatie, documenten of bewijsmiddelen.
### 9.2. Soorten signaleringen
Nadat het gehoor heeft plaatsgevonden wordt op diezelfde dag beoordeeld of uw aanvraag wordt ingewilligd, wordt afgewezen of dat verder onderzoek nodig is.
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
Als uw aanvraag wordt afgewezen, krijgt u diezelfde dag (dag 1) naast het rapport van gehoor een voornemen tot afwijzing uitgereikt. Het rapport van gehoor en het voornemen kunt u de volgende dag (dag 2) bespreken met uw advocaat. Die kan namens u een schriftelijke reactie (zienswijze) geven op het voorgenomen besluit en tevens nadere gegevens verstrekken. Uiterlijk op de derde dag (dag 3) hoort u of de IND uw aanvraag definitief heeft afgewezen, alsnog heeft ingewilligd of dat toch nog nader onderzoek nodig is. Wordt uw aanvraag afgewezen? Dan wordt u geïnformeerd over de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan.
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
Tijdens de algemene of verlengde asielprocedure heeft u recht op opvang tot het moment dat de IND op uw aanvraag heeft beslist. Wordt uw aanvraag ingewilligd, dan houdt u recht op opvang tot het moment dat u een woning toegewezen heeft gekregen. In de uitnodigingsbrief staat aangegeven waar u zich de dag voorafgaand aan uw afspraak kunt melden voor opvang.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Kijk dan op de website van de IND: www.ind.nl. U kunt ook bellen met de IND. Het telefoonnummer is 0900 1234561 (€ 0,10 p.m. plus eventueel de kosten voor het bellen met een mobiele telefoon), bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur. Vanuit het buitenland belt u +31 20 889 3045 (dit nummer is vanuit Nederland niet bereikbaar).
### 9.5.1. Algemeen
Toelichting.....
### 9.5.2. Asielaanvraag
Vreemdelingennummer.....
### 9.5.3. Bezit geldige verblijfstitel/(N)SIS-signalering
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
### 9.5.4. Bezit geldige verblijfstitel/OPS-signalering
Burgerlijke staat....
### 9.6.1. Inleiding
Documentnummer.....
### 9.6.3. Behandeling van het verzoek om opheffing van signalering
Postcode.....Woonplaats....
### 9.6.3.2. Opheffing van signaleringen in het OPS
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
### 1. Inleiding
.....
### 9.6.4. Toegangsverlening aan een gesignaleerde vreemdeling
.....
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
Vreemdelingennummer.....
### 2. Zelfstandig vertrek
Door huwelijk verkregen naam.....
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
Doel verblijfsaanvraag.....
### 2.2. Het vorderen van medewerking aan de voorbereiding van vertrek
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 2.5. Verwijdering van gezinsleden
Datum:.....
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
### 3.2. In mindering brengen van beroepstermijn op de vertrektermijn
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### 3.4.1. Inleiding
Telefoonnummer.....
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
Met het toekennen van een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn zal terughoudend worden omgegaan. Uitgangspunt van de [Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is immers dat in Nederland verblijvende vreemdelingen na het beëindigen van het rechtmatig verblijf zo snel als mogelijk uit Nederland dienen te vertrekken. De daarvoor gestelde termijn van vier weken is in beginsel redelijk.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
De vreemdeling dient (op korte termijn) te beschikken over documenten, waarmee hij daadwerkelijk Nederland uit kan reizen. De verlenging van de vrijwillige vertrektermijn is niet bedoeld om voor onbepaalde duur te werken aan het verkrijgen van reisdocumenten. Wanneer een (vervangend) reisdocument aanwezig is en de geldigheidsduur van het betreffende document beperkt is, zal de vertrektermijn in beginsel niet langer verlengd worden dan tot enkele dagen voor het aflopen van de geldigheid van dit (vervangende) reisdocument.
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
Uitgangspunt in de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) is dat de vreemdeling aan wie geen (verder) verblijf in Nederland is toegestaan een eigen verantwoordelijkheid heeft om Nederland binnen de daarvoor gestelde termijn te verlaten. Wanneer een vreemdeling niet beschikt over geldige reisdocumenten, dient hij hiervoor tijdig zelf te zorgen. Hiertoe kan de vreemdeling zich wenden tot zijn eigen diplomatieke vertegenwoordiging of tot familieleden of bekenden in het land van herkomst.
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
Dit betekent in beginsel dat het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit, of identiteitsonderzoek alsook de presentatie (in persoon) van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst, indien het om een asielzoeker gaat, pas dient te geschieden na een uitspraak van de rechter in beroep, of, wanneer het indienen van een rechtsmiddel geen opschortende werking heeft (hoger beroep), tot het moment waarop de rechter heeft geoordeeld over het eventuele verzoek om een voorlopige voorziening.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst.
### 4.3. Het inhouden van documenten
Indien de vreemdeling niet in het bezit wordt gesteld van een (vervangend) reisdocument door een diplomatieke vertegenwoordiging en hij overigens niet aan de buitenlandse grensautoriteiten kan worden overgegeven, dan wel uit Nederland worden verwijderd door middel van plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig (zie A4/8) en er daarnaast geen sprake is van de situatie dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie [B14/3](onbekend)), dient hem te worden aangezegd dat hij Nederland moet verlaten.
### 4.2.2. Afgifte van een EU-staat
Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5).
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Aantekeningen omtrent verwijdering mogen nimmer worden geplaatst in de identiteits- of reisdocumenten van:
### 5.1. Algemeen
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in [artikel 4.23 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.23) tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie [model M101](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M101&z=2012-10-01&g=2012-10-01)) alsmede een informatiefolder.
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
De IOM in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek of hervestiging van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe het REAN-programma aan. Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM-missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals Amv’s, specifieke voorzieningen treffen.
### 5.2. Procedure
IOM informeert de vreemdeling over de ondersteuning die IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de ondersteuning van IOM kan deze een aanvraag voor vertrek indienen. Gelijktijdig wordt door de vreemdeling het formulier ondertekend waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen het uitwisselen van voor het vertrek relevante gegevens tussen IOM, de IND en de DT&V.
