Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
De Partijen treden in overleg teneinde een voor beide Partijen bevredigende oplossing van de aangelegenheid te bereiken, rekening houdend met de mogelijkheden voor samenwerking met betrekking tot de aangelegenheid. Ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met de in dit hoofdstuk bedoelde multilaterale overeenkomsten nemen de Partijen informatie in aanmerking van de IAO of van desbetreffende organen die in het kader van die overeenkomsten zijn opgericht. Indien relevant kunnen de Partijen overeenkomen advies in te winnen bij dergelijke organisaties of instanties of andere deskundigen of instanties die zij geschikt achten om hen bij het overleg bij te staan.
Indien de Partijen er niet in slagen de aangelegenheid op te lossen binnen 60 dagen na de indiening van het schriftelijk verzoek om overleg op grond van lid 1, kan elke Partij door indiening van een schriftelijk verzoek bij het contactpunt van de andere Partij, verzoeken dat het subcomité wordt bijeengeroepen om de kwestie te onderzoeken. Het subcomité komt onverwijld bijeen en probeert overeenstemming te bereiken over een oplossing van de aangelegenheid.
Elke Partij of het op grond van lid 7 van dit artikel bijeengeroepen subcomité kan, waar passend, de standpunten van de in artikel 40.6 bedoelde interne raadgevende groepen of ander deskundig advies inwinnen.
Als de Partijen de aangelegenheid kunnen oplossen, documenteren zij het resultaat, inclusief, waar passend, specifieke stappen en tijdschema’s die zijn overeengekomen. De Partijen maken het resultaat toegankelijk voor het publiek, tenzij zij anders overeenkomen.
Artikel 33.22. Deskundigenpanel
Indien de Partijen er niet in slagen de aangelegenheid op te lossen binnen 60 dagen na de indiening van een schriftelijk verzoek tot het bijeengeroepen van het subcomité als bedoeld in artikel 33.21, lid 7, of, indien een dergelijk verzoek niet is ingediend, binnen 120 dagen na de indiening van een schriftelijk verzoek om overleg op grond van artikel 33.21, lid 1, kan de verzoekende Partij verzoeken om de instelling van een panel van deskundigen om de aangelegenheid te onderzoeken.
Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk ingediend bij het contactpunt van de antwoordende Partij. In het verzoek worden de redenen voor het verzoek tot instelling van een deskundigenpanel uiteengezet, met inbegrip van een voldoende specifieke beschrijving van de aangelegenheid in kwestie, en wordt uitgelegd hoe die aangelegenheid een inbreuk vormt op specifieke bepalingen van dit hoofdstuk.
Tenzij in dit artikel anders is bepaald, zijn de artikelen 38.6, 38.10 en 38.13, artikel 38.14, lid 1, de artikelen 38.15 en 38.19, artikel 38.20, lid 2, en de artikelen 38.21, 38.22, 38.24, 38.32, 38.33, 38.34 en 38.35, alsook het reglement van orde in bijlage 38-A en de gedragscode in bijlage 38-B, van overeenkomstige toepassing.
Het subcomité doet het Gemengd Comité tijdens zijn eerste bijeenkomst een aanbeveling met ten minste 15 personen die bereid en in staat zijn om zitting te nemen in het deskundigenpanel. Op basis van die aanbeveling stelt het Gemengd Comité uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst van dergelijke personen op. De lijst bestaat uit drie deellijsten:
- a. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van de EU-Partij is opgesteld;
- b. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van Chili is opgesteld; en
- c. een deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die als voorzitter van het deskundigenpanel zullen fungeren.
Elke deellijst bevat ten minste vijf personen. Het Gemengd Comité ziet erop toe dat de lijst actueel wordt gehouden en ten minste uit dat minimumaantal personen blijft bestaan.
De in lid 3 bedoelde personen beschikken over gespecialiseerde kennis of deskundigheid op het gebied van arbeids- of milieurecht, kwesties waarop dit hoofdstuk betrekking heeft, of de beslechting van geschillen in het kader van internationale overeenkomsten. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de onenigheid, zijn niet verbonden aan de regering van een van de Partijen, en voldoen aan de voorschriften van de gedragscode in bijlage 38-B.
Wanneer het deskundigenpanel wordt samengesteld volgens de procedures van artikel 38.6, leden 3, 4 en 6, worden de deskundigen geselecteerd uit de relevante deellijsten als bedoeld in lid 3 van dit artikel.
Tenzij de Partijen binnen vijf dagen na de datum van instelling van het deskundigenpanel anders overeenkomen, luidt het mandaat ervan als volgt:
„in het licht van de desbetreffende bepalingen van hoofdstuk 33 van de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, de aangelegenheid onderzoeken die is beschreven in het verzoek tot instelling van het deskundigenpanel, en overeenkomstig 33.23 van die overeenkomst, een verslag met bevindingen en aanbevelingen voor de beslechting van de aangelegenheid voorleggen”.
Met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de multilaterale overeenkomsten waarnaar in dit hoofdstuk wordt verwezen, moet het deskundigenpanel informatie inwinnen bij de IAO of de bevoegde organen die in het kader van die overeenkomsten zijn opgericht, met inbegrip van eventuele relevante beschikbare richtsnoeren voor uitlegging, bevindingen of besluiten van de IAO en die organen. Die informatie wordt meegedeeld aan beide Partijen, zodat zij daarover opmerkingen kunnen maken.
Het deskundigenpanel legt de bepalingen van dit hoofdstuk uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd.
Het deskundigenpanel legt de Partijen een tussentijds verslag en een eindverslag voor met de vastgestelde feiten, de toepasselijkheid van de relevante bepalingen en de motivering van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen.
Het deskundigenpanel legt binnen 100 dagen na de datum waarop het is ingesteld, aan de Partijen het tussentijds verslag voor. Indien het panel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het deskundigenpanel de Partijen daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het deskundigenpanel voornemens is zijn tussentijds verslag voor te leggen. De Partijen kunnen in onderling overleg de in dit lid vermelde termijn verlengen.
Een Partij kan binnen 25 dagen na de voorlegging van het tussentijds verslag bij het panel een met redenen omkleed verzoek om herziening van bepaalde aspecten van het tussentijds verslag indienen. Een Partij kan binnen 15 dagen na de datum van indiening van het verzoek van de andere Partij haar opmerkingen over dat verzoek kenbaar maken.
Na het verzoek en de opmerkingen in overweging te hebben genomen, stelt het deskundigenpanel het eindverslag op. Wanneer binnen de in lid 12 bedoelde termijn geen verzoek om herziening van bepaalde aspecten van het tussentijds verslag wordt ingediend, wordt het tussentijds verslag het eindverslag van het deskundigenpanel.
Het deskundigenpanel legt binnen 175 dagen na de datum waarop dat deskundigenpanel is ingesteld, aan de Partijen zijn eindverslag voor. Indien het deskundigenpanel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het deskundigenpanel de Partijen daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het deskundigenpanel voornemens is zijn eindverslag voor te leggen. De Partijen kunnen in onderling overleg de in dit lid vermelde termijn verlengen.
In het eindverslag wordt elk schriftelijk verzoek van de Partijen met betrekking tot het tussentijds verslag besproken en wordt duidelijk ingegaan op eventuele opmerkingen die door de Partijen zijn gemaakt.
De Partijen maken het eindverslag openbaar binnen 15 dagen na de datum waarop het door het deskundigenpanel is voorgelegd.
Indien het deskundigenpanel in het eindverslag vaststelt dat een Partij haar verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk niet is nagekomen, overleggen de Partijen over passende maatregelen die moeten worden uitgevoerd, met inachtneming van het verslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel. De antwoordende Partij brengt haar interne raadgevende groep als bedoeld in artikel 40.6 en de andere Partij uiterlijk drie maanden nadat het verslag openbaar is gemaakt, op de hoogte van haar besluiten over de acties of maatregelen die moeten worden uitgevoerd.
Het subcomité houdt toezicht op de follow-up van het eindverslag en de aanbevelingen van het deskundigenpanel. De in artikel 40.6 bedoelde interne raadgevende groepen kunnen in dat verband opmerkingen bij het subcomité indienen.
Artikel 33.23. Evaluatie
Teneinde de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk te bevorderen, bespreken de Partijen via de vergaderingen van het subcomité de doeltreffende uitvoering ervan, onder meer rekening houdend met belangrijke beleidsontwikkelingen in elke Partij en ontwikkelingen in internationale overeenkomsten.
Rekening houdend met het resultaat van die besprekingen kan een Partij na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst te allen tijde om herziening van dit hoofdstuk verzoeken. Daartoe kan het subcomité de Partijen wijzigingen van de desbetreffende bepalingen van dit hoofdstuk aanbevelen, overeenkomstig de in artikel 41.6, lid 1, vastgestelde wijzigingsprocedure.
