Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
Elke Partij zorgt ervoor dat een regelgevende instantie of andere instantie met een regelgevende functie die zij opricht of in stand houdt:
- a. onafhankelijk is van de bedrijven die zij reguleert en er geen rekenschap aan verschuldigd is, om te waarborgen dat de regelgevende functies doeltreffend worden verricht; en
- b. in soortgelijke omstandigheden onpartijdig101)Voor alle duidelijkheid: de onpartijdigheid waarvan de regelgevende instantie bij haar regelgevende werkzaamheden blijk geeft, wordt geëvalueerd aan de hand van een algemeen model of een algemene praktijk van die regelgevende instantie. handelt met betrekking tot alle ondernemingen die zij reguleert, met inbegrip van overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, en aangewezen monopolies102)Voor alle duidelijkheid: voor de sectoren waarvoor de Partijen in andere hoofdstukken van deze overeenkomst specifieke verplichtingen in verband met de regelgevende instantie zijn overeengekomen, gelden de relevante bepalingen van die andere hoofdstukken..
Elke Partij past haar wet- en regelgeving inzake overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend en aangewezen monopolies toe op een samenhangende en niet-discriminerende wijze.
Artikel 29.6. Transparantie
Een Partij („de verzoekende Partij”) die redelijkerwijs kan aannemen dat haar belangen in het kader van dit hoofdstuk worden geschaad door de commerciële activiteiten van een overheidsonderneming, een onderneming waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend, of een aangewezen monopolie van de andere Partij, kan die andere Partij („de aangezochte Partij”) verzoeken om schriftelijke informatie over de commerciële activiteiten van die entiteit die verband houden met de toepassing van dit hoofdstuk.
De verzoekende Partij neemt, in een verzoek op grond van lid 1, een verklaring op over de wijze waarop de activiteiten van de entiteit volgens die Partij haar belangen in het kader van dit hoofdstuk kunnen schaden, en specificeert welke in lid 3 genoemde informatie zij vraagt.
De aangezochte Partij verstrekt de volgende informatie overeenkomstig de leden 1 en 2:
- a. de eigendomsstructuren en de stemverhoudingen van de entiteit, het percentage van de aandelen van de entiteit dat de Partij, haar overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of aangewezen monopolies samen bezitten, en het percentage van de stemrechten dat zij daarvan samen in handen hebben;
- b. een beschrijving van de eventuele bijzondere aandelen of bijzondere stemrechten of andere rechten waarover de Partij, haar overheidsondernemingen, ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend of aangewezen monopolies beschikken, indien die rechten verschillen van de rechten die verbonden zijn aan de gewone aandelen van de entiteit;
- c. de organisatiestructuur van de entiteit en de samenstelling van de raad van bestuur of van een gelijkwaardig orgaan;
- d. een beschrijving van de overheidsdiensten of -instanties die belast zijn met de reglementering van of het toezicht op de entiteit; een beschrijving van de rapportagevereisten die haar door die overheidsdiensten of -instanties worden opgelegd; en de rechten en praktijken van die overheidsdiensten of -instanties met betrekking tot de benoeming, het ontslag of de bezoldiging van het hoger leidinggevend personeel en de leden van de raad van bestuur of een ander gelijkwaardig bestuursorgaan;
- e. de jaarlijkse inkomsten van de entiteit en de totale activa gedurende de meest recente periode van drie jaar waarvoor informatie beschikbaar is;
- f. eventuele vrijstellingen, immuniteiten en daarmee samenhangende maatregelen waarvoor de entiteit uit hoofde van de wet- en regelgeving van de aangezochte Partij in aanmerking komt; en
- g. alle aanvullende informatie over de entiteit die openbaar beschikbaar is, met inbegrip van de jaarlijkse financiële verslagen en audits door derden.
De leden 1, 2 en 3 verplichten een Partij niet tot het verstrekken van vertrouwelijke informatie waarvan de bekendmaking onverenigbaar zou zijn met haar wet- en regelgeving, de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang, of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde ondernemingen.
Indien de aangezochte Partij niet over de gevraagde informatie beschikt, deelt zij de verzoekende Partij de redenen daarvoor schriftelijk mee.
Artikel 29.7. Partijspecifieke bijlage
Artikel 29.4 is niet van toepassing met betrekking tot de niet-conforme activiteiten van overheidsondernemingen of aangewezen monopolies die een Partij vermeldt in haar lijst in bijlage 29 in overeenstemming met de voorwaarden van de lijst van de Partij.
Op verzoek van een van beide Partijen kan de Gezamenlijke Raad een besluit tot wijziging van bijlage 29 op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), vaststellen en in ieder geval wijzigingen in bijlage 29 binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in overweging nemen.
HOOFDSTUK 30. MEDEDINGINGSBELEID
Artikel 30.1. Beginselen
De Partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handel en investeringen. De Partijen erkennen dat mededingingsverstorende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.
Artikel 30.2. Regelgevingskader
Elke Partij handhaaft haar mededingingsrecht of stelt dat vast met betrekking tot alle sectoren van de economie103)Voor alle duidelijkheid: het mededingingsrecht in de Europese Unie is van toepassing op de landbouwsector overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB EU L 347 van 20.12.2013, blz. 671). en pakt de volgende praktijken op een doeltreffende manier aan:
- a. overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
- b. misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen; en
- c. fusies van ondernemingen die doeltreffende mededinging aanzienlijk hinderen, meer bepaald als gevolg van de totstandbrenging of versterking van een machtspositie.
Elke Partij zorgt ervoor dat alle ondernemingen, zowel particuliere als openbare, zijn onderworpen aan het mededingingsrecht als bedoeld in lid 1.
De toepassing van het mededingingsrecht van elke Partij mag de betrokken ondernemingen niet belemmeren in de wettelijke of feitelijke uitvoering van een aan hen opgedragen bijzondere taak van algemeen belang. Uitzonderingen op het mededingingsrecht van een Partij moeten beperkt blijven tot taken van algemeen belang en tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor het verwezenlijken van de nagestreefde doelstelling van het overheidsbeleid, en moeten transparant zijn.
Artikel 30.3. Uitvoering
Elke Partij houdt een functioneel onafhankelijke autoriteit in stand die verantwoordelijk is voor de volledige uitvoering en doeltreffende handhaving van het in artikel 30.2 bedoelde mededingingsrecht en die daartoe toereikend met bevoegdheden en middelen is uitgerust.
Elke Partij past zijn mededingingsrecht op transparante en niet-discriminerende wijze toe, met inachtneming van de beginselen van een billijke rechtsgang en van het recht van verweer van de betrokken ondernemingen, ongeacht hun nationaliteit of eigendom.
Artikel 30.4. Samenwerking
De Partijen erkennen dat het in hun gemeenschappelijk belang is de samenwerking over aangelegenheden met betrekking tot het mededingingsbeleid en de handhaving ervan te bevorderen.
Om samenwerking te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten van de Partijen informatie uitwisselen, met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels in hun respectieve wet- en regelgeving.
De mededingingsautoriteiten van de Partijen streven ernaar om, voor zover mogelijk en waar dat passend is, hun handhavingsactiviteiten bij dezelfde of verwante gedragingen of zaken te coördineren.
Artikel 30.5. Overleg
Om het wederzijdse begrip tussen de Partijen te bevorderen, of om specifieke problemen bij de interpretatie of toepassing van dit hoofdstuk te behandelen, treden de Partijen, op verzoek van een van de Partijen, onverwijld in overleg over problemen bij de interpretatie of toepassing van dit hoofdstuk104)Voor de EU-Partij fungeert het DG Concurrentie van de Europese Commissie als gesprekspartner.. De Partij die om overleg verzoekt, geeft indien relevant in haar verzoek aan in welk opzicht de aangelegenheid het handelsverkeer of investeringen tussen de Partijen ongunstig beïnvloedt.