### 6.10. Bericht van vertrek
Indien een aanvraag is goedgekeurd, organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten. Indien de DT&V, vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar of de IND in het bezit is van (vervangende) reisdocumenten, worden deze zoveel mogelijk gebruikt in het zelfstandige vertrektraject dat wordt gefaciliteerd door IOM.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In de [artikelen 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=27), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=45) en [63 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=63) is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat binnen de daartoe gestelde termijn. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Van belang is dat in het kader van de uitzetting nimmer aan de autoriteiten van het land van herkomst van de vreemdeling, noch aan autoriteiten van het land van doorreis of bestemming, mag worden medegedeeld, of documenten mogen worden verstrekt waaruit blijkt dat de vreemdeling eerder een asielaanvraag heeft ingediend. Om te voorkomen dat deze informatie de genoemde autoriteiten bereikt, mag ook nimmer aan het personeel van de vervoersmaatschappij waarmee de vreemdeling wordt uitgezet, worden medegedeeld dat hij een asielaanvraag heeft ingediend. Er kan slechts worden aangegeven dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) heeft en om die reden Nederland dient te verlaten.
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
De uitzetting van een onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland, die na beëindiging van het verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of gezondheid, tijdig een voorlopige voorziening heeft ingediend blijft achterwege. Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk (zie [artikel 8.24, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.24)):
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Ten aanzien van vreemdelingen die door de KMar in het kader van het MTV zijn aangetroffen, is de Commandant der KMar verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de overdracht aan Duitsland of België via de landsgrenzen. Vreemdelingen die in het kader van het vreemdelingentoezicht worden aangetroffen en die zonder formaliteiten via de landgrenzen met België of Duitsland kunnen worden overgedragen, worden door de politie aan de KMar overgedragen. De KMar zorgt voor de overdracht. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin na toegangsweigering door de ambtenaar belast met de grensbewaking, de KMar of ZHP in staat is binnen afzienbare tijd te realiseren dat de vreemdeling wordt verwijderd. In alle andere gevallen is de DT&V verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor de uitzetting.
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Over het algemeen vindt uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. Vreemdelingen die zijn aangetroffen in het grensgebied in het kader van het MTV of in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht kunnen ook zonder plaatsing in een uitzetcentrum worden uitgezet (zie A4/6.3).
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Middels [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01) worden aan de KMar of ZHP vooraf alle omstandigheden gemeld, waaronder het gedrag van de vreemdeling en medische omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor de veiligheid of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht.
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
[Artikel 23a Ambtsinstructie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=23a) bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
De informatie over het gedrag van de vreemdeling opgenomen in de checklist/ geleidebrief (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig dient vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, te worden geïnformeerd in geval van aanwending hulpmiddelen bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren kan enkel in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig worden overgegaan tot het aanwenden van hulpmiddelen.
### 6.7. Uitzetting via transitluchthaven in een EU-lidstaat
[Richtlijn 2003/110](32003L0110) van de Raad van de EU voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. Indien bij uitzetting via de lucht geen gebruik kan worden gemaakt van een rechtstreekse vlucht naar het land van bestemming, kan worden verzocht om doorgeleiding door de lucht via een andere lidstaat van de EU. Er wordt in beginsel niet om doorgeleiding door de lucht verzocht wanneer de verwijderingsmaatregel gepaard dient te gaan met de overbrenging van de betrokken vreemdeling naar een andere luchthaven op het grondgebied van de aangezochte lidstaat (zie ook A2/8).
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Het verzoek om al dan niet begeleide doorgeleiding door de lucht en de daarmee verbonden ondersteuningsmaatregelen moet door de KMar schriftelijk worden ingediend bij de aangezochte lidstaat. Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat is opgenomen in de bijlage bij [richtlijn 2003/110](32003L0110). Het verzoek moet zo vroeg mogelijk, doch ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding, in de aangezochte lidstaat aankomen. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen mag deze termijn korter zijn. De aangezochte lidstaat dient onmiddellijk, in ieder geval binnen twee dagen, een beslissing op het verzoek bekend te maken. Deze termijn kan, in gemotiveerde gevallen, met ten hoogste 48 uur worden verlengd. Zonder instemming van de aangezochte staat wordt niet met de doorgeleiding door de lucht begonnen. Indien de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn antwoordt, kan met de doorreis worden begonnen door middel van een kennisgeving.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De DT&V dient derhalve de overdracht zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen deze termijn van zes maanden te regelen. Het feit dat een eventuele overdracht nog niet rond is, doet geen (verlengd) recht op opvang ontstaan. De vreemdeling is na een geaccordeerd verzoek immers op de hoogte welke lidstaat zijn asielverzoek in behandeling neemt en kan een beroep doen op de daar geldende faciliteiten.
### 6.10. Bericht van vertrek
Naar het land van bestemming wordt gezonden:
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
Het doen van de aanzegging Nederland te verlaten bij het opheffen van de vreemdelingenbewaring van een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdeling. De aanzegging dient te worden gegeven na opheffing van de inbewaringstelling aan vreemdelingen die weliswaar Nederland moeten verlaten, maar niet de Unie hoeven te verlaten.
### 7.1. Beleid
Het COA dient de ontruiming van een vreemdeling uit de opvangvoorzieningen door toezending van een bericht (zie model [M100a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) aan de IND en de DT&V te melden.
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) bepaalt dat de uitzetting achterwege dient te blijven zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In de situatie dat ten aanzien van een minderjarig kind sprake is van het achterwege laten van de uitzetting, worden als gezinsleden aangemerkt:
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De bescherming tegen uitzetting in deze gevallen moet uitdrukkelijk worden onderscheiden van de situatie waarin de vreemdeling medische behandeling in Nederland stelt te behoeven en om die reden in aanmerking wenst te komen voor een verblijfsvergunning (zie [B8/2.1](onbekend)).
### 7.3. Inwilliging
De vraag of op grond van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan de bescherming van artikel 64 Vw niet intreden indien en zolang de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8). Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie A4/7.3.2).
### 7.3. Inwilliging
In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf en zonder dat het inreisverbod wordt opgeheven. In dit geval gebeurt dit naar de ratio van (en niet ingevolge) [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64). Het stellen van een aantekening in het grensoverschrijdingsdocument blijft in deze gevallen achterwege.