HOOFDSTUK 34. HANDEL EN GENDERGELIJKHEID
Artikel 34.1. Context en doelstellingen
De Partijen zijn het eens over het belang van het integreren van een genderperspectief in de bevordering van inclusieve economische groei, en over de sleutelrol die genderresponsief beleid in dat verband kan spelen. Dat omvat het wegnemen van belemmeringen voor de deelname van vrouwen aan de economie en internationale handel, waaronder het verbeteren van gelijke kansen op toegang tot arbeidsfuncties en -sectoren voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.
De Partijen erkennen dat internationale handel en investeringen motoren van economische groei zijn en erkennen tevens de belangrijke bijdrage van vrouwen tot economische groei door hun deelname aan economische activiteiten, waaronder het bedrijfsleven en internationale handel.
De Partijen erkennen dat de deelname van vrouwen aan internationale handel kan bijdragen tot de bevordering van hun economische zelfredzaamheid en onafhankelijkheid. Voorts draagt de toegang van vrouwen tot en hun eigendom van economische hulpbronnen bij tot duurzame en inclusieve economische groei, welvaart, concurrentievermogen en het welzijn van de samenleving. De Partijen benadrukken derhalve hun voornemen om dit deel van deze overeenkomst uit te voeren op een wijze die de gelijkheid van mannen en vrouwen bevordert en versterkt.
De Partijen herinneren aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met betrekking tot handel en gendergelijkheid, met name doelstelling 5: gendergelijkheid en emancipatie van alle vrouwen en meisjes.
De Partijen herinneren aan de doelstellingen van de gezamenlijke verklaring inzake handel en economische empowerment van vrouwen, zoals opgesteld ter gelegenheid van de Ministeriële Conferentie van de WTO die in december 2017 in Buenos Aires plaatsvond.
De Partijen herinneren aan hun verbintenissen inzake de mainstreaming van gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes, evenals de eerbiediging van de democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten met betrekking tot gendergelijkheid waarbij zij partij zijn.
De Partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen uit hoofde van de Verklaring en het actieprogramma van Peking, die zijn aangenomen op de vierde wereldvrouwenconferentie van 4 tot 15 september 1995 in Peking, en wijzen met name op de doelstellingen en bepalingen inzake gelijke toegang van vrouwen tot hulpbronnen, werkgelegenheid, markten en handel.
De Partijen bevestigen opnieuw het belang van een inclusief handelsbeleid dat bijdraagt tot de bevordering van gelijke rechten, behandeling en kansen voor mannen en vrouwen en tot de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen.
De Partijen benadrukken de rol van de particuliere sector bij de bevordering van gendergelijkheid door bij hun bedrijfsactiviteiten een non-discriminatie- en diversiteitsbeleid te voeren overeenkomstig internationale richtsnoeren en normen die door de Partijen worden onderschreven of ondersteund.
De Partijen streven ernaar:
- a. hun handelsbetrekkingen, samenwerking en dialoog te verbeteren op een manier die bevorderlijk is voor gelijke kansen voor en gelijke behandeling van vrouwen en mannen, als werknemers, producenten, handelaren of consumenten, overeenkomstig hun internationale verbintenissen;
- b. samenwerking en dialoog te faciliteren met als doel de capaciteiten en voorwaarden voor vrouwen te verbeteren om toegang te krijgen tot door de handel gecreëerde kansen;
- c. hun capaciteiten om handelsgerelateerde genderkwesties aan te pakken, verder te verbeteren, onder andere door de uitwisseling van informatie en beste praktijken.
Artikel 34.2. Multilaterale overeenkomsten
Elke Partij bevestigt opnieuw haar verbintenis tot uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, dat op 18 december 1979 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen, met bijzondere aandacht voor de bepalingen die betrekking hebben op de uitbanning van discriminatie van vrouwen in het economische leven en op het gebied van werkgelegenheid.
De Partijen herinneren aan hun respectieve verplichtingen uit hoofde van artikel 33.16 van dit deel van deze overeenkomst met betrekking tot de IAO-verdragen inzake gendergelijkheid en de uitbanning van discriminatie in arbeid en beroep die door de lidstaten en Chili zijn geratificeerd.
Elke Partij bevestigt opnieuw haar verbintenis tot doeltreffende uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van andere multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij is en die betrekking hebben op gendergelijkheid of vrouwenrechten.
Artikel 34.3. Algemene bepalingen
De Partijen erkennen het recht van elke Partij om haar eigen toepassingsgebied en garanties inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen vast te stellen en haar relevante wetgeving en beleid dienovereenkomstig vast te stellen of te wijzigen, in overeenstemming met haar verplichtingen uit hoofde van de in artikel 34.2 bedoelde internationale overeenkomsten.
Elke Partij streeft ernaar te waarborgen dat haar wetgeving en beleid voorziet in gelijke rechten, behandeling en kansen voor mannen en vrouwen en die bevordert, in overeenstemming met haar internationale verplichtingen. Elke Partij streeft ernaar die wetgeving en dat beleid te verbeteren.
Elke Partij streeft ernaar naar geslacht uitgesplitste gegevens over handel en gender te verzamelen met het oog op een beter begrip van de verschillende effecten van handelspolitieke instrumenten op vrouwen en mannen in hun rol als werknemer, producent, handelaar of consument.
Elke Partij bevordert op haar grondgebied het publieke bewustzijn van haar wetgeving en beleid inzake gendergelijkheid, met inbegrip van de gevolgen voor en de relevantie ervan voor inclusieve economische groei en handelsbeleid.
Elke Partij houdt, waar relevant, rekening met de doelstelling van gelijkheid van mannen en vrouwen bij het formuleren, uitvoeren en herzien van maatregelen op de gebieden die onder dit deel van deze overeenkomst vallen.
Elke Partij stimuleert handel en investeringen door gelijke kansen en de deelname van vrouwen en mannen aan de economie en internationale handel te bevorderen. Dat omvat onder meer maatregelen die gericht zijn op: het geleidelijk uitbannen van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht; het bevorderen van het beginsel van gelijke beloning voor gelijkwaardig werk teneinde de loonkloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken en de non-discriminatie van vrouwen bij arbeid en beroep, ook niet om redenen van zwangerschap en moederschap, te bevorderen.
Een Partij mag de bescherming die haar respectieve wetgeving biedt om gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen te waarborgen, niet afzwakken of verminderen om handel of investeringen aan te moedigen.
Een Partij mag geen afstand doen van of anderszins afwijken van, of aanbieden afstand te doen van of anderszins af te wijken van, haar respectieve wetgeving die gericht is op het waarborgen van gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen op een wijze die de op grond van die wetgeving verleende bescherming afzwakt of vermindert teneinde handel of investeringen aan te moedigen.
Een Partij mag niet nalaten de bescherming die haar wetgeving biedt om gendergelijkheid of gelijke kansen voor vrouwen en mannen te waarborgen, door voortdurend of herhaaldelijk handelen of niet-handelen, op zodanige wijze te handhaven dat de handel of investeringen erdoor worden beïnvloed.
Artikel 34.4. Samenwerkingsactiviteiten
De Partijen erkennen de voordelen van het uitwisselen van hun respectieve ervaringen met het ontwerpen, uitvoeren, controleren en versterken van handelsgerelateerde aspecten van gendergelijkheidsmaatregelen.
Overeenkomstig lid 1 voeren de Partijen samenwerkingsactiviteiten uit ter verbetering van de capaciteit en de voorwaarden voor vrouwen, met inbegrip van werknemers, zakenvrouwen en ondernemers, om toegang te krijgen tot en volledig te profiteren van de mogelijkheden die dit deel van deze overeenkomst biedt.
De samenwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd met betrekking tot onderwerpen en thema’s waarover de Partijen overeenstemming hebben bereikt.
Samenwerkingsactiviteiten kunnen worden ontwikkeld en uitgevoerd met medewerking van de VN, WTO, IAO, OESO en andere internationale organisaties, evenals van derde landen, bedrijven, werkgevers- en werknemersorganisaties, onderwijs- en onderzoeksorganisaties en andere niet-gouvernementele organisaties, naargelang van het geval.