Om het in lid 1 bedoelde overleg te vergemakkelijken, streeft elk van beide Partijen ernaar de andere Partij van relevante niet-vertrouwelijke informatie te voorzien.
Artikel 30.6. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 31. SUBSIDIES
Artikel 31.1. Beginselen
De Partijen erkennen dat subsidies kunnen worden verleend indien dat nodig is voor het bereiken van doelstellingen van het overheidsbeleid. De Partijen erkennen echter dat bepaalde subsidies de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer en de mededinging kunnen ondergraven. Daarom verleent een Partij, in principe, geen subsidies indien die een negatief effect hebben of naar verwachting kunnen hebben op de handel of de mededinging tussen de Partijen.
Artikel 31.2. Definitie en toepassingsgebied
Voor de toepassing van dit hoofdstuk is een „subsidie” een maatregel die beantwoordt aan de in artikel 1.1 van de SCM-overeenkomst genoemde voorwaarden, ongeacht of zij wordt verleend aan een onderneming die goederen levert of een onderneming die diensten verricht105)Voor alle duidelijkheid: dit artikel loopt niet vooruit op de uitkomst van toekomstige besprekingen binnen de WTO of aanverwante plurilaterale fora over de definitie van subsidies voor diensten..
Dit hoofdstuk is van toepassing op subsidies die specifiek zijn in de zin van artikel 2 van de SCM-overeenkomst.
Dit hoofdstuk is van toepassing op subsidies aan eender welke onderneming, particuliere ondernemingen en overheidsbedrijven daaronder begrepen.
Elke Partij ziet erop toe dat subsidies aan ondernemingen die belast zijn met het beheer van diensten van algemeen economisch belang, onderworpen zijn aan de regels van dit hoofdstuk, voor zover de toepassing van die regels de vervulling, in feite of in rechte, van de aan die ondernemingen toevertrouwde specifieke taken niet verhindert. Toegewezen taken zijn transparant en elke beperking of afwijking van de toepassing van de in dit hoofdstuk vastgestelde regels gaat niet verder dan noodzakelijk is om de toegewezen taken uit te voeren.
Artikel 31.5 is niet van toepassing op subsidies in verband met handel in goederen die vallen onder bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake de landbouw.
De artikelen 31.5 en 31.6 zijn niet van toepassing op de audiovisuele sector.
De artikelen 31.5 en 31.6 zijn niet van toepassing op subsidies die worden verleend om de inheemse bevolking en inheemse gemeenschappen te helpen bij hun economische ontwikkeling106)Voor de toepassing van dit lid worden onder inheemse bevolking en inheemse gemeenschappen verstaan de bevolking en gemeenschappen zoals gedefinieerd in het recht van elke Partij. Voor de EU-Partij omvat dat recht zowel het recht van de Europese Unie als het recht van elk van haar lidstaten.. Dergelijke subsidies zijn gericht, evenredig en transparant.
De artikelen 31.5 en 31.6 zijn niet van toepassing op subsidies voor het herstel van schade die is veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen.
Artikel 31.5 is niet van toepassing op subsidies die op een tijdelijke basis worden verleend om te reageren op een economische noodsituatie107)Onder „economische noodsituatie” wordt een economische gebeurtenis verstaan die een ernstige verstoring in de economie van een Partij veroorzaakt. Voor de EU-Partij wordt onder „de economie van een Partij” de economie van de Europese Unie of van een of meer van haar lidstaten verstaan.. Dergelijke subsidies moeten evenredig zijn en gericht zijn op het verhelpen van die economische noodsituatie.
De Gezamenlijke Raad kan op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), een besluit vaststellen tot wijziging van de definitie van „subsidie” in lid 1 van dit artikel, voor zover het betrekking heeft op ondernemingen die diensten verlenen, teneinde rekening te houden met het resultaat van toekomstige besprekingen in de WTO of aanverwante plurilaterale fora over dat onderwerp.
Artikel 31.3. Verhouding tot WTO-overeenkomst
Dit hoofdstuk is van toepassing onverminderd de rechten en verplichtingen van een Partij uit hoofde van artikel XV van de GATS, artikel XVI van de GATT 1994, de SCM-overeenkomst en de Overeenkomst inzake landbouw.
Artikel 31.4. Transparantie
Met betrekking tot een op haar grondgebied verleende of in stand gehouden subsidie stelt elke Partij de volgende informatie ter beschikking:
- a. de rechtsgrondslag en het oogmerk van de subsidie;
- b. de vorm van de subsidie;
- c. het bedrag van de subsidie of het bedrag dat voor de subsidie is begroot; en
- d. waar mogelijk, de naam van de ontvanger van de subsidie.
Een Partij voldoet aan de vereisten van lid 1 van dit artikel door middel van:
- a. kennisgeving op grond van artikel 25 van de SCM-overeenkomst, mits de kennisgeving alle in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie bevat en ten minste om de twee jaar wordt gedaan;
- b. kennisgeving op grond van artikel 18 van de Overeenkomst inzake de landbouw; of
- c. publicatie door of namens de Partij op een openbaar toegankelijke website, uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de subsidie is verleend of in stand is gehouden.
Artikel 31.5. Overleg
Indien een Partij van mening is dat een door de andere Partij verleende subsidie een negatief effect heeft of zou kunnen hebben voor haar handelsbelangen of voor de mededinging, kan die Partij („de verzoekende Partij”) schriftelijk haar bezorgdheid uiten aan de andere Partij („de antwoordende Partij”) en om overleg over de aangelegenheid verzoeken. Een dergelijk verzoek bevat een toelichting op de manier waarop de subsidie de handelsbelangen van de verzoekende Partij of de mededinging negatief beïnvloedt of zou kunnen beïnvloeden.
Voor de toepassing van lid 1 kan de verzoekende Partij de antwoordende Partij om de volgende informatie over de subsidie verzoeken:
- a. de rechtsgrondslag en de beleidsdoelstelling of het oogmerk van de subsidie;
- b. de vorm van de subsidie;
- c. het tijdstip en de duur van de subsidie en alle andere daarvoor geldende termijnen;
- d. de subsidiabiliteitsvoorwaarden;
- e. het totale bedrag of het jaarlijkse bedrag dat voor de subsidie is begroot;
- f. waar mogelijk, de naam van de ontvanger van de subsidie; en
- g. alle andere informatie die een beoordeling van het negatieve effect van de subsidie mogelijk maakt.
De antwoordende Partij verstrekt de op grond van lid 2 gevraagde informatie schriftelijk, uiterlijk 60 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
Indien de antwoordende Partij de op grond van de leden 2 en 3 gevraagde informatie niet of niet volledig verstrekt, licht zij de redenen daarvoor schriftelijk toe.
Indien de verzoekende Partij, na ontvangst van de gevraagde informatie en na het overleg, van mening is dat de betrokken subsidie een aanzienlijk negatief effect op haar handelsbelangen of de mededinging heeft of kan hebben, stelt de antwoordende Partij alles in het werk om dat effect weg te nemen of tot een minimum te beperken.