### 7.2. Procedure
Indien er geen medische stukken ter onderbouwing van de aanvraag worden ingediend en een ingevulde toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) ontbreekt, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Indien de vreemdeling hier niet aan voldoet, kan de aanvraag worden afgewezen.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De vreemdeling neemt contact op met de IND over de te volgen procedure. De relevante medische gegevens van de vreemdeling worden, alvorens de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt ingediend, in een gesloten envelop voorzien van een stempel of aantekening “medisch geheim”, door de vreemdeling of de medische behandelaar aangeleverd aan de IND. Deze gegevens worden samen met een recente volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie [model M39-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), een recente verklaring omtrent de medische situatie van de vreemdeling, opgesteld door een behandelaar die, hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven en een kopie van een geldig reis- en/of identiteitsdocument naar de IND gestuurd.
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Deze periode is nodig om te kunnen vaststellen of de overgelegde relevante medische gegevens compleet zijn en of, gelet hierop, wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor opvang in afwachting van een beslissing op de aanvraag.
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
[Artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wordt in beginsel niet toegepast wanneer de vreemdeling op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) overgedragen kan worden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)).
### 7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Het indienen van een aanvraag om [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) toe te passen schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van de beslissing op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf ex [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8).
### 3.2. Voorbereiding
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk mededeling aan de vreemdeling dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek, de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, wordt vermeld. Deze periode is in beginsel gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, met een maximum van een jaar.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien de vreemdeling niet beschikt over een ingevolge de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
Indien aan de voorwaarden van paragraaf A4/7.2.1.1 is voldaan kan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) voorts worden toegepast ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die een aanvraag hebben ingediend om toepassing van artikel 64 Vw, in afwachting van de definitieve besluitvorming.
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
In deze situatie wordt [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) verleend voor maximaal drie maanden of zoveel korter totdat een beslissing op de aanvraag is genomen. Artikel 64 Vw vervalt van rechtswege na ommekomst van de termijn of de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag. Indien na drie maanden nog geen inhoudelijke beslissing is genomen, wordt de toepassing van artikel 64 Vw ambtshalve voor maximaal drie maanden opnieuw verleend.
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Het komt voor dat de medisch adviseur in zijn advies aangeeft dat de vreemdeling in staat is om te reizen, doch dat dit onder bepaalde voorwaarden dient te geschieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een voorraad aan medicijnen van de vreemdeling tijdens en na de reis of het meenemen van medische gegevens.
### 7.5. Rechtsmiddelen
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
### 7.5.1. Algemeen
Tegen de vaststelling dat de uitzetting niet achterwege blijft, staan op grond van [artikel 72 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=72) rechtsmiddelen open, namelijk het indienen van een bezwaarschrift bij de IND. Het indienen van een bezwaarschrift schort de vertrekplicht, uitzetting of eventuele beëindiging van de voorzieningen niet op.
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor [C3/ 2.3.6.4](onbekend)). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
### 1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en [B1/4.5](onbekend).
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge [artikel 65, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
### 1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten [Verordening 343/2003](32003R0343) en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
### 4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
### 4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
### 2.3. Strafbaarheid
Op grond van [artikel 66a, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing is.
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in [artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5), tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
### 6. Procedurele aspecten
Op grond van [artikel 62a, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=62a) in combinatie met [artikel 66a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a), waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
### 6. Procedurele aspecten
Volgens [artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a) bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
### 6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
### 6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
### 6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie [artikel 66a, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a)).
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a) door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
### 6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie [artikel 4.35a, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.35a)). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
### 6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van [artikel 3.103b, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103b) wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
### 6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de [artikelen 22, c en d, WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=22)).
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
### 7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in [artikel 6.5, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5) redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge [artikel 6.5c Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5c) kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
### 10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar [art. 4:13-4:15 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:13).
### 10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
### 3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie [artikel 108 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=108)). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
### 2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie [B1/5.3.6](onbekend), [C5/3](onbekend), [C8/3](onbekend) en [C8/5](onbekend)).
### 2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie [artikel 37 WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37)) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie [artikel 38m WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=38m)) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie [artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=77h)) alsook ter beschikkingstelling (zie [artikel 37a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=37a)) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
### 10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel ([model M63](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M63&z=2013-01-01&g=2013-01-01)), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67), kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
### 10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8). Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
### 3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
### 10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie [artikel 6:16 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:16)).
### 4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge [artikel 68, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=68) kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van [artikel 6.6 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6) heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
### 4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie [artikel 6.6, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.6)). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
### 10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
### 5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
### 10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in [C2/3](onbekend) betrokken.
### 10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
### 10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
### 10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in [artikel 8.7 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.7) wordt verwezen naar [B10](onbekend).
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
### 10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in [artikel 8.22, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.22), slechts worden gedaan:
### 1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie [artikel 48, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=48)).
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
### 1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
### 1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
### 1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van [artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=17) bezwaar worden gemaakt. Op grond van [artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009709&artikel=72) staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
### 2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
### 1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
[Artikel 6, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en [C9/2.1.1.1](onbekend) en [2.1.1.2](onbekend). De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848) (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van [artikel 55 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6). In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
### 2.7. De duur
Conform [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan de maatregel, zoals bedoeld in [artikel 6 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
### 2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van [artikel 59, eerste lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in [artikel 29 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=29).
### 2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
### 2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van [artikel 65 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
### 2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in [artikel 94 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94), binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
### 3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie [artikel 1.4 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=1.4)).
### 3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van [artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
### 6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van [model M100](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M100&z=2013-01-01&g=2013-01-01) met een kopie van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
### 4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
### 4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
### 4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
### 4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
### 4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
### 4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de [RVA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959) in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56) in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
### 4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van [artikel 50 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
### 5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59). Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij [artikel 58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
### 5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=30) en[31 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=31). De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
### 5.2.5. De duur
De maatregel van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
### 5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
[Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie [artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8)). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
[Artikel 59, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
### 5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van [artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59).