Tot de samenwerkingsgebieden behoren het uitwisselen van ervaringen en beste praktijken met betrekking tot beleid en programma’s ter stimulering van een grotere deelname van vrouwen aan de internationale handel, alsook handelsgerelateerde aspecten van:
- a. de bevordering van de financiële inclusie en educatie van vrouwen en de toegang tot financiering en financiële bijstand;
- b. de bevordering van vrouwelijk leiderschap en de ontwikkeling van vrouwennetwerken;
- c. de bevordering van de volledige participatie van vrouwen in de economie door aanmoediging van hun participatie, leiderschap en onderwijs, met name op gebieden waar zij ondervertegenwoordigd zijn, zoals wetenschap, technologie, techniek, wiskunde (STEM - science, technology, engineering, mathematics), evenals innovatie en bedrijfsleven;
- d. de bevordering van gendergelijkheid in ondernemingen;
- e. de participatie van vrouwen in besluitvormingsfuncties in de publieke en private sector;
- f. publieke en private initiatieven gericht op de bevordering van vrouwelijk ondernemerschap, waaronder de integratie van vrouwen in de formele sector van de economie, het vergroten van het concurrentievermogen van door vrouwen geleide ondernemingen zodat zij kunnen deelnemen en concurreren in lokale, regionale en mondiale waardeketens, en activiteiten ter bevordering van de internationalisering van door vrouwen geleide kleine en middelgrote ondernemingen;
- g. beleid en programma’s ter verbetering van de digitale vaardigheden van vrouwen en hun toegang tot onlinebedrijfshulpmiddelen en e-commerceplatforms;
- h. de bevordering van zorgbeleid en -programma’s en maatregelen voor het evenwicht tussen werk en privéleven vanuit een genderperspectief;
- i. het onderzoek van het verband tussen een grotere deelname van vrouwen aan internationale handel en verkleining van de loonkloof tussen mannen en vrouwen;
- j. de ontwikkeling van gendergerelateerde analyse van het handelsbeleid, met inbegrip van het ontwerp, de uitvoering en de controle van de effecten ervan;
- k. het verzamelen van naar geslacht uitgesplitste gegevens, het gebruik van indicatoren, controle- en evaluatiemethoden en de analyse van handelsstatistieken vanuit een genderperspectief;
- l. het onderzoek van verbanden tussen de participatie van vrouwen aan internationale handel en gebieden als fatsoenlijk werk, beroepssegregatie en arbeidsomstandigheden van vrouwen, met inbegrip van de veiligheid en gezondheid op het werk van zwangere werkneemsters en werkneemsters die pas zijn bevallen, overeenkomstig punt f) van artikel 33.18;
- m. beleid en programma’s ter voorkoming, beperking en aanpak van de gedifferentieerde economische gevolgen van crises en noodsituaties voor vrouwen en mannen; en
- n. andere door de Partijen overeengekomen onderwerpen.
De prioriteiten voor samenwerkingsactiviteiten worden door de Partijen gezamenlijk vastgesteld op basis van gebieden van wederzijds belang en beschikbare middelen.
De samenwerking, waaronder op de in lid 5 genoemde gebieden, kan in persoon worden ondernomen of met technologische middelen waarover de Partijen beschikken, door middel van activiteiten zoals: workshops, seminars, conferenties, samenwerkingsprogramma’s en projecten; uitwisseling van ervaringen en het delen van beste praktijken op het gebied van beleid en procedures; en de uitwisseling van deskundigen.
Via het op grond van artikel 8.8, lid 1, opgerichte Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling moedigen de Partijen de bij dit deel van deze overeenkomst opgerichte organen aan om gendergerelateerde vraagstukken, overwegingen en activiteiten in hun werkzaamheden te integreren.
De Partijen stimuleren de inclusieve participatie van vrouwen aan de uitvoering van de op grond van dit artikel vastgestelde samenwerkingsactiviteiten, naargelang van het geval.
Artikel 34.5. Institutionele regelingen
Het op grond van artikel 8.8, lid 1, ingestelde Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling is belast met de uitvoering van dit hoofdstuk. Artikel 33.19 is op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing137)Voor alle duidelijkheid: elke verwijzing naar hoofdstuk 33 of naar milieu- en arbeidskwesties of -aangelegenheden in dat artikel wordt opgevat als een verwijzing naar dit hoofdstuk of naar genderkwesties of -aangelegenheden, naargelang het geval..
Bij de interactie met het maatschappelijk middenveld in de interne raadgevende groepen die zijn opgericht of aangewezen op grond van artikel 40.6, en in het forum voor het maatschappelijk middenveld dat is georganiseerd op grond van artikel 40.7, moedigen de Partijen de deelname aan van organisaties die de gelijkheid van mannen en vrouwen bevorderen.
Artikel 34.6. Geschillenbeslechting
De artikelen 33.20, 33.21 en 33.22 zijn op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing138)Voor alle duidelijkheid: elke verwijzing naar hoofdstuk 33, of naar milieu- en arbeidskwesties, -aangelegenheden of -wetgeving, in die artikelen wordt opgevat als een verwijzing naar dit hoofdstuk, of naar genderkwesties, aangelegenheden of wetten die verband houden met die kwesties of aangelegenheden, naargelang het geval..
Artikel 34.7. Evaluatie
De Partijen zijn het eens over het belang van controle en beoordeling, gezamenlijk of afzonderlijk, via hun respectieve processen en instellingen, evenals via de instellingen die in het kader van dit deel van deze overeenkomst zijn opgericht, van het effect van de uitvoering van dit deel van deze overeenkomst op de gelijkheid van mannen en vrouwen, en de kansen die vrouwen worden geboden in verband met de handel.
De Partijen kunnen dit hoofdstuk herzien in het licht van de ervaring die is opgedaan met de uitvoering ervan en zo nodig voorstellen doen voor de versterking ervan.
HOOFDSTUK 35. TRANSPARANTIE
Artikel 35.1. Doelstelling
De Partijen streven, in het besef van de gevolgen die hun respectieve regelgevingskaders voor de onderlinge handel en investeringen kan hebben, naar het bieden van een voorspelbaar regelgevingskader en efficiënte procedures voor de marktdeelnemers, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen.
De Partijen bevestigen opnieuw hun respectieve verbintenissen uit hoofde van de WTO-overeenkomst en bouwen in dit hoofdstuk voort op die verbintenissen en stellen verdere regelingen voor transparantie vast.
Artikel 35.2. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „administratief besluit”: een besluit met rechtsgevolgen dat of een actie met rechtsgevolgen die in een individueel geval op een specifieke persoon, een specifiek goed of een specifieke dienst van toepassing is; daaronder wordt ook verstaan het verzuim om een administratief besluit vast te stellen zoals vastgelegd in de wetgeving van een Partij; en
- b. „administratief besluit van algemene strekking”: een administratief besluit of administratieve interpretatie die van toepassing is op alle personen en feitelijke situaties die in het algemeen binnen het gebied van dat administratieve besluit of van die administratieve interpretatie vallen en waarbij een gedragsnorm wordt vastgesteld, met uitzondering van:
- i. een vaststelling of beslissing in het kader van een administratieve of semi-rechterlijke procedure die in een concreet geval van toepassing is op een bepaalde persoon, een bepaald goed of een bepaalde dienst van de andere Partij; of
- ii. een beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan met betrekking tot een bepaalde handeling of een bepaalde praktijk.
Artikel 35.3. Publicatie
Elke Partij zorgt ervoor dat haar wet- en regelgeving, procedures, administratieve besluiten van algemene aard en gerechtelijke uitspraken met betrekking tot onder dit deel van deze overeenkomst vallende aangelegenheden onverwijld via een officieel aangewezen medium en waar mogelijk langs elektronische weg worden bekendgemaakt, dan wel anderszins op zodanige wijze beschikbaar worden gesteld dat eenieder daarvan kennis kan nemen.
Elke Partij geeft een toelichting op het doel en de redenen van haar wet- en regelgeving, procedures, administratieve besluiten van algemene strekking en gerechtelijke uitspraken met betrekking tot elke kwestie die onder dit deel van deze overeenkomst valt.
Elke Partij voorziet in een redelijke termijn tussen de datum van publicatie en de datum van inwerkingtreding van de wet- en regelgeving met betrekking tot aangelegenheden die onder dit deel van deze overeenkomst vallen, tenzij dat om dringende redenen niet mogelijk is. Dit lid is niet van toepassing op administratieve besluiten van algemene strekking en gerechtelijke uitspraken.
Artikel 35.4. Verzoeken om inlichtingen en verstrekking van informatie
Elke Partij voert passende mechanismen in of handhaaft die om vragen van eenieder over wetten of verordeningen te beantwoorden met betrekking tot aangelegenheden die onder dit deel van deze overeenkomst vallen.
Op verzoek van een Partij verstrekt de andere Partij onverwijld informatie en reageert de andere Partij op onderzoeken met betrekking tot van kracht zijnde of voorgenomen wet- of regelgeving, met betrekking tot onder dit deel van deze overeenkomst vallende aangelegenheden, tenzij een specifiek mechanisme wordt ingevoerd uit hoofde van een ander hoofdstuk van dit deel van deze overeenkomst.