Artikel 31.6. Subsidies onder voorwaarden
Bij het verlenen van de volgende subsidies stelt elke Partij de volgende voorwaarden:
- a. met betrekking tot subsidies waarbij een overheid direct of indirect verantwoordelijk is voor het garanderen van schulden of verplichtingen van bepaalde ondernemingen, dat de dekking voor de schulden of verplichtingen niet onbeperkt is met betrekking tot het bedrag van die schulden of verplichtingen of dat de duur van de verantwoordelijkheid van de overheid niet onbeperkt is; en
- b. met betrekking tot subsidies aan insolvente of noodlijdende ondernemingen, zoals leningen en garanties, contanten, kapitaalinjecties, beschikbaarstelling van activa onder de marktprijs en belastingvrijstellingen, met een looptijd van meer dan een jaar, dat er een geloofwaardig herstructureringsplan is opgesteld dat is gebaseerd op realistische veronderstellingen en ervoor moet zorgen dat de insolvente of noodlijdende ondernemingen, binnen een redelijke termijn, weer levensvatbaar worden op lange termijn, en dat de onderneming, met uitzondering van kleine en middelgrote ondernemingen, zelf bijdraagt in de kosten van de herstructurering.
Lid 1, punt b), is niet van toepassing op subsidies die aan ondernemingen worden verleend als een tijdelijke liquiditeitssteun in de vorm van kredietgaranties of leningen die beperkt blijven tot het bedrag dat nodig is om een noodlijdende onderneming draaiende te houden gedurende de tijd die nodig is om een herstructurerings- of liquidatieplan vast te stellen.
Dit artikel is alleen van toepassing op subsidies die een negatief effect hebben of naar verwachting zullen hebben op de handel en mededinging van de andere Partij.
Dit artikel is niet van toepassing op subsidies:
- a. die worden verleend om ervoor te zorgen dat een bedrijf zich op ordelijke wijze uit de markt terugtrekt; of
- b. waarvan de cumulatieve bedragen of begrotingen over een periode van drie opeenvolgende jaren minder dan 170 000 SDR per onderneming bedragen.
Artikel 31.7. Gebruik van subsidies
Elke Partij ziet erop toe dat ondernemingen subsidies alleen gebruiken voor de expliciet omschreven beleidsdoelstelling waarvoor zij zijn verleend108)Voor alle duidelijkheid: wanneer een Partij daartoe de passende wetgevingskaders en administratieve procedures heeft ingesteld, wordt geacht aan de verplichting te zijn voldaan..
Artikel 31.8. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op artikel 31.5, lid 5.
Artikel 31.9. Vertrouwelijkheid
Bij het uitwisselen van informatie in het kader van dit hoofdstuk nemen de Partijen de beperkingen in acht die ingevolge hun respectieve wetgeving gelden met betrekking tot het beroeps- of zakengeheim en garanderen zij de bescherming van bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke informatie.
Indien een Partij informatie verstrekt in het kader van dit hoofdstuk, respecteert de ontvangende Partij de vertrouwelijke aard van die informatie.
HOOFDSTUK 32. INTELLECTUELE EIGENDOM
AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 32.1. Doelstellingen
Dit hoofdstuk heeft tot doel:
- a. de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve goederen en diensten tussen de Partijen te vergemakkelijken en zo bij te dragen tot een duurzamere en meer inclusieve economie voor de Partijen;
- b. de handel tussen de Partijen te vergemakkelijken en te regelen, en verstoringen van en belemmeringen voor die handel te verminderen; en
- c. een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten te bereiken.
De doelstellingen van artikel 7 van de Trips-overeenkomst zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.
Artikel 32.2. Toepassingsgebied
Elke Partij voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van de internationale verdragen op het gebied van intellectuele eigendom waarbij zij partij is, waaronder de Trips-overeenkomst.
Dit hoofdstuk vormt een aanvulling op en specificatie van de rechten en verplichtingen van elke Partij uit hoofde van de Trips-overeenkomst en andere internationale verdragen op het gebied van intellectuele eigendom.
Niets in dit hoofdstuk belet een Partij om in bepalingen van haar wetgeving strengere normen inzake de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten toe te passen, mits die bepalingen verenigbaar zijn met dit hoofdstuk. Het staat elke Partij vrij de passende methode voor de uitvoering van dit hoofdstuk binnen haar eigen rechtsstelsel en -praktijk te bepalen.
Artikel 32.3. Beginselen
De beginselen van artikel 8 van de Trips-overeenkomst zijn van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.
Rekening houdend met de aan de interne stelsels ten grondslag liggende doelstellingen van het overheidsbeleid, erkennen de Partijen de noodzaak om door middel van hun respectieve systemen voor intellectuele eigendom, met inachtneming van de beginselen van transparantie, en rekening houdend met de belangen van relevante belanghebbenden, waaronder houders van rechten, gebruikers en het publiek, het volgende te doen:
- a. innovatie en creativiteit te bevorderen; en
- b. de verspreiding van informatie, kennis, technologie, kunst en cultuur te vergemakkelijken.
Artikel 32.4. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 32-A, 32-B en 32-C wordt verstaan onder:
- a. „Berner Conventie”: de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, aangenomen te Bern op 9 september 1886 en zoals gewijzigd op 28 september 1979;
- b. „intellectuele eigendom”: alle categorieën intellectuele-eigendomsrechten die vallen onder de onderafdelingen 1 tot en met 7 van afdeling B van dit hoofdstuk of de afdelingen 1 tot en met 7 van deel II van de Trips-overeenkomst; de bescherming van intellectuele eigendom omvat de bescherming tegen oneerlijke concurrentie op grond van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;
- c. „Verdrag van Parijs”: het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd op 28 september 1979;
- d. „Verdrag van Rome”: het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961; en
- e. „WIPO”: de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom.
Artikel 32.5. Nationale behandeling
Met inachtneming van de uitzonderingen waarin reeds wordt voorzien door respectievelijk het Verdrag van Parijs, de Berner Conventie, het Verdrag van Rome of het Verdrag inzake de intellectuele eigendom met betrekking tot geïntegreerde schakelingen, aangenomen te Washington op 26 mei 1989, en het WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (WIPO Performances and Phonograms Treaty of „WPPT”), aangenomen te Genève op 20 december 1996, behandelt elke Partij voor alle onder dit hoofdstuk vallende categorieën intellectuele-eigendomsrechten onderdanen van de andere Partij niet minder gunstig dan haar eigen onderdanen wat de bescherming109)Voor de toepassing van dit lid omvat „bescherming” alle aangelegenheden die van invloed zijn op het bestaan, de verwerving, de reikwijdte, de instandhouding en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, alsook de specifiek in dit hoofdstuk behandelde aangelegenheden die van invloed zijn op het gebruik van die rechten. Voorts omvat „bescherming” voor de toepassing van dit lid ook maatregelen om de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen en maatregelen betreffende informatie over het beheer van rechten te vermijden. van intellectuele-eigendomsrechten betreft. Ten aanzien van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties geldt die verplichting alleen voor de rechten waarin dit hoofdstuk voorziet.
Een Partij kan gebruikmaken van de uit hoofde van lid 1 toegestane uitzonderingen met betrekking tot haar gerechtelijke en administratieve procedures, waaronder de verplichting voor een onderdaan van de andere Partij om op haar grondgebied domicilie te kiezen of daar een gemachtigde aan te wijzen, indien die uitzonderingen:
- a. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van de wet- of regelgeving van de betrokken Partij die niet strijdig zijn met dit hoofdstuk; en
- b. niet worden toegepast op een wijze die een verkapte beperking van de handel zou vormen.
Lid 1 is niet van toepassing op procedures in multilaterale overeenkomsten die onder auspiciën van de WIPO zijn gesloten met betrekking tot de verwerving of handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.