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van [artikel 59, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) of [artikel 59, eerste én tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
### 5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie [artikel 5.2, vierde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2)). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van [artikel 59, eerste of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59), is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
### 5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
### 5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën [artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw [model M110-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M110-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01) aan de vreemdeling uitgereikt (zie [artikel 5.3, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.3)). Gelet op het bepaalde in [artikel 5.2 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
### 5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In [artikel 59, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
### 4.1. Inleiding
In het [vijfde lid artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
### 4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) niet van toepassing.
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
[Artikel 3.103 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=3.103) is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
### Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
### Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
### Artikel 7 – geschillenclausule
In [artikel 120 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=120) is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in [artikel 84 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast ([artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117)).
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden, zijn neergelegd in de Visumcode.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
Bij toegang onder voorwaarden stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
### 4.3.3.1. Schengenvisa
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van [artikel 5, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5) onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie [artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=4), [artikel 5, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=5), [artikel 65, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=65) en [artikel 197a WvSr](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=197a)). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
De IND schort de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag op, als een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel indient. De IND verhaalt kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzocht vraagt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
### 10. Verplichtingen in het kader van toezicht
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in [artikel 4.38 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.38), in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in [artikel 4.40 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.40), verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De Korpschef informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het [model M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2014-09-01&g=2014-09-15). Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of OPS gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
De IND moet een nieuw terugkeerbesluit verstrekken aan de vreemdeling aan wie de vertrektermijn wordt onthouden en een inreisverbod wordt opgelegd en die voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een EU-staat. De EU-staat wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan de EU-staat worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en eventueel een eenmalige financiële ondersteuning op de luchthaven van vertrek. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van [artikel 66a, zevende lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a). Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
Uit het dossier van de vreemdeling moet blijken dat de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een belangenafweging over de bewaring heeft gemaakt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt de voorziening TISOV bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
### 6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
Periodieke aanmelding bij de Korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente van verblijf van de vreemdeling is gelegen, is verplicht voor de vreemdeling:
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
Bij aanvang van de procedure tot het verlenen van een verblijfsvergunning dient de vreemdeling er door de Korpschef op te worden gewezen dat op hem, hangende de beslissing op zijn aanvraag een meldplicht rust (zie [artikel 54, eerste lid, onder f, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54) juncto [artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)). Bij asielzoekers geschiedt het vorenstaande door middel van het model [M117-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M117-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. Het gaat hier in beginsel om een op grond van [artikel 4.51, tweede lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51) wekelijkse meldplicht.
@@ -9348,1569 +9368,2843 @@
### 7. De behandeling van het beroep
### 6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
### 6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.7.1.1. Algemeen
### 7.8. Het inleveren van het document bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9)
### 7.9. Toezicht op documenten
### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling
### 7.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 9. Signaleringen
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.6.2. Opnemen van signaleringen
### 9.6.3. Behandeling van het verzoek om opheffing van signalering
### 9.6.3.2. Opheffing van signaleringen in het OPS
### 10. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 9.6.4. Toegangsverlening aan een gesignaleerde vreemdeling
### 2. Zelfstandig vertrek
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Toekennen van een vertrektermijn voor zelfstandig vertrek
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
### 3.4. Verlengen van de vrijwillige vertrektermijn
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 3.4.2.2. Voorwaarden
### 4.1. Aanvragen reisdocumenten
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6. Uitzetting
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn.
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.3. Inwilliging
Alle originele documenten worden aan het ontvangende land ter hand gesteld door tussenkomst van de autoriteit die de feitelijke uitvoering geeft aan de overdracht. Indien de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de documenten in een envelop afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig die ze overhandigt aan de grensbewakingsautoriteiten van het ontvangende land.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Een beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is mogelijk indien de vreemdeling zich in de situatie bevindt waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort dan wel indien de vreemdeling nimmer een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend en geen rechtmatig verblijf heeft. Hierbij is niet van belang of de uitzetting op korte termijn is gepland.
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 3. Procedurele aspecten
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 7.5.1. Algemeen
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
### 7.4. Afwijzing
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of afwijzing van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
## Model M11
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing art. 4.11 Vb
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M46-A. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M46-B. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-12-23&g=2014-12-23) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2014-12-23&g=2014-12-23).
De niet beëdigde tolk moet:
### 7.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 7.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
### 9.1.2. Het OPS
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
### 9.2. Soorten signaleringen
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 9.5.4. Bezit geldige verblijfstitel/OPS-signalering
### 9.6.3.3. Rechtsmiddelen
### 1. Inleiding
Voorna(a)m(en).....
### 4. Reisdocumenten
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 9.2.1. Signalering ‘ONGEW’ (ongewenst verklaard ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67))
### 9.2.1. Signalering ‘ONGEW’ (ongewenst verklaard ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67))
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 4. Vertrek en uitzetting
### 3. Vertrektermijnen
### 3.4.2. Procedure
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 5.1. Algemeen
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 7.1. Beleid
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7.2. Procedure
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 3. Procedurele aspecten
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 6.5. Bijstand van een raadsman
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
### 4. Vertrek en uitzetting
### 2.3. Een klacht schort het vertrek uit Nederland niet op
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
### 5.2. Procedure
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6.1. Algemene uitgangspunten
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Afwijzing
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 8. Beschikbaar houden en fouillering
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 9.6.3.1. Opheffing van signaleringen in het (N)SIS
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
### 3.1. Toekennen van een vertrektermijn voor zelfstandig vertrek
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 7.4. Afwijzing
De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan.
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Ingevolge [artikel 66b, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66b) kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.3. Inwilliging
### 10.1. Protocol VRIS
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 5.3. Inhoud van het verzoek
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
### 2. Toegang
### 2.8. De beëindiging
### 6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
### 9.6.1. Inleiding
### 9.6.3.3. Rechtsmiddelen
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
### 6.1. Inleiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.4. Bezwaar en beroep
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie [artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29).