Artikel 35.5. Administratieve procedures
Elke Partij voert haar wet- en regelgeving, procedures en administratieve besluiten van algemene aard met betrekking tot onder dit deel van deze overeenkomst vallende aangelegenheden, objectief, onpartijdig en op redelijke wijze uit.
Indien ten aanzien van personen, goederen of diensten van de andere Partij een administratieve procedure wordt ingeleid met betrekking tot de toepassing van wet- en regelgeving, procedures en administratieve besluiten van algemene aard, zoals bedoeld in lid 1, zal elke Partij:
- a. ernaar streven personen voor wie een administratieve procedure rechtstreeks gevolgen heeft, tijdig en overeenkomstig haar wet- en regelgeving in kennis te stellen van de inleiding van een procedure, met daarbij een beschrijving van de aard van de procedure, een verklaring over de rechtsgrondslag voor de inleiding van de procedure en een algemene beschrijving van het vraagstuk in kwestie; en
- b. die personen een redelijke mogelijkheid bieden om feiten en argumenten ter onderbouwing van hun standpunten naar voren te brengen voordat een definitief administratief besluit wordt vastgesteld, voor zover de tijd, de aard van de procedure en het openbaar belang dat toelaten.
Artikel 35.6. Toetsing en beroep
Elke Partij voert rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties of procedures in, of handhaaft die, met het oog op een onverwijlde herziening en, indien gerechtvaardigd, de correctie van administratieve besluiten met betrekking tot aangelegenheden waarop dit deel van deze overeenkomst van toepassing is.
Elke Partij waarborgt dat haar rechterlijke, arbitrale of administratieve instanties beroeps- of toetsingsprocedures op niet-discriminerende en onpartijdige wijze toepassen. De instanties zijn onpartijdig en onafhankelijk van de autoriteit waaraan bevoegdheden voor administratieve handhaving zijn toevertrouwd, en hebben geen belang bij de uitkomst van de aangelegenheid.
Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde gerechten of procedures ziet elke Partij erop toe dat de Partijen voor dergelijke gerechten of bij dergelijke procedures in kennis worden gesteld van:
- a. een redelijke mogelijkheid om hun respectieve standpunten te staven of te verdedigen; en
- b. een beslissing die is gebaseerd op bewijsmateriaal en ingediende stukken, of, indien de wet dat vereist, op het door de desbetreffende autoriteit samengestelde dossier.
Elke Partij zorgt ervoor dat de in lid 3, punt b), bedoelde beslissing wordt uitgevoerd door de autoriteit waaraan de administratieve handhavingsbevoegdheden zijn toevertrouwd, onder voorbehoud van beroep of verdere herziening waarin haar wet- en regelgeving voorziet.
Artikel 35.7. Verhouding tot andere hoofdstukken
De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing naast de specifieke regels in andere hoofdstukken van dit deel van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 36. GOEDE REGELGEVINGSPRAKTIJKEN
Artikel 36.1. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op regelgevingsmaatregelen die zijn vastgesteld of geïnitieerd door regelgevende instanties van een Partij met betrekking tot onder dit deel van deze overeenkomst vallende aangelegenheden.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de regelgevende instanties en de regelgevingsmaatregelen, praktijken of benaderingen van de lidstaten.
Artikel 36.2. Algemene beginselen
De Partijen erkennen het belang van:
- a. het gebruik van goede regelgevingspraktijken bij het plannen, ontwerpen, uitvaardigen, uitvoeren, evalueren en toetsen van regelgevingsmaatregelen voor het bereiken van de binnenlandse beleidsdoelstellingen; en
- b. het behoud en de verbetering van de voordelen van dit deel van deze overeenkomst ter vergemakkelijking van de handel in goederen en diensten, en ter verhoging van de investeringen tussen de Partijen.
Het staat elke Partij vrij haar benadering van goede regelgevingspraktijken in het kader van dit deel van deze overeenkomst te bepalen op een wijze die in overeenstemming is met haar eigen wettelijke kader, praktijk en fundamentele beginselen, met inbegrip van het voorzorgsbeginsel, die aan haar regelgevingsstelsel ten grondslag liggen.
Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een Partij verplicht is:
- a. af te wijken van interne procedures ter voorbereiding en vaststelling van regelgevingsmaatregelen;
- b. te handelen op een wijze die de tijdige vaststelling van regelgevingsmaatregelen ter verwezenlijking van haar doelstellingen van openbaar beleid zou ondermijnen of belemmeren; of
- c. een specifiek resultaat inzake regelgeving te bereiken.
Artikel 36.3. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „regelgevende instantie”:
- i. voor de EU-Partij: de Europese Commissie; en
- ii. voor Chili: elke regelgevende instantie van de uitvoerende macht; en
- b. „regelgevingsmaatregelen”:
- i. voor de EU-Partij:
- A. verordeningen en richtlijnen als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en
- B. uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen, zoals bepaald in respectievelijk artikel 290 en artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en
- ii. voor Chili: wetten en besluiten van algemene strekking die zijn aangenomen door de regelgevende instanties en waarvan naleving verplicht is139)Volgens paragraaf II.1 van presidentiële instructie nr. 3 van 2019 en de wijzigingen daarvan..
Artikel 36.4. Interne coördinatie van de ontwikkeling van de regelgeving
Elke Partij houdt interne coördinatie- of herzieningsprocessen of -mechanismen in stand ten behoeve van de voorbereiding, evaluatie en herziening van regelgevingsmaatregelen. Dergelijke procedures of mechanismen moeten onder meer gericht zijn op:
- a. het bevorderen van goede regelgevingspraktijken, met inbegrip van de in dit hoofdstuk beschreven praktijken;
- b. het onderkennen en voorkomen van onnodige overlappingen en inconsistente voorschriften in de regelgevingsmaatregelen van de Partij;
- c. het waarborgen van de naleving van de internationale handelsverplichtingen van de Partij; en
- d. het bevorderen dat er rekening wordt gehouden met het effect van de in voorbereiding zijnde regelgevingsmaatregelen, met inbegrip van het effect op kleine en middelgrote ondernemingen.
Artikel 36.5. Transparantie van de regelgevingsprocedures en -mechanismen
Elke Partij maakt, in overeenstemming met haar respectieve voorschriften en procedures, de beschrijvingen van de procedures en mechanismen van haar regelgevende autoriteit voor het opstellen, evalueren of toetsen van regelgevingsmaatregelen openbaar. Die beschrijvingen verwijzen naar de desbetreffende richtsnoeren, regels of procedures, inclusief die betreffende de mogelijkheid voor het publiek om opmerkingen in te dienen.
Artikel 36.6. Vroegtijdige informatie over voorgenomen regelgevingsmaatregelen
Elke Partij streeft ernaar jaarlijks, in overeenstemming met haar respectieve regels en procedures, informatie te publiceren over geplande belangrijke140)Het is aan de regelgevende instantie van elke Partij om te bepalen wat een belangrijke regelgevingsmaatregel voor het nakomen van haar verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk is. regelgevingsmaatregelen.
Met betrekking tot elke belangrijke regelgevingsmaatregel als bedoeld in lid 1, streeft elke Partij ernaar op tijdige wijze de volgende informatie openbaar te maken:
- a. een korte beschrijving van het toepassingsgebied en de doelstellingen ervan; en
- b. indien beschikbaar, de raming van het tijdsbestek voor de goedkeuring ervan, met inbegrip van, waar van toepassing, mogelijkheden voor openbare raadplegingen.
Artikel 36.7. Openbare raadplegingen
Bij het voorbereiden van een belangrijke regelgevingsmaatregel moet elke Partij, indien van toepassing, overeenkomstig haar respectieve voorschriften en procedures:
- a. een ontwerpregelgevingsmaatregel of raadplegingsdocumenten bekendmaken waarin voldoende gegevens over de in voorbereiding zijnde regelgevingsmaatregel worden verstrekt om eenieder141)Voor alle duidelijkheid: dit lid belet een Partij niet om op grond van de in haar regels en procedures vastgestelde voorwaarden gericht overleg met belanghebbenden te plegen. in staat te stellen te beoordelen of en, zo ja, op welke wijze diens belangen aanzienlijk zouden kunnen worden geschaad;
- b. eenieder op niet-discriminerende basis redelijke mogelijkheden bieden om opmerkingen te maken; en
- c. de ontvangen opmerkingen in overweging nemen.
De regelgevende instantie van elke Partij streeft ernaar gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen en een speciaal elektronisch portaal te hebben voor de verstrekking van informatie en de ontvangst van opmerkingen met betrekking tot openbare raadplegingen.