Artikel 32.6. Intellectuele eigendom en volksgezondheid
De Partijen erkennen het belang van de verklaring over de Trips-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 te Doha is aangenomen door de Ministeriële Conferentie van de WTO (hierna de „Verklaring van Doha” genoemd). Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk waarborgen de Partijen de consistentie met de Verklaring van Doha.
Elke Partij geeft uitvoering aan artikel 31 bis van de Trips-overeenkomst, de bijlage en het aanhangsel bij die bijlage, die op 23 januari 2017 in werking zijn getreden.
Artikel 32.7. Uitputting
Niets in dit deel van deze overeenkomst belet een Partij te bepalen of en onder welke voorwaarden de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten krachtens haar rechtsstelsel van toepassing is.
AFDELING B. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
ONDERAFDELING 1. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN
Artikel 32.8. Internationale overeenkomsten
Elke Partij bevestigt haar gehechtheid aan en houdt zich aan:
- a. de Berner Conventie;
- b. het Verdrag van Rome;
- c. het WIPO-verdrag inzake auteursrecht („WCT”), aangenomen te Genève op 20 december 1996;
- d. het WPPT; en
- e. het Verdrag van Marrakesh tot bevordering van de toegang tot gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, aangenomen te Marrakesh op 27 juni 2013.
Elke Partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs mogelijk is om het Verdrag van Peking inzake audiovisuele uitvoeringen, dat op 24 juni 2012 te Peking is aangenomen, te ratificeren of ertoe toe te treden.
Artikel 32.9. Auteurs
Elke Partij verleent auteurs het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
- b. elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
- c. de mededeling van hun werken aan het publiek, via de kabel of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en
- d. de commerciële verhuur aan het publiek van originelen of kopieën van hun computerprogramma’s of cinematografische werken.
Artikel 32.10. Uitvoerende kunstenaars
Elke Partij verleent uitvoerende kunstenaars het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de vastlegging110)Onder „vastlegging” wordt verstaan de opname van geluiden of van de weergave daarvan, door middel waarvan die kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of medegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;
- b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
- c. de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;
- d. de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek via de kabel of draadloos, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en
- e. de draadloze uitzending en mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt.
Artikel 32.11. Producenten van fonogrammen
Elke Partij verleent producenten van fonogrammen het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
- b. de distributie onder het publiek van hun fonogrammen, inclusief kopieën daarvan, door verkoop of andere overdracht van eigendom;
- c. de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek via de kabel of draadloos, op zodanige wijze dat die voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn; en
- d. de commerciële verhuur van hun fonogrammen aan het publiek.
Artikel 32.12. Omroeporganisaties
Elke Partij verleent omroeporganisaties het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de vastlegging van hun draadloze uitzendingen;
- b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun draadloze uitzendingen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook; en
- c. de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsook de mededeling aan het publiek111)Voor alle duidelijkheid: niets in dit lid belet een Partij de voorwaarden vast te stellen waaronder dat recht kan worden uitgeoefend, in overeenstemming met artikel 13, punt d), van het Verdrag van Rome. van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 32.13. Uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen112)Elke Partij kan uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen uitgebreidere rechten verlenen met betrekking tot de uitzending en mededeling aan het publiek van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen.
Elke Partij voorziet in een recht op grond waarvan door de gebruiker een enkele billijke vergoeding wordt uitgekeerd aan de uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen, wanneer een voor commerciële doeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor uitzending of mededeling aan het publiek113)Voor de toepassing van dit artikel omvat „mededeling aan het publiek” niet het op zodanige wijze per draad of langs draadloze weg beschikbaar stellen voor het publiek van fonogrammen dat het fonogram voor leden van het publiek toegankelijk zijn vanaf een door hen gekozen plaats en op een door hen gekozen tijdstip..
Elke Partij ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde enkele billijke vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen. Elke Partij kan in haar wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen die enkele billijke vergoeding verdelen wanneer daarover tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram geen overeenstemming is bereikt.
Artikel 32.14. Beschermingstermijn
De rechten van de auteur van een werk gelden gedurende het leven van de auteur en tot niet minder dan 70 jaar na het overlijden van de auteur, ongeacht de datum waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt114)Indien een Partij voorziet in een bijzondere beschermingstermijn in gevallen waarin een rechtspersoon als rechthebbende wordt aangewezen, loopt de beschermingstermijn ten minste 70 jaar na het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt..
Bij gezamenlijk auteurschap wordt de in lid 1 bepaalde beschermingstermijn berekend vanaf de dood van de laatst levende auteur.
Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de beschermingstermijn niet minder dan 70 jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Indien evenwel de door de auteur aangenomen schuilnaam geen enkele twijfel aan de identiteit van de auteur laat of de auteur zijn of haar identiteit tijdens de in dit lid aangegeven termijn openbaart, geldt de in lid 1 bepaalde beschermingstermijn.
De beschermingstermijn van cinematografische of audiovisuele werken bedraagt ten minste 70 jaar na de datum van overlijden van de laatst levende auteur. Welke personen als auteurs van een cinematografisch of audiovisueel werk moeten worden aangemerkt, wordt vastgesteld op basis van de wet- en regelgeving van de Partijen.
De rechten van omroeporganisaties vervallen 50 jaar na de datum van de eerste uitzending van een programma.
De rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen niet eerder dan 50 jaar na de datum van de vastlegging van de uitvoering; maar:
- a. indien een vastlegging van de uitvoering binnen de in dit lid bedoelde periode van 50 jaar op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek; wanneer een Partij in beide mogelijkheden voorziet, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de gebeurtenis die zich het eerst voordoet; en
- b. indien een vastlegging van de uitvoering op een fonogram binnen de in dit lid bedoelde periode van 50 jaar op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, verstrijkt de beschermingstermijn niet minder dan 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek; wanneer een Partij in beide mogelijkheden voorziet, wordt de beschermingstermijn berekend vanaf de gebeurtenis die zich het eerst voordoet.
De rechten van producenten van fonogrammen vervallen niet eerder dan 50 jaar na de vastlegging. Indien het fonogram echter binnen die termijn op geoorloofde wijze is gepubliceerd of, indien daarin is voorzien door een Partij, op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, vervallen die rechten 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of, indien daarin is voorzien door een Partij, die eerste mededeling aan het publiek. De Partijen kunnen maatregelen nemen of handhaven om ervoor te zorgen dat de winst die wordt gegenereerd in de 20 jaar van bescherming volgend op de eerste 50 jaar, eerlijk wordt verdeeld tussen de uitvoerend kunstenaars en de producenten van fonogrammen.
Artikel 32.15. Volgrecht
Elke Partij stelt ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk werk van grafische of beeldende kunst een „volgrecht” in, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het werk na de eerste overdracht door de auteur115)Niettegenstaande dit artikel kan voor Chili het eerste lid van artikel 36 van Wet nr. 17.366 van 28 augustus 1970, zoals gewijzigd bij Wet nr. 21.045 van 13 oktober 2017, van toepassing blijven met betrekking tot de berekening van royalty’s. wordt doorverkocht, een op de verkoopprijs berekend recht te ontvangen.
Het in lid 1 bedoelde volgrecht is van toepassing op elke doorverkoop waarbij actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgalerijen of andere kunsthandelaren, betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon.
Elke Partij kan bepalen dat het in lid 1 bedoelde volgrecht niet van toepassing is op een doorverkoop waarbij de verkoper het recht minder dan drie jaar vóór de doorverkoop heeft verkregen van de kunstenaar zelf en de doorverkoopprijs niet meer dan een bepaald minimumbedrag bedraagt.