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 5.6. Inreis, toezicht en uitreis
### 3.2. Voorbereiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 7.7.1. Periodieke aanmelding ex [artikel 4.51 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.51)
### 7.7.1.1. Algemeen
### 7.8. Het inleveren van het document bedoeld in [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9)
### 7.9. Toezicht op documenten
### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling
### 7.9.2. Vervanging van identiteitspapieren
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 9. Signaleringen
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.5.1. Algemeen
### 9.6.2. Opnemen van signaleringen
### 9.6.3. Behandeling van het verzoek om opheffing van signalering
### 9.6.3.2. Opheffing van signaleringen in het OPS
### 10. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
### 9.6.4. Toegangsverlening aan een gesignaleerde vreemdeling
### 2. Zelfstandig vertrek
### 3. Vertrektermijnen
### 3. Vertrektermijnen
### 3.1. Toekennen van een vertrektermijn voor zelfstandig vertrek
### 7.7. Periodieke aanmeldingen
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 10.3. Procedurele aspecten
### 3.5. De vorm
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### 10.4.1. Inleiding
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
### 10.6.2. Ongewenstverklaring
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.1. Inleiding
### 5.3.3. De toepassing
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Zie voor de algemeen toepasselijke regels ter zake van de beslissing op de aanvraag A5/4.4.
### 10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
### 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
### 10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling. Voor vrijheidsontneming volgt dat tevens uit [artikel 15 Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=15) en artikel 5 EVRM. De in artikel 5 EVRM genoemde waarborgen zijn niet van toepassing op vrijheidsbeperkende maatregelen. Het verdragsartikel ziet alleen op vrijheidsontneming.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
### 4.2.1. De diplomatieke vertegenwoordiging wijst de aanvraag af
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### Opmerkingen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 1.2.1. Mededeling aan de IND
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 2.2. Het doel
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 2.4. De toepassing
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
### 2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
### Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 2.5. De vorm
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van [artikel 8, onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie [Richtlijn 2004/38](32004L0038), alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan [artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 1. Aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), niet mogelijk is.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
### 3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bepalingen van [hoofdstuk 8 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) zijn, met uitzondering van de in [artikel 93 tot en met 107 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)genoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). [Artikel 8, eerste lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:1) stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) en [77 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77) kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie [artikel 70 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=70)). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69)).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### 2.2. Het doel
### 3. Verblijf
### 6. Rechtsmiddelen
### 3.3. De bevoegdheid
### 3.5. De vorm
### 3.2. Het doel
### 4.1. Algemeen
### 4.3.2. De bevoegdheid
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 58, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de [Regeling Politiecellencomplex](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006557), de Penitentiaire beginselenwet en het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848). In [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50). Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 5. Medische verklaring
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van [artikel 8:41 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie [artikel 93, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
In [artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14).
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van [artikel 117, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### Toelichting
### 4.1. Algemeen
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 6.4. Schadevergoeding
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van [5.1b, eerste lid onder c Vb 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
### Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) en [96 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=96)) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01) te worden verzonden.
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
### 6. Categorie voorzieningen
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 3.5. De vorm
### 4.3.4. De beëindiging
### 3.5. Wijze van behandeling
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 5. Medische verklaring
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.3. De BVV
### 2.8. De beëindiging
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 4.1. Algemeen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 4.4. Hoger beroep
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 5. Medische verklaring
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.3. De toepassing
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
### 1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 3.2. Het doel
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### 1. Aanvrager
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
### 5.3.4.1. Het gehoor
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.8. De beëindiging
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.8. De beëindiging
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.3. Hoger Beroep
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.1. Inleiding
### 4. Rechtsmiddelen
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.3. Beroep
### 4.3. Beroep
### 4.1. Inleiding
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
### 5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
### 6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard:
### 12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
### 3.4. Verlengen van de vrijwillige vertrektermijn
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 3.4.2.2. Voorwaarden
### 4.1. Aanvragen reisdocumenten
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6. Uitzetting
Uitgeprocedeerde Amv’s ten aanzien van wie geen twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en van wie de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s is geweigerd, komen in aanmerking voor voorzieningen in Nederland totdat het vertrek geëffectueerd wordt zolang zij nog minderjarig zijn.
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.3. Inwilliging
Alle originele documenten worden aan het ontvangende land ter hand gesteld door tussenkomst van de autoriteit die de feitelijke uitvoering geeft aan de overdracht. Indien de vreemdeling per vliegtuig reist, worden de documenten in een envelop afgegeven aan de gezagvoerder van het vliegtuig die ze overhandigt aan de grensbewakingsautoriteiten van het ontvangende land.
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
### 7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
Een beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is mogelijk indien de vreemdeling zich in de situatie bevindt waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort dan wel indien de vreemdeling nimmer een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend en geen rechtmatig verblijf heeft. Hierbij is niet van belang of de uitzetting op korte termijn is gepland.
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 3. Procedurele aspecten
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 7.5.1. Algemeen
### 3.3. Uitreiking van de beschikking
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
### 7.4. Afwijzing
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 2. Gronden voor ongewenstverklaring
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
### 3. Procedurele aspecten
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of afwijzing van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
## Model M11
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing art. 4.11 Vb
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
## Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
## Model M38. TBC-formulier
Vervallen
## Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
## Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
## Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
## Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
## Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M46-A. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M46-B. Verklaring op grond van art. 44, eerste lid, onder k Boek I BW en art. 36a Wet GBA
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
Gereserveerd.
## Model M7
Gereserveerd.
## Model M8
Gereserveerd.
## Model M9
Gereserveerd.
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
## Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ([artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.8) of [8.5 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=8.5))
## Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge [artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)
## Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
## Model M21
Vervallen
## Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
## Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
## Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
## Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
## Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
## Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8.
### 2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef van het regionale politiekorps waarin het ziekenhuis is gelegen over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het [model M-111A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2014-10-01&g=2014-10-01) of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het [model M-111C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-C&z=2014-10-01&g=2014-10-01).
De niet beëdigde tolk moet:
### 7.4. Verlenen van medewerking aan identificatie
### 7.7.1.2. Ontheffing en termijnstelling
### 7.9.1. Aangifte van vermissing van documenten
### 7.9.3. Gedragslijn bij vreemdelingen zonder documenten
### 9.1.2. Het OPS
### 9.1.4. Verhouding OPS en (N)SIS
### 9.2. Soorten signaleringen
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 9.4. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 9.5.4. Bezit geldige verblijfstitel/OPS-signalering
### 9.6.3.3. Rechtsmiddelen
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzingingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 5.2.2. De toepassing
### 5.2.3. De tenuitvoerlegging
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 1. Inleiding
Voorna(a)m(en).....