De regelgevende instantie van elke Partij streeft ernaar een samenvatting van de resultaten van de raadplegingen of ontvangen opmerkingen openbaar te maken, behalve in gevallen waarin het nodig is om vertrouwelijke informatie te beschermen of persoonsgegevens of ongepaste inhoud achter te houden.
Artikel 36.8. Effectbeoordeling
Elke Partij streeft ernaar dat haar regelgevende instantie, overeenkomstig de toepasselijke voorschriften en procedures, bij de voorbereiding van belangrijke regelgevingsmaatregelen een effectbeoordeling uitvoert.
Bij de verrichting van een effectbeoordeling bevordert de regelgevende instantie van elke Partij processen en mechanismen die rekening houden met de volgende factoren:
- a. de noodzaak van de regelgevingsmaatregel, inclusief de aard en de ernst van het probleem dat de regelgevingsmaatregel beoogt aan te pakken;
- b. haalbare en passende regelgevings- en niet-regelgevingsalternatieven, indien van toepassing, om de doelstelling van openbaar beleid van de Partij te bereiken, inclusief de optie om niet te reguleren;
- c. voor zover mogelijk en relevant, de eventuele sociale, economische en milieugevolgen van die alternatieven, inclusief de gevolgen voor de internationale handel en de kleine en middelgrote ondernemingen; en
- d. het voldoen van de in overweging genomen opties aan de desbetreffende internationale normen, inclusief de reden voor eventuele afwijkingen daarvan, voor zover van toepassing.
Wanneer een regelgevende instantie een effectbeoordeling van een regelgevingsmaatregel heeft verricht, stelt die regelgevende instantie een eindverslag op met vermelding van de factoren waarmee die in het kader van haar beoordeling en de desbetreffende bevindingen rekening heeft gehouden. Dat verslag wordt openbaar gemaakt wanneer de betrokken regelgevingsmaatregel openbaar wordt gemaakt.
Artikel 36.9. Evaluatie achteraf
De Partijen erkennen de positieve bijdrage van periodieke retrospectieve evaluaties van bestaande regelgevingsmaatregelen tot de vermindering van onnodige administratieve lasten, onder meer voor kleine en middelgrote ondernemingen, en tot een effectievere verwezenlijking van de doelstellingen van het overheidsbeleid. De Partijen streven ernaar het gebruik van periodieke retrospectieve evaluaties in hun regelgevingssystemen te bevorderen.
Artikel 36.10. Regelgevingsregister
Elke Partij zorgt ervoor dat de geldende regelgevingsmaatregelen worden bekendgemaakt in een daartoe aangewezen register, dat een overzicht van de regelgevingsmaatregelen per onderwerp bevat, en openbaar beschikbaar is op een enkele, gratis toegankelijke website. De website moet het mogelijk maken aan de hand van aanhalingen of woorden naar regelgevingsmaatregelen te zoeken. Elke Partij werkt haar register op gezette tijden bij.
Artikel 36.11. Samenwerking en uitwisseling van informatie
De Partijen kunnen samenwerken om de uitvoering van dit hoofdstuk te vergemakkelijken. Die samenwerking kan betrekking hebben op de organisatie van relevante activiteiten ter versterking van de samenwerking tussen hun regelgevende instanties en de uitwisseling van informatie over de in dit hoofdstuk beschreven regelgevingspraktijken.
Artikel 36.12. Contactpunten
Elke Partij wijst binnen één maand na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een contactpunt aan om de uitwisseling van informatie tussen de Partijen te vergemakkelijken.
Artikel 36.13. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 37. KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN
Artikel 37.1. Doelstellingen
De Partijen erkennen het belang van kleine en middelgrote ondernemingen in hun bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en bevestigen dat zij zich ertoe verbinden de kleine en middelgrote ondernemingen beter in staat te stellen voordeel te laten halen uit dit deel van deze overeenkomst.
Artikel 37.2. Informatie-uitwisseling
Elke Partij creëert of onderhoudt een publiekelijk toegankelijke website specifiek gericht op kleine en middelgrote ondernemingen, met informatie over dit deel van deze overeenkomst, waaronder:
- a. een samenvatting van dit deel van deze overeenkomst; en
- b. op kleine en middelgrote ondernemingen toegesneden informatie met:
- i. een beschrijving van de bepalingen van dit deel van deze overeenkomst die elke Partij van belang acht voor kleine en middelgrote ondernemingen van beide Partijen; en
- ii. eventuele extra informatie die de Partij nuttig acht voor kleine en middelgrote ondernemingen die de door dit deel van deze overeenkomst geboden kansen willen aangrijpen.
Elke Partij neemt op de in lid 1 bedoelde website een internetlink op naar:
- a. de tekst van dit deel van deze overeenkomst, inclusief bijlagen en aanhangsels daarbij, met name de tarieflijsten en productspecifieke oorsprongsregels;
- b. de overeenkomstige website van de andere Partij; en
- c. de websites van haar eigen autoriteiten die volgens de Partij nuttige informatie zouden verschaffen aan personen die in die Partij handel willen drijven en zaken willen doen.
Elke Partij neemt op de in lid 1 bedoelde website een internetlink op naar websites van haar eigen autoriteiten met informatie over de volgende onderwerpen:
- a. de douaneregelgeving en procedures voor invoer, uitvoer en doorvoer, alsook relevante formulieren, documenten en andere vereiste informatie;
- b. de regelgeving en procedures betreffende intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen;
- c. de technische regelgeving, met inbegrip van, waar nodig, verplichte conformiteitsbeoordelingsprocedures en links naar lijsten van conformiteitsbeoordelingsinstanties, in gevallen waarin een conformiteitsbeoordeling door derden verplicht is, zoals bepaald in hoofdstuk 16;
- d. sanitaire en fytosanitaire maatregelen met betrekking tot de in- en uitvoer als bedoeld in hoofdstuk 13;
- e. regels inzake overheidsopdrachten en een databank met aankondigingen van overheidsopdrachten en andere relevante bepalingen van hoofdstuk 28;
- f. procedures voor de registratie van ondernemingen; en
- g. andere informatie die de Partij nuttig acht voor kleine en middelgrote ondernemingen.
Elke Partij neemt op de in lid 1 bedoelde website een internetlink op naar een databank die elektronisch doorzoekbaar is op code van het geharmoniseerd systeem en die de volgende informatie inzake de toegang tot haar markt bevat:
- a. douanerechten en contingenten, met inbegrip van meestbegunstigingsrechten, tarieven voor landen die geen begunstigde natie zijn en preferentiële rechten en tariefcontingenten;
- b. accijnzen;
- c. belastingen (zoals belasting over de toegevoegde waarde);
- d. douane- of andere vergoedingen, met inbegrip van andere productspecifieke vergoedingen;
- e. oorsprongsregels zoals bepaald in hoofdstuk 10;
- f. teruggave van rechten, uitstel van betaling of andere vormen van hulp ter verlaging, terugbetaling of vrijstelling van douanerechten;
- g. criteria voor het bepalen van de douanewaarde van goederen;
- h. andere tariefmaatregelen;
- i. informatie die nodig is voor invoerprocedures; en
- j. informatie over niet-tarifaire maatregelen of voorschriften.
Elke Partij herziet regelmatig, of op verzoek van de andere Partij, de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie en links op haar website om ervoor te zorgen dat die actueel en nauwkeurig zijn.
Elke Partij ziet erop toe dat de in dit artikel bedoelde informatie wordt gepresenteerd op een wijze die geschikt is voor gebruik door kleine en middelgrote ondernemingen. Elke Partij streeft ernaar dergelijke informatie beschikbaar te stellen in het Engels.
Een Partij vraagt aan personen van een Partij geen vergoeding voor de toegang tot de op grond van de leden 1 tot en met 4 verstrekte informatie.
Artikel 37.3. Contactpunten voor kleine en middelgrote ondernemingen
Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van haar contactpunt voor kleine en middelgrote ondernemingen dat de in dit artikel vermelde functies zal vervullen. De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen in de gegevens van de contactpunten.
De contactpunten voor kleine en middelgrote ondernemingen:
- a. zorgen ervoor dat bij de uitvoering van dit deel van deze overeenkomst rekening wordt gehouden met de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen, zodat kleine en middelgrote ondernemingen van beide Partijen van de nieuwe mogelijkheden uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst kunnen profiteren;
- b. zorgen ervoor dat de in artikel 37.2 bedoelde informatie actueel en relevant is voor kleine en middelgrote ondernemingen; elke Partij kan via het contactpunt voor kleine en middelgrote ondernemingen aanvullende informatie voorstellen die de andere Partij kan opnemen in de informatie die overeenkomstig artikel 37.2 moet worden verschaft;
- c. onderzoeken alle aangelegenheden die relevant zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen in verband met de uitvoering van dit deel van deze overeenkomst, met inbegrip van:
- i. de uitwisseling van informatie om het Gemengd Comité bij te staan in zijn taken om toezicht te houden op de met kleine en middelgrote ondernemingen verband houdende aspecten van dit deel van deze overeenkomst en die uit te voeren;
- ii. het bijstaan van subcomités en bij dit deel van deze overeenkomst ingestelde contactpunten bij het bestuderen van aangelegenheden die van belang zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen;
- d. brengen op gezette tijden gezamenlijk of individueel, ter overweging door het Gemengd Comité, verslag uit over hun activiteiten; en
- e. nemen alle andere, door de Partijen overeen te komen aangelegenheden in verband met kleine en middelgrote ondernemingen in het kader van dit deel van deze overeenkomst in overweging.