Artikel 32.16. Collectief beheer van rechten
De Partijen streven ernaar de samenwerking tussen hun organisaties voor collectief beheer te bevorderen teneinde de beschikbaarheid van werken en ander beschermd materiaal op het grondgebied van de Partijen en de overdracht van inkomsten uit rechten tussen hun respectieve organisaties voor collectief beheer voor het gebruik van dergelijke werken of ander beschermd materiaal te bevorderen.
De Partijen bevorderen de transparantie van organisaties voor collectief beheer, met name wat betreft door hen geïnde inkomsten uit rechten, inhoudingen die zij toepassen op door hen geïnde inkomsten uit rechten, het gebruik van de geïnde inkomsten uit rechten, het distributiebeleid en hun repertoire.
Elke Partij zorgt ervoor dat organisaties voor collectief beheer die zijn gevestigd op haar grondgebied en een andere organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigen die is gevestigd op het grondgebied van de andere Partij, via een vertegenwoordigingsovereenkomst, worden aangemoedigd tijdig, regelmatig en zorgvuldig de aan de vertegenwoordigde organisaties voor collectief beheer verschuldigde bedragen te betalen en de vertegenwoordigde organisatie voor collectief beheer informatie te verstrekken over het namens haar geïnde bedrag aan inkomsten uit rechten en over eventuele inhoudingen op die inkomsten.
Artikel 32.17. Beperkingen en uitzonderingen
Elke Partij zorgt alleen voor beperkingen van en uitzonderingen op de in de artikelen 32.9 tot en met 32.13 bedoelde rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk of ander materiaal en die de rechtmatige belangen van de rechthebbenden niet op onredelijke wijze schaden.
Artikel 32.18. Bescherming van technische voorzieningen
Elke Partij voorziet in een adequate rechtsbescherming tegen het omzeilen van een doeltreffende technische voorziening door de persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij aldus handelt.
Elke Partij voorziet in een adequate rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van inrichtingen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die:
- a. gestimuleerd, aangeprezen of in de handel gebracht worden om doeltreffende technische voorzieningen te omzeilen;
- b. buiten de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen een commercieel doel van slechts beperkt belang dienen; of
- c. hoofdzakelijk ontworpen, geproduceerd of aangepast zijn dan wel verricht worden met het doel de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of gemakkelijker te maken.
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt onder „technische voorziening” verstaan: technologie, toestellen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander beschermd materiaal116)Voor alle duidelijkheid: „werken of ander materiaal” is niet van toepassing op werken of andere zaken waarvan de beschermingstermijn is verstreken., die niet zijn toegestaan door de houders van een auteursrecht of naburig recht overeenkomstig de wetgeving van een Partij. Technische voorzieningen worden geacht doeltreffend te zijn indien het gebruik van een beschermd werk of ander materiaal wordt gecontroleerd door de houders van het recht door de toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocedé zoals versleuteling, codering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal, of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming biedt.
Niettegenstaande de in lid 1 van dit artikel bedoelde rechtsbescherming en bij gebreke aan vrijwillige maatregelen door de houders van het recht kan elke Partij waar nodig passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de adequate rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen waarin dit artikel voorziet, niet belet dat begunstigden van overeenkomstig artikel 32.17 vastgestelde uitzonderingen of beperkingen van dergelijke uitzonderingen of beperkingen gebruik kunnen maken.
Artikel 32.19. Verplichtingen betreffende informatie over het beheer van rechten
Elke Partij voorziet in adequate rechtsbescherming tegen eenieder die bewust zonder toestemming een van de volgende handelingen verricht, indien die persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht waarin het recht van die Partij voorziet, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt:
- a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten; en
- b. de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek van werken of ander krachtens deze onderafdeling beschermd materiaal, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „informatie over het beheer van rechten” verstaan: alle door de houders van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of ander materiaal als bedoeld in dit artikel, dan wel van de auteur of een andere houder van het recht, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of ander materiaal, evenals de cijfers of codes waarin die informatie vervat ligt.
Lid 2 is van toepassing wanneer bestanddelen van de in dat lid bedoelde informatie zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal bedoeld in dit artikel.
ONDERAFDELING 2. MERKEN
Artikel 32.20. Internationale overeenkomsten
Elke Partij:
- a. voldoet aan het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, aangenomen te Madrid op 27 juni 1989, zoals gewijzigd op 12 november 2007;
- b. voldoet aan het te Genève op 27 oktober 1994 tot stand gekomen Verdrag inzake het merkenrecht en de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de goederen en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken van 15 juni 1957, zoals gewijzigd op 28 september 1979; en
- c. stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot het te Singapore op 27 maart 2006 tot stand gekomen Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht.
Artikel 32.21. Aan een merk verbonden rechten
Elke Partij bepaalt dat de houder van een ingeschreven merk het uitsluitende recht heeft derden die geen toestemming van de houder hebben, te beletten in het economische verkeer gebruik te maken van dezelfde of soortgelijke tekens als die waarvoor het merk is ingeschreven, wanneer dat gebruik tot verwarring zou kunnen leiden. In het geval van het gebruik van een identiek teken voor identieke goederen of diensten wordt het vermoeden van verwarring verondersteld.
Artikel 32.22. Inschrijvingsprocedure
Elke Partij voorziet in een systeem voor de inschrijving van merken waarbij elke definitieve negatieve beslissing van het betrokken merkenbureau, met inbegrip van een gedeeltelijke weigering om in te schrijven, naar behoren wordt gemotiveerd en schriftelijk aan de betrokkene wordt medegedeeld.
Elke Partij voorziet in de mogelijkheid voor derden om zich te verzetten tegen aanvragen voor of, naargelang de wetgeving van die Partij, inschrijvingen van merken. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir.
Elke Partij voorziet in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en inschrijvingen van merken.
Artikel 32.23. Algemeen bekende merken
Om uitvoering te geven aan de bescherming van algemeen bekende merken als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de Trips-overeenkomst, bevestigen de Partijen het belang van de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende merken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20 tot en met 29 september 1999.
Artikel 32.24. Uitzonderingen op aan een merk verbonden rechten
Elke Partij:
- a. zorgt voor een eerlijk gebruik van beschrijvende termen als beperkte uitzondering op de aan een merk verbonden rechten; en
- b. kan in andere beperkte uitzonderingen voorzien.
Lid 1 is van toepassing mits bij de uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houders van de merken en van derden.
Het merk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van het volgende:
- a. zijn naam of adres;
- b. aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de goederen of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de goederen of diensten; of
- c. het merk, wanneer dat nodig is om de bestemming van een goed of dienst, met name als accessoire of onderdeel, aan te geven.
Lid 3 is van toepassing wanneer het gebruik door de derde plaatsvindt volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel117)Als alternatief kan een Partij het gebruik afhankelijk stellen van de voorwaarde dat dat niet misleidend is of verwarring schept bij het relevante deel van het publiek..
Een Partij kan bepalen dat het merk de houder niet het recht verleent een derde te verbieden om in het handelsverkeer gebruik te maken van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis binnen de grenzen van het grondgebied waarin het erkend wordt, wanneer dat recht erkend is door het recht van die Partij.
Artikel 32.25. Gronden van verval
Elke Partij zorgt ervoor dat een merk kan komen te vervallen wanneer het in een ononderbroken periode van vijf jaar niet normaal op het desbetreffende grondgebied is gebruikt voor de goederen of diensten waarvoor het is ingeschreven, en er geen geldige reden is voor niet-gebruik ervan. Een Partij kan echter bepalen dat de vervallenverklaring van een merk niet kan worden gevorderd wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de vijfjarige periode en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt. Het begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden vóór de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, met dien verstande dat de periode van drie maanden ten vroegste na het verstrijken van de ononderbroken periode van vijf jaar van het niet gebruiken is ingegaan, wordt echter niet in aanmerking genomen indien de voorbereiding voor het begin van gebruik of het hernieuwd gebruik pas getroffen is nadat de merkhouder er kennis van heeft gekregen dat de vordering tot vervallenverklaring kan worden ingesteld.