### 4. Reisdocumenten
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 4. Reisdocumenten
### 4.2. Gedragslijn als geen reisdocument kan worden verkregen
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.10. Bericht van vertrek
### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 3. Procedurele aspecten
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in [artikel 6.5a Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5a). In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
### 6.2. Belangenafwegingen
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking
### 6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
### 6.5.1. Algemeen
### 6.7. Stellen van aantekeningen
### 6.9. Strafbare feiten
### 4.3.4. De beëindiging
### 7.3. De inhoud van de aanvraag
### 7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 3.2. Het doel
Overeenkomstig [artikel 4:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:7) en [4:8 Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:8) wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie [B1/9.7.2](onbekend)).
## Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
## Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
## Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
## Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
## Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
## Model M32-M34. Gereserveerd
## Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
## Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
## Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
## Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
## Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
## Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
## Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
## Model M6
## Model M7
## Model M8. Gereserveerd
## Model M9. Gereserveerd
## Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
## Model M11
Vervallen
## Model M12
Vervallen
## Model M13. Modelbeschikking ontheffing [artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.11)
## Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
## Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
## Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
## Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-I
Vervallen
## Model M35-J
Vervallen
## Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
## Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van **electronic ticketing** en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.2. Het PIL
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 9.2.1. Signalering ‘ONGEW’ (ongewenst verklaard ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67))
### 9.2.1. Signalering ‘ONGEW’ (ongewenst verklaard ex [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67))
### 9.2.3. Signalering inreisverbod (inreisverbod anders dan op grond van [artikel 66a, lid 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 9.2.2. Signalering ‘OVR’ (ongewenst vreemdeling)
### 6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
### 4. Vertrek en uitzetting
### 3. Vertrektermijnen
### 3.4.2. Procedure
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 4. Reisdocumenten
### 5.1. Algemeen
### 6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 6.2. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
### 6.3. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
### 7.1. Beleid
### 6.11. Bericht van ontruiming
### 7.2. Procedure
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
### 3. Procedurele aspecten
### 7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
### 10.1. Protocol VRIS
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 9.4. Verantwoording ontvangen gelden
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.4. Bezwaar en beroep
### 5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
### 5.1. Inleiding
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.1. Gegevens
### 6.4.3. De beschikking
### 6.5.1. Algemeen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 6.8. De duur
### 7. De behandeling van het beroep
### 7.7.1.4. Niet voldoen aan de meldplicht en vertrek van de vreemdeling
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
### 4. Vertrek en uitzetting
### 2.3. Een klacht schort het vertrek uit Nederland niet op
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
### 5.2. Procedure
### 6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
### 6.1. Algemene uitgangspunten
### 6.9. Signalering in het opsporingsregister
### 7.2.1. Beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64)
### 7.4. Afwijzing
### 7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
### 9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
### 10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
### 3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
### 2.2. Geen rechtmatig verblijf
### 3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
### 6.3.3. De beschikking
### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
### 6.5. Het inreisverbod door de IND
### 6.6. Bezwaar en beroep
### 2. Toegang
### 8. Beschikbaar houden en fouillering
### 9.3. Handelwijze bij een als ongewenst gesignaleerde vreemdeling
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 9.6.3.1. Opheffing van signaleringen in het (N)SIS
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
### 3.1. Toekennen van een vertrektermijn voor zelfstandig vertrek
### 3.3. Verkorten of onthouden van de vertrektermijn
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
### 7.2.3. Het raadplegen van het BMA
### 7.4. Afwijzing
De behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening mag in beginsel in Nederland worden afgewacht. Een verzoek om een voorlopige voorziening dient binnen 24 uur te zijn ingediend. Het indienen van dit verzoek levert geen rechtmatig verblijf op ingevolge [artikel 8 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva. De behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening mag niet hier te lande worden afgewacht indien redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich daartegen verzetten of het gevaar bestaat dat de mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst verloren zou gaan.
### 5.2. Vorm van het verzoek
### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Ingevolge [artikel 66b, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66b) kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in [artikel 6.5b Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=6.5b).
### 7.2. De vorm van de aanvraag
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de [Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823) geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
### 7.5. Rechtsmiddelen
### 7.3. Inwilliging
### 10.1. Protocol VRIS
### 2. Het inreisverbod ([artikel 66a Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=66a))
### 5.3. Inhoud van het verzoek
### 6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
### 7.4. Beoordeling van de aanvraag
### 2. Toegang
### 2.8. De beëindiging
### 6.10. Tenuitvoerlegging
### 9.6.1. Inleiding
### 9.6.3.3. Rechtsmiddelen
### 2.1. De rechtsplicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten
### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 9. Verhaal van kosten van uitzetting
### 4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
### 6.1. Inleiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 3.1. Het zich beschikbaar houden ([artikel 55, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55))
### 10.3.4. Bezwaar en beroep
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie [artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.29).
## Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
### 4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 5.6. Inreis, toezicht en uitreis
### 3.2. Voorbereiding
### 6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
### 8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
### 10.3.1. Indienen van een voorstel
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 7.7. Periodieke aanmeldingen
### 9.5. Signalering en weigering van toegang
### 3.4.2.1. Indienen verzoek
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
### 7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
### 10.3. Procedurele aspecten
### 3.5. De vorm
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 1. Inleiding
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3.1. Inleiding
### 7. Overgangsrecht
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.1. Inleiding
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.4. De procedure
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6. Rechtsmiddelen
### 6. Rechtsmiddelen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 4.2. Bezwaar
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
Deze regeling staat open voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden niet verantwoord is te achten;
### 3. Verblijfadres aanvrager
Toelichting.....
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) Op de aanvrager is de situatie van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Naam behandelend ambtenaar.....
### Toelichting
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 10.4.2. De vorm van de aanvraag
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### 10.4.1. Inleiding
### 10.4.3. De inhoud van de aanvraag
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
### 6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
### 10.5.3. Inhoud van het verzoek
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
### 10.5.4. Beoordeling van het verzoek
### 10.6.2. Ongewenstverklaring
### 10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
### 10.5.1. Inleiding
### 5.3.3. De toepassing
### 10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.2. De bevoegdheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Zie voor de algemeen toepasselijke regels ter zake van de beslissing op de aanvraag A5/4.4.