De contactpunten voor kleine en middelgrote ondernemingen komen bijeen wanneer dat nodig is, en verrichten hun activiteiten via de door de Partijen overeengekomen communicatiekanalen, waaronder e-mail, videoconferentie of andere middelen.
De contactpunten voor kleine en middelgrote ondernemingen kunnen bij het verrichten van hun activiteiten samenwerking aangaan met deskundigen en met externe organisaties, naar gelang van het geval.
Artikel 37.4. Niet-toepassing van geschillenbeslechting
Hoofdstuk 38 is niet van toepassing op dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 38. GESCHILLENBESLECHTING
AFDELING A. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 38.1. Doelstelling
Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en doelmatig mechanisme voor het vermijden en beslechten van geschillen tussen de Partijen betreffende de interpretatie en toepassing van dit deel van deze overeenkomst op te zetten, teneinde een onderling overeengekomen oplossing te bereiken.
Artikel 38.2. Toepassingsgebied
Tenzij in dit deel van deze overeenkomst anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op geschillen tussen de Partijen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van dit deel van deze overeenkomst (hierna „bestreken bepalingen” genoemd).
Artikel 38.3. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de bijlagen 38-A en 38-B wordt verstaan onder:
- a. „klagende Partij”: de Partij die verzoekt om de instelling van een panel op grond van artikel 38.5;
- b. „bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig artikel 38,27 als bemiddelaar is aangewezen;
- c. „panel”: een panel dat is ingesteld op grond van artikel 38.6;
- d. „panellid”: een lid van een panel; en
- e. „Partij waartegen de klacht gericht is”: de Partij ten aanzien waarvan wordt gesteld dat zij een bestreken bepaling heeft geschonden.
AFDELING B. OVERLEG
Artikel 38.4. Overleg
De Partijen streven ernaar alle in artikel 38.2 bedoelde geschillen op te lossen door te goeder trouw overleg te voeren, teneinde tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.
Een Partij verzoekt de andere Partij schriftelijk om overleg en geeft daarbij aan om welke maatregel het gaat en welke bestreken bepalingen zij van toepassing acht.
De Partij waaraan het verzoek om overleg wordt gericht, beantwoordt dat verzoek onverwijld, doch uiterlijk 10 dagen na de datum van indiening van het verzoek om overleg. Het overleg wordt binnen 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek om overleg gehouden en vindt, tenzij de Partijen anders overeenkomen, plaats op het grondgebied van de Partij waaraan het verzoek gericht is. Het overleg wordt 46 dagen na de datum van indiening van het verzoek om overleg geacht te zijn afgesloten, tenzij de Partijen overeenkomen het overleg voort te zetten.
Overleg over urgente aangelegenheden, zoals wanneer het bederfelijke goederen of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, wordt binnen 15 dagen na de datum van mededeling van het verzoek om overleg geopend. Het overleg wordt 23 dagen na de datum van indiening van het verzoek om overleg geacht te zijn afgesloten, tenzij de Partijen overeenkomen het overleg voort te zetten.
Tijdens het overleg verstrekt elke Partij voldoende feitelijke informatie, zodat een volledig onderzoek mogelijk is naar de wijze waarop de betrokken maatregel van invloed kan zijn op de toepassing van dit deel van deze overeenkomst. Elke Partij streeft ernaar de deelname te garanderen van personeel van haar bevoegde overheidsinstanties die deskundig zijn inzake de aangelegenheid waarover het overleg plaatsvindt.
Het overleg, en in het bijzonder alle tijdens het overleg door een Partij verstrekte informatie en ingenomen standpunten, is vertrouwelijk en laat de rechten van elke Partij in latere procedures onverlet.
Indien de Partij waaraan het verzoek om overleg is gericht, niet binnen 10 dagen na de datum van indiening van het verzoek daarop reageert, indien het overleg niet binnen de in lid 3 of lid 4 genoemde termijn wordt gehouden, indien de Partijen overeenkomen geen overleg te voeren of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt, kan de Partij die om overleg heeft verzocht, een beroep doen op artikel 38.5.
AFDELING C. PANELPROCEDURES
Artikel 38.5. Inleiding van panelprocedures
Indien de Partijen er niet in slagen de kwestie door middel van het in artikel 38.4 bedoelde overleg op te lossen, kan de Partij die om overleg heeft verzocht, om de instelling van een panel verzoeken.
Het verzoek voor de instelling van een panel wordt gedaan door middel van een schriftelijk verzoek aan de andere Partij. De klagende Partij vermeldt in haar verzoek om welke maatregel het gaat, specificeert de bestreken bepalingen die zij van toepassing acht en legt uit waarom die maatregel een inbreuk op de bestreken bepalingen vormt, op een wijze die voldoende is om de rechtsgrondslag van de klacht duidelijk aan te tonen.
Artikel 38.6. Instelling van een panel
Een panel bestaat uit drie panelleden.
Uiterlijk 14 dagen na de datum van indiening van het verzoek om instelling van een panel bij de Partij waartegen de klacht gericht is, plegen de Partijen overleg om overeenstemming te bereiken over de samenstelling van het panel.
Indien de Partijen binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn geen overeenstemming bereiken over de samenstelling van het panel, benoemt elke Partij binnen 10 dagen na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel gestelde termijn een panellid uit de uit hoofde van artikel 38.8, lid 1, opgestelde deellijst van die Partij. Indien de Partij waartegen de klacht gericht is binnen die termijn geen panellid uit haar deellijst benoemt, wijst de medevoorzitter van het Gemengd Comité van de klagende Partij uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van die termijn door loting een panellid aan uit de deellijst van die Partij. De medevoorzitter van het Gemengd Comité van de klagende Partij kan die aanwijzing door loting van het panellid delegeren.
Indien de Partijen binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn geen overeenstemming bereiken over de voorzitter van het panel, wijst de medevoorzitter van het Gemengd Comité van de klagende Partij binnen 10 dagen na het verstrijken van die termijn door middel van loting de voorzitter van het panel aan uit de uit hoofde van artikel 38.8, lid 1, punt c), opgestelde deellijst van voorzitters. De medevoorzitter van het Gemengd Comité van de klagende Partij kan die aanwijzing door loting van de voorzitter van het panel delegeren.
Het panel wordt 15 dagen na de datum waarop de drie geselecteerde panelleden de Partijen in kennis hebben gesteld van hun aanvaarding van de benoeming overeenkomstig bijlage 38-A geacht te zijn ingesteld, tenzij de Partijen anders overeenkomen. Elke Partij maakt de datum van instelling van het panel onverwijld openbaar.
Indien een van de in artikel 38.8 bedoelde lijsten niet is opgesteld of niet voldoende namen bevat op het tijdstip waarop een verzoek op grond van lid 3 of lid 4 van dit artikel wordt gedaan, worden de panelleden door middel van loting aangewezen uit de personen die door een Partij of beide Partijen formeel zijn voorgedragen overeenkomstig bijlage 38-A.
Artikel 38.7. Forumkeuze
Indien er een geschil ontstaat betreffende een specifieke maatregel over een mogelijke inbreuk op een verplichting uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst en een in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van een andere internationale overeenkomst waarbij beide Partijen partij zijn, met inbegrip van de WTO-overeenkomst, kiest de Partij die de procedure inleidt, het forum om het geschil bij te leggen.
Zodra een Partij het forum heeft gekozen en geschillenbeslechtingsprocedures uit hoofde van deze afdeling of uit hoofde van een andere internationale overeenkomst met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregel heeft ingeleid, leidt die Partij met betrekking tot die specifieke maatregel geen geschillenbeslechtingsprocedure in uit hoofde van die andere internationale overeenkomst of deze afdeling, tenzij het eerst gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen.