Een merk kan ook komen te vervallen indien het na de datum van inschrijving door toedoen of nalaten van de merkhouder de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een goed of dienst waarvoor het is ingeschreven118)Een merk kan eveneens vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven, als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder of met zijn toestemming, voor de goederen of diensten waarvoor het ingeschreven is, het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van die goederen of diensten..
Artikel 32.26. Aanvragen te kwader trouw
Een merk kan nietig worden verklaard wanneer de aanvraag om inschrijving van het merk te kwader trouw is ingediend. Elke Partij kan ook bepalen dat een dergelijk merk niet wordt ingeschreven.
ONDERAFDELING 3. MODELLEN119)Wanneer in dit hoofdstuk naar tekeningen of modellen wordt verwezen, worden zij beschouwd als verwijzingen naar ingeschreven tekeningen of modellen van nijverheid.
Artikel 32.27. Internationale overeenkomsten
Elke Partij stelt alles in het werk wat redelijkerwijs in haar vermogen ligt om toe te treden tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid, aangenomen te Genève op 2 juli 1999.
Artikel 32.28. Bescherming van ingeschreven modellen120)De Unie verleent ook bescherming aan het niet-ingeschreven model wanneer dat voldoet aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB EU L 3 van 5.1.2002, blz. 1).
Elke Partij voorziet in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn121)Een Partij kan in haar wetgeving ook vereisen dat modellen een individueel karakter moeten hebben. Een model heeft volgens de EU-Partij een eigen karakter als de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.. In die bescherming wordt voorzien door inschrijving, die overeenkomstig het bepaalde in dit artikel de houder van het recht een exclusief recht verleent.
Een houder van een ingeschreven model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, ten minste te beletten producten te vervaardigen, te verkopen, in of uit te voeren of te gebruiken, die het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dat om commerciële redenen gebeurt, wanneer daarmee zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het model of wanneer dat niet in overeenstemming is met een eerlijke handelspraktijk.
Een model dat is toegepast op of verwerkt in een product dat een onderdeel van een samengesteld product vormt, wordt slechts geacht nieuw of oorspronkelijk te zijn:
- a. voor zover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde product is verwerkt, bij normaal gebruik van het samengestelde product zichtbaar blijft, en
- b. voor zover zichtbare kenmerken van het onderdeel als bedoeld in punt a) als zodanig aan het vereiste inzake nieuwheid of oorspronkelijkheid voldoen.
Onder „normaal gebruik” in de zin van lid 3, punt a), wordt verstaan: het gebruik door de eindgebruiker, met uitzondering van handelingen in verband met onderhoud, service of reparatie.
Artikel 32.29. Duur van de bescherming
De beschermingsduur bedraagt ten minste 15 jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag.
Artikel 32.30. Uitzonderingen en uitsluitingen
Elke Partij kan beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen vaststellen, mits die uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de houder van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.
De bescherming van modellen strekt zich niet uit tot modellen die hoofdzakelijk door technische of functionele overwegingen worden bepaald.
Een model geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een product die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het product waarin het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander product te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander product te kunnen plaatsen, zodat elk van beide producten zijn eigen functie kan vervullen.
In afwijking van lid 3 kan een model inherent zijn aan een model dat tot doel heeft binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare producten mogelijk te maken.
Artikel 32.31. Verband met auteursrecht
Een model kan vanaf de datum waarop het is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van een Partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, worden door elke Partij vastgesteld.
ONDERAFDELING 4. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN
Artikel 32.32. Definitie en toepassingsgebied
Voor de toepassing van dit deel van deze overeenkomst wordt onder een „geografische aanduiding” een aanduiding verstaan die aangeeft dat goederen van oorsprong zijn uit het grondgebied van een Partij, of uit een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de goederen hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan de geografische oorsprong ervan.
Deze onderafdeling is van toepassing op geografische aanduidingen waarmee de in bijlage 32-C vermelde producten worden geïdentificeerd.
De Partijen komen overeen na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te overwegen om het toepassingsgebied van de geografische aanduidingen waarop deze onderafdeling betrekking heeft, uit te breiden tot andere productsoorten met geografische aanduidingen die niet onder lid 2 vallen, en met name tot ambachtelijke producten, door rekening te houden met de ontwikkelingen in de wetgeving van de Partijen.
Een Partij beschermt geografische aanduidingen van de andere Partij overeenkomstig deze onderafdeling, mits die geografische aanduidingen in het land van oorsprong als zodanig worden beschermd.
Artikel 32.33. Opgenomen geografische aanduidingen
Na zowel de in bijlage 32-A bedoelde wetgeving van de andere Partij als de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen van de andere Partij te hebben onderzocht en passende publiciteitsmaatregelen te hebben getroffen, overeenkomstig haar wetgeving en gebruiken, beschermt elke Partij de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen van de andere Partij overeenkomstig het in deze onderafdeling vastgestelde beschermingsniveau.
Artikel 32.34. Wijziging van de lijst van geografische aanduidingen
De Partijen zijn het erover eens dat de lijst van geografische aanduidingen in bijlage 32-C op grond van artikel 32.40, lid 1, kan worden gewijzigd. Een eventuele toevoeging door een partij aan haar lijst van geografische aanduidingen in bijlage 32-C mag na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst om de drie jaar maximaal 45 geografische aanduidingen omvatten. De Partijen voegen nieuwe geografische aanduidingen na afronding van de bezwaarprocedure overeenkomstig de criteria van bijlage 32-B en na onderzoek van de geografische aanduidingen, naar tevredenheid van beide Partijen toe.
Als een wijziging van de lijst van geografische aanduidingen in bijlage 32-C betrekking heeft op een kleine verandering die verband houdt met de spelling van een in de lijst vermelde geografische aanduiding of de verwijzing naar de benaming van het geografische gebied waaraan die aanduiding kan worden toegeschreven, is de procedure van artikel 32.40, lid 4, van toepassing.
Toevoegingen of wijzigingen van een geografische aanduiding op grond van lid 1 of lid 2 worden met instemming van beide Partijen vastgesteld.
Artikel 32.35. Reikwijdte van bescherming van geografische aanduidingen
De in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen, evenals die welke op grond van artikel 32.34 zijn toegevoegd, worden beschermd tegen:
- a. elk commercieel gebruik van de geografische aanduiding voor een product dat van hetzelfde type is en dat:
- i. niet van oorsprong is uit de in bijlage 32-C voor die geografische aanduiding vermelde plaats van oorsprong; of
- ii. weliswaar van oorsprong is uit de plaats van oorsprong die in bijlage 32-C voor die geografische aanduiding is vermeld, maar dat niet is geproduceerd of vervaardigd overeenkomstig het bij de beschermde benaming horende productdossier, zelfs wanneer die benaming vergezeld gaat van vermeldingen als „genre”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „smaak” of soortgelijke vermeldingen;
- b. het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van een product waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat het product in kwestie zijn oorsprong heeft in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het risico inhoudt van misleiding van het publiek ten aanzien van de geografische oorsprong van het product;
- c. elk gebruik dat een daad van oneerlijke concurrentie vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs, met inbegrip van de exploitatie van de reputatie van een geografische aanduiding of een onjuiste of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, oorsprong, aard of essentiële kwaliteiten van het product op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of in de documenten betreffende de goederen zelf, en elke praktijk die de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product.