### 10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
### 6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie [model M118](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M118&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
De op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
## Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
## Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
## Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
## Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
## Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
## Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
## Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
## Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
## Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
### 10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling. Voor vrijheidsontneming volgt dat tevens uit [artikel 15 Grondwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&artikel=15) en artikel 5 EVRM. De in artikel 5 EVRM genoemde waarborgen zijn niet van toepassing op vrijheidsbeperkende maatregelen. Het verdragsartikel ziet alleen op vrijheidsontneming.
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.3. Aanmelding vreemdeling
## Model M46-A. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-B. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-C. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M46-D. Verklaring op grond van [artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=44) en [artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723&artikel=36a)
## Model M47. Garantverklaring
Vervallen
## Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
## Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
## Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
### 1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
### 1.2.2. Mededeling aan derden
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
## Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
## Model M54. Aanvraagformulier [Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017959)
### 4.2.1. De diplomatieke vertegenwoordiging wijst de aanvraag af
### 10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
### Opmerkingen
## Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
## Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
## Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
## Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
### 1.2.1. Mededeling aan de IND
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 1.4. Het lichten van vreemdelingen
### 2.2. Het doel
### Opmerkingen
### Opmerkingen
### 2.4. De toepassing
### 1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
### 2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van [artikel 6, eerste en tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6) wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
### Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 2.5. De vorm
### Opmerkingen
### 5.3.5. De duur
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6.2. Beroep bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 7. Overgangsrecht
### 3.2. Aanvragen verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf
### 4.2. Bezwaar
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in [artikel 50, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) en [artikel 4.21 Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=4.21) kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van [artikel 8, onder e, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8), zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie [Richtlijn 2004/38](32004L0038), alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
Vreemdelingennummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
@@ -10918,1768 +12212,498 @@
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### Toelichting
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
### 4. Bewijsmiddelen
### 4.1. Document voor grensoverschrijding
### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
### 4.3. Visum
### B. Afwijzing
### B. Afwijzing
### Wilt u meer informatie?
### B. Afwijzing
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering OVR
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M117-D. Aanwijzing op grond van [artikel 55 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (regulier)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Vervallen
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering OVR
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
### A. Inwilliging
### Voor wie is dit formulier?
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### Let op!
### C. Nader onderzoek
### 6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan [artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=88) een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
### Let op!
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### Hoe vult u dit formulier in?
### A. Inwilliging
### C. Nader onderzoek
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 1. Aanvrager
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Hoe verloopt de procedure?
### Hoe verloopt de procedure?
### Let op!
### 1. Aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Let op!
### A. Inwilliging
### A. Inwilliging
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 1. Aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in [artikel 50, vierde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50), niet mogelijk is.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie [Model M111-A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M111-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
### 3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model [M114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M114&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01) te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50).
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie [artikel 5.4, derde lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4)).
De bepalingen van [hoofdstuk 8 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) zijn, met uitzondering van de in [artikel 93 tot en met 107 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)genoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in [artikel 93 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93) genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van de[Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823). [Artikel 8, eerste lid, Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:1) stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van [artikel 75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=75) en [77 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=77) kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie [artikel 70 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=70)). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69)).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M1
Vervallen
## Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
## Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
## Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
## Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
## Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M3
Vervallen
## Model M4
Vervallen
## Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
## Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
### 4.3. Het inhouden van documenten
### 2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
### 2.2. Het doel
### 3. Verblijf
### 6. Rechtsmiddelen
### 3.3. De bevoegdheid
### 3.5. De vorm
### 3.2. Het doel
### 4.1. Algemeen
### 4.3.2. De bevoegdheid
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in [artikel 6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), of [artikel 58, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de [Regeling Politiecellencomplex](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006557), de Penitentiaire beginselenwet en het [Reglement grenslogies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005848). In [artikel 5.4, eerste lid, Vb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.4) is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50). Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van [artikel 50, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50) naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van [Model M122](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M122&z=2013-01-01&g=2013-01-01), op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 5. Medische verklaring
Bewaring krachtens [artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure ([artikel 39 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=39)) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van [artikel 8:41 van de Awb](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie [artikel 93, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=93)).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van [artikel 59, zesde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie [artikel 94, vijfde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94)). Op deze termijnstelling is de [Algemene Termijnenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448) van toepassing.
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
In [artikel 94, lid 2 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie [artikel 98, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=98)).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
In [artikel 117 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van [artikel 9 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=9) (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in [artikel 14 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14).
Zie [artikel 106 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=106). Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De [artikelen 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=90) (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en [93 (uitbetaling door de griffier) WvSv](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=93) zijn van overeenkomstige toepassing.
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in [artikel 28 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=28), de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van [artikel 117, tweede lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=117) behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in [artikel 118, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=118).
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### 4.1. Algemeen
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 6.4. Schadevergoeding
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van [5.1b, eerste lid onder c Vb 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.1b) de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
### Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie [artikel 94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) en [96 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=96)) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen [M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2012-10-01&g=2012-10-01) te worden verzonden.
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
### 6. Categorie voorzieningen
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het [Model M113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M113&z=2013-01-01&g=2013-01-01). De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de [Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823), op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet ([artikel 115, eerste lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=115)), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van [artikel 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=95), juncto [artikel 69, derde lid, Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=69) kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in [artikel 94, derde lid Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=94) (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6), [artikel 58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)) hoger beroep instellen bij de ABRvS. [Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) is van toepassing, met uitzondering van [artikel 84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=84) en [86 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=86).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 3.5. De vorm
### 4.3.4. De beëindiging
### 3.5. Wijze van behandeling
### Opmerkingen
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 5. Medische verklaring
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in [artikel 20 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20).