Voor de toepassing van dit artikel geldt het volgende:
- a. een procedure voor geschillenbeslechting uit hoofde van deze afdeling wordt geacht te zijn ingeleid wanneer een Partij op grond van artikel 38.5 een verzoek tot instelling van een panel indient;
- b. een procedure voor geschillenbeslechting uit hoofde van de WTO-overeenkomst wordt geacht te zijn ingeleid wanneer een Partij op grond van artikel 6 van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst, een verzoek om instelling van een panel indient; en
- c. een procedure voor geschillenbeslechting uit hoofde van enige andere overeenkomst wordt geacht te zijn ingeleid overeenkomstig de relevante bepalingen van die overeenkomst.
Onverminderd lid 2 belet niets in dit deel van deze overeenkomst een Partij om de schorsing van verplichtingen die door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO of uit hoofde van de geschillenbeslechtingsprocedure van een andere internationale overeenkomst waarbij de Partijen bij het geschil partij zijn, is toegestaan, uit te voeren. Op de WTO-overeenkomst of enige andere internationale overeenkomst tussen de Partijen kan geen beroep worden gedaan om te beletten dat een Partij de verplichtingen op grond van deze afdeling schorst.
Artikel 38.8. Lijst van panelleden
Het Gemengd Comité stelt uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste 15 personen die bereid en in staat zijn om als panellid op te treden. De lijst bestaat uit drie deellijsten:
- a. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van de EU-Partij is opgesteld;
- b. een deellijst van personen die op basis van voorstellen van Chili is opgesteld; en
- c. een deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die als voorzitter van het panel zullen fungeren.
Elke deellijst bevat ten minste vijf personen. Het Gemengd Comité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde ten minste uit dat aantal personen blijft bestaan.
Het Gemengd Comité kan aanvullende lijsten opstellen van personen met kennis van en ervaring in specifieke onder dit deel van deze overeenkomst vallende sectoren. Indien de Partijen dat overeenkomen, worden die aanvullende lijsten gebruikt voor de samenstelling van het panel overeenkomstig de procedure van artikel 38.6.
Artikel 38.9. Vereisten voor panelleden
Elk panellid moet:
- a. beschikken over aantoonbare deskundigheid op het gebied van recht, internationale handel en andere onder dit deel van deze overeenkomst vallende aangelegenheden;
- b. onafhankelijk zijn van, geen banden hebben met en geen instructies ontvangen van een van de Partijen;
- c. op persoonlijke titel optreden en mag geen instructies aanvaarden van enige organisatie of regering met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met het geschil; en
- d. voldoen aan bijlage 38-B.
De voorzitter voldoet niet alleen aan de in lid 1 vastgestelde vereisten, maar heeft ook ervaring met geschillenbeslechtingsprocedures.
Gezien het voorwerp van een specifiek geschil kunnen de Partijen overeenkomen af te wijken van de in punt a) van lid 1 genoemde vereisten.
Artikel 38.10. Functies van het panel
Het panel:
- a. verricht een objectieve beoordeling van de hem voorgelegde aangelegenheid, met inbegrip van een objectieve beoordeling van de feiten van de zaak en de toepasbaarheid van en de overeenstemming met de bestreken bepalingen;
- b. vermeldt in zijn beslissingen en verslagen de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de bestreken bepalingen alsook de beweegredenen die aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggen; en
- c. pleegt regelmatig overleg met de Partijen en biedt passende kansen voor de ontwikkeling van een onderling overeengekomen oplossing.
Artikel 38.11. Mandaat
Tenzij de Partijen binnen vijf dagen na de datum van instelling van het panel anders overeenkomen, luidt het mandaat van het panel als volgt:
„in het licht van de desbetreffende door de Partijen aangehaalde bepalingen van deel III van de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, de aangelegenheid onderzoeken die is beschreven in het verzoek tot instelling van het panel, bevindingen vast te stellen over de conformiteit van de maatregel in kwestie met de bestreken bepalingen van deel III van die overeenkomst, en een verslag op te stellen overeenkomstig artikel 38.13 van die overeenkomst”.
Indien de Partijen andere taken overeenkomen dan die bedoeld in lid 1, stellen zij het panel binnen de in lid 1 bedoelde termijn in kennis van de overeengekomen taakomschrijving.
Artikel 38.12. Beslissing inzake spoedeisendheid
Op verzoek van een Partij besluit het panel uiterlijk tien dagen na de datum waarop het is ingesteld, of de zaak dringend is.
In dringende gevallen zijn de in deze afdeling vastgestelde toepasselijke termijnen de helft van de daarin voorgeschreven tijd, met uitzondering van de in de artikelen 38.6 en 38.11 bedoelde termijnen.
Artikel 38.13. Tussentijds verslag en eindverslag
Het panel legt de Partijen binnen 90 dagen na de datum van instelling van het panel een tussentijds verslag voor. Wanneer het panel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de Partijen daarvan in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen uitbrengen. Het panel mag zijn tussentijds verslag in geen geval later voorleggen dan 120 dagen na de datum waarop het is ingesteld.
Elke Partij kan het panel binnen 10 dagen na de voorlegging ervan schriftelijk verzoeken om bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te herzien. Een Partij kan binnen zes dagen na de datum van indiening van dat verzoek opmerkingen maken over het verzoek van de andere Partij.
Indien er geen verzoek op grond van lid 2 wordt ingediend, wordt het tussentijds verslag het eindverslag.
Het panel legt de Partijen binnen 120 dagen na de datum van instelling van het panel zijn eindverslag voor. Wanneer het panel van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de Partijen daarvan in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn eindverslag denkt te kunnen uitbrengen. Het panel mag zijn eindverslag in geen geval later voorleggen dan 150 dagen na de datum waarop het is ingesteld.
In het eindverslag wordt elk schriftelijk verzoek van de Partijen met betrekking tot het tussentijds verslag besproken en wordt duidelijk ingegaan op de opmerkingen van Partijen. Het panel vermeldt in het tussentijds verslag en het eindverslag het volgende:
- a. een beschrijvend gedeelte met een samenvatting van de argumenten van de Partijen en van de in lid 2 bedoelde opmerkingen;
- b. zijn bevindingen over de feiten van de zaak en over de toepasselijkheid van de desbetreffende bestreken bepalingen;
- c. zijn bevindingen over de vraag of de maatregel in kwestie al dan niet in overeenstemming is met de relevante bestreken bepalingen; en
- d. de redenen voor de onder de punten b) en c) bedoelde bevindingen.
Het eindverslag is definitief en bindend voor de Partijen.
Artikel 38.14. Nalevingsmaatregelen
De Partij waartegen de klacht gericht is, neemt alle maatregelen die nodig zijn om het eindverslag onverwijld op te volgen teneinde de bestreken bepalingen na te leven.
De Partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende Partij uiterlijk 30 dagen na de datum van indiening van het eindverslag in kennis van eventuele maatregelen die zij heeft genomen of voornemens is te nemen om het eindverslag na te leven.
Artikel 38.15. Redelijke termijn
Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, stelt de Partij waartegen de klacht gericht is, uiterlijk 30 dagen na de datum van indiening van het eindverslag de klagende Partij in kennis van de duur van de redelijke termijn die zij nodig heeft voor naleving. De Partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de duur van de redelijke termijn voor de naleving van het eindverslag.
Indien de Partijen het niet eens zijn over de duur van de redelijke termijn, kan de klagende Partij niet eerder dan 20 dagen na de in lid 1 bedoelde datum van indiening van de kennisgeving schriftelijk verzoeken dat het oorspronkelijke panel de duur van de redelijke termijn vaststelt. Het panel doet zijn besluit binnen 20 dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de Partijen toekomen.
De Partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende Partij ten minste één maand voor het verstrijken van de redelijke termijn in kennis van de voortgang die zij heeft geboekt bij de naleving van het eindverslag.
De Partijen kunnen overeenkomen de redelijke termijn te verlengen.
Artikel 38.16. Nalevingscontrole
Uiterlijk bij het verstrijken van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 38.15 stelt de Partij waartegen de klacht gericht is, de klagende Partij in kennis van alle maatregelen die zij heeft genomen om het eindverslag na te leven.
Wanneer de Partijen het oneens zijn over het bestaan van of de verenigbaarheid met de bestreken bepalingen van een maatregel die met het oog op naleving is getroffen, kan de klagende Partij bij het oorspronkelijke panel een schriftelijk verzoek indienen om daarover te beslissen. In het verzoek wordt vermeld om welke maatregel het gaat en wordt uitgelegd hoe die maatregel een inbreuk op de bestreken bepalingen vormt, op een wijze die voldoende is om de rechtsgrondslag van de klacht duidelijk aan te tonen. Het panel doet zijn besluit binnen 46 dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de Partijen toekomen.
Artikel 38.17. Tijdelijke maatregelen
Op verzoek van en na overleg met de klagende Partij doet de Partij waartegen de klacht gericht is, een aanbod voor tijdelijke compensatie indien:
- a. de Partij waartegen de klacht gericht is, de klagende Partij in kennis stelt van het feit dat het niet mogelijk is om het eindverslag na te leven;
- b. de Partij waartegen de klacht gericht is, niet binnen de in artikel 38.14 bedoelde termijn kennis geeft van enige maatregel die zij heeft genomen of voornemens is te nemen om daaraan te voldoen, of niet vóór de datum waarop de in artikel 38.15 bedoelde redelijke termijn afloopt kennis geeft van enige maatregel die zij heeft genomen om daaraan te voldoen;
- c. het panel oordeelt dat er geen nalevingsmaatregelen zijn genomen, overeenkomstig artikel 38.16; of
- d. het panel oordeelt dat de met het oog op naleving getroffen maatregel niet in overeenstemming is met de bestreken bepalingen, overeenkomstig artikel 38.16.
In elk van de in lid 1, punt a), b), c) of d), bedoelde omstandigheden kan de klagende Partij de Partij waartegen de klacht gericht is, ervan in kennis stellen dat zij voornemens is de in de bestreken bepalingen vastgestelde verplichtingen te schorsen indien:
- a. de klagende Partij besluit geen verzoek op grond van lid 1 in te dienen; of
- b. de klagende Partij een verzoek op grond van lid 1 van dit artikel heeft ingediend en de Partijen binnen 20 dagen na het verstrijken van de in artikel 38.15 bedoelde redelijke termijn of de uitspraak van het panel op grond van artikel 38.16, niet tot overeenstemming over de tijdelijke compensatie komen.
De klagende Partij kan de verplichtingen 10 dagen na de datum van indiening van de in lid 2 bedoelde kennisgeving schorsen, tenzij de Partij waartegen de klacht gericht is een verzoek op grond van lid 6 heeft gedaan.
De mate van schorsing van verplichtingen mag niet hoger zijn dan de mate die overeenkomt met de door de schending veroorzaakte tenietdoening of uitholling. De in lid 2 bedoelde kennisgeving vermeldt in welke mate de verplichtingen zullen worden geschorst.
Bij de overweging welke verplichtingen moeten worden geschorst, moet de klagende Partij eerst trachten de verplichtingen te schorsen in dezelfde sector of sectoren als worden getroffen door de maatregel waarvan het panel heeft vastgesteld dat die niet in overeenstemming is met de bestreken bepalingen. De schorsing van verplichtingen kan worden toegepast op een of meer andere onder dit deel van deze overeenkomst vallende sectoren dan de sector of sectoren waarvoor het panel heeft vastgesteld dat de voordelen worden tenietgedaan of beperkt, met name indien die schorsing volgens de klagende Partij haalbaar en doeltreffend is om aan te zetten tot naleving.
Indien de Partij waartegen de klacht gericht is, van oordeel is dat de meegedeelde mate van de schorsing van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate van tenietdoening of uitholling door de schending, kan zij het oorspronkelijke panel vóór het verstrijken van de in lid 3 vastgestelde termijn schriftelijk verzoeken daarover uitspraak te doen. Het panel beslist over het niveau van schorsing van verplichtingen binnen 30 dagen na de datum van het verzoek aan de Partijen. De klagende Partij schorst geen verplichtingen totdat het panel een besluit heeft genomen. De schorsing van verplichtingen moet in overeenstemming zijn met die beslissing.
De schorsing van verplichtingen of de in dit artikel bedoelde compensatie is tijdelijk en wordt niet toegepast nadat:
- a. de Partijen op grond van artikel 38.32 tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen;
- b. de Partijen zijn overeengekomen dat de Partij waartegen de klacht gericht is, door de getroffen nalevingsmaatregel in overeenstemming is gebracht met de bestreken bepalingen; of
- c. alle maatregelen tot naleving waarvan het panel heeft vastgesteld dat zij onverenigbaar zijn met de bestreken bepalingen, zijn ingetrokken of gewijzigd zodat de Partij waartegen de klacht gericht is, die bepalingen naleeft.
Artikel 38.18. Toetsing van nalevingsmaatregelen die na tijdelijke maatregelen zijn genomen
De Partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende Partij in kennis van elke nalevingsmaatregel die zij heeft genomen na de schorsing van verplichtingen of na de toepassing van tijdelijke compensatie, al naargelang het geval. Met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen beëindigt de klagende Partij de schorsing van verplichtingen binnen 30 dagen na de datum van indiening van die kennisgeving. In gevallen waarin compensatie is toegepast, en met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen, kan de Partij waartegen de klacht gericht is, de toepassing van die compensatie beëindigen binnen 30 dagen nadat zij kennis heeft gegeven van de naleving.
Indien de Partijen binnen 30 dagen na de datum van indiening van de kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven overeenkomstig lid 1, ertoe leidt dat de Partij waartegen de klacht gericht is in overeenstemming met de bestreken bepalingen handelt, verzoekt de klagende Partij het oorspronkelijke panel schriftelijk om daarover een besluit te nemen. Het panel doet zijn besluit binnen 46 dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de Partijen toekomen. Indien het panel van oordeel is dat de genomen nalevingsmaatregel in overeenstemming is met de bestreken bepalingen, wordt de schorsing van verplichtingen of de compensatie, al naargelang het geval, beëindigd. Waar relevant past de klagende Partij de mate van schorsing van de verplichtingen of de mate van de compensatie aan in het licht van het besluit van het panel.
Indien de Partij waartegen de klacht gericht is, van oordeel is dat de door de klagende Partij doorgevoerde mate van schorsing van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate van tenietdoening of uitholling door de schending, kan zij het oorspronkelijke panel schriftelijk verzoeken daarover uitspraak te doen.
Artikel 38.19. Vervanging van panelleden
Indien een panellid tijdens panelprocedures uit hoofde van deze afdeling niet kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen omdat hij of zij niet aan de voorschriften van bijlage 38-B voldoet, wordt overeenkomstig artikel 38.6 een nieuw panellid benoemd. De termijn voor de uitbrenging van een verslag of een besluit als bedoeld in deze afdeling, wordt verlengd met de tijd die nodig is voor de benoeming van het nieuwe panellid.
Artikel 38.20. Reglement van orde
Op de panelprocedures uit hoofde van deze afdeling zijn dit hoofdstuk en bijlage 38-A van toepassing.
Alle zittingen van het panel zijn toegankelijk voor het publiek, tenzij in bijlage 38-A anders is bepaald.
Artikel 38.21. Schorsing en beëindiging
Het panel schorst zijn werkzaamheden te allen tijde gedurende een door de Partijen overeengekomen periode van ten hoogste twaalf opeenvolgende maanden wanneer beide Partijen daar gezamenlijk om verzoeken.
Het panel hervat zijn werkzaamheden vóór het einde van de schorsingsperiode op schriftelijk verzoek van beide Partijen, of aan het einde van de schorsingsperiode op schriftelijk verzoek van een van de Partijen. De verzoekende Partij stelt de andere Partij daarvan in kennis. Indien een Partij aan het einde van de schorsingsperiode het panel niet verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, vervalt de bevoegdheid van het panel en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.
Indien de werkzaamheden van het panel op grond van dit artikel worden geschorst, worden de relevante termijnen uit hoofde van deze afdeling verlengd met hetzelfde aantal dagen als de schorsing van de werkzaamheden heeft geduurd.
Artikel 38.22. Recht om inlichtingen in te winnen
Op verzoek van een Partij of op eigen initiatief kan het panel bij de Partijen informatie inwinnen die zij noodzakelijk en passend acht. De Partijen antwoorden onverwijld en volledig op elk verzoek om dergelijke informatie van het panel.
Op verzoek van een Partij of op eigen initiatief kan het panel informatie uit eender welke bron inwinnen die het noodzakelijk en passend acht. Het panel heeft ook het recht om het advies, met inbegrip van informatie en technisch advies, van deskundigen in te winnen wanneer het dat passend acht, in voorkomend geval met inachtneming van door de Partijen overeengekomen voorwaarden.
Het panel behandelt bijdragen als amicus curiae afkomstig van natuurlijke personen van een Partij of in een Partij gevestigde rechtspersonen overeenkomstig bijlage 38-A.
Alle informatie die het panel op grond van dit artikel verkrijgt, wordt aan de Partijen bekendgemaakt, en de Partijen kunnen opmerkingen over die informatie indienen.
Artikel 38.23. Interpretatieregels
Het panel legt de bestreken bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd.
Het panel houdt tevens rekening met de relevante interpretaties in de verslagen van WTO-panels en van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO.
De verslagen en besluiten van het panel kunnen de rechten en verplichtingen van de Partijen uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.
Artikel 38.24. Verslagen en besluiten van het panel
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)