Beschermde geografische aanduidingen worden op de respectieve grondgebieden van de Partijen geen soortnamen.
Er bestaat geen verplichting uit hoofde van deze onderafdeling om geografische aanduidingen te beschermen die in het gebied van oorsprong niet of niet langer beschermd zijn.
Een Partij sluit niet uit dat de bescherming of erkenning van een geografische aanduiding door de bevoegde autoriteiten op het grondgebied van oorsprong kan worden geannuleerd op grond van het feit dat de beschermde of erkende aanduiding niet langer voldoet aan de voorwaarden op grond waarvan de bescherming of erkenning oorspronkelijk op het grondgebied van oorsprong was verleend.
Elke Partij stelt de andere Partij ervan in kennis indien een geografische aanduiding in haar grondgebied van oorsprong niet langer wordt beschermd. Een dergelijke kennisgeving vindt plaats overeenkomstig de in artikel 32.40 vastgestelde procedures.
Niets in deze onderafdeling doet afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve indien die naam wordt gebruikt om het publiek te misleiden.
De uit hoofde van deze onderafdeling geboden bescherming geldt voor de vertaling van de in bijlage 32-C vermelde geografische aanduidingen indien het gebruik van een dergelijke vertaling het risico inhoudt het publiek te misleiden.
Wanneer een vertaling van een geografische aanduiding identiek is met generieke of beschrijvende termen, waaronder zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, dan wel in de omgangstaal gebruikelijke benamingen als soortnaam voor een product op het grondgebied van een Partij of die omvat, of wanneer een geografische aanduiding niet identiek is met een dergelijke benaming maar die omvat, doen de bepalingen van deze onderafdeling geen afbreuk aan het recht van een persoon om die benaming in samenhang met dat product te gebruiken.
De bescherming uit hoofde van deze onderafdeling is niet van toepassing op een afzonderlijk bestanddeel van een term met meerdere bestanddelen die beschermd wordt als een in aanhangsel 32-C-1 vermelde geografische aanduiding, indien het afzonderlijke bestanddeel122)Zoals bepaald in aanhangsel 32-C-1, dat termen bevat waarvoor geen bescherming wordt gevraagd. een term is die in de omgangstaal gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het bijbehorende product.
Niets in deze onderafdeling belet dat op het grondgebied van een Partij met betrekking tot een product gebruik wordt gemaakt van een naam van een planten- of dierenras123)In de toelichting in bijlage 32-C zijn de planten- en dierenrassen gedefinieerd waarvan het gebruik niet mag worden verhinderd..
Voor nieuwe geografische aanduidingen die een Partij overeenkomstig artikel 32.34 wenst toe te voegen, verplicht niets een Partij ertoe een geografische aanduiding te beschermen die identiek is aan de term die in de omgangstaal gebruikelijk is op het grondgebied van die Partij124)Wanneer een partij bij het nemen van een besluit over het toevoegen van een nieuwe geografische aanduiding bepaalt of bij een term sprake is van een term die in de omgangstaal op het grondgebied van de Partij gebruikelijk is als de gebruikelijke benaming voor het betrokken product, hebben de autoriteiten van een partij de bevoegdheid rekening te houden met de wijze waarop consumenten de term op het grondgebied van die Partij begrijpen. Factoren die relevant zijn voor een dergelijke opvatting door de consument kunnen onder meer zijn: a) of de benaming wordt gebruikt om te verwijzen naar het soort product in kwestie, zoals aangegeven door competente bronnen zoals woordenboeken, kranten en relevante websites; of b) hoe het product waarnaar met de benaming wordt verwezen op het grondgebied van die Partij op de markt en in de handel wordt gebracht. als de gebruikelijke benaming voor het betrokken product.
Artikel 32.36. Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
Een naam die uit hoofde van deze onderafdeling als een geografische aanduiding wordt beschermd, mag worden gebruikt door elke marktdeelnemer die een product in de handel brengt dat in overeenstemming is met het desbetreffende productdossier.
Een naam die uit hoofde van deze onderafdeling als een geografische aanduiding wordt beschermd, is niet onderworpen aan registratie van gebruikers of verdere kosten.
Artikel 32.37. Verband tussen merken en geografische aanduidingen
De Partijen weigeren een merk in te schrijven waarvan het gebruik in strijd zou zijn met artikel 32.35 en dat betrekking heeft op hetzelfde type product als de geografische aanduiding, op voorwaarde dat de aanvraag tot inschrijving van een dergelijk merk is ingediend na de datum waarop de bescherming van de geografische aanduiding op het grondgebied van de betrokken Partij is aangevraagd.
Merken die in strijd met lid 1 zijn ingeschreven, worden ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende ongeldig verklaard overeenkomstig de wetgeving en de praktijk van de Partijen.
Voor de in artikel 32.33 bedoelde geografische aanduidingen wordt de datum van indiening van de aanvraag tot bescherming als bedoeld in de leden 1 en 2, op 1 november 2022 gesteld.
Voor geografische aanduidingen die overeenkomstig artikel 32.34 aan bijlage 32-C worden toegevoegd, is de datum van indiening van de aanvraag tot bescherming de datum van toezending aan de andere Partij van een verzoek om bescherming van een geografische aanduiding, mits de in artikel 32.34 bedoelde procedure tot wijziging van de lijst van beschermde geografische aanduidingen met succes is afgerond.
De Partijen beschermen geografische aanduidingen ook wanneer er een ouder merk bestaat. Een ouder, te goeder trouw ingeschreven merk kan worden verlengd en kan wijzigingen ondergaan waarvoor een nieuwe aanvraag voor merken moet worden ingediend, mits die wijzigingen de bescherming van geografische aanduidingen niet ondermijnen en er geen redenen zijn om het merk krachtens het recht van de Partijen ongeldig te verklaren.
Voor de toepassing van lid 5 wordt onder een „ouder merk” verstaan: een merk waarvan het gebruik strijdig is met artikel 32.35, waarvoor te goeder trouw, op het grondgebied van een Partij een aanvraag om inschrijving is ingediend, of door gebruik rechten zijn verworven mits de betrokken wetgeving in die mogelijkheid voorziet, vóór de datum waarop de aanvraag voor bescherming van de geografische aanduiding door de andere Partij in het kader van deze overeenkomst is ingediend.
Artikel 32.38. Handhaving van de bescherming
Elke Partij zorgt voor handhaving van de bescherming waarin wordt voorzien in de artikelen 32.36 tot en met 32.37 door middel van een administratieve maatregel op verzoek van een belanghebbende. Elke Partij voorziet in het kader van haar wetgeving en praktijk in aanvullende administratieve en gerechtelijke stappen om het onrechtmatig gebruik van beschermde geografische aanduidingen te voorkomen of te beëindigen.
Artikel 32.39. Algemene voorschriften
Van een Partij wordt niet verlangd dat zij uit hoofde van deze onderafdeling een naam beschermt als geografische aanduiding indien die naam conflicteert met de naam van een planten- of dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.
Indien geografische aanduidingen van de Partijen gelijkluidend zijn, wordt elke geografische aanduiding van de ene Partij door de andere Partij beschermd, mits er in de praktijk voldoende onderscheid is tussen de voorwaarden voor het gebruik en de presentatie van de namen teneinde de consument niet te misleiden.
Indien een Partij in het kader van bilaterale onderhandelingen met een derde land voorstelt om een geografische aanduiding van dat derde land te beschermen die gelijkluidend is met een geografische aanduiding van de andere Partij, stelt zij de andere Partij in kennis, die de gelegenheid krijgt opmerkingen te maken voordat de bescherming van de geografische aanduiding van kracht wordt.
De invoer, uitvoer en afzet van producten die overeenkomen met de in bijlage 32-C opgenomen geografische aanduidingen, vinden plaats overeenkomstig de wet- en regelgeving die van toepassing is op het grondgebied van de Partij waar de producten op de markt worden gebracht.
Vragen die rijzen met betrekking tot de productspecificaties van beschermde geografische aanduidingen worden door het in artikel 32.40 bedoelde subcomité behandeld.
De uit hoofde van deze onderafdeling beschermde geografische aanduidingen kunnen alleen worden ingetrokken door de Partij waaruit het product van oorsprong is. Een Partij stelt de andere Partij ervan in kennis indien een in bijlage 32-C opgenomen geografische aanduiding op haar grondgebied niet langer wordt beschermd. Na die kennisgeving wordt bijlage 32-C gewijzigd op grond van artikel 32.40, lid 3.
Voor zover in deze onderafdeling wordt verwezen naar een productspecificatie, wordt daaronder verstaan een specificatie die door de autoriteiten van de Partij waaruit het product van oorsprong is, is goedgekeurd, met inbegrip van eveneens goedgekeurde wijzigingen.
Artikel 32.40. Subcomité, samenwerking en transparantie
Voor de toepassing van deze onderafdeling kan het in artikel 32.66 bedoelde subcomité de Gezamenlijke Raad aanbevelen om op grond van artikel 8.5, lid 1, punt a), wijzigingen aan te brengen in:
- a. bijlage 32-A met betrekking tot de verwijzingen naar het recht dat van toepassing is in de Partijen;
- b. bijlage 32-B met betrekking tot de criteria die in de bezwaarprocedure moeten worden opgenomen; en
- c. bijlage 32-C met betrekking tot de geografische aanduidingen.
Voor de toepassing van deze onderafdeling is het in artikel 32.66 bedoelde subcomité verantwoordelijk voor het uitwisselen van informatie over:
- a. ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en beleid inzake geografische aanduidingen;
- b. geografische aanduidingen met het oog op de bescherming ervan overeenkomstig deze onderafdeling; en
- c. andere aangelegenheden van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen.
Na de in artikel 32.39, lid 6, bedoelde kennisgeving beveelt het subcomité de Gezamenlijke Raad aan bijlage 32-C overeenkomstig lid 1, punt c), van dit artikel te wijzigen teneinde de bescherming uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst te beëindigen.
In geval van een kleine wijziging die betrekking heeft op de spelling van een in de lijst opgenomen geografische aanduiding of op de verwijzing naar de benaming van het geografische gebied waaraan die aanduiding kan worden toegeschreven, stelt een Partij de andere Partij in het subcomité van die wijziging in kennis, samen met een toelichting. Het subcomité beveelt de Gezamenlijke Raad aan om bijlage 32-C, op grond van artikel 8.5, lid 6, punt a), met die kleine wijziging aan te passen.
De Partijen houden rechtstreeks of via het subcomité contact over alle aangelegenheden met betrekking tot de uitvoering en werking van deze onderafdeling. In het bijzonder kan een Partij de andere Partij verzoeken om informatie betreffende productspecificaties en de wijzigingen ervan, evenals betreffende de contactpunten voor de administratieve handhaving.
De Partijen kunnen de productspecificaties, of een samenvatting daarvan, en de contactpunten voor administratieve handhaving die betrekking hebben op grond van deze onderafdeling beschermde geografische aanduidingen van de andere Partij, openbaar maken.
Artikel 32.41. Andere bescherming
Deze onderafdeling is van toepassing onverminderd de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van de WTO-overeenkomst of andere multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-eigendomsrechten waarbij de EU-Partij en Chili partij zijn.
Deze onderafdeling laat het recht om te verzoeken om erkenning en bescherming van een geografische aanduiding uit hoofde van de desbetreffende wetgeving van de Partijen onverlet.
ONDERAFDELING 5. OCTROOIEN
Artikel 32.42. Internationale overeenkomsten
Elke Partij125)Voor de EU-Partij wordt aan de verplichting uit hoofde van dit artikel door de lidstaten voldaan. voldoet aan het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, gedaan te Washington op 19 juni 1970, zoals gewijzigd op 28 september 1979, laatstelijk gewijzigd op 3 oktober 2001.
Artikel 32.43. Aanvullende bescherming bij vertraging bij het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen van farmaceutische producten
De Partijen erkennen dat farmaceutische producten die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen of van een sanitaire vergunning kunnen worden onderworpen voordat zij in de handel worden gebracht.
Elke Partij voorziet in een adequaat en doeltreffend mechanisme waarmee in een aanvullende beschermingstermijn wordt voorzien om de octrooihouder te compenseren voor de verkorting van de effectieve duur van het octrooibescherming als gevolg van onredelijke vertragingen126)Voor de toepassing van dit artikel omvat een onredelijke vertraging een vertraging van meer dan twee jaar voor het eerste inhoudelijke antwoord aan de aanvrager na de datum van de indiening van de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen of voor een sanitaire vergunning. Vertragingen bij de afgifte van een vergunning voor het in de handel brengen of van een sanitaire vergunning die het gevolg is van tijdvakken die aan de aanvrager kunnen worden toegerekend of van enig tijdvak waarop de met de afgifte van de vergunning voor het in de handel brengen of van de sanitaire registratie belaste autoriteit geen vat heeft, hoeven bij de vaststelling van die vertraging niet in aanmerking te worden genomen. bij de afgifte van de eerste vergunning voor het in de handel brengen of de sanitaire vergunning op haar grondgebied. De aanvullende beschermingstermijn bedraagt niet meer dan vijf jaar.
Niettegenstaande lid 2 kan een Partij, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, voorzien in verdere bescherming van een product dat door een octrooi wordt beschermd en dat onderworpen is geweest aan een procedure voor een vergunning voor het in de handel brengen of voor een sanitaire vergunning, teneinde de octrooihouder te compenseren voor de vermindering van de effectieve octrooibescherming. De duur van die verdere bescherming bedraagt niet meer dan vijf jaar127)Die maximale duur laat een eventuele verdere verlenging van de beschermingstermijn onverlet voor geneesmiddelen waarvoor kindergeneeskundige studies zijn verricht, en mits de resultaten van die studies in de productinformatie worden weerspiegeld..
Voor alle duidelijkheid: bij de uitvoering van de verplichtingen van dit artikel kan elke Partij voorwaarden en beperkingen opleggen, mits de Partij uitvoering blijft geven aan dit artikel.
Elke Partij stelt alles in het werk om aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen of voor een sanitaire vergunning voor farmaceutische producten tijdig en op doeltreffende wijze te verwerken, teneinde onredelijke of onnodige vertragingen te vermijden. Om onredelijke vertragingen te vermijden, kan een Partij procedures vaststellen of handhaven die de verwerking van aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen of voor een sanitaire vergunning bespoedigen.
ONDERAFDELING 6. BESCHERMING VAN NIET OPENBAAR GEMAAKTE INFORMATIE
Artikel 32.44. Reikwijdte van bescherming van bedrijfsgeheimen
Wanneer zij haar verplichting tot naleving van de Trips-overeenkomst vervult, met name de leden 1 en 2 van artikel 39, voorziet elke Partij in passende civielrechtelijke procedures en maatregelen zodat de houder van een bedrijfsgeheim het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dat geschiedt in strijd met eerlijke handelsgebruiken, kan voorkomen en er schadeloosstelling voor kan krijgen.
Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:
- a. „bedrijfsgeheim”: informatie die:
- i. geheim is in de zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)