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### 4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
### 6.3. De BVV
### 2.8. De beëindiging
### 4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
### 4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van [artikel 56 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
### 4.1. Algemeen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 4.4. Hoger beroep
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 5. Medische verklaring
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 4.3.3. De toepassing
### 4.3.3. De toepassing
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
### 1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de [Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016706) van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 3.2. Het doel
### 4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
### 1. Aanvrager
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 12. Verklaring van onvermogen
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.1. Het doel
### 5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
### 5.3.4.1. Het gehoor
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
### 5.3.8. De beëindiging
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 5.3.8. De beëindiging
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.3. Hoger Beroep
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.5. Wijze van behandeling
### 3.1. Inleiding
### 4. Rechtsmiddelen
### 3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.3. Beroep
### 4.3. Beroep
### 4.1. Inleiding
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
### 5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform [model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012287&bijlage=M39-A&z=2013-01-01&g=2013-01-01)) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
### 6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van [artikel 67 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=67) ongewenst is verklaard:
### 12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van [artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=8) en kan analoog aan de situatie als bedoeld in [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
### Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
## Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
## Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
## Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
## Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
## Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
## Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
## Model M69-M74. Gereserveerd
## Model M75-A. Document I
Vervallen
## Model M75-B. Document II
Vervallen
## Model M75-C. Document III
Vervallen
## Model M75-D. Document IV
Vervallen
## Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
## Model M75-F. Document W
Vervallen
## Model M75-G. Document W2
Vervallen
## Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
## Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
## Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
## Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
## Model M77-D
Vervallen
## Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
## Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
## Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
## Model M80. EU-staat
## Model M81. Geprivilegieerdendocument
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2))
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzingingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
### 5.2.1. De bevoegdheid
### 5.2.2. De toepassing
### 5.2.3. De tenuitvoerlegging
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.3.3. De toepassing
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
### 5.3.6. De tenuitvoerlegging
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 6.1. Algemeen
### 6.1. Algemeen
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 1. Inleiding
### 1. Inleiding
### 2. Omzetting van verblijfsvergunningen
### 3.1. Inleiding
### 7. Overgangsrecht
### 3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
### 4.1. Inleiding
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op [artikel 64 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de [Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006685). Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van [Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468), Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
## Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
## Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
## Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
## Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
## Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
## Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
## Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
## Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
### 5.1. Het doel van de maatregelen van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57), [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) en [59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3. Bewaring op grond van [artikel 59 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
### 5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
### 5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.4. De procedure
### 5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
### 5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring
### 5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
### 5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6. Rechtsmiddelen
### 6. Rechtsmiddelen
### 6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 3. Behandeling van de aanvraag
### 3.5. Wijze van behandeling
### 4. Rechtsmiddelen
### 4.2. Bezwaar
### 4.3. Beroep
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
### 5. Medische verklaring
Deze regeling staat open voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden niet verantwoord is te achten;
### 3. Verblijfadres aanvrager
Toelichting.....
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) Op de aanvrager is de situatie van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) van toepassing.
### 14. Verwerking persoonsgegevens
Naam behandelend ambtenaar.....
### Toelichting
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van [artikel 64 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=64) wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### 5.2. Het zich ophouden op grond van [artikel 57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57) en [58 Vw](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58)
### 5.2.4. Bijstand van een raadsman
### 5.2.6. De beëindiging
### 5.3.2. De bevoegdheid
### 5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
### 5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
### 5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
### 5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
### 5.3.5. De duur
### 5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
### 6.2. Beroep bij de rechtbank
### 6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
### 6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
### 6.3. Hoger Beroep
### 6.4. Schadevergoeding
### 7. Overgangsrecht
### 3.2. Aanvragen verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf
### 4.2. Bezwaar
### 4.4. Hoger beroep
### 1. Aanvrager
Vreemdelingennummer.....
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### Toelichting
## Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling [B9 Vreemdelingencirculaire 2000](onbekend)
### 4. Bewijsmiddelen
### 4.1. Document voor grensoverschrijding
### 4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
### 4.3. Visum
### Voor wie is dit formulier?
### A. Inwilliging
### B. Afwijzing
### B. Afwijzing
### Hoe verloopt de procedure?
### Hoe verloopt de procedure?
### Wilt u meer informatie?
### Voor wie is dit formulier?
### C. Nader onderzoek
### Wilt u meer informatie?
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 3. Verblijfadres aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 5. Medische verklaring
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M117-D. Aanwijzing op grond van [artikel 55 van de Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) (regulier)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Vervallen
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
## Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
## Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
## Model M84-M89. Gereserveerd
## Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
## Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
## Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
## Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
## Model M93. Bericht omtrent signalering OVR
## Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
## Model M95-M99. Gereserveerd
## Model M100. Bericht van vertrek
## Model M100-A. Bericht van ontruiming
## Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
## Model M102. Maatregel ex [artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)
## Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
## Model M103-M109
## Model M110-A. Maatregel van bewaring
### A. Inwilliging
### Hoe vult u dit formulier in?
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### Let op!
### C. Nader onderzoek
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
### 6. Categorie voorzieningen
### A. Inwilliging
### A. Inwilliging
### C. Nader onderzoek
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 1. Aanvrager
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 2. Reis- en/of identiteitsdocument
### 3. Verblijfadres aanvrager
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Hoe verloopt de procedure?
### B. Afwijzing
### Let op!
### 1. Aanvrager
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Let op!
### A. Inwilliging
### Let op!
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### 8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### 5. Medische verklaring
### 6. Categorie voorzieningen
### 7. Mate van mate van zelfredzaamheid
### 9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
### 11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
### 12. Verklaring van onvermogen
### 12. Verklaring van onvermogen
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
## Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor ([artikel 59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59) juncto [artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011825&artikel=5.2) of [artikel 59a Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59a)
## Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
## Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
## Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding [artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
## Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=6)/ [50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)/ [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)/ [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=56)/ [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=57)/ [58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=58) of [59 Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=59)
## Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
## Model M115. Lichtingsverzoek
## Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
## Model M117-A. Aanwijzing ingevolge [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55) en/ of meldplicht ingevolge [artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=54)
## Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
## Model M117-C. Aanwijzing ingevolge [artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=55)
## Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
## Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
## Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
## Model M122. Mededeling toepassing [artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=50)
## Model M123-M129. Gereserveerd
## Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
## Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
## Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
## Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
## Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
## Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
## Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
## Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
## Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
## Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
## Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
## Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
## Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
## Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
## Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
## Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
### Voor wie is dit formulier?
### Hoe vult u dit formulier in?
### Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
### 10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
### 13. Bankrelatie van de aanvrager
### 14. Verwerking persoonsgegevens
### In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
### Toelichting
### Voor wie is dit formulier?
### A. Inwilliging
### B. Afwijzing
### Hoe verloopt de procedure?
### Hoe verloopt de procedure?
### Wilt u meer informatie?
### Voor wie is dit formulier?
### Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag